Tagarchief: gestolde tijd

Carla Drift – Veranderingen en Conflicten 2


Mijn laatste studiejaar in Amsterdam kende een schitterende lente, een lente als geen ander. De gestolde tijd kwam in beweging. Nooit heb ik de bloemen en de bloesem mooier gezien. De natuur rook naar leven.

Een lente als geen ander[1]

Het leven straalde en ik straalde terug. Alles om mij heen was nog even intens als in de drie jaren als drie eeuwen, maar de ijselijke verkilling ontdooide en de verstijving verdween in de warmte van de lentezon. Ik zweefde in een gouden gloed.  “Leven is een voortdurend sterven van het nu” – de zin uit de gestolde tijd – veranderde in:

Voor de natuur is
scheppen en voltooien één
en dezelfde daad

Zon schijnt in een kloof[2]

In de zomer en de herfst werd mijn leven normaal. Nog steeds mis ik de intensiteit en de eindeloosheid van het hier en nu.

Mijn eindscriptie voor mijn studie menswetenschappen had als onderwerp “Voorkomen van excessen bij veranderingen en conflicten”. Het eerste deel behandelde de omstandigheden waaronder excessen zich bij voorkeur manifesteren; het tweede deel beschreef de factoren die een dempende werking hebben op het ontstaan van uitwassen.

Bijna alle veranderingen gaan stilzwijgend voorbij. Deze stille veranderingen zijn als een ademhaling, het knipperen van de ogen of het draaien van het hoofd. De aanleiding kan zijn het lezen van de krant, het zien van een foto of het horen van een verhaal. Daarna is de wereld anders dan voorheen. Dit soort verandering is even natuurlijk als het leven.

Het onderwerp van mijn scriptie richtte zich op veranderingen die met spanningen zijn omgeven. In dit bericht volgen enkele aspecten uit mijn studie.

Ik had bij het onderzoek voor mijn eindscriptie gekozen voor zeven verschillende invalshoeken bij het bezien van veranderingen.

De eerste invalshoek had betrekking op de reikwijdte van de verandering. De reikwijdte van de (direct aanwijsbare) gevolgen van de verandering – en de spanningen die hiermee gepaard gaan – kunnen bij mensen variëren tussen een individu, een familie, een leefgemeenschap, een stad, een land, een continent, de wereld, of het heelal.

De tweede invalshoek bezag de intensiteit, de kracht en hevigheid van de veranderingen. De hevigheid en intensiteit kan variëren van een kleine rimpeling in het bestaan tot een alles volledig overweldigende verandering.

De derde invalshoek was de tijdsduur waarbinnen de verandering zich voltrok. De tijdsduur kan variëren van een schok als bij een inslag van een grote meteoor of de explosie van de vulkaan op het eiland Krakatau in 1883 [3]; de gevolgen van deze explosies en inslagen zijn vele jaren later nog merkbaar en kunnen samenlevingen wegvagen. Andere veranderingen hebben een lange aanlooptijd zoals het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog of de introductie van lees- en schrijfvaardigheid in de Westerse samenleving.

De vierde invalshoek bezag spanningen veroorzaakt door veranderingen van menselijke behoeften. Hierbij maakte ik gebruik van de hiërarchie van behoeften van Maslow [4] waarbij de vijfde hiërarchie door mij was opgedeeld in drie afzonderlijke hiërarchieën: behoefte aan kennis, behoefte aan religie en behoefte aan zelfverwezenlijking. De behoefte piramide van Maslow is een model voor ordening van menselijke behoeften oplopend van Zelfbehoud tot Zelfverwezenlijking. Onze Odyssee naar “Wie ben jij” is een zoektocht naar deze Zelf in al haar eindigheid en onmetelijkheid – wij komen dit model van Maslow op een aantal aanlegplaatsen van onze Odyssee tegen. Spanningen kunnen zich manifesteren bij overgangen van een hiërarchie naar de andere hiërarchie – menselijke groei gaat vaak met schokken gepaard. Ook treden spanningen op bij regressie van de behoeften door gewijzigde omstandigheden zoals hongersnood, onzekerheid, verharde omstandigheden, aantasting van de eer en/of belemmering van meningsuitingen, creativiteit, religie en/of zelfactualisatie.

Hierarchie van behoeften volgens Maslow [4]

De vijfde invalshoek bezag het stadium van de ontwikkeling van de samenleving. Een jager-verzamelaars samenleving heeft in het algemeen minder middelen voor extreem geweld dan een hoog ontwikkelde agrarische/industriële samenleving met een enorm reservoir aan surplus in mensen, voeding, middelen en kennis.

De zesde invalshoek had betrekking op de mate van sociale stratificatie binnen een samenleving [5]. Bij een extreem gestratificeerde samenleving is de rol van de absolute heerser – bijvoorbeeld een farao of zonnekoning – zeer bepalend. Bij een oligarchie zijn groepsdynamisch proces binnen de kleine heersende klasse bepalend. Een niet gestratificeerde samenleving heeft een eigen – voor mensen ogenschijnlijk chaotische – dynamiek. Bij nadere analyse heeft deze samenleving een dynamiek die vaak in enkele parameters kan worden weergegeven, maar uitkomsten zijn bij omslagpunten erg afhankelijk van uiterst kleine triviale toevalligheden. Veel mensen voelen zich bij chaotische processen onzeker: snel ontstaat een roep om leiding.

De zevende invalshoek is de wijze waarop met de verandering/spanning wordt omgegaan. Deze zevende invalshoek geeft de reactie weer van individu, groepen en/of samenleving op veranderingen/spanningen. De reactie kan variëren van negeren, meegaan, medeleven tonen, positie kiezen, woede en/of verzet. Deze zevende invalshoek kwam vooral in het tweede deel aan de orde waar ik de factoren onderzocht die een dempende werking hebben op het ontstaan van uitwassen.

Een volledige beschrijving en bestudering van deze zeven invalshoeken was niet mogelijk binnen het kader van mijn eindscriptie. De zeven invalshoeken heb ik in mijn eindscriptie als uitgangspunt genomen om als casus de veranderingen en spanningen te onderzoeken en beschrijven van mannen die alleen hun habitat verdedigen via een eerste groeispurt in de mensheid – door een betere voedselvoorziening – waarbij een mannenoverschot als mannenbroeders tijdelijk rondtrekt op zoek naar zelfbevestiging door veroveringen via een tweede groeispurt – door verdergaande specialisatie in de mensheid – waarbij mannen in rondtrekkende legers van vechten hun beroep maken via een derde groeispurt – door grotere welvaart – waarbij een permanente krijgsmacht zich endemisch nestelt in de samenleving. Hierbij onderzocht ik de gevolgen voor de inrichting van de publieke orde: de krijgsmacht wordt een machtsfactor in de openbare orde die rechtstreekse toegang nodig heeft tot mensen en middelen voor haar bestaan. Ruim 10 jaar na mijn eindscriptie heeft John Keegan een zeer lezenswaardige studie over dit onderwerp geschreven [6].

Vloot van oorlogsschepen [7]

Een jaar geleden heb ik een mooie observatie gelezen over de dempende werking van het woord in “An Iliad – A Story of War” van Alessandro Baricco [8]. Als noot bij zijn vertelling van de Ilias merkt Alessandro op dat onderhuids in de Ilias altijd de wens aanwezig is om te stoppen met vechten. Hij ziet dit verlangen zich in de Ilias manifesteren in dialogen, in overleg en in bijeenkomsten – hij noemt dit de vrouwelijk kant van de Ilias. De debatten en bijeenkomsten – in plaats van gevechten – gaan eindeloos tot vervelens toe door. Dit overleg is volgens Alessandro een manier om het gevecht zo lang mogelijk uit te stellen – het overleg is als een Scheherazade die in leven blijft door het vertellen van verhalen. Het woord is het wapen waarmee de oorlog als in gestolde tijd stil wordt gelegd. Zelfs als de helden discussiëren over de manier van vechten, dan voeren zij het niet uit – op deze manier rekken zij hun leven. De helden zijn gedoemd tot de dood, maar zij zorgen dat het “roken van hun laatste sigaret, dat zij roken met woorden” zo lang mogelijk duurt. Als zij de strijd aangaan, veranderen zij in blinde fanatici met volle toewijding aan hun eer en plicht. Maar eerst: eerst is er een gestolde tijd, vrouwelijk, een tijd van bewust uitstel en terugblikken op een verleden. Een stolling van tijd die enkele overeenkomsten heeft met mijn drie jaren als drie eeuwen.

Via deze observatie van Alessandro Baricco komen wij aan bij de samenhang van de publieke zaak – met het gebruik van het woord, overleg, wetgeving, verdragen en rechtspraak – en oorlog – met haar blind fanatisme, woede, haat, wraak en onpeilbaar leed. Volgens Von Clausewitz [9] is oorlog een voortzetting van politiek met andere middelen. John Keegan heeft hierbij opgemerkt dat het instrument oorlog al veel langer bestaat dan politiek als staatsvorm.

Met deze eindscriptie sloot ik mijn studentenleven in Amsterdam af. In dat najaar betrad ik het leven van alledag.

[1] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Lente
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zonlicht
[3] Zie ook:  http://en.wikipedia.org/wiki/Krakatoa
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Maslow’s_hierarchy_of_needs
[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Social_stratification
[6] Zie ook: Keegan, John, A History of Warfare. London: Pimlico – Random House, 2004 en een eerdere studie over de zeemacht: Keegan, John, The Price of Admiralty. London: Penguin Books, 1988
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Military_organization
[8] Bron: Baricco Alessandro, An Iliad. Edinburgh: Canongate, 2007 p. 153 – 154
[9] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Carl_von_Clausewitz

Carla Drift – Veranderingen en Conflicten


Mijn verhuizingen naar Delft en naar Amsterdam zorgden voor veel veranderingen. Mijn leefwereld veranderde en mijn familiebanden en vriendschappen namen andere vormen aan. Ik leerde veel nieuwe mensen kennen en wij leefden met elkaar op afstand of nabij afhankelijk van de omstandigheden.

De veranderingen die ik met de verhuizingen beleefde, waren de normale veranderingen die een mens doormaakt als zij/hij volwassen wordt. Met enkele vriendinnen en vrienden uit mijn schooltijd in Zuid-Limburg heb ik nog steeds contact. Mijn lagere schoolvriend is gelukkig getrouwd met zijn heimelijke liefde en zij hebben al kinderen – ik ben dol op hen. Ik houd hen op de hoogte van de algemeenheden in mijn leven en af en toe als wij elkaar ontmoeten maken wij plezier of hebben wij gesprekken over de ontwikkelingen in ons leven. Met enkele vrienden uit Delft heb ik nog contact. Wij zien elkaar af en toe.

[1]

Volgens mijn vrienden uit Delft is de grote liefde in mijn leven in de fase van knipperlicht relaties – ik hou hem doelbewust op afstand. Na het einde van onze liefde, heb ik de aandacht van alle andere verliefde mannen op een afstand gehouden. In Delft zijn de vrouwelijke studenten in de technische studies schaars: ik zou veel aandacht kunnen krijgen, maar dat was niet eerlijk tegen hen en tegen mezelf – op dit punt was ik duidelijk. Wel stond ik open voor alleen vriendschap of leuke contacten. Ik had een aantal vrienden die een sluimerende liefde voor mij voelden. In Amsterdam was de verhouding man – vrouw in balans. Ineens was er veel minder aandacht van jonge mannen; ik vond dat wel zo rustig in de gestolde tijd.

Met mijn familie heb ik altijd een goede band gehouden. Mijn twee jongere zussen hebben – in mijn ogen vrij vroeg – een goede levenspartner gevonden; zij zijn gelukkig getrouwd en zij hebben nu een aantal kinderen. Wel kibbelen wij nog steeds als de drie zussen. Met mijn moeder is de onderlinge waardering gegroeid en de emotionele afstand gebleven. Met mijn vader kan ik heel goed opschieten, wij gaan samen regelmatig naar musea of op stedenreis in Nederland of in het buitenland.

Met niemand heb ik gesproken over de gestolde tijd. Sommigen van mijn naasten gaven mij extra aandacht. Goed bedoeld, maar het had geen invloed op de intensiteit en kilte; de tijd bleef eindeloos als altijd. Mijn vader voelde wel dat er iets was – hij dacht aan verdriet over het verlies van mijn geliefde. Hij zei troostend en ook pijnlijk voor mij: “Jij ben altijd bijzonder geweest. In verdriet ben jij ook bijzonder. Gelukkig vlucht jij niet in iets onmogelijks”.

[2]

Indertijd in Amsterdam zag ik mijn gevoelsleven als een groeistuip naar volwassenheid – pas later heeft het een naam gekregen [3]. Ik was mij uiterst bewust dat veranderingen in de levens van mensen onherroepelijk waren, het verleden en het heden werden gestold als in glas. Het heden verandert voortdurend – meestal soepel en vloeiend – om daarna te verstarren. Af en toe ontstaan conflicten die vaak met een sisser aflopen – vroegere ruzies met mijn zussen duurden meestal niet lang. Potentiële bronnen van conflicten binnen de samenleving of tussen samenlevingen worden door politiek besluitvorming, wet- en regelgeving of door verdragen gekanaliseerd.

[4]

Soms escaleert het conflict en ontstaat er een richtingenstrijd – Amsterdam heeft op dit punt een traditie op te houden met demonstraties, rellen, kraken en bezettingen van gebouwen. Ook deze conflicten eindigen vaak met gesneuveld glas, enkele arrestaties en af en toe een paar gewonden. In de privésfeer kan er serviesgoed sneuvelen en er worden enkele onhandige klappen tussen naasten uitgewisseld. Andersoortige conflicten worden via rechtspraak beslecht. De stoom moet soms van de intermenselijke en/of maatschappelijke ketel worden afgeblazen.
[5]

[6]

Sommige conflicten ontsporen en verworden tot naargeestige en rancuneuze aangelegenheden. Zij kunnen ontaarden in moordpartijen en burgeroorlogen binnen een samenleving of tot veldslagen en oorlogen tussen samenlevingen. Deze ontsporingen zijn omgeven met allerlei mythen en riten zodat de oorzaken, de misdaden en de gevolgen van het conflict een begrijpbare plaats krijgen in een samenleving. De gevolgen zijn altijd peilloos leed voor de partijen. Het leed wordt voor de overwinnaar soms verzacht door de buit en het recht om de geschiedenis naar eigen inzicht bij te stellen. De gevolgen voor de verliezer kunnen beperkt blijven tot een leven onder een ander regime, maar kunnen ook resulteren in vernietiging van elke vorm van cultuur, in verlies van de eer van mannen en vrouwen en zelfs in volledige uitroeiing.

[7]

Een bijzondere vorm van conflictbestrijding binnen een samenleving is het zoeken van een zondebok. Mensen of groepen met een andere afkomst, uiterlijk, cultuur, mening en/of religie zijn eenvoudig te stigmatiseren. Door het verwijderen van de zondebok uit het openbare leven of uit de samenleving denkt een samenleving dat de oorspronkelijke spanning en/of het conflict ook is verdwenen.

[8]

Binnen mijn studie menswetenschappen ging ik mij interesseren in het verloop van veranderingen en vooral in de oorzaken waardoor sommige veranderingen zo ernstig kunnen ontsporen. In de natuur zijn dergelijke mechanismen te zien bij mierenvolkeren die van een vreedzaam bestaan kunnen veranderen in oorlogsvolkeren. Deze volkeren kunnen ook gaan trekken waarbij een kaal spoor achterblijft.

Ik richtte mij op de omstandigheden waaronder kleine en grote conflicten gaan ontsporen, op de handelingen van mensen en leiders van volkeren die de ontsporingen veroorzaken of die bijdragen aan deze ontsporing, op het verloop van de ontsporingen en op de gevolgen van de ontsporingen.

In het laatste jaar van mijn studie menswetenschappen in Amsterdam ging ik mij verdiepen in de intensiteiten, de kilte en de gestolde tijd van conflicten, geweld, veldslagen, oorlogen en volkerenmoord. Ik probeerde te achterhalen waardoor de extreme vormen van verandering werden veroorzaakt. Ook onderzocht ik hoe de verschrikkingen konden worden voorkomen.

[1] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Friendship
[2] Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Introversione
[3] Zie ook: Kuiper, P.C., Ver Heen. ’s-Gravenhage: SDU Drukkerij, 1988
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Politics
[5] Bron afbeelding: http://fr.wikipedia.org/wiki/Tribunal
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Riot
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/War
[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Scapegoating

Carla Drift – leven in Amsterdam, de gestolde tijd


In de loop van mijn derde studie jaar in Delft was mijn gevoelsleven op drift geraakt. In dat jaar raakte ik volkomen vervreemd van mijn grote liefde. Mijn studie kon ik niet voortzetten op een manier die mij paste. Ik stond met lege handen.

Naast de leegte in mijn leven, nam de intensiteit waarmee ik alles beleefde toe. Alles wat ik deed, alles wat ik voelde en dacht, scheurde mij – onzichtbaar voor anderen – ragfijn in tweeën. Mijn gevoeligheid voor alles nam steeds verder toe. Iedere handeling, iedere ontmoeting met anderen werd met een intense gloed volkomen uniek en alomvattend gestold in de tijd. In die tijd schreef ik: “Alles rondom mij verstilt, alles rondom mij verkilt en heel ongewild gaat alles wat ik aanraak dood”.

[1]

Met de intensiteit kwam tegelijkertijd ook de kilte. Het leven dat ik leefde stolde als in glas. Al waarmee ik in aanraking kwam, vervloeide en stolde in glas waarna het voor mij onaanraakbaar werd. Na het vervloeien en stollen bleef de kilte van koel glas of koud ijs waarin ik de gestolde tijd van alles dat achter mij lag, waarnam [2]. De intensiteit van mijn leven was onlosmakelijk verbonden met de ijselijke verkilling en verstijving van de dood. Inwendig voelde ik tegelijkertijd de gloed van vuur en de intense koude van ijs. Ik schreef in die tijd: “Leven is een voortdurend sterven van het nu”.

[3]

Met de intensiteit en de verkilling stolde de tijd. De tijd vertraagde en leek bijna stil te staan. Alles duurde eindeloos in geluk en verdriet tegelijkertijd. Het koken, avondeten en napraten met bezoek en/of met de twee huisgenoten in Amsterdam waren alomvattend. Drie jaren van mijn leven waren als drie eeuwen. Alle gebeurtenissen en herinneringen waren een eindeloos samenhangend glasparelspel.

[4]

De dichter Piet Paaltjens had zijn worgengel [5]. Ik had mijn sprong-engel; op galerijen van flats, boven op torens en op station perrons probeerde zij mij als een sirene te verleiden om de sprong in de leegte, in het duister naar de andere kant te wagen. Met dagelijkse fietstochten naar het Gymnasium, door het roeien in Delft en door voortdurende studie was mijn discipline sterk genoeg om de verleiding van deze engel te weerstaan. Natuurlijk ontliep ik zoveel mogelijk de aanlokkelijke plaatsen; voor mijn omgeving zei ik dat ik hoogtevrees had. Ook hier speelde ik verstoppertje.

In Amsterdam ben ik opgehouden met wedstrijdroeien. In het laatste roeiseizoen in Delft merkte ik de grenzen van de mogelijkheden van mijn lichaam – andere roeisters maakten veel makkelijker vooruitgang. Te voet en op de fiets heb Amsterdam en omgeving verkend. Van roeien ben ik overgestapt op fietsen – de zomervakanties tijdens mijn studie in Amsterdam ben ik in mijn eentje op mijn racefiets met tent door Europa getrokken.

[6]

In deze drie jaren als drie eeuwen heb ik voor mijn idee meer gelezen dan ooit. Op het gebied van literatuur maakten “Oorlog en Vrede” van Lev Tolstoj grote indruk door het samenspel van de mens en de omstandigheden op de geschiedenis – de ene handeling van een soldaat die een veldslag kon beslissen, kwam goed overeen met de bifurcatiepunten in de Chaostheorie. De zwerftocht van Holden Caulfield in “The Catcher in de Rye” van J.D. Salinger was een vage afspiegeling van mijn leefwereld. Wel sprak de volgende passage tegen het einde van het boek mij aan: “Ik zie een heleboel kinderen die een spel aan het doen zijn in een groot graanveld. Kleine kinderen en er is niemand bij – behalve ik. En ik sta op de rand van een afgrond. En ik moet ze vangen als ze in de afgrond dreigen te vallen. Dat is wat ik de hele dag zou doen. Dan was ik de vanger in het graan” [7].

Uit de bibliotheek las ik bijna alle boeken van Saul Bellow, Ayn Rand, Bernard Malamud voor de beschrijvingen van de levens van opvallende mensen. In de vier boeken uit de reeks “Into Their Labours” van John Berger vond ik boeiend om de ontwikkeling van gewone mensen met al hun feilen van de boerensamenleving naar het moderne stadsleven te lezen.

Als ontspanning las ik alle boeken van John Le Carré waarbij ik meevoelde met de intensheid en eenzaamheid van George Smiley in serie “The Quest for Karla” (1982), die de eerdere boeken “Tinker, Tailor, Soldier, Spy”, “The Honourable Schoolboy” and “Smiley’s People” omvat. De vervreemding tussen George en zijn vrouw kon ik haarfijn aanvoelen. In de 12-delige reeks spionage boeken van Len Deighton herkende ik mij in de avonturen en de wanhoop van Bernard Samson – zijn vrouw had haar kinderen en hem zonder reden verlaten en was overgelopen. En uiteraard werd ieder nieuw boek van Sjöwall en Wahlöö in de Martin Beck reeks in een ruk uitgelezen.

Na de drie jaren als drie eeuwen kwam er een stralende lente. Een lente als geen ander.  De bloemen en de bloesem hebben daarna nooit meer zo mooi gebloeid. Het leven werd weer normaal. Nog steeds mis ik de intensiteit en de eindeloosheid.

In 1988 verscheen het boek “Ver heen” van P.C. Kuiper. Hij beschreef hierin zijn ervaringen met de diepe depressiviteit die hij had doorgemaakt na zijn pensionering. De beschrijving was heel herkenbaar – dus depressiviteit was de oorzaak van mijn bijzondere drie jaren. Ik heb er nooit aan gedacht om medische hulp te zoeken. Altijd was ik een buitenbeentje geweest. In liefdesverdriet en in verdriet over afscheid zou ik ook wel bijzonder zijn – hier kon ik beter maar niemand mee lastig vallen. Verstoppertje spelen was voor mij niet nieuw.


[1] Bron afbeelding: “Glass production doghouse”; via: http://de.wikipedia.org/wiki/Glas
[2] Zie ook de slot scene van de film “2001: A Space Odyssey” van Stanley Kubrick uit 1968.
[3] Bron afbeelding: bMA, City of Amsterdam, Keizersgracht 123, 1015 CJ Amsterdam, The Netherlands; via: http://nl.wikipedia.org/wiki/Amsterdam
[4] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Glas
[5] Zie ook: Paaltjens, Piet, “Snikken en grimlachjes: poëzie uit den studententijd” 1867
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Bicycle
[7] Zie ook: Salinger, J.D., The Catcher in the Rye”. Harmondsworth: Penguin Books, 1979.