Inleiding: Een


Inleiding bij het eerste hoofdstuk

Jij en ik beginnen onze zoektocht naar “Wie ben jij” bij het begin van alles. In het begin is er geen onderscheid – en dus geen scheiding – aanwezig tussen jou, mij en alles om ons heen. Alles is volkomen verbonden. Is er dan al verandering? Wij weten het niet. Misschien vervloeit alles voortdurend. Of alles verandert steeds van grootte door periodieke uitzetting en inkrimping.

[1]

Bij een beschrijving van de volledige eenheid hebben woorden en concepten aanmerkelijke beperkingen, omdat zij bedoeld zijn om onderscheid te maken tussen dingen of gebeurtenissen. Woorden en concepten worden ook gebruikt voor het duiden van afzonderlijke dingen. Eén gaat vooraf aan afzonderlijke dingen, dus woorden en concepten zullen een gebrekkige weerspiegeling geven.

Bij de beschrijving van de volkomen eenheid is geprobeerd om een samenhang tussen inhoud en vorm te verkrijgen. Er is gekozen voor een dichtvorm waarbij de toestand van de volledige eenheid wordt weergegeven zonder wezenlijke ontwikkeling. Hierdoor zijn enkele gedichten overgegaan in een “retrograde of “kreeftdicht”, waarbij het gedicht ook van achter naar voren kan worden gelezen zonder wezenlijk aan betekenis in te boeten. Hieronder staat een couplet; twee gedichten zijn te lezen op de pagina “Een” in het menu.

Neemt de wind jou mee                                            Met de lucht over de zee

Vluchtig en vertrouwd                                               Vluchtig en vertrouwd

Met de lucht over de zee                                          Neemt de wind jou mee

De volkomen eenheid is beschreven volgens een menselijke maat, die herkenbaar is voor mensen in een westerse beschaving in een gematigd zeeklimaat. Een Bedoeïen in de Sahara zal een andere afspiegeling geven.

[2]

Een Eskimo zal weer een andere beschrijving maken. Dit verschil van weergave wordt veroorzaakt door de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid aan de afzonderlijke levensvormen. In latere hoofdstukken komen wij hier op terug.

Uiteraard is een volledige weergave op zijn plaats, maar dit is voor mensen niet te bevatten en het ontbreekt ons aan mogelijkheden hiertoe. Terecht merk jij op dat in hoofdstuk Eén met het woord “Aldus” – of “Evaṃ”[3] in het Sanskriet” – een juiste afspiegeling van de volkomen eenheid is gegeven; maar een afspiegeling blijft een reflectie.

In het volgende berichten gaan wij verder met het ontstaan van het gedicht “Bloesem”. Daarna bekijken wij de klassieken solipsisme, “het universum is een droombeeld” en pantheïsmen.


[2] Bron van afbeelding: http://www.ondernemen.in/INFO_Woestijn

[3] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s