Tagarchief: denkkader

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 14


Carla, Man en Narrator zitten op het pleintje bij de ingang van de Basiliek van San Lorenzo voordat zij het paleis van de Medici gaan bezichtigen.

“Het denkraam van de strijder laat een aantal tegenstrijdigheden zien. De parabel van Mŗtyu – dood  in de vorm van een vrouw – geeft een inkijkje in de tegenstrijdigheden wanneer de oudste broer van Arjuna – als troonpretendent van de vijf Pāṇḍavaḥ broers – ontroostbaar is over het verlies van de vele gesneuvelden op het slagveld waaronder vele familieleden, leraren en leerlingen, geliefden en naasten. Als gevolg van de strijd – tussen enerzijds de wereldorde en plicht en anderzijds het menselijk handelen – om een rechtmatig koninkrijk voor de familieleden, leraren en leerlingen, geliefden en naasten, wordt er tegelijkertijd op een uitgebreide schaal dood en verderf gezaaid ook onder de dierbaren. Een ander voorbeeld is “vechten voor vrede”. Het denkraam van de strijder – voorzien van deze tegenstrijdigheden – vinden wij niet alleen terug op het slagveld, maar ook binnen de wetenschap, de godsdienst, de levensbeschouwing, de overheid en uiteraard binnen onszelf”, zegt Carla.

Feiten en logica 14a[1]

“De parabel over Śīla [2] – vrij vertaald met “Alomvattende eenheid” – uit de Mahābhārata toont het denkkader van de strijder binnen onszelf. Door een samenhangend gebruik van alle (menselijk) eigenschappen – of Śīla – had een wijze koning in het oude India uiteindelijk vrede en coherentie binnen zijn koninkrijk en zichzelf weten te bewerkstelligen. Hierdoor kreeg hij ook de beschikking over het immense vermogen van goedheid. Met goedheid verkreeg hij het rijkdom van de drie werelden waaronder de wereld van de Goden. Op een goede dag verscheen Indra – in een manifestatie als geneesmiddel – voor de koning en hij vroeg aan de koning om te leren wat goedheid werkelijk is. De koning zei dat het besturen van de drie werelden al zijn aandacht vergde: hij had geen tijd om dit aan Indra te tonen. Indra in de vorm van geneesmiddel bleef aan het hof en diende de koning zo voortreffelijk dat de koning zei: “Vraag wat jij wenst en ik zal het geven”. Als antwoord zei Indra: “U heeft mij al zoveel gegeven, maar u zou mij zielsgelukkig maken met uw Śīla”. De koning gaf Śīla aan Indra waarna het “geneesmiddel” meteen vertrok. Na de overhandiging van Śīla voelde de koning een innerlijke onrust zonder te weten waarom. Een kolom van licht in menselijk vorm kwam uit zijn lichaam tevoorschijn. De koning vroeg: “Wie ben jij?”. De kolom van licht antwoordde: “Ik ben Śīla en tot nu toe waren wij onafscheidelijk. Maar omdat jij mij hebt weggegeven, vertrek ik,”. Hierna kwam een tweede kolom licht uit zijn lichaam en weer vroeg de koning: “Wie ben jij?”. De tweede kolom licht zei: “Ik ben Dharma – de wereldorde – en ik verlaat jou, want ik leef waar Śīla leeft”. Meteen verschenen weer drie kolommen licht uit zijn lichaam, en achter elkaar vertrokken Waarheid, Goedheid en Soliditeit, omdat zij leven waar Śīla leeft. Als laatste verscheen er een kolom licht in de vorm van een vrouw en de vrouw zei op de vraag “Wie ben jij?”: “Ik ben Śri – voor de mensen ben ik onderlinge verbondenheid –, ik ben alles dat wenselijk is in een mensenleven; ik leef waar Śīla leeft”. Verlamd van schrik vroeg de koning aan Brahman wie dat geneesmiddel was en wat er was voorgevallen. Brahman vertelde: “Het geneesmiddel is Indra’s Net. Door Śīla ben jij geworden wie jij bent, en met Śīla heb jij jezelf weggegeven aan Indra[3], zei Narrator.

“Deze parabel geeft een aantal van de tegenstrijdigheden binnen het denkkader van de strijder prachtig weer. De imperator verkrijgt door zijn acties een koninkrijk en vervolgens kan de imperator het rijk niet bestendigen: verschillende natuurwetten voorkomen dit. Daarnaast zijn er tegenstrijdigheid binnen het denkkader van de strijder te herkennen tijdens een succesvolle verovering of verdediging van een gewenst object: de strijder voelt op het moment van succes de vluchtige euforie van een “Alomvattende eenheid”. Deze euforie bepaalt zijn tijdelijk zelfbeeld dat vervolgens met het vervliegen van Śīla meteen begint te eroderen. Wij hebben deze vluchtige euforie na een overwinning gezien bij het zelfbeeld van roeiers in de twee studenten roeiploegen uit Oxford en Cambridge die strijden om de overwinning van een jaarlijkse roeiwedstrijd op de Thames [4]”, zegt Carla.

Feiten en logica 14b[5]

“Dezelfde euforie van tijdelijke uniciteit toonden Arjuna en Kṛṣṇa toen zij met vreugde pijlen schoten op alles dat probeerde te ontsnappen uit het vuur in het Khandava bos [6]. Met schaamte moet ik nu bekennen dat ik deze vorm van euforie heb gekend toen ik als jonge strijder met een militie in Midden Afrika schoot op alles en iedereen die uit een brandend dorp kwam [7]. Śīla had mij al verlaten bij mijn wens om zelf de avonturen van mijn voorvaderen te beleven onder mijn drang naar comfort, geld, roem en macht. In die nacht – tijdens het schieten op dorpsbewoners die het brandend dorp wilden ontsnappen – verloor ik de laatste resten van mijn onschuld. Ik draag deze tegenstrijdigheid tussen euforie van een tijdelijke uniciteit tijdens gewelddadige verovering, en direct intredend verval nog steeds met mij mee in de vorm van de adem van de dorpsbewoners. Hoewel de dorpsbewoners in de mensenwereld de identiteit “dood” hebben, houd ik hen levend met mijn adem”, zegt Narrator.

feiten en logica 14c. [8]

“Zullen wij de innerlijke onrust in het paleis van de Medici gaan bekijken?”, zegt Man.


[1] Afbeelding van Pallas Athene – de godin van wijsheid, moed, rechtvaardigheid en correcte oorlogsvoering. Daarnaast is zij een listige compagnon van heldhaftige strijders. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Warrior

[2] Śīla betekent in het Sanskriet onder meer “natuurlijk manier van leven of van gedrag”. In het Boeddhisme betekent Śīla onder meer “moreel gedrag of voorschrift”. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/%C5%9A%C4%ABla

[3] De parabel over Śīla is een zeer vrije weergave van de parabel van Prahlāda uit: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 101 – 102

[4] Zie het bericht “Amateurs” in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 190 – 194

[6] Zie ook: http://www.sacred-texts.com/hin/maha/index.htm boek 1 Section CCXXVII en verder; Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: WhereKrishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990, p. 71 – 84

[7] Zie:  Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 22

[8] Afbeelding van Arjuna en Kṛṣṇa die met vreugde pijlen schieten op alles dat uit het vuur in het Khandava bos probeerde te ontsnappen. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Khandava_Forest

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 6


De volgende ochtend drinken Carla, Man en Narrator koffie op een terras voor het Baptisterium San Giovanni [1] tegenover de Dom van Florence.

801px-Baptistry_Florence_Apr_2008[2]

“Ik heb vanmorgen over jouw inleiding tot de ontwikkeling van de wetenschap nagedacht. Het is een indrukwekkende samenvatting in beknoptheid en in diepgang. Op een punt zou ik een aanvulling wensen; volgens mij is de menselijke wetenschap veel eerder begonnen dan bij de zingeving en zinneming binnen rituelen om de overlevingskansen te vergroten. Ik denk dat de menselijke wetenschap begonnen is bij de eerste bewuste zinneming en zingeving aan geluid, gevoel, in de liefde, bij het opvoeden van kinderen. Ben jij het daar mee eens?”, vraagt Narrator aan Carla.

“Volkomen. Daarnaast ben ik ook voorbij gegaan aan het verschil tussen atomisme [3] – waarin alle feiten gebaseerd zijn op de kleinst mogelijke basiselementen, particularisme [4] – waarin feiten en logica dienen om het eigen belang te bevorderen boven (en zo nodig ten koste van) belangen van anderen, pluralisme [5] – waarin verschillende stelsels van feiten en logica naast elkaar bestaan binnen een evenwicht, en holisme [6] – waarin feiten en logica een samenhangend geheel vormen. Op particularisme hoop ik verder in te kunnen gaan bij een inleiding over het denkraam van de strijder. Ook ben ik voorbij gegaan aan de vele verkeerde voorstellingen van feiten en aan de drogredeneringen binnen een bepaald belang. Zal ik nu verder gaan met de geordende chaos – zowel gefragmenteerd als universeel?”, zegt Carla.

“Ik ben benieuwd naar jouw opmerking “gefragmenteerd en universeel”. Gisteravond heb ik in een andere context een tekst gelezen over de samenhang van beide onderwerpen”, zegt Man.

“Vul mij aan waar jullie dat nodig vinden. Eigenlijk van het begin van de wetenschap hebben mensen een orde in de chaos proberen te scheppen meestal door de werkelijkheid als een ideaal te bezien. Zaken die niet passen binnen het ideale denkkader – zoals wrijving, luchtweerstand en onwelgevallige godsdiensten en gebruiken –, werden als niet relevant zijnde buiten beschouwen gelaten, of werden te vuur en te zwaard bestreden zoals tijdens godsdienstoorlogen. Tegen het einde van de derde wetenschappelijke revolutie dachten natuurwetenschappers dat nog enkele hindernissen binnen de basiselementen van wetenschappelijke kennis – zoals kennis over de overdracht van de zwaartekracht en over de aard van licht – overwonnen moesten worden, voordat het paradijs van de alwetendheid betreden kon worden waarbinnen door de toepassing van de basiselementen alles kenbaar en verklaarbaar zou zijn. De Oostelijke deuren van het Baptisterium – of Porta del Paradiso [7] – zijn een mooie metafoor voor deze denkwereld.

feiten en logica 62[8]

Met kennis van deze panelen en de ontsluiting tot het onderlinge verband van deze panelen dachten wetenschappers de ontsluiting tot de paradijselijke alwetendheid te verkrijgen.

feiten en logica 63[9]

De geordende chaos – gefragmenteerd en universeel – verhinderde de toegang tot de paradijselijke alwetendheid met daarbinnen eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten in onze leefwereld.

Met “geordende chaos” bedoel ik dat binnen bepaalde grenzen ieder mogelijk feit een bepaalde kans heeft om zich op een bepaald moment te manifesteren. Als voorbeeld neem ik een grazende koe in een afgebakende weide met net voldoende voedsel voor de koe: de koe graast binnen bepaalde grenzen (de weide en de rand die de koe met haar mond nog net kan bereiken); iedere graspol in de wei heeft een bepaalde kans om op een bepaald moment gegeten te worden; een voorbijvliegende vlinder kan het grazen van de koe veranderen waarna de koe een ander graaspatroon gaat hanteren; dit ander graaspatroon heeft op de lange tijd geen invloed op de algehele begrazing van de totale weide, maar het maakt een enorm verschil voor de levensduur van enkele graspollen in de nabijheid van de koe [10].

Met “gefragmenteerd en universeel” probeer ik aan te geven dat de gefragmenteerde geordende chaos zich manifesteert binnen een bepaalde omgeving – zoals de afgebakende weide voor de koe en zoals de sprinkhaan in een luciferdoosje [11] – en dat de universele geordende chaos zich afspeelt binnen het totale universum. “Gefragmenteerd en universeel” verhouding zich tot elkaar als de wolken, golven en oceaan tot het universele geordende samenspel en chaos binnen het totale universum. De wolken, golven en de oceaan zijn verschijningsvormen van de universeel geordende chaos, zoals het weer – met op korte termijn een goede voorspelbaarheid tot 4 dagen, en met een goede voorspelbaarheid over de lange termijn – ook een verschijningsvorm is van de universeel geordende chaos in de ruimte.

feiten en logica 64[12]

Met “eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten” bedoel ik dat het verloop van feiten een zelfde uitkomst heeft bij een identieke uitgangspositie. In het leven van alledag bestaat er zelden een identieke uitgangspositie, dus een “eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten” doet zich zelden voor. Wel zijn er vele uitgangsposities met soortgelijk kenmerken: deze situaties tonen geregeld een soortgelijke voorspelbaarheid van feiten, maar bij minieme verschillen in de uitgangsposities kan het verloop van de feiten een geordend chaotisch gedrag laten zien onder bepaalde omstandigheden.

Onder ideale omstandigheden begrenst de constante van Heisenberg [13] binnen de kwantummechanica [14] de nauwkeurigheid van de bepaling van de uitgangspositie en van de waarneming.

In 1931 heeft Gödel het formele bewijs van de twee onvolledigheidsstellingen [15] gepubliceerd [16]:

  • Als een systeem – bijvoorbeeld een systeem (of sprinkhaan) in een lucifersdoosje – consistent is, dan kan het systeem niet volledig zijn.
  • De consistentie van de axioma’s kan niet vanuit het eigen systeem bewezen worden.

De combinatie van de “geordende chaos”, de “beperking van waarnemingen binnen de kwantummechanica” en “waarnemingen die – binnen de relativiteitstheorie – afhankelijk zijn van de wijze van waarnemen” beperken de “eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten”. De consistentie van logica wordt door de tweede onvolledigheidsstellingen van Gödel begrensd.

Door beide beperkingen was de ambitie van de derde revolutie in de wetenschap om onze leefomgeving eenduidig te kennen en beschrijven fundamenteel vastgelopen. Een deel van de logica nam afstand van de georganiseerde chaos van alledag: deze intuïtionistische [17] logica concentreerde zich verder op symbolen die voortkomen uit creatieve menselijk zingeving en zinneming. Een ander deel van de logica verbond aan de symbolen vooronderstellingen van de werkelijkheid als uitbreiding van de intuïtionistische logica – deze uitbreiding werd ook wel superintuïtionistische  logica genoemd. Klassieke logica was binnen de superintuïtionistische logica het sterkst samenhangende stelsel, waarmee de superintuïtionistische logica werd gezien als tussenliggend – of intermediair [18]  – tussen klassieke en intuïtionistische  logica. Via een omweg binnen een ander kader – symbolen komen in de plaats van rituelen – wordt hiermee nogmaals de impact van de eerste revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van mensheid aangetoond.

Dit is mijn inleiding tot de georganiseerde chaos; ik hoop dat jullie mij hebben kunnen volgen”, zegt Carla.

“Indrukwekkend in alle opzichten. Als ik het goed begrijp kan de samenhang binnen een holistisch systeem niet vanuit het eigen systeem bewezen worden volgens de tweede onvolledigheidsstelling van Gödel. Dit houdt in dat de samenhang van het “Ene Alomvattende” niet vanuit zichzelf aangetoond kan worden”, zegt Man.

“Dat klopt binnen het denkkader van Gödel. Ik moet hieraan toevoegen dat Gödel zijn onvolledigheidsstellingen op een wiskundige wijze heeft bewezen met behulp van symbolen die niet noodzakelijkerwijze een duiding hebben binnen onze dagelijkse leefwereld.  Sommige natuurwetenschappers erkennen alleen symbolen en ideale omstandigheden als zuivere wetenschap. Eind jaren zeventig heeft Prof. Dr. W. Luijpen – hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Technische Hogeschool in Delft – tijdens hoorcolleges hierbij de volgende kanttekening geplaatst: “Uitsluitend symbolen en ideale natuurwetenschappelijke omstandigheden als wetenschappelijke werkelijkheid erkennen is een religieuze vaststelling. Religie is niet het vakterrein van natuurwetenschappers: deze erkenning is vooralsnog geen wetenschappelijke vaststelling”. In het verlengde van Popper en Kuhn sluit ik niet uit dat buiten de wiskunde – met haar wereld van symbolen – de twee onvolledigheidsstellingen van Gödel in bepaalde omstandigheden niet van toepassing blijken te zijn”, zegt Carla.

“Boeiende gedachten. Laten wij het Baptisterium San Giovanni van binnen gaan bezichtigen. Ik stel voor om later op jouw inleiding terug te komen”, zegt Narrator.

“Dat is goed”, zeggen Carla en Man.


[10] Bron metafoor: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 132

[11] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 15 en p. 151 – 156

[15] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 154

[16] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Kurt_G%C3%B6del