Tagarchief: Duitsland

Bevrijd en gebonden


Nadat Carla, Man en Narrator de Engelse kerk hebben bezichtigd, lopen zij naar de Katholieke Begijnhof kapel. Bij de ingang vertelt Man:

“In het voorjaar van 1942 heb ik in deze Katholiek kapel met de officiële naam H.H. Johannes en Ursulakapel de eerste sacramenten [1] van het Katholieke geloof ontvangen. In 1671 is deze kapel als schuilkapel begonnen door twee woonhuizen binnen het Begijnhof samen te voegen tot een kerkruimte. Het toenmalige stadsbestuur keurde de plannen voor deze verbouwing goed op voorwaarde dat van buitenaf niet te zien was dat er een Katholieke kapel was gevestigd.
Katholieke Begijnhof kapel buitenzijde[2]
Met de ontvangt van de eerste sacramenten veranderde mijn geloof voor de buitenwereld in deze Katholieke Begijnhof kapel van Joods naar Katholiek. Via vrienden van mijn tante bij de Burgerlijke stand in Rotterdam heb ik enkele dagen later mijn andere naam Hermanus Maria Jacobus Leben met bijbehorende identiteitspapieren gekregen; van dat moment was mijn naam Man Leben in plaats van Levi Hermann. Met deze andere papieren identiteit ben ik via een aantal tussenstappen in Zuid Limburg op de boerderij van mijn peetouders aangekomen [3]. Hoewel ik op hun boerderij de mooiste tijd van mijn leven heb gekend, is mijn vrije weergave van het gedicht door Rudyard Kipling [4] over het verlies van zijn zoon tijdens een gevecht op het Westelijk front in de Eerste Wereldoorlog lang in mijn leven gebleven:

Heeft U nieuws over mijn moeder?
Niet dit tij
Wanneer denkt U dat zij zal wederkeren?
Niet met het waaien van deze wind en niet dit tij

Heeft iemand iets over haar gehoord?
Niet dit tij
Voor wat is verdwenen, keert niet weerom
Niet met het waaien van deze wind en niet dit tij

“O, waar kan ik troost vinden?”
Niet dit tij, noch een ander tij,
Behalve dat zij gaf haar kind —
met het waaien van die wind aan dat tij.

Dan hou mijn hoofd omhoog te meer,
Dit tij en ieder tij;
want ik ben haar zon
gegeven aan het waaien van die wind en dat tij! [5]

Veel later, veel later bij de voorbereiding van het zeggen van Kaddhish ter nagedachtenis van mijn moeder kwam de volgende haiku in mijn leven:

De wind neemt U mee
Vluchtig en onafwendbaar
Uit het dodenrijk

Na het eren van mijn moeder en vader volgens de Joodse dodenherdenking Kaddish [6] is de volgende haiku in mijn leven gekomen. Deze haiku draag ik steeds met mij mee waar ik ga en sta.

Waar ik ga en sta
Uw stem en Uw aangezicht
Dit tij en ieder tij

De lange versie van deze haiku is het volgende gedicht:

Waar ik ga, waar ik ook sta
Dit tij en ieder tij
Met het waaien van de wind hoor ik Uw stem

Waar ik ook ga, waar ik ook sta
Dit tij en ieder tij
Met het waaien van de wind bent U nabij

In iedere stem, hoor ik
In ieder gezicht, herken ik
Dit tij en ieder tij
Uw aangezicht

Waar ik ga, waar ik sta
Dit tij en ieder tij
Het verglijden van mijn leven
Uw aangezicht

Laten wij de kapel binnengaan”, zegt Man.

“Wat was jij eenzaam”, zegt Carla.

“Een te samen, al een, nooit eenzaam zoals jij in de gestolde tijd. Laten wij de kapel binnengaan”, zegt Man.

Carla, Man en Narrator gaan de Katholiek Begijnhof kapel binnen.
Katholieke Begijnhof kapel binnenzijde[7]
Na het bezichtigen van de kapel gaan Carla, Man en Narrator iets drinken op het Spui.

“Een lange tijd zijn mijn herinneringen aan de Katholieke Begijnhof kapel vaag en diffuus geweest, maar nu ik oud ben, lijkt het of mijn doop, vormsel en eerste communie gisteren hebben plaatsgevonden, zo duidelijk zie ik en ruik ik deze gebeurtenissen uit mijn herinneringen weer.

Ook herinner ik mij mijn afkeer van de priester die mij de eerste sacramenten van de Katholieke kerk heeft toegediend. Een afkeer van autoriteiten is een constante in mijn leven. Van jongs af aan wilde ik in deze wereld zo min mogelijk met macht te maken hebben, want dat bracht mij niets goeds. Nu moet ik – met schaamte – mijn vergissing toegeven voor de invloed en vooral in die tijd de moed van de priester in Katholieke Begijnhof kapel; aan hem heb ik mijn verdere bestaan te danken.

Hoewel deze priester waarschijnlijk het Katholieke kerkrecht volgde, ging hij – met gevaar voor eigen leven – in ieder geval voorbij aan de profane voorschriften van de bezetter in Nederland en hij ging ook voorbij aan een openlijke stroming van anti Judaïsme in de Christelijke kerk sinds deze kerk onder Constantijn de officiële kerk in het Romeinse Rijk was geworden.

Het anti Judaïsme in het Christendom heeft waarschijnlijk zijn oorsprong in de gebruikelijk rivaliteit tussen religies onderling in de strijd om te overleven, en heeft vorm gekregen in de strijd om de onderlinge overheersing en in het streven naar zuiverheid van geloof.
Voordat de Christelijke kerk onder Constantijn in praktijk de officiële kerk van het Romeinse Rijk werd, hadden de Christenen te maken met vervolgingen. Daarbij hadden zij zich op veel plaatsen in Klein Azië te plooien naar de Joodse leefregels en wetgeving. De Christenen konden hun sluimerende en soms openlijke afkeer van het Joodse geloof alleen in woorden, preken en geschriften uiten. Het Christelijk geloof was voorgekomen uit en bouwde verder op het Joodse geloof en leefregels, maar net zoals pubers afstand nemen van hun ouders om hun eigen levenspad te gaan, zo namen de Christenen afstand van – en kwamen soms in opstand tegen – het Joodse geloof en de Joodse wetgeving en leefregels. Op welke wijze de Christenen in Klein Azië zich in die tijd ook afzetten tegen de Joden, als afstammelingen van de Joden – op weg naar zelfstandigheid – bleven beide geloven nauw met elkaar verbonden. Ook een zeer aanzienlijke groep Christenen – Judaïsanten [8] genoemd – bleven sympathiseren met het Jodendom: naast de Christelijke zondagsrust volgenden zij de Sabbatrust, zij vastten met de medechristenen en hielden zich aan de joodse vastenregels, zij vierden in de kerk het Christelijke paasfeest en in eigen kring het Joodse Pesach. De Christelijke kerkleiders – strevend naar zuiverheid van geloof – waren niet ingenomen met deze mengeling van beide geloven; zij wilden de geloofsvernieuwing van het Christelijke geloof vestigen en voor eeuwig bestendigen waarmee tegelijkertijd verstarring, hiërarchie en autoriteit de plaats van vernieuwing binnen het Christelijk geloof in ging nemen. Daarbij wilden de Christelijke kerkleiders in hun strijd tegen het heidendom een homogeen blok vormen [9]. Misschien waren de Christelijke kerkleiders meer beducht voor de verleidingen en het heidendom in eigen geledingen of in zichzelf, dan voor het heidendom in de vreemde buitenwereld. Een organisatie of iemand met innerlijke twijfel probeert vaak zekerheden te ontlenen aan de naaste omgeving: als de omgeving zekerheid en houvast biedt dan ontvangt de innerlijke onzekerheid minder prikkels om zich te manifesteren. Dit komt overeen met een leugenaar die er alles aan is gelegen om de omgeving eerlijk te laten zijn/schijnen, om zo betrapping op leugens te voorkomen.

De Christelijke kerk werd in 313 n. Chr. onder Licinius en Constantijn de Grote – de keizers van resp. het Westelijke en Oostelijke Romeinse rijk – met het Edict van Milaan [10] gevrijwaard van vervolgingen door de tekst “dat de christenen en alle anderen de vrijheid moet hebben om die modus van religie te volgen die aan elk van hen het beste lijkt” [11]. Hoewel er met dit Edict vrijheid van godsdienst ontstond binnen het gehele Romeinse rijk, werd in praktijk de Christelijke kerk kort na het Edict de officiële kerk van het Romeinse rijk. Tijdens het Concilie van Nicaea zorgde Constantijn er persoonlijk voor dat het Christelijke paasfeest en het Joodse Pesach werden gescheiden [12].

Rond 380 n. Chr. bereikte de anti-Joodse retoriek in die tijd het hoogtepunt bij Johannes Chrysostomus (kerkvader en de latere Aartsbisschop van Constantinopel van 398 tot 403 n. Chr.). In Antiochië – Johannes Chrysostomus was daar rond 380 nog gewoon priester – was er ondanks alle inspanning van de Christelijk kerk om Christenen en Joden te scheiden, nog een aanzienlijke groep Judaïsanten. Met zijn “Preken tegen de Joden” heeft Johannes Chrysostomus geprobeerd om aan de gebruiken van de Judaïsanten voorgoed een einde te maken. Hij vergeleek de Judaïsanten met doodzieke medechristenen die moesten worden genezen van de Joodse pest. Met al zijn uitzonderlijke retorieke gaven en zijn buitengewoon charisma bracht hij in deze preken de Joden in diskrediet door hen te vergelijken de laagste aardse wezens. Het ultieme argument van Johannes Chrysostomus in zijn anti-Joodse preken was de stelling dat – zonder uitzondering – alle Joden “de moordenaar van Jezus Christus zijn”: hierdoor hebben de Joden al hun ellende en Gods verwerping over zich afgeroepen. De invloed van deze preken is enorm geweest; de preken zijn in vertaalde vorm wijd verspreid binnen de Christelijke kerk. Door de preken van Johannes Chrysostomus is de houding van Christenen tegenover de Joden diepgaand beïnvloed; de latente Joden afkeer heeft een stem gekregen en het beeld van de “Christusmoordenaar” schandvlek is erdoor bij de Christenen ingeprent [13].
Johannes Chrysostomus[14]
Voor de Reformatie waren vooral Antwerpen en ook Amsterdam vluchthavens eerst voor Joden uit Spanje en Portugal en later voor mensen met een ander geloof of voor andersdenkenden. Na de val van Antwerpen tijdens de opstand tegen Spanje van de Lage landen in 1585 n. Chr. [15], zijn veel – meest welvarende – vluchtelingen naar Amsterdam getrokken. Amsterdam is tijdens en na de Reformatie in meer of mindere mate een toevluchtsoord en een soort vrijhaven geweest voor andersdenkenden en voor andere geloven. Mijn ouders vertrouwden hierop toen zij in 1934 van Frankfurt am Main naar Amsterdam vluchtten om te ontkomen aan de gevolgen van het andere regime in Duitsland.

Met de opkomst van het andere regime in Duitsland van de jaren 30 werd xenofobie in combinatie met de altijd latente afkeer van Joden gekoppeld met de herinnering aan schande van het verlies van de Eerste Wereldoorlog en de terugbetaling van de oorlogsschuld – die tijdens de Weimarrepubliek een crisis en hyperinflatie tussen 1921 en 1923 had veroorzaakt [16] – verbonden met de drang om de vernieuwing in Duitsland blijvend te vestigen en bestendigen. Het gevolg was een breed gedragen dictatuur in Duitsland die geen ander geluid meer verdroeg en een samenleving die de bestaande angsten wenste uit te bannen door onzekerheden te projecteren op zondebokken. Het verwijderen van de zondebokken uit de samenleving zou ook de angsten en onzekerheden wegnemen; dit mechanisme cumulerende in gedicteerde Jodenvervolgingen die door de bureaucraten stipt werd uitgevoerd.

In de kracht van mijn leven had ik het idee dat ik mijn eigen leven vorm kon geven, dat ik mij door vrije keuzes kon bevrijden van mijn verleden en dat ik mijn eigen toekomst gestalte gaf. Deze bevrijding heeft voor een belangrijk deel ook plaats gevonden, maar ik heb mijn hele leven en de wijze waarop ik heb geleefde voor een zeer groot deel te danken aan Christelijke kerk, aan Johannes Chrysostomus en de gevolgen van zijn Preken tegen de Joden, en aan de autoriteit van de priester die mij in deze Katholieke Begijnhof kapel de eerst sacramenten van het Katholieke geloof heeft toegediend. Hoezeer ik hier aan heb proberen te ontkomen en hoezeer ik mij in de kracht van mijn leven tegen deze autoriteit heb verzet, nu heb ik hier vrede mee. Bevrijd en gebonden”, zegt Man.

“Ik heb eens ergens gelezen dat de Kerkgeschiedenis allesomvattend is. Volgens mij is dit juist”, zegt Narrator.

“Zullen wij wat drinken en eten. Halverwege de middag kunnen wij verder gaan met “Bevrijd en gebonden” in een persoonlijke relatie met God tijdens en na de Reformatie. Daarna stel ik voor om verder te gaan met de opkomst van het kapitalisme in Holland mede door de Reformatie. Wat vinden jullie van dit voorstel”, zegt Man.

“Dat is goed. Zal ik verder gaan met de persoonlijke relatie met God? ”, zegt Narrator.

“Dan ga ik daarna verder met de opkomst van het kapitalisme”, zegt Carla.

 

[1] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Sacrament
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhofkapel_(Amsterdam)
[3] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een leven. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 21 – 21
[4] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Rudyard_Kipling
[5] Vrij naar: Kipling, Rudyard, My Boy Jack. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/My_Boy_Jack_%28poem%29
[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Rudyard_Kipling
[6] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Kaddish
[7] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhofkapel_(Amsterdam)
[8] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Judaizers
[9] Bron en zie ook: Trouillez, Pierre, Bevrijd en gebonden – De Kerk van Constantijn (4e en 5e eeuw n. Chr.). Leuven: Davidsfonds, 2006, p. 154
[10] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Edict_of_Milan
[11] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Constantine_I_and_Christianity
[12] Bron: Schama, Simon, De geschiedenis van de Joden – Deel 1: De woorden vinden 1000 v.C. – 1492. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013, p. 266
[13] Bron en zie ook: Trouillez, Pierre, Bevrijd en gebonden – De Kerk van Constantijn (4e en 5e eeuw n. Chr.). Leuven: Davidsfonds, 2006, p. 155
[14] Afbeelding van Johannes Chrysostomus in de Hagia Sophia. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Johannes_Chrysostomus
[15] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Beleg_van_Antwerpen_(1584-1585)
[16] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Weimarrepubliek#Crisisjaren_1919-1923

Advertenties

Narrator – te voet door Frankrijk 3


Via de GR 5 liep ik in Frankrijk van de Jura naar de Vogezen. Dit gebied was dichter bevolkt en ik vond minder makkelijk een slaapplaats. Op een regenachtige avond was ik tijdens de avondschemering alleen welkom wanneer ik voor mijn overnachting betaalde. Mijn verhalen en mijn vriendelijkheid waren niet voldoende. Ik had geen geld meer en na enkele kilometers lopen vond ik een slaapplaats in de open lucht. Gehuld in plastic bracht ik de nacht wakend door. De volgende ochtend was ik klam en verkleumd. Na een uur lopen werd ik weer warm.

In de Vogezen waren er voldoende mogelijkheden om in het wild te overnachten. Het was mooi weer. ’s-Nacht stelden de maan en de sterrenhemel mij gerust. Overdag genoot ik van het mooie uitzicht. Op enkele plaatsen kon ik bijna mijn hele weg vanaf de besneeuwde Alpen overzien.

[1]

Tijdens mijn voettocht over de bergtoppen van de Vogezen ontmoette ik nieuwe geesten. Een keten van bergtoppen vormde een eeuw geleden de grens tussen de gebieden Alsace in Duitsland en Lorraine in Frankrijk. De weg – Route des Crêtes – was aangelegd door het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog [2]. De weg loopt aan de Franse zijde van de keten, zodat de weg minder kwetsbaar was voor de Duitse kanonnen. De geesten uit de velen oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland vergezelden mij tot aan de Luxemburgse grens. Op dit deel waren zij mijn metgezellen. Ik beloofde dat mijn adem ook hun adem zou zijn zolang ik leefde net zoals mijn adem al de adem van de dorpelingen was. Samen met hen hoopte ik eens thuis te komen.

[3]

Het pad over de bergtoppen was druk belopen; ik kreeg hulp en steun van veel mensen. In de dalen voelde ik mij minder thuis. Door de beschutting kon ik de weg niet zien; ik voelde mij opgesloten. Ik wilde het oog op de weg houden. Zonder het zicht op de hemel en aarde verschenen de geesten van de dorpelingen en van de gevallen soldaten voor mijn ogen [4]. Pas veel later kon ik hemel en aarde verenigen; daarna had ik geen moeite meer om overal – ook binnen muren en in dalen – te slapen.

[5]

In het noorden van Frankrijk maakte ik met een medereisgenoot een kleine omweg naar de Maginotlinie [6]. Wij zagen de restanten bij Michelsberg [7] en Hackenberg [8]. Wij waren verbaasd hoe een samenleving zich veilig en beschut kon voelen achter deze donkere holen in de grond vol met verschrikking voor de samenleving aan de andere kant. Met mijn blik op de weg had éénheid vele gezichten, en twee had geen dualiteit. De Maginotlinie als onderdeel van de vele oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland viel buiten mijn bevattingsvermogen.

[9]

Bij Schengen ging ik illegaal in Luxemburg een andere wereld binnen. Later zijn hier de overeenkomsten gesloten voor een vrij verkeer van mensen in een deel van Europa. Na zo’n enorme omweg met zoveel leed en waanzin van alledag konden samenleving eindelijk weer een eenheid herstellen. Het blijft merkwaardig dat een verdrag op papier nodig is voor een eenheid die voor mijn moeder even natuurlijk is als ademhalen, het bewegen van haar ogen, handen, en het bewegen van benen bij het lopen; eenheid met veel gezichten en twee zonder dualiteit.

[10]

Veel later is op 12 oktober 2012 de Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie toegekend omdat de Europese Unie en haar voorlopers meer dan zestig jaar hebben bijgedragen aan vrede en verzoening, democratie en mensenrechten in Europa. Zoveel moeite voor een bijdrage die even natuurlijk is als ademhalen.

In Luxemburg betrad ik een feeëriek trollenland.

Carla Drift – Een nomadenbestaan


Meer kan ik niet schrijven over mijn werk op het gebied van misdaden tegen de mensheid, omdat ik dan andere mensen en mezelf in groot gevaar breng. Met staatsgeheimen, geheime diensten, overheden en machtshebbers die aan de geschiedenis pik duistere pagina’s hebben toegevoegd, kan ik niet voorzichtig genoeg zijn.

In West Europa denken veel mensen dat deze duistere pagina’s door overheden en machtshebbers in verre landen worden geschreven. Vanuit Zuid Limburg hoef ik niet ver te gaan. Zuid Limburg heeft altijd weinig ambities gehad om een rol in de wereldgeschiedenis te vervullen, misschien hebben roversbendes uit Zuid Limburg zoals de bokkenrijders [1] enkele voetnoten aan de geschiedenis toegevoegd. Verder onderzoek naar zwarte bladzijden in de geschiedenis door Zuid Limburg laat ik aan buitenstaanders over.

[2]

Vanuit mijn dorp in Zuid Limburg hoefde ik voor een aantal van mijn onderzoeken niet ver te reizen. Met enkele uren lopen naar het Oosten is Duitsland te bereiken met misdaden tegen de mensheid tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Enkele uren naar het westen ligt België met Congo als zwarte bladzijden in de geschiedenis; op de lagere school leerden wij alleen de misstanden tegen paters en zusters en moordpartijen onder onschuldige gelovigen, maar later werd meer bekend [3]. In het noorden binnen de landsgrenzen ligt Holland met zijn donkere geschiedenis in de slavenhandel. Donkere bladzijden werden geschreven bij het neerslaan van opstanden in Indonesië [4] waarbij een voorzitter van de ministerraad [5] in zijn jonge jaren persoonlijk een actieve rol heeft gespeeld. Uiteindelijk is Indonesië tegen de zin van veel Hollanders onafhankelijk geworden na een oorlog die in Holland vergoelijkend politionele acties [6] werden genoemd. Bij delen van onderzoek naar misstanden tijdens deze oorlog ben ik betrokken geweest. Verder heb ik onderzoek gedaan op alle zeven continenten – ook in Australië bij Aboriginals en in Noord Amerika bij de Wereldmacht.

[7]

Na ieder onderzoek in de tropen kwam ik afgemat en ziek thuis. Gelukkig had ik nog steeds thuisplaatsen waar ik kon herstellen. In Amsterdam heb ik lang mijn kamer en een thuis gehad bij vrienden van Man en van mij. Wanneer ik in Zuid Limburg thuis kwam waren er altijd blije gezichten – als ik kwam en als ik weer ging; ik werd altijd als de verloren dochter begroet maar ik was ook veel te onafhankelijk en brutaal – “vreg” – geworden; de pastoor, de burgemeester en de gemeenteraad zagen dat het eerst. Kortom overal een tijdelijke plaats om te herstellen en mij voor te bereiden op een nieuw onderzoek met alle avonturen die daarbij horen. Altijd onder een vermomming verstoppertje spelen om niet ontmaskerd te worden met alle fatale gevolgen die daarbij kunnen optreden.

Ongeveer 10 jaar geleden heb ik mijn kamer in Amsterdam verlaten omdat de vrienden van Man en mij hadden besloten om op hun oude dag veel kleiner te gaan wonen. Hiervoor werd hun prachtige huis in de binnenstad van Amsterdam verkocht. Ik heb daarbij mijn kamer verlaten met een rugzak, een slaapzak, een bivak zak, lichtgewicht kampeerspullen en wat kleren. Al mijn boeken staan in de universiteitsbibliotheken – met een aantal bibliotheekkaarten eenvoudig toegankelijk. Mijn overige bezittingen heb ik verkocht. Al met al is dit een enorme rijkdom.

Enkele jaren geleden kwam ik weer terug van een onderzoek in de tropen – maar nu was ik ernstig ziek. Ik herstelde niet meer volledig; ik werd na een kleine inspanning snel moe. Ik merkte aan mijn lichaam en ziel dat tropenjaren dubbel tellen; na zo’n 20 jaar in de tropen was ik aan pensioen toe op een leeftijd van 50 jaar. Met karig leven op spaargeld en enkele kleine opdrachten kon ik de tijd tot mijn “overheidspensioen” overbruggen.

Na een nomadenbestaan van onderzoek naar onderzoek met herstelperiodes in Amsterdam bij vrienden en in Zuid Limburg bij familie, was ik nu aangewezen op een nieuwe woon- en verblijfplaats. In Zuid Limburg paste ik niet meer in de samenleving van het dorp waar ik opgroeide – ik was veel te lang weggeweest. Mijn vader en moeder waren trotse grootouders geworden van de kinderen van mijn beide zussen. Deze neefjes en nichtjes waren al bijna zelfstandig – twee gingen studeren, een was aankomend vakman en de jongste volgde nog de middelbare school. Mijn zussen waren gelukkig getrouwd met lieve partners. Met mijn vriend uit mijn jeugd ging alles goed. Als ik in Amsterdam was, dan kwam hij op bezoek – voor hem een bezoek aan een wereldstad met alle uitdagingen. Soms bezocht hij mij in het buitenland. Hoe warm het thuisnest in Zuid-Limburg ook was, ik hoorde er niet meer thuis.

Ik was een nomade geworden, maar een nomade die een dak boven het hoofd nodig had bij slecht weer en koude. Via vrienden kocht is een redelijk wintervaste caravan.

[8]

Er was nog een probleem: ik had geen rijbewijs en ik wilde het ook niet gaan halen. Van kennissen in Zuid Limburg kon ik een kleine tractor kopen. Mijn vader heeft de tractor nagekeken op gebreken. Ik denk dat een tractor nog nooit zo grondig is gecontroleerd, omdat mijn vader intuïtief voelde dat dit wel eens het laatste zou kunnen zijn dat hij voor mij – zijn oogappel en zorgenkind – kon doen.

[9]

Het dorp heeft mij uitgewuifd toen ik voor het eerst met de tractor – caravan combinatie vertrok en ik wuifde terug: weer allemaal blije gezichten. Het volgende bericht gaat over de trektochten met de tractor – caravan combinatie.

Nieuws

Mijn uitgeverij Omnia – Amsterdam Uitgeverij heeft haar nieuwe website in gebruik genomen:

www.omnia-amsterdam.nl