Tagarchief: Henri Chapelle

Man Leben – Stof van een reis


Wovon man nicht leben kann, darüber muss man schweigen[1]

Jij gaat verder met het verhaal van jouw leven:

“Rond 1990 ben ik na bestudering van Oosterse wijsheid mijn schuldgevoel en schaamte over mijn bestaan goeddeels kwijt geraakt. Kort na elkaar zijn mijn tante en mijn peetmoeder in 1993 overleden. Polen was in die tijd eenvoudig toegankelijk. In mijn leven is de tijd aangebroken om naar Auschwitz te gaan.

De naam Auschwitz is afkomstig van de Poolse plaatsnaam Oświęcim in de buurt van het kamp. Veel Joden die voor de oorlog in Oświęcim leefden, noemden deze plaats Oshpitzin – het Yiddish woord voor gast – omdat deze plaats voor de Tweede Wereldoorlog bekend was om haar gastvrijheid [2].

Als voorbereiding heb ik Shoah [3] van Claude Lanzmann bekeken. Bij het zien van deze documentaire viel op hoe uitgebreid en gedetailleerd de logistiek voor het vervoer en het onderdak van de vele miljoenen mensen moet zijn geweest onder lastige omstandigheden in oorlogstijd. Het waren doelgerichte en verreikende ondernemingen. Veel mensen die tussen 1974 en 1985 werden geïnterviewd, hadden de herinneringen aan de omvang en de reikwijdte – en hun aandeel daarin – verdrongen of bijgesteld. Na doorvragen bleken deze mensen vaak met verlegenheid en schaamte de reikwijdte van de transporten en van het doel van de kampen te kennen. Hun aandeel werd als minuscuul radartje voorgesteld dat alleen het vervullen van een plicht was.

[4]

Ook heb ik de statistieken bekeken. Dachau was een concentratiekamp of een werkkamp waar de gevangenen werden samengebracht om te werken. De meeste doden vielen in deze kampen door zwaar werk, ondervoeding, ziekte en mishandeling. Het kamp Auschwitz II ook wel Auschwitz-Birkenau genoemd, was een vernietigingskamp. Nauwkeurige gegevens zijn niet meer voorhanden, omdat deze aan het einde van de oorlog zijn vernietigd. De meeste schattingen geven aan dat ongeveer 1,3 miljoen mensen naar de kampen bij Auschwitz zijn gedeporteerd. Hiervan zijn ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen. In Auschwitz II zijn volgens schattingen ruim 900.000 mensen omgekomen waarvan 57 000 Nederlanders – waarschijnlijk was mijn vader een van hen. Na een dagenlange reis per trein werd er bij aankomst in het kamp een selectie gemaakt. Alleen de sterksten werden geselecteerd voor arbeid, de anderen gingen hun dood tegemoet [5]. Het aantal overleden Joden in Auschwitz II is te vergelijken met alle inwoners van Amsterdam inclusief enkele randgemeenten.

[6]

Ongeveer driekwart van de Nederlandse Joden hebben de oorlog niet overleefd. Door de nauwkeurige bevolkingsregisters zijn de Joden eenvoudig achterhaald. De gedeporteerde Joden zijn in de burgerlijke stand als “geëmigreerd” uitgeschreven. In totaal zijn circa 110.000 Joden uit Nederland gedeporteerd, waarvan circa 5.000 de concentratiekampen hebben overleefd. Het aantal overleden Nederlandse Joden is te vergelijken met het volledige inwonersaantal – inclusief bejaarden, zieken en pasgeborenen – van een stad als Delft.

In Europa zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de 5,4 en 6 miljoen Joden overleden door toedoen van het andere bewind [7]. Dit is meer dan 700 keer het aantal gesneuvelde soldaten die begraven liggen op de oorlogskerkhoven bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer in Normandië of bij Henri Chapelle in België: peilloos leed.

Twee dagen heeft de treinreis naar Oświęcim geduurd. In Oświęcim ben ik in de voetsporen van mijn tante getreden. Ik heb nooit over mijn bezoek aan de kampen bij Auschwitz gesproken: ik kan dat niet en ik wil dat niet. Een week later ben ik leeg van binnen en van buiten weer terug naar Amsterdam gegaan.

Enkele maanden later heb ik drie korte gedichten geschreven:

Het Stof van de Reis

Kan niet worden afgeschud

As van alledag

 

Vervlogen levens

Opgenomen in ons merg

Oneindig moment

 

Alles en ieder

Vormen in de tijdstromen

Levende adem

In de kampen bij Dachau had ik geen verzoening kunnen vinden. De verzoeningsruimten in Dachau waren indertijd voor mij niet uitnodigend om te betreden. In Ulm had ik op mijn reis naar Dachau het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvatte in al Haar eenvoud en beperking. Deze verzoeningsruimte gaf beschutting en nam alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid.

Na mijn bezoek aan Auschwitz heb ik heb in iedere spiegel gekeken voor hoop en vertroosting. Daarin zag ik mijn verdrietige, droeve, boze, schuldige, berustende ogen. En ook steeds de vragen: “Wie ben jij” en “Hoe ben jij hiermee verbonden en hoe ben jij hiervan gescheiden”. Op onze Odyssee stellen wij dezelfde vragen. In stilstaand water zag ik spiegelingen van de wereld. Met takjes en stenen heb ik deze beelden voor korte tijd verstoord, maar de beelden kwamen terug – guur, koud, onherbergzaam.

[8]

Het gebarsten glas van het Auschwitz Monument in Amsterdam weerspiegelt een deel van mijn gevoelens na het bezoek; persoonlijk zou ik de spiegels heel laten.

[9]

In de loop van de geschiedenis staat Auschwitz niet op zich zelf. Als bij jager/verzamelaars een man de plaats van een andere man bij een vrouw wil innemen, dan kan dat de dood van een van de mannen tot gevolg hebben. Groepen mensen hebben met elkaar gestreden over het recht van grond: dit heeft geregeld geresulteerd in de dood van 10 % van de strijders [10]. Sinds de oudheid is het belegeren van steden en de eventuele inname van steden omgeven met gebruikelijke rituelen en rechten: plunderingen, het doden van mannen en het wegvoeren van vrouwen en kinderen als slaven komen geregeld voor. Sinds de klassieke oudheid is oorlogsvoering met beroepslegers endemisch in onze samenlevingen verankerd geraakt. Met het ontstaan van onze huidige staten, is ook de dienstplicht ingevoerd. Door een nauwkeurige registratie weten de staten altijd waar de jonge mannen en de paarden/voertuigen zijn voor inzet tijdens oorlogsvoering. De gevolgen kennen wij: op de heenweg van Napoleon naar Moskou zijn de meest slachtoffers gevallen, niet tijdens de verschrikkingen op de terugtocht [11]. De gesneuvelde soldaten tijdens de Duits/Franse oorlogen lopen in de miljoenen. De slachtvelden zijn altijd een Armageddon geweest, maar de omvang en duur van de gevechten zijn enorm toegenomen. Daarnaast is het aantal burgerslachtoffers vermeerderd en de slachtingen nemen geregeld elementen van volkerenmoord aan – denk aan stelselmatige moordpartijen in Afrika en in Cambodja.

Maar Auschwitz II en de andere vernietigingskampen onder het andere bewind in Duitsland zijn uitzonderlijk. In 1942 en 1943 toen de veroveringen door de Duitsers moeizamer zijn verlopen en de inspanningen direct voelbaar zijn geworden in Duitsland, is de zondebok snel gevonden en gestigmatiseerd. Het lijkt wel of het andere bewind – met al 10 jaar een leider als “persoon in het midden” voor herstel van het verstoorde vertrouwen –  heeft gedacht dat door het opofferen van de zondebok de problemen zouden verminderen. Deze offergave is uitzonderlijk in omvang, inspanningen en tijdsduur geweest: “De opoffering zijn met wetenschappelijk-systematische, technisch welhaast onberispelijke stijl uitgevoerd. Zonder overhaasting, weldoordacht, geregistreerd en gereglementeerd. De directe daders: niet zelden bruten en ongeletterden, maar dikwijls ook gestudeerden en intellectuelen met een onuitroeibare voorliefde voor literatuur, beeldende kunsten en muziek; velen hunner zijn zorgzame huisvaders geweest” [12].

In de door het andere bewind beheerste gebieden moet alles en iedereen een kleiner of groter aandeel in deze opoffering hebben gehad. De latere inspanningen om dit aandeel te verdringing spreken voor zich [13]. In Shoah [14] van Claude Lanzmann zien wij een afspiegeling van deze inspanningen tot verdringing. Als ik na mijn bezoek aan Auschwitz in de spiegel kijk, zie ik nog steeds een fractie van deze inspanning – over dit beeld kan ik net als mijn tante niet spreken: ik kan dat niet en ik wil dat niet.

Vele jaren later heb ik gelezen dat een groep Amerikaanse Boeddhisten naar Auschwitz is gegaan voor vertroosting van alles en iedereen [15]. Zij hebben uit de lange lijsten namen van overledenen genoemd met geboortejaar en overlijdensjaar. Hiermee wordt de omvang duidelijk: de leeftijd van de overledenen varieert tussen enkele maanden en meer dan 80 jaar.

Mijn reis naar Auschwitz duurde een ademteug, twee weken, meer dan 4500 jaar, van het begin van het heelal tot heden, en van de dag voor gisteren tot de dag na morgen.

In Amsterdam heeft mijn leven van alledag weer zijn beloop genomen. Hierover meer in het volgende bericht”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over jouw leven na de reis naar Auschwitz.


[1] Vrije weergave van laatste zin uit: Wittgenstein, Ludwig, Tractatus Logico-Philosophicus. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennip, 1976 p. 152

[2] Bron: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998, p. 4

[10] Bron: Keegan, John, A History of Warfare. London: Pimlico – Random House, 2004

[11] Bron: Zamoyski, Adam, 1812 – Napoleons fatale Veldtocht naar Moskou. Utrecht: Uitgeverij Balans, 2005

[12] Bron: Eerst alinea van de Inleiding uit – Presser, Jacques, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen), Den Haag: Staatsdrukkerij, 1985 – digitale versie.

[13] Onder meer de verschijning van “Presser, Jacques, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen)” in 1965 zorgde voor het bespreekbaar maken van het Nederlands aandeel in deze “offergave”.

[15] Zie “Part I” van: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998

Advertenties

Man Leben – op weg 3


Geschichte, mit denen man leben muβ

Jij vervolgt het korte verslag van jouw leven met de aankomst in Dachau na een pelgrimstocht van twee maanden:

“Begin september 1983 ben ik vertrokken van de boerderij van mijn peettante in Zuid Limburg. Zij had mij deze pelgrimstocht aangeraden om invulling te geven aan de wens van mijn tante die mij na mijn 21st verjaardag had gevraagd om de traditionele Joodse dodenherdenking voor mijn ouders te verrichten, wanneer ik daartoe in staat zou zijn. Mijn moeder was in 1944 in Dachau overleden en begraven. Tijdens Allerzielen op 2 november hoopte ik het graf van mijn moeder te bezoeken zoals gebruikelijk is volgens de Katholiek gewoonte in Zuid Limburg.

Op mijn tocht had ik de wind [1] en de maan [2] leren kennen en ik was hen gaan vereenzelvigen met de “Hij” en “zijn” in het Joodse gebed Kaddish [3]. Hierdoor had ik pas vanaf eind september 1983 iedere dag een jaar lang dit gebed gezegd voor mijn vader, moeder, tante en peetoom.

Als landloper, maar als luxe landloper kwam ik eind oktober 1983 in Dachau aan; mijn gezondheid was nog steeds uitstekend en mijn uitrusting comfortabel. Ook met het snelle invallen van de duisternis aan het einde van de middag leerde ik leven door een klein vuurtje te maken in een oud conservenblik.

Een dag later – op een wat stormachtige dag – heb ik het kamp bezocht. De beelden van de kampen zijn bekend. Bronnen melden dat in de kampen bij Dachau volgens de administratie ruim 206.000 gevangenen hebben gezeten waarvan 31,951 gevangen zijn overleden aan ondervoeding, uitputting en ziekte [4]. Ter vergelijking: op de oorlogsbegraafplaatsen bij Omaha Beach in Normandië en bij Henri Chapelle aan de Noordrand van de Ardennen liggen 7000 en 8000 gesneuvelde soldaten begraven: peilloos leed.

Tijdens mijn bezoek zag ik waarover mijn tante hier tegen mij nooit over heeft kunnen en willen praten. Ik begreep ook waarom ze aan haar wens zo uitdrukkelijk toevoegde: “Wanneer jij daar toe in staat bent”. Later, veel later, heb ik mijn gevoel tijdens het bezoek onder woorden kunnen brengen.

Versteend en verstild

Van binnen en van buiten

De Wind speelt Haar zang.

Bij het invallen van de schemering verliet ik het kamp. Buiten zong ik neuriënd de aria uit Cantate 82 “Ich habe genug” van Johann Sebastian Bach:

Schlummert ein, ihr matten Augen,
Fallet sanft und selig zu!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
Hab ich doch kein Teil an dir,
Das der Seele könnte taugen.
Hier muss ich das Elend bauen,
Aber dort, dort werd ich schauen
Süßen Friede, stille Ruh.

Deze Cantate had Johann Sebastian Bach geschreven voor 2 februari, Maria Lichtmis of “Purificatio Mariae” [5] – de reiniging van Maria – 40 dagen na Kerstmis. Toepasselijk: ik zong de reiniging van en voor mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen voor hier – in onze wereld – en voor daar – in het hiernamaals [6]. Voor mij zijn deze twee werelden van Haar altijd een en dezelfde geweest.

De volgende dag kwam ik terug om te kijken of het graf van mijn moeder er goed verzorgd bij lag. Ik had een plat rond steentje meegenomen: dit steentje heb ik op haar graf gelegd.

[7]

Daarna ben ik langs de Katholieke kapel, de Christelijke verzoeningskerk en de Joodse gedenkruimte gelopen. Geen van de ruimten was voor mij uitnodigend om te betreden.

[7]

[9]

[10]

[11]

In Ulm had ik het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvat in al Haar eenvoud en beperking. Binnenkant en buitenkant wisselen continu. Deze verzoeningsruimte geeft beschutting en neemt tegelijkertijd alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid. Mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen – voor hier en voor daar.

[12]

Op 2 November – de dag van Allerzielen – ben ik in de loop van de middag naar het graf van mijn moeder gegaan. Het steentje was verdwenen. Dat kon ik begrijpen, anders zou er een berg van steentjes ontstaan. Bij haar graf heb ik het gebed van Kaddish gezegd.

Tegen het vallen van de duisternis ben ik verder gegaan. De gevoelens bij mijn vertrek heb ik later gelezen in de Zen koan: “Ieder van U heeft Uw eigen licht. Als jij het wil zien, dan is het niet mogelijk. De duisternis is donker, donker. Nu, wat is Uw/Jouw licht? …… Het antwoord is: De ruimte van het Universum, de weg.” [13]

Landlopers zijn niet welkom in Dachau. Ik ben weer verder getrokken. De winter viel in. Het graf van mijn vader heb ik 10 jaar later in 1993 bezocht: toen was ik daar toe in staat. Eerst heb ik een aantal jaren in kloosters gewoond”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw kloosterjaren.


[1] Zie bericht “Man Leben – op weg” van 14 oktober 2011.

[2] Zie bericht “Man Leben – op weg 2” van 17 oktober 2011.

[4] De bronnen melden variërende aantallen. De aantallen in dit bericht komen uit: http://www.dachau.nl/het_kamp/historisch/index.html en http://en.wikipedia.org/wiki/Dachau_concentration_camp

[6] Zie ook: Wieseltier, Leon, Kaddisj. Amsterdam: De Bezige Bij, 1999, p. 11

[12] Model for the continuous study of the workshop of Tomas Maldonado. Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Ulm_School_of_Design

[13] Vrije weergave van Yunmen’s light – casus 86 uit de Hekiganroku. Zie ook: Aitken, Robert, The Mind of Clover – Essays in Zen Buddhist Ethics. New York: North Point Press, 2000⁸. pag. 62. Opmerking: Volgens de bronnen is het antwoord in deze koan: “De opslagruimte, de poort/weg”. De Engelse versie voor “opslagruimte” is “storeroom” of “kitchen storage”; hier is dit begrip weergegeven als “de ruimte van het Universum” met verwijzing naar “Deine Seele ist die ganze Welt” – zie ook: Hesse Herman, Siddhartha. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag: 1989 p. 10. De Engelse versie voor “poort/weg” is “gate en gateway”; in het Sankriet betekent “gate” onder andere “gaande, en de locativus voor gaan”.

Man Leben – op weg


Mit dem Tod der andern muss man leben [1]

Jij vervolgt met jouw trektocht van twee maanden:

“Aan het einde van de zomer heb ik mijn bestaan als boer opgegeven. Mijn peettante woonde nu in een appartement en de boerderij was voor verbouwing tot vakantieboerderij overgedragen aan de nieuw eigenaar. De trektocht zou gaan via Ronchamp – met de kapel Notre Dame du Haut – naar Dachau. Daar was mijn moeder in 1944 overleden waarschijnlijk aan een ziekte en uitputting tijdens het andere bewind in Duitsland.

Met een rugzak gevuld met een extra stel kleren, slaapzak, bivak zak een klein kooktoestel vertrok ik voor deze luxe tocht. Ik had ook de nodige girobetaalkaarten en mijn gezondheid was uitstekend. Bij De Plank ging ik België binnen. Na enkele kilometers passeerde ik de oorlogsbegraafplaats bij Henri Chapelle waar ongeveer 8000 soldaten [2] begraven liggen [3] die gesneuveld zijn tijdens onder meer het Ardennenoffensief.

[4]

Mijn tocht zou ik nog langs veel oorlogsbegraafplaatsen gaan, want ik liep naar Ronchamp over de Frans – Duitse taalgrens. Ik bleef op dit eerste deel van mijn tocht meestal aan de Franstalige kant, want in Zuid Limburg had ik ook net aan de Franstalige kant gewoond. Op veel stukken heb ik de GR 5 gevolgd behalve als de omweg volgens mij niet op mijn route lag.

Ik was voor twee maanden landloper, maar een luxe landloper. Tot voor kort werd mijn ritme bepaald door het werk in Amsterdam en door mijn bestaan op de boerderij. Nu zorgde het weer, de weg en de omgeving voor het ritme. Enkele honderden jaren geleden was het landschap op deze manier erg dicht bevolkt met reizigers [5].

Als wandelaar was ik nooit alleen. Bijna altijd was de wind mijn compagnon en ’s nachts bij een open hemel zorgden de maan en de sterren voor gezelschap. Aanspraak met anderen was eenvoudig. Bijna iedereen is geïnteresseerd in de tocht. De basisvragen: “Wie ben jij? Waar kom jij vandaan? Waar ga jij naar toe?”, zijn eenvoudig gesteld en op een basisniveau snel beantwoord. Maar de het antwoord op vraag “Wie ben jij?” in de volle breedte, zoeken jij en ik op onze Odyssee. Na deze voorstelronde gaan wij weer van start.

Vooral de wind en de maan heb ik op deze trektocht leren kennen. In het volgende bericht volgt mijn kennismaking met de maan. Het viel mij op dat de wind altijd aanwezig was; hij was mijn vaste medereiziger. Net zoals water het laatste is dat een vis ontdekt, heb ik de wind op deze trektocht ontdekt met de altijd bewegende lucht die voortdurend meegaat.

Later tijdens mijn studie Sanskriet leerde ik twee woorden voor wind die mijn ervaringen weergeven.

Het eerste woord voor wind in het Sanskriet is “marut” [6] dat “wind, lucht, adem, kinderen van de lucht of oceaan, wonend in het Noorden, en gouden wind” betekent. Dit woord is samengesteld uit “ma” [7] dat “van mij” betekent en “ruta” dat “geluid, luid, schreeuw, brul, hum van bijen, fluiten van vogels” betekent. Dit woord is voor mij heel bijzonder, omdat Ruth de voornaam van mijn moeder is. Zij is vernoemd naar het boek Ruth uit het Oude Testament. De naam Ruth betekent in het Sanskriet “van een man” en de uitspraak van Ruth in het boek Ruth “Waar jij ook gaat, daar zal ik gaan” wordt gebruikt in de Joodse, Katholieke en Christelijke huwelijks dienst [8]. Zoals heel mijn leven, ging op deze weg mijn moeder met mij mee.

Het tweede woord voor wind in het Sanskriet is “va” dat “wind, oceaan, water, stroom” betekent, en de werkwoord wortel “vâ” die “waaien, blazen, geven door te blazen” betekent. Afgeleiden van deze woorden zijn “vada” dat “spreken, geven wind/lucht” betekent en “vâta “ dat “wind god” betekent. De woorden “vada” en “vâta” klinken als vader of “Vater” [9] in het Duits. Met de alomtegenwoordige wind ging op deze weg – zoals mijn hele leven – mijn vader met mij mee.

De alomtegenwoordige wind – in Sanskriet “marut” en “vâta” genaamd, maar in werkelijkheid naamloos èn naam van allen en alles – maakte het voor mij mogelijk de tekst van Kaddish te zeggen. In de loop van de trektocht nam de wind de plaats in van de Bijbelse vaderfiguur die ik tot dan in de tekst van Kaddish met “Hij” en “zijn” had vereenzelvigd. Met de Bijbels vaderfiguur uit de pastorale wereld – naar wiens evenbeeld de mens geschapen zou zijn – heb ik altijd moeite gehad, maar de wind was altijd onvermijdelijk en vluchtig aanwezig. De wind werd de “Hij” en “zijn” in de tekst van de Joodse dodenherdenking. Op weg naar Ronchamp ben ik begonnen met het dagelijks noemen van deze tekst voor mijn ouders, mijn tante en peetoom.

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
Zegt nu: Amen

Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt.
Zegt nu: Amen

Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen

Hij die vrede maakt in zijn hoge sferen,
zal ook vrede maken voor ons en voor geheel Israël
Zegt nu: Amen [10]

Via de Ardennen, Luxemburg, Noord Frankrijk, de Vogezen met Route de Crête kwam ik in Ronchamp aan. Daar bezocht ik Notre Dame du Haute dat is ontworpen door de architect Le Corbusier. In mijn “Jaguar jaren” hadden wij in ons huis een stoel die door hem in 1928 was ontworpen.

[11]

Nu in andere omstandigheden klom ik de heuvel op naar de kapel.

[12]

[13]

In de kapel was er prachtig kleurrijk licht. In een van de torens keek ik omhoog. Zoals in zoveel kerken, wat een mooi licht van boven.

[14]

In Ronchamp schreef ik het gedicht:

De wind neemt jou mee

Vluchtig en onafwendbaar

Uit het dodenrijk

 

Hemel noch aarde

Zouden zonder jou bestaan

Opgegaan in niets.

Het volgende bericht gaat over de tocht van Ronchamp naar Dachau”, zeg jij.


[2] Zie ook het berichten “Herdenking van gevallenen” van 16 augustus 2011 en de berichten met als onderwerp “Een oorlog als geen ander” van augustus en september 2011.

[5] Zie ook: Robb, Graham, The discovery of France. London: Picador, 2007

[6] Zie: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[7] “Mama, Mâ en ma” is van mij genitivus voor “aham” dat “ik” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[9] In het Duitse woord Vater zijn de Indo-Germaanse woorden “va” en “tr” te herkennen die in het Sanskriet “wind, oceaan, water, stroom” en “tr” dat “oversteken of passeren” betekent.

[11] Bron afbeelding: http://uk.wikipedia.org/wiki/%D0%A4%D0%B0%D0%B9%D0%BB: Ngv_design,_le_corbusier_%26_charlotte_perriand,_LC-4_chaise_longue,_1928.JPG

[12] Bron afbeelding: http://fr.wikipedia.org/wiki/Fichier: Ronchamp_Notre_Dame_du_Haut_ext%C3%A9rieur_1.jpg