Tagarchief: herder-volkeren

Inleiding: Drie – Heilige Geest in het midden – De Duif


In het vorige bericht hebben wij het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent bezien. Dit schilderij toont het Lam Gods als offergave om de zondelast van de wereld weg te nemen. Jezus Christus, de enige zoon van God de Vader, wordt als Lam Gods weergegeven[1]. Boven het Lam Gods is een duif geschilderd als een stalende zon die de wereld verlicht. Deze duif symboliseert de heilige geest.

Het koor zingt tijdens de mis in B – mineur van Johann Sebastian Bach hoe Jezus Christus door de heilige geest uit Maria is voort gekomen:

”Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria virgine et homo factus est”

Later tijdens onze Odyssee zullen jij en ik nog uitgebreid stil staan bij “et incarnatus est”. Tijdens dit bericht gaan wij de duif – de heilige geest – bezien door wie Jezus als zoon van de Vader God uit Maria is ontstaan. Wij bezien hiervoor nog een keer het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent.

[2]

Volgens de Christelijke theologie zijn God de vader, de zoon en de heilige geest een drie-eenheid [3]. In het schilderij wordt deze drie-eenheid afgebeeld als vader – boven in het midden zittend op een troon als koning-God – met daaronder in een afzonderlijk schilderij de heilige geest als een stralende zon die het licht laat schijnen op de wereld. Uit de heilige geest is voortgekomen het Lam Gods als enige Zoon van de Vader. De heilige geest wordt in dit schilderij afgebeeld als een duif.

[4]

Hoe verhoudt deze goddelijke drie-eenheid zich tot de Joodse God die onzichtbaar aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?[5] Zien wij hier verschillende uiterlijke verschijningen van één en dezelfde God – die niet te bevatten is -, maar die verschillende vormen voor de gelovigen aanneemt?

De onzichtbare God die aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de duif zoals de Joodse God aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?

De zoon van God die als offergave in de vorm van het Lam Gods de zonde van de wereld wegneemt. Is dit een continuering van de offers die lang geleden zijn gebracht als herstelling en bestendiging van vertrouwen binnen de vee-cyclus?[6]

Het Christelijk geloof is via het Romeinse rijk verspreid. Binnen de leefwereld van de Romeinen heeft de vader binnen het gezin een absolute macht over zijn kinderen.[7] De geboorte van een Romein komt pas tot stand doordat de vader na de geboorte van een pasgeborenen een beslissing neemt of en hoe het kind in de samenleving wordt opgenomen. Totdat een kind zelfstandig gaat wonen, heeft de vader een absolute macht over zijn kinderen[8]. In West Europa is de Katholieke kerk de voortzetting van het Romeinse rijk tot op heden. Voor 300 n. Chr. is Jupiter [9] de belangrijke vader God. De kerkgewaden tonen nog altijd enige gelijkenis met de mode van het Laat Westelijk Romeinse rijk [8] en de kerkprovincies volgen in het voormalige rijk nog redelijk de oude Romeinse provincies. Vertoont de vader God gelijkenissen met de machtige positie van de vader over zijn kinderen binnen het Romeinse rijk?

“Het lijkt of binnen de Christelijke theologie het mysterie van de Goddelijk drie-eenheid nodig is om verschillende verschijningsvormen van mysteries uit het verleden te herenigen. Door deze hereniging van de drie-eenheid en het door rituelen (met gebruikelijke offers) onderhouden van deze hereniging wordt het vertrouwen in de wereld binnen het Christelijk geloof in stand gehouden. Door dit vertrouwen en geloof ontstaat voor de gelovigen een uitzicht op een wederopstanding”, zeg jij.

“Jouw uitleg klinkt goed; ik laat het onderzoek naar de juistheid over aan kerk historici [11]. De goddelijke drie-eenheid, de wereld en het gehele universum passen ook volkomen binnen een andere metafoor voor het mysterie van het leven. Binnen Indra’s net passen de drie verschijningsvormen van God uitstekend inclusief de wereld en het gehele universum. Allen zijn binnen deze metafoor glasparels die meer of minder stralen en reflecteren. Door hun onderlinge straling en reflectie vormen zij elkaar en maken het onderlinge net. Binnen deze metafoor is een kerk een gemeenschap die – al dan niet met een gebouw – elkaar door wederzijdse reflectie vanuit een geloof vormen opdat het levenspad wordt doorlopen”, zeg ik.

“Als wij in deze richting verder gaan, dan is de heilige geest de levensweg, het licht, de wind, het water, de lucht en alle stofdeeltjes waar wij uit zijn voortgekomen en waar wij weer naar terugkeren. Het doet mij ook denken aan de opening van de Ishvara upanishad die ongeveer als volgt gaat: “Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel. Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel. Vrede, vrede, vrede.” [10]”, zeg jij.

“Er blijven twee vragen over. Volgens de metafoor van Indra’s net zou geen deeltje verloren mogen gaan. En de tweede vraag komt op omdat ik ergens gelezen heb dat ook de goden zijn gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg. Misschien hierover later meer tijdens onze Odyssee”, zeg ik.

Het volgende bericht is een overgang naar de volgende rust plaats “Vijf” en gaat over het “Woord”.


[1] Zie voetnoot 6 bij het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Lamb_of_God

[3] De eerste aanzet tot de Christelijke leerstelling van de drie-eenheid is gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders van de grote christelijke centra in  Rome, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem. Dit Concilie wijst het arianisme – waarin de werkwoord-kern “arh” te herkennen is die in het Sanskriet “waardig zijn” of “in staat zijn” betekent – af en verklaart deze zienswijze tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, heeft verkondigd dat Christus geen goddelijke natuur heeft maar een door God geschapen – weliswaar superieur – mens is en daarom als “Zoon van God” ondergeschikt is aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalt het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God is en in essentie één met de God de Vader. In Nicea wordt de triniteitsleer nog niet volledig uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, wordt nog niet gesproken. Dit gebeurt pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381 waar de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk wordt vast gesteld met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God. De Heilige Geest, zo zegt de tekst, “voortkomt uit de Vader”. In het Latijn luidend: “qui ex patre procedit”. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel

[5] Zie bericht: Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1 van 5 mei 2011.

[6] Zie bericht: Inleiding: Drie – Dubio trancendit van 28 april 2011.

[7] Bron: Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil.  Red. Ariès, Philippe & Duby, George.

[8] Bron: hoofdstuk 1 van Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil. 

[9] Het woord Jupiter is samengesteld uit de woorden Deus (of Dieu in het Frans) dat via de werkwoordkern “div” in het Sanskrit “stralen, schijnen vermeerderen” betekent en “ptr” dat vader betekent.

[10] Zie ook: Major B.D. Basu ed., The Upanishads, Volume 1 and 23. New Delhi: Cosmo Publications, 2007

[11] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel. De Triniteitsleer – met de Heilige Geest als derde Goddelijke persoon – wordt nog niet uitgewerkt in de geloofsbelijdenis zoals vastgesteld tijdens het Concilie van Nicea in 325 n. Chr. Tijdens het concilie van Constantinopel in 381 wordt een aangepaste geloofsbelijdenis vastgesteld, waarin de Heilige Geest als derde goddelijke persoon naast de Vader en de Zoon wordt erkend waarbij de Heilige Geest voortkomt uit de Vader of  “qui ex patre procedit”. De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt door alle Christenen aanvaard. In 589 n. Chr. wordt tijdens het Derde Concilie van Toledo in de latijnse tekst “filioque” of “en de zoon” toegevoegd: de Heilige Geest komt volgens de latijnse tekst voort uit de Vader èn de Zoon. Karel de Grote heeft bewerkstelligd dat deze toevoeging door de Duitse kerken in 794 n. Chr.  als enig juiste tekst is aanvaard. Paus Leo III heeft Karel de Grote in 808 n. Chr.  laten weten dat het niet gepast is om aan de geloofsbelijdenis “filioque” toe te voegen. Karel de Grote heeft aan zijn stellingname vastgehouden; hij heeft Paus Leo III niet gevraagd om zijn zoon tot keizer te kronen. Nog steeds wordt in de Rooms-Katholieke geloofsbelijdenis  “filioque” vermeld. De Griekse en Oosters-Orthodoxe Kerken hebben deze toevoeging gezien als een ketterse aantasting van de Triniteitsleer, omdat met de toevoeging wordt gezegd dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader èn de Zoon en dus geen gelijkwaardige God is. In 1054 n. Chr.  Heeft deze toevoeging tot een schisma tussen de Kerk van Rome en de Oosters-Orthodoxe Kerken geleid. Zie ook:  Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 2. Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 213 – 216.

Bij het bestuderen van deze ontwikkeling ontstaan de volgende vragen. Waarom hebben Christenen niet  aanvaard dat de Drie-eenheid drie verschijningsvormen zijn van één en hetzelfde waarbij zij elkaar vormen? Waarom zijn de Vader en de Zoon niet voortgekomen uit de Heilige Geest als er behoefte is aan één oorsprong?

Advertenties

Inleiding: Drie – Object in het midden – Kerk


In het vorige bericht zijn jij en ik de rol van het huis als “object in het midden” tegen gekomen. De rol van huis is in de loop der tijd gewijzigd van levensomgeving naar woonstede. Deze woonstede in de vorm van een huis wordt door onze voorouders gezien als een veilige thuishaven en als ijkpunt van waaruit de wereld wordt ervaren. Recent zijn mensen zich gaan vereenzelvigen met hun huis: zij geven het huis gestalte en het huis geeft uitdrukking aan wie zij zijn. Onze huidige samenleving verlangt van ons steeds meer dat wij een nationaliteit en een vaste woon- en verblijfplaats hebben. Zonder deze bezittingen worden mensen niet als volwaardige ingezetenen beschouwd.

Nu gaan jij en ik op zoek naar de rol van het huis van God als “object in het midden”. De eerste heilige plaatsen hebben wij al eerder gezien. Heilige stenen zijn wij al tegen gekomen op onze Odyssee. Wij herinneren ons de steencirkels als ontmoetingsplaatsen voor plechtigheden die wij niet meer kennen.

 [1]

Het gouden kalf als afbeelding van een (af-)god kennen wij ook [2]. Over Jahweh die aanwezig is tussen toppen van de engelenvleugels boven de verloren ark van het verbond, hebben wij in het Oude testament gelezen.

Waarschijnlijk hebben de jager-verzamelaars al onderdak gegeven aan Goden. Wij hebben gelezen over rituelen waarin de jagers zich verenigen met hun prooi als boete doening voor het doden van de prooi èn om de unieke bond voor overleven tussen prooi en jager in stand te houden. De rituelen zijn mogelijk op bijzondere plaatsen en tijden verricht. Deze plaatsen kunnen als een voorloper van het huis van God worden gezien. Een volgende stap op weg naar een huis van God zijn grotten waarin vooral veel schilderingen van jacht-taferelen gevonden. Waarschijnlijk hebben deze schilderingen ook een religieuze achtergrond gehad.

De herdersvolkeren zijn voor een deel met hun kudden rondgetrokken. Zij hebben mogelijk ook vaste heilige plaatsen gekend. En zij zullen heilige plaatsen van gevestigde bewoners hebben ontmoet. Hebben zij zich met de goden van de gevestigde bewoners en de jager-verzamelaars vereenzelvigd? Waarschijnlijk niet, maar misschien hebben zij onderdelen van hun geloof toch overgenomen. Als nomaden zullen zij hun heilige voorwerpen hebben meegenomen op de trektochten met kudden. Binnen hun tenten zijn speciale plaatsen ingeruimd voor heiligdommen. Een voorbeeld is de ark van het verbond die de Joden op de trektochten met zich mee dragen en op rustplaatsen in een tent is gezet. Zelfs in de tempel in Jeruzalem blijft de ark voorzien van draagstokken als herinnering aan- en voorbereiding op trektochten.

Bij jou en mij roept de vorm van Islamitische moskeeën beelden op van tijdelijke verblijven – grote tenten met voorposten om de ingang te wijzen – in een woestijn. Deze moskeeën zijn uiteindelijk overgegaan in imposante Godshuizen met voorhoven en bijgebouwen rondom. Een voorbeeld hiervan is de Suleyman moskee in Istanboel.

[3]

Akkerbouwers met vaste velden zijn een vaste woonstede gaan betrekken. Ook de goden hebben een eigen woonstede gekregen. Het erkennen van Godshuis is niet vanzelf gegaan. Bij het bezoek aan de oudste staafkerk in Urnes in Noorwegen, vertelt de gids dat het houtwerk aan de buitenkant van de kerk is bewerkt met veel draak-motieven om de boze geesten buiten te houden. Dat is ook nodig in de lange donkere winters. De Vikingen moeten hun zwaarden buiten bij de deur laten staan. Binnen in de kerk komt er alleen wat licht van boven. In dat licht is boven in de kerk een houten kruisbeeld te zien waar vandaan de verlossing en de toegang tot het hiernamaals moet komen. De priesters in die tijd proberen zo het beeld van het Walhalla – de hal waar de eervol gevallenen in de strijd tot in lengte van dagen eten, drinken en vechten – te veranderen in een verlangen naar verlossing van de zonden en een uitzicht op een Christelijk kijk op het hiernamaals. De blauwe verfkleur lapis lazuli op het houten kruisbeeld uit ongeveer de 12e eeuw na Christus komt volgens de gids uit Afghanistan.

Bij de uitleg van de gids denk ik aan Jalāl al-Dīn – ook bekend als Rumi, die rond dezelfde tijd is geboren in Vaksh in de provincie Balkh in Afghanistan. Waarschijnlijk overstijgt Rumi  het “object in het midden” in zijn contact met Allah: “Mijn ervaring is in het hart van Allah; ziek zal het hart van Allah zijn zonder de ervaring van mij [4]”. Later op onze Odyssee hierover meer.

Nu wij deze staafkerk verlaten zeg jij: “Die lichtopeningen onder het dak doen mij denken aan een uitspraak van Oscar Wild: “We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars”.

[5]

“Herinner jij je de eerste stralen van de ochtendzon om 6 uur ’s-morgens op de eerste lentedag? [6]”, vraag ik.

“Altijd als ik een kerk bezoek”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over kerken als “object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: Marieke Grijpink

[2] Zie het vorige bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1” op 5 mei 2011

[3] http://www.islamleer.nl/islaam/biografie/geleerdenoverigen/758-kanuni-sultan-suleyman-i

[4] Nicholson, Reynold A., The Mathnawi of Jalálu’ddin Rúmí, Book II. Cambridge: Biddles Ltd, 2001 p. 281

[5] Bron afbeelding: http://www.sacred-destinations.com/norway/urnes-stave-church

[6] Zie het laatste bericht over “Twee” op 25 april 2011

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 3


In het vorige bericht hebben jij en ik een eerste verkenning gemaakt naar de rol van symbolen als “object in het midden” om het onderlinge vertrouwen te vestigen en bestendigen. Wij hebben gemerkt dat de symbolen hoop, verwachting en diep vertrouwen bij de mensen oproepen, maar dat de symbolen ook aanleiding geven tot diepe afkeer. Daarnaast kunnen symbolen ook aanzetten tot geweld, vernietiging en regelrechte haat. Soms hebben symbolen een veel omvattende uitstraling en geven zij een sterke binding met een groot onderling vertrouwen, maar symbolen verschaffen zelden voor iedereen een ingang tot de “Volkomen Eenheid”[1].

Nu komen jij en ik bij een ander “object in het midden” dat voor veel mensen wordt ervaren als een plaats om het onderlinge vertrouwen met de naaste familie te vestigen en behouden. Dit “object in het midden” is ons eigen huis[2]. Voor individuen is de baarmoeder het eerste huis waar een mens voor zijn geboorte ongeveer de hele evolutie doorloopt. Na de geboorte is een baby afhankelijk van ouders, opvoeders en een gemeenschap waar het kind in opgroeit tot volwassenheid. Als volwassene is de leefomgeving het “thuis” waarmee de mens vertrouwd is geraakt.

Jager-verzamelaars ervaren hun habitat – letterlijk: waar hij leeft – als hun vertrouwde omgeving. Inbreuken op het vertrouwen dat bestaat tussen de jager-verzamelaars en zijn habitat, wordt – voor zover wij weten – door rituelen weer hersteld. In rituelen identificeren jager-verzamelaars zich met hun prooi om twee redenen. Zij zoeken verlossing voor de zonde van het doden van de prooi en zij identificeren zich met hun prooi om hun unieke systeem van overleving in stand te houden voor zowel prooi als jager[3].

[4]

Herder-volkeren zullen ook hun habitat waarin zij rondtrekken als hun huis en leefomgeving beschouwen. Rondtrekkend verschaft hun habitat hen voer voor hun kudden en indirect ook voor henzelf. Door rituelen proberen de herder-volkeren de vertrouwensrelatie tussen de kenbare en onkenbare habitat enerzijds en henzelf anderzijds in stand te houden. Jij en ik hebben in eerdere berichten de Trito mythe en de vee-cyclus als voorbeelden gezien.

Akkerbouwers zullen hun velden en gewassen binnen hun leefomgeving als hun habitat ervaren. Eerst trekken de akkerbouwers na korte tijd een stuk verder als hun akkers verschraald zijn door enkele keren achter elkaar verbouwen van dezelfde gewassen. Nadat de akkerbouwers een periodiek systeem hebben ontwikkeld voor instandhouding van een evenwicht van de akkers, gaan zij in de loop der tijd vaste woonplaatsen betrekken. Deze woonstede zien zij als hun huis.

Later tijdens onze Odyssee komen wij mensen tegen die aldoor overal thuis zijn. Een glimp hiervan kunnen wij zien in het volgende gedicht van Rӯokan:

Ook al slaap ik steeds

Elke nacht op mijn levensweg

Weer ergens anders,

De eeuwigdurende droom

Brengt mij aldoor naar mijn huis.”[5]

Veel mensen ervaren een eigen huis als een veilige thuishaven en als ijkpunt van waaruit de wereld wordt ervaren. Zij zien een huis niet alleen als een vertrouwde rustplaats, maar zij vereenzelvigen zich in belangrijke mate met hun huis: zij geven het huis gestalte en het huis geeft uitdrukking aan wie zij zijn.

 [6]

Onze huidige samenleving is hierbij zelfs zover gegaan om mensen alleen als volwaardig te erkennen wanneer zij een vaste nationaliteit bezitten en een vaste woon- of verblijfplaats hebben. Zonder deze bezittingen verliezen mensen binnen de huidige samenleving veel van hun rechten. Wij zien dat de hedendaagse samenleving erg veel vertrouwen toekent aan een huis als “object in het midden”. In andere tijden en onder andere omstandigheden hebben mensen de waarde van en het vertrouwen in een huis als “object in het midden” anders gewaardeerd.

Waarom hecht onze samenleving zo aan een vaste woon- en verblijfplaats? Heeft onze samenleving alleen met dit “object in het midden” vertrouwen in haar inwoners?

De vorige nacht hebben jij en ik onder de sterrenhemel geslapen. Vannacht gaan jij en ik slapen in een woonwagen waar in het donker op het plafond de sterrenhemel oplicht als herinnering aan de open lucht. Morgen slapen jij en ik in een huis.

Het volgende bericht gaat over het huis van God als “object in het midden”.


[1] Zie berichten over de inleiding tot “Een”

[2] In het Sanskriet is “grham” een van de woorden voor huis. Dit woord is mogelijk samengesteld uit “grh” dat “nemen, grijpen en omvatten” betekent en “aham” dat “ik” – eerste persoon, enkelvoud, nominativus – betekent.

[3] Zie ook: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume I, pagina 5 e.v.

[5] Vrije weergave van vertaling van de Tanka van Rӯokan op pagina 170 in de bundel: Tooren, J.van, Tanka – het lied van Japan. Amsterdam: Meulenhoff, 1983