Tagarchief: Cambridge

Een oorlog als geen ander – een fatale regatta


In het vorige bericht heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog. Door een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak brengen Athene, Sparta en hun bondgenoten elkaar ontelbare verschrikkingen toe. Sparta en haar bondgenoten bezaten de militaristische hegemonie op het land en zij verwoestte op gezette tijd de omgeving van Athene. Op hun beurt hadden Athene en haar bondgenoten de maritieme hegemonie over het oostelijke deel van de Middellandse zee. Zij plunderden met hun vloot de kusten van de Peloponnesos. Een vreselijke plaag was uitgebroken binnen de muren van Athene. Deze plaag veroorzaakte meer doden dan alle oorlogshandelingen. Na 10 jaar wederzijdse vernederingen werd in 421 v. Chr. een tijdelijke wapenstilstand van 7 jaar gesloten. Lokale gevechten en wreedheden bleven tijdens deze vrede voortduren.

In 415 v. Chr. begint  Athene aan haar avontuur in Sicilië. Athene heeft enkele bevriende steden op dat eiland. Zij vragen de hulp van Athene bij een conflict met de heersende stad Syracuse op Sicilië. Syracuse is ook een democratie die veel overeenkomsten heeft met de democratie van Athene. Dit zullen wij later nog zien.

Op voorspraak van onder meer Alcibiades besluiten de vrije mannen van Athene een vloot naar Sicilië te zenden met drie uitvoerders waaronder Alcibiades. Athene hoopt zo een grote invloed te krijgen in het Westelijke deel van de Middellandse Zee. Misschien is het mogelijk de stadstaat Athene in zijn geheel te verplaatsen uit het wespennest van Klein Azië naar Sicilië.

De twee roeiboten van de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford bemand door de laatste amateurs [1], zijn voor ongeveer 17 minuten – of een dag, of een jaar – heer en meester op de Theems in Londen [2]. De 300 trireme van Athene – deels particuliere [3] oorlogsboten van Athene; per boot aangedreven door 170 roeiers – zijn zo’n 150 jaar heer en meester geweest op de Egeïsche Zee [4]. Het leven van een roeier was zwaar en zeer onzeker: velen konden niet eens zwemmen. Goed roeien was de enige mogelijkheid om de overlevingskansen te vergroten. De hopliten op het land namen achter hun muur van bronzen schilden direct deel aan de gevechten: zij verdreven de tegenstander in een soort rugby scrum en zij gebruikten hun lansen om de tegenstander letsel toe te brengen. De roeiers achter hun dunne muur van hout en leer dreven op zee alleen de snelle lichte roeiboot met stormram aan: de stormram verwoestte de boot van de tegenstander. Roeiers namen alleen indirect deel aan de zeeslag. Zijn het ritme van de boot en de roei haal – met het machtige geluid van “Twwhhsh” – voor de roeiers de echte heer en meester waarvoor zij alle inspanningen verrichten?

  [5]

De roeiers waren vrije mannen uit de lagere klassen. Een keer had Athene een groot gebrek aan roeiers in haar stad: een groot deel van de vloot was weg. Slaven bemanden de boten. De zeeslag werd gewonnen. Athene had als dank deze roeiers erkend als vrije inwoners van haar stad. Oefening in vredestijd was van groot belang om de boot langdurig op een snelheid van 10 knopen te kunnen houden èn om de manoeuvres voor het rammen van boten van de tegenstanders snel en correct uit te voeren.

Uw verteller heeft in een boek [6] gelezen dat de religie van onze voorvaderen is gebaseerd op ervaring, oefening en geloof. Is de religie van de Atheense roeiers en de hedendaagse roeiers ook nog gegrondvest op deze drie uitgangspunten?

In de tweede helft van juni 415 v. Chr. voer de vloot uit. De gehele bevolking van Athene met haar buitenlandse bondgenoten was naar Piraeus gekomen om het schouwspel te zien. Het leek meer op een vertoon van macht en rijkdom voor de Griekse wereld dan op het vertrek van een expeditie leger. Een trompet klonk en de vloot ging van start. De boten waren verwikkeld in een wedstrijd om zo snel mogelijk weg te varen: zij raceten tot aan Aegina. Het leek meer een regatta dan een begin van een ver en hachelijk avontuur [7].

Op Sicilië sloeg onvermogen, pech en het noodlot toe. De belegering van Syracuse mislukte omdat de stad op het land niet afgegrendeld kon worden. Groepen ervaren ruiters van de tegenstanders maakten steeds opnieuw doorgangen. Op het water werd een gevecht aangegaan met te weinig manoeuvreerruimte voor de Atheense boten. Alcibiades ging naar Athene met het verzoek om versterkingen. Toen dit verzoek werd afgewezen, vluchtte hij naar Sparta.

Na gevechten en vernietiging van boten bij het Atheense kamp, stelden de Atheners hun vlucht te lang uit. Toen zij eindelijk over land vertrokken, ontstond er snel een gebrek aan water en voedsel en overal waren er hinderlagen van de vijand. In een vallei werd een beetje troebel water gevonden. Snel kleurde het water rood onder de aanval van de Syracusiërs. Met zeer veel verliezen gaven duizenden Atheners – waaronder veel roeiers zonder wapens – zich over. De gevangenen werden naar Syracuse geleid. De democratie van Syracuse besloot tegen de wil van haar leiders de twee Atheense aanvoerders te doden en de gevangenen op te sluiten in een steengroeve bij het theater dat door Aeschylus zelf was geopend met een opvoering van de “Perzen”.

[8]

Bijna allen werden hier acht maanden gevangen gehouden op een zeer laag rantsoen. Velen stierven in de steengroeve en de overlevenden werden gebrandmerkt als slaven verkocht. Niemand keerde terug naar Athene. Athene verloor door deze expeditie ongeveer 7000 mannen. Dit getal komt redelijk overeen met het aantal gevallen Amerikaanse soldaten dat begraven ligt bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer. Dit was de prijs voor de dwaasheid en de hoogmoed van Athene. Dit was de prijs voor de volkswil van Syracuse.

[9]

In 413 v. Chr. laaide de oorlog weer op. Athene had een groot gebrek aan goede roeiers. Vele vrije mannen besloten zich aan te melden voor roeier met alle risico’s en ontberingen van dien. Sparta bouwde een vloot op met hulp van Perzië. Nadat de democratie van Athene enkele steden van zich had vervreemd door het begaan van wreedheden, werd zij op haar eigen specialiteit in enkele zeeslagen verslagen. Hiermee eindigde de Peloponnesisch oorlog.

Deze regatta past in “Een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen”. Zoals elke strijd, kent deze strijd alleen verliezers. Athene verloor een deel van haar bevolking en Syracuse verloor haar goede naam. Syracuse heeft doodzonden begaan tegen de kern van het boeddhistische leven volgens een hedendaagse vrouwelijke Boeddhistische kluizenaar in China [10]. Athene en Syracuse hebben voor de ogen van de wereld gezondigd tegen “welwillendheid, mededogen, vreugde en onthechting”.

Ligt deze regatta ook besloten in Indra’s net [11]? Uw verteller denkt van wel. Hij heeft eens gelezen dat het getal van Avogadro zo groot is, dat wij bij iedere adem teug wel een molecuul inademen van Julius Caesar’s uitademing met de laatste woorden: “Et tu, Brute” [12]. Zijn wij op deze manier met iedere adem teug ook verbonden met deze oorlog en met deze regatta? Is hier ook van toepassing: “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [13], dat betekent: “Het mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt.”? Uw verteller kent het antwoord niet.

Hiermee eindigt het verslag van het intermezzo dat de eerste hoofdpersoon heeft doorlopen als voorbereiding op het binnengaan van de vijf dagelijkse werkelijkheden. Het volgende bericht geeft een verslag van de voorbereidingen van de tweede hoofdpersoon. Hij heeft een diploma uitreiking van een kleindochter bijgewoond en naar aanleiding naar aanleiding van de ceremonie heeft hij de openingszin van het Johannes Evangelie in het Sanskriet gelezen.


[1] Zie: Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008

[2] Zie eerder bericht met de titel “Amateurs”

[3] Zie: Hanson, Victor Davis, A War like no other – How the Athenians an Spartans fought the Peloponnesian War. London: Methuen, 2005 p. 251. Veelal werden de boot, bemanningen en uitrusting betaald door de stadstaat, maar proviand etc. werd betaald door de trierarch – de commandant van de boot. Er waren ook particuliere boten van rijke Grieken: deze boten beschikten over het beste materiaal en de beste roeiers.

[4] Zie: Introduction in Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009

[6] Zie: Lewis-Williams, David & Pearce, David, Inside the neolitic Mind. London: Thames & Hudson, 2009 p.25

[7] Bron: Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 264 en Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009 p. 189

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Theatre_at_Syracuse,_Sicily.jpg

[9] Bron afbeelding: http://www.abmc.gov/cemeteries/cemeteries/no.php

[10] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993. pagina 109

[11] Zie eerder bericht: Indra’s net.

[12] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Et_tu,_Brute%3F

[13] Zie de berichten “Drie – Object in het midden – Het Woord” en “Een dag zonder gisteren – een dag zonder morgen? “

Intermezzo: amateurs


Uw verteller mag dit intermezzo nog enkele berichten verzorgen. Dit bericht gaat over wereldklasse amateurroeiers, die met inzet van (bijna) alles deel willen uit te maken van een van de twee studenten roeiploegen die gaat strijden om de overwinning van een jaarlijkse roeiwedstrijd op de Theems.

Tijdens zijn vakantie heeft de eerste hoofdpersoon het boek “The last Amateurs” van de auteur Mark de Rond gelezen over de voorbereiding van de roeiwedstrijd tussen de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford. De ondertitel van het boek is “To hell and back with the Cambridge boat race crew” of vrij vertaald “naar het einde van de wereld en terug met de Cambridge roeiploeg”.  Het tweede deel van de zoektocht naar “Wie ben jij” van beide hoofdpersonen zou ook de ondertitel “Naar het einde van de wereld en terug” kunnen krijgen en beide hoofdpersonen zijn ook amateurs. Zij verrichten – net als de roeiers hun trainingen – deze zoektocht uit een diepe innerlijke drang en voor tijdelijke momenten van vreugde bij het bereiken van een mijlpaal die tegelijkertijd weer een nieuwe horizon ontvouwt.

[1]

Naast hun studie aan de universiteit van Oxford of Cambridge bereiden de roeiers – waarvan velen al in Olympische wedstrijden of wereldkampioenschappen voor hun land zijn uitgekomen – zich gedurende zeven maanden meestal twee keer per dag voor op selecties en op de uiteindelijke wedstrijd. In de loop van de morgen vindt een training van meer dan een uur op een roei-ergometer plaats.

[2]

In de middag volgt een training in de roeiboot van ongeveer twee uur. Een onderdeel van de voorbereiding is een voortdurende selectie op de roei-ergometer om te bepalen welke kandidaat-roeiers het meeste vermogen kunnen leveren. Ook vinden steeds selecties in wisselende ploegen in de boot plaats om een indruk te krijgen welke samenstel van roeiers de snelste roeiploeg zal opleveren. De kandidaat-roeiers van een studentploeg zijn in de voorbereiding elkaars kompanen en elkaars tegenstanders. Een mengeling van deze factoren is van invloed is op het keuze proces, want als een roeier wordt beoordeeld in een test wedstrijd, dan spannen de andere roeiers zich onbewust net even meer in voor een goede vriend. Aan het einde van het selectieproces neemt soms de toekomstige ploeg de selectie volledig in eigen hand, waarbij volledig aan de stem van de coaches wordt voorbij gegaan.

De roeiers die zich voorbereiden, hebben een totaal verschillende achtergrond en zij komen uit vele landen. Sommige roeiers hebben alles moeten aangrijpen om op de universiteit en bij de roeiploeg te komen. Andere roeiers zijn zondagskinderen: zij hebben alles mee om deze positie te bereiken. Uiteraard hebben de roeiers een stevige lichaamsbouw gemeen, maar zij hebben vooral gemeen dat tijdens de voorbereiding en na de race hun zelfbeeld volledig afhankelijk is van de uitkomsten van de selectie en de wedstrijd. Een positieve uitkomst bevestigt hun status als alfa-man en een negatieve uitkomst laat het zelfbeeld – tijdelijk? – verschrompelen tot nietsnut. Hun rol als student en hun bevoorrechte positie in de samenleving valt volkomen in het niet bij hun positie in de roeiploeg. Zij leven voor hun zelfbeeld volkomen voor het roeien en daarnaast nog een beetje voor hun studie.

Uw eerste hoofdpersoon heeft met verbazing kennis genomen van de extreme wisseling van het zelfbeeld van de roeiers dat afhankelijk is van de uitkomst van de selectie en de wedstrijd. Deze wisseling van zelfbeeld lijkt kenmerken te hebben van het gevoel al dan niet in Gods genade te zijn [3]. Uw eerste hoofdpersoon heeft een zeer zware zoektocht achter de rug; voortgekomen uit het volkomen Al en Een, gescheiden en volledig uiteengevallen bij de eerste scheuring van lucht en aarde en alle volgende scheidingen tijdens Twee, door vertrouwen weer in evenwicht gebracht tijdens Drie. De roeiers hebben deze reis ook al achter de rug, maar zij zijn zich hiervan niet bewust omdat hun aandacht op andere activiteiten is gericht. Ondanks deze vergaande veranderingen vindt de eerste hoofdpersoon zijn zelfbeeld redelijk in balans, maar de verkenning van het leven van alledag moet nog beginnen.

Als voorbereiding op de zin en waanzin van alledag heeft uw hoofdpersoon drie boeken over de Peloponnesische oorlog tussen Athene en Sparta van 431 tot 404 voor Christus gelezen.

 [4]                                                    [5]

[6]

Het volgende bericht gaat over “een oorlog als geen ander” of over roeiers in triremi tijdens de Peloponnesische oorlog.

 [7]


[1] Bron afbeelding: http://www.alumni.cam.ac.uk/events/date/index.shtml?event=EV200909140001.xml&cat=allevents&radar=600

[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Indoorroeier

[3] Zie ook bericht “Drie – Object in het midden – Het Woord” en Psalm 119:105-106 en 118-119

[4] Cover van: Hanson, Victor Davis, A War like no other – How the Athenians an Spartans fought the Peloponnesian War. London: Methuen, 2005

[5] Cover van: Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003

[6] Cover van: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010