Tagarchief: aanlegplaats

Paperback editie van “Wie ben jij – deel 1” verschenen


Deze week verschijnt de paperback “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan” geschreven door Jan van Origo bij Omnia – Amsterdam Uitgeverij.

Jan van Origo bedankt iedereen voor de bijdragen aan het ontstaan van dit boek.

Het grootste mysterie ben jezelf

Click here → 978-90-818390-7-5_WiebenJij_1_Inhoud ← Click here

Click here → 978-90-818390-7-5_WiebenJij_1_Cover ← Click here

Download de inhoud (12 Mb) en de omslag/cover (1 Mb). Print de paperback op een “Espresso Book Machine”; bijvoorbeeld bij de boekwinkel American Book Center in Amsterdam of in Den Haag

Het e-boek “Wie ben jij” is ook verkrijgbaar in Pdf-versie via de volgende hyperlink:

Hoge (300 dpi) kwaliteit e-boek – 13 MB – in A5 formaat:

Klik hier → 9789081839068_Wie_ben_jij_1 ← Klik hier

Afdrukken (262 pagina’s) voor eigen gebruik of voor educatieve doelen is toegestaan.

Een zucht van de wind
In het ruisen van de bomen
Licht jouw stem weer op

De verkenning “Wie ben jij” is samengesteld op basis van de gebundelde berichten van maart – augustus 2011.

Man Leben, Narrator en Carla Drift zijn de drie hoofdpersonen op dit deel van de Odyssee.

De Odyssee naar “Wie ben jij – een zoektocht naar ons bestaan” is een queeste met vele aanlegplaatsen. De zoektocht naar “Wie ben jij” is over jou en mij en alles dat met ons verbonden is. Niets is op voorhand uitgesloten. Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden? Wat maakt jou tot de persoon die jij bent? Wie ben jij voor jouw geboorte en wie zal jij zijn na jouw dood? De antwoorden op deze vragen zijn voorlopig onbekend, maar toch stellen wij deze vragen.

 De voortgang van deze zoektocht naar “Wie ben jij” is te lezen via deze weblog.

De volgende twee delen van “Wie ben jij” bevatten de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie.

Foto’s, afbeeldingen, en aanhalingen in de tekst kunnen onder een andere vorm van copyright vallen.

Advertenties

Inleiding: Twee – Scheiding van Aarde en Lucht


Als afscheid van de aanlegplaats “Een” tijdens onze Odyssee, hebben jij en ik de documentaire “Powers of Ten”[1] twee keer bekeken. De eerste keer hebben wij genoten van de beelden; de tweede keer hebben wij aandachtig gekeken naar de verschillende manifestaties van “Indra’s net” bij verschillende afmetingen. De waarnemingen van “Indra’s net” zijn steeds hetzelfde en steeds anders.

Wij naderen onze tweede aanlegplaats op onze Odyssee.

Eerst is alles volkomen één. Aarde en lucht, licht en duister zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden: één en al. Voorafgaand aan woorden en zonder gedachten blijft deze eenheid altijd aanwezig. Helaas is voor jou en mij deze volledige eenheid niet in gedachten en woorden te bevatten: de complete eenheid gaat aan ons bevattingsvermogen vooraf.

Op een zeker moment zijn aarde en lucht gescheiden[2]. Is de eerste scheiding snel en in één zucht verlopen, of langzaam en fluisterend, of in oerknal gevolgd door een flits? Wij weten het niet.

[3]

Deze scheiding van aarde en lucht is de meest pijnlijke scheuring tot op heden. Het boek Genesis uit het Oude Testament spreekt van een scheuring van hemel en aarde. Door deze scheiding is een alles omvattend gat ontstaan waar alle het andere doorheen kan. De volgende splitsingen zijn vage herinneringen van deze eerste scheuring van aarde en lucht. Niet dat deze latere scheuringen niet pijnlijk kunnen zijn, maar deze oer scheur is de immense scheiding waaruit de andere splitsingen als craquelé zijn voortgekomen.

[4]

Tijdens de “Scheiding van Aarde en Lucht” en de daarop volgende scheuringen zijn jij en ik verdwenen uit de volkomen eenheid. Het is ook het einde van ons volkomen samenzijn. Als gescheiden wezens gaan wij onze eigen weg. Maar het verlangen naar de volkomen eenheid blijft aanwezig: “I tend my flowers for thee – Bright Absenty”[5].

Wij zijn aangekomen op de tweede aanlegplaats van onze Odyssee.


[2] Zie Genesis 1:1 uit het Oude Testament

[5] Bron: Dickinson, Emily, The Complete Poems of Emily Dickinson. London: Faber, 1977 – Gedicht 339