Tagarchief: aarde

Narrator – sneeuwgezicht


Een droom neemt mij iedere nacht mee. Deze ijskoude heldere nacht aan het begin van december voerde een droom mij naar een andere wereld. Ik lag bij nieuwe maan onder de sterrenhemel volkomen stil in mijn slaapzak om geen warmte te verliezen. Af en toe voelde ik mijn handen en voeten even tintelen en dan werden ze weer koud. Mijn adem – een voorlopig thuis voor de dorpelingen uitgemoord door mijn mede-militieleden en mij bij het nachtelijk vuur in het bos – waakte over mij.

Het werd steeds kouder; mijn lichaam ontspande zich [1] en mijn ogen knipperden niet meer. De duisternis en het firmament zogen mij in zich op. Ik zweefde met de sterrenstelsels in het universum. Geen aarde, geen zorgen, geen geluid, volkomen opgegaan in de oneindigheid.

Sterrennacht[2]

Van de rand van het heelal hoorde ik voetstappen naderen. In mijn ooghoeken zag ik een schim verschijnen. De schim werd groter en ik hoorde een andere adem naast mijn adem. Na een eeuwigheid boog het donkere gezicht van mijn moeder zich over mij heen. Haar krullend haar was grijs geworden. Mijn moeder was gekomen om mij mee naar huis te nemen. In haar vredig gezicht zag ik dat ik nooit weg was geweest; bij haar kwamen hemel en aarde samen.

In deze vredige toestand hoorde ik een stem. Mijn moeder vervaagde en ik kon niet goed meer zien. Iemand probeerde mij te wekken. Heel langzaam kwam mijn adem terug in de wereld van alledag: het firmament en de aarde werden bij het openen van mijn slaapzak weer gescheiden. Ik was steenkoud en maar net bij bewustzijn.

Sterrenstelsels[3]

De stem nam mij mee en na een eeuwig lijkende worsteling met mijn verstilde lichaam gingen wij een verlichte warme ruimte binnen. De stem kleedde mij uit en kwam onder een dekbed tegen mij aanliggen. Langzaam kon ik weer zien. Ik zag een vrouwengezicht met krullend grijs haar. Zij rilde heel erg van de kou. Na een heel lange tijd werd ik wat warmer; pas halverwege de volgende dag begonnen mijn vingers en voeten weer te tintelen. Ik lag in een caravan bed.

Tegen de avond kon ik voorzichtig wat eten en drinken. Zij vroeg mij verontwaardigd waarom ik in een dunne slaapzak buiten bij deze strenge vorst in de open lucht waakte. Mijn antwoord volgde enkele dagen later. Op mijn vraag hoe zij mij gevonden had, gaf zij als antwoord dat tijdens een korte avondwandeling er naast het pad af en toe damp uit de grond leek te komen; deze damp werd door mijn uitademing veroorzaakt. Mijn adem had over mij gewaakt.

Een dag later zijn wij samen naar een wintercamping gegaan om mij te laten herstellen. De eigenaar van de camping was niet blij met mijn verschijning, maar mijn beschermengel zorgde dat wij een plaats voor enkele nachten kregen. De eerste dagen bemoederde zij mij. Zij knipte mijn haar, zij scheerde mijn baard en waste mij kleren: ik was toonbaar voor de wereld.

Wintercamping[4]

In de beslotenheid van de caravan op de wintercamping vertelden wij elkaar de hoofdlijnen van onze levensverhalen. Haar naam was Carla Drift en zij trok door Europa met een tractor–caravan combinatie. Haar leven was sinds de herfst even kaal geworden als de bomen in de winter. Aan het einde van de vorige zomer had een man het op haar eer en leven voorzien. Uit zelfverdediging doodde zij de belager. Hiermee verloor zij haar onschuld: een deel van haar was gestorven.

Ik vertelde haar over mijn leven als kindsoldaat in een vorige incarnatie. Aan het einde van een nacht hadden wij het bos rondom een dorp in brand gestoken. Onze militie schoot op alles en iedereen die uit het bos kwam. De geesten van deze dorpelingen droeg ik altijd met mij mee; hun adem was mijn adem geworden en zij hadden in de heldere ijskoude nacht over mij gewaakt. Uit nagedachtenis aan mijn moeder was ik op weg “εἰς τὴν Πόλιν”.

Wij besloten samen verder te trekken naar Istanbul. Het rijden op de tractor wisselden wij af; ik was af en toe weer een wagenmenner in een wit winterlandschap. De tocht van ruim 2000 kilometer legden wij met enkele rustpozen in drie maanden af. Het einde van de winter en het begin van het voorjaar bleven wij in deze stad. Bij de bezoeken aan de vele godshuizen in deze stad – waaronder de Hagia Sophia, bewonderden wij deze gebouwen met koepels als zinnebeeld voor de binding tussen aarde en firmament.

Hagia Sophia[5]


[1] Zie ook voor onderkoeling: Stark, Peter, De laatste adem, Spectaculaire verhalen van de grens van het bestaan. Amsterdam: Forum, 2002 p. 21 – 31

[2] Op deze foto is ieder lichtvlekje een sterrenstelsel. Sommige van deze stelsels zijn 13,2 miljard jaren oud – volgens schatting bevat het universum 200 miljard sterrenstelsels. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Universe

[3] Bron afbeelding: http://www.nasa.gov/multimedia/imagegallery/iotd.html# – Hubble Watches Star Clusters on a Collision Course

[4] Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Camping

Advertenties

Narrator – te voet door Frankrijk 3


Via de GR 5 liep ik in Frankrijk van de Jura naar de Vogezen. Dit gebied was dichter bevolkt en ik vond minder makkelijk een slaapplaats. Op een regenachtige avond was ik tijdens de avondschemering alleen welkom wanneer ik voor mijn overnachting betaalde. Mijn verhalen en mijn vriendelijkheid waren niet voldoende. Ik had geen geld meer en na enkele kilometers lopen vond ik een slaapplaats in de open lucht. Gehuld in plastic bracht ik de nacht wakend door. De volgende ochtend was ik klam en verkleumd. Na een uur lopen werd ik weer warm.

In de Vogezen waren er voldoende mogelijkheden om in het wild te overnachten. Het was mooi weer. ’s-Nacht stelden de maan en de sterrenhemel mij gerust. Overdag genoot ik van het mooie uitzicht. Op enkele plaatsen kon ik bijna mijn hele weg vanaf de besneeuwde Alpen overzien.

[1]

Tijdens mijn voettocht over de bergtoppen van de Vogezen ontmoette ik nieuwe geesten. Een keten van bergtoppen vormde een eeuw geleden de grens tussen de gebieden Alsace in Duitsland en Lorraine in Frankrijk. De weg – Route des Crêtes – was aangelegd door het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog [2]. De weg loopt aan de Franse zijde van de keten, zodat de weg minder kwetsbaar was voor de Duitse kanonnen. De geesten uit de velen oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland vergezelden mij tot aan de Luxemburgse grens. Op dit deel waren zij mijn metgezellen. Ik beloofde dat mijn adem ook hun adem zou zijn zolang ik leefde net zoals mijn adem al de adem van de dorpelingen was. Samen met hen hoopte ik eens thuis te komen.

[3]

Het pad over de bergtoppen was druk belopen; ik kreeg hulp en steun van veel mensen. In de dalen voelde ik mij minder thuis. Door de beschutting kon ik de weg niet zien; ik voelde mij opgesloten. Ik wilde het oog op de weg houden. Zonder het zicht op de hemel en aarde verschenen de geesten van de dorpelingen en van de gevallen soldaten voor mijn ogen [4]. Pas veel later kon ik hemel en aarde verenigen; daarna had ik geen moeite meer om overal – ook binnen muren en in dalen – te slapen.

[5]

In het noorden van Frankrijk maakte ik met een medereisgenoot een kleine omweg naar de Maginotlinie [6]. Wij zagen de restanten bij Michelsberg [7] en Hackenberg [8]. Wij waren verbaasd hoe een samenleving zich veilig en beschut kon voelen achter deze donkere holen in de grond vol met verschrikking voor de samenleving aan de andere kant. Met mijn blik op de weg had éénheid vele gezichten, en twee had geen dualiteit. De Maginotlinie als onderdeel van de vele oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland viel buiten mijn bevattingsvermogen.

[9]

Bij Schengen ging ik illegaal in Luxemburg een andere wereld binnen. Later zijn hier de overeenkomsten gesloten voor een vrij verkeer van mensen in een deel van Europa. Na zo’n enorme omweg met zoveel leed en waanzin van alledag konden samenleving eindelijk weer een eenheid herstellen. Het blijft merkwaardig dat een verdrag op papier nodig is voor een eenheid die voor mijn moeder even natuurlijk is als ademhalen, het bewegen van haar ogen, handen, en het bewegen van benen bij het lopen; eenheid met veel gezichten en twee zonder dualiteit.

[10]

Veel later is op 12 oktober 2012 de Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie toegekend omdat de Europese Unie en haar voorlopers meer dan zestig jaar hebben bijgedragen aan vrede en verzoening, democratie en mensenrechten in Europa. Zoveel moeite voor een bijdrage die even natuurlijk is als ademhalen.

In Luxemburg betrad ik een feeëriek trollenland.

Man Leben – terug naar Limburg


Treibend auf die Wellen kann man leben

Jij gaat verder over jouw terugkeer naar Limburg:

“Mijn peetoom was overleden. De boerderij in Zuid Limburg had dringend hulp nodig. Ik was aan verandering toe; mijn “Jaguar – Saab jaren” waren definitief voorbij. Op de leeftijd van 48 jaren werd ik voor anderhalf jaar boer.

Mijn peetoom en peettante hebben nooit kinderen kunnen krijgen. Dit heb ik altijd al voorvoeld – het is mij pas verteld toen ik ruim volwassen was. Tijdens de oorlog hebben zij zich tot aan het einde van mijn lagere school over mij ontfermd. Ik was meer dan welkom; bij hen heb ik de mooiste tijd van mijn leven gehad. Nu was mijn peetoom in het voorjaar plotseling overleden en de boerderij wilde het ritme van het voorjaar hernemen.

De begrafenis van mijn peetoom verliep volgens Limburgs gebruik. Een zware klok liet droef het dorp weten dat er een dode was, enkele waken, de mis, de gang naar het kerkhof, koffietafel met naar gebruik goed eten. De erfenis hoefde nog niet verdeeld te worden. Mijn peettante stond alleen voor de boerderij, de koeien, de akkers, de moestuin en boomgaard. De overgang naar werk op de boerderij lag op mijn weg. Ik verhuisde opnieuw naar Zuid Limburg.

Ik voegde mij naar het ritme van de dag, maand, seizoen en jaar op de boerderij. Ik kon mij veel van vroeger herinneren , maar veel was veranderd. Mijn peettante volgde nog alle rituelen van de Katholieke kerk, maar de ontkerkelijking was ook in Limburg al vergevorderd. Vroeger was de boerderij bijna helemaal zelf verzorgend. Het surplus van de boerderij werd verkocht en een deel van het verkregen geld werd gebruikt voor aanschaf gereedschap en voor onderhoud, een deel werd opzij gezet voor reserve, een deel ging naar de kerk en hulp voor anderen. De mechanisatie en schaalvergroting was al begonnen – er stond een tractor en een aantal machines klaar. Maar een verdere schaalvergroting was op korte tijd nodig: de keuzes waren niet eenvoudig en de noodzakelijke investeringen zouden groot zijn. Was de boerderij hier groot genoeg voor en wie zou de boerderij moeten overnemen? Mijn peetoom en peettante hadden hierover al enkele jaren nagedacht; zij zouden binnenkort een beslissing moeten nemen. Nu stond mijn peettante alleen voor deze beslissing. Mijn peettante zag dat ik dat jaar met mijn ziel onder mijn arm liep; een verandering was meer dan welkom. Na enkele weken kwamen mijn peettante en ik bijna stilzwijgend overeen dat ik in ieder geval zou blijven totdat de boerderij weer winterklaar was voor het volgende jaar.

[1]

Voor mijn peettante was dit geen makkelijke tijd: verlies van haar man, hulp van mij – een onervaren boer, hoe verder met de boerderij en de veranderingen in het leven van alledag. In Limburg trad toen de ontkerkelijking in en door de televisie kwam de hele wereld met alle veranderingen de woonkeuken binnen. Zij vervulde haar plichten voor haar overleden echtgenoot en ik ging mee naar iedere kerkmis. Dit ritme en het ritme van de boerderij gaven weer vorm aan mijn leven.

[2]

In het najaar – net na de 6 maanden mis voor mijn peetoom – zei mijn tante dat mijn hulp op de boerderij welkom was, maar ik was geen boer; ik hoorde niet op een boerderij. Ik hoorde ergens anders, net zoals toen ik op 12 jarige leeftijd ergens anders hoorde. Op die avond besloten wij om samen nog een seizoen op de boerderij te leven en in dat jaar de overdracht van de boerderij te verzorgen.

Een studievriend kwam in die tijd een weekend op bezoek. Wij hebben altijd contact met elkaar gehouden. Hij was nu een succesvol architect. Samen hebben wij de mogelijkheden voor een vakantieboerderij bekeken. De ligging was goed, de gebouwen waren is goede staat en boden genoeg mogelijkheden. In overleg met mijn peettante hebben wij in de winter en voorjaar de plannen verder uitgewerkt. Aan het einde van het voorjaar heeft mijn peettante na overleg met de familie de boerderijen en landerijen te koop aangeboden. Zelf kocht zij in de zomer een mooi appartement in het dorp. Wij maakten het seizoen af, haalden het hooi binnen en verkochten het. De koeien werden door dorpsgenoten overgenomen en de grond voorlopig verpacht. Zo ronden wij het boerenritme af.

In dat voorjaar spraken wij ook over mijn plannen. Ik zou me wel redden: dat geloofde mijn peettante graag, maar daar was ik in haar ogen niet voor op aarde gezet. De wens van mijn tante besprak ik ook met haar. Zij begreep de wens om mijn ouders en mijn tante volgens de Joodse dodenherdenking te eren. Mijn onvermogen om dit te doen, begreep mijn peettante niet goed. Je kon volgens haar wel een houding hebben van “niemands baas, niemands knecht”, maar een orde met een God die hemel en aarde had geschapen, was er nu eenmaal en die moet men ook eren. Voor mijn peettante was dat met haar geloof en manier van leven altijd duidelijk geweest: zij wist wat haar te doen stond – graag of niet, je had het te doen. Voorzichtig stelde zij aan mij een bedevaart voor; een bedevaart in het najaar naar Dachau. Dat zou een voorbereiding kunnen zijn voor het eren van mijn familie.

Nu ik terugkijk op mijn leven in Limburg en op de trektocht moet ik denken aan een tekst die eens heb gelezen: “Ziekte en medicijn helpen elkaar. Het medicijn is het universum. Wie ben jij zelf?” [3]

Aan het einde van de zomer van 1983 heb ik mijn rugzak gepakt met twee stel kleren, een bivak zak en een klein kooktoestel. Ik heb afscheid genomen van mijn peettante en van het dorp en ik ben op weg gegaan”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw trektocht naar Ronchamp.

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[1] Voorbeelden van boerderijen in Zuid Limburg. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Houtemstgerlach.jpg

[2] Voorbeeld van landschap in Zuid Limburg: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_Landschap_Zuid-Limburg

[3] Vrije weergave van Casus 87 uit de Hekiganroku. Zie ook: Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels – Band 2. München: Kösel-Verlag, 2002 p. 321.

Inleiding: Twee – Scheiding van Aarde en Lucht


Als afscheid van de aanlegplaats “Een” tijdens onze Odyssee, hebben jij en ik de documentaire “Powers of Ten”[1] twee keer bekeken. De eerste keer hebben wij genoten van de beelden; de tweede keer hebben wij aandachtig gekeken naar de verschillende manifestaties van “Indra’s net” bij verschillende afmetingen. De waarnemingen van “Indra’s net” zijn steeds hetzelfde en steeds anders.

Wij naderen onze tweede aanlegplaats op onze Odyssee.

Eerst is alles volkomen één. Aarde en lucht, licht en duister zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden: één en al. Voorafgaand aan woorden en zonder gedachten blijft deze eenheid altijd aanwezig. Helaas is voor jou en mij deze volledige eenheid niet in gedachten en woorden te bevatten: de complete eenheid gaat aan ons bevattingsvermogen vooraf.

Op een zeker moment zijn aarde en lucht gescheiden[2]. Is de eerste scheiding snel en in één zucht verlopen, of langzaam en fluisterend, of in oerknal gevolgd door een flits? Wij weten het niet.

[3]

Deze scheiding van aarde en lucht is de meest pijnlijke scheuring tot op heden. Het boek Genesis uit het Oude Testament spreekt van een scheuring van hemel en aarde. Door deze scheiding is een alles omvattend gat ontstaan waar alle het andere doorheen kan. De volgende splitsingen zijn vage herinneringen van deze eerste scheuring van aarde en lucht. Niet dat deze latere scheuringen niet pijnlijk kunnen zijn, maar deze oer scheur is de immense scheiding waaruit de andere splitsingen als craquelé zijn voortgekomen.

[4]

Tijdens de “Scheiding van Aarde en Lucht” en de daarop volgende scheuringen zijn jij en ik verdwenen uit de volkomen eenheid. Het is ook het einde van ons volkomen samenzijn. Als gescheiden wezens gaan wij onze eigen weg. Maar het verlangen naar de volkomen eenheid blijft aanwezig: “I tend my flowers for thee – Bright Absenty”[5].

Wij zijn aangekomen op de tweede aanlegplaats van onze Odyssee.


[2] Zie Genesis 1:1 uit het Oude Testament

[5] Bron: Dickinson, Emily, The Complete Poems of Emily Dickinson. London: Faber, 1977 – Gedicht 339