Categorie archief: Drie

Paperback editie van “Wie ben jij – deel 1” verschenen


Deze week verschijnt de paperback “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan” geschreven door Jan van Origo bij Omnia – Amsterdam Uitgeverij.

Jan van Origo bedankt iedereen voor de bijdragen aan het ontstaan van dit boek.

Het grootste mysterie ben jezelf

Click here → 978-90-818390-7-5_WiebenJij_1_Inhoud ← Click here

Click here → 978-90-818390-7-5_WiebenJij_1_Cover ← Click here

Download de inhoud (12 Mb) en de omslag/cover (1 Mb). Print de paperback op een “Espresso Book Machine”; bijvoorbeeld bij de boekwinkel American Book Center in Amsterdam of in Den Haag

Het e-boek “Wie ben jij” is ook verkrijgbaar in Pdf-versie via de volgende hyperlink:

Hoge (300 dpi) kwaliteit e-boek – 13 MB – in A5 formaat:

Klik hier → 9789081839068_Wie_ben_jij_1 ← Klik hier

Afdrukken (262 pagina’s) voor eigen gebruik of voor educatieve doelen is toegestaan.

Een zucht van de wind
In het ruisen van de bomen
Licht jouw stem weer op

De verkenning “Wie ben jij” is samengesteld op basis van de gebundelde berichten van maart – augustus 2011.

Man Leben, Narrator en Carla Drift zijn de drie hoofdpersonen op dit deel van de Odyssee.

De Odyssee naar “Wie ben jij – een zoektocht naar ons bestaan” is een queeste met vele aanlegplaatsen. De zoektocht naar “Wie ben jij” is over jou en mij en alles dat met ons verbonden is. Niets is op voorhand uitgesloten. Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden? Wat maakt jou tot de persoon die jij bent? Wie ben jij voor jouw geboorte en wie zal jij zijn na jouw dood? De antwoorden op deze vragen zijn voorlopig onbekend, maar toch stellen wij deze vragen.

 De voortgang van deze zoektocht naar “Wie ben jij” is te lezen via deze weblog.

De volgende twee delen van “Wie ben jij” bevatten de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie.

Foto’s, afbeeldingen, en aanhalingen in de tekst kunnen onder een andere vorm van copyright vallen.

Jan van Origo, “Wie ben jij – Deel 1” is vandaag verschenen


Het E-boek “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1” is verkrijgbaar in PDF via de volgende hyperlink:

Hoge (300 dpi) kwaliteit e-boek in PDF – 12 MB – in A5 formaat:

Klik hier → 9789081839068_Wie_ben_jij_1 ← Klik hier

Het grootste mysterie ben jezelf

“Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – Deel 1” is samengesteld op basis van de gebundelde berichten van maart – september 2011 over de zoektocht naar “Wie ben jij”.

Man Leben, Narrator en Carla Drift zijn de drie hoofdpersonen op dit deel van de Odyssee.

De Odyssee naar “Wie ben jij – een zoektocht naar ons bestaan” is een queeste met vele aanlegplaatsen. De zoektocht naar “Wie ben jij” is over jou en mij en alles dat met ons verbonden is. Niets is op voorhand uitgesloten. Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden? Wat maakt jou tot de persoon die jij bent? Wie ben jij voor jouw geboorte en wie zal jij zijn na jouw dood? De antwoorden op deze vragen zijn voorlopig onbekend, maar toch stellen wij deze vragen.

Een zucht van de wind

In het ruisen van de bomen

Licht jouw stem weer op

De boeken zijn – zonder kosten – te verkrijgen bij Omnia – Amsterdam Uitgeverij.

Lezers en gebruikers van uitgaven door Omnia – Amsterdam Uitgeverij kunnen hun erkentelijkheid tonen door donaties aan goede doelen naar eigen keuze.

Afdrukken voor eigen gebruik of voor educatieve doelen is toegestaan.

De voortgang van deze zoektocht naar “Wie ben jij” valt te lezen in de weblog van Jan van Origo: www.janvanorigo.nl

De volgende twee delen van “Wie ben jij” bevatten onder meer de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie.

Foto’s, afbeeldingen, en aanhalingen in de tekst kunnen onder een andere vorm van copyright vallen

Filosofie achter “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan” – Deel 1


“Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1” begint met een achttal inleidende berichten waarin de achtergrond, het kader en de reikwijdte van de zoektocht worden geschetst. De zoektocht is beschreven in de vorm van een queeste, een hedendaagse mythe en een Odyssee die in een thuiskomst gaat eindigen.

In deel 1 van de beschrijving van de zoektocht komen de eerste drie hoofdstukken (van de 17 hoofdstukken) aan de orde. Daarna volgt tot besluit een intermezzo voordat de hoofdpersonen in deel 2 de zoektocht in wereld van alledag gaan vervolgen. In deel 3 van de verkenning overstijgen de hoofdpersonen de alledaagse wereld. Aan het einde van de Odyssee – in nul – volgt de thuiskeer.

In hoofdstuk 1 van deze Odyssee beleven de hoofdpersonen volkomen de filosofische stroming van het Monisme [1]. Binnen de metafysica beargumenteert het Monisme dat de verscheidenheid van bestaande dingen of entiteiten terug te brengen zijn tot één substantie of realiteit waardoor het fundamentele karakter van het universum één samenhangende eenheid vormt.

In de Oosterse wijsbegeerte komt het Monisme in verschillende gedaanten terug in de Upanishads, het Hinduïsme, het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Christendom kent op vele plaatsen directe en indirecte verwijzingen naar het Monisme. In de westerse samenleving na de industriële revolutie heeft Schopenhauer [2] zich met zijn studie van de Upanishads [3]  – waaronder de īśāvāsya [4] (of Isha) Upaniṣhad [5] – en van het Boeddhisme verdiept in het Monisme.

[6]

Francis Herbert Bradley [7] heeft studie gemaakt van het Monisme in onder meer zijn essay ‘On Truth and Coherence’ uit 1909.

[8]

Aan het einde van hoofdstuk 1 wordt Indra’s net [9] uit de Avatamsaka Sutra [10] als overgang naar het Atomisme – en tevens als synthese tussen het Monisme en het Atomisme – beschreven. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond zijn en ziek zijn [11]. Het net van Indra wordt door de hoofdpersonen in verschillende dimensies bezien aan de hand van een 10 minuten durende film “Powers of Ten” van Ray en Charles Eames uit 1968 (en opnieuw uitgebracht in 1977) [12].

In hoofdstuk 2 van de zoektocht naar “Wie ben jij” doorleven de hoofdpersonen het Atomisme [13]. Zij zijn tezamen met hun omgeving na de oorspronkelijke eerste scheiding van Hemel en Aarde in onnoemelijk veel deeltjes uit elkaar gevallen totdat de allerkleinste deeltjes zijn bereikt. De atoomfysica is de vorige eeuw uitgebreid bestudeerd door vele natuurkundigen: deze studie heeft geresulteerd in veel kennis en nog veel meer vragen [14]. In de filosofie zijn Bertrand Russell [15] en Ludwig Wittgenstein [16] in zijn jong volwassen leven [17] aanhangers van het logisch atomisme geweest.

[18]

[19]

In hoofdstuk 3 van de queeste naar “Wie ben jij” wordt bezien op welke wijze het onderling vertrouwen wordt gevestigd en bestendigd. Hiervoor worden de “persoon in het midden” en verschillende “objecten in het midden”  waaronder de kerk, bezinningsruimten, het offer, het Lam Gods, de Duif, het Woord  en de “Geest in het midden” bezien.

Als voorbereiding op het leven van alledag hebben de hoofdpersonen een beknopte studie gemaakt van de vijf skanda’s die volgens het Boeddhisme alles geven wat zij nodig hebben voor hun geestelijke ontwikkeling. In een terugblik bij hun thuiskeer zullen de hoofdpersonen bezien of deze bewering – en alle andere ervaringen – zinvol en betekenisvol zijn.

In dit intermezzo bezien zij het eigenbeeld van roeiers dat afhangt van de resultaten van het roeien,  en vervolgens de gevolgen van de waanzin van oorlog aan de hand van de Peloponnesische Oorlog in Griekenland 2500 jaar geleden.

Tot slot wordt door een van de hoofdpersonen aan de hand van de openingszin uit het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament vertaald in het Sanskriet door de eeuwige wind de binding met het Monisme – waarin ook God en de Goden zijn opgenomen – hervonden.

Een zucht van de wind

In het ruisen van de bomen

Licht Jouw stem weer op” [20]


[3] Upanishad betekent letterlijk: “neerzitten naast”. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Upanishads

[5] Een woordelijke vertaling van de Isha Upanishad is verkrijgbaar via de volgende hyperlink: http://www.arsfloreat.nl/documents/Isa.pdf

[11] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993, p. 363.

[12] De film “Powers of Ten” is te zien via de hyperlink: http://www.powersof10.com/film

[14] Brian Greene heeft toegankelijke boeken geschreven over de atoomfysica, relativiteitstheorie en kwantummechanica. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Brian_Greene

[17] Zie ook: Sluga, Hans, Wittgenstein. Oxford: Wiley – Blackwell, 2011

[19] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Wittgenstein (fair use of small image)

[20] Mozes zag en hoorde – de stem van – God in de brandende braamstruik. Zie Oude Testament, Exodus 3:2

“Wie ben jij – Deel 1” klaar voor download


Het eindconcept voor “Wie ben jij – Deel 1” is gereed voor downloaden.

Hieronder vindt U een bundeling van alle berichten van februari – september 2011 over de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de zoektocht naar “Wie ben jij” .

De komende twee delen van “Wie ben jij” zullen de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht gaan omvatten.

De volgende verbeteringen moeten nog in dit laatste concept voor Deel 1 worden aangebracht:

  • Lay-out van het voor-, zij-  en achterblad
  • Index aanbrengen
  • Tekst voor de tweede keer redigeren
  • Alle afbeeldingen nogmaals op evt. auteursrecht nalopen
  • Uitgeverij vermelden
  • ISBN nummer aanbrengen

Het eerste bestand “Small” bevat de afbeeldingen in lage resolutie en omvat 7 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 -Small

Het tweede bestand “Big” bevat de afbeeldingen in hoge resolutie en omvat 47 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 – Big

De bestanden kunnen worden gedownload en opgeslagen opgeslagen op de eigen computer door met de rechtermuisknop op het bestand te klikken en dan het bestand op te slaan onder documenten of downloads.

Het bestand bevat 247 pagina’s: printen voor eigen gebruik en voor educatieve doeleinden is toegestaan.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie – zie pagina 245 van het document.

Photos, images, renderings and quotations in the text may be copyrighted by third parties.

Intermezzo: Waarom Sanskriet?


Uw verteller heeft aan de tweede hoofdpersoon gevraagd waarom hij Sanskriet studeert. Zijn antwoord is dat dit vanzelf is gekomen. Bij het bestuderen van de Boeddhistische teksten is het opgevallen dat een aantal begrippen in het Sanskriet eenvoudig zijn te volgen, bijvoorbeeld de klanken van “âtman” lijken veel op ons woord “adem”. Ook blijkt dat enkele schrijvers over Boeddhisme [1], levensbeschouwing [2] en de oorsprong van woorden [3] zich hebben verdiept in Sanskriet.

De tweede hoofdpersoon is geïnteresseerd in de oorsprong van onze taal als een vorm van archeologie naar het ontstaat van ons bewustzijn of “man[4]-kind” in het Engels. Bij de aanvang van deze studie blijkt dat de oorsprong van het Indo-Europees voor leken beperkt toegankelijk is: er zijn slechts enkele studiewerken makkelijk beschikbaar [5]. Daarentegen is Sanskriet – een van onze oudere zustertalen – al in een heel vroeg stadium uitgebreid vastgelegd. Deze verstilling heeft er voor gezorgd dat Sanskriet eerst een kunstmatige taal en vervolgens een dode taal is geworden. Aan de andere kant heeft Sanskriet door de kunstmatigheid en de verstilling een hoge status verworden. De uitgebreide, logische  en verfijnde grammatica is door Pāṇini [6] en zijn tijdgenoten al in de vierde eeuw voor Christus vastgelegd. Ons alfabet is een onsamenhangend geheel; het alfabet in het Sanskriet is volledig logisch opgebouwd volgens de manier waarop mensen klinkers en medeklinkers van binnen naar buiten vormen. Er zijn ook zeer uitgebreide woordenboeken Sanskriet – Engels beschikbaar. Een inleiding tot het Sanskriet [7] is met wat doorzettingsvermogen goed te volgen. Sanskriet heeft voor de tweede hoofdpersoon een goede mogelijkheid geboden om de oorsprong van taal en daarmee de duiding van ons bewustzijn te bestuderen.

[8]

Met het bestuderen van Sanskriet is het de tweede hoofdpersoon opgevallen dat vele namen en plaatsen in Indische en Boeddhistische teksten een betekenis hebben. Bijvoorbeeld Boeddha [9] betekent “plaatsen van een knop of kiem” en Ānanda betekent “gelukzaligheid” en vreugde. De Boeddhistische woorden en begrippen krijgen met kennis van het Sanskriet een grotere diepgang.

Tijdens zijn herstelperiode heeft de tweede hoofdpersoon het boek “Empires of the Word – A Language History of the World [10]” gelezen.

  [11]

In hoofdstuk 5 van dit boek komt Sanskriet aan bod onder “Charming like a Creeper – the cultured Career of Sanskrit”. Met verbazing en herkenning heeft de tweede hoofdpersoon gelezen hoe Sanskriet zich heeft gevestigd in India en vervolgens via het Boeddhisme met handelskaravanen en vrachtboten is verspreid over Indonesië, Zuidoost Azië, Tibet, China en Japan. Naast de Chinese schrifttekens kent Japan ook nog een alfabet dat gemodelleerd is naar het alfabet in het Sanskriet.  Een hoogleraar heeft tegen de tweede hoofdpersoon gezegd dat taal het spraakgebrek is van de overheerser. Sanskriet heeft zich verhoudingsgewijze geweldloos over dit grote gebied verspreid. Door de religies die aan het Sanskriet verbonden zijn – Hindoeïsme en Boeddhisme – heeft deze taal veel invloed gehad. Nicholas Ostler [12] heeft zich verbaasd over het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee het Sanskriet zich heeft verspreid: hij heeft dit besproken met een aantal vrienden uit India. Deze vrienden hebben Nicholas Ostler erop gewezen hoe weinig gelovigen moeten opgeven voor het Boeddhisme en Hindoeïsme: de oude religies hoeven niet afgewezen te worden. Andere geloven vragen op dit punt veel meer. De tweede hoofdpersoon is het niet eens met deze vrienden. Door hun aard vragen Hindoeïsme en het Mahāyāna [13] Boeddhisme alles van haar gelovigen inclusief hun oorspronkelijke religie.

Na verloop van tijd is Sanskriet eerst door de Islam verdreven uit delen van India en Indonesië en vervolgens is Boeddhisme ook verbannen uit China en deels uit Japan. Maar, de overblijfselen van Sanskriet zijn – net als Hebreeuws – voor een kenner overal te zien.

Ook een aantal woorden in het Duits, Engels en Nederlands krijgen met kennis van het Sanskriet een rijkere betekenis. Tijdens zijn herstelperiode heeft de tweede hoofdpersoon een rondje gewandeld. Hij hoorde enkele vrouwen als een groepje kwetterende vogels met elkaar praten. Toen hij langsliep zei een van de vrouwen: “Wat dat aangaat, ik zeg maar zo, ik zeg maar niks”. Daarna vervolgden de vrouwen kwetterend hun gesprek. De tweede hoofdpersoon dacht: “Wat tathāgata [14], evam [15], śūnya [16]” of “Wat de wereld van de verschijningsvormen betreft, aldus, leegte”. Deze drie woorden vatten de volgende aanlegplaats tijdens onze Odyssee in één zin samen met de verduidelijking: “Wat uit de macht van de wind voortkomt, zal uiteindelijk afgebroken worden en verpulveren [17]” .

Deze verduidelijking doet denken aan een vrije weergave van een pop-song van Neil Young [18] :

“Leven is als een bloem

Die alleen groeit aan de stengel.

Handvol met doorns en jij hebt haar gemist,

En jij verliest haar wanneer jij haar noemt Mijn, Mijn, Mijn, Mijn.”

.


[1] Bijvoorbeeld: Sheng Yen, Footprints in the Snow – the Autobiography of a Chinese Buddhist Monk. New York: Doubleday, 2008

[2] Bijvoorbeeld: Pirsig, Robert M., Lila, an Inquiry in Morals. London: Bantam Press, 1991

[3] Bijvoorbeeld: Ayto, John, Word Origins – The hidden Histories of English Words from A to Z. London: A & C Black Publishers, 2008

[4] “man” betekent in het Sanskriet “denken/beschouwen/waarnemen”.

[5] Bijvoorbeeld: Fortson, Benjamin W., Indo-European Language and Culture – an Introduction. Oxford: Blackwell Publishing, 2004; Mallory, J.P. & Adams, D.Q., The Oxford Introduction to Proto-Indo-European and the Proto-Indo-European World. Oxford: Oxford University Press, 2007; Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans. New York: Thames & Hudson, 2005

[6] Zie als eerste inleiding: http://en.wikipedia.org/ onder de zoekterm “Pāṇini”

[7] Bijvoorbeeld; Egenes, Thomas, Introduction to Sanskrit part 1 & 2. Delhi: Motilal Banarsidass, 2003 – 2005

[8] Bron afbeelding: http://www.amazon.com

[9] De naam Buddha is in het Sanskriet samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “bud” dat “knop, begin” betekent – vergelijkbaar met het engelse woord “bud” in rosebud in de film “Citizen Kane” van Orson Wells – en de werkwoord-kern “dha” dat “plaatsen, verlenen, schenken” als betekenis heeft. Bron voor woorden in het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[10] Zie: Ostler, Nicholas, Empires of the Word – A Language History of the World. New York: Harper Collins, 2005

[11] Bron afbeeldingen: http://www.amazon.co.uk

[12] Zie Ostler, Nicholas, Empires of the Word – A Language History of the World. New York: Harper Collins, 2005 p. 217

[13] Mahāyāna betekent vrij vertaald “groot vaartuig”. Alles en iedereen is aanwezig in het grote vaartuig, geen stofje is buitengesloten.

[14] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Tath%C4%81gata. Het woord “tathāgata” is samengesteld uit “tathā” dat “alzo” betekent en “gata” of “āgata” dat respectievelijk gaan of komen betekent. In het Mahāyāna Boeddhisme heeft het woord “tathāgata” twee betekenissen: enerzijds “het volkomen voorbij komende en gaande Zelf” of “Boeddha of het Zelf” en anderzijds “de verschijningsvormen zoals ze uiteraard zijn”.

[15] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[16] In het Sanskriet betekent “śūnya” niets of nul. Het woord “śūnya” is samengesteld uit “śūna” dat “opgezwollen staat of leegte” betekent en “ya” dat onder meer “beweger, reiziger of wind” betekent.

[17] Bron: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 51 casus 16.

[18] Zie: http://www.azlyrics.com/lyrics/neilyoung/loveisarose.html

Intermezzo: Bijbel in Sanskriet


Vandaag heeft uw verteller de tweede hoofdpersoon ontmoet. Hij was volkomen uitgeput na het bezoek aan de eerste drie aanlegplaatsen tijdens onze Odyssee naar “Wie ben jij”. Het herstel van deze inspanningen heeft een hele tijd geduurd, omdat de tweede hoofdpersoon al ruim bejaard is. Nu is hij aardig hersteld: de volgende week kunnen wij onze Odyssee hervatten.

Eind juni – aan het begin van zijn rustperiode – heeft hij de diploma-uitreiking van een van zijn kleindochters bijgewoond. Zij en haar familie straalden. Hij heeft zich op de achtergrond gehouden: hij is niet uitgenodigd, want hij en zijn familie zijn van elkaar vervreemd. Op de volgende aanlegplaats komen wij meer te weten over het leven van de tweede hoofdpersoon. Hier volgt zijn verslag.

Tijdens de diploma-uitreiking hebben alle geslaagden een bijbel naar hun wens ontvangen. Het is een Christelijke school en hoewel ik van Joodse afkomst ben, zijn mijn kinderen en kleinkinderen Christelijk opgevoed. De meeste leerlingen hebben een bijbel in de gebruikelijke vertalingen gekozen. Enkelen hebben een bijbel in het Engels ontvangen en een meisje afkomstig uit Japan, heeft de bijbel in het Japans gekregen. Twee dwarsliggers hebben een bijbel in het Swahili – “Hakuna matata” [1] – en een Koran ontvangen. De bijbel in het Sanskriet – De taal van de goden in de wereld van de mensen [2] – is niet gevraagd.

  [3]

Enkele maanden geleden heb ik twee vertalingen van het Nieuwe Testament in het Sanskriet ingezien [4]. Ik ben deze taal pas enkele jaren geleden gaan studeren, dus mijn kennis is nog beperkt. Bij het inzien van Johannes Evangelie valt mij op dat de openingszin in het Sanskriet een extra duiding heeft.

[5]

[6]

De weergave in ons alfabet is: “Âdau vâda âsît, sa ca vâda îshvarâbhisukha âsît”

Op het eerste gezicht is de vertaling [7] van deze zin in het Sanskriet gelijk aan de tekst in onze taal:

In het begin was het woord,

en dit woord was bij God”.

Maar als wij de woorden in de zin verder gaan bezien, dan ontstaat een dieper inzicht.

Het eerste woord “âdau” is een vervoeging – locativus enkelvoud – van het woord “âdi” dat “begin” betekent.

Het tweede woord lijkt veel op het woord “vada” dat in het Sanskriet “goed/zinvol woord” betekent. Maar de vertaler heeft volgens mij terecht voor het woord “vâda” gekozen dat “woord van/over” betekent. “Vâda” is samengesteld uit “vâ” dat “blazen als de wind” en “da” dat “geven” betekent. “Vâda” kan dus ook “gift van de wind” of “geluid van de wind” betekenen. Als het woord “vâda” op deze manier nader wordt bezien, dan verwijst  “geluid/gift van de wind” naar een overblijfsel van en herinnering aan de eerste scheiding van lucht en aarde [8].

Het derde woord –”âsît” – is een vervoeging van de werkwoord wortel “as” die “zijn” betekent. Deze werkwoordsvorm staat – conform deze werkwoord wortel – in de bedrijvende vorm of de “parasmaipada”: dit houdt in dat de vrucht van de actie op de ander overgaat. Mijn voorkeur gaat hier uit naar de middenvorm of de “âtmanepada” [9]: hierbij gaat de vrucht van de actie naar de uitvoerder of hier “het Zelf”. In dit geval kies ik voor “âs” dat “zitten, blijven, bestaan, bewonen, loven” betekent; er komt dan “âsta” te staan.

Het vijfde woord is “ca” dat “en” betekent.

Het vierde woord is “sa” dat hier “dit of zijn” betekent.

Het zesde woord is îshvarâbhisukha dat een samenstel is van “îshvara” en “abhisukha”. Het woord “îshvara” is samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “îsh” dat “god, heerser” betekent – en waarin het Duitse woord “ich” nog herkend kan worden –; “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent en “ra” dat “geven, beinvloeden” betekent.  “Abhisukha” betekent “naderen, het gezicht richten op, in de nabijheid van” en bestaat uit “abhi” dat betekent “naar” en “sukha” dat betekent “gelukkig, gerust”.

Het zevende woord is weer âsît. Ook hier kies ik weer voor “âsta” dat “hij zat/bleef/bestond/bewoonde/loofde” betekent.

Met deze achtergrondkennis krijgt de openingszin van het Johannes Evangelie in het Sanskriet de volgende extra duiding:

In het begin bestond de gift van de wind,

en het geluid van de wind was geborgen in het Al – Zelf”.

Met deze extra duiding zijn in de openingszin in het Sanskriet de lucht en de aarde nog niet gescheiden. Ik hou van het geluid van de wind. Hierin hoor ik nog steeds de verbondenheid van lucht, aarde en water binnen één “Al/Zelf”.

Een zucht van de wind

In het ruisen van de bomen

Jouw stem licht weer op[10]

 In volgende bericht legt de tweede hoofdpersoon uit waarom hij Sanskriet studeert.


[1] Betekent letterlijk in het Swahili: “Geen probleem”.

[2] Vrij naar de titel van: Pollock, Sheldon, The Language of the Gods in the World of Men – Sanskrit, Culture, and Power in the premodern India. Berkeley: University of California Press, 2006

[7] Bij de analyse van de tekst is gebruik gemaakt van de electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta, de inleiding in Sanskriet van Egenes, Thomas, en de Sanskriet grammatica van Mulder, Maaike en Whitney, William Dwight.

[8] Zie hiervoor het eerdere bericht “Twee” van 11 april 2011.

[9] Het woord “âtman” betekent in het Sanskriet “Adem, Zelf/zelf”; bovendien betekent “ât” in het Sanskriet “alzo/dan” en “man” betekent “denken/beschouwen/waarnemen”.

[10] Mozes zag en hoorde – de stem van – god in de brandende braamstruik. Zie Oude Testament, Exodus 3:2

Inleiding: Vijf werkelijkheden en vijf skandha’s


In het vorige bericht heeft uw Verteller een inleiding gegeven over de samenhang tussen religie en wetenschap. In dit bericht gaat uw Verteller verder in op de vraag of de vijf skandha’s alles geven wat wij nodig hebben voor onze geestelijke ontwikkeling.

Tijdens de volgende aanlegplaatsen op hun Odyssee gaan de twee hoofdpersonen verder met hun zoektocht naar wie zij zijn, waar zij vandaan komen en waar zij naar toe gaan. Eerst bezoeken zij de vijf gangbare werkelijkheden:

o   Feiten en logica – wetenschappelijke reflectie en bewustzijn

o   Intensiteiten en associaties – gevoelsmatige reflectie en bewustzijn

o   Leegte – wijze van bewustzijn

o   Verandering – wijze van bewustzijn

o   Onderlinge verbondenheid – wijze van bewustzijn

Welk verband hebben deze vijf werkelijkheden met de vijf skandha’s uit het Mahâyâna Boeddhisme en met de leegte van deze skandha’s volgens de Hart Sutra [1]?

Het antwoord op de tweede vraag is op dit moment eenvoudig: de twee hoofdpersonen zoeken het antwoord bij de aanleg bij de derde werkelijkheid – Leegte.

Het antwoord op de eerste vraag is ook vrij eenvoudig. De vijf werkelijkheden omvatten de vijf skandha’s waarbij de vijf werkelijkheden beter aansluiten bij het hedendaagse bewustzijn.

De vijfde en laatste skandha – bewustzijn – vormt de vier andere skandha’s en komt tegelijkertijd voort uit deze vier skandha’s [2]. Bewustzijn ligt ten grondslag aan de vijf werkelijkheden en bewustzijn wordt gevormd door de vijf werkelijkheden. Hierbij is er geen verschil tussen de vijf skandha’s – inclusief leegte – en de vijf werkelijkheden.

De eerste skandha – vorm – in hedendaagse vorm, valt samen met de vijf werkelijkheden, omdat vorm gestalte krijgt door feiten en logica (of het ontbreken hieraan), door intensiteiten en associaties voor het beleven van vorm, door verandering omdat alles verandert en door onderlinge verbondenheid doordat een vorm altijd in verhouding staat tot andere vormen.

De tweede skandha – gevoelens en sensatie – valt samen met de tweede werkelijkheid voor de beleving, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van gevoelens en met de vijfde werkelijkheid voor de beleving van gevoelens binnen en door een samenleving.

De derde skandha – perceptie, herkenning of onderscheid – valt samen met de eerste werkelijkheid voor zover het feiten en dingen betreft, met de tweede werkelijkheid voor zover het onderscheid van intensiteiten en associaties betreft, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van onderscheid en herkenning en met de vijfde werkelijkheid voor het onderscheid en herkenning ten opzichte van andere dingen, feiten, entiteiten, levende wezens en gebeurtenissen.

De vierde skandha – mentale indrukken, impulsen, inprentingen – komt op soortgelijke wijze terug als de derde skandha in de eerste, tweede, vierde en vijfde werkelijkheid.

Voor zover uw Verteller kan overzien, vallen de vijf skandha’s inclusief de leegte binnen de vijf werkelijkheden die de hoofdpersonen gaan bezoeken.

Aan het einde van de Odyssee kunnen de twee hoofdpersonen in een terugblik misschien oordelen of de vijf skandha’s alles geven wat nodig is voor onze geestelijke ontwikkeling.

Het volgende bericht komt over enkele weken. Een van de hoofdpersonen is nog steeds aan het herstellen van de inspanningen en de andere hoofdpersoon heeft het eerste deel van het verslag over “Een”, “Twee” en “Drie” bijna klaar voor de drukker. De versie in de Engelse taal is nog niet zover.

Over ongeveer vier weken zullen de hoofdpersonen hun Odyssee hervatten.

   [3]


[1] Zie verschillende vertalingen van de Hart Sutra, bijvoorbeeld door Red Pine (Bill Porter), Edward Conze, Donald S. Lopez Jr.

Inleiding: Drie – Object in het midden – Het Woord


Dit bericht is een overgang naar de volgende aanlegplaats “Vijf” op onze Odyssee. Op de volgende aanlegplaats gaan wij vijf hedendaagse werkelijkheden bezien:

o   Feiten en logica

o   Intensiteiten en associaties

o   Leegte

o   Verandering

o   Onderlinge verbondenheid

In dit bericht maken wij een begin met het “Woord” als “object in het midden” bij de overgang van “Drie – Dubio transcendit” naar “Vijf – vijf hedendaagse werkelijkheden”.

Tijdens de aanlegplaats “Drie” hebben wij de rol gezien van rituelen en offers  die voortdurend worden verricht om het onderling basis vertrouwen – Credo (ik geloof) – tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen te vestigen en bestendigen. Ook de hedendaagse wereld is vol van soortgelijke rituelen en offers binnen het maatschappelijk leven, in het privéleven en bij religieuze belevingen: de rituelen en offers geven steeds weer vertrouwen en vertroosting. In vogelvlucht hebben jij en ik de “persoon in het midden”, het “object in het midden” en de “geest in het midden” ontmoet.

Bij het kijken naar het einde van de film “Offret”  – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986, hebben wij in de film de zoon – die kijkt naar de kruin van de tot leven gekomen boom – zijn eerste woorden horen zeggen: “In het begin is het Woord[1]. Waarom Vader?”. Deze vraag is volkomen terecht, want deze zoon heeft voor zijn drie offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf.

Woorden duiden en omvatten, en woorden sluiten buiten. In Psalm 119 uit het Oude Testament worden deze beide kenmerken van het woord geduid met “Uw woord is een lamp voor mijn voeten en een licht op mijn pad. Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen, dat ik uw rechtvaardige verordeningen zal onderhouden.”[2] Door het volgen van Gods woord en licht is de gelovige in Gods genade.  Even verder volgt: “Gij verwerpt allen die van uw inzettingen afdwalen want hun bedrog is ijdel. Alle goddelozen der aarde doet gij weg als schuim.” Door het niet volgen van Gods woord en het licht volgt uitsluiting. Dit handelen is niet vrijblijvend voor alleen de gelovige, maar het heeft daarnaast ook grote gevolgen voor anderen en voor de omgeving. Het woord van God vormt hier een harde scheiding tussen vertrouwen en gastvrijheid enerzijds en ontrouw, verstoting en uitsluiting anderzijds. De andere metafoor voor het mysterie van het leven kent in principe geen uitsluiting; binnen Indra’s net ligt alles volkomen besloten en vormt elkaar door wederzijdse reflecties. Later op onze tocht zullen wij nog meer zien van Indra’s net.

In de film “Offret” doet de vader zijn woord aan God gestand. Na de redding van de hele wereld brengt hij – zoals beloofd – zijn offer en doet afstand van zijn bezittingen en van alles dat hem aan dit leven bindt . Hiermee brengen ongewild ook de familie en naasten van de vader een groot offer. Kan een woord aan God een echte belofte inhouden als onschuldige mensen hierdoor ernstige nadelige gevolgen ondervinden?[3]

De vrouw en zoon van Siddhārtha Gautama – de toekomstige Boeddha – zijn zonder man en vader achter gebleven, nadat Siddhārtha Gautama zijn gezin heeft verlaten om gehoor te geven aan de innerlijke noodzaak om de wereld te verlichten. Een hedendaagse beschrijving van zijn leven heeft een heel hoofdstuk besteed aan het beschrijven van dit verlies en het verdriet van de vrouw van Siddhārtha Gautama.

“Jij en ik hebben ook onze familie verlaten bij het begin van onze Odyssee. Zij brengen zeker zo’n groot offer door onze afwezigheid”, zeg jij.

“Steeds voel ik mij schuldig over het besluit om deze zoektocht te maken. Omdat ik mij aan deze innerlijke gelofte hou, dragen andere mensen en misschien wel het heelal hiervan de gevolgen”, zeg ik.

“Het verbaast mij dat de verloren zoon[4] in het Nieuwe Testament zoveel meer vreugde ontvangt dan de zoon die zijn gewone leven voortzet. Het onderhouden van het leven van alledag is de basis van alles. Dit verdient daarom grote vreugde en beloning”, zeg jij.

“In het Nieuwe Testament staat de verloren zoon voor de ongelovige die na vele jaren dwalen weer in de moederschoot van het geloof terugkeert. Uiteraard wordt de verloren zoon met vreugde ontmoet! De gelovigen ervaren bij het onderhouden van het leven van alle dag een voortdurende blijdschap van hun geloof[5]”, zeg ik.

“De naam “Dubio transcendit” voor deze aanlegplaats op onze Odyssee begint mij wat te dagen. De gelovigen overstijgen hun twijfel door het onderhouden van het leven van alle dag met een voortdurende blijdschap en zekerheid van hun geloof. Het overtuigt mij niet helemaal, maar het begin van dit inzicht is er. Hoe ben jij aan de naam voor deze aanlegplaats gekomen?”, zeg jij.

“Uit encycliek de Ecclesia de Eucharista van paus Johannes Paulus II; dit is een rondzendbrief waarin de paus als hoogste bruggenbouwer[6] tussen hemel en aarde de rol van de eucharistie viering binnen de kerk belicht. In deze rondzendbrief staat de passage: “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit”[7], dat betekent: “Het mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt.” In de rondzendbrief wordt met deze passage het mysterie van het geloof geduid. Ik vind deze korte passage mooi, omdat het levensmysterie – voorzien van alle twijfel en alle verdeeldheid – zo groot is, dat het ons volkomen overstijgt. Ook ons geloof en zekerheid, ons ongeloof en onze twijfel past makkelijk in het mysterie van het leven, met en zonder geloof. Om deze reden heb ik deze rustplaat de naam “Dubio transcendit” gegeven. Met en zonder geloof, met en zonder offer overstijgt het mysterie van het leven onze twijfel en verdeeldheid”, zeg ik.

“Heb jij tijdens deze aanlegplaats een sluitend antwoord gekregen op het mysterie van het leven?”, zeg jij.

“Daarvoor is het mysterie van het leven veel te groot.

Fremd bin ich eingezogen,

fremd zieh‘ ich wieder aus.

Der Mai war mir gewogen

mit manchen Blumenstrauß.

 

Ich kann zu meiner Reisen

Nicht wählen mit der Zeit:

Muß selbst den Weg mir weisen

In dieser Dunkelheit.

Es zieht ein Mondenschatten[8]

Als mein Gefährte mit[9].[10]“, zeg en zing ik.

“Mooi gezongen. Ik ken vier uitvoeringen van Winterreise. Peter Schreier met Sviatoslav Richter op piano, Hans Hotter met Gerald Moore, Christa Ludwig met James Levine en Brigitte Fassbaender met Aribert Reimann“, zeg jij.

“Al deze uitvoeringen zijn mooi op hun eigen manier. Tijd om naar de volgende aanlegplaats te gaan“, zeg ik.


[1] Zie ook: Openingszin van het Johannes Evangelie uit het Nieuwe Testament.

[2] Bron: Psalm 119:105-106 en 118-119

[3] Vrije weergave van de rol van een offer op basis van: Fanu, Mark Le, The Cinema of Andrei Tarkovsky. London: BFI Publishing, 1987, pagina 125

[4] Zie: het evangelie van Lucas 15: 11-32 uit het Nieuwe Testament.

[5] Zie ook “in dubio” in het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[6] Zie ook: bericht “Inleiding: Drie – Persoon in het midden” van 1 mei 2011

[7] Bron: http://www.vatican.va/holy_father/special_features/encyclicals/documents/hf_jp-ii_enc_20030417_ecclesia_eucharistia_lt.html:  IOANNIS PAULI PP. II SUMMI PONTIFICIS, LITTERAE ENCYCLICAE ECCLESIA DE EUCHARISTIA, Rome, 2003

[8] Letterlijk: een maanschaduw. Zie voor het symbool maan ook de voetnoot 11 bij het bericht  “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[9] Gedicht door Wilhelm Müller. Eerste lied van de liederen cyclus “WInterreise” van Franz Schubert.

[10] Vertaling: ”Als vreemdeling ben ik gekomen, als vreemde vertrek ik weer. De maand mei was mij gunstig gezind met een grote bloemenpracht. Ik ben niet vrij in het kiezen van mijn reistijd: ik moet zelf de weg kiezen in deze donkerte. Een schaduw in het maanlicht reis mee als mijn compagnon.

Inleiding: Drie – Heilige Geest in het midden – De Duif


In het vorige bericht hebben wij het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent bezien. Dit schilderij toont het Lam Gods als offergave om de zondelast van de wereld weg te nemen. Jezus Christus, de enige zoon van God de Vader, wordt als Lam Gods weergegeven[1]. Boven het Lam Gods is een duif geschilderd als een stalende zon die de wereld verlicht. Deze duif symboliseert de heilige geest.

Het koor zingt tijdens de mis in B – mineur van Johann Sebastian Bach hoe Jezus Christus door de heilige geest uit Maria is voort gekomen:

”Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria virgine et homo factus est”

Later tijdens onze Odyssee zullen jij en ik nog uitgebreid stil staan bij “et incarnatus est”. Tijdens dit bericht gaan wij de duif – de heilige geest – bezien door wie Jezus als zoon van de Vader God uit Maria is ontstaan. Wij bezien hiervoor nog een keer het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent.

[2]

Volgens de Christelijke theologie zijn God de vader, de zoon en de heilige geest een drie-eenheid [3]. In het schilderij wordt deze drie-eenheid afgebeeld als vader – boven in het midden zittend op een troon als koning-God – met daaronder in een afzonderlijk schilderij de heilige geest als een stralende zon die het licht laat schijnen op de wereld. Uit de heilige geest is voortgekomen het Lam Gods als enige Zoon van de Vader. De heilige geest wordt in dit schilderij afgebeeld als een duif.

[4]

Hoe verhoudt deze goddelijke drie-eenheid zich tot de Joodse God die onzichtbaar aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?[5] Zien wij hier verschillende uiterlijke verschijningen van één en dezelfde God – die niet te bevatten is -, maar die verschillende vormen voor de gelovigen aanneemt?

De onzichtbare God die aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de duif zoals de Joodse God aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?

De zoon van God die als offergave in de vorm van het Lam Gods de zonde van de wereld wegneemt. Is dit een continuering van de offers die lang geleden zijn gebracht als herstelling en bestendiging van vertrouwen binnen de vee-cyclus?[6]

Het Christelijk geloof is via het Romeinse rijk verspreid. Binnen de leefwereld van de Romeinen heeft de vader binnen het gezin een absolute macht over zijn kinderen.[7] De geboorte van een Romein komt pas tot stand doordat de vader na de geboorte van een pasgeborenen een beslissing neemt of en hoe het kind in de samenleving wordt opgenomen. Totdat een kind zelfstandig gaat wonen, heeft de vader een absolute macht over zijn kinderen[8]. In West Europa is de Katholieke kerk de voortzetting van het Romeinse rijk tot op heden. Voor 300 n. Chr. is Jupiter [9] de belangrijke vader God. De kerkgewaden tonen nog altijd enige gelijkenis met de mode van het Laat Westelijk Romeinse rijk [8] en de kerkprovincies volgen in het voormalige rijk nog redelijk de oude Romeinse provincies. Vertoont de vader God gelijkenissen met de machtige positie van de vader over zijn kinderen binnen het Romeinse rijk?

“Het lijkt of binnen de Christelijke theologie het mysterie van de Goddelijk drie-eenheid nodig is om verschillende verschijningsvormen van mysteries uit het verleden te herenigen. Door deze hereniging van de drie-eenheid en het door rituelen (met gebruikelijke offers) onderhouden van deze hereniging wordt het vertrouwen in de wereld binnen het Christelijk geloof in stand gehouden. Door dit vertrouwen en geloof ontstaat voor de gelovigen een uitzicht op een wederopstanding”, zeg jij.

“Jouw uitleg klinkt goed; ik laat het onderzoek naar de juistheid over aan kerk historici [11]. De goddelijke drie-eenheid, de wereld en het gehele universum passen ook volkomen binnen een andere metafoor voor het mysterie van het leven. Binnen Indra’s net passen de drie verschijningsvormen van God uitstekend inclusief de wereld en het gehele universum. Allen zijn binnen deze metafoor glasparels die meer of minder stralen en reflecteren. Door hun onderlinge straling en reflectie vormen zij elkaar en maken het onderlinge net. Binnen deze metafoor is een kerk een gemeenschap die – al dan niet met een gebouw – elkaar door wederzijdse reflectie vanuit een geloof vormen opdat het levenspad wordt doorlopen”, zeg ik.

“Als wij in deze richting verder gaan, dan is de heilige geest de levensweg, het licht, de wind, het water, de lucht en alle stofdeeltjes waar wij uit zijn voortgekomen en waar wij weer naar terugkeren. Het doet mij ook denken aan de opening van de Ishvara upanishad die ongeveer als volgt gaat: “Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel. Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel. Vrede, vrede, vrede.” [10]”, zeg jij.

“Er blijven twee vragen over. Volgens de metafoor van Indra’s net zou geen deeltje verloren mogen gaan. En de tweede vraag komt op omdat ik ergens gelezen heb dat ook de goden zijn gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg. Misschien hierover later meer tijdens onze Odyssee”, zeg ik.

Het volgende bericht is een overgang naar de volgende rust plaats “Vijf” en gaat over het “Woord”.


[1] Zie voetnoot 6 bij het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Lamb_of_God

[3] De eerste aanzet tot de Christelijke leerstelling van de drie-eenheid is gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders van de grote christelijke centra in  Rome, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem. Dit Concilie wijst het arianisme – waarin de werkwoord-kern “arh” te herkennen is die in het Sanskriet “waardig zijn” of “in staat zijn” betekent – af en verklaart deze zienswijze tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, heeft verkondigd dat Christus geen goddelijke natuur heeft maar een door God geschapen – weliswaar superieur – mens is en daarom als “Zoon van God” ondergeschikt is aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalt het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God is en in essentie één met de God de Vader. In Nicea wordt de triniteitsleer nog niet volledig uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, wordt nog niet gesproken. Dit gebeurt pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381 waar de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk wordt vast gesteld met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God. De Heilige Geest, zo zegt de tekst, “voortkomt uit de Vader”. In het Latijn luidend: “qui ex patre procedit”. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel

[5] Zie bericht: Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1 van 5 mei 2011.

[6] Zie bericht: Inleiding: Drie – Dubio trancendit van 28 april 2011.

[7] Bron: Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil.  Red. Ariès, Philippe & Duby, George.

[8] Bron: hoofdstuk 1 van Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil. 

[9] Het woord Jupiter is samengesteld uit de woorden Deus (of Dieu in het Frans) dat via de werkwoordkern “div” in het Sanskrit “stralen, schijnen vermeerderen” betekent en “ptr” dat vader betekent.

[10] Zie ook: Major B.D. Basu ed., The Upanishads, Volume 1 and 23. New Delhi: Cosmo Publications, 2007

[11] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel. De Triniteitsleer – met de Heilige Geest als derde Goddelijke persoon – wordt nog niet uitgewerkt in de geloofsbelijdenis zoals vastgesteld tijdens het Concilie van Nicea in 325 n. Chr. Tijdens het concilie van Constantinopel in 381 wordt een aangepaste geloofsbelijdenis vastgesteld, waarin de Heilige Geest als derde goddelijke persoon naast de Vader en de Zoon wordt erkend waarbij de Heilige Geest voortkomt uit de Vader of  “qui ex patre procedit”. De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt door alle Christenen aanvaard. In 589 n. Chr. wordt tijdens het Derde Concilie van Toledo in de latijnse tekst “filioque” of “en de zoon” toegevoegd: de Heilige Geest komt volgens de latijnse tekst voort uit de Vader èn de Zoon. Karel de Grote heeft bewerkstelligd dat deze toevoeging door de Duitse kerken in 794 n. Chr.  als enig juiste tekst is aanvaard. Paus Leo III heeft Karel de Grote in 808 n. Chr.  laten weten dat het niet gepast is om aan de geloofsbelijdenis “filioque” toe te voegen. Karel de Grote heeft aan zijn stellingname vastgehouden; hij heeft Paus Leo III niet gevraagd om zijn zoon tot keizer te kronen. Nog steeds wordt in de Rooms-Katholieke geloofsbelijdenis  “filioque” vermeld. De Griekse en Oosters-Orthodoxe Kerken hebben deze toevoeging gezien als een ketterse aantasting van de Triniteitsleer, omdat met de toevoeging wordt gezegd dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader èn de Zoon en dus geen gelijkwaardige God is. In 1054 n. Chr.  Heeft deze toevoeging tot een schisma tussen de Kerk van Rome en de Oosters-Orthodoxe Kerken geleid. Zie ook:  Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 2. Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 213 – 216.

Bij het bestuderen van deze ontwikkeling ontstaan de volgende vragen. Waarom hebben Christenen niet  aanvaard dat de Drie-eenheid drie verschijningsvormen zijn van één en hetzelfde waarbij zij elkaar vormen? Waarom zijn de Vader en de Zoon niet voortgekomen uit de Heilige Geest als er behoefte is aan één oorsprong?

Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods


In het vorige bericht hebben wij het offer als “object in het midden” bezien. Hiervoor hebben jij en ik gekeken naar de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986. Aan het einde van de film hebben wij gezien hoe de vader alles wat hij bezit en alles wat hem aan dit leven bindt, heeft geofferd aan God. Hij heeft dit offer gebracht om de wereld te redden, opdat alles weer wordt zoals het was voor de oorlogsdreiging en om bevrijd te worden van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Dit offer van de vader is tegelijkertijd ook een ongewild offer geworden van zijn familie en naasten.

De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij geeft voortdurend water aan de dode boom en hierdoor brengt hij de boom – de levensboom – weer tot leven. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf.

Volkomen terecht vraagt de zoon aan het einde van de film: “In het begin is het woord. Waarom Vader?”

Met deze vraag zijn wij bij de eerste zin uit het Johannes evangelie in het Nieuwe Testament gekomen[1]. Later op onze Odyssee zullen wij proberen antwoorden te krijgen op deze onvermijdbare vraag van de zoon.

In dit bericht gaan wij het offer als “object in het midden” verder bezien. Wij kijken hiervoor naar het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent. Dit schilderij verbeeldt Jezus in de vorm van het Lam Gods. Het Lam Gods staat beschreven in het eerste hoofdstuk van het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament: “Op de volgende dag ziet Johannes Jezus naar zich toe komen. Johannes zei: “Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt!”” [2]

 [3]

In mij hoor ik het Agnus Dei uit de mis in B – mineur van Johan Sebastian Bach.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis pacem”.[4]

“Het lijkt of wij de laatste weken van onze Odyssee delen van de liturgie van een heilige mis uit de Katholieke kerk volgen. Enkele weken geleden zijn wij begonnen met het Kyrie waar waarschijnlijk het woord “kerk” uit is ontstaan[5]. Binnen de kerken zijn wij verder gegaan met het Credo in de vorm van het licht als hoop. De bezinning en de preek zijn gevolgd binnen de twee bezinningsruimte. En nu zijn wij bij de offergave aangekomen bij het kijken naar de film “Offret” en het Agnus Dei[6] als Lam Gods”, zeg ik.

[7]

“Het Credo – of ik geloof – heb ik nooit met overtuiging kunnen zeggen. Het is voor mij niet mogelijk om te geloven in de Christelijke theologie”, zeg jij.

“Jij bent niet alleen en ik voel deze twijfel met jou. Ook Thomas een van de leerlingen van Jezus, kan niet geloven in het offer van het Lam Gods en in de opstanding van Jezus als redding en wederopstanding van alle mensen of gelovigen. Het schilderij van Caravaggio laat dat zien. Deze twijfel van Thomas wordt ook door het voelen van de wond niet helemaal weggenomen. Waarschijnlijk gaan geloof en twijfel bij veel Christenen hand in hand”, zeg ik.

 [8]

“Ik geloof wel dat iedere dag de zon opgaat als wederopstanding en ik geloof in mijn volgende adem teug. Maar in het offer van het Lam Gods als redding van het heelal kan ik niet geloven”, zeg jij.

“Mensen hebben ook getwijfeld aan de opkomst van de zon en aan de volgende adem teug. Hierover zijn veel rituelen bekend voor het vestigen en het bestendigen van dit vertrouwen.  Mensen kennen veel onzekerheden over het verleden, over het heden en over de toekomst. De Christelijke theologie probeert deze onzekerheden (“in dubio” of “in twijfel” in het latijn) door geloof, rituelen – waaronder offergaven – en vertrouwen te overstijgen. Een zeer gelovige Christen zei eens: “Het laatste dat ik wil verliezen, is mijn geloof”. Uit deze zin spreekt volgens mij ook een spoor van twijfel. Een rotsvast geloof gaat niet verloren. Door rituelen proberen mensen vertrouwen en hoop te krijgen en te bestendigen. Het Christelijk geloof zegt: “En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen”.[9] Het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck laat dat mooi zien: de Vader, de Zoon als Lam Gods en de Heilige Geest als drie eenheid.”

“De bijbel kent het boek Job dat over een rotsvast geloof gaat [10]. Ik moet ook aan de Japanse dichter Rӯokan denken nadat ’s-nachts alles uit zijn eenvoudige hut is gestolen:

“De dief laat achter,

de veranderende maan

aan het firmament.” [11]

De maan [12] staat voor het rotsvaste geloof van Rӯokan”, zeg jij.

“Het geloof van mensen in het verleden lijkt vaak zekerder, omdat wij een deel van hun verleden als vaststaand beschouwen. Maar misschien heeft het rotsvaste geloof in hun tijd ook onzekerheden gekend. Als wij met hun ogen kijken, zien wij dan een andere wereld, andere onzekerheden, andere verwachtingen, een ander geloof? Ik weet dat niet”, zeg ik.

“Ik ook niet. Zullen wij in het volgende bericht de duif in de vorm van de Heilige Geest verder bekijken?”, zeg jij.


[1] Johannes 1:1 uit het Nieuwe Testament: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

[2] Johannes 1:29 en 1:36 uit het Nieuwe Testament.

[4] Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de Vrede.

[5] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Het woord “Kūrios” komen wij in het Kyrie Eleison nog tegen in de liturgie. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[6] “Het Agnus Dei maakt deel uit van de mis in de Katholieke kerk en schijnt voor het eerst geïntroduceerd te zijn tijdens een mis door Paus Sergius I (687-701 n. Chr.). Agnus Dei betekent letterlijk Lam Gods en verwijst naar Christus in zijn rol van de perfecte opoffering die de zonden van de mens verzoent in de christelijke theologie. Het gebed stamt uit de oud joodse tijd van de sacramentele opofferingen. Het Agnus Dei wordt tijdens de mis gezongen terwijl de priester het heilig Brood breekt en de vermenging plaats vindt: de priester laat een deeltje van de hostie in de kelk – gevuld met wijn en water als bloed van Christus – vallen.

Het offer van een lam en het Bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden-Oosten een vaker gebruikt beeld. Het verwijst naar de oude Joodse gewoonte om door een zoenoffer het volk te bevrijden van zijn zonden. In de protestantse kerken wordt de aan Openbaring van Johannes ontleende uitdrukking “gewassen in het bloed van het lam” wel gebruikt als aanduiding van de verlossing van de door kerken veronderstelde erfzonde. Op onze Odyssee zijn wij het vee-offer tegengekomen in de Trito mythe en de vee-cyclus.

In de kunst is het Agnus Dei de figuur van een lam dat een kruis draagt, symbool voor Jezus als Lam Gods. Deze voorstelling wordt vaak gebruikt in christelijke kunstwerken, waarvan het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent het beroemdste is.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Agnus_Dei

[8] http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:The_Incredulity_of_Saint_Thomas_by_Caravaggio.jpg

[9] Bron: Psalm 9:10 “God, de beschermer der vromen”.

[10] Ook Job wanhoopt wanneer zijn vrouw en hij de grote tegenslagen direct aan hun lichamen ondervinden. Job roept God ter verantwoording en vraagt aan God waaraan hij deze tegenslagen verdiend heeft, zijn geloof is toch onvoorwaardelijk. In een storm antwoordt God: “Waar was jij toen ik de lucht en de aarde scheidde en het universum schiep!”. Job erkent hierna zijn onkunde, vraagt om onderricht en bekent dat hij nu God in zijn almacht direct heeft gezien. Job doet boete in stof en as. Na een vee-offer verdwijnt de toorn van God en de voorspoed keert voor Job terug.

Wanneer Job alle tegenslagen als onderdeel van zichzelf zou hebben herkent, zou Job dan aan God hebben kunnen antwoorden dat hij bij de scheiding van lucht en aarde aanwezig is geweest? Zou hij hebben durven zeggen dat zijn verschijningsvorm zich bij de scheiding van lucht en aarde heeft aangepast aan de omstandigheden? Dat hij altijd één is gebleven tijdens en na de scheiding van lucht en aarde en tijdens en na de craquelé die gevolgd is?

[11] Bron: Stevens, John, Three Zen Masters, Ikkyū, Hakuin, Rӯokan. Tokyo: Kodansha International, 1993. Pagina 131.

[12] Rӯokan is een Japanse Zen Boeddhist. Zen Boeddhisme is in China ontstaan uit een samengaan van het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Taoïsme kent Tao als kernbegrip dat letterlijk “weg of levensloop” betekent, maar het woord komt waarschijnlijk voort uit het woord “Maan”. Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993 Pagina: 35.