Carla Drift – eerste jaren


De geschiedenis van mijn voorouders is in nevelen gehuld. Mijn oom heeft de stamboom van mijn moeders familie tot de tijd van Napoleon kunnen samenstellen, daarvoor is op papier niets meer terug te vinden. Mijn vaders familie heeft geen moeite gedaan voor een stamboom, want zijn familie is nauw verbonden met de drie families die al meer dan 1000 jaar in ons dorp wonen. Het dorp bestaat al veel meer dan duizend jaar, maar ruim 1000 jaar geleden is het dorp in een akte vermeld. En als het officieel op papier staat dan bestaat het volgens de mensen in mijn dorp.

[1]

Mijn moeder komt niet uit ons dorp. Zij zal nooit bij het dorp horen, hoewel zij er al meer dan 50 jaar woont. Zij zal altijd een Belg – of “Belsh” zoals ze in ons dorp zeggen – blijven. Hierdoor blijven wij – mijn twee zussen en ik – ook buitenbeentjes in ons dorp.  Bij ons thuis is alles net even anders; door mijn moeder hebben wij een aantal Belgische gewoonten in ons gezin. In het begin had ik moeite om de familie van mijn moeder te verstaan: zij spreken onderling een Vlaams dialect. Ook als zij tegen mij een vorm van Nederlands spraken, kon ik ik hen niet volgen. Nu ik ouder ben, heb ik hier geen moeite mee; met het vele reizen is het Vlaams heel vertrouwd geworden. Door mijn moeder ken ik hun manier van leven goed; het heeft een bepaalde charme – gesloten naar buiten en warm naar binnen.

Mijn vader en moeder hebben elkaar in de jaren 50 van de vorige eeuw bij toeval leren kennen. Twee gewone, lieve jonge mensen hebben elkaar ontmoet en zijn van elkaar gaan houden – dat doen zij nog steeds. Na een paar jaar verkering zijn zij getrouwd en al snel zijn wij – de drie zusjes – geboren. Mijn eerst herinnering is de geboorte van mijn zusje. Ik was toen bijna 2 jaar oud. Ineens was alles vreemd in huis en die nacht kwam mijn moeder niet toen ik riep. Daarna zijn de herinneringen elkaar snel opgevolgd. Bij de geboorte van mijn tweede zusje toen ik drie was, voelde ik me haar moeder. Ik was goed in staat om voor mijn jongste zusje te zorgen; mijn moeder dacht daar anders over. Ons eerste generatie conflict was ontstaan.

Op de kleuterschool werd al snel duidelijk dat ik anders was: ik kon veel te goed leren. Ik had al snel door dat het niet verstandig was om dat te laten zien. Lezen was nog niets voor gewone meisjes op de kleuterschool. Ik deed dat onopvallend thuis in oude boekjes van mijn moeder.

In die tijd had ik een sprinkhaan gevangen. In een luciferdoosje zat hij die avond op het nachtkastje bij mijn bed. Als ik met het doosje schudde, dan hoorde ik hem springen. Voor altijd zou ik nu gezelschap van mijn sprinkhaan hebben. De volgende ochtend was hij dood. Mijn vader en ik hebben hem plechtig in de tuin begraven. Dit was mijn eerste echte afscheid.

Op de lagere school speelde ik verstoppertje met de onderwijzers. Ik vond het niet verstandig om te laten zien hoe makkelijk ik leerde. De meester in de tweede klas had een schitterende verzameling vlinders uit Indonesië. Hij was daar als dienstplichtig soldaat geweest: over de gevechten vertelde hij niets. Later, veel later heb ik begrepen dat van de 95.000 Nederlandse soldaten er ongeveer 2500 de gevechten niet hebben overleefd [2]. Dit aantal komt overeen met bijna een derde van de graven op de militaire oorlogsbegraafplaats in Margraten. Het was geen politionele actie, maar een echte oorlog. Het aantal slachtoffers onder de inwoners van Indonesië is vele malen hoger. Na de oorlog wilde de Holland de kolonie behouden voor haar welvaart; de levensvreugde van mijn schoolmeester was daarvoor opgeofferd. Als meisje van 7 jaar oud zag ik dat haarscherp. [3]

Met mijn moeder speelde ik ook verstoppertje. Ik kon heel snel rekenen. Rekenen is optellen en aftrekken van getallen. De tafels hebben ik nooit hoeven leren: ik kon 9 keer 8 ook zo in een flits optellen. Bij het boodschappen doen telde ik het eindbedrag vaak meteen op. Ik zag als meisje van 6 of mijn moeder het juiste wisselgeld terugkreeg. Een discussie over een verschil van een paar centen met de winkelier en mijn moeder is niet handig voor een kind van 6 jaar oud. Sinds die tijd greep ik alleen in bij grote verschillen.

Ik was de oudste van drie zussen. Ik vond het logisch dat ik over alles een beter overzicht had en voor hun kon moederen. Mij viel het niet op dat ik alles zoveel makkelijker kon leren. Zij zijn nog altijd gewone lieve mensen die gelukkig in ons dorp zijn getrouwd. Zij wonen er nog steeds met hun gezin.

Met mijn vader ging ik iedere zaterdag naar de bibliotheek in een grotere plaats. De juffrouw van de bieb koos voor mij boekjes uit om te lezen en mijn vader koos de boeken om voor te lezen. Hij koos in de tweede klas van de lagere school “Brief voor de koning” van Tonke Dragt. De boeken van de juffrouw keek ik niet eens in. De boeken om voor te lezen, las ik zelf – Tiuri was mijn held. Mijn vader werd gevraagd waarom hij zoveel voorlas, mijn vader zei dat hij alleen de eerste bladzijden voorlas. Dat klopte ook: ik las de rest in mijn eentje. Ook hier verstoppertje spelen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s