Inleiding: Rituelen – deel 2


In het vorige bericht hebben wij een eerste inkijk gehad in de rol van rituelen als “rites des passages”. Nu gaan jij en ik een klein inkijkje nemen in de rol van enkele rituelen in ons dagelijks leven. Ook deze rituelen bestaan vaak uit een aantal vaststaande handelingen.

Een van de oudste gedocumenteerde mythe is de vee-cyclus[1]. In de vee-cyclus geeft God[2] vee aan de boeren die op hun beurt het vee verzorgen en de kudde vermeerderen. Vreemde mannen stelen het vee. De krijgers roven het vee weer terug en geven een deel van het vee aan de priesters voor rookoffers aan God die op zijn beurt als dank voor de offers weer vee aan de boeren geeft.

De mythe van de vee-cyclus vertelt over rituelen die de basis vormen voor het onderling vertrouwen tussen goden, priesters, mensen. Vee was toen een metafoor voor onderling vertrouwen, een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

Het roven van vee heeft een centrale plaats in deze cultuur. Het is voor krijgers een noodzakelijk handeling om bezit te verwerven. Met het veroveren van vee door diefstal hebben de krijgers een ruilmiddel verkregen om een of meer vrouwen te verwerven[3]. In Proto-Indo-Europese wereld vertegenwoordigen vrouwen het enige bezit dat echt van waarde is[4]. Alleen door bezit van het hoog gewaardeerde ruilmiddel – vee – kan een krijger vrouwen verkrijgen voor nakomelingschap.

Door de mythe van de vee-cyclus is diefstal van vee geoorloofd en gesanctioneerd als daarna de voorgeschreven rituelen worden gevolgd om met de goden en samenleving in het reine te komen.

Volgens een oude zegswijze ligt aan ieder bezit een misdaad ten grondslag. Het verkrijgen van bezit en de overdracht daarvan is nog steeds met veel rituelen omgeven. Zijn de hedendaagse rituelen nodig om de oorspronkelijke misdaden te sanctioneren en een plaats te geven? Als overdenking de volgende tekst uit het Nieuwe Testament: “Hoe moeilijk zullen zij, die rijkdommen[5] bezitten, het Koninkrijk van God betreden! Het is makkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijk mens het Koninkrijk van God te betreden[6]“. In hoofdstuk 5 volgt het verslag van onze ervaringen met de omgang van eigendom en de ethiek hierbij.

[7]

[8]

In de hedendaagse samenleving en op de werkvloer worden rituelen steeds herhaald om de onderlinge cohesie te blijven behouden.

 

Eind jaren zeventig tijdens hoorcolleges heeft prof. dr. W. Luijpen – hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Technische Hogeschool in Delft – tijdens een college hierover drie markante uitspraken gedaan.

 

De eerste uitspraak is: ”Wij hebben met elkaar besloten een arbeidsbestaan te leiden. Wij zullen minstens acht uur werken om een kwartier in de zon te kunnen zitten. Wij gaan niet zoals in sommige andere culturen een kwartier werken om acht uur in de zon te zitten.”

Aan deze uitspraak voegen jij en ik ter illustratie de volgende anekdote van de Zuidzee visser toe:

Een Amerikaan zag een man zitten vissen met een hengel.

De Amerikaan gaf als raad: “Jij moet vijf hengels gebruiken”.

“Waarom?”: vroeg de visser.

“Dan kun jij meer vissen vangen en meer geld verdienen”.

“En dan?”: zei de visser.

“Dan kun jij een boot kopen”.

“En dan?”: zei de visser weer.

“Dan kun jij een grotere boot kopen en nog meer geld verdienen”.

“En dan?”: zei de visser weer.

“Dan kun jij zoveel geld verdienen dat jij de hele dag in de zon kunt zitten.”

De visser maakte met een glimlach een armgebaar naar de blauwe lucht en de zon.

 

[9]

 

De tweede uitspraak luidt: “Wij hebben besloten dat onze onderlinge officiële omgang door middel van een rechtsorde zal gaan en onze conflicten zullen door deze rechtsgang geslecht worden. Bij verschil van mening eigenen wij ons niet eigenhandig zaken van anderen toe en wij worden niet handtastelijk, maar deze geschillen regelen wij via een bestaande rechtsorde”.

 

Voorbeelden hiervan zijn al terug te vinden in oud Iers recht. Bijvoorbeeld: een banneling wordt op een bootje de zee opgestuurd[10].

 

De derde uitspraak gaat als volgt: “Wij hebben besloten dat wij in een vader God geloven. Wij geloven niet in een moeder God en onze religie is niet poly- of pantheïstisch. Andere samenlevingen hebben een andere wijze van geloven.”

[11]

De verschillende vormen van religie die wij op onze Odyssee tegen komen, beschrijven wij in de afzonderlijke hoofdstukken.

Na deze uitstap naar mythen en rituelen gaan wij verder met de inleiding op de hoofdstukken.


[1] Zie: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[2] “go” betekent “vee” en “da” betekent “geven”

[3] Zie Anthony, David W., The horse, the wheel and Language (2007), p. 239

[4] Zie McGrath, Kevin, STR women in Epic Mahâbhârata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009 p. 9 – 15

[5] Waarschijnlijk wordt hier gewezen op alle rijkdom en bezit in welke vorm dan ook. Als wij allemaal hier en nu van alle rijkdom en bezit afstand doen, dan veroorzaakt dat waarschijnlijk grote problemen. Misschien is een tussenweg beter: laten wij voorlopig goede beheerders zijn van onze rijkdom en bezit.

[6] Zie Bijbel, Nieuwe Testament, Marcus 10:24-25

[7] Bron afbeelding: http://henk50.web-log.nl/onderweg/2009/07/de-kameel-door.html. Na sluitingstijd van de hoofdpoort in Oosterse steden bleef een smalle poort open om nog mensen en dieren ontdaan van bepakking tot de stad toe te laten: deze smalle poort schijn “het oog van de naald” te worden genoemd.

[10] Zie: Kelly, Fergus, A guide to early Irish Law. Dublin: Dundalgan Press, 2005 p.219

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s