Tagarchief: boerderij

Man Leben – terug naar Limburg


Treibend auf die Wellen kann man leben

Jij gaat verder over jouw terugkeer naar Limburg:

“Mijn peetoom was overleden. De boerderij in Zuid Limburg had dringend hulp nodig. Ik was aan verandering toe; mijn “Jaguar – Saab jaren” waren definitief voorbij. Op de leeftijd van 48 jaren werd ik voor anderhalf jaar boer.

Mijn peetoom en peettante hebben nooit kinderen kunnen krijgen. Dit heb ik altijd al voorvoeld – het is mij pas verteld toen ik ruim volwassen was. Tijdens de oorlog hebben zij zich tot aan het einde van mijn lagere school over mij ontfermd. Ik was meer dan welkom; bij hen heb ik de mooiste tijd van mijn leven gehad. Nu was mijn peetoom in het voorjaar plotseling overleden en de boerderij wilde het ritme van het voorjaar hernemen.

De begrafenis van mijn peetoom verliep volgens Limburgs gebruik. Een zware klok liet droef het dorp weten dat er een dode was, enkele waken, de mis, de gang naar het kerkhof, koffietafel met naar gebruik goed eten. De erfenis hoefde nog niet verdeeld te worden. Mijn peettante stond alleen voor de boerderij, de koeien, de akkers, de moestuin en boomgaard. De overgang naar werk op de boerderij lag op mijn weg. Ik verhuisde opnieuw naar Zuid Limburg.

Ik voegde mij naar het ritme van de dag, maand, seizoen en jaar op de boerderij. Ik kon mij veel van vroeger herinneren , maar veel was veranderd. Mijn peettante volgde nog alle rituelen van de Katholieke kerk, maar de ontkerkelijking was ook in Limburg al vergevorderd. Vroeger was de boerderij bijna helemaal zelf verzorgend. Het surplus van de boerderij werd verkocht en een deel van het verkregen geld werd gebruikt voor aanschaf gereedschap en voor onderhoud, een deel werd opzij gezet voor reserve, een deel ging naar de kerk en hulp voor anderen. De mechanisatie en schaalvergroting was al begonnen – er stond een tractor en een aantal machines klaar. Maar een verdere schaalvergroting was op korte tijd nodig: de keuzes waren niet eenvoudig en de noodzakelijke investeringen zouden groot zijn. Was de boerderij hier groot genoeg voor en wie zou de boerderij moeten overnemen? Mijn peetoom en peettante hadden hierover al enkele jaren nagedacht; zij zouden binnenkort een beslissing moeten nemen. Nu stond mijn peettante alleen voor deze beslissing. Mijn peettante zag dat ik dat jaar met mijn ziel onder mijn arm liep; een verandering was meer dan welkom. Na enkele weken kwamen mijn peettante en ik bijna stilzwijgend overeen dat ik in ieder geval zou blijven totdat de boerderij weer winterklaar was voor het volgende jaar.

[1]

Voor mijn peettante was dit geen makkelijke tijd: verlies van haar man, hulp van mij – een onervaren boer, hoe verder met de boerderij en de veranderingen in het leven van alledag. In Limburg trad toen de ontkerkelijking in en door de televisie kwam de hele wereld met alle veranderingen de woonkeuken binnen. Zij vervulde haar plichten voor haar overleden echtgenoot en ik ging mee naar iedere kerkmis. Dit ritme en het ritme van de boerderij gaven weer vorm aan mijn leven.

[2]

In het najaar – net na de 6 maanden mis voor mijn peetoom – zei mijn tante dat mijn hulp op de boerderij welkom was, maar ik was geen boer; ik hoorde niet op een boerderij. Ik hoorde ergens anders, net zoals toen ik op 12 jarige leeftijd ergens anders hoorde. Op die avond besloten wij om samen nog een seizoen op de boerderij te leven en in dat jaar de overdracht van de boerderij te verzorgen.

Een studievriend kwam in die tijd een weekend op bezoek. Wij hebben altijd contact met elkaar gehouden. Hij was nu een succesvol architect. Samen hebben wij de mogelijkheden voor een vakantieboerderij bekeken. De ligging was goed, de gebouwen waren is goede staat en boden genoeg mogelijkheden. In overleg met mijn peettante hebben wij in de winter en voorjaar de plannen verder uitgewerkt. Aan het einde van het voorjaar heeft mijn peettante na overleg met de familie de boerderijen en landerijen te koop aangeboden. Zelf kocht zij in de zomer een mooi appartement in het dorp. Wij maakten het seizoen af, haalden het hooi binnen en verkochten het. De koeien werden door dorpsgenoten overgenomen en de grond voorlopig verpacht. Zo ronden wij het boerenritme af.

In dat voorjaar spraken wij ook over mijn plannen. Ik zou me wel redden: dat geloofde mijn peettante graag, maar daar was ik in haar ogen niet voor op aarde gezet. De wens van mijn tante besprak ik ook met haar. Zij begreep de wens om mijn ouders en mijn tante volgens de Joodse dodenherdenking te eren. Mijn onvermogen om dit te doen, begreep mijn peettante niet goed. Je kon volgens haar wel een houding hebben van “niemands baas, niemands knecht”, maar een orde met een God die hemel en aarde had geschapen, was er nu eenmaal en die moet men ook eren. Voor mijn peettante was dat met haar geloof en manier van leven altijd duidelijk geweest: zij wist wat haar te doen stond – graag of niet, je had het te doen. Voorzichtig stelde zij aan mij een bedevaart voor; een bedevaart in het najaar naar Dachau. Dat zou een voorbereiding kunnen zijn voor het eren van mijn familie.

Nu ik terugkijk op mijn leven in Limburg en op de trektocht moet ik denken aan een tekst die eens heb gelezen: “Ziekte en medicijn helpen elkaar. Het medicijn is het universum. Wie ben jij zelf?” [3]

Aan het einde van de zomer van 1983 heb ik mijn rugzak gepakt met twee stel kleren, een bivak zak en een klein kooktoestel. Ik heb afscheid genomen van mijn peettante en van het dorp en ik ben op weg gegaan”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw trektocht naar Ronchamp.

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[1] Voorbeelden van boerderijen in Zuid Limburg. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Houtemstgerlach.jpg

[2] Voorbeeld van landschap in Zuid Limburg: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_Landschap_Zuid-Limburg

[3] Vrije weergave van Casus 87 uit de Hekiganroku. Zie ook: Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels – Band 2. München: Kösel-Verlag, 2002 p. 321.

Man Leben – Zuid Limburg


Die Zeit die man leben nennt [1]

Tot het einde van 1941 heb jij als een Amsterdamse jongen de vroege jeugd in Amsterdam doorgebracht.

[2]

Geen bestaand mens en plaats heeft model gestaan voor een van de hoofdpersonen en plaatsen. Hun namen zouden ook Alleman, Iederman en Overal kunnen zijn. Net voor jouw achtste verjaardag heb jij afscheid moeten nemen van jouw ouders. Na een nacht logeren bij jouw tante, ben jij via enkele tussenstations met de nieuwe naam Hermanus Maria Jacobus Leben – roepnaam Man – als katholieke jongen op een boerderij in Zuid – Limburg aangeland.

Jij bent op jouw achtste verjaardag in een land terecht gekomen waar een taal zover reikt als tot waar je kunt kijken [3]. Door dit land zijn zoveel vreemde legers getrokken dat het nieuwe bewind uit Duitsland geen schokkende verandering bracht. Maar met de wijze waarop men er leeft en wie er mag leven, daar heeft de Pruusj – of Duitser –  en de Hollander niets mee te maken. In 1942 is het leven verder gegaan zoals het al vele duizenden jaren verder gaat.

Jij gaat verder met jouw lagere schooljaren:

“Een lange reis te voet, achter op de fiets, per trein en met paard en wagen is gevolgd toen ik bij mijn tante vertrok. Een aantal nachten heb ik bij verschillende mensen gelogeerd. Tussendoor ben ik Katholiek gedoopt en ik heb een nieuwe naam gekregen. Deze naam gebruik ik nog steeds. Aan het einde van de reis ben ik net voor het vallen van de avond in een andere wereld terecht gekomen; een boerderij in de omgeving van Valkenburg aan de Geul [4]. Ik kon niemand verstaan. De boerderij leek op een kasteel omringd met muren en de gebouwen roken anders dan alles wat ik gewend was. De boer en boerin – die mij (tijdelijk) als peetoom en peettante hadden geadopteerd – en de knechten waren gastvrij. Eerst kreeg ik avondeten, brood, veel lekker beleg. Ik was moe en ben snel in slaap gevallen in een vreemde slaapkamer. De volgende morgen begon het ritme van de boerderij, kerk en school: eerst helpen met het melken van de koeien, mee naar de kerk – een vreemde wereld – ontbijten en dan naar school. De pastoor heeft mij in de klas voorgesteld. Vreemde blikken; ik kon niemand verstaan. Na school helpen op de boerderij. Later ook spelen met klasgenoten. Op school bleef ik een buitenbeentje: ik kon veel te goed leren.

[5]

Na de periode van gewenning is dit de mooiste tijd uit mijn leven geweest. Alles was stabiel tussen mijn achtste en twaalfde jaar. In die tijd ben ik gaan wennen aan de seizoenen, de verandering van het licht en de ritmiek van de natuur. Ik draag nog altijd de veldbloemen met mij mee, de kerk met de processies door de velden, en het goud gele licht uit die tijd.

[6]

Al snel mocht ik net als alle kinderen van school, gaan biechten. Ik probeerde als een van de laatsten aan de beurt te zijn. Nadat enkele klasgenoten aan de beurt waren geweest, ging het deurtje van de pastoor open, hij deed kwaad het deurtje van een brutale jongen open, en na enkele kletsende draaien om de oren – in een boeren omgeving deed dat geen pijn – mocht hij zijn boetedoening verrichten. Ik had eigenlijk geen zonden, maar ik besloot een paar kleine zonden te verzinnen; mijn eerste afwijking van het rechte pad – later volgenden er meer.

Op 10 jarige leeftijd ben ik onverwachts verliefd geworden op een meisje in het dorp. Het leek of de bliksem insloeg, zo heftig en onverwachts; ik zag alleen een witte gloed. Daarna was het leven anders met extra gevoelens en zorgen erbij. Niemand heeft hier ooit van geweten.

Nooit meer heb ik later zo onbevangen meegeholpen op de akkers bij het ploegen, eggen en zaaien. De geur van vers omgeploegde aarde rook nog alleen naar groei en bloei. Nadat ik uit Zuid Limburg ben vertrokken is hierbij ook nog een droeve geur bij gekomen [7].

Tussendoor is in september 1944 het andere bewind afkomstig uit Duitsland verdreven uit Zuid Limburg zonder enige schermutselingen in ons buurtschap. In de buurt van Aken, in de Ardennen en in Noord Limburg is wel hevig gevochten. Er arriveerde een nieuw bewind uit het Westen met eerst de spanning van de verandering en later de gewenning; het leven hernam zijn ritme.

In de zomer van 1946 is mijn tante gekomen. Met haar ben ik verhuisd naar een dorp in de buurt van Rotterdam. Ik ging van een omgeving die volkomen Katholiek is naar een plaats die doordrenkt was van een innerlijk geloof en schuldgevoel met een harde “G” en scherpe “S”. Als ik terugkijk is deze verhuizing naast het krijgen van kinderen de grootste verandering in mijn leven”, zeg jij.

“De veranderingen zullen  grote schokken zijn geweest”, zeg ik.

“In Limburg kwam het zoals het kwam, het was zoals het was en het ging zoals het ging; niet anders. De verliefdheid, dat was wel een verandering. Daarna was het leven niet meer hetzelfde, niet meer zorgeloos zoals daarvoor. Ik heb er een heel goede tijd gehad. Rond 1975 heb ik nog een kleine twee jaar op dezelfde boerderij gewoond: weer een goede tijd. De schokkende zaken kwamen pas toen ik weer in Holland ging wonen”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw middelbare school jaren in de buurt van Rotterdam.

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[3] In Frankrijk reikte de grens van een taal tot de tijd van Napoleon niet verder dan tot waar men kon kijken. Zie:  Robb, Graham, The discovery of France. London: Picador, 2007

[4] Geen bestaande boerderij of plaats in de buurt van Valkenburg heeft model gestaan voor dit bericht.

[5] Voorbeelden van boerderijen in Zuid Limburg. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Houtemstgerlach.jpg

[7] Denk aan de titel van Pavese, Cesar, La terra e la morte.