Tagarchief: Ark van het verbond

Man Leben – interview


In de vorige berichten hebt jij een korte beschrijving van zijn leven gegeven. Ik mag enkele vragen stellen bij de beschrijving voordat ik mij ga voorstellen.

“Jouw leven heeft een grotere diepgang dan ik ooit heb kunnen denken. In jouw beleving begint jouw leven al meer dan 4000 jaren geleden. In 1933 zijn jouw ouders vanuit Frankfurt am Main naar Amsterdam verhuisd om een nieuw bestaan op te bouwen in een vreemd land waar zij de taal en de cultuur niet kennen. Ik neem aan dat jullie in Amsterdam Duits zijn blijven spreken”, zeg ik.

“Dat is voor een deel juist. Mijn ouders zijn onderling Duits blijven spreken, maar ik ben tweetalig opgevoed. Dit is bijzonder geweest, want het Nederlands van mijn ouders heeft een erg Duits accent gehad. In die tijd heb ik mij daarvoor geschaamd, en nu schaam ik mij voor de schaamte”, zeg jij.

“In jouw beschrijving is het afscheid van jouw ouders rond 1942 verhoudingsgewijze makkelijk verlopen”, zeg ik.

“In die tijd heb ik de woorden en de kennis niet om mijn gevoelens te verwoorden. Ik heb dit afscheid als een avontuur of een soort natuurlijke en spannende verandering ervaren. Nu zie ik duidelijk dat mijn ouders en mijn tante dit afscheid aan mij als een overgangsrite hebben gepresenteerd. Mijn moeder heeft gezegd dat ik lang weg zou blijven. Zij zei: “Vanaf nu ben jij geen jongen meer maar een echte Man, jij bent nu een echte Herr Mann”. Zij heeft voorspeld dat het een heel donkere tijd wordt, maar dat ik er op moet vertrouwen dat uiteindelijk alles goed zal komen. Ik heb een nacht bij mijn tante gelogeerd. Daarna is een reis van een aantal weken begonnen, totdat ik in Zuid Limburg ben komen te wonen”, zeg jij.

“Jouw naamsverandering, hoe is dat gegaan?”, vraag ik.

“Ik weet niet alle details en ik kan geen details vertellen, want er zijn mensen bij betrokken die misschien nog in leven zijn. Mijn naamsverandering is vrij eenvoudig verlopen. Een jongen verhuisd voor het bevolkingsregister – onder zijn naam met een persoonsbewijs voorzien van een oude foto – naar een anderen plaats. Enkele weken later verhuisd dezelfde jongen voor het bevolkingsregister met een nieuwe naam – en een nieuw persoonsbewijs voorzien van een recente foto – naar een derde plaats. De oude naam blijft achter in de tweede plaats. Een tijd later is de oude naam waarschijnlijk met “verblijfplaats onbekend” ingeschreven. Ik ben zo binnen enkele weken verschillende keren verhuisd om het spoor te verdoezelen”, zeg jij.

“Wat hebben jouw ouders bedacht om jou later weer te vinden. Hoe hebben zij gedacht aan te tonen dat zij jouw ouders zijn?”, vraag ik.

“Mijn nieuwe naam is nauw verbonden met de namen die ik van mijn ouders en familie heb gekregen. Mijn ouders hebben mij “Levi” genoemd naar de derde zoon van Jacob en Lea in het boek Genesis. Uit de twaalf zonen van Jacob en Lea zijn de 12 stammen van Israël voortgekomen. Levi betekent: “hij zal verbinden of aaneenvoegen” [1]. Ik heb dit mijn hele leven ondernomen. Als ik terugkijk, zie ik met schaamte dat ik vaak hoogmoedig ben geweest”, zeg jij.

“Ik vind jou niet hoogmoedig”, zeg ik.

“Hoogmoed heeft vele gezichten. Ik heb veel later gelezen dat Schriftgeleerden denken dat de naam Levi een leenwoord is dat priester betekent of dat de naam verwijst naar de mensen die verbonden zijn aan de Ark van het verbond [1].  Bij het rondtrekken in de woestijn hebben de afstammelingen van Levi de Ark van het verbond gedragen. De eerste hogepriester is ook een afstammeling van Levi geweest. Enkele geleerden denken dat Levi verwijst naar een stam die van oorsprong niet Joods was, maar bestond uit immigranten die zich bij de Joden hebben gevoegd [1]. De afstammelingen van Levi hebben als enige stam geen grondgebied gehad in Kanaän. Mozes en zijn broer Aaron, Samuel, Ezechiël, Ezra, Johannes de Doper, Mattheus en Marcus zijn afstammelingen van Levi [2]. Volgens hoofdstuk 49 vers 7 van Genesis uit het Oude Testament zullen de kinderen van Levi over de aarde worden verspreid. In het testament van Levi [3] – een apocrief geschrift dat met de bijbel verbonden is – worden de priesters die afstammen van de eerste hogepriester Aaron en dus van Levi, hoogmoed verweten. Door deze hoogmoed ontstaat de Apocalyps of het einde der tijden. Ik heb mijn hele leven mijn best gedaan om hoogmoed te vermijden, maar vele keren is het niet gelukt. Hoogmoed is ook de oorzaak van het uiteenvallen van ons gezin geweest. Hoewel mijn grootvader en ik geen mensen van geweld zijn, is de voorspelling voor het lot van de afstammelingen van Levi ook ons lot geworden. Afgezien van de gewelddadigheid, sluit de naam Levi goed aan bij de weg die ik mijn leven heb bewandeld. Mijn nieuwe achternaam is afgeleid van de voornaam die mijn ouders aan mij hebben gegeven. Mijn nieuwe voornaam is nauw verbonden met mijn familienaam. Vroeger werd Piet Janssen vaak “Janssens Piet  – of zoon van Jan, Piet” genoemd. Ik denk dat mijn ouders hebben gedacht dat deze omdraaiing later kans van slagen zou hebben om mij weer als rechtmatige zoon erkend te krijgen”, zeg jij.

“Een mens in een donkere tijd moet soms kiezen, als hij de keuze niet aan anderen wil overlaten. Ik respecteer jouw terughoudendheid voor de keuze van jouw familie en pleegfamilie in Zuid Limburg. Mag ik vragen waarom jij na jouw gelukkige en zorgeloze tijd met jouw tante naar Holland bent verhuisd?”, zeg ik.

“Dat is heel duidelijk. Mijn tante is de jongere zus van mijn moeder. Zij leken erg op elkaar, ook in manier van doen. Voor mij was zij heel vertrouwd. Wij hebben het leven in Holland weer opgepakt. Dat is niet meegevallen als vreemden in een land in opbouw. Mijn tante had in haar ogen geen keuze; na de oorlog was zij het aan mijn ouders verplicht om voor mij te zorgen. Het leven in Zuid Limburg heb ik erg gemist, maar ik ben elke vakantie bij mijn peetouders gaan logeren”, zeg jij.

“Later verder met de vragen als dat mag”, zeg ik.

“Dat is goed”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder met enkele vragen over de weergave van jouw leven.


[1] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Levi

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Levite

[3] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Testament_of_Levi. Het Testament van Levi is onderdeel van het Testament van de Aartsvader.

Advertenties

Inleiding: Drie – Heilige Geest in het midden – De Duif


In het vorige bericht hebben wij het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent bezien. Dit schilderij toont het Lam Gods als offergave om de zondelast van de wereld weg te nemen. Jezus Christus, de enige zoon van God de Vader, wordt als Lam Gods weergegeven[1]. Boven het Lam Gods is een duif geschilderd als een stalende zon die de wereld verlicht. Deze duif symboliseert de heilige geest.

Het koor zingt tijdens de mis in B – mineur van Johann Sebastian Bach hoe Jezus Christus door de heilige geest uit Maria is voort gekomen:

”Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria virgine et homo factus est”

Later tijdens onze Odyssee zullen jij en ik nog uitgebreid stil staan bij “et incarnatus est”. Tijdens dit bericht gaan wij de duif – de heilige geest – bezien door wie Jezus als zoon van de Vader God uit Maria is ontstaan. Wij bezien hiervoor nog een keer het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent.

[2]

Volgens de Christelijke theologie zijn God de vader, de zoon en de heilige geest een drie-eenheid [3]. In het schilderij wordt deze drie-eenheid afgebeeld als vader – boven in het midden zittend op een troon als koning-God – met daaronder in een afzonderlijk schilderij de heilige geest als een stralende zon die het licht laat schijnen op de wereld. Uit de heilige geest is voortgekomen het Lam Gods als enige Zoon van de Vader. De heilige geest wordt in dit schilderij afgebeeld als een duif.

[4]

Hoe verhoudt deze goddelijke drie-eenheid zich tot de Joodse God die onzichtbaar aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?[5] Zien wij hier verschillende uiterlijke verschijningen van één en dezelfde God – die niet te bevatten is -, maar die verschillende vormen voor de gelovigen aanneemt?

De onzichtbare God die aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de duif zoals de Joodse God aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?

De zoon van God die als offergave in de vorm van het Lam Gods de zonde van de wereld wegneemt. Is dit een continuering van de offers die lang geleden zijn gebracht als herstelling en bestendiging van vertrouwen binnen de vee-cyclus?[6]

Het Christelijk geloof is via het Romeinse rijk verspreid. Binnen de leefwereld van de Romeinen heeft de vader binnen het gezin een absolute macht over zijn kinderen.[7] De geboorte van een Romein komt pas tot stand doordat de vader na de geboorte van een pasgeborenen een beslissing neemt of en hoe het kind in de samenleving wordt opgenomen. Totdat een kind zelfstandig gaat wonen, heeft de vader een absolute macht over zijn kinderen[8]. In West Europa is de Katholieke kerk de voortzetting van het Romeinse rijk tot op heden. Voor 300 n. Chr. is Jupiter [9] de belangrijke vader God. De kerkgewaden tonen nog altijd enige gelijkenis met de mode van het Laat Westelijk Romeinse rijk [8] en de kerkprovincies volgen in het voormalige rijk nog redelijk de oude Romeinse provincies. Vertoont de vader God gelijkenissen met de machtige positie van de vader over zijn kinderen binnen het Romeinse rijk?

“Het lijkt of binnen de Christelijke theologie het mysterie van de Goddelijk drie-eenheid nodig is om verschillende verschijningsvormen van mysteries uit het verleden te herenigen. Door deze hereniging van de drie-eenheid en het door rituelen (met gebruikelijke offers) onderhouden van deze hereniging wordt het vertrouwen in de wereld binnen het Christelijk geloof in stand gehouden. Door dit vertrouwen en geloof ontstaat voor de gelovigen een uitzicht op een wederopstanding”, zeg jij.

“Jouw uitleg klinkt goed; ik laat het onderzoek naar de juistheid over aan kerk historici [11]. De goddelijke drie-eenheid, de wereld en het gehele universum passen ook volkomen binnen een andere metafoor voor het mysterie van het leven. Binnen Indra’s net passen de drie verschijningsvormen van God uitstekend inclusief de wereld en het gehele universum. Allen zijn binnen deze metafoor glasparels die meer of minder stralen en reflecteren. Door hun onderlinge straling en reflectie vormen zij elkaar en maken het onderlinge net. Binnen deze metafoor is een kerk een gemeenschap die – al dan niet met een gebouw – elkaar door wederzijdse reflectie vanuit een geloof vormen opdat het levenspad wordt doorlopen”, zeg ik.

“Als wij in deze richting verder gaan, dan is de heilige geest de levensweg, het licht, de wind, het water, de lucht en alle stofdeeltjes waar wij uit zijn voortgekomen en waar wij weer naar terugkeren. Het doet mij ook denken aan de opening van de Ishvara upanishad die ongeveer als volgt gaat: “Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel. Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel. Vrede, vrede, vrede.” [10]”, zeg jij.

“Er blijven twee vragen over. Volgens de metafoor van Indra’s net zou geen deeltje verloren mogen gaan. En de tweede vraag komt op omdat ik ergens gelezen heb dat ook de goden zijn gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg. Misschien hierover later meer tijdens onze Odyssee”, zeg ik.

Het volgende bericht is een overgang naar de volgende rust plaats “Vijf” en gaat over het “Woord”.


[1] Zie voetnoot 6 bij het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Lamb_of_God

[3] De eerste aanzet tot de Christelijke leerstelling van de drie-eenheid is gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders van de grote christelijke centra in  Rome, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem. Dit Concilie wijst het arianisme – waarin de werkwoord-kern “arh” te herkennen is die in het Sanskriet “waardig zijn” of “in staat zijn” betekent – af en verklaart deze zienswijze tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, heeft verkondigd dat Christus geen goddelijke natuur heeft maar een door God geschapen – weliswaar superieur – mens is en daarom als “Zoon van God” ondergeschikt is aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalt het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God is en in essentie één met de God de Vader. In Nicea wordt de triniteitsleer nog niet volledig uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, wordt nog niet gesproken. Dit gebeurt pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381 waar de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk wordt vast gesteld met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God. De Heilige Geest, zo zegt de tekst, “voortkomt uit de Vader”. In het Latijn luidend: “qui ex patre procedit”. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel

[5] Zie bericht: Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1 van 5 mei 2011.

[6] Zie bericht: Inleiding: Drie – Dubio trancendit van 28 april 2011.

[7] Bron: Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil.  Red. Ariès, Philippe & Duby, George.

[8] Bron: hoofdstuk 1 van Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil. 

[9] Het woord Jupiter is samengesteld uit de woorden Deus (of Dieu in het Frans) dat via de werkwoordkern “div” in het Sanskrit “stralen, schijnen vermeerderen” betekent en “ptr” dat vader betekent.

[10] Zie ook: Major B.D. Basu ed., The Upanishads, Volume 1 and 23. New Delhi: Cosmo Publications, 2007

[11] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel. De Triniteitsleer – met de Heilige Geest als derde Goddelijke persoon – wordt nog niet uitgewerkt in de geloofsbelijdenis zoals vastgesteld tijdens het Concilie van Nicea in 325 n. Chr. Tijdens het concilie van Constantinopel in 381 wordt een aangepaste geloofsbelijdenis vastgesteld, waarin de Heilige Geest als derde goddelijke persoon naast de Vader en de Zoon wordt erkend waarbij de Heilige Geest voortkomt uit de Vader of  “qui ex patre procedit”. De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt door alle Christenen aanvaard. In 589 n. Chr. wordt tijdens het Derde Concilie van Toledo in de latijnse tekst “filioque” of “en de zoon” toegevoegd: de Heilige Geest komt volgens de latijnse tekst voort uit de Vader èn de Zoon. Karel de Grote heeft bewerkstelligd dat deze toevoeging door de Duitse kerken in 794 n. Chr.  als enig juiste tekst is aanvaard. Paus Leo III heeft Karel de Grote in 808 n. Chr.  laten weten dat het niet gepast is om aan de geloofsbelijdenis “filioque” toe te voegen. Karel de Grote heeft aan zijn stellingname vastgehouden; hij heeft Paus Leo III niet gevraagd om zijn zoon tot keizer te kronen. Nog steeds wordt in de Rooms-Katholieke geloofsbelijdenis  “filioque” vermeld. De Griekse en Oosters-Orthodoxe Kerken hebben deze toevoeging gezien als een ketterse aantasting van de Triniteitsleer, omdat met de toevoeging wordt gezegd dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader èn de Zoon en dus geen gelijkwaardige God is. In 1054 n. Chr.  Heeft deze toevoeging tot een schisma tussen de Kerk van Rome en de Oosters-Orthodoxe Kerken geleid. Zie ook:  Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 2. Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 213 – 216.

Bij het bestuderen van deze ontwikkeling ontstaan de volgende vragen. Waarom hebben Christenen niet  aanvaard dat de Drie-eenheid drie verschijningsvormen zijn van één en hetzelfde waarbij zij elkaar vormen? Waarom zijn de Vader en de Zoon niet voortgekomen uit de Heilige Geest als er behoefte is aan één oorsprong?

Inleiding: Drie – Object in het midden – Kerk 2


Bij onze zoektocht naar de kerk [1] als “object in het midden” maken wij een uitstap van een kleine 10 kilometer. Jij en ik beginnen in de – meer dan duizend jaar oude – Dom van Aken en gaan in de tijd vooruit via de dorpskerk in Wahlwiller naar de recent gebouwde kerk in de abdij Benedictusberg te Mamelis bij Lemiers. Tegelijkertijd is deze uitstap een weg terug in de tijd van de hedendaagse stad Aken, via de dorpsgemeenschap van 50 jaar geleden naar het kloosterleven van vele eeuwen geleden.

“Op dit uitstapje reizen wij door de tijd als de hoofdpersonen in het boek “Arthur, Koning voor eens en altijd” van Terence White. Kay en De Wart gaan vooruit en Merlijn gaat terug in de tijd.”: zeg jij.

“Als Merlijn onze Odyssee in de tijd terug volgt, dan staat hem een onmogelijke opgave te wachten bij de overgang van Twee naar Een. Hij mag dan een oneindig aantal fragmenten bij elkaar voegen om weer tot een geheel te komen. Misschien heeft Merlijn een kans.”: zeg ik.

“Dat is onmogelijk. Een versplinterde schaal is niet meer te herstellen. Ik weet niet wat wij nog kunnen verwachten op onze Odyssee. De overgang naar Nul is ook een onmogelijke verandering. Laten wij eerst de Dom bekijken.”: zeg jij.

Wij kijken naar het licht in de koepel. Terwijl ik naar de bogen kijk, bedenk ik dat Karel de Grote hevig heeft gevochten met de Moren. Maar in dit huis van God dat is voortgekomen uit de hofkerk van Karel de Grote, komen de vorm en de kleurstelling van de bogen erg overeen met de bogen in de moskee in Cordoba.

Wij kijken naar het altaar. Een groep Duitsers komt achter ons staan en begint te zingen:

“Plorate, Filii Israel. Plorate, omnes Virgines, et Filiam Jephte unigenitiam in Carmine doloris lamentamini. ”[2][3][4]  

“Een vreselijk offer brengt Jephte voor zijn overwinning. Zijn dochter houdt hem aan zijn belofte aan God waarmee zij haar eigen noodlot volkomen aanvaardt.”: zeg jij.

“In die tijd hielden vrouwen hun mannen aan hun beloften[5]. Zullen Jephte en zijn dochter herrijzen door het volgen van deze belofte aan God waarmee zij hun noodlot aanvaarden? ”: vraag ik.

“Weet ik niet. Laten wij het hopen. Ik hoop dat alle mensen die hun lot ondergaan herrijzen. Het licht in de kerk geeft hoop.”: zeg jij.

De zon breekt door. In de koepel schijnt het licht en rond het altaar ontstaat een gouden gloed. De Dom toont zich in haar glorie. “Het licht geeft hoop”,: zeg ik.

[6]

Wij gaan naar Wahwiller via de weg langs het Academisch ziekenhuis, de Technische Hochschule en de grenspost bij Vaals. Na enkele kilometers zien wij rechts de abdij Benedictusberg bij Lemiers, onze derde bestemming vandaag. Even later verlaten wij de grote weg en rijden het dorp Wahlwiller binnen. Wij komen om het werk van Aad de Haas [7] in de Sint Cunibertuskerk te bewonderen. De  kleurstelling en de kruiswegstaties in deze kerk zijn uitzonderlijk. De schilderingen zijn in 1947 veel te gewaagd voor de Katholieke kerk. Na ruim dertig jaar mogen de schilderingen van de kruiswegstaties weer in de kerk terug keren.

[8]

Wij gaan de kerk binnen en ook hier weer een gouden gloed. “Mensen tonen het licht van hun omgeving. Het hoofdaltaar in de Storkyrkan op Gamla Stan in Stockholm bestaat uit zilver op donker ebbenhout. Dit geeft het felle voorjaarslicht in de noordelijke landen weer.”, zeg jij.

[9]

“Het licht in Zuid Limburg is veel zachter, vandaar deze gouden gloed. De vijftiende statie met de herrijzenis – aanvullend op de klassieke 14 staties – is prachtig. Dit schilderij zou eigenlijk gericht naar het Oosten achter het altaar moeten hangen.”: zeg ik.

[10][11]

“Deze afbeelding van de herrijzenis past bij de paastekst: “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf, maar als zij sterft brengt zij rijke vruchten voort.”[12]. Bij de herrijzenis denk ik ook aan een opstanding uit een tabernakel. Een tabernakel is vooral leeg om ruimte te bieden aan de herrijzenis. Boven de ark is de ruimte bestemd voor Jahweh ook leeg.”: zeg jij.

“Hemel en aarde overstijgen; alleen in de leegte kunnen de zonnestralen zo mooi in deze kerk schijnen.”: zeg ik.

Wij nemen de weg terug richting Lemiers. Aan het begin van de oprit naar de abdij Benedictusberg lees jij dat wij ons kunnen aansluiten bij een van de gebedsdiensten. Wij bekijken eerst de foto’s van de kerk[13].

“Het lijkt de binnenkant van een heiligdom. Bij deze absolute schoonheid van maatvoering en indeling van de ruimte zijn geen afbeeldingen meer nodig.”: zeg jij.

“Aan de ene kant heel eigentijds en tegelijkertijd tijdloos. Modern en ook de allereerste kerk. Het lijkt of de tijd geen invloed heeft op deze ruimte. Wat een mooi licht van boven.”: zeg ik.

[14]

“Laten wij de Vespers [15] bijwonen”, zeg jij.

“Goed”, zeg ik.

Het volgende bericht gaat verder over bezinningsruimten als “object in het midden”.


[1] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[2] Bron: Oratorio van Carissimi, Giacomo (1605-1674), Jephte

[3] “Huilt, kinderen van Israel. Huilt, alle jonge vrouwen, voor de enige dochter van Jephte huilt met treurgezangen.”

[4] Zie ook: Oude Testament, Richteren hoofdstuk 11.

[5] Zie ook: McGrath, Kevin, STRῙ women in Epic Mahâbhârata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009

[9] Bron afbeelding: http://www.tripadvisor.com

[11] Volledig overzicht van kruiswegstaties kerk Wahlwiller: http://home.kpn.nl/dreumpie/w/index_copy(1).htm

[12] Zie ook: Nieuwe Testament, Johannes 12: 24

[13] Ontwerp door de Benedictijner monnik Dom van der Laan. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_van_der_Laan_(architect)

[15] Avondgebed aan het einde van de middag.

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1


Op onze vorige aanlegplaats “Twee” zijn eerst de lucht en de aarde gescheiden, waarna alles uiteen is gevallen in ontelbaar veel kleine delen. Daarna is een eerste ordening ontstaan, waarbij door zin geven en zin nemen een eerste creatief proces op gang is gekomen.

Mensen geven duiding aan hun leefomgeving, opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op tastbare zaken en omstandigheden. Daarnaast heeft deze duiding vormen aangenomen van verhalen en mythen waardoor kennis en vaardigheden uit andere tijden en omstandigheden binnen de leefwereld van mensen verankerd blijft. Religie en rituelen brengen het onkenbare en ongrijpbare binnen de reikwijdte van mensen; door het verrichten van herkenbare handelingen proberen wij het onkenbare en ongrijpbare binnen onze leefwereld te duiden.

De Trito mythe en de vee-cyclus hebben jij en ik gezien om het ontstaan van de wereld voor mensen in Proto-Indo-Europese wereld te verklaren. De vee-cyclus geeft met een ritueel de basis voor vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen. In het vorige bericht hebben jij en ik de rol van “personen in het midden” – of priesters en koningen – gezien die als bruggenbouwer optreden tussen de wereld van de mensen en de wereld van de goden (of de volkomen eenheid). Nu gaan jij en ik een inkijk nemen in de “objecten in het midden” die de goden (of de volkomen eenheid) in de mensenwereld vertegenwoordigen.

Vee is in de wereld van onze voorouders een metafoor voor onderling vertrouwen. In onze samenleving heeft geld de rol van vee overgenomen. Ook in vroegere samenlevingen hebben objecten de plaats van levende wezens ingenomen om als metafoor voor onderling vertrouwen te dienen. Speciale schelpen, sieraden en kostbare gebruiksvoorwerpen zijn daar voorbeelden van.

Een aantal objecten zijn uitgestegen boven de rol van metafoor voor onderling vertrouwen. Deze objecten zijn van metafoor veranderd in de tastbare werkelijkheid van het object zelf. Het vaandel[1] van een Romeins legioen was de entiteit van het volledige legioen. Als het vaandel verloren gaat, dan vergaat het legioen ook ten onder. De drie legioenen die onder leiding van Varus met hun vaandels verloren zijn gegaan in het Teutoburgerwoud, zijn nooit vervangen[2].

[3]

Afbeeldingen van goden zijn door mensen als echte Goden aanbeden. In het Oude Testament heeft Mozes er alles aan gedaan om Jahweh – zonder afbeelding – als enige God bij het Joodse volk erkend te krijgen. Nadat hij van Jahweh de tafels met de tien geboden heeft ontvangen – waaronder de eerste twee geboden: “Ik ben de eeuwige uw God en Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” – en weer bij zijn volk terug komt, ziet hij dat zij een gouden kalf aanbidden. Het Joodse volk is Jahweh volkomen vergeten en ziet het gouden kalf als “object in het midden” dat de plaats van god heeft ingenomen.

[4]

Woedend gooit Mozes de tafels met de tien geboden in stukken. Hierna moet hij weer de berg op om nieuwe tafels van het verbond van Jahweh te ontvangen. Deze nieuwe tafels met de tien geboden worden in de ark van het verbond mee gedragen en later in de heilige ruimte van de tempel in Jeruzalem bewaard. Sinds die tijd wordt Jahweh aanwezig geacht boven de ark in de leegte tussen de toppen van de vleugels van de twee engelen[5].

 [6]

Tijdens het bestaan van de ark wordt Jahweh geacht aanwezig tussen de vleugels van de twee engelen. De ark van het verbond is waarschijnlijk verloren gegaan bij een van de verwoestingen van de tempel in Jeruzalem. Is de beeltenis van Jahweh hiermee ook vervlogen, opdat Jahweh nu alom tegenwoordig is?


[1]Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome – The Men who won the Roman Empire. London: Phoenix, 2004

[2] Zie ook: Wells, Peter S. The Battle that stopped Rome. New York: W. W. Norton & Company, 2004

[5] Bron: Oude Testament; boeken Exodus 25:22 en Numeri 7:89