Tagarchief: Alteratie

Beeldenstorm en het woord


Voor de toeristenstroom zijn Carla, Man en Narrator in het Begijnhof in Amsterdam en zij bekijken het Heilig Hartbeeld in het midden van het gazon.
Begijnhof Amsterdam[1]
Begijnhof - Heilighartbeeld[2]
“Dit Begijnhof is enige hofje – gesticht voor 1346 n. Chr. in de Middeleeuwen – dat in de Amsterdam binnen de Singel aanwezig is. Van oorsprong was het Begijnhof helemaal met water omgeven door de Nieuwezijds Voorburgwal, het Spui en de Begijnensloot; de enige toegang was een brug over de Begijnensloot bij de Begijnensteeg. Het Begijnhof was geen oudedagsvoorziening gesticht door particulieren; het was een soort vrouwenklooster – met patroonheilige St. Ursula – waar Begijnen met meer vrijheid woonden. Zij hadden wel een gelofte van kuisheid aflegden en zijn voelden zich verplicht tot dagelijks bezoek van de Heilige Mis en het vervullen van bidmomenten op de dag, maar zij mochten op elk moment het hof verlaten om te trouwen.

Na de Alteratie in 1578 n. Chr. – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd vervangen door een Calvinistisch bestuur – was het Begijnhof de enige Rooms Katholieke instelling die mocht blijven bestaan, omdat de huizen privé-eigendom van de Begijnen waren. De kapel werd echter gesloten om in 1607 n. Chr. te worden toegewezen aan de Engelse Presbyteriaanse gemeente in Amsterdam. Sinds die tijd wordt de deze kapel aangeduid met de Engelse kerk [3].

In september 1898 kreeg Piet Mondriaan – een beeldenstormer in de moderne kunst – opdracht tot vervaardiging van vier houten reliëfpanelen voor de preekstoel in de Engelse Kerk [4]. Het is interessant om de ontwikkeling van het werk van Piet Mondriaan te zien; te beginnen bij deze panelen van de preekstoel, via het schilderij van de boom in grijs/blauw, naar abstracte schilderijen met gekleurde vlakken, om net als Gerrit Rietveld de afbeelding te bepalen met wit, misschien omdat hij ook een van de weinigen was die afbeeldingen wilde scheppen door onvervormd licht. Na zijn beeldenstorm heeft Piet Mondriaan zich aan de strenge regel gehouden om abstracte schilderijen volgens het neoplasticisme [5] te maken met uitsluitend horizontale en verticale lijnen voor de vlakverdeling; lijnen die omsluiten en lijnen die buitensluiten, hoewel in de laatste afbeelding met twee lijnen is er geen sprake meer van omsluiting en buitensluiting. Nooit heeft Piet Mondriaan diagonale lijnen gebruikt, zoals Theo van Doesburg [6] wel deed.
Preekstoel - Engelse Kerk - Mondriaan[7]
Boom Mondriaan[8]

Schilderij vlakken Mondriaan[9]
Schilderij Grijs Wit Mondriaan[10]
Via deze hedendaagse beeldenstorm binnen de Stijl-beweging lijkt het mij goed dat jij verder gaat met een beeldenstorm van ruim 2500 jaren geleden”, zeg Narrator.

Carla, Man en Narrator gaan tegen het muurtje rond het grasveld in het Begijnhof zitten.

“Bedankt voor deze boeiende introductie van het Begijnhof en zijn geschiedenis.
Voordat ik met de beeldenstorm van 2500 jaren geleden uit de Joodse geschiedenis begin, zou ik de inspanning van Mozes in herinnering willen brengen om de Ene – Jahweh – als enige God zonder afbeelding bij het Joodse volk erkend te krijgen. Nadat Mozes van de Ene de tien geboden (met de vinger van Jahweh geschreven) had ontvangen – waaronder de eerste twee geboden: “Ik ben de eeuwige God en Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” – en weer bij zijn volk terugkwam, zag hij het uitverkoren volk in aanbidding van een gouden kalf: het uitverkoren volk was Jahweh volkomen vergeten. Woedend gooide Mozes de tafels met de tien geboden in stukken. Hierna mocht hij weer de berg opgaan om nieuwe tafels van het verbond van de Ene te ontvangen. Deze tafels werden in de ark van het verbond meegedragen; waarschijnlijk was deze ark bij de verwoesting van de eerste tempel in Jeruzalem vernietigd [11]. Sinds die tijd worden de tafels van het verbond met de eerste boeken uit de Tenach [12] als Thora [13] door een Joodse gemeenschap op een rol – gemaakt van perkament van de huid van een koosjer dier – meegenomen naar waar men gaat. De tekst van de Thora wordt met de hand op het perkament overschreven. Door deze rollen is het verbond met de Ene niet meer fysiek gebonden aan de originele tafels in een ark van het verbond.

Thorarollen[14]

Rond 600 v. Chr. was de eerste tempel in Jeruzalem – gebouwd omstreeks 1000 v. Chr. onder het bewind van koning Salomo – vernietigd en een groot deel van het uitverkoren volk was in drie groepen tussen 597 en 582 v. Chr. weggevoerd naar Babylon. Een klein deel van het volk was achtergebleven en zij leefden als herders tussen de ruïnes van Jeruzalem [15]. Een generatie later mocht het deel van het uitverkoren volk in Babylon weer terugkeren naar Jeruzalem en een deel van hen keerde terug. Met de achterblijvers wordt een nauwe relatie onderhouden die bijna twee duizend jaren later nog steeds intact is, want nadat het uitverkoren volk is verspreid over de aarde worden de afstammelingen van deze achterblijvers vanuit het Middeleeuwse Cordoba nog steeds geraadpleegd over de interpretatie van religieuze zaken. Na de terugkeer van de bannelingen werd begonnen met de herbouw van de bescheiden nieuwe – tweede – Tempel in Jeruzalem; deze tweede Tempel was gereed in 515 v. Chr. In die tijd was er een grote mate van geletterdheid onder het uitverkoren volk in Palestina; dit blijkt uit briefwisselingen tussen Joodse soldaten met hun officieren uit die tijd [16].

In 445 v. Chr. is Jeruzalem met de tweede nieuwe Tempel nog steeds een stad met half verwoeste muren waar de mensen tussen het onkruid rond de puinhopen leefden. In dat jaar besluit Nehemia – plaatsvervangend gouverneur van de Perzische koning – de muren rond Jeruzalem te herbouwen; muren die omsluiten, muren die buitensluiten. Tijdens de bouw lagen de wapens steeds klaar om onverwachtse aanvallen van tegenstanders af te slaan; de troffel in de ene hand, het zwaard in de andere hand.

Nadat de muren gereed waren, verzamelden een maand later – in de zevende maand van het jaar – alle uitverkorenen in Jeruzalem zich bij de gerestaureerde waterpoort. De uitverkorenen vroegen Ezra – de Hogepriester en Schriftgeleerde – de Thora met de wet van Mozes te halen. Voor de verzamelde menigte in Jeruzalem opende Ezra de Thora en iedereen stond op. De moedertaal van veel van de aanwezigen was Aramees; tijdens het voorlezen van de Hebreeuwse tekst van de wet van Mozes, verschaften de Levieten [17] – de stam van mijn voorouders [18] – uitleg zodat het volk de tekst begreep. De volgende dag kwamen Ezra, de Levieten en de Oudsten samen om de Wet te bestuderen. Zij lazen dat in de zevende maand van het jaar het uitverkoren volk in Loofhutten diende te wonen. Hierna haalde de uitverkorenen loof uit de omgeving om er hutten van te bouwen [19]. Een maand later gingen de uitverkorenen een nieuw verbond aan met de Ene; een verbond dat verbindt, een verbond dat buitensluit. Hiermee beloofden de uitverkorenen deze wetten op gezette tijden te lezen en te onderhouden waaronder bijvoorbeeld het gebod om geen huwelijken sluiten met buitenstaanders.

Deze roep van het uitverkoren volk om de wetten te lezen was een revolutie in het oude Nabije Oosten waar gewoonlijk het volk door machtsdragers werd opgeroepen om de macht, de heilige grootsheid en de woorden van de lokale koning aan te horen en de koning en zijn beeltenissen te eren.

De verering van het uitverkoren volk draaide om boekrollen met woorden; het was een verering zonder koning en het was een verbond binnen de voltallige gemeenschap van uitverkorenen met de Ene. Door deze openbare voorlezing werd de oude gewoonte van luid reciteren van de Thora op vaste tijden weer hersteld en deze gewoonte wordt vandaag nog steeds verricht door het uitverkoren volk [20].

Deze beeldenstorm van meer dan 2500 jaar geleden vertoont grote overeenkomsten met de beeldenstorm van 1566 n. Chr. tijdens de Reformatie in het Westelijk deel van Nederland. In 1566 n. Chr. vond op Walcheren bij de duinen van Dishoek de eerste hagenpreek [21] in de openlucht plaats. Vanaf dat moment en de volgende jaren werden in de Westelijke Nederlanden veel hagenpreken door Protestanten gehouden, omdat openlijke geloofsuitoefening buiten de Katholieke kerk verboden was. Mede door deze hagenpreken en door het zelf lezen van de bijbel – het Heilige boek door de Ene aan zijn uitverkorenen gegeven – ontstond een onderlinge band tussen geloofsgenoten. Zij zullen dit als een verering zonder koning en als een verbond binnen de voltallige gemeenschap van uitverkorenen met de Ene hebben ervaren waarbij zij uiteraard de hoofdstukken over het hernieuwde verbond tussen de Ene met zijn uitverkoren volk in het boek Nehemia hebben gelezen. En nog steeds wordt in Gereformeerde gezinnen bij iedere maaltijd een volgende passage uit de bijbel voorgelezen; dit gebruik is voortgekomen uit de Reformatie in het Westelijk deel van Nederland, maar het is ook een uitvloeisel van het hernieuwde verbond dat het uitverkoren volk meer dan 2500 jaar geleden sloot met de Ene”, zegt Man.

“Met deze uitleg van de beeldenstorm uit de Joodse geschiedenis in relatie tot de beeldenstorm in de Gouden Eeuw van Holland, vervul jij opnieuw de rol van de Levieten; de rol die jouw voorouders 2500 jaren geleden hadden vervuld. Uiteraard was dit verbond in die tijd een revolutie voor zover het een verbintenis met de Ene betrof, maar ik heb mijn aarzelingen bij de muren die omsluiten, de muren die buitensluiten. Een revolutie die uitverkorenen wenst te scheiden van buitenstaanders en/of andersdenkenden is van alle tijden. Veel revolutionairen worden volgens Bakoenin [22] na een korte tijd erger dan de voormalige heerser. Hoe is het deze revolutie van 2500 jaren geleden door middel van een vernieuwd verbond met de Ene verder verlopen?”, vraagt Carla.

“Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dat geldt voor mijn rol als Leviet [23]; dat geldt zeker voor de verdere invulling en het vervolg van de vernieuwing van het verbond met de Ene. Nog geen maand later werd een oorkonde van deze verbintenis opgesteld met daarin een groot aantal bepalingen waaronder het vastleggen van de namen van de uitverkorenen, het huwen binnen eigen kring en het uitsluiten van bevolkingsgroepen in de nabijheid [24]. In het Westelijk deel van Nederland heeft de Reformatie een soortgelijke weg gevolgd. In Londen zijn in 1550 n. Chr. de eerste kerkdiensten van Gereformeerden gehouden; in Emden in Noord Duitsland is een eerste Synode gehouden; vervolgens zijn in Dordrecht tijdens de Tachtigjarige Oorlog twee Synoden in 1574 en 1578 n. Chr. geweest – waarbij de oorlog verhinderde dat sommige sleutelpersonen aanwezig konden zijn – en in Middelburg in 1581 en in ’s-Gravenhage in 1586 n. Chr. zijn nog twee synoden gevolgd. Deze Synoden zijn gehouden om onderlinge overeenstemming binnen de Gereformeerde kerken te verkrijgen, maar ook om vreemde elementen te weren; ook hier muren die omsluiten en muren die buitensluiten. Tijdens de verzuiling na de tijd van Napoleon trouwden geloofsgroepen in eigen kring en leefden in eigen kring. Tijdens de schoolstrijd in de 19e eeuw is er hard gestreden voor vrijheid van onderwijs binnen de eigen zuilen met een gelijke financiële basisbijdrage door de overheid; deze vrijheid van onderwijs – en gelijkstelling in financiële overheidsbijdrage van bijzonder onderwijs met openbaar onderwijs – is vastgelegd in de Grondwet van Nederland [25].

Door mijn levensloop heb ik mij nooit thuis kunnen voelen bij religieuze muren die omsluiten en buitensluiten; ik heb altijd de verbintenis gezocht en gevonden – met hoop en vertrouwen [26] – bij de vele vormen van religie”, zegt Man.

“Niet bewust, maar op mijn gevoel heb ik jullie gevraagd mee te gaan naar dit Begijnhof voor een vorm van verbintenis binnen de scheiding in de geschiedenis tussen Katholieke Begijnen en de Engelse Presbyteriaanse gemeente binnen de Protestantse omgeving van Amsterdam”, zegt Narrator.

“Zullen wij beide kerken bezoeken?”, zegt Man.

“Dat is goed”, zeggen Carla en Narrator.

________________________________________

[1] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhof_(Amsterdam)
[2] Heilighartbeeld gemaakt door Johannes Petrus Maas in 1920 binnen het Begijnhof in Amsterdam. Met de verzuiling in Nederland aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw werden deze afbeeldingen in eigen kring weer toegestaan. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heilig_Hartbeeld_(Amsterdam)
[3] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Engelse_Hervormde_Kerk_(Amsterdam)
[4] Bronnen voor de beschrijving van het Begijnhof in Amsterdam: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhof_(Amsterdam) en http://en.wikipedia.org/wiki/Begijnhof,_Amsterdam
[5] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe_Beelding
[6] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Theo_van_Doesburg
[7] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Engelse_Hervormde_Kerk_(Amsterdam)
[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Piet_Mondrian
[9] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Piet_Mondrian
[10] Bron afbeelding: http://www.dekunsten.net/01+.html
[11] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 104 – 106 en http://nl.wikipedia.org/wiki/Ark_van_het_Verbond
[12] De bijbel in het Jodendom. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Tenach
[13] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thora
[14] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thora
[15] Potok, Chaim, Omzwervingen, ‘s-Gravenhage: BZZTôH 1999, p. 175 – 182
[16] Bron: Schama, Simon, De geschiedenis van de Joden – Deel 1: De woorden vinden 1000 v.C. – 1492. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013, p. 81, 82
[17] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Levieten
[18] De geboortenaam van Man Leben is Levi Hermann. Zie: Drift, Carla, Man Leben – Een leven. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 127 – 129
[19] Zie: Nehemia 7,72-8,18 uit de Tenach of uit het Oude Testament
[20] Bron: Schama, Simon, De geschiedenis van de Joden – Deel 1: De woorden vinden 1000 v.C. – 1492. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013, p. 59, 60
[21] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hagenpreek
[22] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Michail_Bakoenin
[23] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een leven. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 127 – 128
[24] Zie: Nehemia 9 – 13 uit de Tenach of uit het Oude Testament
[25] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Schoolstrijd_(Nederland)
[26] Slotwoorden in de film “Offret – The Sacrifice” van Andrei Tarkovsky

De Oude kerk in Amsterdam – een kerk in beweging


De volgende ochtend zitten Carla, Man en Narrator op de Nieuwmarkt bij de Waag koffie te drinken.

“Gisteravond dacht ik aan het antwoord van Yunmen [1]: “De hal van de monniken, de kerkruimte, de keuken, en de kloosterpoort” op zijn vraag: ”Wat is ieders stralend licht?” [2], terwijl ik de uitspraak las van Poolse kardinaal Hosius [3] – aanwezig bij het Concilie van Trente [4] dat met tussenposen plaatsvond tussen 1545 en 1663 na Chr. om een antwoord binnen de Katholieke kerk te vinden op de Reformatie – over de bijbel: “Als de Kerk er niet was geweest, dan was de bijbel net zo ongeloofwaardig als de fabels van Aesopus” [5]. Tijdens dit Concilie werd onder meer besloten dat de Openbaring uit de Heilige Schrift alleen bestaat in samenhang met de kerkelijke traditie, waarbij de Latijnse Vulgaat vertaling [6] van de bijbel – een aangepaste weergave in Volkslatijn uit 400 na Chr. – voor de Katholieken de standaardtekst werd van de Heilige Schrift. Welk antwoord zou Yunmen aan Kardinaal Hosius hebben gegeven?”, vraagt Carla.

“Ik denk een antwoord dat lijkt op een commentaar bij dit Boeddhistisch vraagstuk: “Zelf als de Kerk en de Bijbel de voorouders van Buddha zijn, dan kunnen deze niet voorkomen ieder en elk mens te zijn””, zegt Man.

““Het Universum – dus ook de kerk en de bijbel – belichaamt het stralende licht [7], Mensen van onmetelijke grootheid worden heen en weer geslingerd in de eb en vloed van woorden [8]”, en als hardhandige zenmeester zal Yunmen vervolgens de vragensteller – en daarmee zichzelf en het hele universum – hardhandig in de neus hebben geknepen met de woorden: “Kijk het stralende licht – werk hard aan de verlichting van alles en allen”. Zullen wij de Oude Kerk bezichtigen”, zeg Narrator.

Oude Kerk Amsterdam 1[9]

Carla, Man en Narrator lopen via de Monnikensteeg en de Oudekennissteeg naar de brug bij het Oudekerkplein op de Oudezijdsachterburgwal.

“Op de plaats van de Oude Kerk stond in de eerste helft van de dertiende eeuw een kleine houten kapel met een kerkhof. In de tweede helft van de dertiende eeuw werd deze houten kapel vervangen door een stenen zaalkerk. Deze kerk behoorde waarschijnlijk bij de kerkparochie van Ouderkerk aan de Amstel. Vanaf 1334 na Christus werd Amsterdam een eigen parochie met op deze plaats de parochiekerk gewijd aan St. Nicolaas, de beschermheilige van de zeelieden. In het begin van de 15e eeuw werd in het westelijk deel van Amsterdam een nieuwe parochie gesticht met de Nieuwe Kerk als parochiekerk. Vanaf die tijd werden beide delen van Amsterdam aangeduid met de Oudekerks- en Nieuwekerkszijde, of afgekort met de Oude- en Nieuwezijde. De Oude Kerk bleef voorlopig de hoofdkerk van Amsterdam. In de loop der tijd is de Oude Kerk vele keren vergroot en verbouwd: dit is vanaf hier duidelijk te zien. In 1655 werd de begraafplaats op het kerkhof rondom de Oude Kerk geruimd. Hiermee ontstond het huidige Oudekerksplein rondom de Oude Kerk [10]. Zullen wij naar binnen gaan?”, zeg Narrator.

768px-Amsterdam_oude_kerk2[11]

Carla, Man en Narrator gaan de kerk binnen.

“Bij het horen van jouw inleiding moest ik denken aan een aanhaling van een citaat van Herakleitos [12] in een boek met werk van de architect Aldo van Eyck [13]; vrij weergegeven: “Jij kan niet twee keer dezelfde kerk betreden”, zegt Man.

Het drietal gaat de Oude Kerk binnen.

“Tijdens de Beeldenstorm van 1566 n. Chr. in Amsterdam werden de altaren van de Oude Kerk beschadigd. Na de Alteratie van 1578 n. Chr. – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd afgezet – werd de kerk heringericht voor de Protestantse eredienst. Van 1584 tot 1611 n. Chr. – het jaar waarin de Beurs van Hendrick de Keyser op het Rokin werd geopend – had de Oude Kerk als beurs voor handelaren gediend. Vanaf 1632 vonden de vergaderingen van de Kerkenraad afwisselend plaats in de Oude en Nieuwe Kerk. Door de bouw van het stadhuis aan de Dam won de Nieuwe Kerk aan belang en werd definitief de hoofdkerk. Vanaf 1951 is de kerk 24 jaar gerestaureerd, omdat er instortingsgevaar dreigde door problemen met de fundering. In 1994/1998 is de kerk opnieuw gerestaureerd. Dit is in een notendop de geschiedenis van de Oude kerk”, zegt Narrator.

“Voor de beeldenstorm moet de Oude Kerk vol – misschien wel overvol – zijn geweest met afbeeldingen van Christus, Maria en Heiligen voor het aanroepen van steun, moed en troost in bange tijden. De muren en plafonds zijn vol geweest met schilderingen als preken in verf. Nu met deze witte muren moet ik denken aan een andere strofe van Aldo van Eyck uit een artikel over het werk van de Gerrit Rietveld: “Sinds zijn Stijl-periode heeft Gerrit Rietveld het gebruik van actieve kleur vermeden en hij heeft de ruimte afgegrensd met wit, misschien omdat hij een van de weinigen is die ruimte wilde scheppen niet zozeer door materiaalbegrenzing maar door het vormen van licht [14]”. Is hier in de Oude Kerk het stralende licht de kerkruimte?”, zegt Man.

Oude Kerk Amsterdam 3.jpg[15]

“Dat is een mooie vergelijking met de kunstbeweging de Stijl: deze beweging kan worden gezien als een recente beeldenstorm en opstand tegen een overdadige en vastgelopen beeldtaal van de Amsterdamse school zoals wij die kunnen zien in het Scheepsvaarthuis aan de Prins Hendrikkade.

Scheepvaarthuis Amsterdam[16]

Scheepvaarthuis Amsterdam 2[17]

“Zoals mogelijk Gerrit Rietveld tijdens zijn Stijl-periode geen begrenzing meer wenste door muren, door afbeeldingen en door geschilderde kleuren, zo wilden de Protestanten tijdens en na de Reformatie geen beeldtaal – als stripverhaal voor de ongeletterden – geen symbolen en oude gebruiken van de Katholieke kerk meer aanvaarden als brug met het eeuwige licht van God en zijn openbaringen in de Heilige Schrift. Zij wilden rechtstreeks in Gods genade zijn en zijn openbaringen zelf ervaren. Maar zoals vele kleine vernieuwende gemeenschappen stonden ook de kerkgemeenschappen voor het dilemma van de overdracht van de vernieuwing naar het nageslacht. Bij het bestendigen van de overdracht van de ware oorspronkelijke vernieuwing aan het nageslacht neigde men vaak naar een strakke interne discipline met een autoritaire onderdrukking. Ook tijdens de kerkzang – door de gehele kerkgemeente uit volle borst gezongen – wilden zij in eerste instantie niet worden gehinderd door muziekinstrumenten. Later hebben de kerkgemeenten ervaren dat een kerkorgel wel zinvol is om de kerkzang van de gemeente te binden. In de Oude Kerk is het kerkorgel geregeld vernieuwd en uitgebreid. Vanmiddag wilde ik graag op de beeldenstorm terugkomen. Zullen wij nu naar buiten gaan”, zegt Narrator.

Oude Kerk Amsterdam 4.jpg.png[18]

“Deze vernieuwing in religie en staatsvorm heeft een keerzijde van een ongebreidelde handelsgeest en een grenzeloze veroverings- en bekeringsdrang. Ik zou daar later op willen terugkomen”, zegt Carla.

Carla, Man en Narrator verlaten de Oude Kerk.

“De Oude Kerk is waarschijnlijk de enige kerk in de wereld waar het kerkplein bijna uitsluitend omringd is met bordelen. Dit gegeven wordt geëerd met een standbeeld “Belle” met de tekst “Respect sex workers all over the world” [19] . Waar ik “Belle” op mijn weg zie, moet denken aan Mattheus 21:31 waar Jezus zei: “Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God”. En wanneer ik afkeuring over hoeren zie of hoor, dan denk ik aan het Boeddhistisch vraagstuk Chao Chou’s [20] Weg van het Hemelrijk: “De Weg van het hemelrijk is niet moeilijk, deze weg houdt niet van keuzes maken”. [21]

Oudekerkplein Belle Amsterdam[22]

In 1993 is in het plaveisel van het plein door een anoniem kunstenaar een sculptuur geplaatst dat een hand uitbeeldt die een vrouwenborst vasthoudt”, zegt Narrator.

Oudekerkplein Amsterdam[23]

“Wanneer ik de Weg van het Hemelrijk hoor noemen, dan denk ik aan mijn lagere schooltijd in Zuid Limburg. In die tijd tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het zoals het kwam, het was zoals het was en het ging zoals het ging. In de Katholieke kerk zong de pastoor met een krakende stem “Credo in unum Deum [24]”, waarna het koor verder ging met het prachtig gezongen “Patrem omnipotentem, factorem caeli et terrae, visibilium omnium et invisibilium [25]”. De mannen – als zij al naar de kerk gingen – speelden achter in de kerk hun kaartspel of zij hoorden mis in het voorportaal; meestal bleef hun kerkbezoek beperkt tot vier keer per jaar. Alleen met Kerstmis, Pasen – de mannen hadden dan een paar dagen daarvoor gebiecht zodat zij ter communie konden gaan –, voor de grote processie en met Allerheiligen en Allerzielen zat de kerk helemaal vol. Alleen tijdens de consecratie [26] die werd aangegeven met het drie keer klingelen van de belletjes, was iedereen stil; na de consecratie begon de kerk met geroezemoes weer tot leven te komen.

Tijdens mijn middelbare schooltijd – na mijn verhuizing met mijn tante naar Rotterdam – ging ik naar een Gereformeerde kerk. De hele kerk zong vol overgave: ”U zij de glorie”; de preken werden aandachtig gevolgd en thuis na de kerkdienst werd de preek nabesproken. De intensheid waarmee men in Holland het geloof beleed kwam overeen met de volledige inzet waarmee men tegen het water streed: pompen of verzuipen. Met dezelfde intensheid en vreze Gods werd het juiste geloof – naar de letter en naar de geest – gezocht en beleden.

In Zuid Limburg nam de pastoor of kapelaan de biecht af achter een gesloten deurtje; na het biechten gevolgd door enkele Onze Vaders en Weesgegroetjes in de kerkbank – een keer kreeg een klasgenoot een draai om de oren van de pastoor –, waren bijna menselijke zonden vergeven en via de communie werd de zondaar weer in het grote vaartuig van de Katholieke kerk en daarmee in Gods genade en opgenomen.

Tijdens mijn eerste middelbare schooljaar – na mijn verhuizing naar Rotterdam – zag ik met verbijstering hoe in de Gereformeerde Kerk een zondaar in de openbaarheid voor de kerkgemeenschap zijn zonde beleed; ik begreep dat – hoewel binnen deze kerkgemeenschap Gods genade ondoorgrondelijk was – de zondaar weer in de kerkgemeenschap werd opgenomen. Een andere geloofsovertuiging – al betrof het maar één andere uitleg van een geloofskwestie – kon een reden zijn voor een scheuring binnen de kerkgemeenschap en daarmee ook een scheuring binnen familie, vrienden en bekenden: zo belangrijk was het ware geloof. In 1944 tijdens de Duitse bezetting heeft er binnen de Gereformeerde Kerk een kerkscheuring (of vrijmaking) plaatsgevonden over de vraag of de doop alleen geldig is als de gedoopte de rest van haar/zijn leven het ware geloof blijft belijden en op grond daarvan zicht mag hebben op een veronderstelde wedergeboorte (de synodalen), of is de doop een teken van Gods belofte dat je Zijn kind mag zijn waarbij de dopeling geroepen wordt om als kind van God te leven (de vrijgemaakten). Deze scheuring tijdens het dieptepunt van de Duitse bezetting was verschrikkelijk en onvermijdelijk voor de betreffende kerkgemeenten en voor de families [27]. Als afzonderlijk zuilen gingen beide Gereformeerde Kerken verder om daarna nog enkele afscheidingen door te maken.

Verzuiling in Nederland[28]

Enkele jaren later las ik op de middelbare school uit het Evangelie van Johannes:

In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen [29].

Op Yunmen’s vraag: “Wat is ieders stralend licht?” antwoord ik naar de strofe uit het Johannes Evangelie: “Het leven”. Met Mŗtyū [30] – in de Mahābhārata de dood geschapen door Brahman in de gedaante van een vrouw – vraag ik mij af: “Waarom leren mensen niet te leven?””, zegt Man.

“Waarom gunnen mensen elkaar niet het licht in de ogen”, zegt Carla.

“Waarin verschillen mensen van Krishna (de wagenmenner) die Arjuna in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – aanzet tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht en anderzijds het menselijk handelen [31]? Hij die de wereld kent spreek! Zullen wij vanmiddag verder gaan met de beeldenstorm?”, zegt Narrator.

“Dat is goed”, zegt Carla.

“Mag ik jullie uitnodigen voor een eenvoudige lunch”, zegt Man.


[2] Zie: Tanahashi, Kazuaki ed., Treasury of the true dharma eye – Zen Master Dogen’s Shobo Genzo. Boston: Shambhala, 2012, p. 419 – 420

[5] Bron: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 61

[7] Zie ook casus 14 in:  App, Urs, Master Yunmen. New York: Kodansha International: 1994, p. 91. Vrij weergegeven: Iemand vraagt Yunmen: “Wat is de bron van het ware geloof?”. Yunmen antwoordt: “Overal”.

[13] Bron: Eyck, Aldo van, Writings – The Child, the City and the Artist. Nijmegen: Sun, 2006, p. 73

[14]Bron: Eyck, Aldo van, Writings – Collected articles and other writings 1947 – 1998. Nijmegen: Sun, 2006, p.145

[21] Zie ook: Hekiganroku – Casus 2. Zie ook: Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels. München: Kösel-Verlag, 2002

[24] Vertaling: “Ik geloof in een God”

[25] Vertaling: “Almachtige Vader, schepper van hemel en aarde, van het zichtbare en onzichtbare”

[28] Een overzicht van een aantal afsplitsingen van kerken in Nederland. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gereformeerde_Kerken_vrijgemaakt

[29] Uit: Johannes 1:4

[30] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Deel 2: Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 124 en: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 170 – 173

[31] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Deel 2: Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 117

Wie ben jij: Intensiteiten en associaties


Weerzien in Amsterdam: twee preken in steen

“Het plein voor het Centraal Station is een goede plaats om Narrator weer te begroeten na zijn reis uit Florence [1]. Ik hoor zijn specifieke ritme in de bongo’s van de jazz-band die daar in de verte Nature Boy [2] van Eden Ahbez [3] speelt”, zegt Man.

“Ik hoor het, Narrator heeft ons gezien; hij verandert zijn ritme”, zegt Carla.

Carla en Man luisteren naar de zangeres:

Er was een man [4]

Een opmerkelijk betoverende man

Men zegt hij zwierf heel ver,

Heel ver, over land en zee

 

Een beetje bedeesd met droeve ogen

Maar wijs, zo wereldwijs.

 

En dan een dag, een magisch dag

Kruiste hij mijn weg, en terwijl hij sprak

Over vele dingen, priesters [5] en koningen.

Zei deze man tot mij:

 

“De grootste gave die jij ooit leert

Is de immense gave van goedheid”

“De tekst van Nature Boy is voor ons aangepast”, zegt Man.

Na het spelen van dit nummer pakt Narrator zijn bongo’s in. Hij neemt afscheid van zijn medemuzikanten en komt Narrator bij Carla en Man staan.

“Prachtig lied. Bedankt voor jouw kaart. Waarom heb jij ons hier uitgenodigd als beginpunt voor de verkenning van “Intensiteiten en associaties” bij de tweede gangbare werkelijkheid op onze Odyssee naar  “Wie ben jij”?” vraagt Man aan Narrator.

Amsterdam_Sint_Nicolaas_Kerk[6]

“In de Gouden Eeuw aan het begin van de Reformatie legden op deze plaats de kleinere zeeschepen aan die uit verre landen beladen met koopwaar terugkeerden. In de 19e eeuw is op deze plaats het Centraal Station in Amsterdam gebouwd. Voor de Reformatie waren er overal in de stad uitingen van het Christelijk geloof te zien. Nu zien wij van hieruit nog slechts twee bakens van Christelijk geloof. In de verte in het Centrum van Amsterdam is de toren van de Oude Kerk [7] die tot de Alteratie [8] – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd afgezet – de Sint-Nicolaaskerk werd genoemd naar Sint-Nicolaas die onder meer de patroon van de zeelieden is. Hier vlakbij aan de waterkant zien wij de Rooms Katholieke Basiliek van de Heilige Nicolaas [9] die aan het einde van de 19e eeuw als derde Sint-Nicolaaskerk werd gebouwd; de tweede Sint-Nicolaaskerk is een schuilkerk aan de Oudezijds Voorburgwal, die nu bekend is onder de naam “Ons Lieve Heer op Solder” [10].

Amsterdam_Onze_Lieve_Heer_Op_Zolder[11]

Ik stel voor om als inleiding op “Intensiteiten en associaties” vanmiddag de Basiliek van de Heilige Nicolaas te bezoeken en daarna de Ronde Lutherse kerk aan de Singel voor twee preken in steen die zijn voortgekomen uit de Reformatie. De Oude Kerk in het Centrum kunnen wij morgen bezichtigen om de aanzet tot de Reformatie te beschouwen”, zegt Narrator.

“De Basiliek van de Heilige Nicolaas heeft een Christelijk kruis als plattegrond zoals veel traditionele Katholieke kerken; maar een echte kerktoren ontbreekt en de kerk is ingepast in het stratenplan in plaats van gericht op het oosten”, zegt Man.

“Ik wilde jullie de koepel van de basiliek tonen, want het plafond laat de enorme verandering zien die de Reformatie ook binnen de Rooms Katholieke kerk in Holland heeft teweeg gebracht. Zullen wij naar binnen gaan?”, vraagt Narrator.

Carla, Man en Narrator lopen naar de Basiliek en gaan naar binnen.

“Het plafond van de koepel toont geen geschilderde samenvatting van het Katholieke geloof geordend naar de Middeleeuwse Scholastiek met een Goddelijke drie-eenheid, een wereldbeeld en een hemel. Deze koepel toont alleen de afbeeldingen van de vier evangelisten van het Nieuwe Testament en daarmee een verwijzing naar het Woord van God waarin de Zoon van God naar de aarde is gezonden voor het heil van de gelovigen. Volgens de schildering van deze koepel vormen de vier evangelisten de verbinding tot het Goddelijke licht. De verwijzing naar het Woord van God – dat de toeschouwer na de opkomst van de boekdrukkunst zelfstandig tot zich kon nemen – heeft in deze schildering van de koepel de plaats ingenomen van het beeldverhaal in de koepels van de kerken in Florence. Deze verandering in de beschildering van de kerkkoepel met de afbeelding van het zelf/Zelf volgens de Middeleeuwse Scholastiek in de Florentijnse kerken naar de afbeelding in deze koepel van tussenpersonen die verwijzen naar het licht van de Ander – de onzichtbare God –, toont overeenkomsten met de derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling [12] met een verwijzing naar de onbevangen en waardevrije weergave van het licht van de Ander – in dit geval de Goddelijke drie-eenheid”, zegt Narrator.

“Ook in deze Basiliek komt het licht van boven. Met het licht als hoop voor de opstanding toont de koepel zelf de voortdurende opstanding. “Et lux perpetua luceat eis – en laat eeuwig licht op hen schijnen [13]”, zegt Man.

“Op wie schijnt het eeuwig licht? Laten wij deze vraag rusten tot later op onze zoektocht. In Holland ben ik een vrouw uit het Zuiden, in Florence ben ik een vrouw uit het Noorden. Hoewel ik deze koepel ook overdadig vind, voel ik mij in deze kerk meer thuis dan in de overdadige kerken in Zuid Europa”, zegt Carla.

“Goede vraag met vele antwoorden waar hard om gestreden is. Zovelen dachten het Goddelijk licht exclusief in pacht te hebben waarbij andere lichtpunten met vuur en zwaard uitgedoofd moesten worden. Zullen wij naar de Ronde Lutherse kerk aan de Singel gaan om de invloed van de Reformatie op het Protestantisme te zien”, zegt Narrator.

Amsterdam_Koepel_Nicolaas_Kerk[14]

Terwijl Carla, Man en Narrator naar van Prins Hendrikkade naar de Singel lopen, vraagt Narrator aan Man: “Met welk Boeddhistisch vraagstuk ben jij nu bezig?”.

“Met een – op het eerste gezicht – heel eenvoudig vraagstuk met de metafoor van Indra’s Net in gedachten:

Vraag: “Wanneer ontstaan en verdwijnen onophoudelijk doorgaan, wat dan?”

Antwoord: “Wiens ontstaan en verdwijnen?”

 

En een deel van het bijbehorende vers:

Scheiden van verstrengelde ranken

ontstaan en verdwijnen in overvloed – wat is het? [15]

Dit vraagstuk is zeer goed van toepassing op de Reformatie gedurende de 80 jarige oorlog in Holland; wiens ontstaan en verdwijnen vond plaats tijdens deze Reformatie. Wat is “Het” scheiden van de verstrengelde ranken – ontstaan en verdwijnen in overvloed – van het Christelijk geloof in Holland? Ik weet het niet; “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” of “Het Mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt” [16]“, zegt Man.

“Leven bestaat uit veranderen, maar wanneer alles voortdurend verandert, dan blijft verandering als vaste constante. Hiermee hebben wij meteen de contradictio in deze redenering – en in dit uitgangspunt – vermeld”, zegt Carla.

“Ik ben daar niet zo zeker van. Het commentaar bij dit vraagstuk stelt: “De constante beweger is niet waar te nemen” en: “Als jij – het Goddelijke licht? – daarmee instemt, dan ben jij de zintuigen nog niet ontstegen, maar als jij er niet mee instemt dan ben jij gebonden aan leven en dood[17]. Dit is een lastig vraagstuk; dit lijkt op het dilemma van het ware geloof en de directe relatie met God waarmee de gelovigen in Holland tijdens en na de Reformatie voortdurend hebben geworsteld. Daar zien wij de Ronde Lutherse Kerk als een burcht in de vorm van een donjon. De Lutheranen was het niet toegestaan om een kerk met een toren in Amsterdam te bouwen”, zegt Narrator.

Amsterdam_Ronde_Lutherse_Kerk[18]

“Deze Lutherse kerk doet mij denken aan een kerkelijk gezang dat ik op het Gymnasium in Rotterdam heb geleerd: “Een vaste burcht is onze God. Een toevlucht voor de zijnen” en “De vijand rukt vast aan met opgestoken vaan”. Tegen het einde van het gezang komt de strofe: “Gods woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken”. Laten wij dit toevluchtsoord betreden”, zegt Man.

 

“De plattegrond van de kerk laat zien dat de kerkgangers als gemeente in een kring hun aandacht gericht hebben op de voorganger van de dienst: ook deze menselijke gemeenten heeft een voorganger nodig als persoon in het midden om het onderlinge vertrouwen te vestigen en te bestendigen. De kerk kent geen afbeeldingen, ook geen afbeelding van een Christelijk kruis in de plattegrond.

Plattegrond Ronde Lutherse Kerk Amsterdam

[19]

 

In deze kerk zijn de rituelen en de preek in beelden overgegaan in de preek van Gods woord. In deze kerk zingt geen koor op de achtergrond, maar de gemeente zingt uit volle borst. De uitingen van geloof zijn van afbeeldingen, verwijzingen, associaties en personen in het midden als bemiddelaar voor een relatie met God overgegaan in een verinnerlijking van Gods woord en het gezamenlijk aanheffen van liederen, In deze kerk is het van belang om binnen Gods burcht met uitverkorenen een directe relatie met God te hebben, waarbij de voorganger de gemeenschappelijke relatie met God verwoordt”, zegt Narrator.

 

“Deze Ronde Lutherse Kerk toont mij een burcht – een schuilplaats en een besloten samenkomst – voor de getrouwen en een afwijzen van en angst voor ongelovigen en andersdenkenden. De Basiliek van de Heilige Nicolaas verwijst mij ook via de Evangelisten naar Gods woord, maar is afstandelijker in de verwijzing naar God en opener als Christelijk baken voor buitenstaanders. Dit laatste kan te maken hebben met mijn Katholieke opvoeding in Zuid Limburg”, zegt Carla.

 

“Vanavond wil ik jullie een korte beschrijving geven van de 13e eeuwse abt Emo van Bloemhof  als contrast met de Reformatie tijdens de 16e Eeuw in Holland”, zegt Narrator.


[1] Zie ook: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 165

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nature_Boy. John Coltrane heeft met zijn kwartet een uitvoering van dit lied op LP gezet. Een recente (onrechtmatige?) opname van dit lied is te beluisteren via de volgende hyperlink: http://soundcloud.com/lennart-ginman/nature-boy-live-recording-eiv

[4] In het Sanskriet – de taal van de goden in de wereld van mensen – betekent “man” onder andere “denken, geloven en waarnemen”.

[5] In het woord priester zijn de woordkernen “pŗ”, “ish” en “tr” te herkennen die in het Sanskriet respectievelijk “in staat tot, beschermen of levend houden”, “God of Hoogste Geest” en “oversteken, overbrengen” betekenen.

[12] Zie voor een beschrijving van deze derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 50 en 51.

[13] Strofe uit de Rooms Katholieke requiem mis. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Music_for_the_Requiem_Mass#Communion

[15] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183 – 186

[16] Uit encycliek de Ecclesia de Eucharista van Paus Johannes Paulus II. In het woord “Eucharista” zijn te herkennen “Eu” dat in het Grieks “goed” betekent, “car” uitgesproken als “char” dat in het Sanskriet “bewegen” betekent en “īś”uitgesproken als “ish” dat in het Sanskriet “in staat tot” en “het opperste wezen/ziel” betekent. Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 166 en Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 127

[17] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183

[19] Bron afbeelding: Google afbeeldingen uit: Jaarboek Monumentenzorg 1990, Zwolle: Waanders Uitgevers, 1990