Tagarchief: dictatuur

Bevrijd en gebonden


Nadat Carla, Man en Narrator de Engelse kerk hebben bezichtigd, lopen zij naar de Katholieke Begijnhof kapel. Bij de ingang vertelt Man:

“In het voorjaar van 1942 heb ik in deze Katholiek kapel met de officiële naam H.H. Johannes en Ursulakapel de eerste sacramenten [1] van het Katholieke geloof ontvangen. In 1671 is deze kapel als schuilkapel begonnen door twee woonhuizen binnen het Begijnhof samen te voegen tot een kerkruimte. Het toenmalige stadsbestuur keurde de plannen voor deze verbouwing goed op voorwaarde dat van buitenaf niet te zien was dat er een Katholieke kapel was gevestigd.
Katholieke Begijnhof kapel buitenzijde[2]
Met de ontvangt van de eerste sacramenten veranderde mijn geloof voor de buitenwereld in deze Katholieke Begijnhof kapel van Joods naar Katholiek. Via vrienden van mijn tante bij de Burgerlijke stand in Rotterdam heb ik enkele dagen later mijn andere naam Hermanus Maria Jacobus Leben met bijbehorende identiteitspapieren gekregen; van dat moment was mijn naam Man Leben in plaats van Levi Hermann. Met deze andere papieren identiteit ben ik via een aantal tussenstappen in Zuid Limburg op de boerderij van mijn peetouders aangekomen [3]. Hoewel ik op hun boerderij de mooiste tijd van mijn leven heb gekend, is mijn vrije weergave van het gedicht door Rudyard Kipling [4] over het verlies van zijn zoon tijdens een gevecht op het Westelijk front in de Eerste Wereldoorlog lang in mijn leven gebleven:

Heeft U nieuws over mijn moeder?
Niet dit tij
Wanneer denkt U dat zij zal wederkeren?
Niet met het waaien van deze wind en niet dit tij

Heeft iemand iets over haar gehoord?
Niet dit tij
Voor wat is verdwenen, keert niet weerom
Niet met het waaien van deze wind en niet dit tij

“O, waar kan ik troost vinden?”
Niet dit tij, noch een ander tij,
Behalve dat zij gaf haar kind —
met het waaien van die wind aan dat tij.

Dan hou mijn hoofd omhoog te meer,
Dit tij en ieder tij;
want ik ben haar zon
gegeven aan het waaien van die wind en dat tij! [5]

Veel later, veel later bij de voorbereiding van het zeggen van Kaddhish ter nagedachtenis van mijn moeder kwam de volgende haiku in mijn leven:

De wind neemt U mee
Vluchtig en onafwendbaar
Uit het dodenrijk

Na het eren van mijn moeder en vader volgens de Joodse dodenherdenking Kaddish [6] is de volgende haiku in mijn leven gekomen. Deze haiku draag ik steeds met mij mee waar ik ga en sta.

Waar ik ga en sta
Uw stem en Uw aangezicht
Dit tij en ieder tij

De lange versie van deze haiku is het volgende gedicht:

Waar ik ga, waar ik ook sta
Dit tij en ieder tij
Met het waaien van de wind hoor ik Uw stem

Waar ik ook ga, waar ik ook sta
Dit tij en ieder tij
Met het waaien van de wind bent U nabij

In iedere stem, hoor ik
In ieder gezicht, herken ik
Dit tij en ieder tij
Uw aangezicht

Waar ik ga, waar ik sta
Dit tij en ieder tij
Het verglijden van mijn leven
Uw aangezicht

Laten wij de kapel binnengaan”, zegt Man.

“Wat was jij eenzaam”, zegt Carla.

“Een te samen, al een, nooit eenzaam zoals jij in de gestolde tijd. Laten wij de kapel binnengaan”, zegt Man.

Carla, Man en Narrator gaan de Katholiek Begijnhof kapel binnen.
Katholieke Begijnhof kapel binnenzijde[7]
Na het bezichtigen van de kapel gaan Carla, Man en Narrator iets drinken op het Spui.

“Een lange tijd zijn mijn herinneringen aan de Katholieke Begijnhof kapel vaag en diffuus geweest, maar nu ik oud ben, lijkt het of mijn doop, vormsel en eerste communie gisteren hebben plaatsgevonden, zo duidelijk zie ik en ruik ik deze gebeurtenissen uit mijn herinneringen weer.

Ook herinner ik mij mijn afkeer van de priester die mij de eerste sacramenten van de Katholieke kerk heeft toegediend. Een afkeer van autoriteiten is een constante in mijn leven. Van jongs af aan wilde ik in deze wereld zo min mogelijk met macht te maken hebben, want dat bracht mij niets goeds. Nu moet ik – met schaamte – mijn vergissing toegeven voor de invloed en vooral in die tijd de moed van de priester in Katholieke Begijnhof kapel; aan hem heb ik mijn verdere bestaan te danken.

Hoewel deze priester waarschijnlijk het Katholieke kerkrecht volgde, ging hij – met gevaar voor eigen leven – in ieder geval voorbij aan de profane voorschriften van de bezetter in Nederland en hij ging ook voorbij aan een openlijke stroming van anti Judaïsme in de Christelijke kerk sinds deze kerk onder Constantijn de officiële kerk in het Romeinse Rijk was geworden.

Het anti Judaïsme in het Christendom heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in de gebruikelijk rivaliteit tussen religies onderling in de strijd om te overleven, en heeft vorm gekregen in de strijd om de onderlinge overheersing en in het streven naar zuiverheid van geloof.
Voordat de Christelijke kerk onder Constantijn in praktijk de officiële kerk van het Romeinse Rijk werd, hadden de Christenen te maken met vervolgingen. Daarbij hadden zij zich op veel plaatsen in Klein Azië te plooien naar de Joodse leefregels en wetgeving. De Christenen konden hun sluimerende en soms openlijke afkeer van het Joodse geloof alleen in woorden, preken en geschriften uiten. Het Christelijk geloof was voorgekomen uit en bouwde verder op het Joodse geloof en leefregels, maar net zoals pubers afstand nemen van hun ouders om hun eigen levenspad te gaan, zo namen de Christenen afstand van – en kwamen soms in opstand tegen – het Joodse geloof en de Joodse wetgeving en leefregels. Op welke wijze de Christenen in Klein Azië zich in die tijd ook afzetten tegen de Joden, als afstammelingen van de Joden – op weg naar zelfstandigheid – bleven beide geloven nauw met elkaar verbonden. Ook een zeer aanzienlijke groep Christenen – Judaïsanten [8] genoemd – bleven sympathiseren met het Jodendom: naast de Christelijke zondagsrust volgenden zij de Sabbatrust, zij vastten met de medechristenen en hielden zich aan de joodse vastenregels, zij vierden in de kerk het Christelijke paasfeest en in eigen kring het Joodse Pesach. De Christelijke kerkleiders – strevend naar zuiverheid van geloof – waren niet ingenomen met deze mengeling van beide geloven; zij wilden de geloofsvernieuwing van het Christelijke geloof vestigen en voor eeuwig bestendigen waarmee tegelijkertijd verstarring, hiërarchie en autoriteit de plaats van vernieuwing binnen het Christelijk geloof in ging nemen. Daarbij wilden de Christelijke kerkleiders in hun strijd tegen het heidendom een homogeen blok vormen [9]. Misschien waren de Christelijke kerkleiders meer beducht voor de verleidingen en het heidendom in eigen geledingen of in zichzelf, dan voor het heidendom in de vreemde buitenwereld. Een organisatie of iemand met innerlijke twijfel probeert vaak zekerheden te ontlenen aan de naaste omgeving: als de omgeving zekerheid en houvast biedt dan ontvangt de innerlijke onzekerheid minder prikkels om zich te manifesteren. Dit komt overeen met een leugenaar die er alles aan is gelegen om de omgeving eerlijk te laten zijn/schijnen, om zo betrapping op leugens te voorkomen.

De Christelijke kerk werd in 313 n. Chr. onder Licinius en Constantijn de Grote – de keizers van resp. het Westelijke en Oostelijke Romeinse rijk – met het Edict van Milaan [10] gevrijwaard van vervolgingen door de tekst “dat de christenen en alle anderen de vrijheid moet hebben om die modus van religie te volgen die aan elk van hen het beste lijkt” [11]. Hoewel er met dit Edict vrijheid van godsdienst ontstond binnen het gehele Romeinse rijk, werd in praktijk de Christelijke kerk kort na het Edict de officiële kerk van het Romeinse rijk. Tijdens het Concilie van Nicaea zorgde Constantijn er persoonlijk voor dat het Christelijke paasfeest en het Joodse Pesach werden gescheiden [12].

Rond 380 n. Chr. bereikte de anti-Joodse retoriek in die tijd het hoogtepunt bij Johannes Chrysostomus (kerkvader en de latere Aartsbisschop van Constantinopel van 398 tot 403 n. Chr.). In Antiochië – Johannes Chrysostomus was daar rond 380 nog gewoon priester – was er ondanks alle inspanning van de Christelijk kerk om Christenen en Joden te scheiden, nog een aanzienlijke groep Judaïsanten. Met zijn “Preken tegen de Joden” heeft Johannes Chrysostomus geprobeerd om aan de gebruiken van de Judaïsanten voorgoed een einde te maken. Hij vergeleek de Judaïsanten met doodzieke medechristenen die moesten worden genezen van de Joodse pest. Met al zijn uitzonderlijke retorieke gaven en zijn buitengewoon charisma bracht hij in deze preken de Joden in diskrediet door hen te vergelijken de laagste aardse wezens. Het ultieme argument van Johannes Chrysostomus in zijn anti-Joodse preken was de stelling dat – zonder uitzondering – alle Joden “de moordenaar van Jezus Christus zijn”: hierdoor hebben de Joden al hun ellende en Gods verwerping over zich afgeroepen. De invloed van deze preken is enorm geweest; de preken zijn in vertaalde vorm wijd verspreid binnen de Christelijke kerk. Door de preken van Johannes Chrysostomus is de houding van Christenen tegenover de Joden diepgaand beïnvloed; de latente Joden afkeer heeft een stem gekregen en het beeld van de “Christusmoordenaar” schandvlek is erdoor bij de Christenen ingeprent [13].
Johannes Chrysostomus[14]
Voor de Reformatie waren vooral Antwerpen en ook Amsterdam vluchthavens eerst voor Joden uit Spanje en Portugal en later voor mensen met een ander geloof of voor andersdenkenden. Na de val van Antwerpen tijdens de opstand tegen Spanje van de Lage landen in 1585 n. Chr. [15], zijn veel – meest welvarende – vluchtelingen naar Amsterdam getrokken. Amsterdam is tijdens en na de Reformatie in meer of mindere mate een toevluchtsoord en een soort vrijhaven geweest voor andersdenkenden en voor andere geloven. Mijn ouders vertrouwden hierop toen zij in 1934 van Frankfurt am Main naar Amsterdam vluchtten om te ontkomen aan de gevolgen van het andere regime in Duitsland.

Met de opkomst van het andere regime in Duitsland van de jaren 30 werd xenofobie in combinatie met de altijd latente afkeer van Joden gekoppeld met de herinnering aan schande van het verlies van de Eerste Wereldoorlog en de terugbetaling van de oorlogsschuld – die tijdens de Weimarrepubliek een crisis en hyperinflatie tussen 1921 en 1923 had veroorzaakt [16] – verbonden met de drang om de vernieuwing in Duitsland blijvend te vestigen en bestendigen. Het gevolg was een breed gedragen dictatuur in Duitsland die geen ander geluid meer verdroeg en een samenleving die de bestaande angsten wenste uit te bannen door onzekerheden te projecteren op zondebokken. Het verwijderen van de zondebokken uit de samenleving zou ook de angsten en onzekerheden wegnemen; dit mechanisme cumulerende in gedicteerde Jodenvervolgingen die door de bureaucraten stipt werd uitgevoerd.

In de kracht van mijn leven had ik het idee dat ik mijn eigen leven vorm kon geven, dat ik mij door vrije keuzes kon bevrijden van mijn verleden en dat ik mijn eigen toekomst gestalte gaf. Deze bevrijding heeft voor een belangrijk deel ook plaats gevonden, maar ik heb mijn hele leven en de wijze waarop ik heb geleefde voor een zeer groot deel te danken aan Christelijke kerk, aan Johannes Chrysostomus en de gevolgen van zijn Preken tegen de Joden, en aan de autoriteit van de priester die mij in deze Katholieke Begijnhof kapel de eerst sacramenten van het Katholieke geloof heeft toegediend. Hoezeer ik hier aan heb proberen te ontkomen en hoezeer ik mij in de kracht van mijn leven tegen deze autoriteit heb verzet, nu heb ik hier vrede mee. Bevrijd en gebonden”, zegt Man.

“Ik heb eens ergens gelezen dat de Kerkgeschiedenis allesomvattend is. Volgens mij is dit juist”, zegt Narrator.

“Zullen wij wat drinken en eten. Halverwege de middag kunnen wij verder gaan met “Bevrijd en gebonden” in een persoonlijke relatie met God tijdens en na de Reformatie. Daarna stel ik voor om verder te gaan met de opkomst van het kapitalisme in Holland mede door de Reformatie. Wat vinden jullie van dit voorstel”, zegt Man.

“Dat is goed. Zal ik verder gaan met de persoonlijke relatie met God? ”, zegt Narrator.

“Dan ga ik daarna verder met de opkomst van het kapitalisme”, zegt Carla.

 

[1] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Sacrament
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhofkapel_(Amsterdam)
[3] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een leven. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 21 – 21
[4] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Rudyard_Kipling
[5] Vrij naar: Kipling, Rudyard, My Boy Jack. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/My_Boy_Jack_%28poem%29
[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Rudyard_Kipling
[6] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Kaddish
[7] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhofkapel_(Amsterdam)
[8] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Judaizers
[9] Bron en zie ook: Trouillez, Pierre, Bevrijd en gebonden – De Kerk van Constantijn (4e en 5e eeuw n. Chr.). Leuven: Davidsfonds, 2006, p. 154
[10] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Edict_of_Milan
[11] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Constantine_I_and_Christianity
[12] Bron: Schama, Simon, De geschiedenis van de Joden – Deel 1: De woorden vinden 1000 v.C. – 1492. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013, p. 266
[13] Bron en zie ook: Trouillez, Pierre, Bevrijd en gebonden – De Kerk van Constantijn (4e en 5e eeuw n. Chr.). Leuven: Davidsfonds, 2006, p. 155
[14] Afbeelding van Johannes Chrysostomus in de Hagia Sophia. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Johannes_Chrysostomus
[15] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Antwerpen_(1584-1585)
[16] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Weimarrepubliek#Crisisjaren_1919-1923

Advertenties

Carla Drift – Gedrag 3


Mensen accepteren tot een zekere hoogte spanning en gevoelens van onrecht of vermeend onrecht. Om de (lieve) vrede te bewaren schikken zij zich naar deze spanning en (vermeende) vernederingen. Voorbeelden hiervan zijn: zij die na een nederlaag hun levensloop volledig zien veranderen, zij die moeten leven binnen een samenleving die hun niet past, zij die overheerst worden door een dictatoriaal regime waarin geen einde lijkt te komen.

Heel lang kunnen mensen deze spanning en onvrede verdragen totdat een breekpunt is bereikt. Ineens ontstaat een omslagpunt waarna er geen weg meer terug is. De mens komt in opstand [1].

[2]

Een situatie die voor het omslagpunt nog draaglijk en te overzien is, wordt ineens volkomen absurd en onverdraagbaar. De sociale remmingen, het normaal rechtsgevoel en de ethische principes worden tijdelijk buiten werking gesteld. Ineens is alles geoorloofd om aan de spanningen en aan de gevoelens van (vermeend) onrecht een einde te maken.

Een primaire vorm van extreme opstand is te zien bij een mens die opeens zeer gewelddadig gaat handelen waarbij alle vormen van sociaal gedrag, rechtsnormen en gangbare ethiek opzij worden gezet. De familie, vrienden, bekenden en samenleving hebben deze geweldsuitbarsting meestal op geen enkele manier zien aankomen. Na afloop van het gewelddadig handelen probeert de gemeenschap het extreem gedrag te verklaren – de uitleg is meestal meer bedoeld om het onderling vertrouwen te herstellen dan dat hiermee de bijzondere geweldsuitbarsting wordt verklaard. Deze primaire vorm van opstand is te vinden in alle tijden en binnen alle samenlevingen. In Indonesië en Maleisië worden deze onverwachtse gewelddaden – waarbij alles dat de opstandeling op zijn weg tegenkomt, zonder voortekenen wordt aangevallen – aangeduid met “amok”. In de Westerse wereld eindigen alle amokmakers, als zij hun daden overleven, in een psychiatrische inrichting waar vaak geen aanwijsbare psychische aandoening te vinden is als oorzaak voor hun moorddadig handelen [3]. In de Westerse samenleving zien wij deze primaire opstand bij een persoon die zonder voortekenen met een vuurwapen gaat schieten op een menigte of binnen een school.

Een andere primaire vorm van extreme opstand is te zien bij een kleine groep mensen die opeens hun spanningen en/of hun (vermeende) onrecht niet meer accepteren. Zij rebelleren tegen hun situatie. Voorbeelden hiervan zijn lynchpartijen tegen individuen of kleine groepen en moordpartijen die aan iedere vorm van rechtspraak, normen en ethiek voorbij gaan. Een voorbeeld hiervan in de Nederlandse geschiedenis is de moord op de gebroeders de Witt door een menigte in Den Haag [4].

Een afgezwakte vorm van opstand zijn rellen bij supporters. Deze supportersrellen zijn van alle tijden. Een voorbeeld van supportersrellen die uiteindelijk uitmonden in een ernstige rebellie, is de Nika opstand [5] in Constantinopel in 532 n.Chr. waarbij 30.000 mensen het leven verloren. Supportersrellen bij paardenwagenrennen kwamen in die tijd veel voor; na deze ongeregeldheden volgden vaak stevige vonnissen tegen opgepakte deelnemers. In januari 532 waren twee veroordeelden ontsnapt en zij hadden onder bescherming van een menigte toevlucht gezocht in het heiligdom van een kerk. De positie van keizer Justinianus was verzwakt door politieke problemen. Hij wilde zijn gezag laten gelden en liet de veroordeelden arresteren. Tijdens de volgende paardenwagenrennen braken ernstige rellen uit in de hippodroom. De keizer besloot om te vluchten, maar keizerin Theodora zei: “Het is niet belangrijk of een vrouw tegen mannen moet zeggen om dapper te zijn. Bij gevaar moet men doen wat men kan. Vluchten is dwaas. Iedereen moet een keer sterven en ik heb besloten als keizerin te sterven” (en niet als vluchteling). Twee generaals besloten met hun Germaanse geharde troepen de opstand neer te slaan. Hiertoe werd een deel van de opstandelingen met geldmunten uit de hippodroom gelokt. De overige 30.000 opstandelingen in de hippodroom werden door de troepen uitgemoord.

[6]

In Istanbul bezoek ik in de Hagia Sophia altijd de standplaats van de keizerin in de vrouwengalerij. Vanuit haar plaats bezie ik het heiligdom en vanaf de begane grond kijk ik naar de vrouwengalerij: “Eens keizerin – altijd keizerin”.

[7]

Ook een hele samenleving aanvaard spanningen en gevoelens van (vermeend) onrecht tot op een zekere hoogte. Tot het omslagpunt wordt de situatie als volkomen normaal en gebruikelijk ervaren. Iedereen heeft een passende plaats totdat er een snelle omslag in de samenleving plaatsvindt. De uiterlijke oorzaak van dit omslagpunt lijkt voor een buitenstaander vaak een onbenullig kwestie.

Aan het einde van de 18e eeuw was het Ancient Regime in Frankrijk financieel, bestuurlijk en intellectueel volledig vermolmd en achterhaald. Het paste volgens een groot deel van de bevolking niet meer bij de veranderingen in de samenleving. Er dreigde een achteruitgang van de lonen en er braken rellen uit. Door onhandig ingrijpen van de overheid liepen de rellen uit de hand en het vertrouwen in de overheid nam verder af. De bestorming van de Bastille door gewapende revolutionairen werd de aanleiding voor een periode waarin sociale remmingen verdwenen en het gevoel voor rechtvaardigheid en ethisch besef nam sterk af. De guillotine verrichtte overuren en revolutionairen werden in zeer korte tijd erger dan het Ancient Regime. De Franse staat begon een bestaan volgens de leuze “Egalité, Fraternité et Liberté”, maar het duurde nog een hele tijd voordat deze leuze verwerkelijkt werd.

[8]

Eerst moest Napoleon nog met het Franse Grande Armee naar Moskou trekken [9] en vervolgens bij Leipzig en Waterloo verslagen worden. Deze revolutie heeft tot gevolg gehad dat naast een spoor van bloed ook het militarisme endemische in onze samenleving werd ingebed en de rationaliteit kreeg vorm onder meer door de meter en de kilogram.

Het volgende bericht gaat verder over mijn persoonlijke leven.


[1] Zie ook: Camus, Albert, De Mens in Opstand. Amsterdam: De Bezige Bij, 1974

[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nika_riots en Cotterell, Arthur, Chariot – From chariot to tank, the astounding rise and fall of the world’s first war machine.” New York: The Overlook Press, 2004, p, 280 – 288

[6] Restanten van de hypodroom in Istanbul. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Nika_riots

[9] Zie ook: Zamoyski, Adam, 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Moskou. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2005

Carla Drift – Op Reis


Na het inleveren van mijn eindscriptie met als onderwerp “Voorkomen van Excessen bij Veranderingen en Conflicten”, heb ik twee weken later een voordracht gegeven over dit onderwerp. De aanwezigen stelden kritische vragen over de noodzaak van verdediging van have en goed. Zij waren sceptisch over de reikwijdte van woorden – uiteindelijk vullen praatjes geen gaatjes. Tijdens het examen werden fundamentele vragen gesteld over de balans tussen de wedloop van ontwikkelingen van de materiële welvaart en de ontwikkeling van de wapenindustrie die met atoombommen alles vernietigende instrumenten heeft voortgebracht. Gelukkig had ik nog een voorbeeld paraat uit de overgang van het bronzen tijdperk [1] en het ijzeren tijdperk in Griekenland en Klein Azië rond 1000 v. Chr.. In die tijd zijn er vele steden door brand verwoest. Tot voor kort werden deze verwoestingen toegeschreven aan op drift geraakte volkeren – de zgn. Sea People [2]. Nu wordt er genuanceerder gedacht over deze periode. Aangenomen wordt dat de verbeterde krijgstechnologie en de bevolkingstoename – door gebruik van ijzeren landbouwwerktuigen –  het mogelijk maakte om steden in te nemen en om klassieke legers uitgerust met bronzen wapens en strijdwagens te verslaan.

Na het examen en de buluitreiking was er mijn afstudeerfeest – een mooi feest. Iedereen die belangrijk was in mijn leven, kon komen. Mijn vader straalde, mijn moeder en zussen waren blij voor mij, jeugdvrienden uit Zuid Limburg wensten mij geluk, maar waarschuwden mij voor de gevaren van de grote wereld. Zij vroegen wanneer ik weer terugkwam en zij hadden vacatures meegenomen met banen bij de Gemeente en bij de Provincie. Mijn studievrienden vroegen wat mijn plannen waren – werken of een wereldreis. Ook mijn vroegere grote liefde was gekomen – de magie tussen ons was vervlogen. Ik zag hem als een gewone mooie aardige jongeman, die makkelijk op vrouwen verliefd wordt – niet meer mijn type. Wij gaven elkaar welgemeende kussen op de wangen en beloofden contact met elkaar te houden. Daar is niet veel van gekomen. Via bekenden hoorde ik af en toe nog iets over zijn leven.

Na het behalen van mijn doctoraal had ik geen interesse in promotie-onderzoek. Ik zou mij tijdens het onderzoek teveel moeten specialiseren en een academische loopbaan met haarkloverij inclusief een stevige competitie met andere wetenschappers trok mij niet. Voordat ik een baan zou gaan zoeken wilde ik eerst nog wat van de wereld zien. Ik bereidde mij voor op een wereldreis van ongeveer een jaar. Veel van mijn bezittingen deed ik van de hand of bracht ik onder bij familie, vrienden en bekenden. Ik bezat nog alleen de inhoud van mijn rugzak: 10 kilogram of twee setjes reserve kleren en een klein beetje.

Rugzak tegen muur [3]

Ik had het plan om eerst naar India te gaan. De reis over land was te gevaarlijk geworden met de oorlog tussen Irak en Iran en onduidelijkheid over Afghanistan.

Tijdens het uitwerken van dit plan, kreeg ik een uitnodiging voor een betaalde studiereis naar Midden Afrika. Een mensenrechtenorganisatie wilde een onderzoek instellen naar misstanden in een dictatoriaal bestuurd land in Afrika. Voordat ik aan het onderzoek ging deelnemen, kon ik gelukkig drie weken op eigen kosten een toeristenreis maken door parken in Kenia en Midden Afrika.

Op deze toeristische reis ben ik veel lieve, aardige en behulpzame mensen ontmoet. Hun gastvrijheid reikt verder dan de goede gastvrijheid uit Zuid Limburg. In deze omgeving kennen mannen nog – naar het eerste college filosofie van prof. Dr. W. Luijpen – de kunst van een half uur werken om acht uur in de zon te zitten. Een kunst die ik pas veel later in mijn leven enkele korte perioden heb kunnen oefenen. Ik was open en de mensen waren open. Zij behoeden mij – als een van hun kleine kinderen – voor de gevaren van de omgeving en voor gevaren van beroving en erger.

Zebra's op Savanne in Afrika [4]

In Midden Afrika kwam ik restanten tegen van vroegere steden. Ik moest denken aan de vergane steden in Klein Azië bij de overgang van de bronzen tijd naar de ijzeren tijd. Dit continent had enkele honderden jaren geleden een soortgelijke gedwongen revolutie doorgemaakt bij de invasie en kolonisatie door een verder ontwikkelde beschaving uit Europa.

Poort van voormalige nederzetting in Zimbabwe [5]

De zeevarende landen uit Europa probeerden allen een deel van Afrika in bezit te nemen om daar hun invloed te laten gelden en om rijkdommen te verwerven. Volgens een oude zegswijze ligt aan ieder bezit een misdaad ten grondslag. Deze bezetting ging gepaard met geweld tegen de oorspronkelijke inwoners en met geweld tussen de zeevarende landen onderling. Rond 1885 moest Congo nog verdeeld worden tussen de spraakmakende landen in Europa. In 1885 werd Congo tijdens de conferentie in Berlijn toegekend aan koning Leopold II van België: hij maakte er zijn persoonlijke eigendom van en noemde het de ‘Congo-Vrijstaat’. Voor de oorspronkelijke inwoners van dit deel van Afrika werd het geen vrijstaat.

Vanuit de West kust van Afrika zijn vele oorspronkelijke inwoners – na gevangen te zijn genomen – als slaven verhandeld en gedeporteerd naar Zuid- en Noord Amerika. Hieronder is een foto te zien van hun symbolische poort – “Point of no Return” genaamd – voor hun gedwongen vertrek met een benauwde reis naar het “beloofde” land waar een slavenbestaan wachtte. Pas veel later, na veel ontberingen en strijd zouden zij wettelijk een gelijke status krijgen in de Verenigde Staten van Amerika. In praktijk is de status van veel mensen afkomstig uit Afrika nog steeds niet gelijk aan mensen afkomstig uit de zeevarende landen van Europa.

Point of no return [6]

Meer dan een eeuw geleden werd Afrika door Europa verdeeld in vele delen met kunstmatige grenzen. De bevolking binnen de delen was niet homogeen. Ook werden samenhangende groepen inwoners verdeeld over verschillende gebieden. Na de Tweede Wereldoorlog had Europa niet meer de macht en invloed om de kolonies in Afrika bezet te houden. Door onderhandelingen of na een vrijheidsstrijd werden veel voormalige kolonies zelfstandig voorzien van de opgedrongen kunstmatige grenzen. Binnen deze nieuwe zelfstandige delen en tussen deze delen waren vaak ernstige onderhuidse spanningen. Deze spanningen zochten hun uitweg in onderlinge conflicten tussen stammen onderling en tussen de nieuwe staten. Een aantal nieuwe staten hadden grote interne spanningen om een nieuw openbaar bestuur te vestigen. Sommige landen werden een dictatuur voorzien van een schrikbewind om aan de macht te blijven.

Kaart met landen in Afrika [7]

In Ethiopië zijn in 1974 delen van het skelet gevonden van een vrouw die ongeveer 3,2 miljoen jaren heeft geleefd. Zij is “Lucy” genoemd [9].

Lucy een vrouw van 3,2 miljoen jaren [10]

Met het uitvoeren van de betaalde studiereis ben ik een gevaarlijke loopbaan begon. Deze eerste betaalde studie richtte zich op de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord  in Midden Afrika. Ik ben nooit erg overtuigd geweest van het bestaan van homogene volkeren. Volgens mij is het beter om over kleine of grote groepen mensen te spreken met redelijk gelijkende gewoonten en cultuur. Binnen de groepen kunnen de verschillen aanzienlijk zijn, maar voor buitenstaanders vallen vooral enkele overeenkomsten op. Op basis van deze overeenkomsten kunnen enkele kenmerken aan deze groep worden toebedacht. Bij spanningen worden bepaalde kenmerken aangegrepen voor een stigmatisering van de vreemde groep; de eigen groep wordt verheerlijkt om bepaalde andere eigenschappen. Spanningen kunnen overgaan in conflicten met soms fatale gevolgen en excessen voor de groep of delen van de groep. Mijn studie richtte zich op de werkwijze en de gevolgen van deze stigmatisering en op de verantwoordelijkheid voor excessen.

Voor de veiligheid van de geïnterviewde, mijn mede-onderzoekers en mijzelf kan ik geen details over deze studie geven.
[1] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bronze_Age_collapse
[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Sea_Peoples
[3] Bron afbeelding: Zie ook:  http://en.wikipedia.org/wiki/Backpack
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Africa
[5] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Great_Zimbabwe_Closeup.jpg
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Africa
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Africa
[8] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Lucy_(Australopithecus)
[9] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Australopithecus_afarensis
[10] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Genocide

Een oorlog als geen ander – de hoofdrolspelers


In het vorige bericht heeft uw verteller een kort intermezzo geschreven over het zelfbeeld van strijders in oorlog en geweld. Hierbij heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de deelname van de filosoof Socrates aan de Peloponnesische oorlog in Griekenland.

Nu zal uw verteller een inkijkje geven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog.

Een boek over deze oorlog begint met het gedicht:

Toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen aan de Achaeans bracht,

en dappere zielen van veel helden naar Hades zond

en hun lichamen veranderde in prooi voor een hond

en voor zwermen vogels, en de wil van jou – Deus/God – werd volbracht [1].

Wie ben jij die deze verschrikkingen bracht? Wie ben jij die deze oorlog als geen ander wilde? Wie ben jij die de verschrikkingen van broedermoorden, roof, eerroof en slavernij aan jouw buren toebracht en die de lichamen van jouw naasten als prooi voor honden en zwermen vogels achterliet. Wie ben jij die deze moorden wilde? Wie ben jij die de voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [2] wil laten bestaan? Volbrengen de hond en de vogels ook jouw wil; hebben zij een goddelijke natuur [3]?

Waarin verschil jij van Krishna [4] – de wagenmenner – die Arjuna [5] in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – aanzet tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht [6] en anderzijds het menselijk handelen [7] [8].

Uw verteller weet de antwoorden niet, maar stelt wel de vragen. Wie de wereld kent, spreek!

De belangrijkste spelers in de Peloponnesische oorlog zijn Sparta en Athene met hun respectievelijke bondgenoten. Maar de invloed van Perzië was nog steeds groot. Wie zijn zij?

Tussen 490 v. Chr. tot 479 v. Chr. heeft Perzië – een dictatuur met “volgzame” lokale satrapen – geprobeerd Griekenland bij het Perzische rijk in te lijven. In 449 v Chr. heeft Perzië de Griekse stadstaten in Klein Azië erkend. Perzië heeft Griekenland niet rechtstreeks meer aangevallen, maar zij heeft als eerste hoofdrolspeler de Griekse stadstaten met veel succes tegen elkaar uitgespeeld. Daarnaast heeft de herinnering aan de oorlogshandelingen tijdens de Perzische oorlogen nog veel invloed gehad op de gebeurtenissen tijdens de Peloponnesische oorlog .

De tweede hoofdrolspeler is de militaristische en oligarchische stadstaat Sparta gelegen in het midden van de Peloponnesos in Griekenland. In deze stadstaat was strijdvaardigheid van de vrije mannen van imminent belang. Al voor de geboorte van een kind werden er voorbereidingen getroffen om de beste genen te laten samenkomen voor uitmuntend nakomelingschap. Een gehuwde vrouw had een zekere mate van vrijheid om de beste man uit te kiezen voor het verwekken van haar kinderen: oudere echtgenoten stonden hun vrouw toe kinderen te verwekken met jongere fitte mannen [9]. Bij de geboorte was de gezondheid bepalend voor het levenslot van de baby. Vanaf 6 jarige leeftijd werden jongens en meisjes rigoureus getraind: de jongens als strijders en de meisje voor gezondheid. Mannen en vrouwen leefden grotendeels gescheiden van elkaar. Spartanen stamden af van de originele inwoners van de stad. Naast Spartanen woonden rondom Sparta de vrije Perioikoi die soms als hopliten met de Spartanen meevochten in de strijd. In en rondom Sparta waren veruit de meeste bewoners Heloten die als dienaren/slaven voor alle arbeid buiten oorlogsvoering moesten zorgen. De Heloten waren de oorspronkelijke bewoners van de streek die door de Spartanen waren verslagen in de strijd en dus de Spartanen als slaven hadden te dienen. Maar altijd voelden de Spartanen de dreiging van een opstand van de Heloten; zij deden er alles aan om deze opstand te voorkomen. De Spartanen werden zeer gevreesd in de strijd: zij hadden de naam om nooit op te geven. Misschien werd deze standvastigheid nog verstrekt door de constante dreiging van een opstand van de Heloten na een eventuele vlucht van Spartanen. De Spartanen waren zeer (bij)gelovig; zij gingen pas ten strijde als alle religieuze verplichtingen waren voldaan en de voortekenen gunstig waren. Hierdoor moesten bondgenoten geregeld lang wachten op de steun van de Spartanen. Tijdens de Slag bij Sphacteria – in het zuid-westen van de Peloponnesos gaven een groep van 292 strijders waaronder 120 jonge Spartanen zich over aan de Atheners. Deze overgave schokte de Griekse wereld [10], want Spartanen gaven zich nooit over. De schok voor Sparta was nog groter, want naast een enorm gezichtsverlies omvatten deze jonge Spartanen een groot deel van de  toekomstige generatie. Athene heeft deze gevangenen als gijzelaars in Athene vastgehouden waarna Sparta gedurende de gijzeling is gestopt met het platbranden van het koren op de akkers in de buurt van Athene. Na hun vrijlating zijn deze gevangenen in Sparta nooit meer echt voor vol aangezien.

[11]

De derde hoofdrolspeler is het – in extreme vorm – democratische Athene gelegen aan de Egeïsche zee in Griekenland. Athene was aan het begin van de Peloponnesische oorlog puissant rijk geworden met het exploiteren van zilvermijnen en met handel. Deze rijkdom veroorzaakte enerzijds bij de stadstaat Sparta een onbehagen over de hegemonie en anderzijds bij Athene de wens om als gelijke erkend te worden. Deze spanning is een van de aanleidingen voor de oorlog.

Ongeveer 50 jaar eerder werd Athene geleid door koningen en tirannen. Tijdens de Peloponnesische oorlog was Athene een democratie van haar vrije inwoners. Maar het merendeel van de bevolking was niet vrij en nam dus niet actief deel aan de democratie. Deze democratie betekende in praktijk vaak imperialisme voor de bondgenoten van Athene. De belangrijke beslissingen werden in Athene genomen tijdens bijeenkomsten van de vrij mensen. Zij namen het besluit en zij wezen een uitvoerder aan. Deze uitvoerder moest verslag uitbrengen aan de vrije mensen. Bij mislukkingen konden de eigendommen van de uitvoerder worden geconfisqueerd en hij en zijn familie droegen de gevolgen waaronder verbanning en/of de doodstraf voor de uitvoerder. Tijdens de oorlog namen de vrije mensen besluiten over het lot van gevangenen en van ingenomen steden. Geregeld werden zeer wrede beslissingen genomen: aan het einde van de oorlog werden enkele veroverde steden van voormalige bondgenoten volledig vernietigd en de inwoners gedeporteerd of gedood nadat deze steden hadden gekozen voor neutraliteit – de oorlogsinspanningen vergden een te grote bijdrage of Athene legde te hoge heffingen op – of waren overlopen naar het ander kamp. Deze besluiten gingen volledig in tegen de wensen van de generaals die de steden hadden veroverd. Wandaden van de democratie verwijderde Athene van andere bondgenoten: vandaag jij – morgen ik.

Athene bezat een oorlogsvloot die oppermachtig was. Athene en haar havenplaats Piraeus waren omgeven met voor de tijd onneembare muren. Hierdoor konden de havenplaats en Athene ongehinderd met elkaar in verbinding staan.

[12]

De rijkdom van Athene werd getoond in de bouwwerken op de Acropolis. Aan het begin van de oorlog bezat Athene een zilver voorraad die voldoende was voor minstens tien jaar oorlogsvoering inclusief voeding voor haar inwoners. Op basis van de rijkdom heeft de oude staatsman Pericles de tactiek voor de eerste periode van deze oorlog uitgewerkt. Met instemming van de vrije mannen in de stad besloot hij dat Athene op het land de strijd zou vermijden: Athene trok zich terug achter haar muren en zij vertrouwde op haar vloot voor oorlogsvoering en voor de veilige toelevering van alle noodzakelijke middelen. Graan werd uit Egypte en het Zwarte Zee gebied aangeleverd. De Spartanen met bondgenoten mochten tijdens de oogsttijd rustig de velden rondom Athene plunderen; dit zou Athene niet schaden. Maar de boeren uit de omgeving die zich tijdens de plunderingen binnen de muren van Athene hadden terug getrokken, moesten handenwringend toekijken hoe hun oogst werd geplunderd of vernietigd. Later volgde een verdere vernedering: olijfbomen – waarmee zij nauw waren verbonden en die ook hun voorouders van oogst hadden voorzien – werden gerooid.

Deze stelselmatige vernederingen zorgden ervoor dat de stadstaat Athene binnen de muren overbevolkt was. Een plaag – die kwam uit Egypte? en leek op mazelen of tyfus? – vaagde een derde van de inwoners van Athene weg. Dit is verhoudingsgewijze een groter aantal doden dan de Spaanse griep die aan het einde van de eerste wereldoorlog meer slachtoffers maakte dan alle slachtvelden samen.

[13]

Er is nog een bijzondere speler: Alcibiades. Hij vervulde achtereenvolgens een leidende rol bij alle drie de hoofdrolspelers. Socrates zou Alcibiades het leven hebben gered tijdens de slag bij Potidaea. Alcibiades was onder meer promotor en een van de drie aanvoerders van Athene bij het avontuur op Sicilië. Toen dat avontuur op een catastrofe uitliep, vluchtte hij naar Sparta waar hij na verloop van tijd een belangrijke adviseur werd en Athene veel schade berokkende. Na onder meer een relatie met de vrouw van een Spartaanse koning moest hij daar vluchten. Hij ging naar Perzië waar hij een adviseur van een satraap werd. Vandaar moest hij weer vluchten en hij ging terug naar Athene voor hulp tijdens zeeslagen. Na een fout van een van zijn medewerkers moest hij Athene weer verlaten. Tussendoor werd hij nog Olympisch kampioen wagenrennen. Na zijn tweede vlucht uit Athene werd hij in Klein Azië in opdracht van een Perzisch satraap en op voorspraak van enkele Atheners vermoord [14].

  [15]

Alle vormen van openbaar bestuur liggen besloten in deze oorlog. Alle verschrikkingen komen hierin voor. Alle motieven voor oorlog zijn aan de orde. Het is een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen.

Het volgende bericht gaat over de roeiregatta bij Athene op weg naar Sicilië, het noodlot aldaar en de gevolgen hiervan.


[1] Vrije vertaling van: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. V

[2] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[3] Volgens het Boeddhisme bezit alles de Boeddha natuur. Een leerling vraagt de Zen meester Chao-Chou of een hond – in China een laag wezen – de Boeddha natuur bezit. Chao-chou antwoordt: “Mu”. Dit betekent “nee, leeg, niets”. Chao-Chou heeft ook “ja” gezegd tegen andere leerlingen. Deze koan vraagt een direct en volledig inzicht in deze vraag. Zie ondermeer  Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan) casus 1 en Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 57 voor een nadere toelichting op deze koan.

[4] In het Sanskriet betekent Krishna “zwart” of “donker”. Deze naam is samengesteld uit “kr” dat maken, doen of handelen betekent en “ish” dat “heersen, God” betekent waarbij de klank overeenkomt met het Duitse woord “Ich”. Krishna betekent ook “Handelen Gods”.

[5] Arjuna is een van de vijf broers die allen met één vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatige deel van het koninkrijk en voor het herstel van de eer van Draupadi en van de wereldorde. De naam Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent.

[6] Vrije vertaling van Dharmakshetra dat is samengesteld uit Dharma – letterlijk: plaatsen van voortdurende zelf/Zelf, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[7] Vrije vertaling van Kurukshetra dat is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat maken, doen of handelen betekent, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[8] Uit de openingsverzen van de Bhagavad Gita. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bhagavad_Gita

[9] Bronnen: http://en.wikipedia.org/wiki/Women_in_Ancient_Sparta onder “marriage” en Hughes, Bettany, Helen of Troy – Goddess, Princess, Whore. New York: Alfred A. Knopf, 2005

[10] Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 152

[11] Waarschijnlijk een afbeelding van Leonidas, een koning van Sparta in de tijd van de Perzische oorlog. Bron afbeelding: http://uk.ask.com/wiki/Spartan_Army