Categorie archief: Priemgetal

Inleiding: Een – solipsisme


Tijdens onze Odyssee ontmoeten jij en ik drie voor de hand liggende klassieken. Klassieken zijn denkbeelden waar niemand het meer (volledig) mee eens is, maar die nog steeds het bestuderen waard zijn om verder te komen. Wij maken bij deze inleiding een korte omweg langs de drie klassieken, het “solipsisme”, “het universum is een droombeeld” en het “pantheïsme”.

Solipsisme[1]

Het solipsisme kent en erkent één enkel bewustzijn dat volledig en compleet samenvalt met het bewustzijn van de waarnemer. In de oorspronkelijke vorm van solipsisme is er geen bestaan buiten het bewustzijn van de waarnemer. Op onze Odyssee zullen jij en ik vele elementen en vormen van solipsisme tegenkomen.

[2]

De eerste aanlegplaats – beschreven in hoofdstuk één – herbergt op het eerste gezicht enkele kenmerken van solipsisme, maar deze aanlegplaats ontkomt heel eenvoudig aan het solipsisme doordat de volkomen eenheid bij de volgende aanlegplaatsen in twee of meer delen is opgesplitst, waarbij niet uitgesloten mag worden dat deze afzonderlijke delen ook een gescheiden bewustzijn hebben. Daarnaast komt één steeds terug als eerste deelgetal van ieder priemgetal.

Bij de tweede en derde aanlegplaats zullen wij het solipsisme niet eenvoudig aantreffen.

Op onze vijfde aanlegplaats kan ieder van de vijf eenvoudige realiteiten ontsporen in solipsisme doordat iedere realiteit zichzelf ziet als het enige echte bewustzijn waarin alles volledig en compleet binnen samenvalt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Uitsluitend natuurwetenschap die uitgaat van feiten en logica is werkelijk: al het andere is een waanbeeld of erger. In deze extreme vorm gaat natuurwetenschap over in religie; en religie valt vooralsnog buiten de competentie van natuurwetenschappen.
  • Alleen gevoelens doen er toe. Al het andere is een kilte waar wij ons verre van moeten houden.
  • Alleen in de leegte kan ik wonen, nooit vond ik ergens anders onderdak[3]. Dit is een valkuil voor ijverige beoefenaars van meditatie. Als door de sirenen[4] gelokt, worden deze beoefenaars weer naar de leegte terug gezogen voorbijgaand aan de andere realiteiten.
  • Alles is enkel verandering; of alleen vernieuwing telt[5].
  • Alles is onderling volkomen verbonden: deze verbondenheid is een samenhangend bewustzijn waarbuiten niets bestaat. Bij de aanlegplaats “nul – niet een, niet twee” zullen wij zien hoe deze vorm van solipsisme overstegen wordt.

Tijdens onze zevende aanlegplaatsen zullen wij elementen van solipsisme aantreffen bij alle zeven realiteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • In de realiteit van Ishvara[6] – waar jij en ik een ontmoeting hebben met god en de goden – wordt regelmatig alleen de realiteit van de eigen god en godsdienst erkend. Vreemde goden en godsdiensten worden geregeld met alle mogelijke middelen bestreden. Hier wordt de eigen god en godsdienst als het enige ware bewustzijn gezien waarbuiten niets bestaat (of mag bestaan).
  • Alleen de realiteit van “hier en nu” bestaat. Het overige is niet van belang of bestaat niet.

Aan het einde van onze Odyssee bij onze thuiskeer bij “nul – niet één, niet twee” zullen wij zien hoe deze vormen van solipsisme bij de zeven andere realiteiten overstegen worden.

Het volgende bericht gaat over de tweede klassieker “het universum is een droombeeld”.


[2] Afbeelding overgenomen uit: http://www.huubmous.nl/2010/02/01/het-solipsisme-van-een-kind/

[3] Vrije weergave van de dichtregels “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, nooit vond ik ergens anders onderdak” van Jan Jacob Slauerhoff.

[4] Zie de Odyssee van Homerus.

[5] Zie ook Herakleitos: “πάντα χωρεῖ καὶ οὐδὲν μένει”” dat “alles verandert en niets blijft” betekent. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Heraclitus

[6] Een filosofisch concept voor God in het Hindoeïsme, zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Ishvara. In het Sanskriet is het woord “Ishvara” samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “ish” dat “god, heerser” betekent – en waarin het Duitse woord “ich” nog herkend kan worden –, “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent en “ra” dat “geven, beinvloeden” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Advertenties

Inleiding – 19 aanlegplaatsen tijdens onze Odyssee


De reikwijdte van de zoektocht naar “wie ben jij” is alomvattend. Jij en ik kunnen deze reikwijdte niet volledig in een boek opnemen. Tijdens onze zoektocht doen wij oneindig veel aanlegplaatsen aan. Bijna al deze aanlegplaatsen zullen in dit boek ontbreken. Maar op 19 van onze aanlegplaatsen zullen wij een beschrijving geven van de bevindingen die wij daar opdoen bij de vraag wie jij bent, wie jij was aan het begin der tijden voor jouw geboorte, en wie jouw voorouders waren.

De 19 speciale aanlegplaatsen in dit boek zijn gekozen aan de hand van de eerste priemgetallen. Wij hebben voor priemgetallen gekozen omdat deze groep getallen alléén deelbaar is door één en door zichzelf.

[1]

Soms worden priemgetallen gezien als alleenstaande buitenbeentjes zonder duidelijke samenhang, want zij zijn niet samengesteld uit andere getallen. Jij en ik vinden priemgetallen prima getallen[2], want al deze getallen zijn compleet in zichzelf. Priemgetallen vormen een geheel universum in zichzelf. Zij kennen geen begrenzing: zij gaan door tot in het oneindige. Ook zijn alle andere gehele getallen uit priemgetallen samen te stellen[3]. Wij houden op bij het priemgetal zeven om het boek niet oneindig dik te laten worden. Het blikveld van de meeste stervelingen is begrensd tot zeven; we hebben niet voor niets maar twee handen en tien vingers. Met veel inventiviteit konden de Mesopotamiërs met een hand tot twaalf tellen door hun duim langs de vingerkootjes van de vier vingers te bewegen[4]. Door daarbij ook een de andere hand te gebruiken konden zij tot 12 keer 12 – of een gros (= 144) – tellen. Dit twaalftallig stelsel is voor jou en mij te gekunsteld voor het ordenen van de beschrijving van onze zoektocht.

Door de priemgetallen tot 7 te volgen, krijgen wij de hoofdstukken één, twee, drie, vijf en zeven.

Het verslag van de zoektocht wordt afgesloten met een hoofdstuk nul – een centraal getal – dat pas laat is ontdekt. Het concept van nul als een getal is begonnen in India, waar pas in de 9e eeuw na Christus praktische berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van nul[5].

Hiermee is het aantal van 19 beschrijving van speciale aanlegplaatsen bepaald.

In het volgende bericht gaan wij verder met de inhoudsopgave van het boek.


[2] Zie: Enzensberger, Hans Magnus, De telduivel. Amsterdam: De Bezige Bij, 1998 – De derde Nacht