Tagarchief: Glasshouse

Man Leben – jouw studietijd


Traume soll man leben

Jij vervolgt met jouw studiejaren in Delft:

“Na het behalen van mijn middelbare school diploma ben ik met twee vrienden vier weken in Nederland, België en Frankrijk gaan kamperen. Mijn tante moedigde mij aan om te gaan studeren en op kamers te gaan; zij wilde dat ik op deze manier in de voetsporen van mijn vader kon treden. Door de wederopbouw was ik geïnteresseerd geraakt in architectuur. Ik ging in Delft bouwkunde studeren en ik vond een kleine kamer in een huis aan de Oude Delft. Ik genoot van het studenten leven, studentenvereniging, twee jaar roeien, jazz, uitstapjes naar Amsterdam, Parijs, en natuurlijk was er de architectuur. De huivering van het nieuwe: Amsterdamse school, Frank Lloyd Wright, De Nieuwe Zakelijkheid, Glasshouse.

[1]

[2]

[3]

[4]

Net na mijn 21ste verjaardag volgde een ontnuchtering. Mijn tante legde verantwoording af over haar tijd als voogd en zij droeg het nalatenschap van mijn vader en moeder aan mij over. Zij had het goed gedaan, maar het tijdsgewricht was haar niet goedgezind geweest.

Zij toonde hoe het klein basiskapitaal – dat mijn grootouders rond 1923 in Amsterdam hadden belegd – door mijn ouders in 1933 was gebruikt om een nieuwe start in Nederland te maken. Met een deel van dit geld was in Amsterdam een huis gekocht; de rest was als reserve kapitaal aangewend voor de handel. De handel was redelijk voorspoedig verlopen totdat het andere bewind uit Duitsland belemmeringen ging opwerpen. Bij de deportatie van mijn ouders naar Duitsland zijn de roerende goederen in beslag genomen of verdwenen. Hun huis is in de oorlog geconfisqueerd voor huisvesting.

De eerste post die mijn tante in 1945 kreeg bij haar terugkeer in Nederland, waren aanslagen van de Nederlandse overheid voor de belasting die tijdens de oorlog door mijn familie nog niet was betaald. Zij begreep dat de Nederlandse overheid na de oorlog alles van de grond moest opbouwen net als alles en iedereen. Mijn tante moest als erfgenaam en voogd de verplichtingen voor de overledenen en voor mij nakomen. Alle bezittingen waren vervlogen of niet toegankelijk. Het huis van mijn ouders was bewoond door andere mensen. Vele rekeningen voor onderhoud van deze voormalige woning stonden open of waren door anderen voorgeschoten. Ook het eigendomsrecht over het huis werd betwist. Door het eigendom van het huis officieel over te dragen aan nieuwe eigenaren, konden alle schulden en belastingaanslagen net worden voldaan.

Gelukkig kreeg mijn tante een betrekking bij een handelskantoor waardoor zij een nieuw bestaan kon opbouwen. Vanuit deze basis had zij toegang kunnen krijgen tot het andere klein basiskapitaal dat mijn grootouders in Zwitserland hadden ondergebracht. Met dit basiskapitaal kon zij mijn onderhoud en studie bekostigen. Zij wenste dat ik een goede tijd studietijd zou hebben en ik genoot van de zorgeloze eerste twee jaren van mijn studie.

Een wens van mijn tante heb ik pas veel later – nadat ik 50 jaar was geworden – kunnen invullen. Zij vroeg mij om mijn vader en moeder te eren niet alleen met mijn leven zoals ik voor mijn volwassenheid had gedaan, maar ook te eren met een dodenherdenking. Ik dacht eerst aan “Dies Irae” [5] – of de “Dag van Toorn” – als herdenking van het noodlot en verschrikkingen die mijn vader en moeder in de oorlog hadden getroffen. Het verzoek van mijn tante ging verder: zij vroeg mij – wanneer ik daar rijp voor was – om mijn ouders te eren volgens de Joodse dodenherdenking Kaddish [6] met de openingstekst: “U zij geprezen en heilig is uw naam in de wereld gemaakt naar uw wil”. Deze tekst lijkt sterk op het Christelijk equivalent “U zij de glorie” [7]. Veel later was ik eindelijk rijp en nederig om deze teksten een heel jaar lang te zeggen en daarmee de wens van mijn tante te vervullen. Ik kon daar pas mee beginnen nadat een monnik in een klooster zag dat ik veel moeite had met buigen. “Weet jij voor wie jij buigt?”, vroeg hij. Ik antwoordde dat ik moeite had om op deze manier God te eren. Daarop zei de monnik: “De buigingen zijn buigingen voor jezelf”. Dit antwoord drong jaren later pas tot mij door.

Na deze ontnuchtering volgend op de vrolijke eerste twee jaar studie, heb ik vier jaren later mijn ingenieursdiploma behaald. Mijn afstudeerwerk had betrekking op utiliteitsbouw: redelijk tot goed werk, maar het niveau van de beste architecten was mij niet gegeven,” zei jij.

[8]

“De rijpheid en nederigheid heb ik nog niet. Ik zit nog vol opstand”, zeg ik.

“Het heeft mij veel moeite gekost om dit te bereiken”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw vruchtbare jaren in de samenleving.

 

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[8] Ketelhuis bij de Rotterdamseweg in Delft. Dit ketelhuis is een voorbeeld van de nieuwe zakelijkheid. Het ontwerp is van het architectenbureau van den Broek en Bakema – zie ook: http://www.broekbakema.nl/ Bron afbeelding: Screenprint uit Google maps.

Advertenties