Tagarchief: Holland

Carla Drift – Een nomadenbestaan


Meer kan ik niet schrijven over mijn werk op het gebied van misdaden tegen de mensheid, omdat ik dan andere mensen en mezelf in groot gevaar breng. Met staatsgeheimen, geheime diensten, overheden en machtshebbers die aan de geschiedenis pik duistere pagina’s hebben toegevoegd, kan ik niet voorzichtig genoeg zijn.

In West Europa denken veel mensen dat deze duistere pagina’s door overheden en machtshebbers in verre landen worden geschreven. Vanuit Zuid Limburg hoef ik niet ver te gaan. Zuid Limburg heeft altijd weinig ambities gehad om een rol in de wereldgeschiedenis te vervullen, misschien hebben roversbendes uit Zuid Limburg zoals de bokkenrijders [1] enkele voetnoten aan de geschiedenis toegevoegd. Verder onderzoek naar zwarte bladzijden in de geschiedenis door Zuid Limburg laat ik aan buitenstaanders over.

[2]

Vanuit mijn dorp in Zuid Limburg hoefde ik voor een aantal van mijn onderzoeken niet ver te reizen. Met enkele uren lopen naar het Oosten is Duitsland te bereiken met misdaden tegen de mensheid tijdens de Tweede Wereld Oorlog. Enkele uren naar het westen ligt België met Congo als zwarte bladzijden in de geschiedenis; op de lagere school leerden wij alleen de misstanden tegen paters en zusters en moordpartijen onder onschuldige gelovigen, maar later werd meer bekend [3]. In het noorden binnen de landsgrenzen ligt Holland met zijn donkere geschiedenis in de slavenhandel. Donkere bladzijden werden geschreven bij het neerslaan van opstanden in Indonesië [4] waarbij een voorzitter van de ministerraad [5] in zijn jonge jaren persoonlijk een actieve rol heeft gespeeld. Uiteindelijk is Indonesië tegen de zin van veel Hollanders onafhankelijk geworden na een oorlog die in Holland vergoelijkend politionele acties [6] werden genoemd. Bij delen van onderzoek naar misstanden tijdens deze oorlog ben ik betrokken geweest. Verder heb ik onderzoek gedaan op alle zeven continenten – ook in Australië bij Aboriginals en in Noord Amerika bij de Wereldmacht.

[7]

Na ieder onderzoek in de tropen kwam ik afgemat en ziek thuis. Gelukkig had ik nog steeds thuisplaatsen waar ik kon herstellen. In Amsterdam heb ik lang mijn kamer en een thuis gehad bij vrienden van Man en van mij. Wanneer ik in Zuid Limburg thuis kwam waren er altijd blije gezichten – als ik kwam en als ik weer ging; ik werd altijd als de verloren dochter begroet maar ik was ook veel te onafhankelijk en brutaal – “vreg” – geworden; de pastoor, de burgemeester en de gemeenteraad zagen dat het eerst. Kortom overal een tijdelijke plaats om te herstellen en mij voor te bereiden op een nieuw onderzoek met alle avonturen die daarbij horen. Altijd onder een vermomming verstoppertje spelen om niet ontmaskerd te worden met alle fatale gevolgen die daarbij kunnen optreden.

Ongeveer 10 jaar geleden heb ik mijn kamer in Amsterdam verlaten omdat de vrienden van Man en mij hadden besloten om op hun oude dag veel kleiner te gaan wonen. Hiervoor werd hun prachtige huis in de binnenstad van Amsterdam verkocht. Ik heb daarbij mijn kamer verlaten met een rugzak, een slaapzak, een bivak zak, lichtgewicht kampeerspullen en wat kleren. Al mijn boeken staan in de universiteitsbibliotheken – met een aantal bibliotheekkaarten eenvoudig toegankelijk. Mijn overige bezittingen heb ik verkocht. Al met al is dit een enorme rijkdom.

Enkele jaren geleden kwam ik weer terug van een onderzoek in de tropen – maar nu was ik ernstig ziek. Ik herstelde niet meer volledig; ik werd na een kleine inspanning snel moe. Ik merkte aan mijn lichaam en ziel dat tropenjaren dubbel tellen; na zo’n 20 jaar in de tropen was ik aan pensioen toe op een leeftijd van 50 jaar. Met karig leven op spaargeld en enkele kleine opdrachten kon ik de tijd tot mijn “overheidspensioen” overbruggen.

Na een nomadenbestaan van onderzoek naar onderzoek met herstelperiodes in Amsterdam bij vrienden en in Zuid Limburg bij familie, was ik nu aangewezen op een nieuwe woon- en verblijfplaats. In Zuid Limburg paste ik niet meer in de samenleving van het dorp waar ik opgroeide – ik was veel te lang weggeweest. Mijn vader en moeder waren trotse grootouders geworden van de kinderen van mijn beide zussen. Deze neefjes en nichtjes waren al bijna zelfstandig – twee gingen studeren, een was aankomend vakman en de jongste volgde nog de middelbare school. Mijn zussen waren gelukkig getrouwd met lieve partners. Met mijn vriend uit mijn jeugd ging alles goed. Als ik in Amsterdam was, dan kwam hij op bezoek – voor hem een bezoek aan een wereldstad met alle uitdagingen. Soms bezocht hij mij in het buitenland. Hoe warm het thuisnest in Zuid-Limburg ook was, ik hoorde er niet meer thuis.

Ik was een nomade geworden, maar een nomade die een dak boven het hoofd nodig had bij slecht weer en koude. Via vrienden kocht is een redelijk wintervaste caravan.

[8]

Er was nog een probleem: ik had geen rijbewijs en ik wilde het ook niet gaan halen. Van kennissen in Zuid Limburg kon ik een kleine tractor kopen. Mijn vader heeft de tractor nagekeken op gebreken. Ik denk dat een tractor nog nooit zo grondig is gecontroleerd, omdat mijn vader intuïtief voelde dat dit wel eens het laatste zou kunnen zijn dat hij voor mij – zijn oogappel en zorgenkind – kon doen.

[9]

Het dorp heeft mij uitgewuifd toen ik voor het eerst met de tractor – caravan combinatie vertrok en ik wuifde terug: weer allemaal blije gezichten. Het volgende bericht gaat over de trektochten met de tractor – caravan combinatie.

Nieuws

Mijn uitgeverij Omnia – Amsterdam Uitgeverij heeft haar nieuwe website in gebruik genomen:

www.omnia-amsterdam.nl

 

Carla Drift – jaren van bloei


De Lentezon scheen

Gul en overvloedig neer;

Haar glimlach voor ons

Van een omgeving waar “ja” alles kon betekenen afhankelijk van de omstandigheden – van een regelrecht “nee” tot een “ja” van Molly Bloom in Ulysses van James Joyce – verhuisde ik naar een land waar “ja en nee” de wereld volkomen in tweeën deelde. Het was een land dat onvoorstelbaar plat was en waar iedere groepering zijn eigen geloof baseerde op een bepaalde passage uit de Bijbel. Alleen het water was alomtegenwoordig. Water was voor alles en iedereen gelijk en iedereen streed daar dan ook tegen. Het was altijd pompen of natte voeten – veel vloeren van woningen langs het kanaal liggen ruim beneden het waterpeil in het kanaal.

[1]

Later heb ik begrepen dat het pompen erg nauw luistert. Bij teveel pompen klinkt de bodem van de polder in en zakt de bodem van de polder onherroepelijk verder naar beneden. Er moet steeds voldoende water in de slootjes en in de bodem van de polder blijven.

In dit land ging ik wonen, studeren, en ik ontmoette er mijn grote liefde – in deze volgorde.

Zo vlak als de polders waren, zo vlak waren toen in mijn ogen ook de manieren van de inwoners van dat land. Uit gastvrijheid werd ik bij een verjaardagsfeest uitgenodigd op de koffie – een klein stukje appeltaart voor iedere bezoeker en bij het aanbieden van een tweede biertje later op de avond zei iedereen: “Het is tijd om weer eens op te stappen”. Daar zat ik met mijn tweede biertje dat ik maar snel opdronk. Bij feesten in Zuid Limburg werden 24 vlaaien afgebakken voor het bezoek – men keek niet op enkele stukken vruchtenvlaai meer of minder voor iedere gast.

Mijn kamer was vlak bij een burgerroeivereniging in Delft. Ik ging bij de vereniging op bezoek: de vereniging zag wat in mij en ik vond de vereniging aantrekkelijk. Mijn drie jaren in Delft ben ik er blijven wedstrijdroeien.

[2]

In deze directe omgeving ging ik studeren: het sloot mooi aan bij de rechtlijnigheid van wiskunde en natuurkunde. Later bleken deze vakken en de inwoners van Holland wat minder rechtlijnig te zijn.

Mijn studie was nog altijd even makkelijk als op het gymnasium. Veel schijnzekerheden vielen tijdens mijn studie weg. Ik mocht bij een practicum een versterker bouwen; er waren teveel onbekende variabelen in de beschikbare formules om een eenduidige oplossing te verkrijgen. De oplossing hiervoor bestond uit het aannemen van enkele instelstroompjes – gebaseerd op ervaring of gerommel van alledag – en als het niet voldeed werd het instelstroompje wat aangepast.

Het bepalen van de uitkomsten van proeven bestond uit het vele keren meten waarna statistisch de uitkomst met een betrouwbaarheidsinterval werd berekend – ook gerommel van alledag, maar gestructureerd en reproduceerbaar gerommel binnen een statistisch betrouwbaarheidsinterval.

[3]

Bij wetenschapsfilosofie vernamen wij van Popper en Kuhn met falsificatie [4] als criterium voor wetenschap: een idee of model was pas wetenschap als het idee of model bevattelijk was – en openstond – voor andere ideeën/modellen die een kans hadden het eerste idee te weerleggen. Ideeën en modellen die niet bevattelijk waren voor weerlegging, vielen in de categorie dogma’s of religie.

Tijdens de colleges maatschappijleer maakt ik kennis met een hiërarchie van behoeften beschreven door Abraham Maslow [5]. Volgens dit model had ik een begin gemaakte met zelfverwezenlijking met een levensgroot gat bij liefde – daar had ik tot dan verstoppertje gespeeld met mijn gevoelens.

De colleges maatschappijleer over de “Milgram” [6] en “Stanford Gevangenis” [7] experimenten vergrootten mijn zorg en onbehagen dat was ontstaan bij het lezen van het oeuvre van Jef Geeraerts en van Erich Fromm. Een zeer aanmerkelijk deel van de mensheid liet zich – vaak door omstandigheden – wel erg makkelijk meesleuren in laaghartig, volgzaam en zelfs verwerpelijk gedrag. In mijn laatste jaar in Delft maakte ik kennis met de kwader trouw en de theorie van de blik van Sartre [8]. Door deze zienswijze werden mensen in hun vrije handelen ernstig belemmerd werden. Volgens de kwader trouw verwordt de mens tot een instrumenteel ding door op de betreffende mens een stempel te plakken: een vrij mens met alle mogelijkheden wordt uitsluitend door zijn rol als bijvoorbeeld kelner gereduceerd tot een beperkt instrumenteel dienend ding. Een soortgelijk mechanisme speelt bij de theorie van de blik waardoor in een oogopslag een vrij mens met alle mogelijkheden kan worden gereduceerd tot een laaghartig wezen. Een mens kijkt door een sleutelgat van een kamer, een tweede mens ziet dit: door de blik van deze tweede persoon wordt de eerste mens teruggebracht tot een laaghartige gluurder.

Deze colleges wetenschapsfilosofie en maatschappijleer hebben mijn hele verdere leven beïnvloed. Later zal ik hierdoor in Amsterdam mijn studie in een hele andere richting voortzetten.

Eerst volg ik drie jaren mijn technische natuurwetenschappelijke studie met onder meer de onderwerpen: elektromagnetische velden, thermodynamica, vloeistofleer, relativiteitstheorie, kwantummechanica en wiskunde over matrices en vectorvelden.

Uiteraard bleef ik bibliotheken bezoeken. De algemene bibliotheek voor literatuur, algemene ontwikkeling en ontspanning en de technische bibliotheek voor verdieping op natuurwetenschappelijk terrein.

Maar in het tweede semester van mijn eerste jaar kwam ook en vooral de liefde in mijn leven.

Man Leben – interview


In de vorige berichten hebt jij een korte beschrijving van zijn leven gegeven. Ik mag enkele vragen stellen bij de beschrijving voordat ik mij ga voorstellen.

“Jouw leven heeft een grotere diepgang dan ik ooit heb kunnen denken. In jouw beleving begint jouw leven al meer dan 4000 jaren geleden. In 1933 zijn jouw ouders vanuit Frankfurt am Main naar Amsterdam verhuisd om een nieuw bestaan op te bouwen in een vreemd land waar zij de taal en de cultuur niet kennen. Ik neem aan dat jullie in Amsterdam Duits zijn blijven spreken”, zeg ik.

“Dat is voor een deel juist. Mijn ouders zijn onderling Duits blijven spreken, maar ik ben tweetalig opgevoed. Dit is bijzonder geweest, want het Nederlands van mijn ouders heeft een erg Duits accent gehad. In die tijd heb ik mij daarvoor geschaamd, en nu schaam ik mij voor de schaamte”, zeg jij.

“In jouw beschrijving is het afscheid van jouw ouders rond 1942 verhoudingsgewijze makkelijk verlopen”, zeg ik.

“In die tijd heb ik de woorden en de kennis niet om mijn gevoelens te verwoorden. Ik heb dit afscheid als een avontuur of een soort natuurlijke en spannende verandering ervaren. Nu zie ik duidelijk dat mijn ouders en mijn tante dit afscheid aan mij als een overgangsrite hebben gepresenteerd. Mijn moeder heeft gezegd dat ik lang weg zou blijven. Zij zei: “Vanaf nu ben jij geen jongen meer maar een echte Man, jij bent nu een echte Herr Mann”. Zij heeft voorspeld dat het een heel donkere tijd wordt, maar dat ik er op moet vertrouwen dat uiteindelijk alles goed zal komen. Ik heb een nacht bij mijn tante gelogeerd. Daarna is een reis van een aantal weken begonnen, totdat ik in Zuid Limburg ben komen te wonen”, zeg jij.

“Jouw naamsverandering, hoe is dat gegaan?”, vraag ik.

“Ik weet niet alle details en ik kan geen details vertellen, want er zijn mensen bij betrokken die misschien nog in leven zijn. Mijn naamsverandering is vrij eenvoudig verlopen. Een jongen verhuisd voor het bevolkingsregister – onder zijn naam met een persoonsbewijs voorzien van een oude foto – naar een anderen plaats. Enkele weken later verhuisd dezelfde jongen voor het bevolkingsregister met een nieuwe naam – en een nieuw persoonsbewijs voorzien van een recente foto – naar een derde plaats. De oude naam blijft achter in de tweede plaats. Een tijd later is de oude naam waarschijnlijk met “verblijfplaats onbekend” ingeschreven. Ik ben zo binnen enkele weken verschillende keren verhuisd om het spoor te verdoezelen”, zeg jij.

“Wat hebben jouw ouders bedacht om jou later weer te vinden. Hoe hebben zij gedacht aan te tonen dat zij jouw ouders zijn?”, vraag ik.

“Mijn nieuwe naam is nauw verbonden met de namen die ik van mijn ouders en familie heb gekregen. Mijn ouders hebben mij “Levi” genoemd naar de derde zoon van Jacob en Lea in het boek Genesis. Uit de twaalf zonen van Jacob en Lea zijn de 12 stammen van Israël voortgekomen. Levi betekent: “hij zal verbinden of aaneenvoegen” [1]. Ik heb dit mijn hele leven ondernomen. Als ik terugkijk, zie ik met schaamte dat ik vaak hoogmoedig ben geweest”, zeg jij.

“Ik vind jou niet hoogmoedig”, zeg ik.

“Hoogmoed heeft vele gezichten. Ik heb veel later gelezen dat Schriftgeleerden denken dat de naam Levi een leenwoord is dat priester betekent of dat de naam verwijst naar de mensen die verbonden zijn aan de Ark van het verbond [1].  Bij het rondtrekken in de woestijn hebben de afstammelingen van Levi de Ark van het verbond gedragen. De eerste hogepriester is ook een afstammeling van Levi geweest. Enkele geleerden denken dat Levi verwijst naar een stam die van oorsprong niet Joods was, maar bestond uit immigranten die zich bij de Joden hebben gevoegd [1]. De afstammelingen van Levi hebben als enige stam geen grondgebied gehad in Kanaän. Mozes en zijn broer Aaron, Samuel, Ezechiël, Ezra, Johannes de Doper, Mattheus en Marcus zijn afstammelingen van Levi [2]. Volgens hoofdstuk 49 vers 7 van Genesis uit het Oude Testament zullen de kinderen van Levi over de aarde worden verspreid. In het testament van Levi [3] – een apocrief geschrift dat met de bijbel verbonden is – worden de priesters die afstammen van de eerste hogepriester Aaron en dus van Levi, hoogmoed verweten. Door deze hoogmoed ontstaat de Apocalyps of het einde der tijden. Ik heb mijn hele leven mijn best gedaan om hoogmoed te vermijden, maar vele keren is het niet gelukt. Hoogmoed is ook de oorzaak van het uiteenvallen van ons gezin geweest. Hoewel mijn grootvader en ik geen mensen van geweld zijn, is de voorspelling voor het lot van de afstammelingen van Levi ook ons lot geworden. Afgezien van de gewelddadigheid, sluit de naam Levi goed aan bij de weg die ik mijn leven heb bewandeld. Mijn nieuwe achternaam is afgeleid van de voornaam die mijn ouders aan mij hebben gegeven. Mijn nieuwe voornaam is nauw verbonden met mijn familienaam. Vroeger werd Piet Janssen vaak “Janssens Piet  – of zoon van Jan, Piet” genoemd. Ik denk dat mijn ouders hebben gedacht dat deze omdraaiing later kans van slagen zou hebben om mij weer als rechtmatige zoon erkend te krijgen”, zeg jij.

“Een mens in een donkere tijd moet soms kiezen, als hij de keuze niet aan anderen wil overlaten. Ik respecteer jouw terughoudendheid voor de keuze van jouw familie en pleegfamilie in Zuid Limburg. Mag ik vragen waarom jij na jouw gelukkige en zorgeloze tijd met jouw tante naar Holland bent verhuisd?”, zeg ik.

“Dat is heel duidelijk. Mijn tante is de jongere zus van mijn moeder. Zij leken erg op elkaar, ook in manier van doen. Voor mij was zij heel vertrouwd. Wij hebben het leven in Holland weer opgepakt. Dat is niet meegevallen als vreemden in een land in opbouw. Mijn tante had in haar ogen geen keuze; na de oorlog was zij het aan mijn ouders verplicht om voor mij te zorgen. Het leven in Zuid Limburg heb ik erg gemist, maar ik ben elke vakantie bij mijn peetouders gaan logeren”, zeg jij.

“Later verder met de vragen als dat mag”, zeg ik.

“Dat is goed”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder met enkele vragen over de weergave van jouw leven.


[1] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Levi

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Levite

[3] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Testament_of_Levi. Het Testament van Levi is onderdeel van het Testament van de Aartsvader.

Man Leben – jouw schooltijd


Ein Weg durch das Abenteurer, das man Leben nennt

Jij vervolgt met jouw middelbare schooltijd in Holland.

“In de zomer van 1946 is mijn tante bij mijn peetoom en peettante op bezoek gekomen. Zij heeft er een week gelogeerd. Na deze week ben ik bij mijn tante in een dorp in de buurt van Rotterdam gaan wonen. Het afscheid van mijn peetouders was niet makkelijk; gelukkig ben ik nog geregeld bij hun gaan logeren: iedere keer weer bijzonder.

In de trein in de buurt van Rotterdam verbaasde ik mij erover dat een land zo plat en leeg kon zijn. En zo vol sloten en slootjes. Later begreep ik dat dit het resultaat was van een eeuwenlang samenleven met het water en het drooghouden van de polders.

[1]

  [2]

Toen wij in ons nieuwe huis aankwamen, had mijn tante droef nieuws. Mijn vader en moeder hadden de oorlog en de gevolgen van het andere bewind uit Duitsland – dat ook Nederland had overspoeld – niet overleefd. Mijn vader was omgekomen in Auschwitz [3], mijn moeder aan ziekte in Dachau. Verder heeft mijn tante nooit meer over de oorlogstijd gesproken. Ik heb haar hierover nooit vragen gesteld: het was overduidelijk dat dit te pijnlijk was. Na de oorlog is zij door verre familie geholpen aan een betrekking op een handelskantoor.

In Holland woonde ik in een Christelijk dorp, ik ging naar een Christelijke middelbare school en wij gingen naar een Christelijke kerk met volkomen andere gebruiken. Wel moest ik van mijn tante regelmatig de Joodse geschriften bestuderen; deze erfenis van mijn voorouders werd niet verloochend. Alles weer even vreemd, ook mijn voornaam was vreemd en een Duits klinkende achternaam veroorzaakte in het begin ook bedenkingen. Ik kon de mensen wel verstaan, maar ze reageerden anders. Door mijn tongval en gedrag was ik opnieuw een buitenbeentje. Na de oorlog was er gebrek aan bijna alles en men was erg zuinig. In Holland werd veel melk gedronken – liefst een liter per dag; in Limburg werd alleen beetje melk in de koffie gedaan. Bij feesten was er als traktatie een plakje cake in plaats van overvloedig vruchtenvlaai: de buurvrouw in Limburg liet bij de bakker voor een belangrijk feest wel 24 verschillende vlaaien afbakken en die gingen allemaal op.

Na verloop van tijd raakte ik gewend aan ons nieuwe leven in Holland. Ik kreeg vrienden op de nieuwe school, ik werd weer in stilte verliefd en ik haalde na 6 jaar mijn diploma. Daarna ben ik in Delft Bouwkunde gaan studeren”, zeg jij.

“Jo Ritzen, die vanuit Zuid Limburg in Delft Technische Natuurkunde is gaan studeren, heeft in zijn autobiografie [4] geschreven dat de overgang van Limburg naar Holland de grootste verandering in zijn leven was. Jouw veranderingen zijn groter”, zeg ik.

“Voor mij was er geen keuze. Het kwam het zoals het kwam, het was zoals het was en het ging zoals het ging; net als het weer of de wind, niet anders”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw studiejaren in Delft.

 

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[3] De naam Auschwitz is afkomstig van de Poolse plaatsnaam Oświęcim in de buurt van het kamp. Veel Joden die voor de oorlog in Oświęcim leefden, noemden deze plaats Oshpitzin – het Yiddish woord voor gast – omdat deze plaats voor de oorlog bekend was om haar gastvrijheid. Bron: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998, p. 4

[4] Ritzen, Jozef Maria Mathias, De Minister – Een Handboek. Amsterdam: Bert Bakker, 1998.