Tagarchief: Basilica di Santa Croce

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 9


Carla, Man en Narrator lopen rond het Piazza di Santa Croce.

“Ik kom terug op de synthese tussen de wereld van de Upanishads en de Mahābhārata waar Narrator ons op heeft gewezen. Hebben jullie het verschil tussen het “Aldus”-aspect en het “Samenloop der dingen”-aspect begrepen?”, vraagt Man aan Carla en Narrator.

“Ik heb jouw uitleg over het verschil begrepen, maar ik vraag mij af of er in de werkelijkheid een verschil is tussen “Aldus” en “Samenloop der dingen”. Het lijkt mij dat de “Samenloop der dingen” een andere kijk is op “Aldus”, of zie ik iets over het hoofd”, zegt Carla.

“Carla zou wel een gelijk kunnen hebben”, zegt Narrator.

“Carla heeft gelijk. In mijn uitleg heb ik het verschil tussen beide aspecten benadrukt om “Aldus” op twee verschillende manieren te bezien. In de inleiding tot de “Ontwaking van Geloof” wordt in eerste instantie het “Aldus”-aspect aangeduid met “Aldus in essentie (in leegte en vorm)”, en “Saṃsāra – of Samenloop der dingen” wordt beschreven als “Aldus in verschijningsvormen en kenmerken”. Daarna wordt in de inleiding de begrippen “Aldus”-aspect en “Samenloop der dingen”-aspect gebruikt om beide verschijningsvormen van “Aldus” helder te duiden. Na het lezen van deze inleiding weet ik beter wat bedoeld wordt met “evam” als eerste woord – en tevens als samenvatting – van alle Boeddhistische Sutra’s; “evam” omvat alles, niets is uitgesloten”, zegt Man.

“Ook bij “evam” heb ik mijn gebruikelijke vraag over de definitie van dit grondbeginsel. Wanneer “evam” eindig is, dan is op “evam” de tweede onvolledigheidsstelling van Gödel van toepassing [1]. Maar in het geval “evam” oneindig en alomvattend is, dan zou er buiten “evam” niets kunnen bestaan om “evam” te bewijzen of ter discussie te stellen; in het geval van oneindigheid en alomvattendheid is “evam” per definitie volledig, want buiten “evam” bestaat niets. Ik laat deze vraag voorlopig rusten; volgens mij ligt het antwoord in het onbereikbare”, zegt Carla.

“Het is een inleiding tot de “Ontwaking van geloof” en het is geen inleiding tot de “Ontwaking van wetenschap”. De vraag naar “evam” is een religieuze vraag; een vraag naar de oorsprong waar mensen op terug kunnen vallen wanneer zij het niet meer (kunnen) weten. Ik denk dat Carla gelijk heeft; het antwoord ligt waarschijnlijk in het onbereikbare”, zegt Narrator.

“Als stapsteen naar “God in search of Man” – ik noem de Engelse titel omdat daarin mijn voornaam voorkomt – gebruik ik het boek “Ich und Du” uit 1923 van de godsdienstfilosoof Martin Buber [2] (buitengewoon hoogleraar in Frankfurt am Main) die in 1938 aan het andere regime in Duitsland is ontkomen door naar Jeruzalem te vluchten. “In den beginne is de relatie [3]” volgens Martin Buber. De mens kan alleen “ik” zeggen dankzij “jij” (of “het”), zijn verhouding met anderen (en dingen) is dialogisch. “Ik” en “jij” zijn geen afzonderlijke objecten of dingen; er bestaat geen afzonderlijk “ik” of “jij”, er bestaat alleen een wederkerige relatie tot elkaar. Door dit religieus te duiden – “In ieder Jij spreken wij het oneindige alomvattende [4] aan” – wordt de verhouding tot God dialogisch: in de alomvattendheid kunnen wij God niet beschrijven, maar alleen aanspreken; ons leven is een existentiële dialoog met een oneindige alomvattende “Jij”. Wetenschap verenigd met religie biedt volgens Martin Buber geen leer, maar levenswijsheid.

feiten en logica 91[5]

Een voorbeeld van deze levenswijsheid gegrondvest in wetenschap en religie las ik op de achterzijde van de Nederlandse uitgave van “God in search of Man” waar de woorden van Baäl Sjem als leidraad staan vermeld:

Als een mens kwaad heeft gezien, laat hij daar niet moeilijk over doen.

Laat hij zich bewust zijn van zijn eigen kwaad en daaraan gaan werken.

Want wat hij gezien heeft, is ook binnenin hem.

Binnen de kaders van de “Ontwaking van Geloof” zijn de woorden van Baäl Sjem glashelder; al het goed en kwaad is net als Jij en ik opgenomen in “evam” of “Aldus”. Al het goed en kwaad is binnenin ons. Zou Martin Buber goed en kwaad zien als manifestaties van “Ich und Du”, als dialogische verhouding tussen ik en God, of zou hij goed en kwaad onderbrengen in zijn tweede dialogische verhouding “Ich und Es” ? Ik weet het niet; ik laat deze vraag voorlopig rusten totdat ik in mijn inleiding ben aangekomen bij God in de gedaante van een mens.

Bij het lezen van de eerste hoofdstukken van “God in search of Man” – in het Sanskriet betekent “Man” onder meer “denken/beschouwen/waarnemen” – werd ik getroffen door de overeenkomsten in structuur met de “Ontwaking van Geloof”. Abraham Joshua Heschel kiest voor volgende drie wegen bij deze zoektocht van God:

  • God – dit is bij Abraham Joshua Heschel het onuitsprekelijke alomvattende EEN uit de “Ontwaking van Geloof”.
  • Openbaring (ontsluiering of onthulling)
  • Weerklank (respons)

De laatste twee wegen van de zoektocht van God tonen overeenkomsten met “evam” waarbij de “Openbaring” lijkt op “Aldus in essentie (in leegte en vorm)” gedurende de overgang naar “Aldus in verschijningsvormen en kenmerken” dat weer gelijkenis vertoont met “Weerklank”. Is deze gelijkenis toeval of is deze gelijkenis fundamenteel voor de “Ontwaking van geloof” van de mens?”, zegt Man.

“Er is denk ik een fundamenteel verschil tussen jouw inleiding tot de “Ontwaking van geloof” enerzijds en de wederkerige relatie tussen ik en Jij van Martin Buber en de zoektocht van God naar de mens anderzijds. In het Hua-yen Boeddhisme is er in beginsel geen ander, want alle verschijningsvormen en illusies komen voort uit en zijn verweven met “Een”. Martin Buber en Abraham Joshua Heschel zoeken en/of ervaren een dialoog met een eeuwigdurende alomvattende Ander: er bestaat een zekere bepaalde scheiding tot de Ander. Dit komt neer op een kernvraag op onze zoektocht: ”Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden”. Ik weet het antwoord niet, maar het lijkt mij goed om deze vraag verder uit te diepen”, zegt Carla.

“Misschien zijn beide manieren van zien wel twee manifestaties van een en hetzelfde binnen Indra’s Net. Zullen wij eerst De Basilica di Santa Croce van binnen gaan bezien. Binnen is het kruisbeeld dat tijdens de overstroming in 1996 ernstig werd beschadigd. Dit zou een overgang kunnen bieden naar God in de gedaante van een mens in onze wereld”, zegt Narrator.

feiten en logica 92[6]


[1] Zie voor een vereenvoudigde uitleg van het bewijs van deze tweede onvolledigheidsstelling: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 154

[3] Bron: Buber, Martin, Ik en Jij. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 2010 p. 24; zie ook de openingszin in het Evangelie van Johannes.

[4] Bron: Buber, Martin, Ik en Jij. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 2010 p. 110, 111

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica


Op onze hedendaagse Odyssee naar “Wie ben jij” zijn wij voor onze vierde aanlegplaats “feiten en logica” aangekomen in Florence.

Waarom beginnen wij bij de aanlegplaats “feiten en logica” in Florence?

Het ontstaan van de eerste feiten en logica bij mensen is in nevelen gehuld [1]. Hoe heeft een mens voor het eerst bewust een feit waargenomen? Bij het gebruik van een steen als slagwapen of bij liefdegevoelens voor nakomelingen? Hoe heeft een mens voor het eerst bewust een logische verband gezien? Bij het bewust eten van planten met bepaalde eigenschappen of bij het voorzien van zwangerschap na geslachtsgemeenschap? Wij weten het niet.

200px-Venus_von_Willendorf_01[2]

Bij deze vierde aanlegplaats willen wij de wereld van religie [3] – of hetgeen waarop mensen terugvallen wanneer duiding gegeven moet worden aan het onbekende – vermijden, want op andere aanlegplaatsen tijdens onze zoektocht komt religie voldoende aan bod.

IMG_1408 (1)[4]

Ook gaan wij door tijdgebrek voorbij aan het ontstaan en de verdere ontwikkeling van de filosofie in de Oudheid [5].

Onze vierde aanlegplaats “feiten en logica” vangt aan bij de overgang van de middeleeuwse scholastiek [6] naar de Renaissance. Beide levensbeschouwingen hebben gepoogd de wereld als deterministisch te beschouwen, dat wil zeggen: wanneer de uitgangspunten en de interne regels bekend zijn, dan is het verleden, het heden en de toekomst bepaald. Beide filosofische stromingen hebben er alles aan gedaan om de ordening en de interne regels vast te leggen om zo grip en zicht te krijgen op de leefwereld gecentreerd rondom God [7] binnen de scholastiek, of rondom de mens en de menselijke rede binnen de heersende elite in de Renaissance [8].

Vanaf het begin is binnen het Christendom gedebatteerd over de relatie tussen waarheid geopenbaard door God in de heilige geschriften en de ononderbroken ontdekking van de feitelijke werkelijkheid door de menselijke rede – welke binnen het Christelijke geloof ook als een gave God’s wordt gezien [9]; deze debatten bereikten in uitgestrektheid hun hoogtepunt tijdens de hoogtijdagen van de Scholastiek.

Met de aanvang van de Renaissance in en rond Florence verschoof de bron voor de ontdekking van de feitelijke werkelijkheid voorgoed van de openbaringen door God in de heilige schriften naar de menselijke rede met de mens als middelpunt. Volgens het Oude Testament is de aarde door God gegrondvest en zal nimmer bewegen [10], maar rond 1600 na Chr. hadden Copernicus [11] en Kepler onomstotelijk aangetoond dat de aarde rond de zon draaide. Galileo Galileï heeft deze feitelijke ontdekking in 1632 na Chr. door middel van zijn geschrift Dialogo di Galileo Galilei sopra i due Massimi Sistemi del Mondo Tolemaico e Copernicano (Tweegesprek van Galileo Galilei over de twee belangrijkste wereldsystemen, het ptolemeïsche en copernicaanse) verdedigd tegenover de kerkelijk inquisitie. De Christelijk kerk heeft hem in 1633 na Chr. veroordeeld tot permanent huisarrest en de Dialogo zijn in de ban gedaan. Ruim 100 jaar later – in 1737 – werd Galileï vanuit een bescheiden grafplaats herbegraven in een eregraf in de Basilica di Santa Croce in Florence. Pas in oktober 1992 werd door de Katholieke kerk de naam van Galileï door paus Johannes Paulus II gezuiverd [12].

graftombe galilei[13]

Het continuüm in de overgang van de Scholastiek naar de Renaissance zien wij terug bij het bezoek aan de Santa Maria del Carmine [14] en daarin de Cappella Brancacci gelegen aan het Piazza del Carmine [15] in Florence.

Santa Maria del Carmine[16]

In het volgende bericht volgt het verslag van dit bezoek.


[1] Voor geïnteresseerde lezers: een klein tipje van de sluier over het vroege ontstaan van feiten en logica wordt opgelicht in: Arsuaga, Juan Luis, Het halssieraad van de Neanderthaler – Op zoek naar de eerste denkers. Amsterdam: Wereldbibiotheek: 1999 in: Lewis-Williams, David & Pearce, David, Inside the neolitic Mind. London: Thames & Hudson, 2009 en in: Beyens, Louis, De Graangodin – Het ontstaan van de landbouwcultuur. Amsterdam: Atlas, 2004

[2] Afbeelding van de Venus van Willendorf volgens schatting meer dan 20.000 jaar voor Christus vervaardigd. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Venus_of_Willendorf

[3] Voor het ontstaan en de ontwikkeling van religieuze ideeën verwijzen wij naar de studies: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 1. Chicago: The University of Chicago Press, 1982; Johnston, Sarah Iles (ed.), Religions of the Ancient World – a Guide. Cambridge: Harvard University Press, 2004;  Mallory, J.P. & Adams, D.Q., The Oxford Introduction to Proto-Indo-European and the Proto-Indo-European World. Oxford: Oxford University Press, 2007

[4] Steencirkel in Midden Engeland. Bron foto: Marieke Grijpink

[5] Er zijn verschillende standaardwerken over de geschiedenis van de filosofie.

[7] Bijvoorbeeld: De vijf Godsbewijzen in de Summa Theologica van Thomas van Aquino. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_van_Aquino

[9] Zie ook: MacCulloch, Diarmond, Christianity – The first three thousand Years. New York: Viking, 2010 p. 141

[10] Zie onder meer: de Psalmen 93:1, 96:10, 105:5 en 1 Kronieken 16:30

[13] Graftombe van Galileï in de Basilica di Santa Croce in Florence. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Galileo_Galilei