Categorie archief: Een

Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net


Op weg naar “Powers of Ten” van Ray and Charles Eames komen jij en ik door een prachtige wereld. Het lijkt een schitterend glaspaleis waar alles als heel kleine glasparels in elkaar en met elkaar weerkaatst. Hieronder laten wij een uitvergroting zien van een heel klein deeltje uit deze wereld.

[1]

Ineens herkennen wij dit glaspaleis uit de beschrijvingen in boeken: dit is “Indra’s Net”[2]. Wij zijn helemaal opgenomen in deze wereld; jij en ik en deze hele wereld worden een en volkomen in elkaar gereflecteerd[3]. Maar wij zijn ook aan de rand van “Eén” gekomen. Hoewel alles met alles reflecterend, beginnen de deeltjes ook los van elkaar te staan. Jij en ik zullen een indruk geven van Indra’s net.

Indra’s net is een oneindig groot net, dat zeer fijn is geweven. Het is doorzichtig – leeg – en vol van oneindig veel doorzichtige en reflecterende glasparels die in elkaar schitteren. Ieder glaspareltje of juweel is oneindig klein en schittert hemels en goddelijk[4] mooi. Deze prachtige wereld lijkt door de schitterende juwelen het summum van pantheïsme. Maar door de complete samenhang van de juwelen overstijgt deze wereld het pantheïsme volkomen.

Eerst een statische beschrijving van het net. De juwelen staan in voortdurende verbinding met elkaar doordat ieder juweel in alle andere juwelen wordt weerspiegeld. Alle andere juwelen worden ook in één juweel gereflecteerd. Het ene juweel vormt het gehele net doordat het hele net in dit ene juweel weerkaatst wordt èn doordat dit ene juweel door alle ander juwelen wordt gezien. Het ene juweel vormt het net èn alle andere juwelen geven vorm aan dit ene juweel.

Nu volgt de betovering: het net gaat bewegen. Als een juweel gaat bewegen gaat het gehele net bewegen en veranderen. Als het gehele net vibreert, dan vibreert het betreffende juweel mee. Doordat iedere juweel afzonderlijk flonkert met de andere juwelen, is verandering een voortdurende volkomenheid. Het gehele net vibreert in en met elkaar. Ieder juweel speelt zijn spel en vormt het net. Alle juwelen spelen hun spel en vormen iedere juweel afzonderlijk. Ieder juweel vormt allen en allen vormen ieder juweel. “Eén” is het gehele net en “Eén” is ook iedere glasparel in het net. Tussen de ene glasparel en het gehele net is nu nog geen onderscheid te maken.

Wij gaan verder door deze prachtige wereld en naderen de aanlegplaats “Twee” op onze Odyssee. Een voorbode van een eerste clustering van de glasparels wordt langzaam duidelijker. Jij en ik en alles om ons heen begint zich te clusteren. De onderstaande afbeelding geeft een schematische en statische weergave. In hoofdstuk twee vertellen wij van de eerste oer scheuring  en de verdere splitsingen die alles als craquelé uiteen laten vallen.

[5]

In het volgende bericht gaan wij – zoals beloofd – kijken naar de 10 minuten durende film van Ray and Charles Eames “Powers of Ten” uit 1968.


[2] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[3] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993 p 363. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond en ziek zijn.

[4] Het woord “Deus” voor God is afkomstig van de werkwoord wortel “div”, dat in het Sanskriet “schitteren, vermeerderen, verheugen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Inleiding: Een – “het universum is een droombeeld”


De tweede klassieker waar jij en ik een omweg voor maken is “Het universum als een droombeeld” of “mâya”[1] in het Sanskriet.

[2]

Een aantal Oosterse religies zijn gebaseerd op de vooronderstelling dat alle verschijnselen zijn opgenomen in of komen voort uit een universele wezen/entiteit (bijvoorbeeld: Âtman[3] of Brahman[4]). Buiten deze universele entiteit bestaat er geen enkel onafhankelijk wezen/entiteit: er bestaat slechts één universele entiteit. Alle andere waarnemingen buiten deze entiteit zijn een illusie. Mensen nemen deze universele entiteit zelden waar: meestal wordt de myriade van illusies voor afzonderlijke illusionaire werkelijkheden gehouden.

[5]

Binnen het raamwerk van deze klassieker wordt door gewone mensen het vergankelijke als permanent ervaren en wordt het blijvende als vergankelijk gezien.

Het verschil tussen “Solipsisme” en “Het universum is een droombeeld” bestaat uit het feit dat een Solipsist zijn eigen bewustzijn als compleet en universeel ervaart. Binnen “Het universum is een droombeeld” wordt het eigen bewustzijn en de eigen waarnemingen als droombeeld en illusies gezien die misschien een afspiegeling zijn van een universele wezen/entiteit.

Het Solipsisme is een klassieker die weinig aanhangers kent, omdat:

  • het Solipsisme innerlijk wel consistent en logisch is, maar zij is niet falsifieerbaar, niet te weerleggen of te bewijzen[6].
  • het Solipsisme zich uitsluitend beperkt tot het bewustzijn van de waarnemer, waarbuiten niets bestaat. Deze hypothese is voor onderzoekers zeer beperkend.

“Het universum is een droombeeld” is een denkraam dat vele verschijningsvormen kent. De ideeënleer van Plato heeft kenmerken van deze klassieker. “De blik van de ander” en “De kwade trouw” van Sartre[7] – waardoor jij en ik onze vrijheid verliezen en tot een ding worden gereduceerd[8] – hebben ook kenmerken van deze klassieker. In de latere hoofdstukken komt dit denkraam nog in vele vormen terug.

Zullen jij en ik aan het einde van de Odyssee bij onze thuiskeer de klassieker “Het universum als een droombeeld” hebben verinnerlijkt en overstegen? Wij weten het nog niet.

Het volgende bericht gaat over de derde klassieker “het pantheïsme”.


[1] Een illusie creëren. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

[2] Bron afbeelding: http://kunstbende.nl/nl/272-medewerkers – Anne Denneman

[3] In het Sanskriet betekent “Âtman” onder meer “adem, algemene ziel, individuele ziel, natuur, essentie, het hoogste bestaande wezen). “Âtman” bestaat uit “Ât” dat “alzo, verder” betekent en “man” dat onder meer “denken, bewustzijn, weten, bevatten” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

[4] “Brahman” betekent in het Sanskriet onder meer “religieuze of spirituele kennis/wijsheid”. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Mogelijk is dit woord ontstaan uit de werkwoord-wortel “brh” dat “bidden, vermeerderen, groeien, vergroten” betekent en “man” dat onder meer “denken, bewustzijn, weten, bevatten” betekent.

[6] Zie Solipsisme in http://www.wikepedia.nl

[7] Zie ook: Sartre, Jean-Paul, Being and Nothingness. New York: Washington square press: 1977
[8] In hoofdstuk 5 zullen jij en ik met deze zienswijze kennis maken.

Inleiding: Een – solipsisme


Tijdens onze Odyssee ontmoeten jij en ik drie voor de hand liggende klassieken. Klassieken zijn denkbeelden waar niemand het meer (volledig) mee eens is, maar die nog steeds het bestuderen waard zijn om verder te komen. Wij maken bij deze inleiding een korte omweg langs de drie klassieken, het “solipsisme”, “het universum is een droombeeld” en het “pantheïsme”.

Solipsisme[1]

Het solipsisme kent en erkent één enkel bewustzijn dat volledig en compleet samenvalt met het bewustzijn van de waarnemer. In de oorspronkelijke vorm van solipsisme is er geen bestaan buiten het bewustzijn van de waarnemer. Op onze Odyssee zullen jij en ik vele elementen en vormen van solipsisme tegenkomen.

[2]

De eerste aanlegplaats – beschreven in hoofdstuk één – herbergt op het eerste gezicht enkele kenmerken van solipsisme, maar deze aanlegplaats ontkomt heel eenvoudig aan het solipsisme doordat de volkomen eenheid bij de volgende aanlegplaatsen in twee of meer delen is opgesplitst, waarbij niet uitgesloten mag worden dat deze afzonderlijke delen ook een gescheiden bewustzijn hebben. Daarnaast komt één steeds terug als eerste deelgetal van ieder priemgetal.

Bij de tweede en derde aanlegplaats zullen wij het solipsisme niet eenvoudig aantreffen.

Op onze vijfde aanlegplaats kan ieder van de vijf eenvoudige realiteiten ontsporen in solipsisme doordat iedere realiteit zichzelf ziet als het enige echte bewustzijn waarin alles volledig en compleet binnen samenvalt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Uitsluitend natuurwetenschap die uitgaat van feiten en logica is werkelijk: al het andere is een waanbeeld of erger. In deze extreme vorm gaat natuurwetenschap over in religie; en religie valt vooralsnog buiten de competentie van natuurwetenschappen.
  • Alleen gevoelens doen er toe. Al het andere is een kilte waar wij ons verre van moeten houden.
  • Alleen in de leegte kan ik wonen, nooit vond ik ergens anders onderdak[3]. Dit is een valkuil voor ijverige beoefenaars van meditatie. Als door de sirenen[4] gelokt, worden deze beoefenaars weer naar de leegte terug gezogen voorbijgaand aan de andere realiteiten.
  • Alles is enkel verandering; of alleen vernieuwing telt[5].
  • Alles is onderling volkomen verbonden: deze verbondenheid is een samenhangend bewustzijn waarbuiten niets bestaat. Bij de aanlegplaats “nul – niet een, niet twee” zullen wij zien hoe deze vorm van solipsisme overstegen wordt.

Tijdens onze zevende aanlegplaatsen zullen wij elementen van solipsisme aantreffen bij alle zeven realiteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • In de realiteit van Ishvara[6] – waar jij en ik een ontmoeting hebben met god en de goden – wordt regelmatig alleen de realiteit van de eigen god en godsdienst erkend. Vreemde goden en godsdiensten worden geregeld met alle mogelijke middelen bestreden. Hier wordt de eigen god en godsdienst als het enige ware bewustzijn gezien waarbuiten niets bestaat (of mag bestaan).
  • Alleen de realiteit van “hier en nu” bestaat. Het overige is niet van belang of bestaat niet.

Aan het einde van onze Odyssee bij onze thuiskeer bij “nul – niet één, niet twee” zullen wij zien hoe deze vormen van solipsisme bij de zeven andere realiteiten overstegen worden.

Het volgende bericht gaat over de tweede klassieker “het universum is een droombeeld”.


[2] Afbeelding overgenomen uit: http://www.huubmous.nl/2010/02/01/het-solipsisme-van-een-kind/

[3] Vrije weergave van de dichtregels “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, nooit vond ik ergens anders onderdak” van Jan Jacob Slauerhoff.

[4] Zie de Odyssee van Homerus.

[5] Zie ook Herakleitos: “πάντα χωρεῖ καὶ οὐδὲν μένει”” dat “alles verandert en niets blijft” betekent. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Heraclitus

[6] Een filosofisch concept voor God in het Hindoeïsme, zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Ishvara. In het Sanskriet is het woord “Ishvara” samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “ish” dat “god, heerser” betekent – en waarin het Duitse woord “ich” nog herkend kan worden –, “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent en “ra” dat “geven, beinvloeden” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Inleiding: Een – Bloesem


 

Bloesem

[1]

Stof[2] steeg omhoog in de stam[3]

Naar het begin van een knop

Ontluikend in het lentelicht

De knop[4] toont een bloesemwaaier[5]

Haar pracht in volle glorie

In een zucht verstreken

Vol vertrouwen valt het bloesemblad

Van de knop naar beneden

Dwarrelend in een wolk op de wind[6]

Een dek van vingerafdrukken op de grond

Betreden door de wereld

Vergaan tot stof[7]

[8]

Dit gedicht kan ook als kreeftdicht of retrograde worden gelezen. In de paragraaf “Geen tijd, geen verandering” van hoofdstuk 7 ontmoeten jij en ik bij de mystici onder meer de rol van een bloem [5].


[1] Bron afbeelding: JvL

[2] Zie ook: Genesis 3:19: “Gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren”. Voordat de scheiding van lucht en aarde heeft plaats gevonden (zie aanlegplaats twee tijdens onze Odyssee), is nog altijd de overgang van leegte tot stof – en van stof tot stof – een weerspiegeling van de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid. Bij onze thuiskeer (zie de laatste aanlegplaats “nul”) hopen jij en ik weer in de volkomen eenheid terug te keren. Zijn wij ooit weg geweest?

[3] “Wordt stof geheven, dan bloeit het land. Wordt stof genomen, dan is de leegte/ruimte”. Dit is een erg vrije weergave  van koan 61 uit de Hekiganroku. Zie:Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels. München: Kösel-Verlag, 2002.

[4] De naam Buddha is in het Sanskriet samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “bud” dat “knop, begin” betekent – vergelijkbaar met het engelse woord “bud” in rosebud in de film “Citizen Kane” van Orson Wells – en de werkwoord-kern “dha” dat “plaatsen, verlenen, schenken” als betekenis heeft. Bron voor woorden in het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[5] Volgens de overleveringen is de tweede zen meester door Boeddha gezien toen hij als enige aanwezige de opgeheven bloem in de handen van Boeddha met een glimlach herkent. Is dit de herkenning van de volkomen eenheid? Wij weten het niet. De volgende Zen meesters zijn volgens de Denkōroku direct verbonden met elkaar. Zijn zij ooit weg geweest van het ontluiken van de bloem? Wij weten het niet.

[6] Hier zien jij en ik een manifestatie van het woord “aldus” of “evam”, dat in het Sanskriet onder meer “gaan op de wind” betekent. Zie ook de één na laatste alinea van het bericht van 1 april 2011.

[7] Zie ook: Het Oude Testament, boek prediker 12:7: “Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, wordt het weer zoals het is”. Is dit de volkomen eenheid of een manifestatie hiervan? Wij weten het niet.

[8] Bron afbeelding: JvL

Inleiding: Een


Inleiding bij het eerste hoofdstuk

Jij en ik beginnen onze zoektocht naar “Wie ben jij” bij het begin van alles. In het begin is er geen onderscheid – en dus geen scheiding – aanwezig tussen jou, mij en alles om ons heen. Alles is volkomen verbonden. Is er dan al verandering? Wij weten het niet. Misschien vervloeit alles voortdurend. Of alles verandert steeds van grootte door periodieke uitzetting en inkrimping.

[1]

Bij een beschrijving van de volledige eenheid hebben woorden en concepten aanmerkelijke beperkingen, omdat zij bedoeld zijn om onderscheid te maken tussen dingen of gebeurtenissen. Woorden en concepten worden ook gebruikt voor het duiden van afzonderlijke dingen. Eén gaat vooraf aan afzonderlijke dingen, dus woorden en concepten zullen een gebrekkige weerspiegeling geven.

Bij de beschrijving van de volkomen eenheid is geprobeerd om een samenhang tussen inhoud en vorm te verkrijgen. Er is gekozen voor een dichtvorm waarbij de toestand van de volledige eenheid wordt weergegeven zonder wezenlijke ontwikkeling. Hierdoor zijn enkele gedichten overgegaan in een “retrograde of “kreeftdicht”, waarbij het gedicht ook van achter naar voren kan worden gelezen zonder wezenlijk aan betekenis in te boeten. Hieronder staat een couplet; twee gedichten zijn te lezen op de pagina “Een” in het menu.

Neemt de wind jou mee                                            Met de lucht over de zee

Vluchtig en vertrouwd                                               Vluchtig en vertrouwd

Met de lucht over de zee                                          Neemt de wind jou mee

De volkomen eenheid is beschreven volgens een menselijke maat, die herkenbaar is voor mensen in een westerse beschaving in een gematigd zeeklimaat. Een Bedoeïen in de Sahara zal een andere afspiegeling geven.

[2]

Een Eskimo zal weer een andere beschrijving maken. Dit verschil van weergave wordt veroorzaakt door de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid aan de afzonderlijke levensvormen. In latere hoofdstukken komen wij hier op terug.

Uiteraard is een volledige weergave op zijn plaats, maar dit is voor mensen niet te bevatten en het ontbreekt ons aan mogelijkheden hiertoe. Terecht merk jij op dat in hoofdstuk Eén met het woord “Aldus” – of “Evaṃ”[3] in het Sanskriet” – een juiste afspiegeling van de volkomen eenheid is gegeven; maar een afspiegeling blijft een reflectie.

In het volgende berichten gaan wij verder met het ontstaan van het gedicht “Bloesem”. Daarna bekijken wij de klassieken solipsisme, “het universum is een droombeeld” en pantheïsmen.


[2] Bron van afbeelding: http://www.ondernemen.in/INFO_Woestijn

[3] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

Inleiding: Rituelen – deel 1


Naast mythen kennen wij ook rituelen om belangrijke overgangen en veranderingen te duiden en een plaats te geven in ons leven. De rituelen bestaan vaak uit een aantal vaststaande handelingen.

Eerst gaan jij en ik enkele belangrijke “rites des passages” – of de rituelen die belangrijke overgangen duiden – in jouw leven bekijken.

Aan het begin van jouw leven – dus ook aan het begin van alle tijden – ben jij nog één met alles en iedereen om ons heen. Zijn er dan al overgangen en veranderingen? Wij weten het niet. Wij kennen ook geen riten uit deze fase van jouw leven.

Jouw eerste geboorte uit de alomvattende eenheid heeft plaats gehad bij de scheiding van lucht en aarde. Is de eerste scheiding snel en in één zucht verlopen, of langzaam en fluisterend, of in oerknal gevolgd door een flits? Wij weten het niet. Deze scheiding van aarde en lucht is de meest pijnlijke scheuring tot op heden; het boek Genesis uit het Oude Testament spreekt van een scheuring van hemel en aarde. De volgende splitsingen zijn herinneringen van de eerste scheuring. Niet dat deze latere scheuringen niet pijnlijk kunnen zijn, maar de oer scheur is de immense scheiding waaruit de andere splitsingen als craquelé zijn voortgekomen.

[1]

Jouw eerste “rite de passage” heeft tijdens de allereerste geboorte van lucht en aarde plaatsgevonden. Jij bent toen gedoopt in de lucht en in het water van de aarde. De volgende doopsels die jij hebt ondergaan, verbinden jou met jouw voorouders en met de “rite de passage” van deze eerste geboorte.

Na de geboorte ben jij als individu verwikkeld in een samenleving. In hoofdstuk 3 volgt een verslag van deze vorming en verwikkeling; hierbij kijken wij naar de rol van mythen en rituelen.

Rituelen zijn een goede wijze om het onderlinge vertrouwen te laten ontstaan en steeds opnieuw te bestendigen. Door de rituelen wordt het vertrouwen tussen de wereld, de lucht, de aarde, de goden, priesters, mensen en alles om ons heen tijdelijk hersteld. Uit de aard moeten de rituelen periodiek herhaald worden ter bestendiging; zonder herhaling hebben deze “rites des passages” geen blijvende werking.

Hiertoe verrichten monniken, predikanten, priesters en mensen over de hele wereld steeds opnieuw hun meditatie, gebeden, gezangen en rituelen, opdat de onderlinge banden blijven bestaan. Een monnik heeft een keer gezegd dat meditatie van levensbelang is voor de hele wereld, opdat de wereld in stand blijft[2]. Een Gereformeerde organist heeft tijdens een radioprogramma gezegd dat hij de kerkzang het allermooiste ter aarde vindt.

In hoofdstuk 5 brengen wij verslag uit van jouw huwelijk met de wereld. Wij volgen de rituelen van de verbinding met de rede, met het gevoel, met de oneindige mogelijkheden, met de veranderingen en met de onderlinge verbondenheid.

[6]

[7]

Jouw huwelijk met het “al en een” komt in hoofdstuk 7 aan de orde. Wij volgen jouw verbond met:

  • God en de goden in de paragraaf “Ishvara[3]”;
  • De binding tussen lichaam en geest in “Et incarnatus est[4]”;
  • Elk deeltje om ons in “Toon mij een kleine waarheid”;
  • De eeuwigheid/tijd in “Geen tijd, geen verandering”
  • Al ons handelen in deze wereld in “Gij zijt dat”
  • De dood en de eindigheid in “En Dood heeft hier geen verblijf[5]
  • Met dit moment in al haar omvang in “Hier en nu”.

Elk van deze verbintenissen heeft haar “rites des passages”. Hieronder tonen wij twee foto’s van “rites des passages” bij het overstijgen van het ego in onder meer “Geen tijd, geen verandering”.

[8]

[9]

Bij de laatste aanlegplaats zijn jij en ik alle mythe en rituelen overstegen of compleet ondergaan; zij zijn volledig verdampt en geïncarneerd. Het verslag volgt in hoofdstuk nul.

In het volgende bericht gaan wij verder met de rol van rituelen.


[2] Bron nog niet achterhaald

[3] Een filosofisch concept voor God in het Hindoeïsme, zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Ishvara

[4] « Et incarnatus est de Spiritu Sancto » kan worden vertaald door “En hij is vlees geworden van de heilige geest

[5] Zie ook: Dylan Thomas, And Death shall have no Dominion

[6] Bron afbeelding:

[7] Bron afbeelding: http://thekissklimt.wordpress.com/2009/04/24/the-kiss-brancusi-sculpture/

[8] Bron afbeelding: http://www.flickr.com/photos/grassvalleylarry/238432804/sizes/o/in/photostream/

[9] Bron afbeelding: http://themeditationmind.com/meditation-history/zen-buddhism/

Inleiding – inhoudsopgave van het boek


In het vorige bericht hebben wij uitgelegd hoe wij zijn gekomen tot het aantal van 19 speciale aanlegplaatsen tijdens onze Odyssee naar wie jij bent. Deze plaatsen vormen de inhoudsopgave van het boek.

[1]

Nu noemen wij de 19 speciale aanlegplaatsen aan de hand van de inhoudsopgave.

Inleiding – Introibo[2] [3]

1.       Een – Aldus, in unum deum[4]

2.       Twee – In dubio[5]

3.       Drie – Dubio transcendit[6]

4.       Vijf gangbare werkelijkheden

o   Feiten en logica

o   Intensiteiten en associaties

o   Leegte

o   Verandering

o   Onderlinge verbondenheid

5.       Zeven andere werkelijkheden

o   Ishvara[7]

o   Et incarnatus est[8]

o   Toon mij een kleine waarheid

o   Geen tijd, geen verandering

o   Gij zijt dat

o   En Dood heeft hier geen verblijf[9]

o   Hier en nu

6.       Nul – Niet een, niet twee

Het volgende bericht gaat over mythe en rituelen. Daarna gaan wij verder met de inleiding van de 19 aanlegplaatsen.


[2] Introibo ad altare Dei: laat mij binnengaan naar het altaar van God

[3] Joyces, James, Ulysses. 1975, P. 7

[4] In een God

[5] In twijfel

[6] Twijfel overstegen

[7] Een filosofisch concept voor God in het Hindoeïsme, zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Ishvara

[8] « Et incarnatus est de Spiritu Sancto » kan worden vertaald door “En hij is vlees geworden van de Heilige Geest”

[9] Zie ook: Dylan Thomas, And Death shall have no Dominion