Tagarchief: Auschwitz

Man Leben – liefde


Liebe muß man leben, sie wächst und sie kann auch wieder vergehen

Jij vervolgt het verhaal van jouw leven:

“Na mijn reis naar Auschwitz in het begin van de herfst in 1993 zijn er drie verrassingen in mijn leven geweest. De eerste verrassing is werken in een ontwerp bureau aan een introductie van een modulaire industriële manier van bouwen. Dit werk is onverwachts succesvol geworden.

De tweede verrassing is volkomen onverwachts geweest. Ik heb eerder verteld dat ik op 10 jarige leeftijd ineens verliefd ben geweest op een meisje in het dorp in Zuid Limburg. Het leek of de bliksem insloeg, zo heftig en onverwachts; ik zag alleen een witte gloed. Op de middelbare school ben ik op afstand ook enkele keren verliefd geweest. Niemand heeft hier ooit van deze verliefdheden geweten. Na mijn studie heb ik via mijn werk op het architecten bureau mijn vrouw leren kennen. Ik zag haar de eerste keer in een witte lieflijke gloed staan. Wij hebben een gelukkige tijd gehad tot onze wegen zich langzaam maar zeker gingen scheiden. De scheiding is niet makkelijk gegaan; ik had meer wijsheid en medeleven mogen tonen. Aan het einde van ons huwelijk totdat ik mijn reis naar Auschwitz begon, zijn er altijd vrouwen in mijn leven geweest, maar altijd op een zekere afstand.

Na Auschwitz heeft liefde in mijn leven de vorm van compassie en medeleven aangenomen. Deze gevoelens worden verwoord in het gedicht “Bani Adam” of “Openen van alle poorten” , dat ongeveer 700 jaar geleden door Abū-Muḥammad Muṣliḥ al-Dīn bin Abdallāh Shīrāzī – beter bekend bij zijn schrijversnaam Saʿdī (of Saadi) – is geschreven:

“De kinderen van Adam zijn ledematen van een lichaam

En voortgekomen uit een bron

Wanneer het noodlot van de tijd een ledemaat treft

Dan kunnen de andere ledematen niet onaangedaan blijven

Als jij geen medeleven hebt voor de zorgen van anderen

Dan ben jij niet waardig om de naam “Man (of Woman)” te dragen [1]”.

Dit gedicht is aan mij persoonlijk gericht; ik draag de naam Man.

[2]

Nog niet zo lang geleden heb ik gelezen dat een oude zen meester eens heeft gezegd: “Als er geen lijden zou zijn en geen voelende mensen, dan zou er geen vinger zijn, geen oog, geen oor, geen hand. Overal en een zou alles leeg zijn en diep, diep. Er zou geen verlies zijn en geen toename” [3]. Ook deze zinnen verwoorden mijn vorm van liefde in die tijd. Het Boeddhisme kent het woord “Karuṇa” dat in het Sanskriet compassie betekent. Het woord is verbonden aan wijsheid. [4]

In de zomer van 2003 draaide ik mijn hoofd opzij en zag ik haar gezicht vol voren van leven, ogen peilloos diep, handen gerimpeld. Als elkaars lotgenoot hebben wij iedere rimpel en litteken van ons leven bewonderd. Later heb ik hierover een kort gedicht geschreven:

 Jouw ogen peilloos

Samengaan in eeuwigheid

Zachte kleine dood

Twee jaar later ontmoetten wij Haar grote dood. In het volgende bericht meer over de derde verrassing – de eenvoud – in mijn leven”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over de derde verrassing in jouw leven.


[2] De tombe van Saʿdī in Shiraz, Iran. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Saadi_(poet)

[3] Bron: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 170

Advertenties

Man Leben – modulair bouwen


Seelenspiegel – das Spiel daβ man Leben nennt

Jij vervolgt het verhaal van jouw leven:

“In het begin van de herfst van 1993 ben ik na mijn reis naar Auschwitz weer in Amsterdam terug gekeerd. Bij de begrafenis van mijn tante en peettante heeft mijn beste studievriend aangedrongen op een zakelijk gesprek. Wij hebben afgesproken om elkaar hiervoor in de herfstvakantie te ontmoeten, na mijn reis naar Auschwitz.

Voor de herfstvakantie heb ik mijn leven van alledag weer opgepakt. In het begin is dat niet makkelijk gegaan. Ik heb al verteld dat ik na mijn bezoek aan Auschwitz in spiegels en in stilstaand water de spiegelingen van de wereld heb gezien. Het beeld is verdrietig, droef, boos, schuldig en berustend geweest. Met takjes en stenen heb ik spiegelingen voor korte tijd verstoord, maar de beelden zijn terug gekomen – guur, koud, onherbergzaam. Tegelijkertijd zijn de spiegel en het water leeg van binnen en van buiten. Na enkele dagen in Amsterdam heb ik mij afgevraagd hoe de spiegel en het water mij zien [1]. Ineens zijn het beeld in de spiegel en ik als manifestatie van het leven wederkerig verbonden in al Haar glorie. Het universum is het medicijn [2].

[3]

Na mijn terugkeer heeft het leven – voordat wij aan onze Odyssee beginnen – drie grote verrassingen gekend.

De eerste verrassing is het voorstel van mijn beste studievriend om samen een ontwerpbureau te starten. Met mijn beste studievriend heb ik altijd contact gehouden. Rond mijn terugkeer in Zuid Limburg is het contact intensief geweest. Met zijn architecten bureau had hij enkele grote projecten in Limburg. Wij hebben ook de ideeën voor de voortzetting van de boerderij van mijn peetouders besproken. De boerderij is voor hem een rustmoment geweest van enkele uren, een maaltijd of een overnachting. In de loop van 1993 is hij tot de conclusie gekomen dat zijn bureau te klein is om in de toekomst zelfstandig te overleven en te groot om op zijn beloop te laten. De overdracht aan een ander bureau is bijna rond.

Mijn studievriend heeft het idee om in de laatste fase van zijn werkend bestaan een modulaire industriële manier van bouwen te introduceren. Hiervoor heeft hij kennis nodig van bouwmaterialen en van utiliteitsbouw waar deze industriële manier van bouwen al veel wordt toegepast. Voor deze kennis en contacten wil hij mij graag als partner hebben. Een andere studievriend is gevraagd voor kennis van woningbouw in stedelijke omgeving.

[4]

Zelf wil hij zich gaan richten op de modulaire ontwerpen van luxere woningen, om voldoende inkomsten te verkrijgen.

[5]

Wij hebben het nieuwe bureau opgericht. Na een korte aanloopfase is het ons voor de wind gegaan. Onze Audi A8 jaren zijn aangebroken. Ik hoef het vertoon van deze auto niet – ik ben met de fiets of tram naar het bureau gegaan, maar de bouwwereld verwacht dat succes wordt getoond. Het bureau bezit een auto voor bezoeken en als het nodig is, huren wij een extra auto.

[6]

Na twee jaar inkomsten heb ik een klein appartement in Amsterdam gekocht. Mijn vrienden waar ik tot dat moment een kamer mocht gebruiken, zijn in die tijd verhuisd naar een kleinere woning. In dit kleine appartement woon ik nog steeds.

Het bureau slokte veel van mijn tijd en energie op. Om nog ruimte in mijn leven over te houden voor studie en contemplatie, heb ik mij gehouden aan de “sabbat”, nou ja zaterdag en zondag ochtend heb ik hieraan besteed. In de vakanties heb ik het klooster bezocht voor langere periodes contemplatie. Het convent bestond nog alleen uit oude monniken en een abt. Zij hebben het convent ondergebracht in een stichting met religieuze doelen om het convent een andere vorm te geven.

In 2002 is de tweede verrassing in mijn leven gekomen. Het volgende bericht gaat hierover”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over het begin van jouw pensionering.


[1] Zie ook casus 52 in Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005, p. 161

[2] Zie bericht: Man Leben – terug naar Limburg – 10 oktober 2011 met daarin de zin: “Ziekte en medicijn helpen elkaar. Het medicijn is het universum. Wie ben jij zelf?” Deze zin is een vrije weergave van casus 87 uit de Hekiganroku. Zie ook: Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels – Band 2. München: Kösel-Verlag, 2002 p. 321

[4] Het ontwerpbureau is fictief. Voorbeeld van modulaire woningbouw in een stedelijke omgeving. Bron foto: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Stoke_newington_raines_court_1.jpg

[5] Het ontwerpbureau is fictief. Voorbeeld van een modulair gebouwde luxere woning. Bron foto: http://en.wikipedia.org/wiki/Huf_Haus

Man Leben – Stof van een reis


Wovon man nicht leben kann, darüber muss man schweigen[1]

Jij gaat verder met het verhaal van jouw leven:

“Rond 1990 ben ik na bestudering van Oosterse wijsheid mijn schuldgevoel en schaamte over mijn bestaan goeddeels kwijt geraakt. Kort na elkaar zijn mijn tante en mijn peetmoeder in 1993 overleden. Polen was in die tijd eenvoudig toegankelijk. In mijn leven is de tijd aangebroken om naar Auschwitz te gaan.

De naam Auschwitz is afkomstig van de Poolse plaatsnaam Oświęcim in de buurt van het kamp. Veel Joden die voor de oorlog in Oświęcim leefden, noemden deze plaats Oshpitzin – het Yiddish woord voor gast – omdat deze plaats voor de Tweede Wereldoorlog bekend was om haar gastvrijheid [2].

Als voorbereiding heb ik Shoah [3] van Claude Lanzmann bekeken. Bij het zien van deze documentaire viel op hoe uitgebreid en gedetailleerd de logistiek voor het vervoer en het onderdak van de vele miljoenen mensen moet zijn geweest onder lastige omstandigheden in oorlogstijd. Het waren doelgerichte en verreikende ondernemingen. Veel mensen die tussen 1974 en 1985 werden geïnterviewd, hadden de herinneringen aan de omvang en de reikwijdte – en hun aandeel daarin – verdrongen of bijgesteld. Na doorvragen bleken deze mensen vaak met verlegenheid en schaamte de reikwijdte van de transporten en van het doel van de kampen te kennen. Hun aandeel werd als minuscuul radartje voorgesteld dat alleen het vervullen van een plicht was.

[4]

Ook heb ik de statistieken bekeken. Dachau was een concentratiekamp of een werkkamp waar de gevangenen werden samengebracht om te werken. De meeste doden vielen in deze kampen door zwaar werk, ondervoeding, ziekte en mishandeling. Het kamp Auschwitz II ook wel Auschwitz-Birkenau genoemd, was een vernietigingskamp. Nauwkeurige gegevens zijn niet meer voorhanden, omdat deze aan het einde van de oorlog zijn vernietigd. De meeste schattingen geven aan dat ongeveer 1,3 miljoen mensen naar de kampen bij Auschwitz zijn gedeporteerd. Hiervan zijn ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen. In Auschwitz II zijn volgens schattingen ruim 900.000 mensen omgekomen waarvan 57 000 Nederlanders – waarschijnlijk was mijn vader een van hen. Na een dagenlange reis per trein werd er bij aankomst in het kamp een selectie gemaakt. Alleen de sterksten werden geselecteerd voor arbeid, de anderen gingen hun dood tegemoet [5]. Het aantal overleden Joden in Auschwitz II is te vergelijken met alle inwoners van Amsterdam inclusief enkele randgemeenten.

[6]

Ongeveer driekwart van de Nederlandse Joden hebben de oorlog niet overleefd. Door de nauwkeurige bevolkingsregisters zijn de Joden eenvoudig achterhaald. De gedeporteerde Joden zijn in de burgerlijke stand als “geëmigreerd” uitgeschreven. In totaal zijn circa 110.000 Joden uit Nederland gedeporteerd, waarvan circa 5.000 de concentratiekampen hebben overleefd. Het aantal overleden Nederlandse Joden is te vergelijken met het volledige inwonersaantal – inclusief bejaarden, zieken en pasgeborenen – van een stad als Delft.

In Europa zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de 5,4 en 6 miljoen Joden overleden door toedoen van het andere bewind [7]. Dit is meer dan 700 keer het aantal gesneuvelde soldaten die begraven liggen op de oorlogskerkhoven bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer in Normandië of bij Henri Chapelle in België: peilloos leed.

Twee dagen heeft de treinreis naar Oświęcim geduurd. In Oświęcim ben ik in de voetsporen van mijn tante getreden. Ik heb nooit over mijn bezoek aan de kampen bij Auschwitz gesproken: ik kan dat niet en ik wil dat niet. Een week later ben ik leeg van binnen en van buiten weer terug naar Amsterdam gegaan.

Enkele maanden later heb ik drie korte gedichten geschreven:

Het Stof van de Reis

Kan niet worden afgeschud

As van alledag

 

Vervlogen levens

Opgenomen in ons merg

Oneindig moment

 

Alles en ieder

Vormen in de tijdstromen

Levende adem

In de kampen bij Dachau had ik geen verzoening kunnen vinden. De verzoeningsruimten in Dachau waren indertijd voor mij niet uitnodigend om te betreden. In Ulm had ik op mijn reis naar Dachau het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvatte in al Haar eenvoud en beperking. Deze verzoeningsruimte gaf beschutting en nam alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid.

Na mijn bezoek aan Auschwitz heb ik heb in iedere spiegel gekeken voor hoop en vertroosting. Daarin zag ik mijn verdrietige, droeve, boze, schuldige, berustende ogen. En ook steeds de vragen: “Wie ben jij” en “Hoe ben jij hiermee verbonden en hoe ben jij hiervan gescheiden”. Op onze Odyssee stellen wij dezelfde vragen. In stilstaand water zag ik spiegelingen van de wereld. Met takjes en stenen heb ik deze beelden voor korte tijd verstoord, maar de beelden kwamen terug – guur, koud, onherbergzaam.

[8]

Het gebarsten glas van het Auschwitz Monument in Amsterdam weerspiegelt een deel van mijn gevoelens na het bezoek; persoonlijk zou ik de spiegels heel laten.

[9]

In de loop van de geschiedenis staat Auschwitz niet op zich zelf. Als bij jager/verzamelaars een man de plaats van een andere man bij een vrouw wil innemen, dan kan dat de dood van een van de mannen tot gevolg hebben. Groepen mensen hebben met elkaar gestreden over het recht van grond: dit heeft geregeld geresulteerd in de dood van 10 % van de strijders [10]. Sinds de oudheid is het belegeren van steden en de eventuele inname van steden omgeven met gebruikelijke rituelen en rechten: plunderingen, het doden van mannen en het wegvoeren van vrouwen en kinderen als slaven komen geregeld voor. Sinds de klassieke oudheid is oorlogsvoering met beroepslegers endemisch in onze samenlevingen verankerd geraakt. Met het ontstaan van onze huidige staten, is ook de dienstplicht ingevoerd. Door een nauwkeurige registratie weten de staten altijd waar de jonge mannen en de paarden/voertuigen zijn voor inzet tijdens oorlogsvoering. De gevolgen kennen wij: op de heenweg van Napoleon naar Moskou zijn de meest slachtoffers gevallen, niet tijdens de verschrikkingen op de terugtocht [11]. De gesneuvelde soldaten tijdens de Duits/Franse oorlogen lopen in de miljoenen. De slachtvelden zijn altijd een Armageddon geweest, maar de omvang en duur van de gevechten zijn enorm toegenomen. Daarnaast is het aantal burgerslachtoffers vermeerderd en de slachtingen nemen geregeld elementen van volkerenmoord aan – denk aan stelselmatige moordpartijen in Afrika en in Cambodja.

Maar Auschwitz II en de andere vernietigingskampen onder het andere bewind in Duitsland zijn uitzonderlijk. In 1942 en 1943 toen de veroveringen door de Duitsers moeizamer zijn verlopen en de inspanningen direct voelbaar zijn geworden in Duitsland, is de zondebok snel gevonden en gestigmatiseerd. Het lijkt wel of het andere bewind – met al 10 jaar een leider als “persoon in het midden” voor herstel van het verstoorde vertrouwen –  heeft gedacht dat door het opofferen van de zondebok de problemen zouden verminderen. Deze offergave is uitzonderlijk in omvang, inspanningen en tijdsduur geweest: “De opoffering zijn met wetenschappelijk-systematische, technisch welhaast onberispelijke stijl uitgevoerd. Zonder overhaasting, weldoordacht, geregistreerd en gereglementeerd. De directe daders: niet zelden bruten en ongeletterden, maar dikwijls ook gestudeerden en intellectuelen met een onuitroeibare voorliefde voor literatuur, beeldende kunsten en muziek; velen hunner zijn zorgzame huisvaders geweest” [12].

In de door het andere bewind beheerste gebieden moet alles en iedereen een kleiner of groter aandeel in deze opoffering hebben gehad. De latere inspanningen om dit aandeel te verdringing spreken voor zich [13]. In Shoah [14] van Claude Lanzmann zien wij een afspiegeling van deze inspanningen tot verdringing. Als ik na mijn bezoek aan Auschwitz in de spiegel kijk, zie ik nog steeds een fractie van deze inspanning – over dit beeld kan ik net als mijn tante niet spreken: ik kan dat niet en ik wil dat niet.

Vele jaren later heb ik gelezen dat een groep Amerikaanse Boeddhisten naar Auschwitz is gegaan voor vertroosting van alles en iedereen [15]. Zij hebben uit de lange lijsten namen van overledenen genoemd met geboortejaar en overlijdensjaar. Hiermee wordt de omvang duidelijk: de leeftijd van de overledenen varieert tussen enkele maanden en meer dan 80 jaar.

Mijn reis naar Auschwitz duurde een ademteug, twee weken, meer dan 4500 jaar, van het begin van het heelal tot heden, en van de dag voor gisteren tot de dag na morgen.

In Amsterdam heeft mijn leven van alledag weer zijn beloop genomen. Hierover meer in het volgende bericht”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over jouw leven na de reis naar Auschwitz.


[1] Vrije weergave van laatste zin uit: Wittgenstein, Ludwig, Tractatus Logico-Philosophicus. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennip, 1976 p. 152

[2] Bron: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998, p. 4

[10] Bron: Keegan, John, A History of Warfare. London: Pimlico – Random House, 2004

[11] Bron: Zamoyski, Adam, 1812 – Napoleons fatale Veldtocht naar Moskou. Utrecht: Uitgeverij Balans, 2005

[12] Bron: Eerst alinea van de Inleiding uit – Presser, Jacques, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen), Den Haag: Staatsdrukkerij, 1985 – digitale versie.

[13] Onder meer de verschijning van “Presser, Jacques, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen)” in 1965 zorgde voor het bespreekbaar maken van het Nederlands aandeel in deze “offergave”.

[15] Zie “Part I” van: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998

Man Leben – jouw schooltijd


Ein Weg durch das Abenteurer, das man Leben nennt

Jij vervolgt met jouw middelbare schooltijd in Holland.

“In de zomer van 1946 is mijn tante bij mijn peetoom en peettante op bezoek gekomen. Zij heeft er een week gelogeerd. Na deze week ben ik bij mijn tante in een dorp in de buurt van Rotterdam gaan wonen. Het afscheid van mijn peetouders was niet makkelijk; gelukkig ben ik nog geregeld bij hun gaan logeren: iedere keer weer bijzonder.

In de trein in de buurt van Rotterdam verbaasde ik mij erover dat een land zo plat en leeg kon zijn. En zo vol sloten en slootjes. Later begreep ik dat dit het resultaat was van een eeuwenlang samenleven met het water en het drooghouden van de polders.

[1]

  [2]

Toen wij in ons nieuwe huis aankwamen, had mijn tante droef nieuws. Mijn vader en moeder hadden de oorlog en de gevolgen van het andere bewind uit Duitsland – dat ook Nederland had overspoeld – niet overleefd. Mijn vader was omgekomen in Auschwitz [3], mijn moeder aan ziekte in Dachau. Verder heeft mijn tante nooit meer over de oorlogstijd gesproken. Ik heb haar hierover nooit vragen gesteld: het was overduidelijk dat dit te pijnlijk was. Na de oorlog is zij door verre familie geholpen aan een betrekking op een handelskantoor.

In Holland woonde ik in een Christelijk dorp, ik ging naar een Christelijke middelbare school en wij gingen naar een Christelijke kerk met volkomen andere gebruiken. Wel moest ik van mijn tante regelmatig de Joodse geschriften bestuderen; deze erfenis van mijn voorouders werd niet verloochend. Alles weer even vreemd, ook mijn voornaam was vreemd en een Duits klinkende achternaam veroorzaakte in het begin ook bedenkingen. Ik kon de mensen wel verstaan, maar ze reageerden anders. Door mijn tongval en gedrag was ik opnieuw een buitenbeentje. Na de oorlog was er gebrek aan bijna alles en men was erg zuinig. In Holland werd veel melk gedronken – liefst een liter per dag; in Limburg werd alleen beetje melk in de koffie gedaan. Bij feesten was er als traktatie een plakje cake in plaats van overvloedig vruchtenvlaai: de buurvrouw in Limburg liet bij de bakker voor een belangrijk feest wel 24 verschillende vlaaien afbakken en die gingen allemaal op.

Na verloop van tijd raakte ik gewend aan ons nieuwe leven in Holland. Ik kreeg vrienden op de nieuwe school, ik werd weer in stilte verliefd en ik haalde na 6 jaar mijn diploma. Daarna ben ik in Delft Bouwkunde gaan studeren”, zeg jij.

“Jo Ritzen, die vanuit Zuid Limburg in Delft Technische Natuurkunde is gaan studeren, heeft in zijn autobiografie [4] geschreven dat de overgang van Limburg naar Holland de grootste verandering in zijn leven was. Jouw veranderingen zijn groter”, zeg ik.

“Voor mij was er geen keuze. Het kwam het zoals het kwam, het was zoals het was en het ging zoals het ging; net als het weer of de wind, niet anders”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw studiejaren in Delft.

 

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[3] De naam Auschwitz is afkomstig van de Poolse plaatsnaam Oświęcim in de buurt van het kamp. Veel Joden die voor de oorlog in Oświęcim leefden, noemden deze plaats Oshpitzin – het Yiddish woord voor gast – omdat deze plaats voor de oorlog bekend was om haar gastvrijheid. Bron: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998, p. 4

[4] Ritzen, Jozef Maria Mathias, De Minister – Een Handboek. Amsterdam: Bert Bakker, 1998.