Tagarchief: Hindoeïsme

Man Leben – Oosterse wijsheid


Kann man leben in den Stand der Vollkommenheit?

Jij vervolgt het verhaal van jouw leven:

“In 1989 verliet ik het klooster. Op geregelde tijden kwam ik terug voor begeleiding van groepen en voor overleg en advies over de stand van zaken van het klooster en de kloosterorde. Ik was toen 55 jaar oud.

Gedreven door een innerlijke noodzaak ging ik mij verder verdiepen in Oosterse wijsheid. Eerst woonde ik overal en nergens; af en toe was ik in het klooster voor verplichtingen. Daarna heb ik tijdelijk bij verschillende vrienden en bekenden gewoond. Voor meer vastigheid leek Amsterdam mij een goede plaats om te gaan wonen. Daar heb ik een bescheiden woonruimte kunnen vinden bij vrienden.

Tussen de bedrijven door las ik vele boeken over Boeddhisme, Taoïsme [1] en Hindoeïsme.

[2]

Uiteindelijk ben ik mij verder gaan verdiepen in Mahāyāna Boeddhisme [3] en de Upanishads [4]. De samenhang van contemplatie, meditatie en het leven van alledag hielden mij bezig. Hoe gaan zij samen en hoe beïnvloeden zij elkaar? In die tijd leek mijn leven vol concentratie en aandacht. Later heb ik een metafoor gelezen voor mijn manier van leven [5]. Ik leefde in een menigte met een bekertje water op mijn hoofd. Alle aandacht was nodig om probleemloos en vanzelf door de menigte te laveren en daarbij geen druppel water te verliezen.

[6]

Iedere handeling, iedere gedachte, iedere indruk was als een druppel water die in het water valt. De rimpelingen van de impact van de druppel golven rimpelend naar het verleden, naar de toekomst en naar alles om ons heen. Niets blijft onaangetast.

[7]

Bij deze studie ben ik de bronteksten gaan lezen. Om de teksten beter te kunnen doorgronden, heb een begin gemaakt met een studie Sanskriet. In het begin heb ik moeite gehad om de tekens voor het Devanāgarī – betekent letterlijk Godenstad – alfabet [8] te onthouden. De klanken van het alfabet zijn heel logisch opgebouwd. In het overzicht hieronder is het alfabet weergegeven. De eerste drie regels bevatten de basisklinkers. De volgende vijf regels tonen de medeklinkers – hard, hard geaspireerd, zacht, zacht geaspireerd, neusklank. De voorlaatste regel geeft de half (mede) klinkers weer. En de laatste regel laat de sisklanken en de huigklank “ha” zien. De kolommen tonen de klanken bij de spreker van binnen naar buiten [9].

[10]

Mijn hele leven heb ik van een goede ordening gehouden, maar de buitenbeentjes zijn mij lief. In het Devanāgarī alfabet zijn de half (mede) klinkers – ya, ra, la, va – en de huigklank – ha – de buitenbeentjes. Zij nemen in het alfabet en als betekenis binnen woorden een bijzondere plaats in.

De letter “ya” betekent in het Sanskriet “beweger, wind, bereiken, meditatie”. De letter “ra” betekent “gaan, rollen”. De letter “la” betekent “van Indra”. Indra is de God van de hemel en ook de God van oorlog, storm en regenval. In het Boeddhisme wordt Indra aangeduid met Śakra [11] dat letterlijk “in staat tot scheppen” betekent. De letter “va” zijn wij eerder tegengekomen; deze letter betekent “wind, oceaan, water, stroom, gaan”. De huigklank “ha” betekent onder meer “water, bloed, meditatie, hemel, paradijs, sterven, wijsheid, oorlog”.

Deze buitenbeentjes kwamen overeen met mijn leven rond 1990. Ik had niet veel nodig, want mijn inwoning in het klooster en bij vrienden was verzorgd. Het weinige dat ik nodig had kwam uit het begeleiden van groepen en uit het organiseren en begeleiden van verbouwingen – eerst van kloosters en later ook van huizen van vrienden en bekenden.

In 1993 overleden mijn tante en peettante in korte tijd. In dat jaar heb ik ook Auschwitz bezocht”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over jouw zoektocht in Oosterse wijsheid.


[2] White Cloud Monastry bij Beijing. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Baiyun.jpg

[5] Bron: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 136.

[6] Amitābha Buddha statue from Borobodur, Indonesia. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Seated_Buddha_Amitabha_statue.jpg

[7] Impact of a drop of water, a common analogy for Brahman and the Ātman. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Wassertropfen.jpg

Man Leben – leven van alledag


Wie soll man leben

Jij vervolgt met jouw bedrage aan de samenleving en het leven van alledag in Amsterdam:

“Mijn algemene ontwikkeling heb ik doorlopen op een katholieke lagere school in Zuid Limburg en een Christelijke middelbare school in Rotterdam. Door mijn tante heb ik in mijn middelbare schooltijd regelmatig de joodse geschriften bestudeerd. Indertijd waren dat voor mij volledig verschillende werelden. Nu ik terugkijk, zie ik vooral de grote overeenkomsten.

Onbevangen ben ik in Delft een vrijgesteld leven begonnen met mijn studie Bouwkunde. Net na mijn 21st verjaardag volgde de ontnuchtering. Mijn tante legde rekenschap af over haar voogdij over mij en over de afhandeling van de erfenis van mijn ouders en familie. Zij had het uitstekend gedaan, maar het tijdsgewricht zat tegen. Hierna heb ik in vier jaar mijn studie afgerond met redelijk tot goed afstudeerwerk op het gebied van utiliteitsbouw.

De wereld van alledag nam mij in zich op. Ik heb eerst een blauwe maandag op een architecten bureau gewerkt aan utiliteitsprojecten. Via dit bureau ben ik in de handel in bouwmaterialen terecht gekomen. Begin jaren zestig kwam er veel meer geld in de samenleving en er was meer geld beschikbaar voor bouwmaterialen. Op dit tij ben ik meegelift.

[1]

Door mijn werk op het architecten bureau heb ik mijn vrouw en moeder van drie kinderen leren kennen. Op de middelbare school en de eerste twee jaren van mijn studie ben ik enkele keren verliefd geweest, maar er was altijd een afstand. Nu zag ik haar en zij leek in een witte gloed te staan; niet zo erg als toen ik op de lagere school voor het eerst verliefd werd. Toen sloeg de bliksem in en alles was volkomen wit, nu was het lieflijker en zij stond alleen in een witte gloed. Gelukkig kon ik nog enkele zinvolle woorden uitbrengen. De tweede keer had ik de durf om haar mee uit te vragen. Zo ging het verder. Wij zijn snel verloofd en in 1959 zijn wij getrouwd. Een korte tijd hebben wij in een flat gewoond en toen de kinderen kwamen, zijn wij naar een doorzonwoning in de buurt van Amsterdam verhuisd.

De handel in bouwmaterialen was heel succesvol. Voor mij begonnen mijn “Jaguar” jaren.

[2]

Ik hou de beschrijving van deze “Jaguar jaren” kort, omdat Lucy Irvine [3] in haar verslag van het verblijf op een verlaten eiland in de Stille Oceaan het niet kon uitstaan als haar compagnon “G” begon over zijn “Jaguar days”. Onze welstand nam toe en wij verhuisden naar een vrijstaande woning aan de rand van Amsterdam; wij gingen met vakanties steeds verder weg. De kinderen gingen naar de lagere school en alles leek rustig verder te kabbelen.

Met de toegenomen welstand ontstond er aan het einde van de jaren 60 een sluimerend onbehagen in de samenleving die ook in ons gezin een plaats kreeg. Structuren en manieren van samenleven veranderden, waarden en normen veranderden en wij voelden een grote toename van vrijheid [4] en mogelijkheden. De verbeelding leek aan de macht te komen. De sleur van een vast gezin met vaste manieren van samenleven veranderde in een vrijer gezin met vrije omgangsvormen. Ons huwelijk ging toen over in een vrij huwelijk waarin plaats was voor andere relaties. De Jaguar was als gezinsauto ingeruild tegen een Renault 4 – een heerlijk rijdende auto, die deinde zoals alles in die tijd –, want we voelden ons nog steeds jong en alternatief en we wilden wat.

[5]

Het werk ging nog even voorspoedig en vroeg om een andere auto – een Saab 99. Terugkijkend was de vreugde van deze vrijheid en het aangaan van andere relaties vluchtig en oppervlakkig; de sluimerende onvrede bleef aanwezig.

[6]

De tweede feministische golf rolde ook ons gezin binnen. Na ons trouwen hield mijn vrouw op met werken, zij zorgde voor alles in en rondom het huis, en voor de kinderen; ik zorgde voor het inkomen, voor alle officiële zaken en het beheer van ons eigendom. Samen maakten we plannen voor de toekomst en overlegden over belangrijke beslissingen. Alles was mooi verdeeld zoals toen gebruikelijk. We begonnen met een rustig huwelijk zoals iedereen in die tijd. De hippietijd maakte alles vrijer en joliger; de kleding werd alternatief en de relaties ook. Begin jaren 70 wilde mijn vrouw zich gaan ontwikkelen en zich oriënteren op haar plaats in de samenleving.

Mijn vrouw ging zich ontplooien; zij begon een studie Talen aan de Universiteit van Amsterdam. Haar sociale leven veranderde – haar nieuwe vriend kwam in ons leven en niet veel later gingen zij met de kinderen een andere weg: zij werd mijn ex-vrouw en een bezoekregeling met de kinderen volgde. Mijn sociale leven veranderde: er kwamen enkele vriendinnen in mijn leven en mijn vriendenkring veranderde, want onze scheiding had ook een scheiding in de familie en vriendenkring tot gevolg – “partir est mourir un peux”. Mijn innerlijk onbehagen en onvrede bleef.

Met deze veranderingen kwam er ook zicht op andere religies: in mijn leven hadden het Katholicisme, het Christelijk en Joods geloof al een plaats gevonden – de laatste 25 jaar een sluimerende plaats. Met de alternatieve beweging kwamen ook Oosterse religies in beeld, waarvan het Boeddhisme en het Hindoeïsme later een belangrijke rol in mijn leven zouden gaan spelen.

Aan het einde van de jaren 70 ben ik enkele jaren – naast mijn werk in de handelsfirma – deeltijd docent voor modulaire bouwelementen geweest aan de TU Delft. Ik had toen al een deel van mijn werk overgedragen aan jongere collegae. In die tijd volgde ik de colleges filosofie van professor W. Luijpen. Zijn kijk op de samenleving heeft grote invloed op mij gehad.

In 1980 was mijn tante in korte tijd aan een ziekte overleden. Ik heb de begrafenis georganiseerd en de bijkomende zaken afgehandeld. Op dat moment was zij weer mijn naaste familielid. Haar graf heb ik op de Katholieke manier rond 1 november jaarlijks bezocht.  Alleen haar wens om haar volgens de Joodse dodenherdenking [7] te eren, kon ik toen nog niet vervullen. Ik was er nog niet rijp voor.

In het voorjaar van 1982 overleed plotseling mijn peetoom in Zuid Limburg. Mijn leven was aan verandering toe. Ik ben mijn peettante gaan helpen op de boerderij: ik ging weer in Zuid Limburg wonen en ik werd tijdelijk boer. Voordat ik vertrok, heb ik mijn zaken in Amsterdam afgehandeld en het huis verkocht. Voor de kinderen heb ik – net als mijn grootouders voor mijn ouders hebben gedaan – een klein basis kapitaal in deposito veilig gesteld. Mijn familie heeft deze verandering niet op prijs gesteld. Nu ik terugkijk, had ik enkele stappen niet zo doortastend moeten nemen, maar toen voelde ik dat deze verandering op mijn weg lag”, zei jij.

“Ik herinner mij die verwarrende tijd. In Limburg drong die wat later door, maar aan het einde van mijn middelbare schooltijd had iedereen lang haar en kleurige kleren. Tijdens mijn studie heb ik mij tegen mannen afgezet, want ik vond dat vrouwen een onrechtvaardige plaats in de samenleving hadden”, zeg ik.

“Toen wij trouwden was de samenleving anders georganiseerd. De veranderingen zijn later gekomen. Bij mijn terugkeer in Zuid Limburg ging ik weer een stuk terug in de tijd. De verhoudingen tussen mannen en vrouwen waren in Limburg nog niet zo veranderd”, zeg jij.

[8]

Het volgende bericht gaat verder over jouw terugkeer naar Limburg en hoe jij vandaar op drift raakte.

 

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Jaguar.3point4.750pix.jpg

[3] Zie: Irvine, Lucy, Castaway. Harmondsworth: Penguin Books, 1984

[4] De werkwoord wortel “Vraj” betekent in het Sanskriet “gaan, lopen”. Bron: Egenes, Thomas, Introduction to Sanskrit – Part Two. Delhi: Motilal Banarsidass Publishers, 2005 p. 395. Volgens de elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta, heeft “Vraj” ook de betekenis “gaan naar (een vrouw)” en “geslachtsverkeer hebben met” net als het Nederlandse werkwoord “vrijen”.