Tagarchief: Christelijk geloof

Wie ben jij: Intensiteiten en associaties


Weerzien in Amsterdam: twee preken in steen

“Het plein voor het Centraal Station is een goede plaats om Narrator weer te begroeten na zijn reis uit Florence [1]. Ik hoor zijn specifieke ritme in de bongo’s van de jazz-band die daar in de verte Nature Boy [2] van Eden Ahbez [3] speelt”, zegt Man.

“Ik hoor het, Narrator heeft ons gezien; hij verandert zijn ritme”, zegt Carla.

Carla en Man luisteren naar de zangeres:

Er was een man [4]

Een opmerkelijk betoverende man

Men zegt hij zwierf heel ver,

Heel ver, over land en zee

 

Een beetje bedeesd met droeve ogen

Maar wijs, zo wereldwijs.

 

En dan een dag, een magisch dag

Kruiste hij mijn weg, en terwijl hij sprak

Over vele dingen, priesters [5] en koningen.

Zei deze man tot mij:

 

“De grootste gave die jij ooit leert

Is de immense gave van goedheid”

“De tekst van Nature Boy is voor ons aangepast”, zegt Man.

Na het spelen van dit nummer pakt Narrator zijn bongo’s in. Hij neemt afscheid van zijn medemuzikanten en komt Narrator bij Carla en Man staan.

“Prachtig lied. Bedankt voor jouw kaart. Waarom heb jij ons hier uitgenodigd als beginpunt voor de verkenning van “Intensiteiten en associaties” bij de tweede gangbare werkelijkheid op onze Odyssee naar  “Wie ben jij”?” vraagt Man aan Narrator.

Amsterdam_Sint_Nicolaas_Kerk[6]

“In de Gouden Eeuw aan het begin van de Reformatie legden op deze plaats de kleinere zeeschepen aan die uit verre landen beladen met koopwaar terugkeerden. In de 19e eeuw is op deze plaats het Centraal Station in Amsterdam gebouwd. Voor de Reformatie waren er overal in de stad uitingen van het Christelijk geloof te zien. Nu zien wij van hieruit nog slechts twee bakens van Christelijk geloof. In de verte in het Centrum van Amsterdam is de toren van de Oude Kerk [7] die tot de Alteratie [8] – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd afgezet – de Sint-Nicolaaskerk werd genoemd naar Sint-Nicolaas die onder meer de patroon van de zeelieden is. Hier vlakbij aan de waterkant zien wij de Rooms Katholieke Basiliek van de Heilige Nicolaas [9] die aan het einde van de 19e eeuw als derde Sint-Nicolaaskerk werd gebouwd; de tweede Sint-Nicolaaskerk is een schuilkerk aan de Oudezijds Voorburgwal, die nu bekend is onder de naam “Ons Lieve Heer op Solder” [10].

Amsterdam_Onze_Lieve_Heer_Op_Zolder[11]

Ik stel voor om als inleiding op “Intensiteiten en associaties” vanmiddag de Basiliek van de Heilige Nicolaas te bezoeken en daarna de Ronde Lutherse kerk aan de Singel voor twee preken in steen die zijn voortgekomen uit de Reformatie. De Oude Kerk in het Centrum kunnen wij morgen bezichtigen om de aanzet tot de Reformatie te beschouwen”, zegt Narrator.

“De Basiliek van de Heilige Nicolaas heeft een Christelijk kruis als plattegrond zoals veel traditionele Katholieke kerken; maar een echte kerktoren ontbreekt en de kerk is ingepast in het stratenplan in plaats van gericht op het oosten”, zegt Man.

“Ik wilde jullie de koepel van de basiliek tonen, want het plafond laat de enorme verandering zien die de Reformatie ook binnen de Rooms Katholieke kerk in Holland heeft teweeg gebracht. Zullen wij naar binnen gaan?”, vraagt Narrator.

Carla, Man en Narrator lopen naar de Basiliek en gaan naar binnen.

“Het plafond van de koepel toont geen geschilderde samenvatting van het Katholieke geloof geordend naar de Middeleeuwse Scholastiek met een Goddelijke drie-eenheid, een wereldbeeld en een hemel. Deze koepel toont alleen de afbeeldingen van de vier evangelisten van het Nieuwe Testament en daarmee een verwijzing naar het Woord van God waarin de Zoon van God naar de aarde is gezonden voor het heil van de gelovigen. Volgens de schildering van deze koepel vormen de vier evangelisten de verbinding tot het Goddelijke licht. De verwijzing naar het Woord van God – dat de toeschouwer na de opkomst van de boekdrukkunst zelfstandig tot zich kon nemen – heeft in deze schildering van de koepel de plaats ingenomen van het beeldverhaal in de koepels van de kerken in Florence. Deze verandering in de beschildering van de kerkkoepel met de afbeelding van het zelf/Zelf volgens de Middeleeuwse Scholastiek in de Florentijnse kerken naar de afbeelding in deze koepel van tussenpersonen die verwijzen naar het licht van de Ander – de onzichtbare God –, toont overeenkomsten met de derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling [12] met een verwijzing naar de onbevangen en waardevrije weergave van het licht van de Ander – in dit geval de Goddelijke drie-eenheid”, zegt Narrator.

“Ook in deze Basiliek komt het licht van boven. Met het licht als hoop voor de opstanding toont de koepel zelf de voortdurende opstanding. “Et lux perpetua luceat eis – en laat eeuwig licht op hen schijnen [13]”, zegt Man.

“Op wie schijnt het eeuwig licht? Laten wij deze vraag rusten tot later op onze zoektocht. In Holland ben ik een vrouw uit het Zuiden, in Florence ben ik een vrouw uit het Noorden. Hoewel ik deze koepel ook overdadig vind, voel ik mij in deze kerk meer thuis dan in de overdadige kerken in Zuid Europa”, zegt Carla.

“Goede vraag met vele antwoorden waar hard om gestreden is. Zovelen dachten het Goddelijk licht exclusief in pacht te hebben waarbij andere lichtpunten met vuur en zwaard uitgedoofd moesten worden. Zullen wij naar de Ronde Lutherse kerk aan de Singel gaan om de invloed van de Reformatie op het Protestantisme te zien”, zegt Narrator.

Amsterdam_Koepel_Nicolaas_Kerk[14]

Terwijl Carla, Man en Narrator naar van Prins Hendrikkade naar de Singel lopen, vraagt Narrator aan Man: “Met welk Boeddhistisch vraagstuk ben jij nu bezig?”.

“Met een – op het eerste gezicht – heel eenvoudig vraagstuk met de metafoor van Indra’s Net in gedachten:

Vraag: “Wanneer ontstaan en verdwijnen onophoudelijk doorgaan, wat dan?”

Antwoord: “Wiens ontstaan en verdwijnen?”

 

En een deel van het bijbehorende vers:

Scheiden van verstrengelde ranken

ontstaan en verdwijnen in overvloed – wat is het? [15]

Dit vraagstuk is zeer goed van toepassing op de Reformatie gedurende de 80 jarige oorlog in Holland; wiens ontstaan en verdwijnen vond plaats tijdens deze Reformatie. Wat is “Het” scheiden van de verstrengelde ranken – ontstaan en verdwijnen in overvloed – van het Christelijk geloof in Holland? Ik weet het niet; “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” of “Het Mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt” [16]“, zegt Man.

“Leven bestaat uit veranderen, maar wanneer alles voortdurend verandert, dan blijft verandering als vaste constante. Hiermee hebben wij meteen de contradictio in deze redenering – en in dit uitgangspunt – vermeld”, zegt Carla.

“Ik ben daar niet zo zeker van. Het commentaar bij dit vraagstuk stelt: “De constante beweger is niet waar te nemen” en: “Als jij – het Goddelijke licht? – daarmee instemt, dan ben jij de zintuigen nog niet ontstegen, maar als jij er niet mee instemt dan ben jij gebonden aan leven en dood[17]. Dit is een lastig vraagstuk; dit lijkt op het dilemma van het ware geloof en de directe relatie met God waarmee de gelovigen in Holland tijdens en na de Reformatie voortdurend hebben geworsteld. Daar zien wij de Ronde Lutherse Kerk als een burcht in de vorm van een donjon. De Lutheranen was het niet toegestaan om een kerk met een toren in Amsterdam te bouwen”, zegt Narrator.

Amsterdam_Ronde_Lutherse_Kerk[18]

“Deze Lutherse kerk doet mij denken aan een kerkelijk gezang dat ik op het Gymnasium in Rotterdam heb geleerd: “Een vaste burcht is onze God. Een toevlucht voor de zijnen” en “De vijand rukt vast aan met opgestoken vaan”. Tegen het einde van het gezang komt de strofe: “Gods woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken”. Laten wij dit toevluchtsoord betreden”, zegt Man.

 

“De plattegrond van de kerk laat zien dat de kerkgangers als gemeente in een kring hun aandacht gericht hebben op de voorganger van de dienst: ook deze menselijke gemeenten heeft een voorganger nodig als persoon in het midden om het onderlinge vertrouwen te vestigen en te bestendigen. De kerk kent geen afbeeldingen, ook geen afbeelding van een Christelijk kruis in de plattegrond.

Plattegrond Ronde Lutherse Kerk Amsterdam

[19]

 

In deze kerk zijn de rituelen en de preek in beelden overgegaan in de preek van Gods woord. In deze kerk zingt geen koor op de achtergrond, maar de gemeente zingt uit volle borst. De uitingen van geloof zijn van afbeeldingen, verwijzingen, associaties en personen in het midden als bemiddelaar voor een relatie met God overgegaan in een verinnerlijking van Gods woord en het gezamenlijk aanheffen van liederen, In deze kerk is het van belang om binnen Gods burcht met uitverkorenen een directe relatie met God te hebben, waarbij de voorganger de gemeenschappelijke relatie met God verwoordt”, zegt Narrator.

 

“Deze Ronde Lutherse Kerk toont mij een burcht – een schuilplaats en een besloten samenkomst – voor de getrouwen en een afwijzen van en angst voor ongelovigen en andersdenkenden. De Basiliek van de Heilige Nicolaas verwijst mij ook via de Evangelisten naar Gods woord, maar is afstandelijker in de verwijzing naar God en opener als Christelijk baken voor buitenstaanders. Dit laatste kan te maken hebben met mijn Katholieke opvoeding in Zuid Limburg”, zegt Carla.

 

“Vanavond wil ik jullie een korte beschrijving geven van de 13e eeuwse abt Emo van Bloemhof  als contrast met de Reformatie tijdens de 16e Eeuw in Holland”, zegt Narrator.


[1] Zie ook: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 165

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nature_Boy. John Coltrane heeft met zijn kwartet een uitvoering van dit lied op LP gezet. Een recente (onrechtmatige?) opname van dit lied is te beluisteren via de volgende hyperlink: http://soundcloud.com/lennart-ginman/nature-boy-live-recording-eiv

[4] In het Sanskriet – de taal van de goden in de wereld van mensen – betekent “man” onder andere “denken, geloven en waarnemen”.

[5] In het woord priester zijn de woordkernen “pŗ”, “ish” en “tr” te herkennen die in het Sanskriet respectievelijk “in staat tot, beschermen of levend houden”, “God of Hoogste Geest” en “oversteken, overbrengen” betekenen.

[12] Zie voor een beschrijving van deze derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 50 en 51.

[13] Strofe uit de Rooms Katholieke requiem mis. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Music_for_the_Requiem_Mass#Communion

[15] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183 – 186

[16] Uit encycliek de Ecclesia de Eucharista van Paus Johannes Paulus II. In het woord “Eucharista” zijn te herkennen “Eu” dat in het Grieks “goed” betekent, “car” uitgesproken als “char” dat in het Sanskriet “bewegen” betekent en “īś”uitgesproken als “ish” dat in het Sanskriet “in staat tot” en “het opperste wezen/ziel” betekent. Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 166 en Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 127

[17] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183

[19] Bron afbeelding: Google afbeeldingen uit: Jaarboek Monumentenzorg 1990, Zwolle: Waanders Uitgevers, 1990

Man Leben – leven van alledag


Wie soll man leben

Jij vervolgt met jouw bedrage aan de samenleving en het leven van alledag in Amsterdam:

“Mijn algemene ontwikkeling heb ik doorlopen op een katholieke lagere school in Zuid Limburg en een Christelijke middelbare school in Rotterdam. Door mijn tante heb ik in mijn middelbare schooltijd regelmatig de joodse geschriften bestudeerd. Indertijd waren dat voor mij volledig verschillende werelden. Nu ik terugkijk, zie ik vooral de grote overeenkomsten.

Onbevangen ben ik in Delft een vrijgesteld leven begonnen met mijn studie Bouwkunde. Net na mijn 21st verjaardag volgde de ontnuchtering. Mijn tante legde rekenschap af over haar voogdij over mij en over de afhandeling van de erfenis van mijn ouders en familie. Zij had het uitstekend gedaan, maar het tijdsgewricht zat tegen. Hierna heb ik in vier jaar mijn studie afgerond met redelijk tot goed afstudeerwerk op het gebied van utiliteitsbouw.

De wereld van alledag nam mij in zich op. Ik heb eerst een blauwe maandag op een architecten bureau gewerkt aan utiliteitsprojecten. Via dit bureau ben ik in de handel in bouwmaterialen terecht gekomen. Begin jaren zestig kwam er veel meer geld in de samenleving en er was meer geld beschikbaar voor bouwmaterialen. Op dit tij ben ik meegelift.

[1]

Door mijn werk op het architecten bureau heb ik mijn vrouw en moeder van drie kinderen leren kennen. Op de middelbare school en de eerste twee jaren van mijn studie ben ik enkele keren verliefd geweest, maar er was altijd een afstand. Nu zag ik haar en zij leek in een witte gloed te staan; niet zo erg als toen ik op de lagere school voor het eerst verliefd werd. Toen sloeg de bliksem in en alles was volkomen wit, nu was het lieflijker en zij stond alleen in een witte gloed. Gelukkig kon ik nog enkele zinvolle woorden uitbrengen. De tweede keer had ik de durf om haar mee uit te vragen. Zo ging het verder. Wij zijn snel verloofd en in 1959 zijn wij getrouwd. Een korte tijd hebben wij in een flat gewoond en toen de kinderen kwamen, zijn wij naar een doorzonwoning in de buurt van Amsterdam verhuisd.

De handel in bouwmaterialen was heel succesvol. Voor mij begonnen mijn “Jaguar” jaren.

[2]

Ik hou de beschrijving van deze “Jaguar jaren” kort, omdat Lucy Irvine [3] in haar verslag van het verblijf op een verlaten eiland in de Stille Oceaan het niet kon uitstaan als haar compagnon “G” begon over zijn “Jaguar days”. Onze welstand nam toe en wij verhuisden naar een vrijstaande woning aan de rand van Amsterdam; wij gingen met vakanties steeds verder weg. De kinderen gingen naar de lagere school en alles leek rustig verder te kabbelen.

Met de toegenomen welstand ontstond er aan het einde van de jaren 60 een sluimerend onbehagen in de samenleving die ook in ons gezin een plaats kreeg. Structuren en manieren van samenleven veranderden, waarden en normen veranderden en wij voelden een grote toename van vrijheid [4] en mogelijkheden. De verbeelding leek aan de macht te komen. De sleur van een vast gezin met vaste manieren van samenleven veranderde in een vrijer gezin met vrije omgangsvormen. Ons huwelijk ging toen over in een vrij huwelijk waarin plaats was voor andere relaties. De Jaguar was als gezinsauto ingeruild tegen een Renault 4 – een heerlijk rijdende auto, die deinde zoals alles in die tijd –, want we voelden ons nog steeds jong en alternatief en we wilden wat.

[5]

Het werk ging nog even voorspoedig en vroeg om een andere auto – een Saab 99. Terugkijkend was de vreugde van deze vrijheid en het aangaan van andere relaties vluchtig en oppervlakkig; de sluimerende onvrede bleef aanwezig.

[6]

De tweede feministische golf rolde ook ons gezin binnen. Na ons trouwen hield mijn vrouw op met werken, zij zorgde voor alles in en rondom het huis, en voor de kinderen; ik zorgde voor het inkomen, voor alle officiële zaken en het beheer van ons eigendom. Samen maakten we plannen voor de toekomst en overlegden over belangrijke beslissingen. Alles was mooi verdeeld zoals toen gebruikelijk. We begonnen met een rustig huwelijk zoals iedereen in die tijd. De hippietijd maakte alles vrijer en joliger; de kleding werd alternatief en de relaties ook. Begin jaren 70 wilde mijn vrouw zich gaan ontwikkelen en zich oriënteren op haar plaats in de samenleving.

Mijn vrouw ging zich ontplooien; zij begon een studie Talen aan de Universiteit van Amsterdam. Haar sociale leven veranderde – haar nieuwe vriend kwam in ons leven en niet veel later gingen zij met de kinderen een andere weg: zij werd mijn ex-vrouw en een bezoekregeling met de kinderen volgde. Mijn sociale leven veranderde: er kwamen enkele vriendinnen in mijn leven en mijn vriendenkring veranderde, want onze scheiding had ook een scheiding in de familie en vriendenkring tot gevolg – “partir est mourir un peux”. Mijn innerlijk onbehagen en onvrede bleef.

Met deze veranderingen kwam er ook zicht op andere religies: in mijn leven hadden het Katholicisme, het Christelijk en Joods geloof al een plaats gevonden – de laatste 25 jaar een sluimerende plaats. Met de alternatieve beweging kwamen ook Oosterse religies in beeld, waarvan het Boeddhisme en het Hindoeïsme later een belangrijke rol in mijn leven zouden gaan spelen.

Aan het einde van de jaren 70 ben ik enkele jaren – naast mijn werk in de handelsfirma – deeltijd docent voor modulaire bouwelementen geweest aan de TU Delft. Ik had toen al een deel van mijn werk overgedragen aan jongere collegae. In die tijd volgde ik de colleges filosofie van professor W. Luijpen. Zijn kijk op de samenleving heeft grote invloed op mij gehad.

In 1980 was mijn tante in korte tijd aan een ziekte overleden. Ik heb de begrafenis georganiseerd en de bijkomende zaken afgehandeld. Op dat moment was zij weer mijn naaste familielid. Haar graf heb ik op de Katholieke manier rond 1 november jaarlijks bezocht.  Alleen haar wens om haar volgens de Joodse dodenherdenking [7] te eren, kon ik toen nog niet vervullen. Ik was er nog niet rijp voor.

In het voorjaar van 1982 overleed plotseling mijn peetoom in Zuid Limburg. Mijn leven was aan verandering toe. Ik ben mijn peettante gaan helpen op de boerderij: ik ging weer in Zuid Limburg wonen en ik werd tijdelijk boer. Voordat ik vertrok, heb ik mijn zaken in Amsterdam afgehandeld en het huis verkocht. Voor de kinderen heb ik – net als mijn grootouders voor mijn ouders hebben gedaan – een klein basis kapitaal in deposito veilig gesteld. Mijn familie heeft deze verandering niet op prijs gesteld. Nu ik terugkijk, had ik enkele stappen niet zo doortastend moeten nemen, maar toen voelde ik dat deze verandering op mijn weg lag”, zei jij.

“Ik herinner mij die verwarrende tijd. In Limburg drong die wat later door, maar aan het einde van mijn middelbare schooltijd had iedereen lang haar en kleurige kleren. Tijdens mijn studie heb ik mij tegen mannen afgezet, want ik vond dat vrouwen een onrechtvaardige plaats in de samenleving hadden”, zeg ik.

“Toen wij trouwden was de samenleving anders georganiseerd. De veranderingen zijn later gekomen. Bij mijn terugkeer in Zuid Limburg ging ik weer een stuk terug in de tijd. De verhoudingen tussen mannen en vrouwen waren in Limburg nog niet zo veranderd”, zeg jij.

[8]

Het volgende bericht gaat verder over jouw terugkeer naar Limburg en hoe jij vandaar op drift raakte.

 

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Jaguar.3point4.750pix.jpg

[3] Zie: Irvine, Lucy, Castaway. Harmondsworth: Penguin Books, 1984

[4] De werkwoord wortel “Vraj” betekent in het Sanskriet “gaan, lopen”. Bron: Egenes, Thomas, Introduction to Sanskrit – Part Two. Delhi: Motilal Banarsidass Publishers, 2005 p. 395. Volgens de elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta, heeft “Vraj” ook de betekenis “gaan naar (een vrouw)” en “geslachtsverkeer hebben met” net als het Nederlandse werkwoord “vrijen”.