Tagarchief: geschiedenis

Carla Drift – Een nomadenbestaan


Meer kan ik niet schrijven over mijn werk op het gebied van misdaden tegen de mensheid, omdat ik dan andere mensen en mezelf in groot gevaar breng. Met staatsgeheimen, geheime diensten, overheden en machtshebbers die aan de geschiedenis pik duistere pagina’s hebben toegevoegd, kan ik niet voorzichtig genoeg zijn.

In West Europa denken veel mensen dat deze duistere pagina’s door overheden en machtshebbers in verre landen worden geschreven. Vanuit Zuid Limburg hoef ik niet ver te gaan. Zuid Limburg heeft altijd weinig ambities gehad om een rol in de wereldgeschiedenis te vervullen, misschien hebben roversbendes uit Zuid Limburg zoals de bokkenrijders [1] enkele voetnoten aan de geschiedenis toegevoegd. Verder onderzoek naar zwarte bladzijden in de geschiedenis door Zuid Limburg laat ik aan buitenstaanders over.

[2]

Vanuit mijn dorp in Zuid Limburg hoefde ik voor een aantal van mijn onderzoeken niet ver te reizen. Met enkele uren lopen naar het Oosten is Duitsland te bereiken met misdaden tegen de mensheid tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Enkele uren naar het westen ligt België met Congo als zwarte bladzijden in de geschiedenis; op de lagere school leerden wij alleen de misstanden tegen paters en zusters en moordpartijen onder onschuldige gelovigen, maar later werd meer bekend [3]. In het noorden binnen de landsgrenzen ligt Holland met zijn donkere geschiedenis in de slavenhandel. Donkere bladzijden werden geschreven bij het neerslaan van opstanden in Indonesië [4] waarbij een voorzitter van de ministerraad [5] in zijn jonge jaren persoonlijk een actieve rol heeft gespeeld. Uiteindelijk is Indonesië tegen de zin van veel Hollanders onafhankelijk geworden na een oorlog die in Holland vergoelijkend politionele acties [6] werden genoemd. Bij delen van onderzoek naar misstanden tijdens deze oorlog ben ik betrokken geweest. Verder heb ik onderzoek gedaan op alle zeven continenten – ook in Australië bij Aboriginals en in Noord Amerika bij de Wereldmacht.

[7]

Na ieder onderzoek in de tropen kwam ik afgemat en ziek thuis. Gelukkig had ik nog steeds thuisplaatsen waar ik kon herstellen. In Amsterdam heb ik lang mijn kamer en een thuis gehad bij vrienden van Man en van mij. Wanneer ik in Zuid Limburg thuis kwam waren er altijd blije gezichten – als ik kwam en als ik weer ging; ik werd altijd als de verloren dochter begroet maar ik was ook veel te onafhankelijk en brutaal – “vreg” – geworden; de pastoor, de burgemeester en de gemeenteraad zagen dat het eerst. Kortom overal een tijdelijke plaats om te herstellen en mij voor te bereiden op een nieuw onderzoek met alle avonturen die daarbij horen. Altijd onder een vermomming verstoppertje spelen om niet ontmaskerd te worden met alle fatale gevolgen die daarbij kunnen optreden.

Ongeveer 10 jaar geleden heb ik mijn kamer in Amsterdam verlaten omdat de vrienden van Man en mij hadden besloten om op hun oude dag veel kleiner te gaan wonen. Hiervoor werd hun prachtige huis in de binnenstad van Amsterdam verkocht. Ik heb daarbij mijn kamer verlaten met een rugzak, een slaapzak, een bivak zak, lichtgewicht kampeerspullen en wat kleren. Al mijn boeken staan in de universiteitsbibliotheken – met een aantal bibliotheekkaarten eenvoudig toegankelijk. Mijn overige bezittingen heb ik verkocht. Al met al is dit een enorme rijkdom.

Enkele jaren geleden kwam ik weer terug van een onderzoek in de tropen – maar nu was ik ernstig ziek. Ik herstelde niet meer volledig; ik werd na een kleine inspanning snel moe. Ik merkte aan mijn lichaam en ziel dat tropenjaren dubbel tellen; na zo’n 20 jaar in de tropen was ik aan pensioen toe op een leeftijd van 50 jaar. Met karig leven op spaargeld en enkele kleine opdrachten kon ik de tijd tot mijn “overheidspensioen” overbruggen.

Na een nomadenbestaan van onderzoek naar onderzoek met herstelperiodes in Amsterdam bij vrienden en in Zuid Limburg bij familie, was ik nu aangewezen op een nieuwe woon- en verblijfplaats. In Zuid Limburg paste ik niet meer in de samenleving van het dorp waar ik opgroeide – ik was veel te lang weggeweest. Mijn vader en moeder waren trotse grootouders geworden van de kinderen van mijn beide zussen. Deze neefjes en nichtjes waren al bijna zelfstandig – twee gingen studeren, een was aankomend vakman en de jongste volgde nog de middelbare school. Mijn zussen waren gelukkig getrouwd met lieve partners. Met mijn vriend uit mijn jeugd ging alles goed. Als ik in Amsterdam was, dan kwam hij op bezoek – voor hem een bezoek aan een wereldstad met alle uitdagingen. Soms bezocht hij mij in het buitenland. Hoe warm het thuisnest in Zuid-Limburg ook was, ik hoorde er niet meer thuis.

Ik was een nomade geworden, maar een nomade die een dak boven het hoofd nodig had bij slecht weer en koude. Via vrienden kocht is een redelijk wintervaste caravan.

[8]

Er was nog een probleem: ik had geen rijbewijs en ik wilde het ook niet gaan halen. Van kennissen in Zuid Limburg kon ik een kleine tractor kopen. Mijn vader heeft de tractor nagekeken op gebreken. Ik denk dat een tractor nog nooit zo grondig is gecontroleerd, omdat mijn vader intuïtief voelde dat dit wel eens het laatste zou kunnen zijn dat hij voor mij – zijn oogappel en zorgenkind – kon doen.

[9]

Het dorp heeft mij uitgewuifd toen ik voor het eerst met de tractor – caravan combinatie vertrok en ik wuifde terug: weer allemaal blije gezichten. Het volgende bericht gaat over de trektochten met de tractor – caravan combinatie.

Nieuws

Mijn uitgeverij Omnia – Amsterdam Uitgeverij heeft haar nieuwe website in gebruik genomen:

www.omnia-amsterdam.nl

 

Advertenties

Carla Drift – Cultuur


Midden Afrika verliet ik via een vertrouwde luchthaven – waar ik een ticket kocht op mijn tijdelijke paspoort. Ik nam een lijnvlucht naar Noord Afrika. In Noord Afrika reisde ik over land naar Alexandrië. Hier haalde ik mijn andere paspoort op bij vrienden. Bij hen bleef ik een week; wij praten bij over de ontwikkelingen in ons leven.

Alexandrië buitenwijk[1]

In de Alexandrijnse bibliotheek verrichte ik een klein deel van mijn bronnenonderzoek voor de rapportage van deze studiereis naar de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord  in Midden Afrika. Het was voor mij een eer om in de Alexandrijnse bibliotheek onderzoek te verrichten. De voorganger van deze moderne bibliotheek is in de klassieke oudheid door enkele branden verwoest. Hierbij zijn heel veel klassieke werken uit de Griekse en Romeinse oudheid voor altijd verloren gegaan. Mijn bronnenonderzoek had onder meer als doel om de verloren levens door genocide in Midden Afrika een plaats in de geschiedenis te kunnen geven.

Alexandrijnse bibliotheek[2]

Met een veerboot voer ik naar Zuid Europa. Een treinreis van meer dan een dag bracht mij weer in Nederland. Hier kon ik rustig mijn verslag schrijven tijdens het mijn herstel van een tropische ziekte.

Door mijn verstoppertje spelen tijdens mijn verblijf in Midden Afrika en door mijn omzichtige terugreis naar Europa, kon mijn onderzoek niet eenvoudig naar mij te herleid worden. Ik ben nog steeds blij dat ik deze voorzorgsmaatregelen heb genomen, want met handlangers van dictators, met wapenhandelaren en geheime diensten van allerlei landen kan men niet voorzichtig genoeg zijn.

Tijdens deze lange terugreis heb ik de vele indrukken die ik in Midden Afrika heb opgedaan, op hoofdlijnen geordend. Uiteraard heb ik al eerder mijn onderzoeksgegevens gesorteerd en doorgenomen, maar in het vliegtuig, op de boot en in de trein hebben de hoofdlijnen  voor de verslaglegging van de studiereis vaste vormen aangenomen.

Ik besloot de verslaglegging van de gebeurtenissen te splitsen in vier onderdelen. Het eerste deel richtte zich op cultuur of de gedragingen van groepen die direct – als daders of slachtoffers – betrokken waren bij de volkerenmoord. Het tweede deel had betrekking op de invloed van individuele gedrag van daders, leiders en opinievormers op volkerenmoord. Het derde deel beschreef de invloeden op de excessen van organisaties, instanties en landen buiten Midden Afrika. Dit derde deel is vertrouwelijk: hierin staan mijn bevindingen over de invloed van wapenleveranties door handelaren en landen met hun politieke belangen in Midden Afrika, over geheime diensten met hun soms duistere aangelegenheden en het onvermogen/nalatigheid van internationale instanties. Het laatste deel bevatte mijn verslag over de eventuele juridische aansprakelijkheid van de afzonderlijke partijen voor hun aandeel in de volkerenmoord. Bij strafrechtelijk onderzoek naar de volkerenmoord zijn op basis van mijn verslag opgravingen verricht en er heeft nader onderzoek plaats gevonden.

Vredespaleis in Den Haag[3]

Voorafgaand aan deze studiereis in Midden Afrika had ik culturen beschouwd als manieren waarop groepen mensen – en waarbinnen individuen – met elkaar samenleven en met elkaar omgingen. Een cultuur was een “Modus Vivendi” van een samenhangende groep mensen. Uiteraard veranderde een cultuur in de loop van de tijd, bijvoorbeeld door gewijzigde omstandigheden of door migratie van buitenstaanders. Maar ik had cultuur niet in verband bracht met een levende organisatie die net als ieder levend wezen was verwikkeld in een “Survival of the Fittest”, zoals door Darwin beschreven in “The Origin of Species”.

Darwin Origin of Species[4]

In de onbekende omgeving van Midden Afrika en op basis van de gesprekken met inwoners, ben ik steeds duidelijker gaan zien dat een cultuur ook vergeleken kan worden met een wezen dat bezig is met overleven. Bij het uit rijpen van dit denkbeeld, zag ik de parallellen in de geschiedenis van de Westerse wereld.

In het eerste deel van mijn verslag beschreef ik dat cultuur endemisch aanwezig is in een individu, binnen een familie, een dorpsgemeenschap, een stam/groep/volk wonend in een samenhangend gebied. De naties als rechtspersonen stonden in Midden-Afrika nog in de kinderschoenen: hierdoor was de nationale cultuur zwak ontwikkeld. Culturen zijn enerzijds een wijze van samenleven – een “Modus Vivendi” –, die voor stabiliteit en vertrouwen zorgt. Aan de andere kant zijn culturen bezig met overleven en met het dwingend tot een bepaald gedrag aan te zetten van binnenstaanders;  buitenstaanders worden overtuigd van het gelijk van de levenswijze en – tijdelijk of permanent – opgenomen in de cultuur òf zij worden buitengesloten.

Culturen zijn niet statisch, zij veranderen in de loop der tijd zoals ook een taal wijzigt met de verandering van haar sprekers. Een bekende en vertrouwde moedertaal van ongeveer honderd jaar geleden klinkt ons vertrouwd/vreemd in de oren net zoals de levenswijzen van mensen van honderd jaar geleden ons vertrouwd/vreemd overkomen. Veel van deze veranderingen gaan geleidelijk door assimilatie of door organische groei.

Een cultuur is niet homogeen en uniform. Binnen een enigszins omvangrijke cultuur is bijna altijd een gelaagdheid of stratificatie aanwezig. Een cultuur kent ook interne spanningen tussen onderlinge subculturen.

Soms, door grote veranderingen – bijvoorbeeld door een bevolkingsexplosie of door een ontwikkelingssprong – of door zeer kleine toevalligheden bij potentiële omslagpunten –  bifurcatiepunten binnen de chaostheorie – kunnen omslagen binnen een cultuur ook onverwachts snel plaats vinden [5]. Deze snelle groeistuipen kunnen in bijzondere gevallen resulteren in stigmatisering, uitsluiting of vernietiging van andersdenkenden binnen de eigen cultuur.

De ontlading van de spanningen kan geschieden door excessen tegen andere (sub-)culturen. Culturen leven onderling meestal als goede buren redelijk vreedzaam naast elkaar. Af en toe zijn er verschillen van inzicht die leefbaar/draaglijk worden gemaakt door diplomatie, feesten, woorden, rechtspraak en verdragen. Soms komen de spanningen tussen culturen tot uitbarsting. De oorzaak kan zijn: een sterke verandering in onderlinge verhoudingen, een sluimerend onrecht uit het verleden dat manifest wordt of een plotseling incident dat uitgroeit tot een conflict. Deze uitbarstingen kunnen gewelddadig verlopen. Een voorbeeld uit de geschiedenis met verkeerde afloop is de Pax Romana rond 400 n. Chr. in het gebied van de Donau. De Romeinen voerden een verdeel en heers politiek waarbij de gunsten tussen de vreemde grensculturen ongelijk was verdeeld opdat de onderlinge afgunst groter was dan de spanning met de Romeinse imperator. Eens per generatie werd een cultuur door de Romeinen samen met enkele bondgenoten gewelddadig van haar rijkdommen ontdaan opdat het weer een periode van een generatie kostte voordat de cultuur deze slag te boven was gekomen.

Rond 400 n. Chr. zochten de Visigoten bij de Donau aan de grens van het Romeinse rijk bescherming tegen de oprukkende Hunnen. De Visigoten mochten van de Romeinen de Donau niet oversteken terwijl een andere stam deze extra bescherming wel werd gegund. De Visigoten grepen dit onrecht aan om de verzwakte Romeinse Imperator direct aan te vallen [6]. Door de verzwakte positie – door onder meer interne verdeeldheid – van de Romeinen waren de Visigoten in staat om vele jaren door Italië te zwerven en zelfs naar de poorten van Rome op te rukken. Paus Innocent I wist door onderhandelen en overdracht van een groot losgeld in 408 n. Chr. een inval in Rome te voorkomen [7] . Rond 416 n. Chr. vestigden de Visigoten zich in het toenmalige Gallië.

Visigoten kerk in Gaul[8]

In Midden Afrika waren de onderlinge spanningen binnen en tussen culturen opgelopen door interne spanningen, wijzigingen in de verhoudingen tussen culturen, wegvallen van de invloed van  kolonisatoren, kunstmatige grenzen, bevolkingsgroei en afname en regelmatige terugkerende droogte. De nieuwe internationale orde bezat niet de macht om doeltreffend in te grijpen.

Dit mengsel van spanningen was op zich genoeg voor het ontstaan van excessen. Een verkeerd gelopen voetbalwedstrijd of een ongelukkige verkiezingsuitslag waren voldoende voor een geweldsuitbarsting. Maar externe invloeden versterkte de spanningen en zorgden voor een katalysator voor excessen.

[1] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Alexandria
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bibliotheek_van_Alexandri%C3%AB
[3] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vredespaleis
[4] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Darwin
[5] Zie ook: Ginneken, Jaap van, Brein-bevingen – Snelle omslagen in opinie en communicatie.
[6] Bron: Zie ook: Heather, Peter, Empires and Barbarians – Migration ,Development and the Birth of Europe. London: Panbooks, 2010, p. 197
[7] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011 p. 19
[8] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Visigoten

Carla Drift – Op Reis 2


Midden Afrika nam mij op. Tijdelijk verdween ik in Midden Afrika van de aardbodem. In mijn paspoort stond een andere naam. Op papier verrichtte ik een onderzoek naar verslechtering van de gezondheidstoestand [1] van de inwoners door de infectieziekte Malaria. Ik gaf ook voorlichting over deze ziekte. Door dit papieren onderzoek ging ik op in het land en in de groepen inwoners.

De infectieziekte Malaria wordt overgebracht door de Malariamug. Wanneer een malariamug een mens steekt om bloed te zuigen, dan kan deze persoon door het speeksel van de Malariamug geïnfecteerd worden met  Malaria [2]. Er zijn verschillende vormen van Malaria met hun eigen ziekteverloop in de vorm van opflakkeren van de koorts.

Malaria mug[3]

Malaria is endemisch aanwezig in vele landelijke gebieden rond de evenaar. De Malariamug gedijt het best in warme regenrijke streken of na regenval in droge streken. In Midden Afrika beneden de Sahara komen 85 – 90 % van de fatale Malaria infecties voor.

Malaria in de Wereld[4]

Door het onderzoek naar de gezondheidstoestand kon ik redelijk makkelijk door Midden Afrika reizen. Ik had bijna overal toegang – ook tot vluchtelingenkampen en ik kreeg laagdrempelige contact met bijna alle groeperingen. Deze vele contacten leverden een schat aan informatie op over de gezondheidstoestand.

Deze hoofdingang was een zijdeur voor mijn eigenlijke onderzoek dat betrekking had op de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord in Midden Afrika. Tussen de bedrijven van de interviews naar de gezondheidstoestand door, vroeg ik terloops informatie over de levensloop van de mensen die ik bezocht. Soms versluierd, soms direct vertelden de belangrijke getuigen hun verhaal over de verschrikkingen die zij tijdens conflicten hadden meegemaakt. Af en toe kreeg ik directe verklaringen over excessen. Op deze indirecte manier ontving ik belangrijke informatie voor mijn eigenlijke onderzoek.

Rwanda vluchtelingen in opvangkamp in Oost Zaire[5]

Uiteraard rapporteerde ik over de gezondheidstoestand in de gebieden die ik bezocht en de voorlichting was nuttig. Maar dit onderzoek was weer verstoppertje spelen; nu voor de veiligheid van de vele geïnterviewden en voor mijn eigen veiligheid.

Door het onderzoek naar de gezondheidstoestand kon ik mijn eigenlijke studiereis in betrekkelijke veiligheid verrichten. De betaalde studiereis was in beginsel een zeer gevaarlijke reis. De machthebbers in Midden Afrika die mogelijk een aandeel in de volkerenmoord hadden, waren uiteraard zeer vijandig ten opzichte van ons onderzoek. De overwinnaar en/of de machthebber bepaalt hoe de handelingen in het verleden moeten worden gezien en binnen welk kader deze handelingen een passende plaats krijgen in de vastlegging van de geschiedenis. Geen vreemde pottenkijkers zijn gewenst om hierbij uiterst kritische en pijnlijke kanttekeningen te plaatsen. Als machthebbers of daders wisten van mijn onderzoek, dan liep het leven van de getuigen en mijn leven direct gevaar.

Omdat ik uit een Europees land kwam die zijn inwoners op afstand een redelijke bescherming kon bieden, had ik waarschijnlijk geen direct gevaar van de toenmalige machthebbers te duchten. Openlijke agressie tegen mij zou snel een diplomatiek conflict opleveren met de Westerse wereld en de helft van Afrika. Waarschijnlijk zou – na vele niet al te zachtzinnige verhoren – een uitwijzing volgen wegens inmenging met binnenlandse aangelegenheden met achterlating en vernietiging van al mijn studiemateriaal. De gevolgen voor de geïnterviewden zouden verstrekkender zijn.

De machthebbers zouden hun agressie tegen het doel van mijn studiereis niet rechtstreeks laten merken. Ook zij speelden kat en muis. Hun agressie tegen een dergelijk onderzoek dreigde altijd via omwegen. Iedere wegversperring, iedere inval in een dorp, iedere controle van papieren kon gevaarlijk zijn. Reizen met een groep onderzoekers die allerlei bedreigende vragen stelden, stond in mijn ogen gelijk aan een verhulde oorlogsverklaring. Onderzoekers die soortgelijke studies uitvoerden, zijn in grote problemen gekomen.

Ik besloot mijn aandeel in het onderzoek alleen uit te voeren. Ik reisde met hulp en onder de hoede van plaatselijke inwoners. Als vrouw kon ik in vrouwen gemeenschappen opgenomen worden. Ik stond open voor de hen en zij ontvingen mij gastvrij. Zij behoeden mij – als een van hun kleine kinderen – voor de gevaren van de omgeving en voor gevaren van beroving en erger.

Rwanda landelijk gebied [6]

Tijdens de laatste jaren van mijn studie heb ik veel alleen in Europa gereisd. Deze studiereis in Afrika besloot ik ook alleen te reizen. Vanaf mijn jongste jaren heb ik op bijna alle gebieden verstoppertje gespeeld. Op dit terrein heb ik door het lezen van de boeken van John Le Carré en Len Deighton vooral voorzichtigheid bijgeleerd. Ik besloot alleen te reizen met hulp van wisselende betrouwbare plaatselijke mensen.

In deze onbekende wereld met onzekerheden, mysteries en twijfel vertrouwde ik op geduld, tolerantie en mijn bewustzijn van mijn onkunde. Ik klampte mij niet vast aan afzonderlijke signalen, en ik liet alle denkbeelden en vooroordelen voorlopig los. Via omwegen – meestal verhuld en onopvallend – kreeg ik ontzettend veel informatie [7]. Ik liet de indrukken rijpen en maakte aantekeningen die ik cryptisch tussen de uitkomsten van mijn neven onderzoek verborg.

Als onderzoeker naar de gezondheidstoestand leefde ik samen – in een bevoorrechte positie – met de mensen op de plaatsen die ik bezocht. Vele dorpen en vluchtelingen kampen heb ik bezocht.

Waterpomp in Rwanda[8]

Uiteindelijk zorgden een aantal factoren ervoor dat ik mijn studiereis moest afronden. Allereerst begon het budget op te raken. Een eindverslag was nodig voor vervolg acties door de organisatie die mij de opdracht had gegeven. Daarnaast moest ik er rekening mee houden dan mijn verblijf in deze gebieden steeds meer op ging vallen. Mijn onbevangen verblijf bij de inwoners kon hierdoor erg snel omslaan in een explosieve situatie voor iedereen. Met mijn onderzoeksgegevens reisde ik naar een betrouwbaar vliegveld voor mijn vertrek.

[1] Carla Drift is een fictieve naam, de onderzoeken naar de gezondheidstoestand en zijn fictief. Geen persoon of onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord in Midden Afrika heeft model gestaan voor deze berichten over het leven van Carla Drift.
[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria
[3] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria
[4] Deze wereldkaart toont de prevalentie van Malaria. De schaal gaat in toenemende ernst van licht geel naar donkerrood. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria
[5] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rwandan_Genocide
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rwanda
[7] Zie ook: Brooks, David, The Social Animal – The Hidden Sources of Love, Character and Achievement. New York: Random House, 2011, p. 248
[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria

Carla Drift – Studie menswetenschappen


Na mijn derde studiejaar verhuisde ik aan het begin van de zomervakantie met hulp van studievrienden uit Delft naar Amsterdam. Mijn nieuwe kamer had ik gevonden door bemiddeling van de charmante man met wie ik in Delft de colleges filosofie had gevolgd die werden gegeven door Prof. Dr. W. Luijpen. Pas halverwege de collegereeks begreep ik dat zijn naam Man Leben was. Hij stelde mij voor aan vrienden van hem die in de binnenstad van Amsterdam woonden; zij hadden een kamer over op de bovenverdieping. Mijn hele studietijd in Amsterdam ben ik op deze kamer blijven wonen; al snel werd ik van kamerbewoner een huisgenoot die een aandeel in het algehele huiselijk leven – samen koken, om beurten schoonmaken, aan het einde van een drukke dag nog wat napraten en heel soms een feest – op mij nam. De vrienden van Man waren blij met wat extra leven in huis en ik had deze huiselijkheid nodig nadat ik leeg uit Delft was vertrokken. Later hierover meer.

[1]

In Delft had ik de verplichte vakken voor menswetenschappen en wetenschapsfilosofie gevolgd. Daarnaast koos ik er voor om veel keuze vakken op dit gebied te volgen. Mijn technische natuurwetenschappelijke studie kon ik in Delft niet voortzetten in de richting die ik voor ogen had. Na gesprekken met veel mensen over mijn drijfveren, heb ik ervoor gekozen om mijn studie voort te zetten op het gebied van de menswetenschappen – de tweede hoofdstroom van mijn studie in Delft.

Met mijn kandidaatsdiploma in een technische studie kreeg ik maar enkele vrijstellingen voor bepaalde vakken in de menswetenschappen. Ik las snel en gelukkig kon ik voor de verplichte vakken in een hoog tempo examen doen. Binnen een jaar had ik mijn achterstand ingehaald.

Mijn studie omvatte psychologie die vooral was gericht op de ontwikkelen van mensen en op gedragingen van mensen in hun dagelijks leven. De behoeftepiramide van Abraham Maslow had ik in Delft al bestudeerd. Aanvullend daarop bestudeerde ik hoe mensen leerden kijken en zien; welke processen bij inprenting en beeldvorming een rol spelen. Inprenting en beeldvorming kan geschieden door het zien van voorbeelden van ouders en opinievormers, maar kan ook fysiek gebeuren door het eten van bedorven eten waarna het voedsel dat hiermee wordt geassocieerd nooit meer aangenaam wordt gevonden. Ik bestudeerde hebzucht in relatie tot overlevingsdrang van mensen; daarbij las ik veel studies over de rol van individuen op conflicten en oorlogsvoering, de gevolgen van deze conflicten op individuen en de interacties tussen beiden. Door verheerlijking en verering van heldendaden tijdens de oorlog worden individuen en samenlevingen rijp gemaakt voor acceptatie van de verschikkingen van oorlogsvoering. In de beeldvorming zouden deze verschrikkingen noodzakelijk zijn om een hoger doel te bereiken op het gebied van religie, overleving, grotere welvaart of overwinning van basisangsten. Later volgde ik als speciaal onderwerp de interactie tussen literatuur en kunst enerzijds en oorlogsgeweld anderzijds. Na het volgen van dit vak ben ik voor altijd anders naar bepaalde kunstuitingen gaan kijken. Een aantal dadaïstische en surrealistische kunstenaars hebben zich in de loopgraven van de eerste wereldoorlog hun beeldtaal eigen gemaakt; zij hebben letterlijk de verschrikkingen – lijken en paarden – in de bomen zien hangen.

[2]

[3]

Op het terrein van sociologie bestudeerde ik groepsgedrag waarbij inprenting en beeldvorming door initiatieriten en groepsdwang mijn bijzondere aandacht hadden. Ook veranderingen binnen groepen met de bijbehorende groepsdynamica en de gevolgen van deze veranderingen op het persoonlijke leven van groepsleden werden door mij bestudeerd. Tijdens het begin van de Eerste Wereld Oorlog was de deelname voor jonge mannen nog vrijwillig, maar als aan deze “vrijwillige” aanmelding geen gehoor werd gegeven, dan werden de jonge mannen en hun families fysiek en mentaal volledig uit de lokale gemeenschap buitengesloten – meer voorbeelden volgen later tijdens onze Odyssee.

[4]

Mijn interesse bij het vak geschiedenis ging uit naar de wijze waarop de geschiedenis in de loop der tijd vorm kreeg onder invloed van heersende beelden van de werkelijkheid in de samenleving. Vaak werd de geschiedenis geschreven door de overwinnaar of door de heersende klasse. De heersende klasse bepaalde van oudsher wanneer het jagen van dieren een edele en nobele activiteit – een privilege van de adel – was of moest worden gezien als ordinair stropen – door mensen zonder privileges. Dezelfde wijze van beeldvorming was ook werkzaam bij het bepalen wanneer een verovering moest worden gezien als een triomfantelijke weldaad voor de samenleving of een laaghartige roof van eigendommen en rechten. De werkelijkheid en de bijbehorende beeldvorming werden vaak aangepast aan noden en wensen van heersende klasse of aan de opkomende nieuwe klasse van heersers. De anarchist Mikhail Bakunin heeft ruim honderd jaar geleden heel terecht opgemerkt dat de revolutionairen in Rusland in hun beeldvorming en in hun daden binnen een jaar erger zouden zijn dan de Tsaar [5]. Tegen het einde van mijn studie heb ik met veel interesse de studie over de Geschiedenis van het persoonlijke leven van onder andere Philippe Ariès [6] en George Duby [7] gelezen. Hierin werd mooi weergegeven dat hoewel alles verandert, heel vele oude elementen in een gewijzigde vorm aanwezig blijven. Volgens oud romeins recht heeft een vader het recht een kind na de geboorte te aanvaarden of af te wijzen: mogelijk is de doop van een pasgeborene nog een overblijfsel van dit oude patriarchale recht. Het Romeinse rijk is in België en de Zuidelijke Nederlanden tot op heden blijven voortbestaan in de kerkprovincies van de Katholieke kerk. De kazuifels van de priesters in de Katholieke kerk vertonen nog steeds sterke overeenkomsten met de heersende mode in Rome in de vijfde eeuw na christus.

In het volgende bericht meer over mijn studie van de geschiedenis van het recht en de taal.