Categorie archief: Een

Inleiding: Twee – Eerste ordening


“Uw verteller neemt u nu mee naar de tijd dat aarde en lucht zijn gescheiden en alles als craquelé is gebarsten en daarna uiteen is gevallen tot kleine stofdeeltjes. Na het volkomen uiteenvallen van “Een” in oneindig veel deeltjes, is er weer een begin van ordening ontstaan. Uit deze eerste ordening zijn in de loop van de tijd steeds complexere vormen van leven ontstaan. De geschiedenis van deze ordening kent uw verteller niet, want hij is in zijn hedendaagse gedaante niet bij dit ontstaan geweest. Ook kent uw verteller de volledige wijze van de ordening niet: de verschillende manifestaties van dit absolute wonder zijn alleen te zien als de omstandigheden dat voor ons toelaten.

In de hedendaagse wereld gebruiken wij hiërarchieën – naar de menselijke maat – om voor ons ordening in de oneindig vele verschijningsvormen aan te brengen. Enige jaren geleden heeft uw verteller in een boek [1] een beschrijving van een hiërarchie gelezen, die voor mensen in de Westerse samenleving herkenbaar is. Deze hiërarchie ziet er ongeveer als volgt uit:

  • Niet levende organismen
  • Levende organismen
  • Mensen
    • Biologie
    • Wetten en regels
    • Wetenschap
    • Kwaliteit
  • Complexe structuren
    • Hardware
    • Software
    • Dorpen met eigen dynamiek
    • Steden met eigen dynamiek

De schrijver van dit boek [1] heeft als ethisch uitgangspunt, dat iedere verschijningsvorm in principe even veel recht van bestaan heeft. Maar als een keuze tussen twee verschijningsvormen onvermijdelijk is, dan verdient een complexere verschijningsvorm – in dit geval een wezen dat een hogere plaats in de hiërarchie heeft – de voorkeur.

Een tweede hiërarchie heeft uw verteller een paar duizenden jaren gelezen. Deze rangorde is voor moderne mensen in de Westerse samenleving minder eenvoudig te volgen. Deze hiërarchie kent een rangorde van de volgende 31 “verblijfplaatsen” [2]:

  • Hellen
  • Titanen
  • Hongerige geesten
  • Dieren
  • Mensen
  • Goden in 22 categorieën
  • Vijf sferen van oneindige ruimte, bewustzijn en leegte.

In beide hiërarchieën neemt de mens een centrale plaats in. Zelfoverschatting van de mensheid? Wij weten het niet. Op latere aanlegplaatsen zullen wij meer zien van deze twee ordeningen.

De Westerse wereld kent ook een tweedeling in hemel en hel. Zijn de hemel en de hel dicht bij of ver weg, of alleen voorbehouden voor een hiernamaals? Uw verteller weet het niet. Enkele tientallen jaren geleden heeft Narrator een pastoor in Valkenburg tijdens een preek het verschil tussen hemel en hel horen uitleggen.

Deze pastoor zei: “In de hel hebben mensen een kleine handicap: zij kunnen hun armen niet buigen. Zij zijn in een ruimte met de meest overvloedige spijzen en dranken. Maar helaas blijven zij altijd hongerig en dorstig, omdat zij de spijzen en dranken alleen kunnen zien en het eten en drinken onmogelijk is door de kleine handicap.

[3]

In de hemel hebben mensen dezelfde kleine handicap en zijn zij in dezelfde ruimte met spijzen en dranken. Maar honger en dorst hebben zij niet, want de mensen zorgen voor elkaar, de ene mens geeft de ander met gestrekte arm te drinken en te eten naar behoefte en tevredenheid.”

Een mooie uitleg van een en hetzelfde op twee manieren bekeken? Of twee manifestaties die afhangen van de verschillende de omstandigheden? Of twee verschillende werelden? Uw verteller weet het niet.

Het volgende bericht gaat over tweelingen.


[1] Pirsig, Robert M., Lila, an Inquiry in Morals. London: Bantam Press, 1991

[2] The Long Discourses of the Buddha. Massachusetts: Wisdom Publications, 1995 p. 38-39

Advertenties

Inleiding: Twee – Scheiding van Aarde en Lucht


Als afscheid van de aanlegplaats “Een” tijdens onze Odyssee, hebben jij en ik de documentaire “Powers of Ten”[1] twee keer bekeken. De eerste keer hebben wij genoten van de beelden; de tweede keer hebben wij aandachtig gekeken naar de verschillende manifestaties van “Indra’s net” bij verschillende afmetingen. De waarnemingen van “Indra’s net” zijn steeds hetzelfde en steeds anders.

Wij naderen onze tweede aanlegplaats op onze Odyssee.

Eerst is alles volkomen één. Aarde en lucht, licht en duister zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden: één en al. Voorafgaand aan woorden en zonder gedachten blijft deze eenheid altijd aanwezig. Helaas is voor jou en mij deze volledige eenheid niet in gedachten en woorden te bevatten: de complete eenheid gaat aan ons bevattingsvermogen vooraf.

Op een zeker moment zijn aarde en lucht gescheiden[2]. Is de eerste scheiding snel en in één zucht verlopen, of langzaam en fluisterend, of in oerknal gevolgd door een flits? Wij weten het niet.

[3]

Deze scheiding van aarde en lucht is de meest pijnlijke scheuring tot op heden. Het boek Genesis uit het Oude Testament spreekt van een scheuring van hemel en aarde. Door deze scheiding is een alles omvattend gat ontstaan waar alle het andere doorheen kan. De volgende splitsingen zijn vage herinneringen van deze eerste scheuring van aarde en lucht. Niet dat deze latere scheuringen niet pijnlijk kunnen zijn, maar deze oer scheur is de immense scheiding waaruit de andere splitsingen als craquelé zijn voortgekomen.

[4]

Tijdens de “Scheiding van Aarde en Lucht” en de daarop volgende scheuringen zijn jij en ik verdwenen uit de volkomen eenheid. Het is ook het einde van ons volkomen samenzijn. Als gescheiden wezens gaan wij onze eigen weg. Maar het verlangen naar de volkomen eenheid blijft aanwezig: “I tend my flowers for thee – Bright Absenty”[5].

Wij zijn aangekomen op de tweede aanlegplaats van onze Odyssee.


[2] Zie Genesis 1:1 uit het Oude Testament

[5] Bron: Dickinson, Emily, The Complete Poems of Emily Dickinson. London: Faber, 1977 – Gedicht 339

Inleiding: Een – “Powers of Ten”


Nadat jij en ik door de prachtige wereld van “Indra’s net[1]” zijn gegaan, kijken wij nu uit naar de voorstelling van de 10 minuten durende film “Powers of Ten” van Ray en Charles Eames uit 1968 (en opnieuw uitgebracht in 1977).

Voordat wij de film gaan bekijken, nog een introductie.

Ray and Charles Eames[2] is een architecten/ontwerpers echtpaar dat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van moderne architectuur en meubelontwerpen.

Eerst een indruk van het “Eames house”[3]:

[4]

En een afbeelding van een fauteuil in the “Soft Pad serie” ontworpen rond 1968:

[5]

De documentaire “Powers of Ten” is een avontuur in afmetingen en vergezichten op verschillende schalen. De film toont het ons bekende universum in “machten van tien”[6]. De inhoud en structuur van de film is gebaseerd op het boek “Cosmic ViewThe Universe in 40 Jumps[7] uit 1957 (in het Nederlands: Wij in het heelal, een heelal in ons, 1959) van de Nederlandse pedagoog Kees Boeke[8], die onder meer oprichter is van de “Werkplaats Kindergemeenschap”[9] te Bilthoven.

De film begint bij een picknick plaats aan het meer bij Chicago. Iedere 10 seconden worden wij tien keer verder  in het heelal meegenomen, totdat ons zonnestelsel alleen maar een stofje aan het firmament is. Vandaar gaan wij snel terug naar de picknick plaats. Daar zoomen wij in op de hand van de slapende pick-nicker. Iedere tien seconden vergroten wij ons blikveld 10 keer totdat wij inzoomen op een koolstof atoom in een DNA molecuul in een witte bloed lichaampje.

Eigenlijk moeten jij en ik de film twee keer achter elkaar zien. De eerste keer om van de beelden te genieten en de tweede keer om te genieten van het zicht op “Indra’s net” bij verschillende afmetingen.

Geeft de combinatie van “Powers van Ten”, “Indra’s net” en de boeken van Brian Greene[10], een eerste visuele voorstelling van de string theorie? Zijn dit verschillende manifestaties van “Een”? Wordt “Een” getoond volgens de wegen van de wereld en niet volgens haar niet uit te drukken universaliteit[11]? Wij weten het niet. Kijk zelf.

Het volgende bericht is een inleiding op “Twee”, een nieuwe aanlegplaats op onze Odyssee.

Na deze introductie kan de film beginnen: bezoek hiervoor de volgende website:

http://www.powersof10.com/film

(klik op de hyperlink voor bezoek aan de website om de documentaire te zien)


[1] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[5] Bron afbeelding: EA222 Soft Pad op website van Vitra

[7] Boeke, Kees, Cosmic View, The Universe in 40 Jumps. 1957

[9] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Werkplaats_Kindergemeenschap en http://www.wpkeesboeke.nl/

[10] Zie: Greene, Brian, The Elegant Universe. 2003; The Fabric of the Cosmos. 2004; The Hidden Reality. 2011

[11] Zeer vrije weergave van een zinnen uit de Mahaprajnaparamita Sutra; zie ook: Porter, Bill, Zen Baggage, Berkeley: Counterpoint, 2009 – pagina 15 en 16.

Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net


Op weg naar “Powers of Ten” van Ray and Charles Eames komen jij en ik door een prachtige wereld. Het lijkt een schitterend glaspaleis waar alles als heel kleine glasparels in elkaar en met elkaar weerkaatst. Hieronder laten wij een uitvergroting zien van een heel klein deeltje uit deze wereld.

[1]

Ineens herkennen wij dit glaspaleis uit de beschrijvingen in boeken: dit is “Indra’s Net”[2]. Wij zijn helemaal opgenomen in deze wereld; jij en ik en deze hele wereld worden een en volkomen in elkaar gereflecteerd[3]. Maar wij zijn ook aan de rand van “Eén” gekomen. Hoewel alles met alles reflecterend, beginnen de deeltjes ook los van elkaar te staan. Jij en ik zullen een indruk geven van Indra’s net.

Indra’s net is een oneindig groot net, dat zeer fijn is geweven. Het is doorzichtig – leeg – en vol van oneindig veel doorzichtige en reflecterende glasparels die in elkaar schitteren. Ieder glaspareltje of juweel is oneindig klein en schittert hemels en goddelijk[4] mooi. Deze prachtige wereld lijkt door de schitterende juwelen het summum van pantheïsme. Maar door de complete samenhang van de juwelen overstijgt deze wereld het pantheïsme volkomen.

Eerst een statische beschrijving van het net. De juwelen staan in voortdurende verbinding met elkaar doordat ieder juweel in alle andere juwelen wordt weerspiegeld. Alle andere juwelen worden ook in één juweel gereflecteerd. Het ene juweel vormt het gehele net doordat het hele net in dit ene juweel weerkaatst wordt èn doordat dit ene juweel door alle ander juwelen wordt gezien. Het ene juweel vormt het net èn alle andere juwelen geven vorm aan dit ene juweel.

Nu volgt de betovering: het net gaat bewegen. Als een juweel gaat bewegen gaat het gehele net bewegen en veranderen. Als het gehele net vibreert, dan vibreert het betreffende juweel mee. Doordat iedere juweel afzonderlijk flonkert met de andere juwelen, is verandering een voortdurende volkomenheid. Het gehele net vibreert in en met elkaar. Ieder juweel speelt zijn spel en vormt het net. Alle juwelen spelen hun spel en vormen iedere juweel afzonderlijk. Ieder juweel vormt allen en allen vormen ieder juweel. “Eén” is het gehele net en “Eén” is ook iedere glasparel in het net. Tussen de ene glasparel en het gehele net is nu nog geen onderscheid te maken.

Wij gaan verder door deze prachtige wereld en naderen de aanlegplaats “Twee” op onze Odyssee. Een voorbode van een eerste clustering van de glasparels wordt langzaam duidelijker. Jij en ik en alles om ons heen begint zich te clusteren. De onderstaande afbeelding geeft een schematische en statische weergave. In hoofdstuk twee vertellen wij van de eerste oer scheuring  en de verdere splitsingen die alles als craquelé uiteen laten vallen.

[5]

In het volgende bericht gaan wij – zoals beloofd – kijken naar de 10 minuten durende film van Ray and Charles Eames “Powers of Ten” uit 1968.


[2] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[3] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993 p 363. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond en ziek zijn.

[4] Het woord “Deus” voor God is afkomstig van de werkwoord wortel “div”, dat in het Sanskriet “schitteren, vermeerderen, verheugen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Inleiding: Een – “het universum is een droombeeld”


De tweede klassieker waar jij en ik een omweg voor maken is “Het universum als een droombeeld” of “mâya”[1] in het Sanskriet.

[2]

Een aantal Oosterse religies zijn gebaseerd op de vooronderstelling dat alle verschijnselen zijn opgenomen in of komen voort uit een universele wezen/entiteit (bijvoorbeeld: Âtman[3] of Brahman[4]). Buiten deze universele entiteit bestaat er geen enkel onafhankelijk wezen/entiteit: er bestaat slechts één universele entiteit. Alle andere waarnemingen buiten deze entiteit zijn een illusie. Mensen nemen deze universele entiteit zelden waar: meestal wordt de myriade van illusies voor afzonderlijke illusionaire werkelijkheden gehouden.

[5]

Binnen het raamwerk van deze klassieker wordt door gewone mensen het vergankelijke als permanent ervaren en wordt het blijvende als vergankelijk gezien.

Het verschil tussen “Solipsisme” en “Het universum is een droombeeld” bestaat uit het feit dat een Solipsist zijn eigen bewustzijn als compleet en universeel ervaart. Binnen “Het universum is een droombeeld” wordt het eigen bewustzijn en de eigen waarnemingen als droombeeld en illusies gezien die misschien een afspiegeling zijn van een universele wezen/entiteit.

Het Solipsisme is een klassieker die weinig aanhangers kent, omdat:

  • het Solipsisme innerlijk wel consistent en logisch is, maar zij is niet falsifieerbaar, niet te weerleggen of te bewijzen[6].
  • het Solipsisme zich uitsluitend beperkt tot het bewustzijn van de waarnemer, waarbuiten niets bestaat. Deze hypothese is voor onderzoekers zeer beperkend.

“Het universum is een droombeeld” is een denkraam dat vele verschijningsvormen kent. De ideeënleer van Plato heeft kenmerken van deze klassieker. “De blik van de ander” en “De kwade trouw” van Sartre[7] – waardoor jij en ik onze vrijheid verliezen en tot een ding worden gereduceerd[8] – hebben ook kenmerken van deze klassieker. In de latere hoofdstukken komt dit denkraam nog in vele vormen terug.

Zullen jij en ik aan het einde van de Odyssee bij onze thuiskeer de klassieker “Het universum als een droombeeld” hebben verinnerlijkt en overstegen? Wij weten het nog niet.

Het volgende bericht gaat over de derde klassieker “het pantheïsme”.


[1] Een illusie creëren. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

[2] Bron afbeelding: http://kunstbende.nl/nl/272-medewerkers – Anne Denneman

[3] In het Sanskriet betekent “Âtman” onder meer “adem, algemene ziel, individuele ziel, natuur, essentie, het hoogste bestaande wezen). “Âtman” bestaat uit “Ât” dat “alzo, verder” betekent en “man” dat onder meer “denken, bewustzijn, weten, bevatten” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

[4] “Brahman” betekent in het Sanskriet onder meer “religieuze of spirituele kennis/wijsheid”. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Mogelijk is dit woord ontstaan uit de werkwoord-wortel “brh” dat “bidden, vermeerderen, groeien, vergroten” betekent en “man” dat onder meer “denken, bewustzijn, weten, bevatten” betekent.

[6] Zie Solipsisme in http://www.wikepedia.nl

[7] Zie ook: Sartre, Jean-Paul, Being and Nothingness. New York: Washington square press: 1977
[8] In hoofdstuk 5 zullen jij en ik met deze zienswijze kennis maken.

Inleiding: Een – solipsisme


Tijdens onze Odyssee ontmoeten jij en ik drie voor de hand liggende klassieken. Klassieken zijn denkbeelden waar niemand het meer (volledig) mee eens is, maar die nog steeds het bestuderen waard zijn om verder te komen. Wij maken bij deze inleiding een korte omweg langs de drie klassieken, het “solipsisme”, “het universum is een droombeeld” en het “pantheïsme”.

Solipsisme[1]

Het solipsisme kent en erkent één enkel bewustzijn dat volledig en compleet samenvalt met het bewustzijn van de waarnemer. In de oorspronkelijke vorm van solipsisme is er geen bestaan buiten het bewustzijn van de waarnemer. Op onze Odyssee zullen jij en ik vele elementen en vormen van solipsisme tegenkomen.

[2]

De eerste aanlegplaats – beschreven in hoofdstuk één – herbergt op het eerste gezicht enkele kenmerken van solipsisme, maar deze aanlegplaats ontkomt heel eenvoudig aan het solipsisme doordat de volkomen eenheid bij de volgende aanlegplaatsen in twee of meer delen is opgesplitst, waarbij niet uitgesloten mag worden dat deze afzonderlijke delen ook een gescheiden bewustzijn hebben. Daarnaast komt één steeds terug als eerste deelgetal van ieder priemgetal.

Bij de tweede en derde aanlegplaats zullen wij het solipsisme niet eenvoudig aantreffen.

Op onze vijfde aanlegplaats kan ieder van de vijf eenvoudige realiteiten ontsporen in solipsisme doordat iedere realiteit zichzelf ziet als het enige echte bewustzijn waarin alles volledig en compleet binnen samenvalt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Uitsluitend natuurwetenschap die uitgaat van feiten en logica is werkelijk: al het andere is een waanbeeld of erger. In deze extreme vorm gaat natuurwetenschap over in religie; en religie valt vooralsnog buiten de competentie van natuurwetenschappen.
  • Alleen gevoelens doen er toe. Al het andere is een kilte waar wij ons verre van moeten houden.
  • Alleen in de leegte kan ik wonen, nooit vond ik ergens anders onderdak[3]. Dit is een valkuil voor ijverige beoefenaars van meditatie. Als door de sirenen[4] gelokt, worden deze beoefenaars weer naar de leegte terug gezogen voorbijgaand aan de andere realiteiten.
  • Alles is enkel verandering; of alleen vernieuwing telt[5].
  • Alles is onderling volkomen verbonden: deze verbondenheid is een samenhangend bewustzijn waarbuiten niets bestaat. Bij de aanlegplaats “nul – niet een, niet twee” zullen wij zien hoe deze vorm van solipsisme overstegen wordt.

Tijdens onze zevende aanlegplaatsen zullen wij elementen van solipsisme aantreffen bij alle zeven realiteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • In de realiteit van Ishvara[6] – waar jij en ik een ontmoeting hebben met god en de goden – wordt regelmatig alleen de realiteit van de eigen god en godsdienst erkend. Vreemde goden en godsdiensten worden geregeld met alle mogelijke middelen bestreden. Hier wordt de eigen god en godsdienst als het enige ware bewustzijn gezien waarbuiten niets bestaat (of mag bestaan).
  • Alleen de realiteit van “hier en nu” bestaat. Het overige is niet van belang of bestaat niet.

Aan het einde van onze Odyssee bij onze thuiskeer bij “nul – niet één, niet twee” zullen wij zien hoe deze vormen van solipsisme bij de zeven andere realiteiten overstegen worden.

Het volgende bericht gaat over de tweede klassieker “het universum is een droombeeld”.


[2] Afbeelding overgenomen uit: http://www.huubmous.nl/2010/02/01/het-solipsisme-van-een-kind/

[3] Vrije weergave van de dichtregels “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, nooit vond ik ergens anders onderdak” van Jan Jacob Slauerhoff.

[4] Zie de Odyssee van Homerus.

[5] Zie ook Herakleitos: “πάντα χωρεῖ καὶ οὐδὲν μένει”” dat “alles verandert en niets blijft” betekent. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Heraclitus

[6] Een filosofisch concept voor God in het Hindoeïsme, zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Ishvara. In het Sanskriet is het woord “Ishvara” samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “ish” dat “god, heerser” betekent – en waarin het Duitse woord “ich” nog herkend kan worden –, “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent en “ra” dat “geven, beinvloeden” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Inleiding: Een – Bloesem


 

Bloesem

[1]

Stof[2] steeg omhoog in de stam[3]

Naar het begin van een knop

Ontluikend in het lentelicht

De knop[4] toont een bloesemwaaier[5]

Haar pracht in volle glorie

In een zucht verstreken

Vol vertrouwen valt het bloesemblad

Van de knop naar beneden

Dwarrelend in een wolk op de wind[6]

Een dek van vingerafdrukken op de grond

Betreden door de wereld

Vergaan tot stof[7]

[8]

Dit gedicht kan ook als kreeftdicht of retrograde worden gelezen. In de paragraaf “Geen tijd, geen verandering” van hoofdstuk 7 ontmoeten jij en ik bij de mystici onder meer de rol van een bloem [5].


[1] Bron afbeelding: JvL

[2] Zie ook: Genesis 3:19: “Gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren”. Voordat de scheiding van lucht en aarde heeft plaats gevonden (zie aanlegplaats twee tijdens onze Odyssee), is nog altijd de overgang van leegte tot stof – en van stof tot stof – een weerspiegeling van de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid. Bij onze thuiskeer (zie de laatste aanlegplaats “nul”) hopen jij en ik weer in de volkomen eenheid terug te keren. Zijn wij ooit weg geweest?

[3] “Wordt stof geheven, dan bloeit het land. Wordt stof genomen, dan is de leegte/ruimte”. Dit is een erg vrije weergave  van koan 61 uit de Hekiganroku. Zie:Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels. München: Kösel-Verlag, 2002.

[4] De naam Buddha is in het Sanskriet samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “bud” dat “knop, begin” betekent – vergelijkbaar met het engelse woord “bud” in rosebud in de film “Citizen Kane” van Orson Wells – en de werkwoord-kern “dha” dat “plaatsen, verlenen, schenken” als betekenis heeft. Bron voor woorden in het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[5] Volgens de overleveringen is de tweede zen meester door Boeddha gezien toen hij als enige aanwezige de opgeheven bloem in de handen van Boeddha met een glimlach herkent. Is dit de herkenning van de volkomen eenheid? Wij weten het niet. De volgende Zen meesters zijn volgens de Denkōroku direct verbonden met elkaar. Zijn zij ooit weg geweest van het ontluiken van de bloem? Wij weten het niet.

[6] Hier zien jij en ik een manifestatie van het woord “aldus” of “evam”, dat in het Sanskriet onder meer “gaan op de wind” betekent. Zie ook de één na laatste alinea van het bericht van 1 april 2011.

[7] Zie ook: Het Oude Testament, boek prediker 12:7: “Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, wordt het weer zoals het is”. Is dit de volkomen eenheid of een manifestatie hiervan? Wij weten het niet.

[8] Bron afbeelding: JvL