Tagarchief: associaties

Verschenen: Wie ben jij – deel 2.2: Intensiteiten en associaties / E-boek


Berichten van deze blog zijn gebundeld als E-boek met de titel “Wie ben jij – deel 2.2: Intensiteiten en associaties” verschenen op de website van Omnia – Amsterdam Uitgeverij. Dit E-boek is vrij te downloaden via:

http://www.omnia-amsterdam.nl/document/wie-ben-jij-deel-22-e-boek

Wie ben jij 2-2 A3

Dit deel 2.2 is een verkenning van “Intensiteiten en associaties” in Amsterdam, waar Carla Drift, Man Leben en Narrator de Reformatie en de consequenties daarvan in ogenschouw nemen. Tijdens dit deel van de Odyssee onderzoeken zij de beeldenstorm, een persoonlijke relatie met God, de Calvinistische predestinatie, kapitalisme, hebben of zijn, het gedicht “My life closed twice before it’s close” van Emily Dickinson en “Een, wat is dat”.

Advertenties

Intermezzo: herdenking van gevallenen


Uw verteller heeft vandaag de eerste hoofdpersoon ontmoet. De tweede hoofdpersoon is nog steeds niet volledig herstelt. Waarschijnlijk zijn zij pas over ongeveer twee weken in staat de reis te hervatten. Uw verteller mag deze intermezzo nog even voortzetten.

De eerste hoofdpersoon is met zijn familie enkele weken op vakantie geweest in Bretagne in Frankrijk. Hij bereidt zich voor op het tweede deel van de Odyssee naar “Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan”. Dit tweede deel is een verkenning van de vijf gangbare werkelijkheden. Zijn medereiziger en hij zullen hierbij de aanlegplaatsen aandoen van de wetenschap, het gevoelsleven, de leegte, de verandering, de tijd, en de onderlinge verbondenheid. Zij zullen de zin en waanzin van alledag ontmoeten. Zij zullen de schoonheid en afschuw van ons dagelijks leven ondergaan. Het vervolg van de Odyssee is vergelijkbaar met de inspanningen en verschrikkingen van de scheiding van lucht en aarde. Het wordt een verkenning naar ons dagelijkse zijn. Na deze zoektocht zullen zij beiden een ander mens zijn: de verkenning betekent een afscheid van wie zij nu zijn.

De eerste hoofdpersoon weet nog niet goed waar te beginnen. Hij heeft hetzelfde advies ontvangen dat de verteller van de Mahābhārata – door Peter Brook [1] – heeft gekregen bij het aanvang van die zoektocht: “Begin bij jezelf”.

Tijdens de vakantie heeft de eerste hoofdpersoon de stranden in Normandië bezocht waar in juni 1944 op D-day de landing van de geallieerde troepen heeft plaatsgevonden. Naast Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer ligt een begraafplaats van ongeveer 7000 gesneuvelde Amerikaanse soldaten.

[2]

In het herdenkingsgebouw bij deze begraafplaats is op de benedenverdieping achter een glazen wand een geweer met helm – in plaats van een kruis – als herdenking aan een gevallen soldaat in de grond geplaatst.

[3]

Na het zien van het geweer met helm voor de gevallen soldaat, valt de eerste hoofdpersoon bij het lopen over de begraafplaats de gelijkenis op tussen het geweer en de kruisbeelden. Op veel begraafplaatsen staan kruisbeelden als grafstenen voor overleden Christenen.

 [4]

Het Christelijk geloof is niet zonder slag of stoot verspreid binnen de Westerse wereld. Tot ongeveer 320 jaar na Christus zijn de Christenen vaak vervolgd om hun geloof. Nadat de Romeinse keizer Constantijn het Christelijk geloof heeft erkend als staatsgeloof en zijn persoonlijk geloof, is het Christelijk geloof veranderd van een geloof dat vervolgd wordt in een geloof dat zelf is over gegaan tot vervolging van anders denkenden [5]. Hierbij is het gebruik van geweld niet geschuwd. De overeenkomst tussen het zwaard en het kruis als symbool voor het Christelijk geloof is markant. De eerste hoofdpersoon is de overeenkomst opgevallen tussen het geweer in de grond als gedenkteken/symbool voor de soldaat die is gevallen voor zijn vaderland en het kruis – met een zekere gelijkenis met een zwaard dat in de grond is geplaatst – als gedenkteken/symbool voor een overleden gelovige.

Tijdens zijn vakantie heeft de eerste hoofdpersoon het boek “The last Amateurs” gelezen over de voorbereiding van de roeiwedstrijd tussen de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford.

[6]

Het volgende intermezzo gaat over amateurs.


[1] DVD Peter Brook, http://nl.wikipedia.org/wiki/Mahabharata – Het ultieme verhaal

[5] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011 p. 17

[6] Cover van:  Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008

Inleiding: Vijf werkelijkheden en vijf skandha’s


In het vorige bericht heeft uw Verteller een inleiding gegeven over de samenhang tussen religie en wetenschap. In dit bericht gaat uw Verteller verder in op de vraag of de vijf skandha’s alles geven wat wij nodig hebben voor onze geestelijke ontwikkeling.

Tijdens de volgende aanlegplaatsen op hun Odyssee gaan de twee hoofdpersonen verder met hun zoektocht naar wie zij zijn, waar zij vandaan komen en waar zij naar toe gaan. Eerst bezoeken zij de vijf gangbare werkelijkheden:

o   Feiten en logica – wetenschappelijke reflectie en bewustzijn

o   Intensiteiten en associaties – gevoelsmatige reflectie en bewustzijn

o   Leegte – wijze van bewustzijn

o   Verandering – wijze van bewustzijn

o   Onderlinge verbondenheid – wijze van bewustzijn

Welk verband hebben deze vijf werkelijkheden met de vijf skandha’s uit het Mahâyâna Boeddhisme en met de leegte van deze skandha’s volgens de Hart Sutra [1]?

Het antwoord op de tweede vraag is op dit moment eenvoudig: de twee hoofdpersonen zoeken het antwoord bij de aanleg bij de derde werkelijkheid – Leegte.

Het antwoord op de eerste vraag is ook vrij eenvoudig. De vijf werkelijkheden omvatten de vijf skandha’s waarbij de vijf werkelijkheden beter aansluiten bij het hedendaagse bewustzijn.

De vijfde en laatste skandha – bewustzijn – vormt de vier andere skandha’s en komt tegelijkertijd voort uit deze vier skandha’s [2]. Bewustzijn ligt ten grondslag aan de vijf werkelijkheden en bewustzijn wordt gevormd door de vijf werkelijkheden. Hierbij is er geen verschil tussen de vijf skandha’s – inclusief leegte – en de vijf werkelijkheden.

De eerste skandha – vorm – in hedendaagse vorm, valt samen met de vijf werkelijkheden, omdat vorm gestalte krijgt door feiten en logica (of het ontbreken hieraan), door intensiteiten en associaties voor het beleven van vorm, door verandering omdat alles verandert en door onderlinge verbondenheid doordat een vorm altijd in verhouding staat tot andere vormen.

De tweede skandha – gevoelens en sensatie – valt samen met de tweede werkelijkheid voor de beleving, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van gevoelens en met de vijfde werkelijkheid voor de beleving van gevoelens binnen en door een samenleving.

De derde skandha – perceptie, herkenning of onderscheid – valt samen met de eerste werkelijkheid voor zover het feiten en dingen betreft, met de tweede werkelijkheid voor zover het onderscheid van intensiteiten en associaties betreft, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van onderscheid en herkenning en met de vijfde werkelijkheid voor het onderscheid en herkenning ten opzichte van andere dingen, feiten, entiteiten, levende wezens en gebeurtenissen.

De vierde skandha – mentale indrukken, impulsen, inprentingen – komt op soortgelijke wijze terug als de derde skandha in de eerste, tweede, vierde en vijfde werkelijkheid.

Voor zover uw Verteller kan overzien, vallen de vijf skandha’s inclusief de leegte binnen de vijf werkelijkheden die de hoofdpersonen gaan bezoeken.

Aan het einde van de Odyssee kunnen de twee hoofdpersonen in een terugblik misschien oordelen of de vijf skandha’s alles geven wat nodig is voor onze geestelijke ontwikkeling.

Het volgende bericht komt over enkele weken. Een van de hoofdpersonen is nog steeds aan het herstellen van de inspanningen en de andere hoofdpersoon heeft het eerste deel van het verslag over “Een”, “Twee” en “Drie” bijna klaar voor de drukker. De versie in de Engelse taal is nog niet zover.

Over ongeveer vier weken zullen de hoofdpersonen hun Odyssee hervatten.

   [3]


[1] Zie verschillende vertalingen van de Hart Sutra, bijvoorbeeld door Red Pine (Bill Porter), Edward Conze, Donald S. Lopez Jr.

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 2


Tijdens onze eerste aanlegplaats [1] hebben wij oeroude stenen in het landschap ontmoet. De stenen zijn voor onze voorouders van groot belang geweest als herkenningspunten voor duiding van het kenbare en het onkenbare. De katholieke kerk heeft de rol van deze stenen proberen op te nemen in het Christelijk geloof door daar veldkruisen te plaatsen zijn.

In het vorige bericht hebben jij en ik verslag gedaan van het “object in het midden” als metafoor voor onderling vertrouwen en als symbool dat de metafoor van het object overstijgt en overgaat in de tastbare werkelijkheid die het “object in het midden” oorspronkelijk heeft uitgebeeld. In dit bericht vervolgen wij deze verkenning.

Mensen die elkaar bezoeken of op reis ontmoeten, wisselen geschenken uit om het onderlinge vertrouwen tot uitdrukking te brengen. Bij speciale omstandigheden worden bijzondere cadeaus als herinnering en bestendiging van de onderlinge relatie gegeven. Voorbeelden van deze speciale omstandigheden zijn belangrijke veranderingen in het leven zoals geboorte, doop, verjaardag, volwassen worden, huwelijk, overlijden van ouders. Deze geschenken zijn geregeld sieraden die bij het dragen van het sieraad de onderlinge band of de bijzondere status van de drager symboliseren. Deze sieraden worden soms na overlijden met de eigenaar in het graf gelegd, opdat de eigenaar ook in het hiernamaals met de sieraden het vertrouwen en de status in het vorige leven kan tonen.

[2]

In de graven van Neanderthalers zijn nooit sieraden gevonden [3]. Mogelijk hebben zij geen “objecten in het midden” gebruikt om onderling vertrouwen te tonen en bestendigen. Misschien hebben zij in hun leven geen duiding nodig gehad, omdat zij vol vertrouwen zijn?  Hebben zij geen duidingen gekend of hebben zijn geen voorstellingen van deze duidingen gemaakt? Wij weten het niet.

In de loop der tijd hebben mensen van “objecten in het midden” beeltenissen gemaakt die door middel van het afgebeelde object het oorspronkelijke vertrouwen symboliseren. Ook voor groepen mensen zijn deze symbolen belangrijk geworden om uiting te geven aan noembare en onnoembare gevoelens binnen de groep. De symbolen krijgen een eigen dynamiek in de vorm van afbeeldingen en vlaggen met bijbehorende muziek en ritmiek in de tijd. De Katholiek kerk laat veel afbeeldingen van God en van de Heiligen zien. Groepsidentiteit en nationale gevoelens worden versterkt door vlaggen en emblemen.

[4]

Daarnaast zijn deze symbolen voor buitenstaander wantrouwen gaan oproepen. Dit wantrouwen neemt geregeld de vorm aan van regelrechte haat: de buitenstaanders doen er alles aan om vreemde symbolen – en alles waar de beeltenissen voor staan – volkomen te vernietigen zodat alle sporen daarvan zijn uitgewist. Veel oorlogen zijn zo begonnen en krijgen een eigen dynamiek: de vlaggen, muziek, geluid van laarzen en bloemen door vrouwen in de lopen van de geweren geplaatst, doen de rest. De groepsdwang om de buitenstaanders te vernietigen is zo sterk dat buitenbeentjes die niet mee willen doen aan het geweld, worden bedreigd met uitstoting of zelfs executie.

In enkele culturen is het onnoembare en hogere zo overweldigend dat het niet afgebeeld mag worden. In de Islamitische cultuur zijn afbeeldingen van Allah niet toestaan; ook afbeeldingen van wezens met een ziel zijn niet gewenst. In het Joodse geloof mag Jahweh niet worden afgebeeld. In de Protestantse kerken zijn geen beeltenissen van God en mensen aanwezig. Hebben deze vormen van religie de waarde van de symbolen en de afbeeldingen overstegen? En zijn zij de weerzin tegen vreemde symbolen en afbeelding te boven gekomen omdat zij de waarde van symbolen zijn overstegen? Waarschijnlijk niet, gouden kalveren [5] worden nog steeds aanbeden èn bestreden.


[1] Zie het bericht “Een-Pantheïsme” op deze weblog.

[3] Arsuaga, Juan Luis, Het halssieraad van de Neanderthaler – Op zoek naar de eerste denkers. Amsterdam: Wereldbibiotheek: 1999

[5] Zie vorige bericht: “Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1”

Inleiding: Een – Bloesem


 

Bloesem

[1]

Stof[2] steeg omhoog in de stam[3]

Naar het begin van een knop

Ontluikend in het lentelicht

De knop[4] toont een bloesemwaaier[5]

Haar pracht in volle glorie

In een zucht verstreken

Vol vertrouwen valt het bloesemblad

Van de knop naar beneden

Dwarrelend in een wolk op de wind[6]

Een dek van vingerafdrukken op de grond

Betreden door de wereld

Vergaan tot stof[7]

[8]

Dit gedicht kan ook als kreeftdicht of retrograde worden gelezen. In de paragraaf “Geen tijd, geen verandering” van hoofdstuk 7 ontmoeten jij en ik bij de mystici onder meer de rol van een bloem [5].


[1] Bron afbeelding: JvL

[2] Zie ook: Genesis 3:19: “Gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren”. Voordat de scheiding van lucht en aarde heeft plaats gevonden (zie aanlegplaats twee tijdens onze Odyssee), is nog altijd de overgang van leegte tot stof – en van stof tot stof – een weerspiegeling van de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid. Bij onze thuiskeer (zie de laatste aanlegplaats “nul”) hopen jij en ik weer in de volkomen eenheid terug te keren. Zijn wij ooit weg geweest?

[3] “Wordt stof geheven, dan bloeit het land. Wordt stof genomen, dan is de leegte/ruimte”. Dit is een erg vrije weergave  van koan 61 uit de Hekiganroku. Zie:Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels. München: Kösel-Verlag, 2002.

[4] De naam Buddha is in het Sanskriet samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “bud” dat “knop, begin” betekent – vergelijkbaar met het engelse woord “bud” in rosebud in de film “Citizen Kane” van Orson Wells – en de werkwoord-kern “dha” dat “plaatsen, verlenen, schenken” als betekenis heeft. Bron voor woorden in het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[5] Volgens de overleveringen is de tweede zen meester door Boeddha gezien toen hij als enige aanwezige de opgeheven bloem in de handen van Boeddha met een glimlach herkent. Is dit de herkenning van de volkomen eenheid? Wij weten het niet. De volgende Zen meesters zijn volgens de Denkōroku direct verbonden met elkaar. Zijn zij ooit weg geweest van het ontluiken van de bloem? Wij weten het niet.

[6] Hier zien jij en ik een manifestatie van het woord “aldus” of “evam”, dat in het Sanskriet onder meer “gaan op de wind” betekent. Zie ook de één na laatste alinea van het bericht van 1 april 2011.

[7] Zie ook: Het Oude Testament, boek prediker 12:7: “Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, wordt het weer zoals het is”. Is dit de volkomen eenheid of een manifestatie hiervan? Wij weten het niet.

[8] Bron afbeelding: JvL

Inleiding – Mythen


Het boek “Wie ben jij” is voor een deel een hedendaagse mythe die verhaalt van een queeste waarin jij en ik op zoek gaan naar wie jij bent.  Deze zoektocht voert ons langs oneindig veel gezichtspunten en werkelijkheden. In het boek geven wij een beperkt aantal werkelijkheden weer die wij tijdens onze Odyssee zijn tegengekomen.

In de Oudheid werden Mythen van generatie op generatie over gedragen om kennis en ervaring over het leven door te geven. Deze Mythen gaan meestal niet over feiten en logica, maar zij verhalen over de oorsprong van ons bestaan, over de zin van het leven, over de relatie van onze voorouders met elkaar, met de goden en tegenover de omgeving, over drijfveren van onze voorouders en over vertrouwen en wantrouwen.

[1]

Waarschijnlijk hebben onze voorouders de feiten en logica die in de mythen worden verteld, niet letterlijk genomen. Maar de intensiteiten en associaties die in de mythen worden weergegeven, zijn voor hen zeer herkenbaar geweest. De voorouders ontlenen veel levenswijsheid aan de mythen om ongrijpbare omstandigheden, psychische omstandigheden en tragische gebeurtenissen te duiden[2]. Wij hebben het actieve gebruik van de taal van intensiteiten en associaties die in de mythen – en in de dromen – wordt gebruikt, voor een deel verloren[3]. In de hoofdstukken vijf en zeven zullen jij en ik onze ervaringen met deze verloren taal tijdens de Odyssee weergeven.

Tijdens onze zoektocht wordt vanuit steeds andere gezichtspunten zin gegeven en zin ontleend aan het leven dat jij, ik, iedereen en alles om ons heen in het verleden, in het heden en in de toekomst leiden. Een aantal van deze uitgangspunten zijn in onze hedendaagse taal niet goed te duiden. Hierdoor maken wij in ons verslag op sommige plaatsen gebruik van poëzie, beeldspraak en mythische vertellingen. Het boek krijgt het karakter van een essay en van een hedendaagse mythe.

Mythen hebben tegenwoordig een bijklank van verhalen die niet waar zijn. Maar ook tegenwoordig creëren wij veel mythen. Geld is een metafoor voor vertrouwen.

[4]

Volgens een hedendaagse mythe verschaft geld een zorgeloos eeuwig gelukkig leven; bank functionarissen en effectenhandelaren waken als half-goden over deze hemel en zij bepalen als poortwachters de toegang hiertoe. De bank crisis is niet alleen een vertrouwenscrisis, maar veroorzaakt vooral een existentiële crisis waarbij de rol van de hedendaagse half-goden en poortwachters ter discussie wordt gesteld.

Ook is sport volgens een hedendaagse mythe een metafoor voor het echte leven. De topsporters zijn rolmodellen die vereerd worden als half-goden en tragische helden aan de hand van de uitkomst van de wedstrijd. Sport coaches en verslaggevers vertonen enige overeenkomst met opperpriesters.

Een andere hedendaagse mythe is eigendom, de rechtspersoon en de staat die een eigen leven leiden naast de alledaagse en universele realiteit. Tijdens onze Odyssee ontmoeten wij ook de oorsprong en de gevolgen van deze mythe.

[5]

In het volgende bericht belichten wij de rol van rituelen.


[1] Bron afbeelding: Dros, Imme, Griekse Mythen. Amsterdam: Querido

[2] Amstrong, Karen, De Kwestie God. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009 – pagina 11 – 12

[3] Zie ook: Fromm, Erich, The Forgotten Language. New York: Rinehart & Co, 1951

[4] Bron van afbeelding onduidelijk

[5] Bron van afbeelding: www.freefoto.com