Tagarchief: Goddelijke drie-eenheid

Windstilte


Het wordt al bijna donker; de wind is gaan liggen. Een klein half uur geleden heeft Man de zeilen gestreken en zijn Carla, Man en Narrator op de buitenboord naar hun volgende aanlegplaats bij Terschelling richting Vlieland gevaren. Met het invallen van de duisternis laat Man de boot droogvallen en brengt het anker aan zodat zij bij het volgende hoogtij niet zullen wegdrijven. Man steekt de gaslantaarns in de kajuit en op het achterdek aan en zij maken de boot en de slaapplaatsen gereed voor de nacht. Daarna pakt Narrator borden, bestek, brood en beleg voor een eenvoudige avondmaal. Carla haalt een fles rode wijn uit haar bagage voor bij de maaltijd, ontkurkt deze en schenkt drie glazen in. Zij ruiken aan de wijn.

“Goede wijn uit een goed jaar; de geur gaat mooi samen met deze rustig avond in een zilte omgeving”, zegt Narrator.

“Mmm, de wijn past ook goed bij de oude kaas. Dank voor deze wijn”, zegt Man tegen Carla.
“Rode wijn leek mij goed te passen bij deze mooie avond met de lichtjes op de eilanden in de verte. Ik ben blij dat jullie mijn gebaar waarderen”, zegt Carla.

“Terwijl jij de wijn uit jouw weekendtas pakte, zag ik dat jij twee boeken van Martin Heidegger [1] hebt meegenomen; ik herkende een Nederlandse versie van “Sein und Seit” [2] – ik heb begrepen dat dit het belangrijkste werk van Heidegger is – en de titel van het andere boek kon ik niet thuisbrengen. Professor Luijpen benoemde tijdens zijn colleges filosofie aan de Technische Universiteit in Delft – die jij en ik eind jaren 70 samen hebben bijgewoond – “verwikkeld in de wereld zijn”: één van de kernthema’s uit het werk van Martin Heidegger. Ben jij het werk van Heidegger aan het bestuderen”, vraagt Man aan het begin van de maaltijd aan Carla.

“”Zijn en tijd” heb ik tijdens mijn studietijd in Amsterdam gelezen om kennis te nemen van de zienswijze van Heidegger op de mens verwikkeld in de wereld. Ik kon mij herinneren dat Heidegger in dit boek ook aandacht had besteed aan ”heel-zijn” of in onze woorden aan het “Alomvattende Eén”, maar hij had hieraan uit onvermogen weinig aandacht besteed omdat “heel-zijn” naar zijn mening per definitie onbenaderbaar is.

Martin Heidegger[3]
Het tweede boek met werk van Martin Heidegger – dat meer dan tien jaar na zijn dood is verschenen en in Engelse vertaling met de titel “Contributions to Philosophy (from Enowning)” – heb ik enkele maanden geleden in de uitverkoop bij boekhandel Broese in Utrecht gekocht. Ik heb dit tweede boek gekocht omdat Heidegger in dit werk voortgaat op “heel-zijn” – of Alomvattend Eén zijn – waar hij in “Sein und Seit” uit onvermogen is blijven steken”, zegt Carla.
“Kun jij ons na het eten samenvatten wat Martin Heidegger over “heel-zijn” heeft geschreven. Ik kan daarna als opmaat naar de Hart Sutra de inleidende passage van Thich Nhat Hanh bij zijn commentaar of de Hart Sutra [4] – met de titel “Vorm is leegte, leegte is vorm” – vertellen?”, vraagt Narrator.

“Bij het koffiedrinken na de maaltijd zal ik zeggen wat mij bij het vluchtig doornemen van beide boeken is opgevallen en bijgebleven. Trouwens jij hebt heerlijke overjarige Goudse kaas meegenomen die uitstekend smaakt bij het bruinbrood en de wijn”, zegt Carla.
“Die heb ik gistermiddag gekregen van een oude vriend met een kaaswinkel nadat ik hem had helpen schoonmaken. Hij vond deze overjarige kaas – als gestold en geconserveerd leven – goed passen bij deze boottocht op dit deel “leegte” van onze Odyssee. En hij heeft gelijk”, zegt Narrator.

“Zal ik al koffie zetten of willen jullie nog even genieten van de wijn?”, vraagt Man.

“Laten wij in deze rust zonder zuchtje wind nog even nagenieten van de kaas en wijn”, zegt Carla.

Na een kwartier trekt Carla warmere kleren aan, Narrator ruimt de maaltijd af en Man kookt water voor de koffie en giet het water door de koffiefilter. Daarna geeft Man ieder een mok met koffie.

“Lekker om weer wat op te warmen met deze koffie. Zal ik nu mijn samenvatting – of beter mijn indrukken – van het werk van Martin Heidegger geven?”, zegt Carla.

“Dat is goed. Belangrijke werken laten veel indrukken na met daarop weer veel verschillende interpretaties. Ik heb begrepen dat het werk van Heidegger ook negatieve reactie heeft uitgelokt”, zegt Man.

“Dat klopt. Enerzijds door de positie die Heidegger heeft ingenomen bij de opkomst van – en tijdens – het Nazi-regime en anderzijds door zijn overvloedig, afstandelijk – en tegelijkertijd precies taalgebruik op de vierkante millimeter met een afstandelijk engagement – over ons “zijn” in verschillende facetten. Zijn critici voelden zich niet allerminst verbonden met Heideggers positieve houding ten opzichte van het Nazi-regime en daarbij koesterden zij een ander engagement dan Heideggers afstandelijk beschouwend engagement dat volgens hen buiten het leven van alledag was geplaatst. Het is interessant om te weten dat Heidegger zijn boek “Sein und Zeit” in een berghut ver verwijderd van de stadse wereld heeft geschreven”, zegt Carla.

Chalet[5]

“Het is gemakkelijk om achteraf kritiek te hebben op de houding die mensen hebben voor of tijdens een bepaald regime. Het andere regime in Duitsland heeft het wel heel bont gemaakt, maar bijna alle regimes en religies hebben pikdonkere bladzijden in hun geschiedenis: “Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op hem” [6]. En, wij zijn nu op onze zoektocht ook verwijderd van de alledaagse stadse wereld: soms is dat nodig voor contemplatie”, zegt Man.

“Jij bent mild in jouw oordeel. Mijn herinneringen aan “Seit und Zeit” van Heidegger zijn gekleurd door de rest van mijn leven en door onze zoektocht; ik heb dit werk ruim 30 jaar geleden voor het laatst gelezen. In mijn herinneringen onderscheidde Heidegger verschillende vormen van “zijn”. Het in de wereld zijn – “in-zijn of Insein in het Duits” – is ons menselijk grondvest voor “er-zijn of Dasein in het Duits”: het is het menselijk grondvest voor het zijn dat ikzelf ben [7]. Een mens is niet alleen op aarde: wij zijn bij (of Mitsein in het Duits) met de ander of met de dingen (Mitdasein in het Duits) om ons heen. Wij zijn bewust en kennend in de wereld [8] met de ander of met de dingen; dit kennen is verbonden met “in de wereld zijn – of Insein in het Duits” [9]. Het “er-zijn of Dasein” krijgt in mijn hoedanigheid als mens gestalte en vorm in de context van “in de wereld zijn” in verhouding tot de ander of tot de dingen: hierdoor is “er-zijn of Dasein” mijn zijn [10]. Deze afzonderlijke manieren van “er-zijn – of Dasein” zijn mij met de metafoor van Indra’s Net [11] in het achterhoofd volkomen duidelijk. Daarbij verkent Martin Heidegger in dit deel van “Sein und Seit” het verlies van zijn onder meer door de dood; binnen de metafoor van Indra’s Net speelt dit verlies van zijn geen rol, omdat het “zijn” binnen Indra’s Net ongrijpbaar veranderend aanwezig is in iedere parel dat het gehele parelspel weerspiegelt, in het gehele parelspel en in de leegte van het parelspel. Door zijn veranderlijkheid, ongrijpbaarheid en alom aanwezigheid in iedere parel, in het gehele parelspel en in de leegte is het verlies van het “zijn” pas een probleem wanneer Indra’s Net stolt in de tijd en de verandering ophoudt, de leegte verdwijnt en het parelspel stil staat – vergelijkbaar met een voortdurende duisternis waarin de lichtjes en vuurtorens aan de horizon voor altijd stilkomen te staan – en/of het licht (leven) verdwijnt binnen het parelspel.

Voor zover ik weet, geeft Martin Heidegger in zijn werk “Sein und Seit” een zeer beperkt antwoord op de vraag “Wie ben jij”: jij en ik zijn er (“er-zijn” of “Dasein” in het Duits) in wederkerige relatie tot elkaar (Mitsein) en tot de dingen om ons heen (Mitdasein) verwikkeld in de wereld (Insein).

In de tweede helft van “Sein und Seit” stelt Martin Heidegger “heel-zijn (of “ursprünglichen Ganzheit” in het Duits) aan de orde; hij komt tot de conclusie dat “heel-zijn” per definitie het einde betekent van andere vormen van “zijn” in de wereld: want als er “zijn” als onderscheidenlijk zijnde is, dan heeft het “heel-zijn” niet bereikt [12]. Maar zodra het “heel-zijn” is bereikt, dan slaat de winst om in een algeheel verlies van in de wereld zijn. Als zijnde wordt “heel-zijn” nooit meer ervaarbaar volgens Martin Heidegger [13].

Tijdens ons verblijf op de eerste aanlegplaats van onze zoektocht bij het Alomvattende Eén hebben wij ervaren dat het Alomvattende Eén zich niet in woorden die bestemd zijn om te onderscheiden, laat vastleggen.

Martin Heidegger blijft niet lang bij “heel-zijn” stilstaan, misschien omdat hij met Ludwig Wittgenstein concludeert dat “Wovon man nicht sprechen kann, darüber muß man schweigen” [14]. Hij gaat verder met onderwerpen als tijdelijkheid, alledaagsheid en geschiedmatigheid. Dit is mijn herinnering aan “Sein und Seit”, zegt Carla.

“Indrukwekkende en goed te volgen samenvatting van een boek dat door velen als ontoegankelijk wordt gezien. Waarschijnlijk had Martin Heidegger – met zijn Rooms Katholieke achtergrond – moeite met het Alomvattende Eén, omdat binnen het “heel-zijn” ook de scheiding van de mens met Katholieke Goddelijke Drie-eenheid [15] en daarmee het bestaan van God en van de mens wordt opgeheven en het bestaan van de mens valt volkomen samen met het bestaan van God. Vasthouden aan het denkraam van “heel-zijn” was zeker een brug te ver voor Martin Heidegger in zijn tijd”, zegt Man.

Lam Gods[16]

“Bij jouw inleiding valt het mij op dat Martin Heidegger zo dicht bij onze zoektocht staat en er – als een vogel in de vlucht – steeds net lang scheert zonder er aan te raken. Misschien ligt het aan de beperkingen van de taal, misschien ook wel aan de beperkingen van het menselijke inzicht. De Hart Sutra komt net even dichter bij het Alomvattende Eén zonder de wereld van alledag te verlaten. Ik hoop dat nog tijdens onze boottocht te mogen tonen. Hoe gaat Martin Heidegger voort op “heel-zijn” – of Alomvattend Eén zijn – in zijn latere werk?”, zegt Narrator.

“In Contributions to Philosophy (from Enowning) – verschenen na zijn dood – maakt Martin Heidegger een onderscheid tussen het gewone “zijn of being” in de zin van alledag, en “Zijn of be-ing” in de zin van het Alomvattende Eén. Bezien vanuit afzonderlijke mensen en/of levende wezens, is het “Zijn” geen mens of levend wezen. Doordat “Zijn” geen “zijn” is – dus geen mens en/of levend wezen –, is “Zijn” volgens onze gebruikelijke denkwijze “het niets”. Ik weet niet of “het niets” van Martin Heidegger samenvalt met ons begrip “leegte” [17].

Hij vervolgt met de stelling dat “Zijn” de basis is van het “Alomvattende” (of “Da” in het Duits), en dat “zijn” de basis is van onze leefwereld van alledag waarin wij verwikkeld zijn [18]. Het “Zijn” overstijgt de mensen en/of de dingen niet, maar gaat het onderscheid tussen “zijn” verwikkeld in de wereld en “Zijn” te boven en gaat hiermee tegelijkertijd voorbij een mogelijkheid tot een overstijgen van het “zijn” en “Zijn” [19]. Via het “Alomvattende zijn” (of Da-sein in het Duits) is de mens opgenomen in de wereld van alledag (of Dasein in het Duits). Het “Zijn” vormt de basis voor ons verwikkeld zijn in de wereld [20]. Door het zijn van alledag afzonderlijk (“zijn”) te benoemen met het Alomvattende Eén (“Zijn”) en tegelijkertijd beiden met elkaar te laten samenvallen, probeert Martin Heidegger in zijn later werk het “er-zijn” (of Dasein) te binden in het “heel-zijn” (of “ursprünglichen Ganzheit”).

De denktrant van Martin Heidegger om deze binding tot stand te brengen komt overeen met de wijze waarop één en nul wederkerig tot elkaar in relatie staan: zonder “nul” (of leegte) kan er geen één (of Alomvattend Eén) bestaan, omdat er zonder “nul” geen plaats is voor “één”, en zonder één is “nul” (of leegte) volkomen leeg van alles en zonder betekenis en waarde”, zegt Carla.

“Jouw uitleg van Martin Heideggers “zijn in de wereld van alledag ” samen met “Zijn in het Alomvattende Eén” toont overeenkomsten met de uitleg hiervan in sommige Boeddhistische boeken waarin het “Grote Zijn” wordt onderscheiden van het “gewone (menselijke) zijn in het alledaagse leven”.

Persoonlijk vind ik dit onderscheid gekunsteld, want het leven van alledag is volkomen opgenomen in het “Alomvattende Eén”: elk onderscheid tussen beiden, vormt meteen het eerste schisma in het “Alomvattende Eén” waardoor het ophoudt te bestaan. Hetzelfde geldt voor “leegte” en “inhoud”: beiden vormen elkaar in de ruimte van het “Alomvattende Eén”. Om de ruimte van “leegte” en “inhoud” te tonen binnen het “Alomvattende Eén”, heb ik jullie uitgenodigd voor deze boottocht op de Wadden”, zegt Man.

“Het zal lastig zijn jouw uitleg van “heel-zijn” en “er-zijn” in het werk van Martin Heidegger te verbeteren. Martin Heidegger was een man van zijn tijd waarin “wel” en “niet”, “nul” en “één en daarna alle andere getallen te beginnen met twee” duidelijk van elkaar zijn gescheiden; het overstijgen van deze vormen van onderscheid en vervolgens het voorbij gaan aan iedere vorm van overstijgen, beschouw ik als een geweldige intellectuele prestatie van Martin Heidegger in zijn tijd. In het “Alomvattende Eén” is het werk van Martin Heidegger te vergelijken met een lichtstipje aan de horizon, zoals het lichtje van één van huizen in de ruimte van de donkere verte. In mijn denkraam is het lichtje van één van huizen tegelijkertijd samenvallend met de donkere verte één en Alomvattend Eén. Mijn laatste zin kan het onuitsprekelijk wonder hiervan niet volledig weergeven. Thich Nhat Hanh slaagt er volgens mij beter in om dit wonder weer te geven in de inleiding bij zijn commentaar of de Hart Sutra [21]. Zal ik hier verder mee gaan, of is er meer discussie nodig bij het werk van Martin Heidegger”, zegt Narrator.
Aarde uit de ruimte bij nacht[22]

“Het werk van Martin Heidegger vraagt zeker om meer discussie: de bibliotheek over zijn werk geschreven, is bij lange na niet voldoende. Maar wij hebben vanavond geen tijd meer voor een verdere verdieping van dit werk”, zegt Carla.

“Mooie beeldspraak: het lichtje van één van de huizen. Het onderzoeken van dit lichtje met al het vernuft en wijsheid van de mensheid gaat voorbij aan de kern die Martin Heidegger – denk ik – in zijn werk heeft proberen te duiden. Ik ben benieuwd naar de inleiding van Thich Nhat Hahn”, zegt Man.

“Zen meester Thich Nhat Hahn begint zijn commentaar op de Hart Sutra met het hoofdstuk “Inter-zijn” dat volgens mij verder gaat dan “in wederkerige relatie tot elkaar zijn” (of “Mitsein”) bij Martin Heidegger, omdat de onderlinge verwevenheid volledig is en omdat bij “inter-zijn” de begrenzingen van de manifestaties (fenomenen) op zijn best diffuus en meestal alleen artificieel/imaginair – als een illusie – zijn.

Waddenzee[23]
Het hoofdstuk “inter-zijn” begint met het gezichtspunt van een dichter die duidelijk ziet dat er een wolk drijft in het papier waarop het gedicht wordt geschreven; en de zon schijnt ook in het papier. Zonder zon is er geen regen, zonder regen kunnen de bomen niet groeien en zonder bomen is er geen papier voor het schrijven van het gedicht. Ook de houthakker van de boom, de papiermaker enz. kijken mee vanaf het vel papier, zonder hen geen vel papier voor het gedicht. En hun ouders en voorouders kijken mee vanuit het vel, want zonder hen zouden de houthakker, papiermaker enz. niet bestaan. Kijken wij verder dan zitten wijzelf – de lezer en schrijver met al hun dierbaren, met al onze cultuur en beschaving – ook in het vel papier; zonder hen geen toekomstige dichtbundel en geen latere lezers van het gedicht. Je kunt “niets” aanwijzen dat niet op de een of andere manier met het vel papier is verbonden. Alles – of “heel-zijn” (of “Ganzheit” in het Duits) van Martin Heidegger – co-existeert met dit vel papier. Volgens Thich Nhat Hahn kun je niet zomaar in je eentje zijn; of je het wilt of niet, je moet wel co-existeren of “inter-zijn” met alles om je heen: het vel papier wordt gevormd door louter “niet-papier” mensen en dingen.

Vel papier[24]

Carla – speciaal voor jou – Thich Nhat Hahn geeft een interessante invulling aan het probleem van de oorsprong. Stel nu dat je de regen, zonneschijn, of houthakker wil terugvoeren tot hun oorsprong H₂O, de zon of de voorouders van de houthakker, is het papier van deze dichter dan nog mogelijk? Thich Nhat Hahn stelt dat het papier van de dichter niet zal kunnen bestaan: hoe dun het velletje ook is, het gehele universum zit erin.

De Hart Sutra gaat nog een stap verder dan:

  • Martin Heidegger die stelt dat “heel-zijn” per definitie het “niets” of leeg is omdat er niets te onderscheiden is, en dat anderzijds ons zijn verwikkeld in de wereld vol is van “in-zijn”, “met-zijn” en “er-zijn” en
  • Thich Nhat Hahn die in het hoofdstuk “inter-zijn” van zijn commentaar op de Hart Sutra terecht aangeeft dat een eenvoudig vel papier hoofdzakelijk bestaat uit “niet-papier” mensen en dingen,

want de Hart Sutra stelt dat alle dingen leeg zijn. Later tijdens deze boottocht hoop ik met behulp van de uitspraken in de Hart Sutra het onderwerp “leegte” verder te mogen verkennen”, zegt Narrator.

“De uitleg van “inter-zijn” heeft veel kenmerken van de metafoor van Indra’s Net en misschien valt “inter-zijn” – zoals bedoeld door Thich Nhat Hahn – wel samen met deze metafoor. De aanvulling die jij benoemt, op het probleem van de oorsprong is slechts een deel van de problemen die ik hiermee heb: later op onze zoektocht misschien meer. Ik begin het koud te krijgen; zullen wij ons klaarmaken voor de nacht?”, zegt Carla.

“Goed idee; ik heb vannacht in de auto te weinig geslapen”, zegt Man.

“Dan houd ik de wacht. Het wordt al wat mistig: liggen wij bij hoogtij vannacht buiten iedere vaarroute?”, vraagt Narrator.

“De boot ligt hier stabiel en uit iedere vaarroute. In geval van nood mag jij mij wakker maken”, zegt Man.

[1] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Martin_Heidegger
[2] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zijn_en_Tijd
[3] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Martin_Heidegger
[4] Zie: Thich Nhat Hahn, Vorm is leegte, leegte is vorm. Rotterdam: Asoka, 2007, p. 15, 16
[5] Chalet waar Martin Heidegger Sein und Zeit heeft geschreven. Bron afbeelding en zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Martin_Heidegger
[6] Zie: Het Nieuwe Testament, Johannes 8:7
[7] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 80
[8] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 88
[9] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 89
[10] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 67
[11] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68
[12] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 302
[13] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 302
[14] Zie: Wittgenstein, Ludwig, Tractatus Logico-Philosophicus. Amsterdam: Athenaeum-
Polak & Van Gennip, 1976 p. 152
[15] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 147 – 162
[16] Bron afbeelding: deel van http://www.bertsgeschiedenissite.nl/middeleeuwen/eeuw15/jan_van_eyck.htm
[17] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 173
[18] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 174
[19] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 177
[20] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 177
[21] Zie: Thich Nhat Hahn, Vorm is leegte, leegte is vorm. Rotterdam: Asoka, 2007, p. 15
[22] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Nacht
[23] Bron afbeelding: Kwelder zone http://de.wikipedia.org/wiki/Wattenmeer_(Nordsee)
[24] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Papier

Advertenties

Wie ben jij: Intensiteiten en associaties


Weerzien in Amsterdam: twee preken in steen

“Het plein voor het Centraal Station is een goede plaats om Narrator weer te begroeten na zijn reis uit Florence [1]. Ik hoor zijn specifieke ritme in de bongo’s van de jazz-band die daar in de verte Nature Boy [2] van Eden Ahbez [3] speelt”, zegt Man.

“Ik hoor het, Narrator heeft ons gezien; hij verandert zijn ritme”, zegt Carla.

Carla en Man luisteren naar de zangeres:

Er was een man [4]

Een opmerkelijk betoverende man

Men zegt hij zwierf heel ver,

Heel ver, over land en zee

 

Een beetje bedeesd met droeve ogen

Maar wijs, zo wereldwijs.

 

En dan een dag, een magisch dag

Kruiste hij mijn weg, en terwijl hij sprak

Over vele dingen, priesters [5] en koningen.

Zei deze man tot mij:

 

“De grootste gave die jij ooit leert

Is de immense gave van goedheid”

“De tekst van Nature Boy is voor ons aangepast”, zegt Man.

Na het spelen van dit nummer pakt Narrator zijn bongo’s in. Hij neemt afscheid van zijn medemuzikanten en komt Narrator bij Carla en Man staan.

“Prachtig lied. Bedankt voor jouw kaart. Waarom heb jij ons hier uitgenodigd als beginpunt voor de verkenning van “Intensiteiten en associaties” bij de tweede gangbare werkelijkheid op onze Odyssee naar  “Wie ben jij”?” vraagt Man aan Narrator.

Amsterdam_Sint_Nicolaas_Kerk[6]

“In de Gouden Eeuw aan het begin van de Reformatie legden op deze plaats de kleinere zeeschepen aan die uit verre landen beladen met koopwaar terugkeerden. In de 19e eeuw is op deze plaats het Centraal Station in Amsterdam gebouwd. Voor de Reformatie waren er overal in de stad uitingen van het Christelijk geloof te zien. Nu zien wij van hieruit nog slechts twee bakens van Christelijk geloof. In de verte in het Centrum van Amsterdam is de toren van de Oude Kerk [7] die tot de Alteratie [8] – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd afgezet – de Sint-Nicolaaskerk werd genoemd naar Sint-Nicolaas die onder meer de patroon van de zeelieden is. Hier vlakbij aan de waterkant zien wij de Rooms Katholieke Basiliek van de Heilige Nicolaas [9] die aan het einde van de 19e eeuw als derde Sint-Nicolaaskerk werd gebouwd; de tweede Sint-Nicolaaskerk is een schuilkerk aan de Oudezijds Voorburgwal, die nu bekend is onder de naam “Ons Lieve Heer op Solder” [10].

Amsterdam_Onze_Lieve_Heer_Op_Zolder[11]

Ik stel voor om als inleiding op “Intensiteiten en associaties” vanmiddag de Basiliek van de Heilige Nicolaas te bezoeken en daarna de Ronde Lutherse kerk aan de Singel voor twee preken in steen die zijn voortgekomen uit de Reformatie. De Oude Kerk in het Centrum kunnen wij morgen bezichtigen om de aanzet tot de Reformatie te beschouwen”, zegt Narrator.

“De Basiliek van de Heilige Nicolaas heeft een Christelijk kruis als plattegrond zoals veel traditionele Katholieke kerken; maar een echte kerktoren ontbreekt en de kerk is ingepast in het stratenplan in plaats van gericht op het oosten”, zegt Man.

“Ik wilde jullie de koepel van de basiliek tonen, want het plafond laat de enorme verandering zien die de Reformatie ook binnen de Rooms Katholieke kerk in Holland heeft teweeg gebracht. Zullen wij naar binnen gaan?”, vraagt Narrator.

Carla, Man en Narrator lopen naar de Basiliek en gaan naar binnen.

“Het plafond van de koepel toont geen geschilderde samenvatting van het Katholieke geloof geordend naar de Middeleeuwse Scholastiek met een Goddelijke drie-eenheid, een wereldbeeld en een hemel. Deze koepel toont alleen de afbeeldingen van de vier evangelisten van het Nieuwe Testament en daarmee een verwijzing naar het Woord van God waarin de Zoon van God naar de aarde is gezonden voor het heil van de gelovigen. Volgens de schildering van deze koepel vormen de vier evangelisten de verbinding tot het Goddelijke licht. De verwijzing naar het Woord van God – dat de toeschouwer na de opkomst van de boekdrukkunst zelfstandig tot zich kon nemen – heeft in deze schildering van de koepel de plaats ingenomen van het beeldverhaal in de koepels van de kerken in Florence. Deze verandering in de beschildering van de kerkkoepel met de afbeelding van het zelf/Zelf volgens de Middeleeuwse Scholastiek in de Florentijnse kerken naar de afbeelding in deze koepel van tussenpersonen die verwijzen naar het licht van de Ander – de onzichtbare God –, toont overeenkomsten met de derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling [12] met een verwijzing naar de onbevangen en waardevrije weergave van het licht van de Ander – in dit geval de Goddelijke drie-eenheid”, zegt Narrator.

“Ook in deze Basiliek komt het licht van boven. Met het licht als hoop voor de opstanding toont de koepel zelf de voortdurende opstanding. “Et lux perpetua luceat eis – en laat eeuwig licht op hen schijnen [13]”, zegt Man.

“Op wie schijnt het eeuwig licht? Laten wij deze vraag rusten tot later op onze zoektocht. In Holland ben ik een vrouw uit het Zuiden, in Florence ben ik een vrouw uit het Noorden. Hoewel ik deze koepel ook overdadig vind, voel ik mij in deze kerk meer thuis dan in de overdadige kerken in Zuid Europa”, zegt Carla.

“Goede vraag met vele antwoorden waar hard om gestreden is. Zovelen dachten het Goddelijk licht exclusief in pacht te hebben waarbij andere lichtpunten met vuur en zwaard uitgedoofd moesten worden. Zullen wij naar de Ronde Lutherse kerk aan de Singel gaan om de invloed van de Reformatie op het Protestantisme te zien”, zegt Narrator.

Amsterdam_Koepel_Nicolaas_Kerk[14]

Terwijl Carla, Man en Narrator naar van Prins Hendrikkade naar de Singel lopen, vraagt Narrator aan Man: “Met welk Boeddhistisch vraagstuk ben jij nu bezig?”.

“Met een – op het eerste gezicht – heel eenvoudig vraagstuk met de metafoor van Indra’s Net in gedachten:

Vraag: “Wanneer ontstaan en verdwijnen onophoudelijk doorgaan, wat dan?”

Antwoord: “Wiens ontstaan en verdwijnen?”

 

En een deel van het bijbehorende vers:

Scheiden van verstrengelde ranken

ontstaan en verdwijnen in overvloed – wat is het? [15]

Dit vraagstuk is zeer goed van toepassing op de Reformatie gedurende de 80 jarige oorlog in Holland; wiens ontstaan en verdwijnen vond plaats tijdens deze Reformatie. Wat is “Het” scheiden van de verstrengelde ranken – ontstaan en verdwijnen in overvloed – van het Christelijk geloof in Holland? Ik weet het niet; “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” of “Het Mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt” [16]“, zegt Man.

“Leven bestaat uit veranderen, maar wanneer alles voortdurend verandert, dan blijft verandering als vaste constante. Hiermee hebben wij meteen de contradictio in deze redenering – en in dit uitgangspunt – vermeld”, zegt Carla.

“Ik ben daar niet zo zeker van. Het commentaar bij dit vraagstuk stelt: “De constante beweger is niet waar te nemen” en: “Als jij – het Goddelijke licht? – daarmee instemt, dan ben jij de zintuigen nog niet ontstegen, maar als jij er niet mee instemt dan ben jij gebonden aan leven en dood[17]. Dit is een lastig vraagstuk; dit lijkt op het dilemma van het ware geloof en de directe relatie met God waarmee de gelovigen in Holland tijdens en na de Reformatie voortdurend hebben geworsteld. Daar zien wij de Ronde Lutherse Kerk als een burcht in de vorm van een donjon. De Lutheranen was het niet toegestaan om een kerk met een toren in Amsterdam te bouwen”, zegt Narrator.

Amsterdam_Ronde_Lutherse_Kerk[18]

“Deze Lutherse kerk doet mij denken aan een kerkelijk gezang dat ik op het Gymnasium in Rotterdam heb geleerd: “Een vaste burcht is onze God. Een toevlucht voor de zijnen” en “De vijand rukt vast aan met opgestoken vaan”. Tegen het einde van het gezang komt de strofe: “Gods woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken”. Laten wij dit toevluchtsoord betreden”, zegt Man.

 

“De plattegrond van de kerk laat zien dat de kerkgangers als gemeente in een kring hun aandacht gericht hebben op de voorganger van de dienst: ook deze menselijke gemeenten heeft een voorganger nodig als persoon in het midden om het onderlinge vertrouwen te vestigen en te bestendigen. De kerk kent geen afbeeldingen, ook geen afbeelding van een Christelijk kruis in de plattegrond.

Plattegrond Ronde Lutherse Kerk Amsterdam

[19]

 

In deze kerk zijn de rituelen en de preek in beelden overgegaan in de preek van Gods woord. In deze kerk zingt geen koor op de achtergrond, maar de gemeente zingt uit volle borst. De uitingen van geloof zijn van afbeeldingen, verwijzingen, associaties en personen in het midden als bemiddelaar voor een relatie met God overgegaan in een verinnerlijking van Gods woord en het gezamenlijk aanheffen van liederen, In deze kerk is het van belang om binnen Gods burcht met uitverkorenen een directe relatie met God te hebben, waarbij de voorganger de gemeenschappelijke relatie met God verwoordt”, zegt Narrator.

 

“Deze Ronde Lutherse Kerk toont mij een burcht – een schuilplaats en een besloten samenkomst – voor de getrouwen en een afwijzen van en angst voor ongelovigen en andersdenkenden. De Basiliek van de Heilige Nicolaas verwijst mij ook via de Evangelisten naar Gods woord, maar is afstandelijker in de verwijzing naar God en opener als Christelijk baken voor buitenstaanders. Dit laatste kan te maken hebben met mijn Katholieke opvoeding in Zuid Limburg”, zegt Carla.

 

“Vanavond wil ik jullie een korte beschrijving geven van de 13e eeuwse abt Emo van Bloemhof  als contrast met de Reformatie tijdens de 16e Eeuw in Holland”, zegt Narrator.


[1] Zie ook: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 165

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nature_Boy. John Coltrane heeft met zijn kwartet een uitvoering van dit lied op LP gezet. Een recente (onrechtmatige?) opname van dit lied is te beluisteren via de volgende hyperlink: http://soundcloud.com/lennart-ginman/nature-boy-live-recording-eiv

[4] In het Sanskriet – de taal van de goden in de wereld van mensen – betekent “man” onder andere “denken, geloven en waarnemen”.

[5] In het woord priester zijn de woordkernen “pŗ”, “ish” en “tr” te herkennen die in het Sanskriet respectievelijk “in staat tot, beschermen of levend houden”, “God of Hoogste Geest” en “oversteken, overbrengen” betekenen.

[12] Zie voor een beschrijving van deze derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 50 en 51.

[13] Strofe uit de Rooms Katholieke requiem mis. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Music_for_the_Requiem_Mass#Communion

[15] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183 – 186

[16] Uit encycliek de Ecclesia de Eucharista van Paus Johannes Paulus II. In het woord “Eucharista” zijn te herkennen “Eu” dat in het Grieks “goed” betekent, “car” uitgesproken als “char” dat in het Sanskriet “bewegen” betekent en “īś”uitgesproken als “ish” dat in het Sanskriet “in staat tot” en “het opperste wezen/ziel” betekent. Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 166 en Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 127

[17] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183

[19] Bron afbeelding: Google afbeeldingen uit: Jaarboek Monumentenzorg 1990, Zwolle: Waanders Uitgevers, 1990