Tagarchief: Frankrijk

Narrator – te voet door Frankrijk 3


Via de GR 5 liep ik in Frankrijk van de Jura naar de Vogezen. Dit gebied was dichter bevolkt en ik vond minder makkelijk een slaapplaats. Op een regenachtige avond was ik tijdens de avondschemering alleen welkom wanneer ik voor mijn overnachting betaalde. Mijn verhalen en mijn vriendelijkheid waren niet voldoende. Ik had geen geld meer en na enkele kilometers lopen vond ik een slaapplaats in de open lucht. Gehuld in plastic bracht ik de nacht wakend door. De volgende ochtend was ik klam en verkleumd. Na een uur lopen werd ik weer warm.

In de Vogezen waren er voldoende mogelijkheden om in het wild te overnachten. Het was mooi weer. ’s-Nacht stelden de maan en de sterrenhemel mij gerust. Overdag genoot ik van het mooie uitzicht. Op enkele plaatsen kon ik bijna mijn hele weg vanaf de besneeuwde Alpen overzien.

[1]

Tijdens mijn voettocht over de bergtoppen van de Vogezen ontmoette ik nieuwe geesten. Een keten van bergtoppen vormde een eeuw geleden de grens tussen de gebieden Alsace in Duitsland en Lorraine in Frankrijk. De weg – Route des Crêtes – was aangelegd door het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog [2]. De weg loopt aan de Franse zijde van de keten, zodat de weg minder kwetsbaar was voor de Duitse kanonnen. De geesten uit de velen oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland vergezelden mij tot aan de Luxemburgse grens. Op dit deel waren zij mijn metgezellen. Ik beloofde dat mijn adem ook hun adem zou zijn zolang ik leefde net zoals mijn adem al de adem van de dorpelingen was. Samen met hen hoopte ik eens thuis te komen.

[3]

Het pad over de bergtoppen was druk belopen; ik kreeg hulp en steun van veel mensen. In de dalen voelde ik mij minder thuis. Door de beschutting kon ik de weg niet zien; ik voelde mij opgesloten. Ik wilde het oog op de weg houden. Zonder het zicht op de hemel en aarde verschenen de geesten van de dorpelingen en van de gevallen soldaten voor mijn ogen [4]. Pas veel later kon ik hemel en aarde verenigen; daarna had ik geen moeite meer om overal – ook binnen muren en in dalen – te slapen.

[5]

In het noorden van Frankrijk maakte ik met een medereisgenoot een kleine omweg naar de Maginotlinie [6]. Wij zagen de restanten bij Michelsberg [7] en Hackenberg [8]. Wij waren verbaasd hoe een samenleving zich veilig en beschut kon voelen achter deze donkere holen in de grond vol met verschrikking voor de samenleving aan de andere kant. Met mijn blik op de weg had éénheid vele gezichten, en twee had geen dualiteit. De Maginotlinie als onderdeel van de vele oorlogen tussen Frankrijk en Duitsland viel buiten mijn bevattingsvermogen.

[9]

Bij Schengen ging ik illegaal in Luxemburg een andere wereld binnen. Later zijn hier de overeenkomsten gesloten voor een vrij verkeer van mensen in een deel van Europa. Na zo’n enorme omweg met zoveel leed en waanzin van alledag konden samenleving eindelijk weer een eenheid herstellen. Het blijft merkwaardig dat een verdrag op papier nodig is voor een eenheid die voor mijn moeder even natuurlijk is als ademhalen, het bewegen van haar ogen, handen, en het bewegen van benen bij het lopen; eenheid met veel gezichten en twee zonder dualiteit.

[10]

Veel later is op 12 oktober 2012 de Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie toegekend omdat de Europese Unie en haar voorlopers meer dan zestig jaar hebben bijgedragen aan vrede en verzoening, democratie en mensenrechten in Europa. Zoveel moeite voor een bijdrage die even natuurlijk is als ademhalen.

In Luxemburg betrad ik een feeëriek trollenland.

Advertenties

Narrator – te voet door Frankrijk 2


Op mijn voettocht door Frankrijk ontmoette ik veel mensen. Door mijn donkere huidskleur viel ik op; er waren geen andere Masaï/Indiase wandelaars op pad. In de Jura waren de mensen bij de eerste aanblik afwijzend: ik was vreemd, onbekend en duister. Maar mijn glimlach en een vriendelijk begroeting in de Franse taal ontdooide bijna alle medewandelaars. De boeren bewoners bleven langer achterdochtig. Dit is te begrijpen want zij hadden huis en haard te verdedigen tegen een donkere onbekende vreemdeling.

[1]

Uiteindelijk ontmoette ik onderweg veel gastvrijheid. Met twee medereizigers ben ik een stuk naar het noorden gelopen. Onderweg zagen wij op verschillende plaatsen steenmannetjes staan als wachters van het pad. Bij een steenmannetje besloten wij te pauzeren. Een van mijn metgezellen vroeg zich af hoeveel mensen hier stenen hadden gelegd. De ander vroeg waar de mensen nu waren. Ik antwoordde: “In ieder geval zijn wij hier”. Wij moesten toen lachen. Terwijl ik water dronk, vroeg ik mij af waar alle wijzen uit het verleden gebleven waren. Ineens voelde ik duidelijk dat wij direct verbonden waren met de mensen die hier de stenen hadden gestapeld en met alle wijzen uit het verleden [2]. Wij liepen onze levensweg direct in de voetsporen van de anderen.

[3]

De volgende nacht droomde ik de droom die ik – na het nachtelijk vuur in het bos waarbij mijn mede-militieleden en ik een dorp hadden uitgemoord – geregeld droomde. In deze droom kwamen de vlammen uit het bos met de geesten van de dorpsinwoners op mij af om mij te verzwelgen. Door de vlammen was mijn huid al zwart geblakerd en ik ging mezelf verliezen in de geesten van de dorpelingen.

[4]

Op het moment dat zij mij dreigden te verslinden, werd ik steeds wakker; ik was dan helemaal bezweet en ik ademde hevig. Wanneer ik mijn ogen opende, zag ik de maan en de sterrennacht als geruststelling. De nachtelijk hemel wekte mij langzaam weer tot leven zoals de god Engaï in de Masaï mythe de maan iedere nacht weer tot leven wekte [5].

[6]

De nacht na het steenmannetje verliep de droom op dezelfde manier, maar het moment waarop ik doodsbang wakker werd, was de lucht helemaal bewolkt. De maan en de sterren konden mij geen troost bieden. Alles was pikdonker en ik hoorde alleen een snelle luide pijnlijke ademhaling; mijn borstkas ging heftig te keer. Doodsbang vroeg ik mij af: “Welke adem is daar? [7]”. Ik dacht eerst dat in mij de adem van de geesten van de dorpelingen weer tot leven was gekomen. Daarna durfde ik niet te stoppen met hijgen want ik was bang dat de geesten mijn adem met zich mee zouden voeren wanneer zij in het donker verdwenen.

Langzaam ging ik kalmer ademen en ik kwam tot rust. In de duisternis heb ik aan de dode dorpelingen beloofd dat mijn adem ook hun adem was. Ik beloofde dat mijn adem – zolang ik leefde – voor hen een voorlopig thuis zou zijn. Eens hoopte ik met hen thuis te komen. Daarna is deze droom minder vaak teruggekomen.

Ik was op weg naar Amsterdam – mijn nieuw voorlopig thuis.


[2] Zie ook de koan “Attendant Huo passes tea” in: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 60 – 62

[7] Dit is de laatst vraag in de koan “Yunmen’s twee ziekten”. Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 46 – 50. Zie ook: Maezumi, Hakuyu Taizan, The hazy moon of enlightenment. Somersville: Wisdom Publications, 2007 p. 21 – 27

Carla Drift – Gedrag 3


Mensen accepteren tot een zekere hoogte spanning en gevoelens van onrecht of vermeend onrecht. Om de (lieve) vrede te bewaren schikken zij zich naar deze spanning en (vermeende) vernederingen. Voorbeelden hiervan zijn: zij die na een nederlaag hun levensloop volledig zien veranderen, zij die moeten leven binnen een samenleving die hun niet past, zij die overheerst worden door een dictatoriaal regime waarin geen einde lijkt te komen.

Heel lang kunnen mensen deze spanning en onvrede verdragen totdat een breekpunt is bereikt. Ineens ontstaat een omslagpunt waarna er geen weg meer terug is. De mens komt in opstand [1].

[2]

Een situatie die voor het omslagpunt nog draaglijk en te overzien is, wordt ineens volkomen absurd en onverdraagbaar. De sociale remmingen, het normaal rechtsgevoel en de ethische principes worden tijdelijk buiten werking gesteld. Ineens is alles geoorloofd om aan de spanningen en aan de gevoelens van (vermeend) onrecht een einde te maken.

Een primaire vorm van extreme opstand is te zien bij een mens die opeens zeer gewelddadig gaat handelen waarbij alle vormen van sociaal gedrag, rechtsnormen en gangbare ethiek opzij worden gezet. De familie, vrienden, bekenden en samenleving hebben deze geweldsuitbarsting meestal op geen enkele manier zien aankomen. Na afloop van het gewelddadig handelen probeert de gemeenschap het extreem gedrag te verklaren – de uitleg is meestal meer bedoeld om het onderling vertrouwen te herstellen dan dat hiermee de bijzondere geweldsuitbarsting wordt verklaard. Deze primaire vorm van opstand is te vinden in alle tijden en binnen alle samenlevingen. In Indonesië en Maleisië worden deze onverwachtse gewelddaden – waarbij alles dat de opstandeling op zijn weg tegenkomt, zonder voortekenen wordt aangevallen – aangeduid met “amok”. In de Westerse wereld eindigen alle amokmakers, als zij hun daden overleven, in een psychiatrische inrichting waar vaak geen aanwijsbare psychische aandoening te vinden is als oorzaak voor hun moorddadig handelen [3]. In de Westerse samenleving zien wij deze primaire opstand bij een persoon die zonder voortekenen met een vuurwapen gaat schieten op een menigte of binnen een school.

Een andere primaire vorm van extreme opstand is te zien bij een kleine groep mensen die opeens hun spanningen en/of hun (vermeende) onrecht niet meer accepteren. Zij rebelleren tegen hun situatie. Voorbeelden hiervan zijn lynchpartijen tegen individuen of kleine groepen en moordpartijen die aan iedere vorm van rechtspraak, normen en ethiek voorbij gaan. Een voorbeeld hiervan in de Nederlandse geschiedenis is de moord op de gebroeders de Witt door een menigte in Den Haag [4].

Een afgezwakte vorm van opstand zijn rellen bij supporters. Deze supportersrellen zijn van alle tijden. Een voorbeeld van supportersrellen die uiteindelijk uitmonden in een ernstige rebellie, is de Nika opstand [5] in Constantinopel in 532 n.Chr. waarbij 30.000 mensen het leven verloren. Supportersrellen bij paardenwagenrennen kwamen in die tijd veel voor; na deze ongeregeldheden volgden vaak stevige vonnissen tegen opgepakte deelnemers. In januari 532 waren twee veroordeelden ontsnapt en zij hadden onder bescherming van een menigte toevlucht gezocht in het heiligdom van een kerk. De positie van keizer Justinianus was verzwakt door politieke problemen. Hij wilde zijn gezag laten gelden en liet de veroordeelden arresteren. Tijdens de volgende paardenwagenrennen braken ernstige rellen uit in de hippodroom. De keizer besloot om te vluchten, maar keizerin Theodora zei: “Het is niet belangrijk of een vrouw tegen mannen moet zeggen om dapper te zijn. Bij gevaar moet men doen wat men kan. Vluchten is dwaas. Iedereen moet een keer sterven en ik heb besloten als keizerin te sterven” (en niet als vluchteling). Twee generaals besloten met hun Germaanse geharde troepen de opstand neer te slaan. Hiertoe werd een deel van de opstandelingen met geldmunten uit de hippodroom gelokt. De overige 30.000 opstandelingen in de hippodroom werden door de troepen uitgemoord.

[6]

In Istanbul bezoek ik in de Hagia Sophia altijd de standplaats van de keizerin in de vrouwengalerij. Vanuit haar plaats bezie ik het heiligdom en vanaf de begane grond kijk ik naar de vrouwengalerij: “Eens keizerin – altijd keizerin”.

[7]

Ook een hele samenleving aanvaard spanningen en gevoelens van (vermeend) onrecht tot op een zekere hoogte. Tot het omslagpunt wordt de situatie als volkomen normaal en gebruikelijk ervaren. Iedereen heeft een passende plaats totdat er een snelle omslag in de samenleving plaatsvindt. De uiterlijke oorzaak van dit omslagpunt lijkt voor een buitenstaander vaak een onbenullig kwestie.

Aan het einde van de 18e eeuw was het Ancient Regime in Frankrijk financieel, bestuurlijk en intellectueel volledig vermolmd en achterhaald. Het paste volgens een groot deel van de bevolking niet meer bij de veranderingen in de samenleving. Er dreigde een achteruitgang van de lonen en er braken rellen uit. Door onhandig ingrijpen van de overheid liepen de rellen uit de hand en het vertrouwen in de overheid nam verder af. De bestorming van de Bastille door gewapende revolutionairen werd de aanleiding voor een periode waarin sociale remmingen verdwenen en het gevoel voor rechtvaardigheid en ethisch besef nam sterk af. De guillotine verrichtte overuren en revolutionairen werden in zeer korte tijd erger dan het Ancient Regime. De Franse staat begon een bestaan volgens de leuze “Egalité, Fraternité et Liberté”, maar het duurde nog een hele tijd voordat deze leuze verwerkelijkt werd.

[8]

Eerst moest Napoleon nog met het Franse Grande Armee naar Moskou trekken [9] en vervolgens bij Leipzig en Waterloo verslagen worden. Deze revolutie heeft tot gevolg gehad dat naast een spoor van bloed ook het militarisme endemische in onze samenleving werd ingebed en de rationaliteit kreeg vorm onder meer door de meter en de kilogram.

Het volgende bericht gaat verder over mijn persoonlijke leven.


[1] Zie ook: Camus, Albert, De Mens in Opstand. Amsterdam: De Bezige Bij, 1974

[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nika_riots en Cotterell, Arthur, Chariot – From chariot to tank, the astounding rise and fall of the world’s first war machine.” New York: The Overlook Press, 2004, p, 280 – 288

[6] Restanten van de hypodroom in Istanbul. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Nika_riots

[9] Zie ook: Zamoyski, Adam, 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Moskou. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2005