Categorie archief: Twee

Inleiding: Twee – Nacht aan het begin van de lente


Jij en ik hebben al enkele jaren geprobeerd om op de eerste dag van de lente het eerste ochtendlicht te zien. Vele generaties voor ons hebben voor ons uitgezien naar het moment dat de zon om precies zes uur boven de evenaar komt. Tot op heden is het ons niet gelukt om dit te beleven, omdat het een keer de hele nacht regende, de andere keer was het mistig, thuis was iemand ziek en ook enkele jaren hadden wij verplichtingen op ons werk.

[1]

Voor jou en mij is dit moment zo belangrijk omdat onze voorouders dit licht nodig hebben voor bepaling van het tijdstip van het jaar. Dit tijdstip diende als een ijkpunt voor onder ander het bepalen van de zaaitijd van graan[2].

Het belang van dit tijdstip voor onze voorouders blijkt wel doordat in alle katholieke kerken het altaar naar het Oosten – het midden van de ramen boven het altaar ontvangt de eerste zonnestraal van zonsopkomst precies bij zonsopgang om 6 uur ’s-ochtends op de eerste lentedag – is geplaatst. De kerkdienst wordt in de richting van dit ochtendlicht – het licht van de wederopstanding (van de natuur) – gehouden.

Tijdens begrafenissen wordt de overledene met de voeten vooruit naar het altaar gedragen, opdat de dode op de dag van de wederopstanding als eerste het ochtendlicht zal zien. Veel graven van verre voorouders hebben ook deze richting[3].

Nu zitten wij op een schiereiland met allemaal water om ons heen. Alleen naar het noorden is er verbinding naar het land. Er is weinig wind en het belooft een koude maar mooie nacht te worden.

Na het avondeten in schemerlicht maken wij ons bij maanlicht klaar voor de nacht:

[4]

“Heb jij mijn zaklamp gezien?”

“Het is volle maan, geen zaklamp nodig.”

“Ik wil de wekker even goed zetten.”

“De wekker staat al op vijf uur.”

“Genoeg tijd om wakker te worden.”

“Ik hoop dat het een heldere nacht en ochtend is. Dan zien wij de zon om zes uur mooi opkomen.”

“We zullen zien.”

“Het wordt een koude nacht.”

“Daar hebben wij een goede slaapzak voor.”

“Ik hoop dat er geen mist is.”

“Wat is er mis met mist en nevel.”

“Het bederft onze zicht op de zonsopgang.”

“Jij wil morgenochtend de zon zien opgaan met vuurwerk en klaroenstoten?”

“Beter dan een in een grijze brij wakker worden. Na zoveel jaren mag dat wel eens. We liggen niet zo vaak aan het begin van de lente in de open lucht.”

“Uit oersoep zijn wij ontstaan, misschien is het wel veel echter om dat morgen te zien.”

“Ik zie liever een mooie zonsopgang waar vele mensen voor ons naar hebben gekeken. De altaren zijn niet voor niets naar het oosten gericht.”

“OK dan maar een mooie herrijzenis morgenochtend. Maar niet getreurd als het anders is.”

“Hoe zullen we gaan liggen, hoofd naar het westen en voeten naar het oosten?”

“Zoals bij een begrafenis met de voeten naar het altaar.”

“Daar moet ik nog niet aan denken. Ik ben nog hard nodig thuis en op mijn werk.”

“Ik wil ook nog niet dood. Maar ik wil graag uniek zijn door exact in de voetsporen van anderen te staan. Wie heeft dit al eens eerder gedaan?”

“Niemand is zo gek als wij.”

“Toch is het mooi om ’s-Nachts naar de hemel te kijken. Als jij snurkt dan zal ik een mooi uitzicht op het heelal hebben. Onze voorouders hebben dat ook gedaan. Morgen hoop ik dit uniek uitgezicht met onze voorouders te delen.”

“Ga jij ook de wederopstanding op de dag des oordeels met jouw voorouders delen?”

“Zie wel. Slaap zacht, droom lekker.”

“Droom der dromen.”


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Sunrise JvL

[2] Calvin, William H., De Rivier die tegen de Berg opstroomt – een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens. 1992

[3] Afhankelijk van de breedtegraad, zijn graven ook naar het zuiden gericht. Bron nog achterhalen

[4] Bron afbeelding: POVRAY – Moonlight JvL

Advertenties

Inleiding: Twee – Tweelingen en tegenstellingen


“Het vorige bericht gaat over een eerste ordening die is ontstaan nadat alles uiteen is gevallen in oneindig veel deeltjes. Uw verteller heeft u een begin van hiërarchie en een aanzet tot ethiek getoond. Ook heeft u een inkijkje gekregen in hemel en hel. In dit bericht gaan wij verder met tweelingen en tegenstellingen.

Tweelingen zijn erg belangrijk voor mensen. In mythes en in oude verhalen staan tweelingen vaak aan het begin van belangrijke ontwikkelingen. Maar rond deze tweelingen is er meestal onzekerheid en onbestendigheid. Er moet een keuze plaatsvinden. Helaas komt de beslissing in de mythes gewelddadig tot stand. Een van de tweeling kinderen moet vertrekken of wordt vermoord.

U kent waarschijnlijk de tweeling Romulus en Remus, die door een wolf is groot gebracht. Romulus doodt Remus tijdens een ruzie over de heerschappij van de nieuwe stad. Na deze moord kon Romulus de verdere stichting van de stad Rome ter hand nemen[1].

[2]

In Genesis – het eerste boek van het Oude Testament – zijn Kaïn en Abel de twee eerste kinderen van Adam en Eva. De beschrijving geeft aanwijzingen dat zij een tweeling zijn. Kaïn was landbouwer en Abel was schaapherder. Beiden brachten offers aan God, maar God accepteerde alleen de rook van het vee-offer[3] [4] van Abel.

 [6]

Omdat God de offergave van de oogst niet aanvaardde, doodde Kaïn zij broer Abel[5].

Mensen zijn erg gevoelig voor tegenstellingen; in een hang naar zekerheid moet de tegenstelling zo snel mogelijk verdwijnen – vaak ten koste van een groot verlies. Als oplossing van het dilemma wordt er dan gekozen voor een kant van de tegenstellingen. Uw verteller toonde u al het droeve lot van Remus en Abel: om de tegenstelling binnen de tweeling op te heffen, moet een kind van de tweeling verdwijnen.

Bij het ontstaan van een tegenstelling willen mensen zo snel mogelijk duidelijkheid hebben. Veel wordt opzij gezet om duidelijkheid te krijgen tussen ja of nee, goed of fout, waar of onwaar, gelovig of ongelovig, recht of onrecht. Deze keuze wordt gemaakt door een onmiddellijke opoffering of vernietiging van één van de twee polen. Deze keuze is zo belangrijk voor mensen dat hiervoor zelfs broedermoord wordt gepleegd; er wordt voor gedood, oorlog gevoerd, en er worden volkeren en anders denkenden voor uitgemoord.

Waarom moeten tegenstellingen meteen worden opgeheven? Waarom mogen zij niet blijven bestaan? Heeft de mensheid een sterke hang naar eenheid of is het noodzakelijk om onrust en onvrede zo snel mogelijk te beëindigen ten koste van een grote opoffering? Of misschien allebei? Is het opheffen van de onrust en onvrede het begaan van grote misdrijven waard? Op hun Odyssee komen de hoofdpersonen veel van deze dilemma’s tegen.

Uw verteller ziet in de verte de beide hoofdpersonen weer verschijnen. Zij zijn geen tweeling en ik hoop dat zij tijdens hun Odyssee hun verschil van mening niet oplossen door geweld en doodslag. We zullen zien.

Uw verteller laat het verslag weer over aan beide hoofdpersonen. In een volgend bericht zullen zij hun belevenissen vertellen over een nachtwake aan het begin van de lente als voorbereiding op de volgende aanlegplaats op hun Odyssee”.


[3] Zie ook: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[4] Zie ook: Inleiding – Rituelen 2 (27 maart 2011)

[5] Zie ook: Genesis 4 uit het Oude Testament

Inleiding: Twee – Eerste ordening


“Uw verteller neemt u nu mee naar de tijd dat aarde en lucht zijn gescheiden en alles als craquelé is gebarsten en daarna uiteen is gevallen tot kleine stofdeeltjes. Na het volkomen uiteenvallen van “Een” in oneindig veel deeltjes, is er weer een begin van ordening ontstaan. Uit deze eerste ordening zijn in de loop van de tijd steeds complexere vormen van leven ontstaan. De geschiedenis van deze ordening kent uw verteller niet, want hij is in zijn hedendaagse gedaante niet bij dit ontstaan geweest. Ook kent uw verteller de volledige wijze van de ordening niet: de verschillende manifestaties van dit absolute wonder zijn alleen te zien als de omstandigheden dat voor ons toelaten.

In de hedendaagse wereld gebruiken wij hiërarchieën – naar de menselijke maat – om voor ons ordening in de oneindig vele verschijningsvormen aan te brengen. Enige jaren geleden heeft uw verteller in een boek [1] een beschrijving van een hiërarchie gelezen, die voor mensen in de Westerse samenleving herkenbaar is. Deze hiërarchie ziet er ongeveer als volgt uit:

  • Niet levende organismen
  • Levende organismen
  • Mensen
    • Biologie
    • Wetten en regels
    • Wetenschap
    • Kwaliteit
  • Complexe structuren
    • Hardware
    • Software
    • Dorpen met eigen dynamiek
    • Steden met eigen dynamiek

De schrijver van dit boek [1] heeft als ethisch uitgangspunt, dat iedere verschijningsvorm in principe even veel recht van bestaan heeft. Maar als een keuze tussen twee verschijningsvormen onvermijdelijk is, dan verdient een complexere verschijningsvorm – in dit geval een wezen dat een hogere plaats in de hiërarchie heeft – de voorkeur.

Een tweede hiërarchie heeft uw verteller een paar duizenden jaren gelezen. Deze rangorde is voor moderne mensen in de Westerse samenleving minder eenvoudig te volgen. Deze hiërarchie kent een rangorde van de volgende 31 “verblijfplaatsen” [2]:

  • Hellen
  • Titanen
  • Hongerige geesten
  • Dieren
  • Mensen
  • Goden in 22 categorieën
  • Vijf sferen van oneindige ruimte, bewustzijn en leegte.

In beide hiërarchieën neemt de mens een centrale plaats in. Zelfoverschatting van de mensheid? Wij weten het niet. Op latere aanlegplaatsen zullen wij meer zien van deze twee ordeningen.

De Westerse wereld kent ook een tweedeling in hemel en hel. Zijn de hemel en de hel dicht bij of ver weg, of alleen voorbehouden voor een hiernamaals? Uw verteller weet het niet. Enkele tientallen jaren geleden heeft Narrator een pastoor in Valkenburg tijdens een preek het verschil tussen hemel en hel horen uitleggen.

Deze pastoor zei: “In de hel hebben mensen een kleine handicap: zij kunnen hun armen niet buigen. Zij zijn in een ruimte met de meest overvloedige spijzen en dranken. Maar helaas blijven zij altijd hongerig en dorstig, omdat zij de spijzen en dranken alleen kunnen zien en het eten en drinken onmogelijk is door de kleine handicap.

[3]

In de hemel hebben mensen dezelfde kleine handicap en zijn zij in dezelfde ruimte met spijzen en dranken. Maar honger en dorst hebben zij niet, want de mensen zorgen voor elkaar, de ene mens geeft de ander met gestrekte arm te drinken en te eten naar behoefte en tevredenheid.”

Een mooie uitleg van een en hetzelfde op twee manieren bekeken? Of twee manifestaties die afhangen van de verschillende de omstandigheden? Of twee verschillende werelden? Uw verteller weet het niet.

Het volgende bericht gaat over tweelingen.


[1] Pirsig, Robert M., Lila, an Inquiry in Morals. London: Bantam Press, 1991

[2] The Long Discourses of the Buddha. Massachusetts: Wisdom Publications, 1995 p. 38-39

Inleiding: Twee – Jij en ik gescheiden; een verteller gaat verder


Wij hebben de scheiding van aarde en lucht doorstaan en daarna hebben onnoemelijk veel splitsingen als craquelé plaats gevonden. Ik kijk opzij om jou te zien. Ik ben benieuwd hoe jij deze gebeurtenissen hebt doorleefd. Maar waar ik ook kijk, ik zie jou niet. Ik roep: geen antwoord. Zijn jij en ik ook van elkaar gescheiden tijdens een van de vele splitsingen?

[1]

Voor het eerst tijdens onze Odyssee zijn wij niet samen. Vreemd. Maar de splitsingen zijn nog niet gestopt: ook ik val uit elkaar. Mijn bewustzijn vermindert, mijn ogen worden troebel en de geluiden verdwijnen. Alles vervaagt en verdwijnt.

[2]

Uw verteller gaat verder: “Op hun zoektocht naar “Wie ben jij” zijn – na de scheuring van lucht en aarde – de beide hoofdpersonen in de loop van de ontelbare scheidingen vervlogen. Zij kunnen tijdelijk geen verslag doen van hun ervaringen. Uw verteller gaat verder met het verslag van de Odyssee. Mijn naam – Narrator – heb ik in een ver verleden gekregen. Mijn naam is ontstaan uit het woord “narâ” [3] dat mensen betekent, en “tr” [4] dat “oversteken of passeren” betekent. Als verteller zal ik U verhalen van de voorvallen totdat de beide hoofdpersonen weer in staat zijn hun verhaal te vertellen”.

“Na de oer scheuring en de oneindig vele splitsingen is alles uiteengevallen in oneindig veel deeltjes. Uiteraard is er nog wel enige ordening tussen al deze deeltjes – of in ieder geval een begin van ordening. Maar de onderlinge verbanden gaan ons bevattingsvermogen te boven. En als wij het al kunnen bevatten, dan kunnen wij het niet onder woorden brengen. Volgens ons tijdsbesef in de Westerse samenleving duurt het na de oer scheiding nog een aantal miljarden jaren voordat wij weer over een begin van leven kunnen verhalen. Of was deze tijd veel korter? Enkele duizenden jaren zoals in de Bijbel staat of in een knippering met de ogen? Uw verteller weet het niet. Narrator is in zijn hedendaagse verschijningsvorm niet aanwezig geweest bij het begin van het heelal en ook niet bij het begin van de Bijbel. Wel is uw verteller steeds opnieuw verwonderd dat na het knipperen met de ogen de wereld nog steeds bestaat. De beide hoofdpersonen vertellen in een van de volgende aanlegplaatsen hun ervaringen met de beleving van de tijd.”

“Na het volkomen uiteen vallen van “Een” in oneindig veel stukjes, is er weer een ordening ontstaan. Men [5] is nog steeds op zoek hoe dat is gebeurd en hoe lang het ontstaan van de afzonderlijke verbindingen heeft geduurd. Het verhalen van de ontdekkingstocht naar het ontstaan van ordening kan de rest van mijn leven vullen. Uw verteller zal – zoals mijn naam aangeeft –  u overzetten naar het moment dat “Jij en ik” weer verschijnen wanneer de omstandigheden het menselijk leven weer toelaten.”

“In het volgende bericht verhaalt uw verteller over de uitkomsten van de eerste ordeningen”


[3] In het Sanskriet is het woord samengesteld uit “na” dat hier “niet” betekent, en de werkwoord-wortel “ra” die “verheugen” betekent; het betekent gewone man of vrouw. In negatieve connotatie gebruiken wij het woord nog steeds voor “nar”. In mijn naam is de meervoudsvorm gebruikt: “narâ”.

[4] In het Sanskriet betekent “tṛ” volgens Egenes, Thomas, Introduction to Sanskrit – Part two. 2005 p. 387 “to cross over”.

[5] “Man” betekent in het Sanskriet “denken, bewustzijn”. Mensen proberen zich weer bewustzijn te worden van ons verleden en de vroegere ervaringen weer manifest te maken. IJdelheid der ijdelheden? Uw verteller weet het niet.

Inleiding: Twee – Scheiding van Aarde en Lucht


Als afscheid van de aanlegplaats “Een” tijdens onze Odyssee, hebben jij en ik de documentaire “Powers of Ten”[1] twee keer bekeken. De eerste keer hebben wij genoten van de beelden; de tweede keer hebben wij aandachtig gekeken naar de verschillende manifestaties van “Indra’s net” bij verschillende afmetingen. De waarnemingen van “Indra’s net” zijn steeds hetzelfde en steeds anders.

Wij naderen onze tweede aanlegplaats op onze Odyssee.

Eerst is alles volkomen één. Aarde en lucht, licht en duister zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden: één en al. Voorafgaand aan woorden en zonder gedachten blijft deze eenheid altijd aanwezig. Helaas is voor jou en mij deze volledige eenheid niet in gedachten en woorden te bevatten: de complete eenheid gaat aan ons bevattingsvermogen vooraf.

Op een zeker moment zijn aarde en lucht gescheiden[2]. Is de eerste scheiding snel en in één zucht verlopen, of langzaam en fluisterend, of in oerknal gevolgd door een flits? Wij weten het niet.

[3]

Deze scheiding van aarde en lucht is de meest pijnlijke scheuring tot op heden. Het boek Genesis uit het Oude Testament spreekt van een scheuring van hemel en aarde. Door deze scheiding is een alles omvattend gat ontstaan waar alle het andere doorheen kan. De volgende splitsingen zijn vage herinneringen van deze eerste scheuring van aarde en lucht. Niet dat deze latere scheuringen niet pijnlijk kunnen zijn, maar deze oer scheur is de immense scheiding waaruit de andere splitsingen als craquelé zijn voortgekomen.

[4]

Tijdens de “Scheiding van Aarde en Lucht” en de daarop volgende scheuringen zijn jij en ik verdwenen uit de volkomen eenheid. Het is ook het einde van ons volkomen samenzijn. Als gescheiden wezens gaan wij onze eigen weg. Maar het verlangen naar de volkomen eenheid blijft aanwezig: “I tend my flowers for thee – Bright Absenty”[5].

Wij zijn aangekomen op de tweede aanlegplaats van onze Odyssee.


[2] Zie Genesis 1:1 uit het Oude Testament

[5] Bron: Dickinson, Emily, The Complete Poems of Emily Dickinson. London: Faber, 1977 – Gedicht 339

Inleiding: Een – “Powers of Ten”


Nadat jij en ik door de prachtige wereld van “Indra’s net[1]” zijn gegaan, kijken wij nu uit naar de voorstelling van de 10 minuten durende film “Powers of Ten” van Ray en Charles Eames uit 1968 (en opnieuw uitgebracht in 1977).

Voordat wij de film gaan bekijken, nog een introductie.

Ray and Charles Eames[2] is een architecten/ontwerpers echtpaar dat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van moderne architectuur en meubelontwerpen.

Eerst een indruk van het “Eames house”[3]:

[4]

En een afbeelding van een fauteuil in the “Soft Pad serie” ontworpen rond 1968:

[5]

De documentaire “Powers of Ten” is een avontuur in afmetingen en vergezichten op verschillende schalen. De film toont het ons bekende universum in “machten van tien”[6]. De inhoud en structuur van de film is gebaseerd op het boek “Cosmic ViewThe Universe in 40 Jumps[7] uit 1957 (in het Nederlands: Wij in het heelal, een heelal in ons, 1959) van de Nederlandse pedagoog Kees Boeke[8], die onder meer oprichter is van de “Werkplaats Kindergemeenschap”[9] te Bilthoven.

De film begint bij een picknick plaats aan het meer bij Chicago. Iedere 10 seconden worden wij tien keer verder  in het heelal meegenomen, totdat ons zonnestelsel alleen maar een stofje aan het firmament is. Vandaar gaan wij snel terug naar de picknick plaats. Daar zoomen wij in op de hand van de slapende pick-nicker. Iedere tien seconden vergroten wij ons blikveld 10 keer totdat wij inzoomen op een koolstof atoom in een DNA molecuul in een witte bloed lichaampje.

Eigenlijk moeten jij en ik de film twee keer achter elkaar zien. De eerste keer om van de beelden te genieten en de tweede keer om te genieten van het zicht op “Indra’s net” bij verschillende afmetingen.

Geeft de combinatie van “Powers van Ten”, “Indra’s net” en de boeken van Brian Greene[10], een eerste visuele voorstelling van de string theorie? Zijn dit verschillende manifestaties van “Een”? Wordt “Een” getoond volgens de wegen van de wereld en niet volgens haar niet uit te drukken universaliteit[11]? Wij weten het niet. Kijk zelf.

Het volgende bericht is een inleiding op “Twee”, een nieuwe aanlegplaats op onze Odyssee.

Na deze introductie kan de film beginnen: bezoek hiervoor de volgende website:

http://www.powersof10.com/film

(klik op de hyperlink voor bezoek aan de website om de documentaire te zien)


[1] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[5] Bron afbeelding: EA222 Soft Pad op website van Vitra

[7] Boeke, Kees, Cosmic View, The Universe in 40 Jumps. 1957

[9] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Werkplaats_Kindergemeenschap en http://www.wpkeesboeke.nl/

[10] Zie: Greene, Brian, The Elegant Universe. 2003; The Fabric of the Cosmos. 2004; The Hidden Reality. 2011

[11] Zeer vrije weergave van een zinnen uit de Mahaprajnaparamita Sutra; zie ook: Porter, Bill, Zen Baggage, Berkeley: Counterpoint, 2009 – pagina 15 en 16.

Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net


Op weg naar “Powers of Ten” van Ray and Charles Eames komen jij en ik door een prachtige wereld. Het lijkt een schitterend glaspaleis waar alles als heel kleine glasparels in elkaar en met elkaar weerkaatst. Hieronder laten wij een uitvergroting zien van een heel klein deeltje uit deze wereld.

[1]

Ineens herkennen wij dit glaspaleis uit de beschrijvingen in boeken: dit is “Indra’s Net”[2]. Wij zijn helemaal opgenomen in deze wereld; jij en ik en deze hele wereld worden een en volkomen in elkaar gereflecteerd[3]. Maar wij zijn ook aan de rand van “Eén” gekomen. Hoewel alles met alles reflecterend, beginnen de deeltjes ook los van elkaar te staan. Jij en ik zullen een indruk geven van Indra’s net.

Indra’s net is een oneindig groot net, dat zeer fijn is geweven. Het is doorzichtig – leeg – en vol van oneindig veel doorzichtige en reflecterende glasparels die in elkaar schitteren. Ieder glaspareltje of juweel is oneindig klein en schittert hemels en goddelijk[4] mooi. Deze prachtige wereld lijkt door de schitterende juwelen het summum van pantheïsme. Maar door de complete samenhang van de juwelen overstijgt deze wereld het pantheïsme volkomen.

Eerst een statische beschrijving van het net. De juwelen staan in voortdurende verbinding met elkaar doordat ieder juweel in alle andere juwelen wordt weerspiegeld. Alle andere juwelen worden ook in één juweel gereflecteerd. Het ene juweel vormt het gehele net doordat het hele net in dit ene juweel weerkaatst wordt èn doordat dit ene juweel door alle ander juwelen wordt gezien. Het ene juweel vormt het net èn alle andere juwelen geven vorm aan dit ene juweel.

Nu volgt de betovering: het net gaat bewegen. Als een juweel gaat bewegen gaat het gehele net bewegen en veranderen. Als het gehele net vibreert, dan vibreert het betreffende juweel mee. Doordat iedere juweel afzonderlijk flonkert met de andere juwelen, is verandering een voortdurende volkomenheid. Het gehele net vibreert in en met elkaar. Ieder juweel speelt zijn spel en vormt het net. Alle juwelen spelen hun spel en vormen iedere juweel afzonderlijk. Ieder juweel vormt allen en allen vormen ieder juweel. “Eén” is het gehele net en “Eén” is ook iedere glasparel in het net. Tussen de ene glasparel en het gehele net is nu nog geen onderscheid te maken.

Wij gaan verder door deze prachtige wereld en naderen de aanlegplaats “Twee” op onze Odyssee. Een voorbode van een eerste clustering van de glasparels wordt langzaam duidelijker. Jij en ik en alles om ons heen begint zich te clusteren. De onderstaande afbeelding geeft een schematische en statische weergave. In hoofdstuk twee vertellen wij van de eerste oer scheuring  en de verdere splitsingen die alles als craquelé uiteen laten vallen.

[5]

In het volgende bericht gaan wij – zoals beloofd – kijken naar de 10 minuten durende film van Ray and Charles Eames “Powers of Ten” uit 1968.


[2] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[3] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993 p 363. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond en ziek zijn.

[4] Het woord “Deus” voor God is afkomstig van de werkwoord wortel “div”, dat in het Sanskriet “schitteren, vermeerderen, verheugen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.