Tagarchief: boek

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 3


In het vorige bericht hebben jij en ik een eerste verkenning gemaakt naar de rol van symbolen als “object in het midden” om het onderlinge vertrouwen te vestigen en bestendigen. Wij hebben gemerkt dat de symbolen hoop, verwachting en diep vertrouwen bij de mensen oproepen, maar dat de symbolen ook aanleiding geven tot diepe afkeer. Daarnaast kunnen symbolen ook aanzetten tot geweld, vernietiging en regelrechte haat. Soms hebben symbolen een veel omvattende uitstraling en geven zij een sterke binding met een groot onderling vertrouwen, maar symbolen verschaffen zelden voor iedereen een ingang tot de “Volkomen Eenheid”[1].

Nu komen jij en ik bij een ander “object in het midden” dat voor veel mensen wordt ervaren als een plaats om het onderlinge vertrouwen met de naaste familie te vestigen en behouden. Dit “object in het midden” is ons eigen huis[2]. Voor individuen is de baarmoeder het eerste huis waar een mens voor zijn geboorte ongeveer de hele evolutie doorloopt. Na de geboorte is een baby afhankelijk van ouders, opvoeders en een gemeenschap waar het kind in opgroeit tot volwassenheid. Als volwassene is de leefomgeving het “thuis” waarmee de mens vertrouwd is geraakt.

Jager-verzamelaars ervaren hun habitat – letterlijk: waar hij leeft – als hun vertrouwde omgeving. Inbreuken op het vertrouwen dat bestaat tussen de jager-verzamelaars en zijn habitat, wordt – voor zover wij weten – door rituelen weer hersteld. In rituelen identificeren jager-verzamelaars zich met hun prooi om twee redenen. Zij zoeken verlossing voor de zonde van het doden van de prooi en zij identificeren zich met hun prooi om hun unieke systeem van overleving in stand te houden voor zowel prooi als jager[3].

[4]

Herder-volkeren zullen ook hun habitat waarin zij rondtrekken als hun huis en leefomgeving beschouwen. Rondtrekkend verschaft hun habitat hen voer voor hun kudden en indirect ook voor henzelf. Door rituelen proberen de herder-volkeren de vertrouwensrelatie tussen de kenbare en onkenbare habitat enerzijds en henzelf anderzijds in stand te houden. Jij en ik hebben in eerdere berichten de Trito mythe en de vee-cyclus als voorbeelden gezien.

Akkerbouwers zullen hun velden en gewassen binnen hun leefomgeving als hun habitat ervaren. Eerst trekken de akkerbouwers na korte tijd een stuk verder als hun akkers verschraald zijn door enkele keren achter elkaar verbouwen van dezelfde gewassen. Nadat de akkerbouwers een periodiek systeem hebben ontwikkeld voor instandhouding van een evenwicht van de akkers, gaan zij in de loop der tijd vaste woonplaatsen betrekken. Deze woonstede zien zij als hun huis.

Later tijdens onze Odyssee komen wij mensen tegen die aldoor overal thuis zijn. Een glimp hiervan kunnen wij zien in het volgende gedicht van Rӯokan:

Ook al slaap ik steeds

Elke nacht op mijn levensweg

Weer ergens anders,

De eeuwigdurende droom

Brengt mij aldoor naar mijn huis.”[5]

Veel mensen ervaren een eigen huis als een veilige thuishaven en als ijkpunt van waaruit de wereld wordt ervaren. Zij zien een huis niet alleen als een vertrouwde rustplaats, maar zij vereenzelvigen zich in belangrijke mate met hun huis: zij geven het huis gestalte en het huis geeft uitdrukking aan wie zij zijn.

 [6]

Onze huidige samenleving is hierbij zelfs zover gegaan om mensen alleen als volwaardig te erkennen wanneer zij een vaste nationaliteit bezitten en een vaste woon- of verblijfplaats hebben. Zonder deze bezittingen verliezen mensen binnen de huidige samenleving veel van hun rechten. Wij zien dat de hedendaagse samenleving erg veel vertrouwen toekent aan een huis als “object in het midden”. In andere tijden en onder andere omstandigheden hebben mensen de waarde van en het vertrouwen in een huis als “object in het midden” anders gewaardeerd.

Waarom hecht onze samenleving zo aan een vaste woon- en verblijfplaats? Heeft onze samenleving alleen met dit “object in het midden” vertrouwen in haar inwoners?

De vorige nacht hebben jij en ik onder de sterrenhemel geslapen. Vannacht gaan jij en ik slapen in een woonwagen waar in het donker op het plafond de sterrenhemel oplicht als herinnering aan de open lucht. Morgen slapen jij en ik in een huis.

Het volgende bericht gaat over het huis van God als “object in het midden”.


[1] Zie berichten over de inleiding tot “Een”

[2] In het Sanskriet is “grham” een van de woorden voor huis. Dit woord is mogelijk samengesteld uit “grh” dat “nemen, grijpen en omvatten” betekent en “aham” dat “ik” – eerste persoon, enkelvoud, nominativus – betekent.

[3] Zie ook: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume I, pagina 5 e.v.

[5] Vrije weergave van vertaling van de Tanka van Rӯokan op pagina 170 in de bundel: Tooren, J.van, Tanka – het lied van Japan. Amsterdam: Meulenhoff, 1983

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 2


Tijdens onze eerste aanlegplaats [1] hebben wij oeroude stenen in het landschap ontmoet. De stenen zijn voor onze voorouders van groot belang geweest als herkenningspunten voor duiding van het kenbare en het onkenbare. De katholieke kerk heeft de rol van deze stenen proberen op te nemen in het Christelijk geloof door daar veldkruisen te plaatsen zijn.

In het vorige bericht hebben jij en ik verslag gedaan van het “object in het midden” als metafoor voor onderling vertrouwen en als symbool dat de metafoor van het object overstijgt en overgaat in de tastbare werkelijkheid die het “object in het midden” oorspronkelijk heeft uitgebeeld. In dit bericht vervolgen wij deze verkenning.

Mensen die elkaar bezoeken of op reis ontmoeten, wisselen geschenken uit om het onderlinge vertrouwen tot uitdrukking te brengen. Bij speciale omstandigheden worden bijzondere cadeaus als herinnering en bestendiging van de onderlinge relatie gegeven. Voorbeelden van deze speciale omstandigheden zijn belangrijke veranderingen in het leven zoals geboorte, doop, verjaardag, volwassen worden, huwelijk, overlijden van ouders. Deze geschenken zijn geregeld sieraden die bij het dragen van het sieraad de onderlinge band of de bijzondere status van de drager symboliseren. Deze sieraden worden soms na overlijden met de eigenaar in het graf gelegd, opdat de eigenaar ook in het hiernamaals met de sieraden het vertrouwen en de status in het vorige leven kan tonen.

[2]

In de graven van Neanderthalers zijn nooit sieraden gevonden [3]. Mogelijk hebben zij geen “objecten in het midden” gebruikt om onderling vertrouwen te tonen en bestendigen. Misschien hebben zij in hun leven geen duiding nodig gehad, omdat zij vol vertrouwen zijn?  Hebben zij geen duidingen gekend of hebben zijn geen voorstellingen van deze duidingen gemaakt? Wij weten het niet.

In de loop der tijd hebben mensen van “objecten in het midden” beeltenissen gemaakt die door middel van het afgebeelde object het oorspronkelijke vertrouwen symboliseren. Ook voor groepen mensen zijn deze symbolen belangrijk geworden om uiting te geven aan noembare en onnoembare gevoelens binnen de groep. De symbolen krijgen een eigen dynamiek in de vorm van afbeeldingen en vlaggen met bijbehorende muziek en ritmiek in de tijd. De Katholiek kerk laat veel afbeeldingen van God en van de Heiligen zien. Groepsidentiteit en nationale gevoelens worden versterkt door vlaggen en emblemen.

[4]

Daarnaast zijn deze symbolen voor buitenstaander wantrouwen gaan oproepen. Dit wantrouwen neemt geregeld de vorm aan van regelrechte haat: de buitenstaanders doen er alles aan om vreemde symbolen – en alles waar de beeltenissen voor staan – volkomen te vernietigen zodat alle sporen daarvan zijn uitgewist. Veel oorlogen zijn zo begonnen en krijgen een eigen dynamiek: de vlaggen, muziek, geluid van laarzen en bloemen door vrouwen in de lopen van de geweren geplaatst, doen de rest. De groepsdwang om de buitenstaanders te vernietigen is zo sterk dat buitenbeentjes die niet mee willen doen aan het geweld, worden bedreigd met uitstoting of zelfs executie.

In enkele culturen is het onnoembare en hogere zo overweldigend dat het niet afgebeeld mag worden. In de Islamitische cultuur zijn afbeeldingen van Allah niet toestaan; ook afbeeldingen van wezens met een ziel zijn niet gewenst. In het Joodse geloof mag Jahweh niet worden afgebeeld. In de Protestantse kerken zijn geen beeltenissen van God en mensen aanwezig. Hebben deze vormen van religie de waarde van de symbolen en de afbeeldingen overstegen? En zijn zij de weerzin tegen vreemde symbolen en afbeelding te boven gekomen omdat zij de waarde van symbolen zijn overstegen? Waarschijnlijk niet, gouden kalveren [5] worden nog steeds aanbeden èn bestreden.


[1] Zie het bericht “Een-Pantheïsme” op deze weblog.

[3] Arsuaga, Juan Luis, Het halssieraad van de Neanderthaler – Op zoek naar de eerste denkers. Amsterdam: Wereldbibiotheek: 1999

[5] Zie vorige bericht: “Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1”

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1


Op onze vorige aanlegplaats “Twee” zijn eerst de lucht en de aarde gescheiden, waarna alles uiteen is gevallen in ontelbaar veel kleine delen. Daarna is een eerste ordening ontstaan, waarbij door zin geven en zin nemen een eerste creatief proces op gang is gekomen.

Mensen geven duiding aan hun leefomgeving, opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op tastbare zaken en omstandigheden. Daarnaast heeft deze duiding vormen aangenomen van verhalen en mythen waardoor kennis en vaardigheden uit andere tijden en omstandigheden binnen de leefwereld van mensen verankerd blijft. Religie en rituelen brengen het onkenbare en ongrijpbare binnen de reikwijdte van mensen; door het verrichten van herkenbare handelingen proberen wij het onkenbare en ongrijpbare binnen onze leefwereld te duiden.

De Trito mythe en de vee-cyclus hebben jij en ik gezien om het ontstaan van de wereld voor mensen in Proto-Indo-Europese wereld te verklaren. De vee-cyclus geeft met een ritueel de basis voor vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen. In het vorige bericht hebben jij en ik de rol van “personen in het midden” – of priesters en koningen – gezien die als bruggenbouwer optreden tussen de wereld van de mensen en de wereld van de goden (of de volkomen eenheid). Nu gaan jij en ik een inkijk nemen in de “objecten in het midden” die de goden (of de volkomen eenheid) in de mensenwereld vertegenwoordigen.

Vee is in de wereld van onze voorouders een metafoor voor onderling vertrouwen. In onze samenleving heeft geld de rol van vee overgenomen. Ook in vroegere samenlevingen hebben objecten de plaats van levende wezens ingenomen om als metafoor voor onderling vertrouwen te dienen. Speciale schelpen, sieraden en kostbare gebruiksvoorwerpen zijn daar voorbeelden van.

Een aantal objecten zijn uitgestegen boven de rol van metafoor voor onderling vertrouwen. Deze objecten zijn van metafoor veranderd in de tastbare werkelijkheid van het object zelf. Het vaandel[1] van een Romeins legioen was de entiteit van het volledige legioen. Als het vaandel verloren gaat, dan vergaat het legioen ook ten onder. De drie legioenen die onder leiding van Varus met hun vaandels verloren zijn gegaan in het Teutoburgerwoud, zijn nooit vervangen[2].

[3]

Afbeeldingen van goden zijn door mensen als echte Goden aanbeden. In het Oude Testament heeft Mozes er alles aan gedaan om Jahweh – zonder afbeelding – als enige God bij het Joodse volk erkend te krijgen. Nadat hij van Jahweh de tafels met de tien geboden heeft ontvangen – waaronder de eerste twee geboden: “Ik ben de eeuwige uw God en Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” – en weer bij zijn volk terug komt, ziet hij dat zij een gouden kalf aanbidden. Het Joodse volk is Jahweh volkomen vergeten en ziet het gouden kalf als “object in het midden” dat de plaats van god heeft ingenomen.

[4]

Woedend gooit Mozes de tafels met de tien geboden in stukken. Hierna moet hij weer de berg op om nieuwe tafels van het verbond van Jahweh te ontvangen. Deze nieuwe tafels met de tien geboden worden in de ark van het verbond mee gedragen en later in de heilige ruimte van de tempel in Jeruzalem bewaard. Sinds die tijd wordt Jahweh aanwezig geacht boven de ark in de leegte tussen de toppen van de vleugels van de twee engelen[5].

 [6]

Tijdens het bestaan van de ark wordt Jahweh geacht aanwezig tussen de vleugels van de twee engelen. De ark van het verbond is waarschijnlijk verloren gegaan bij een van de verwoestingen van de tempel in Jeruzalem. Is de beeltenis van Jahweh hiermee ook vervlogen, opdat Jahweh nu alom tegenwoordig is?


[1]Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome – The Men who won the Roman Empire. London: Phoenix, 2004

[2] Zie ook: Wells, Peter S. The Battle that stopped Rome. New York: W. W. Norton & Company, 2004

[5] Bron: Oude Testament; boeken Exodus 25:22 en Numeri 7:89

Inleiding: Drie – Persoon in het midden


Tijdens onze derde rustplaats op onze Odyssee hebben jij en ik eerst de Trito mythe en de vee-cyclus ontmoet. Deze mythen – voorzien van rituelen – zijn een eerste vorm van herstel van vertrouwen tussen de goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling. Vee is hier een metafoor voor onderling vertrouwen; een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

Na de eerste allesomvattende scheiding tussen aarde en lucht is alles in ontelbaar veel delen uiteengevallen. Hierna is een eerste ordening ontstaan, waarna er een begin is gemaakt met een creatief proces door een eerste duiding geven en een eerste zin te ontlenen aan de eerste ordening.

Jij en ik blijven gescheiden van het volkomen al en een, dat waarschijnlijk verdwenen is bij de scheiding van aarde en lucht. Of is het volkomen al en een op de achtergrond nog steeds aanwezig? Wij weten het niet, maar wij gaan dit op onze Odyssee onderzoeken.

Bij de Trito mythe over het ontstaan van de wereld hebben jij en ik al kennis gemaakt met de goden: Manu schept met hulp van de goden uit de delen van Twin de wereld. In deze mythe zijn de Goden voor Manu noodzakelijk om de wereld te scheppen. Wie zijn deze goden? Jij en ik weten het niet. Zijn er meer goden of is er slechts een god? Wij weten het niet; elke samenleving heeft hier verschillende antwoorden op gegeven. Is er een wereld mogelijk zonder goden? Wij weten het niet. Zijn de goden onderdeel van het volkomen al en een? Wij weten het niet. Maar jij en ik gaan het later op onze Odyssee onderzoeken. Laten wij voorlopig aanvaarden dat de goden aanwezig zijn. Voorlopig zijn zij noodzakelijk om de wereld te scheppen en te onderhouden.

Na het ontstaan van de wereld geven de luchtgoden vee aan Trito. Na hulp van de stormgoden bij zijn avonturen met de driekoppige slang, offert hij vee aan de luchtgoden om het wederzijdse vertrouwen te herstellen en te bestendigen.

[1]

Tijdens de vee-cyclus offeren priesters vee aan de goden om het vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling te herstellen en te bestendigen.

Volgens deze eerste mythen zien jij en ik dat in de Proto-Indo-Europese wereld de goden noodzakelijk zijn om de wereld te laten ontstaan en te onderhouden. Het vertrouwen en de hulp van de goden is voor deze mensen van levensbelang. Hoe de mensen in deze de Proto-Indo-Europese wereld in het dagelijks leven tegen de goden aankijken, weten wij niet. Wel zijn er in deze samenleving al spoedig mensen opgestaan die de verbindingen tussen de leefwereld van de mensen en de goden tot stand brengen en in stand houden.

De voorlopers van de mensen die niet meer in staat zijn te leven zonder een verbinding tussen mensen en goden, zijn wij in de beide mythen al tegen gekomen.

De priesters [6] krijgen een rol om door rituelen en rookoffers de verbinding tussen de luchtgoden, de wereld en de mensen te vestigen en te onderhouden. Deze verbinding is van het allergrootste belang om het ritme van het leven en de voortgang van het leven in stand te houden. Ook geeft deze verbinding die in stand wordt gehouden door de priesters, in de voor-wetenschappelijke tijd een eerste antwoord op de vragen waar de mensheid vandaan komt, waartoe zij op de aarde zijn en welke toekomst hen wacht. In de katholieke kerk verwerft de paus een rol van pontifex maximus – of de grote bruggenbouwer – tussen hemel en aarde. In deze kerk is de paus – als eerste onder zijn gelijken – de “persoon in het midden” die de verbinding tussen hemel en aarde en/of tussen God en de mensheid te onderhoudt.

[2]

De krijgers – en na verloop van tijd hun voormannen in de vorm van keizer, koning of generaal – verkrijgen de rol om door veroveringen en krijgshandelingen (met bijbehorende rituelen en gebruiken) de ordening in de samenleving te vestigen en te bestendigen. Later als vertegenwoordiger van de goden reguleren zij de gang van zaken in de samenleving op aarde. Voor de aardse zaken gaan zij steeds nadrukkelijker als vertegenwoordiger van de goden optreden. In deze vorm zijn zij een “persoon in het midden” geworden tussen het volkomen al en een aan de ene kant en de samenleving en de mens aan de andere kant. Zonder deze persoon in het midden houdt volgens deze denkwijze de samenleving op te bestaan: Romeinse legioensoldaten vervallen in wanhoop – hun volledige bestaan op aarde valt weg – als een generaal van een legioen dreigt het legioen aan zijn lot over te laten [3].

[4]

De ordening tussen priesters en krijgers – of tussen kerk en staat – is meestal aan spanningen onderhevig. De hiërarchie tussen beide rollen heeft geregeld gewisseld. Soms is er een balans opgetreden doordat de paus de keizer kroont opdat de profane rol van de keizer door een ritueel van de pontifex maximus een sacrale erkenning verwerft, waarbij tegelijkertijd de rol van de paus – als bruggenbouwer tussen hemel en aarde – wordt bestendigd.

[5]

Het volgende bericht gaat over “het object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Clouds JvL

[2] Paus Gregorius I

[3] Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome (2003)

[4] Karel de Grote

[5] Kroning tot keizer van Karel de Grote door paus Leo III

[6] In het Sanskriet betekent √pṛ: “in staat zijn, te voorschijn brengen”; Ish: “heersen, god”; en √tṛ: “oversteken”

Inleiding: Drie – Dubio transcendit


Jij en ik zijn bij onze derde rustplaats op onze Odyssee aangekomen. Het wordt tijd dat wij een eerste duiding gaan geven – en een eerste zin ontlenen[1] – aan het complexe universum om ons heen. Door het zin geven en het zin ontlenen aan de dingen om ons heen begint zich een gericht creatief proces te ontwikkelen. Voor het allergrootste deel vindt dat proces van creatie en herscheppen plaats buiten onze waarneming [2]. Dit onzichtbare creatieve proces gaat haar eigen weg. Wij kunnen alleen vertrouwen hebben in de goede loop van de veranderingen der dingen die buiten ons bereik liggen.

De uiterst kleine fractie van het creatie- en veranderproces waar jij en ik wel zicht op hebben, proberen wij in ons voordeel te wijzigen. Dit voordeel denken wij nodig te hebben om de kansen op ons overleven te vergroten. Hierin zijn wij zelfzuchtig. Later zullen jij en ik nog bij de complexe vormen van ethiek stil staan. Nu beginnen wij bij het begin van bewuste creativiteit en ons oordeel hierover.

Onze zelfzuchtigheid is vaak openlijk en in onze samenleving sociaal geaccepteerd. Wij jagen en verzamelen, wij doen aan landbouw en veeteelt, wij werken in fabrieken of op kantoor, of wij heersen volgens onderlinge overeenkomsten over anderen. Bij al deze handelingen kunnen terecht vraagtekens gezet worden: later komen wij daar nog op terug. Maar soms is deze zelfzuchtigheid onaanvaardbaar en wordt er door geweld of door rechtspraak het recht van de sterkste verkregen.

In specifieke gevallen wordt onze zelfzuchtigheid gecamoufleerd door passende beelden bij in beginsel niet acceptabele handelingen te plaatsen. Rondom oorlogen en het veroveren van land hangen allerlei mythes en rituelen[3].

In een specifiek geval wordt het getal drie ook gebruikt om met een mythe de roof van vee te rechtvaardigen: het betreft de Trito mythe gevolgde door de mythe van de vee-cyclus. [4] [5].

In de Proto-Indo-Europese wereld wordt door de Trito-mythe het ontstaan van de wereld geduid.

De tweeling Manu – verwant aan ons woord “man”[6] – en Twin reizen door het heelal vergezeld van een koe. De twee broers besluiten op zeker moment de wereld te maken. Hiertoe moet Twin worden geofferd. Uit de delen van Twin schept Manu met hulp van de goden de afzonderlijke delen van de wereld. Hierdoor werd Manu de eerste priester [7] en ook de uitvinder van dit eerste rituele offer waardoor de wereld werd geschapen.

Toen de wereld klaar was, gaven de lucht-goden vee aan de “derde man” Trito genaamd. Maar het vee werd op listige wijze gestolen door een driekoppige slang. Met behulp van de stormgoden doodde Trito de slang en bevrijdde het vee. Een deel van het vee werd aan de priesters gegeven voor een rookoffer aan de luchtgoden. Door deze daad werd Trito [8] de eerste krijger. Hij herstelde de welvaart van de mensen en zijn gift van vee aan de goden zorgde ervoor dat de cyclus van giften tussen goden en mensen werd voortgezet.

De tweede mythe – de vee cyclus [9] – is een voortzetting van de Trito mythe. In de vee-cyclus geeft God [10] vee aan de boeren die op hun beurt het vee verzorgen en de kudde vermeerderen. Vreemde mannen stelen het vee. De krijgers roven het veer weer terug en geven een deel van het vee aan de priesters voor rookoffers aan God die op zijn beurt als dank voor de offers weer vee aan de boeren geeft.

Het roven van vee heeft door beide mythes een centrale plaats in deze cultuur verkregen. Het wordt een essentiële handeling om bezit te verwerven. Met het verkrijgen van vee door roof heeft de krijger een ruilmiddel verkregen om een of meer vrouwen te verwerven [11]. In Proto-Indo-Europese wereld vertegenwoordigen vrouwen het enige bezit dat echt van waarde is [12]. Alleen door bezit van het hoog gewaardeerde ruilmiddel – vee – kan een krijger pas vrouwen verkrijgen voor nakomelingschap.

Daarnaast verschaft de vee-cyclus een ritueel voor onderling basis vertrouwen – Credo (ik geloof) – tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling. Vee is hier een metafoor voor onderling vertrouwen, een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

In de volgende berichten gaan jij en ik de “persoon in het midden”, het “object in het midden” en de “geest in het midden” ontmoeten.

[13]


[1] Zie Merleau-Ponty, Maurice, Phénoménologie de la Perception

[2] Zie ook: Eames-Charles&Ray, Powers of Ten (1977) en het bericht hierover.

[3] Zie ook: Keegan, John, A History of Warfare (2004); Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome (2003); Crefeld, Martin van, The Culture of War (2008).

[4] Zie Anthony, David W., The horse, the Wheel and Language (2007), p. 134

[5] See: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 137

[6] √man: betekent “denken” in het Sankriet; “manu” betekent “intelligent, wijs, gedacht”. Mogelijk wijst deze naam al op een scheiding van geest en materie die vergelijkbaar is met lucht en aarde.

[7] In het Sanskriet betekent √pṛ: “in staat zijn, te voorschijn brengen”; Ish: “heersen, god”; en √tṛ: “oversteken”

[8] kshatriya; betekent krijger in het Sanskriet.

[9] Zie: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[10] “go” betekent “vee” en “da” betekent “geven”

[11] Zie Anthony, David W., The horse, the wheel and Language (2007), p. 239

[12] Zie: McGrath, Kevin, STR women in Epic Mahâbhârata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009 p. 9 – 15

[13] Bron afbeelding: Povray – Float Cloud JvL

Inleiding: Twee – Nacht aan het begin van de lente


Jij en ik hebben al enkele jaren geprobeerd om op de eerste dag van de lente het eerste ochtendlicht te zien. Vele generaties voor ons hebben voor ons uitgezien naar het moment dat de zon om precies zes uur boven de evenaar komt. Tot op heden is het ons niet gelukt om dit te beleven, omdat het een keer de hele nacht regende, de andere keer was het mistig, thuis was iemand ziek en ook enkele jaren hadden wij verplichtingen op ons werk.

[1]

Voor jou en mij is dit moment zo belangrijk omdat onze voorouders dit licht nodig hebben voor bepaling van het tijdstip van het jaar. Dit tijdstip diende als een ijkpunt voor onder ander het bepalen van de zaaitijd van graan[2].

Het belang van dit tijdstip voor onze voorouders blijkt wel doordat in alle katholieke kerken het altaar naar het Oosten – het midden van de ramen boven het altaar ontvangt de eerste zonnestraal van zonsopkomst precies bij zonsopgang om 6 uur ’s-ochtends op de eerste lentedag – is geplaatst. De kerkdienst wordt in de richting van dit ochtendlicht – het licht van de wederopstanding (van de natuur) – gehouden.

Tijdens begrafenissen wordt de overledene met de voeten vooruit naar het altaar gedragen, opdat de dode op de dag van de wederopstanding als eerste het ochtendlicht zal zien. Veel graven van verre voorouders hebben ook deze richting[3].

Nu zitten wij op een schiereiland met allemaal water om ons heen. Alleen naar het noorden is er verbinding naar het land. Er is weinig wind en het belooft een koude maar mooie nacht te worden.

Na het avondeten in schemerlicht maken wij ons bij maanlicht klaar voor de nacht:

[4]

“Heb jij mijn zaklamp gezien?”

“Het is volle maan, geen zaklamp nodig.”

“Ik wil de wekker even goed zetten.”

“De wekker staat al op vijf uur.”

“Genoeg tijd om wakker te worden.”

“Ik hoop dat het een heldere nacht en ochtend is. Dan zien wij de zon om zes uur mooi opkomen.”

“We zullen zien.”

“Het wordt een koude nacht.”

“Daar hebben wij een goede slaapzak voor.”

“Ik hoop dat er geen mist is.”

“Wat is er mis met mist en nevel.”

“Het bederft onze zicht op de zonsopgang.”

“Jij wil morgenochtend de zon zien opgaan met vuurwerk en klaroenstoten?”

“Beter dan een in een grijze brij wakker worden. Na zoveel jaren mag dat wel eens. We liggen niet zo vaak aan het begin van de lente in de open lucht.”

“Uit oersoep zijn wij ontstaan, misschien is het wel veel echter om dat morgen te zien.”

“Ik zie liever een mooie zonsopgang waar vele mensen voor ons naar hebben gekeken. De altaren zijn niet voor niets naar het oosten gericht.”

“OK dan maar een mooie herrijzenis morgenochtend. Maar niet getreurd als het anders is.”

“Hoe zullen we gaan liggen, hoofd naar het westen en voeten naar het oosten?”

“Zoals bij een begrafenis met de voeten naar het altaar.”

“Daar moet ik nog niet aan denken. Ik ben nog hard nodig thuis en op mijn werk.”

“Ik wil ook nog niet dood. Maar ik wil graag uniek zijn door exact in de voetsporen van anderen te staan. Wie heeft dit al eens eerder gedaan?”

“Niemand is zo gek als wij.”

“Toch is het mooi om ’s-Nachts naar de hemel te kijken. Als jij snurkt dan zal ik een mooi uitzicht op het heelal hebben. Onze voorouders hebben dat ook gedaan. Morgen hoop ik dit uniek uitgezicht met onze voorouders te delen.”

“Ga jij ook de wederopstanding op de dag des oordeels met jouw voorouders delen?”

“Zie wel. Slaap zacht, droom lekker.”

“Droom der dromen.”


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Sunrise JvL

[2] Calvin, William H., De Rivier die tegen de Berg opstroomt – een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens. 1992

[3] Afhankelijk van de breedtegraad, zijn graven ook naar het zuiden gericht. Bron nog achterhalen

[4] Bron afbeelding: POVRAY – Moonlight JvL

Inleiding: Twee – Tweelingen en tegenstellingen


“Het vorige bericht gaat over een eerste ordening die is ontstaan nadat alles uiteen is gevallen in oneindig veel deeltjes. Uw verteller heeft u een begin van hiërarchie en een aanzet tot ethiek getoond. Ook heeft u een inkijkje gekregen in hemel en hel. In dit bericht gaan wij verder met tweelingen en tegenstellingen.

Tweelingen zijn erg belangrijk voor mensen. In mythes en in oude verhalen staan tweelingen vaak aan het begin van belangrijke ontwikkelingen. Maar rond deze tweelingen is er meestal onzekerheid en onbestendigheid. Er moet een keuze plaatsvinden. Helaas komt de beslissing in de mythes gewelddadig tot stand. Een van de tweeling kinderen moet vertrekken of wordt vermoord.

U kent waarschijnlijk de tweeling Romulus en Remus, die door een wolf is groot gebracht. Romulus doodt Remus tijdens een ruzie over de heerschappij van de nieuwe stad. Na deze moord kon Romulus de verdere stichting van de stad Rome ter hand nemen[1].

[2]

In Genesis – het eerste boek van het Oude Testament – zijn Kaïn en Abel de twee eerste kinderen van Adam en Eva. De beschrijving geeft aanwijzingen dat zij een tweeling zijn. Kaïn was landbouwer en Abel was schaapherder. Beiden brachten offers aan God, maar God accepteerde alleen de rook van het vee-offer[3] [4] van Abel.

 [6]

Omdat God de offergave van de oogst niet aanvaardde, doodde Kaïn zij broer Abel[5].

Mensen zijn erg gevoelig voor tegenstellingen; in een hang naar zekerheid moet de tegenstelling zo snel mogelijk verdwijnen – vaak ten koste van een groot verlies. Als oplossing van het dilemma wordt er dan gekozen voor een kant van de tegenstellingen. Uw verteller toonde u al het droeve lot van Remus en Abel: om de tegenstelling binnen de tweeling op te heffen, moet een kind van de tweeling verdwijnen.

Bij het ontstaan van een tegenstelling willen mensen zo snel mogelijk duidelijkheid hebben. Veel wordt opzij gezet om duidelijkheid te krijgen tussen ja of nee, goed of fout, waar of onwaar, gelovig of ongelovig, recht of onrecht. Deze keuze wordt gemaakt door een onmiddellijke opoffering of vernietiging van één van de twee polen. Deze keuze is zo belangrijk voor mensen dat hiervoor zelfs broedermoord wordt gepleegd; er wordt voor gedood, oorlog gevoerd, en er worden volkeren en anders denkenden voor uitgemoord.

Waarom moeten tegenstellingen meteen worden opgeheven? Waarom mogen zij niet blijven bestaan? Heeft de mensheid een sterke hang naar eenheid of is het noodzakelijk om onrust en onvrede zo snel mogelijk te beëindigen ten koste van een grote opoffering? Of misschien allebei? Is het opheffen van de onrust en onvrede het begaan van grote misdrijven waard? Op hun Odyssee komen de hoofdpersonen veel van deze dilemma’s tegen.

Uw verteller ziet in de verte de beide hoofdpersonen weer verschijnen. Zij zijn geen tweeling en ik hoop dat zij tijdens hun Odyssee hun verschil van mening niet oplossen door geweld en doodslag. We zullen zien.

Uw verteller laat het verslag weer over aan beide hoofdpersonen. In een volgend bericht zullen zij hun belevenissen vertellen over een nachtwake aan het begin van de lente als voorbereiding op de volgende aanlegplaats op hun Odyssee”.


[3] Zie ook: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[4] Zie ook: Inleiding – Rituelen 2 (27 maart 2011)

[5] Zie ook: Genesis 4 uit het Oude Testament

Inleiding: Twee – Eerste ordening


“Uw verteller neemt u nu mee naar de tijd dat aarde en lucht zijn gescheiden en alles als craquelé is gebarsten en daarna uiteen is gevallen tot kleine stofdeeltjes. Na het volkomen uiteenvallen van “Een” in oneindig veel deeltjes, is er weer een begin van ordening ontstaan. Uit deze eerste ordening zijn in de loop van de tijd steeds complexere vormen van leven ontstaan. De geschiedenis van deze ordening kent uw verteller niet, want hij is in zijn hedendaagse gedaante niet bij dit ontstaan geweest. Ook kent uw verteller de volledige wijze van de ordening niet: de verschillende manifestaties van dit absolute wonder zijn alleen te zien als de omstandigheden dat voor ons toelaten.

In de hedendaagse wereld gebruiken wij hiërarchieën – naar de menselijke maat – om voor ons ordening in de oneindig vele verschijningsvormen aan te brengen. Enige jaren geleden heeft uw verteller in een boek [1] een beschrijving van een hiërarchie gelezen, die voor mensen in de Westerse samenleving herkenbaar is. Deze hiërarchie ziet er ongeveer als volgt uit:

  • Niet levende organismen
  • Levende organismen
  • Mensen
    • Biologie
    • Wetten en regels
    • Wetenschap
    • Kwaliteit
  • Complexe structuren
    • Hardware
    • Software
    • Dorpen met eigen dynamiek
    • Steden met eigen dynamiek

De schrijver van dit boek [1] heeft als ethisch uitgangspunt, dat iedere verschijningsvorm in principe even veel recht van bestaan heeft. Maar als een keuze tussen twee verschijningsvormen onvermijdelijk is, dan verdient een complexere verschijningsvorm – in dit geval een wezen dat een hogere plaats in de hiërarchie heeft – de voorkeur.

Een tweede hiërarchie heeft uw verteller een paar duizenden jaren gelezen. Deze rangorde is voor moderne mensen in de Westerse samenleving minder eenvoudig te volgen. Deze hiërarchie kent een rangorde van de volgende 31 “verblijfplaatsen” [2]:

  • Hellen
  • Titanen
  • Hongerige geesten
  • Dieren
  • Mensen
  • Goden in 22 categorieën
  • Vijf sferen van oneindige ruimte, bewustzijn en leegte.

In beide hiërarchieën neemt de mens een centrale plaats in. Zelfoverschatting van de mensheid? Wij weten het niet. Op latere aanlegplaatsen zullen wij meer zien van deze twee ordeningen.

De Westerse wereld kent ook een tweedeling in hemel en hel. Zijn de hemel en de hel dicht bij of ver weg, of alleen voorbehouden voor een hiernamaals? Uw verteller weet het niet. Enkele tientallen jaren geleden heeft Narrator een pastoor in Valkenburg tijdens een preek het verschil tussen hemel en hel horen uitleggen.

Deze pastoor zei: “In de hel hebben mensen een kleine handicap: zij kunnen hun armen niet buigen. Zij zijn in een ruimte met de meest overvloedige spijzen en dranken. Maar helaas blijven zij altijd hongerig en dorstig, omdat zij de spijzen en dranken alleen kunnen zien en het eten en drinken onmogelijk is door de kleine handicap.

[3]

In de hemel hebben mensen dezelfde kleine handicap en zijn zij in dezelfde ruimte met spijzen en dranken. Maar honger en dorst hebben zij niet, want de mensen zorgen voor elkaar, de ene mens geeft de ander met gestrekte arm te drinken en te eten naar behoefte en tevredenheid.”

Een mooie uitleg van een en hetzelfde op twee manieren bekeken? Of twee manifestaties die afhangen van de verschillende de omstandigheden? Of twee verschillende werelden? Uw verteller weet het niet.

Het volgende bericht gaat over tweelingen.


[1] Pirsig, Robert M., Lila, an Inquiry in Morals. London: Bantam Press, 1991

[2] The Long Discourses of the Buddha. Massachusetts: Wisdom Publications, 1995 p. 38-39

Inleiding: Een – “Powers of Ten”


Nadat jij en ik door de prachtige wereld van “Indra’s net[1]” zijn gegaan, kijken wij nu uit naar de voorstelling van de 10 minuten durende film “Powers of Ten” van Ray en Charles Eames uit 1968 (en opnieuw uitgebracht in 1977).

Voordat wij de film gaan bekijken, nog een introductie.

Ray and Charles Eames[2] is een architecten/ontwerpers echtpaar dat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van moderne architectuur en meubelontwerpen.

Eerst een indruk van het “Eames house”[3]:

[4]

En een afbeelding van een fauteuil in the “Soft Pad serie” ontworpen rond 1968:

[5]

De documentaire “Powers of Ten” is een avontuur in afmetingen en vergezichten op verschillende schalen. De film toont het ons bekende universum in “machten van tien”[6]. De inhoud en structuur van de film is gebaseerd op het boek “Cosmic ViewThe Universe in 40 Jumps[7] uit 1957 (in het Nederlands: Wij in het heelal, een heelal in ons, 1959) van de Nederlandse pedagoog Kees Boeke[8], die onder meer oprichter is van de “Werkplaats Kindergemeenschap”[9] te Bilthoven.

De film begint bij een picknick plaats aan het meer bij Chicago. Iedere 10 seconden worden wij tien keer verder  in het heelal meegenomen, totdat ons zonnestelsel alleen maar een stofje aan het firmament is. Vandaar gaan wij snel terug naar de picknick plaats. Daar zoomen wij in op de hand van de slapende pick-nicker. Iedere tien seconden vergroten wij ons blikveld 10 keer totdat wij inzoomen op een koolstof atoom in een DNA molecuul in een witte bloed lichaampje.

Eigenlijk moeten jij en ik de film twee keer achter elkaar zien. De eerste keer om van de beelden te genieten en de tweede keer om te genieten van het zicht op “Indra’s net” bij verschillende afmetingen.

Geeft de combinatie van “Powers van Ten”, “Indra’s net” en de boeken van Brian Greene[10], een eerste visuele voorstelling van de string theorie? Zijn dit verschillende manifestaties van “Een”? Wordt “Een” getoond volgens de wegen van de wereld en niet volgens haar niet uit te drukken universaliteit[11]? Wij weten het niet. Kijk zelf.

Het volgende bericht is een inleiding op “Twee”, een nieuwe aanlegplaats op onze Odyssee.

Na deze introductie kan de film beginnen: bezoek hiervoor de volgende website:

http://www.powersof10.com/film

(klik op de hyperlink voor bezoek aan de website om de documentaire te zien)


[1] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[5] Bron afbeelding: EA222 Soft Pad op website van Vitra

[7] Boeke, Kees, Cosmic View, The Universe in 40 Jumps. 1957

[9] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Werkplaats_Kindergemeenschap en http://www.wpkeesboeke.nl/

[10] Zie: Greene, Brian, The Elegant Universe. 2003; The Fabric of the Cosmos. 2004; The Hidden Reality. 2011

[11] Zeer vrije weergave van een zinnen uit de Mahaprajnaparamita Sutra; zie ook: Porter, Bill, Zen Baggage, Berkeley: Counterpoint, 2009 – pagina 15 en 16.

Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net


Op weg naar “Powers of Ten” van Ray and Charles Eames komen jij en ik door een prachtige wereld. Het lijkt een schitterend glaspaleis waar alles als heel kleine glasparels in elkaar en met elkaar weerkaatst. Hieronder laten wij een uitvergroting zien van een heel klein deeltje uit deze wereld.

[1]

Ineens herkennen wij dit glaspaleis uit de beschrijvingen in boeken: dit is “Indra’s Net”[2]. Wij zijn helemaal opgenomen in deze wereld; jij en ik en deze hele wereld worden een en volkomen in elkaar gereflecteerd[3]. Maar wij zijn ook aan de rand van “Eén” gekomen. Hoewel alles met alles reflecterend, beginnen de deeltjes ook los van elkaar te staan. Jij en ik zullen een indruk geven van Indra’s net.

Indra’s net is een oneindig groot net, dat zeer fijn is geweven. Het is doorzichtig – leeg – en vol van oneindig veel doorzichtige en reflecterende glasparels die in elkaar schitteren. Ieder glaspareltje of juweel is oneindig klein en schittert hemels en goddelijk[4] mooi. Deze prachtige wereld lijkt door de schitterende juwelen het summum van pantheïsme. Maar door de complete samenhang van de juwelen overstijgt deze wereld het pantheïsme volkomen.

Eerst een statische beschrijving van het net. De juwelen staan in voortdurende verbinding met elkaar doordat ieder juweel in alle andere juwelen wordt weerspiegeld. Alle andere juwelen worden ook in één juweel gereflecteerd. Het ene juweel vormt het gehele net doordat het hele net in dit ene juweel weerkaatst wordt èn doordat dit ene juweel door alle ander juwelen wordt gezien. Het ene juweel vormt het net èn alle andere juwelen geven vorm aan dit ene juweel.

Nu volgt de betovering: het net gaat bewegen. Als een juweel gaat bewegen gaat het gehele net bewegen en veranderen. Als het gehele net vibreert, dan vibreert het betreffende juweel mee. Doordat iedere juweel afzonderlijk flonkert met de andere juwelen, is verandering een voortdurende volkomenheid. Het gehele net vibreert in en met elkaar. Ieder juweel speelt zijn spel en vormt het net. Alle juwelen spelen hun spel en vormen iedere juweel afzonderlijk. Ieder juweel vormt allen en allen vormen ieder juweel. “Eén” is het gehele net en “Eén” is ook iedere glasparel in het net. Tussen de ene glasparel en het gehele net is nu nog geen onderscheid te maken.

Wij gaan verder door deze prachtige wereld en naderen de aanlegplaats “Twee” op onze Odyssee. Een voorbode van een eerste clustering van de glasparels wordt langzaam duidelijker. Jij en ik en alles om ons heen begint zich te clusteren. De onderstaande afbeelding geeft een schematische en statische weergave. In hoofdstuk twee vertellen wij van de eerste oer scheuring  en de verdere splitsingen die alles als craquelé uiteen laten vallen.

[5]

In het volgende bericht gaan wij – zoals beloofd – kijken naar de 10 minuten durende film van Ray and Charles Eames “Powers of Ten” uit 1968.


[2] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[3] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993 p 363. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond en ziek zijn.

[4] Het woord “Deus” voor God is afkomstig van de werkwoord wortel “div”, dat in het Sanskriet “schitteren, vermeerderen, verheugen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.