Tagarchief: druil

De wind in de zeilen


Rond 9 uur in de ochtend varen Carla, Man en Narrator op de buitenboordmotor door de veerhaven van Lauwersoog. De passagiers gaan aan boord van de ochtend veerboot van half tien naar Schiermonnikoog. Zij wuiven naar de kleine zeilboot. Carla en Man wuiven terug terwijl zij bezig zijn met het in gereedheid brengen van de zeilen: Narrator is al de kajuit ingegaan om te gaan slapen. Een van de vakantiegangers roept: “Goede vaart!”. Man roept terug: “Mooi dagen” en Carla: ”Goede vakantiedagen”. Een man op de veerboot roept: “Gaat lukken, het weer wordt goed!”.

Bij het verlaten van de haven zet Man de buitenboordmotor uit en kantelt deze uit het water. Daarna hijst Man met hulp van Carla de zeilen; eerst de fok en de druil en daarna het grootzeil van deze yawl-getuigde [1] zeilboot. Er waait een zachte bries uit het zuidwesten. Dan gebeurt het wonder: vanuit het niets bollen de zeilen licht flapperend en de boot wordt door de wind voortgedreven. Man trimt de zeilen zodat zij mooi strak staan en de boot goed op koers komt te liggen.

Na een half uur haalt de veerboot hen in; weer wuiven passagiers en Carla en Man naar elkaar. Narrator slaapt stil in de kajuit.

Veerboot[2]

“Over een half uur hebben wij een stroming van twee knopen mee; met deze wind zullen wij door deze stroming zo’n twee uur met een snelheid van zeven knopen varen en kunnen wij voorbij Het Rif richting Ameland ons om 12 uur laten droogvallen. Wij gaan dan lunchen en wachten op het volgende hoogwater aan tegen het einde van de middag om ons tegen het donker droog te laten richting Terschelling”, zegt Man.

“Zeven knopen is een aardige snelheid, want met een waterlijn van iets meer dan 5,80 meter is volgens de vuistregel “2.45 x wortel waterlijn (in meters) = rompsnelheid” met deze Drascombe Drifter een snelheid van een 5,90 knopen mogelijk”, zegt Carla.

“Misschien is het goed dat ik jou enkele aanwijzingen geef om de boot te bedienen wanneer mij iets overkomt. Je kunt in dat geval het beste op de motor naar een haven varen. Wanneer het gaat stormen dan is het verstandig om alleen de druil als zeil te voeren, want hierdoor blijft de boot met de kop in de wind en meestal de golven varen. Wanneer de motor uitvalt, dan is de boot uitstekend te varen met druil en fok. In geval van nood kun je altijd hulp inroepen of je kunt de boot aan laten landen bij een strand”, zegt Man.

Yawl[3]

“Behalve als het noodweer wordt, kunnen wij ons redden als het moet met de roeispanen. Laten we hopen dat het niet nodig is”, zegt Carla.

Na een kleine drie uren varen haalt Man het zwaard op, laat de boot droogvallen en strijkt de zeilen; Carla helpt hierbij. Op het tweepits gascomfort bakt Man eieren voor de lunch. Carla maakt Narrator wakker en zij pakt het brood, de borden en het bestek. Bij het weidse uitzicht van het droogvallend wad genieten zij van hun lunch.

“Nu begrijp ik waarom jij ons hebt uitgenodigd om hier naartoe te gaan. Met het wisselen van het tij, vloeien water en vaste grond – voortdurend complementair – oneindig veranderend in elkaar over, net als leegte en vorm. In de biografie van Narrator heb jij een passage uit de Hart Sūtra opgenomen [4] met de beginstrofe “Vorm is gelijk aan leegte, zoals leegte gelijk is aan vorm”. Tot nu toe heb ik “vorm” en “leegte” gezien als complementair net als “één” en “nul” in de informatica die via beeldschermen een volledig nieuwe menselijke communicatie gestalte geeft; zonder leegte geen vorm zoals zonder vorm geen leegte: beiden vormen elkaar door elkaar te vervangen net als letters op een leeg vel bij grafische vormgeving in de plaats van de leegte komt.

Hier op het Wad bij de wisselingen van het tij vervagen de grenzen tussen vorm en leegte; nog steeds brengen vorm en leegte elkaar tot leven. Nu zie ik beiden niet gescheiden en complementair, maar al voortdurend in elkaar vervloeiend”, zegt Carla.

Het Wad[5]

“Ja, ik ben steeds naar het Wad teruggekomen om dit schijnbaar tijdloos in elkaar overvloeien van getijden te beleven – volgens de strakke regelmaat van het tij – en tegelijkertijd steeds wisselend, steeds anders. Binnen een dag zeilen op het Wad wordt ik één met dit ritme en vervaagt mijn gejaagde alledaagse ego. Daarbij vraagt het discipline en overzicht om voortdurend zorg te blijven dragen voor een behouden vaart van de boot. Ik heb mij hier altijd onder alle omstandigheden – ook bij slecht weer en opkomende storm – thuis gevoeld”, zegt Man.

“Op mijn reis van mijn geboorteland Kenya naar Rome heb ik dezelfde ervaring van vervloeien van vorm en leegte gehad in de uitlopers van de woestijn en woestijnsteppe, op de boot op de Nijl en tijdens mijn bootreis over de Middellandse Zee; daarbij groeide ik naar een nieuw leven in een andere omgeving [6]. Nu in mijn leven als bhikṣu ben ik weer opgenomen in de eeuwige baarmoeder van moeder aarde; en de wind neemt mij mee in vluchtigheid van vorm en leegte”, zegt Narrator.

“Misschien een idee: zullen wij “verandering” – de volgende gangbare werkelijkheid op onze zoektocht naar “Wie ben jij” – in Afrika (bijvoorbeeld in Kenya) gaan onderzoek? Ik ben nog nooit in Afrika geweest en voor jullie is het een mooie gelegenheid om ernaar terug te keren. Reis en verblijf kan ik eenvoudig uit mijn middelen bekostigen. Misschien iets om aan het einde van deze boottocht op terug te komen.

Vorm en leegte zijn volgens mij de kernbegrippen van de Hart Sūtra. Wat betekent de titel van deze Sūtra in het Sanskriet”, vraagt Man aan Narrator.

“Zullen wij de Sūtra uit het Sanskriet gaan vertalen?”, vraagt Narrator.

“Dat is een stille wens van mij. Hierdoor kan mijn studie Sanskriet van nut zijn voor alles en iedereen. Zonder jouw hulp gaat het niet”, zegt Man.

“Goed idee. Dan vul ik aan vanuit mijn achtergrond en algemene kennis”, zegt Carla.

“Laten wij beginnen met de titel van de sūtra. De volledige titel “prajñāpāramitā hṛdaya sūtra” wordt vaak vertaald met “Volmaakte overdracht van het hart – of de kern – van wijsheid” [7].
Mijn vader heeft mij de betekenissen van “prajñāpāramitā”, “hṛdaya” en “sūtra” uitgelegd door te wijzen op de verschillende delen van deze woorden in hun samenstelling.

Volgens mijn vader bestaat het woord “prajñāpāramitā” uit de hoofddelen “prajñā”, “pāra” en “mitā”.

Het woord prajñā – meestal met wijsheid vertaald – is samengesteld uit pra en jñā, waarvan:

• pra de betekenissen van “voor, vooruit, aan de voorzijde, vandaan, excessief” en “vullen, vervullen, positief waarderen” – net zoals het Latijnse woord “pro” als tegenstelling van “contra” – heeft en
• jñā de betekenissen van “kennis, begrijpen, ervaren, herinneren, bekend met” bezit [8].

In de samenstelling krijgt “prajñā” de betekenis van (levens-)wijsheid, intelligentie, kennis, onderscheid en/of het oordeel van een wijze of verstandige vrouw/moeder. Met deze laatste duiding wordt verwezen naar “tao” of “levensweg” in het eerste hoofdstuk van de Tao Te Ching waarin “tao” – in de vorm van “naam” – is de “moeder aller dingen” [9]”, zegt Narrator.

Tao[10]

“Ik heb ergens gelezen dat het Boeddhisme drie vormen van “prajñā” of wijsheid onderscheidt:
• wijsheid binnen de alledaagse wereld, waarbinnen het tijdelijke binnen ons leven als permanent wordt gezien, waar illusies als werkelijkheid worden ervaren, en waar het vergankelijke ego als absoluut zelf wordt beschouwd. Veruit de meeste mensen leven binnen het kader van deze wijsheid.
• wijsheid binnen de metafysische wereld, waarbinnen de permanente verschijningsvormen als tijdelijk worden gezien, waar werkelijkheid als een illusie wordt ervaren, en waar de verschijningsvormen met een “zelf” gezien worden als zonder zelf. Deze wijsheid is bereikbaar met meditatie en filosofie.
• wijsheid die de alledaagse en metafysische wereld overstijgt waarbinnen de verschijningsvormen als noch tijdelijk noch permanent worden gezien, noch puur en onzuiver worden ervaren, noch voorzien van een “zelf” en/of “zonder zelf” worden gezien, en waar alles onbevattelijk en onuitspreekbaar is.

Waar alledaagse en metafysische wijsheid resulteren in een hang naar verschijningsvormen, illusies en kenmerken, blijft de derde vorm van wijsheid hiervan gevrijwaard [11].

Welke wijsheid wordt hier in het Sanskriet aangeduid?”, vraagt Man aan Narrator.

“Mijn vader zei dat “prajñā” voorafgaat aan alle wijsheid zonder eraan voorbij te gaan: het omvat Al en Een zonder voorbij te gaan aan de verscheidenheid der dingen in ons dagelijks leven, aan de ideeën en gedachten in de wetenschap en aan de kennis en wijsheid van het onbevattelijke en uitspreekbare”, zegt Narrator.

“Jouw vader is een wijs man”, zegt Man.

“In al zijn beperkingen en gebondenheid. Zal ik verder gaan met pāramitā?”, vraagt Narrator.

“Dat is goed”, zeggen Carla en Man.

“Het woord “para” komt in het Sanskriet in de volgende drie vormen voor met als betekenis:
• pāra: oversteken, naar de andere kant, naar de andere oever, wachter, vervullen, doorstaan, beëindigen. In het Boeddhisme wordt verlichting soms met de metafoor “de andere oever” geduid.
• parā: weg, vandaan
• para: hoogste, opperste, oud, afgelegen, vreemd en ook soms best of slechts.
Hier wordt de eerste vorm en betekenis van het woord gebruikt; mijn vader voegde eraan toe dat bij een van de vormen van het woord para, de andere vormen altijd zachtjes meeklinken.
Het hoofddeel “mitā” is de nominativus (of onderwerpsvorm) meervoud van het woord “mita” – verwant aan het Latijnse werkwoord “mittere” met de betekenis “doen gaan” of “zenden” en “laten gaan” – dat in het Sanskriet “gevestigd, stabiel, afgewogen, iets bevatten, matig, van een goddelijke orde” betekent.

Door deze analyse krijgt “prajñāpāramitā” naast “perfecte wijsheid” ook de verwijzing naar “tao” uit het eerste hoofdstuk van de Tao Te Ching als “naam” die als naam niet de “Onsterfelijk Naam” wordt maar de “moeder aller dingen” enerzijds in duiding en anderzijds in vluchtigheid en onvermijdelijkheid.

In het Boeddhisme wordt hier vaak – met een creatieve uitleg van pāramitā dat samengesteld is uit “pāra” en “ita” dat “gaan”, “terugkeren”, “verkrijgen” en “herinneren” in het Sanskriet betekent en daardoor in het samenstel “gaan/terugkeren/herinneren van de andere zijde” [12] – de wijsheid van “de andere oever” en wijsheid van de staat van verlichting bedoeld waarbij de “de andere oever” door de stroom of de bron met “de ene oever” van het leven van alledag verbonden is [13], net zoals in de metafoor van de cycloon de kern door een muur van wind verbonden is met de tollende tropische storm.

Het woord “hṛdaya” wordt meestal vertaalt met het “hart” of “binnenste van een lichaam” en “hart, kern, essentie, beste, dierbaarste of meest verborgen/geborgen deel van iets” [14]. Dit woord hṛdaya bestaat volgens mijn vader uit de delen “hṛ”, “da” en “ya” met de betekenissen:
• “hṛ” dat “nemen, meenemen, stelen en offeren” betekent – zoals in de vee-cyclus [15], waardoor deze werkwoordkern mogelijk verwant is aan het Duitse woord “Herr” – en “vernietigen/verliezen (ook van het eigen ego), ontvangen, overwinnen, fascineren”
• “da” dat “geven”, “offeren”, “voortbrengen” en “afsnijden – volgens mijn vader scheiden van het “Al en Een”” – betekent
• “ya” dat “beweger” en “drijfveer” aanduidt. Mijn vader was van mening dat “ya” nauw verbonden is met “yaj” in de betekenis van “offeren”, “geven voor een hoger – Goddelijk/hemels – doel”. Mijn vader gebruikt dit werkwoord altijd in de vorm van “yayate”, waarbij de vrucht van de actie van offeren en geven aan de gever of het Alomvattende zelf toekomt en het misschien ook wel “Gods gave” in volkomen wederkerigheid is. Hij zei hierbij dat “ya” nauw verbonden is met ons woord “ja” ter positieve instemming, en bevestiging. In Holland gaat “ja” – met de handelsgeest altijd in het achterhoofd – al snel over in een overeenkomst, maar ik denk dat mijn vader doelt op de erkenning van de ander en de instemmende grondhouding voor de ander.

Door ook de betekenis van de delen van “hṛdaya” te bezien, krijgt dit woord naast “hart of binnenste van een lichaam” en “hart, kern, essentie, beste, dierbaarste of meest verborgen/geborgen deel van iets” ook de betekenis van een “lege kern” zoals in een cycloon of waterhoos met vergaande gevolgen voor alles en iedereen.

Hart[16]

In het woord “sūtra” zijn de twee kernen “sū” en “tṛ” te zien waarbij “sū” in de Vedische tijd en in samenstellingen van woorden de betekenis “goed” heeft en later is de betekenis overgegaan in “scheppen, voortbrengen, tot leven brengen, produceren, toestaan en schenken”. En “tṛ” heeft de betekenis “oversteken”.

Met deze aanvulling van mijn vader krijgt de gebruikelijke vertaling “Volmaakte overdracht van het hart – of de kern – van wijsheid” een verbreding, transparantie en tegelijkertijd een vluchtigheid als het leven zelf. Eigenlijk doelt deze titel op het leven zelf, in al haar rijkdom en facetten”, zeg Narrator.

“Tijdens jouw uitleg dacht ik voortdurend aan de parels en de alle afzonderlijke weerspiegelingen in de metafoor van “Indra’s Net”. Bij de metafoor van Indra’s Net heb ik tot nu toe altijd gedacht aan ingang tot het onkenbare. Met jouw toelichting – aangevuld met jouw vaders wijsheid – op de titel in het Sanskriet van de Hart Sūtra is mij duidelijk dat Indra’s Net ook een metafoor is voor ons leven van alledag”, zegt Carla.

“Bij een nadere bestudering gaan alle serieus religieuze beschouwingen voortdurend over hetzelfde. Het is tijd om deze uitgebreide lunch te beëindigen en de borden en bestek af te wassen. Wij moeten ons weer voorbereiden op het volgende deel van onze vaart tijdens het komende hoogtij voorbereiden. Vanavond zullen wij nadat wij weer zijn drooggevallen, in het donker moeten eten. Wij moeten nu de afwas doen, want dat gaat niet goed in het donker voor de avondmaaltijd. Trouwens mijn moeder zij dat alleen Bohemiens voor het eten afwassen. Ik heb niets tegen Bohemiens, maar een opgeruimde boot vaart prettiger”, zegt Man.

“Hebben wij genoeg water voor de vaat?”, vraagt Carla.

“Ik zal een keteltje water koken: dat moet genoeg zijn wanneer wij de borden en bestek met zeewater voorspoelen”, zegt Man.

Na de afwas komt langzaam het hoogtij op. Man en Carla maken de boot klaar om weg te kunnen varen.

“Tijdens het droogvallen heb ik de voorkant van de boot zo kunnen plaatsen dat wij dadelijk met de stroom mee kunnen wegvaren. Wij hoeven de boot niet tegen de stroom in naar dieper water te brengen. Daar komt het tij al op tussen Schiermonnikoog en Ameland. Dadelijk wanneer ik het sein geef graag het anker inhalen”, zegt Man.

Met het opkomen van het tij varen zij weg naar de volgende aanlegplaats om droog te vallen.

[1] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Yawl
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Wagenborg_(rederij)
[3] Voorbeeld van een yawl-getuigde zeilboot. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Yawl
[4] Zie: Leben, Man, Narrator Nārāyana – Een weg – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 110 – 112
[5] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Wattenmeer_(Nordsee)
[6] Zie: Leben, Man, Narrator Nārāyana – Een weg – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 31 – 36
[7] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Heart_Sutra Zie: Lopez, Donald S., The Heart Sutra explained. Delhi: Sri Satguru Publications, 1990, p. 21 – 31. Zie: Red Pine (Bill Porter), The Heart Sutra. Washington D.C.: Shoemaker & Hoard, 2004, p. 29 – 40
[8] Bron voor vertalingen uit het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.
[9] Zie: Red Pine (Bill Porter), Lao-Tzu’s Tao Te Ching (revised edition). Port Townsend: Copper Canyon Press, 2006, p.2
[10] Afbeelding van een symbool dat vaak wordt gebruikt om Tao en uitwerking aan te duiden. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Tao
[11] Bron: Red Pine (Bill Porter), The Heart Sutra. Washington D.C.: Shoemaker & Hoard, 2004, p. 30 – 31
[12] Bron: Lopez, Donald S., The Heart Sutra explained. Delhi: Sri Satguru Publications, 1990, p. 21-22
[13] Bronnen: Lopez, Donald S., The Heart Sutra explained. Delhi: Sri Satguru Publications, 1990, p. 21-22 en Red Pine (Bill Porter), The Heart Sutra. Washington D.C.: Shoemaker & Hoard, 2004, p. 32
[14] Bron voor vertalingen uit het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta
[15] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 94 – 95
[16] Afbeelding van 3D echocardiogram van een menselijk hart. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Heart

Advertenties

De Wind neemt jou mee


Carla, Man en Narrator hebben de zon zien opkomen. Zij zitten in de auto te wachten op de havenmeester voor het afhandelen van enkele formaliteiten, voordat zij kunnen beginnen aan hun zeiltocht op de Waddenzee.

“Na jullie uitleg van het woord “śūnyatā” – via de kern van een wervelstorm – begrijp ik veel beter de symboliek van de met zwarte inkt geschilderde cirkel die Japanse Zen meesters in één vloeiende kwastbeweging kalligraferen. Wat is de naam voor deze schildering van een cirkel?”, vraagt Carla.
Enso[1]

“De Japanse naam voor deze cirkel is “ensō” en de cirkel symboliseert een minimale eenvoud– zoals de kern van de cycloon in de metafoor voor “śūnyatā” –, volkomen verlichting, kracht, elegantie, het volledige universum en leegte zoals in het woord “śūnyatā” in het Sanskriet. De spirituele oefening van het ensō-schilderen en van Japanse kalligrafie met zelfverwezenlijking als doel wordt in Japan “hitsuzendō” – of weg van de kwast – genoemd. Daarbij illustreert “ensō” de verschillende vormen van “wabi-sabi” [2] of de alomvattende Japanse wereldbeschouwing en esthetiek in de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie via:

• Fukinsei (asymmetrie, onregelmatig),
• Kanso (eenvoud),
• Koko (basaal; verweerd),
• Shizen (zonder pretentie; natuurlijk),
• Yugen (subtiele diepgaande gratie),
• Datsuzoku (vrijheid) en
• Seijaku (rust) [3].

Deze alomvattende wereldbeschouwing van vergankelijkheid en imperfectie – hoezeer er tijdens het onderhoud ook wordt gestreefd naar de drie R’en van rust, reinheid en regelmaat – is te zien in Japanse tuinen.

Japanse tuin[4]
Zeilen in een kleine boot doet een groot beroep op dezelfde alomvattende wereldbeschouwing van vluchtigheid en imperfectie in combinatie met de drie R’en van rust, reinheid en regelmaat ook bij ruw weer met hoge golven”, zegt Man.

“Net voordat wij gistermiddag bij jouw vriend aanbelden om de sleutels van zijn auto op te halen, zei jij tegen ons dat het een basale auto zou zijn. In mijn ogen hebben wij uiterst comfortabel gereisd in een zeer luxe limousine. Hoe past de Skoda Superb in het Japanse wereldbeeld van basaal, verweerd, zonder pretentie? Een overjarige basale Renault 4 uit de swingende eind jaren 60 – comfortabel deinend over de weg – zou beter passen binnen het wereldbeeld van “wabi-sabi”, of vergis ik mij?”, zegt Carla.

Renault 4[5]

“Jij hebt – vanuit jouw standpunt bezien – volkomen gelijk. Alles is relatief: ook de afmeting en luxe van auto’s van mijn vriend. Tot zijn pensioen is hij 40 jaar actief geweest in de bouw; de laatste 25 jaren als bestuurder van grote bouwbedrijven, voordat hij samen met mij een kleiner bedrijf oprichtte voor modulair bouwen. In zijn wereld van bestuursactiviteiten moet – om te overleven – succes en welstand worden getoond met het bezit van overdadige huizen en de laatste modellen auto’s uit de absolute topklasse. Na zijn pensionering heeft hij op mijn aanraden een bescheiden auto uit de middenklasse gekozen waarin zijn zoons die bijzonder lange benen hebben, ook achterin goed kunnen zitten. In de beleving van mijn vriend is een Skoda Superb Combi een zeer eenvoudige auto; na de aanschaf van deze auto werd hem als grap gevraagd of hij naast zijn pensioen als taxichauffeur moest bijverdienen: zijn omgeving wist wel beter. Hij woont nu in een – voor zijn doen – eenvoudig huis dat via ons vroegere bedrijf is ontworpen en gebouwd”, zegt Man.

Modulair huis[6]

“Heeft jouw vriend in zijn gloriejaren ook enkele sportauto’s gehad?”, vraagt Carla.

“Nee, dat past niet bij hem. Hierover zei hij dat wanneer je jong genoeg bent voor een sportauto, dan heb je er het geld niet voor; en wanneer je er wel het geld voor hebt, dan ben je te oud om er goed in te kunnen zitten. Eigenlijk is het een sobere man, maar in de bouwwereld kwam het geld hem aanwaaien. Hij heeft met ieder project binnen enkele jaren vele miljoenen verdient: dus na zo’n 20 projecten was hij een zeer welvarend man. Na de dood van zijn vrouw is hij – gezien zijn achtergrond – sober gaan leven; hij was toen 60 jaar oud. Hun huwelijk is kinderloos gebleven; zij hadden twee adoptiezonen en hij had en heeft – voor zover ik weet – geen interesse in andere vrouwen. Een half jaar na de dood van zijn vrouw heeft hij mij gevraagd om samen het modulair bouwbedrijf te starten. In die tijd hadden wij allebei een behoefte aan een nieuw doel in ons leven en met dit bedrijf hebben wij dat gevonden.
Nee, sportauto’s interesseren hem echt niet: dat past niet bij zijn Joodse achtergrond. Hij krijgt voldoening van het helpen van anderen. Mijn vriend heeft vele bekenden binnen zijn omgeving financieel uit de brand geholpen, en uit de winst van ieder project gaf hij zeker 10 % weg aan goede doelen [7]: op dit punt is hij een ouderwetse man”, zegt Man.

“Misschien is de alomvattende wereldbeschouwing “wabi-sabi” samen met de drie R-en van rust, reinheid en regelmaat ook mogelijk in grote welstand”, zegt Carla.

“In zijn latere leven is hij er in mijn ogen een voorbeeld van, met een goede balans tussen de volgende tien eigenschappen voor Joods spiritueel leiderschap:

1. Opofferingsgezindheid,
2. Betrokkenheid,
3. Inspiratie
4. Dienstbaarheid
5. Overzicht
6. Onbaatzuchtigheid
7. Eerbied voor voorgangers
8. Afkeer van autoriteit
9. Praktiseren wat zij/hij preekt
10. Leiding zonder structuur

Binnen zijn omgeving vervulde hij een rolmodel voor anderen”, zegt Man

“Hoe is zeilen in jouw leven gekomen”, vraagt Narrator.

“Zoals mijn vriend zijn leefwijze voortdurend heeft aangepast aan de levensfase waarin hij zich bevond, zo hebben de zeilboten zich in mijn leven aangepast aan mijn leefwijze; ik heb hier geen moeite voor gedaan: het is steeds zo gelopen.

Als jongen aan het begin van de lagere school was ik – rondom een plas in het Beatrixpark bij ons vroegere huis in de Amsterdamse rivierenbuurt – altijd in de weer met zelfgemaakte modelbouw zeilboten. Aan de andere kant van de plas haalde ik de bootjes weer op. In de omgeving van het dorp van mijn peetouders in Zuid Limburg waren alleen kleine meanderende riviertjes; dus geen mogelijkheid om te zeilen. Na mijn verhuizing naar Rotterdam ben ik met klasgenoten gaan zeilen, eerst op de Bergsche Plassen in een kleine oefenboot en niet veel later op de Rottemeren in een Valk. Aan het einde van de Middelbare schooltijd trokken wij in lange weekenden en vakanties met enkele zeilboten kamperend door Zuid Holland.

Valk[8]

Tijdens mijn studententijd ben ik op een 10 meter zeilboot van de vader van een mijn studiegenoten gaan zeezeilen rondom de Noordzeekust. Op deze boot heb ik mijn praktijkopleiding tot zeezeiler gekregen. Na mijn studie ben ik vaak met vrienden gaan zeilen die een zeewaardige zeilboot hadden.

Nadat ons gezin naar Amsterdam was verhuisd en wij een stabiel inkomen uit handel in bouwmaterialen hadden gekregen, heb ik een zeewaardig Noorse 7,70 meter lange Folkboot [9] gekocht. Hiermee heb ik met vrienden en bekenden vele weekenden en vakanties op de Noordzee en het IJsselmeer doorgebracht. Mijn vrouw en kinderen hielden niet van het – in hun ogen – Spartaanse bestaan aan boot; zij waren trouwens snel zeeziek.
Noorse Folkboot[10]

Toen de kinderen klein waren heb ik met hen in een Optimist op meren in de buurt van Amsterdam gevaren; aan het einde van de lagere school veranderde hun interesses en ik heb deze boot vrij snel overgedaan aan bekenden met nog kleine kinderen die wilden leren zeilen.
Optimist[11]

Bij de aanvang van de voettocht naar het graf van mijn moeder [12] is de Noorse Folkboot uit mijn leven verdwenen; een bevriend paar heeft deze praktische boot van mij overgenomen met het plan om een halve wereldreis: zij hebben met deze boot een deel van de wereld rond gezeild.

Tussen de mijn scheiding en mijn werk voor het modulair bouwbedrijf zijn er geen zeilboten in mijn leven geweest. De wind voerde mij over land naar vele plaatsten [13].

Met het vinden van een vaste voet binnen de wereld van modulair bouwen zijn er weer twee typen zeilboten in mijn leven gekomen. Eerst heb ik een ruim 4 meter lange Laser [14] zeilboot gekocht, waarmee ik op vele meren in Europa voor mijn plezier ben gaan spelevaren: de Laser paste op de imperiaal van mijn stationcar. Na mijn 70st verjaardag heb ik afscheid genomen van deze boot: het vervoeren en zeilen van deze boot werd mij te zwaar.

Laser[15]

Voor de vakantieperioden heb ik na mijn pensionering nieuwe versies van een Folkboot gekocht: eerst een 6,63 meter lange Drascombe Coaster met een kleine cabine. Deze boot is enkele jaren later ingeruild tegen een door mij aan de huidige tijd aangepaste Drascombe Drifter met net even meer comfort aan boot. Dadelijk laat ik jullie de aanpassing zien. Beide boten kan ik door een druil – een tweede zeil aan de achterzijde van de boot – makkelijk alleen bedienen en op keurs te houden. Door haar vorm en tuigage is de boot redelijk stormvast”, zegt Man.

Drascombe Drifter[16]

“Is zo’n kleine boot zeewaardig genoeg?”, vraagt Narrator.

“Ook dit is relatief. Met dezelfde boten is door een goede bemanning naar de andere kant van de wereld gevaren. Maar ik zou met mijn boot niet graag Kaap Hoorn ronden. Voor een volwaardige zeewaardigheid mist de boot een aantal zaken, zoals een volwaardige reling. Zelf heb ik mijn boot voorzien van dichte luchtkamers opgevuld met schuim, opdat zij – ook omgeslagen – altijd blijft drijven. Bij hoge brekende golven die van schuin achter komen, slaan zeilboten vrij makkelijk om [17] ”, zegt Man.

“Gelukkig belooft het de komende lentedagen mooi zeilweer te worden met niet al teveel wind”, zegt Carla.

“Het is goed om met een zeilboot altijd op alles voorbereid te zijn. In 1983 tijdens Hemelvaart beloofde het in Nederland een mooie zeildag te worden met een temperatuur van 14 graden, matige zuidenwind, opklaringen en in de loop van de middag een enkele bui, maar halverwege de middag raasde onverwachts een korte zware storm met windstoten van plaatselijk windkracht 11 over Nederland [18]. Twee vrienden en ik waren van plan om die dag voor een lang weekend met mijn Noorse Folkboot van Muiden via het IJsselmeer naar de Waddenzee te zeilen.

Halverwege de middag zagen wij in de verte een pikzwarte lucht naderen. Heel snel hebben wij bijna al het zeil gestreken en de boot volledig storm klaar gemaakt. Tien minuten later zaten wij in een zeer zware storm die gelukkig minder dan een half uur duurde. Met goed zeemanschap en een zeewaardige boot is voor ons alles goed afgelopen, maar die middag zijn een aantal watersporters in de storm omgekomen. De rest van de dag hebben wij hulp verleend aan zwaar gehavende boten. Het verdere weekend is in de thuishaven opgegaan aan het repareren van de gelukkig beperkte averij aan mijn boot”, zegt Man.

“Gelukkig zijn er op de Waddenzee geen tropische cyclonen. Ik heb wel eens gelezen dat er in de zomer en in het begin van het najaar – wanneer het zeewater redelijk warm is – waterhozen onder wolken kunnen optreden”, zegt Carla.

“Dat is waar, ik heb deze waterhozen [19] een paar keren gezien op de Waddenzee. Boven land verliezen deze windhozen meestal snel aan kracht, maar op zee kunnen zij behoorlijke schade aan de zeilen veroorzaken en de boot kan gemakkelijk omslaan”, zegt Man.
Waterhoos[20]

“Is er ook rust in de kern van een waterhoos”, vraagt Narrator.

“Ik denk dat de diameter van het oog van een waterhoos te klein is om dat bewust te ervaren [21]. Het oog van een tropische cycloon kan een doorsnede hebben van 30 tot 50 km [22]”, zegt Carla.

“Om terug te komen op de kern. Als wij terugkijken op ons leven, hebben wij voldaan aan de tien eigenschappen van Joods spiritueel leiderschap?”, vraag Narrator.

“Ik weet niet of ik spiritueel leiderschap heb nagestreefd. Maar als ik deze eigenschappen bekijk zonder dit streven dan heb ik ernstig gezondigd tegen “eerbied voor voorgangers”; dit komt voort uit mijn karakter en mijn positie als buitenbeentje in de samenleving. Ik had ook iets meer inspiratie aan anderen mogen bieden en iets meer openheid betonen over mijn onderzoeken. Indertijd vond ik deze openheid te gevaarlijk, nu zie ik de betrekkelijkheid van het gevaar en van mijn leven beter in”, zegt Carla.

“Ik heb mijn best gedaan, maar meestal ben ik niet geslaagd om de alomvattende wereldbeschouwing van “wabi-sabi” met de aanvaarding van vergankelijkheid en imperfectie een waardige plaats in mijn leven te geven. Tot middelbare leeftijd heb ik geprobeerd om zekerheid voor mijn naasten te verschaffen, maar op dit punt is mijn intentie volledig mislukt: ik het met dit streven mijn vrouw en kinderen van mij vervreemd. Net als jij ben ik een zondaar tegen het voorschrift “eerbied voor voorgangers”: ik probeer mijn best te doen, maar dat is in mijn ogen niet genoeg”, zegt Man.

“In mijn eerste drie incarnaties – eerst als Kṛṣṇa en kindsoldaat, daarna als idool in Amsterdam, vervolgens als speler in de spiegelpaleizen van geheime diensten – heb ik ernstig gezondigd tegen verschillende (steeds andere) eigenschappen. Als Bhikṣu – of bedelmonnik – in mijn laatste incarnatie in dit leven, is het mij vanzelf afgegaan om te leven naar al deze eigenschappen; het is geen verdienste, met de afwezigheid van ieder streven zijn deze eigenschappen vanzelf in mijn leven gekomen”, zegt Narrator

“Daar komt de havenmeester. Ik moet met hem nog enkele formaliteiten afhandelen en ik wil hem vragen naar de laatste informatie over stromingen en verplaatsing van ondiepten. Ik zal hem ook een karretje vragen om onze spullen naar de boot te brengen”, zegt Man.

“Denk jij dat wij op tijd zijn om met het ochtendgetij de Waddenzee op te kunnen varen?”, vraagt Narrator aan Man.

“Dat gaat zeker lukken, waarschijnlijk varen wij binnen een half uur op de motor weg”, zegt Man.

Man gaat met de havenmeester naar zijn kantoor. Carla en Narrator brengen met een karretje al hun bagage, en de foerage voor een kleine week naar de boot en leggen deze in de kajuit. Even later komt Man naar de boot en met zijn drieën bergen zij alles – volgens aanwijzing van Man – op de juiste plaats. Een half uur varen zij op de motor uit de jachthaven naar de Waddenzee.

[1] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Ens%C5%8D
[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Wabi-sabi
[3] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Ens%C5%8D
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Wabi-sabi
[5] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Renault_4
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Huf_Haus
[7] Bron: Maleachi 3:10 (boek en profeet uit de Tanakh (Hebreeuwse bijbel; zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Tanakh). Zie ook: http://www.nik.nl/2010/01/parsja-simchat-tora-wezot-haberacha/
[8] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Valk_(boot)
[9] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Folkboot en http://en.wikipedia.org/wiki/Nordic_Folkboat
[10] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacht_(scheepstype)
[11] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Optimist_(Bootsklasse)
[12] Zie: Drift, Carla, Man Leben: Een leven – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 53 – 54
[13] Zie: Drift, Carla, Man Leben: Een leven – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 50 – 111
[14] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Laser_(dinghy)
[15] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Laser_(dinghy)
[16] Bron afbeelding: http://www.nauticaltrek.com/12395-drascombe-drifter-a-vendre
[17] Zie ook: Bruce, Peter, Adlard Coles’ Zwaarweerzeilen. Haarlem: Uitgeverij Hollandia B.V., 2010, p. 26
[18] Bron: http://www.kb.nl/dossiers/nederland-algemeen/zomerstorm-hemelvaartsdag-1983
[19] Zie ook: een youtube film van een windhoos bij Ameland: https://www.youtube.com/watch?v=QhpwuC8udzc
[20] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Waterspout
[21] Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Tropische_cycloon