Tagarchief: hoogmoed

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 15


“Ik denk dat wij ons gesprek over de paradox binnen het denkraam van de strijder in onszelf te abrupt hebben beëindigd. Hoewel op een eerdere leeftijd en op een ander manier, heb ik al heel jong kennisgemaakt met de euforie van de veroveraar. Als kleuter had ik een sprinkhaan in een luciferdoosje gevangen. Ik voelde een ongekende vreugde; nooit zou ik meer alleen zijn, want altijd zou ik een metgezel in mijn leven hebben. Als ik met het doosje rammelde, dan hoorde ik mijn sprinkhaan. De volgende ochtend was de sprinkhaan dood. Dit was mijn eerste echte verlies; hiermee verloor ik mijn onschuld: hiermee zette mijn verval in. Als ik kijk naar het paleis van de Medici, dan moet ik weer denken aan het luciferdoosje”, zegt Carla.

Feiten en logica 15a.jpg[1]

“Ik heb ergens gelezen dat de familie de Medici – na een korte verbanning uit Florence – in de 15e eeuw de macht achter de schermen wilde uitoefenen en er bewust een bescheiden beeld naar buiten op na wenste te houden. De buitenkant van dit paleis – gebouwd in opdracht van Cosimo de Medice – geeft dit streven weer [2]”, zegt Man

Carla, Man en Narrator betreden het paleis.

“De welgestelden in Florence waren in de 15e eeuw op de hoogte van de periodieke overstromingen van de rivier de Arno, daarom hadden zij hun woonvertrekken op de eerste verdieping. Dit paleis lijkt op de Ark van Noah [3] uit het boek Genesis in het Oude Testament. Van alle rijkdom en van alles van waarde binnen de familie de Medici werd in dit paleis een imago meegenomen. Alles in dit paleis is een miniatuur afspiegeling van en een herinnering aan de veroveringen van de familie in de buitenwereld. Wanneer het tij meezit, dan kan de afspiegeling en de herinnering weer in realiteit worden omgezet. Dit paleis toont de innerlijke wereld van de familie in al haar wensen en met al haar verwachtingen”, zegt Narrator.

feiten en logica 15b.[4]

“In deze zaal Luca Giordano [5] neemt de – binnen het paleis getoonde – aspiratie van de familie goddelijke trekken aan. De schilderingen op het plafond van de zaal komen overeen met de plafondschilderingen in de kerken van deze stad.

feiten en logica 15c.[6]

Door de schilder Luca Giordano wordt de tweede dynastie van de familie de Medici afgebeeld als een spiegelbeeld van de hemel waarin Cosimo de Medici – als de centrale Vader-god – troont boven zijn twee zonen en zijn broer. Hier toont het innerlijk van de heersende “strijder” de ambitie om op zijn minst de Christelijke Goddelijk drie-eenheid te evenaren, zo niet de plaats van God in te nemen”, zegt Man.

feiten en logica 15d.[7]

“Dat is herkenbaar; op het toppunt van zijn kunnen voelt een strijder zich onoverwinnelijk en oppermachtig. De strijder onttrekt zich aan de wereld van de stervelingen; de strijder kan de hele wereld aan. Tegelijkertijd wordt de leefwereld van de strijder ontmenselijkt; de zorg voor de omgeving en de empathie voor levende wezens en mensen verdwijnt. Een staat van euforie – een beleving van uniciteit en almacht, egocentrische gericht op de strijder, zijn makkers en de wereld waarvoor zij staan – ontstaat. Deze staat van euforie is te herkennen bij Arjuna en Kṛṣṇa toen zij met vreugde pijlen schoten op alles dat probeerde te ontsnappen uit het vuur in het Khandava bos, bij jou Narrator toen jij als jonge strijder met een militie in Midden Afrika schoot op alles en iedereen die uit een brandend dorp kwam, en bij Karl Marlantes [8] toen hij tijdens de Vietnamoorlog als luitenant bij de Amerikaanse mariniers door de luchtmacht napalm liet vallen op de jungle met daarin Vietcong-strijders [9]. ” zegt Carla.

feiten en logica 15e.[10]

“”De hel dat zijn de anderen” [11], schrijft Jean-Paul Sartre in een van zijn toneelstukken, misschien ook  omdat de anderen de almacht van de strijder – en daardoor zijn vrijheid – beperken”, zegt Man.

“Jullie geven mijn gevoelens van vreugde en uitgelatenheid tijdens het schieten op alles en iedereen die uit een brandend dorp probeerde te ontsnappen, goed weer. Maar na deze euforie voelde ik een schaamte en een peilloze leegte. In het eerste deel van onze Odyssee naar “Wie ben Jij” [12] – bij de beschrijving van de Peloponnesische oorlog – zagen wij bij de strijdende partijen een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [13]. In mijn beleving moeten wij aan deze cyclus na de wraak nog “schaamte en leegte” toevoegen die gelijktijdig tegenpolen vormen met eer en macht. In de tijd van mijn voorvaderen namen de strijders in het oude India de buit van de verovering – meestal gestolen vee binnen de vee-cyclus [14] – mee naar hun thuisdorp. Daar werd de buit tijdens een groot feest met iedereen gedeeld. Het tonen van de verovering aan de wereld was voor de krijgers belangrijker dan de overwinning zelf [15]. Na het feest begon een leegte te ontstaan met een opkomende schaamte over doelloosheid. Met eer/macht als tegenpool voor deze leegte/schaamte ontstond een drang naar nieuwe veroveringen om het innerlijk en uiterlijk ego van de strijders weer te bevestigen en bestendigen. De verovering – of rijkdom in onze tijd – creëert tegelijkertijd een leegte en een gemis aan iets. Rijkdom creëert een gebrek aan rijkdom dat nog niet veroverd is. Deze zaal herinnert de levende strijders binnen de familie de Medici aan de wereldse rijkdom die zij moeten verdedigen en uitbreiden, en aan de rijkdom van het Goddelijke hemelrijk dat zij nog niet bezitten”, zegt Narrator.

“In deze redenering schuilt een waarheid. Na een verovering begint het verval, want er valt iets te verdedigen; de imperator moet altijd meer veroveren om hetgeen hij bezit, veilig te stellen. Daarbij ontstaat uit het bezit van rijkdom de behoefte aan meer en blijvende rijkdom; ook de imperator is onderhevig aan de natuurwet van “rupsje nooit genoeg”. Is er op dit punt een verschil tussen mannen en vrouwen?”, zegt Man.

“Er is een studie naar de rol van vrouwen in Mahābhārata. In de Mahābhārata verwerft een strijder pas onsterfelijke roem op het moment dat vrouwen hem als gevallenen op het slagveld in schrille jammerkreten bewenen en daarbij met rouw zijn leven en mooie verschijningsvorm roemen [16]. De vrouwen van de strijderskaste zetten hun mannen aan tot actie; de strijders zijn geregeld monomane uitvoerders van de wensen van hun vrouwen. Wanneer binnen de Kshatriya kaste alle krijgers zijn overleden, dan gaan de vrouwen naar de Brahmanen om nieuwe krijgers voort te brengen. Vrouwen hebben een eigen rol in het denkraam van de strijder”, zegt Narrator.

“Hebben wij niet allen een rol in het denkraam van de strijder? Wat denken jullie van de Goden en de Bodhisattva?”, vraagt Carla.

“Ook zij, ook wij”, zegt Man.

“Dat is waar. Zullen wij morgen op onze laatste dag in Florence een bezoek brengen aan Palazzo Pitti waarin de familie de Medici haar pracht en praal aan de buitenwereld toont”, zegt Narrator.


[7] The Apotheosis of the Medici: Cosimo III sat central between his two sons and his brother below him, Palazzo Medici-Riccardi Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Galleria_di_Luca_Giordano

[8] Bron: Marlantes, Karl, What it is like to go to war. London: Corvus, 2012 p. 40 – 41

[11] In het toneelstuk “Huis clos”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre

[12] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 200 – 209

[13] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[14] Zie vee-cyclus in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012

[15] Zie ook een hedendaagse observatie van Hannah Ahrendt in: Keen, David, Useful Enemies – When waging wars is more important than winning them. New Haven and London: Yale University Press, p. 9

[16] Bron: McGrath, Kevin, STR Women in Epic Mahābhārata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009, p 25

Narrator – naar de omgekeerde wereld


Voordat ik in de omgekeerde wereld van Holland aankwam, moest ik door de Ardennen in België lopen en met een boot in Nederland door Limburg en Brabant varen. In het begin van de tocht was het mooi lieflijk herfstweer in de Ardennen. De bladeren aan de bomen werden bruin en geel; het landschap toonde de laatste warmte van het jaar. De avonden werden kort en de nachten waren kouder; ik moest snel een warme verblijfsplaats vinden want de winter kwam gauw. Gelukkig verliepen de nachten rustig en ik sliep goed want ik had onderweg een goede slaapzak bemachtigd.

Het pad van de GR 5 door de Ardennen was makkelijk en lieflijk. De eerste tijd liep ik door de natuur; bij boerderijen kreeg ik bijna altijd een maaltijd in ruil voor een verhaal. Na enkele dagen kwam ik in een dichter bewoonde omgeving.  Stavelot was het eerste stadje dat ik in België bezocht; ik verwonderde mij over de rijkdom van de abdij.

[1]

Voor een kleine stad met ruim 6000 inwoners heeft Stavelot een indrukwekkend mooi centrum, met veel statige huizen.

[2]

De nacht na het bezoek aan Stavelot was er een kort heftig onweer. De donder rolde door de dalen, maar dit onweer duurde niet lang en het klaarde snel weer op. Van Stavelot liep ik via de GR 5 naar Spa, een voormalige badplaats en kuuroord in de Ardennen. Ik was onder de indruk van de rijkdom in deze streek.

[3]

Net buiten Spa heb ik in de open lucht overnacht; mijn hotel had de sterrenhemel als dak en mijn kamer omvatte het universum.

[4]

De volgende ochtend was het druilerig weer. In de miezer, regen afgewisseld met enkele opklaringen liep ik in enkele dagen naar de Maas bij Visé.

[5]

Daar ontmoette ik een eigenaar van een boot die wegens ziekte hulp nodig had tijdens de tocht naar Amsterdam. Zo voer ik in guur herfstweer langs Maastricht, Roermond, Venlo, Nijmegen, Utrecht naar Amsterdam. Ik reisde droog en comfortabel met een kost en inwoning.

In Brabant, Utrecht en Holland was ik verwonderd over het water dat in een kanaal hoger lag dan het land en de huizen in de polder. In Utrecht en Holland was ik verbaasd over de weidsheid en de platheid van het land. Dit was een omgekeerde wereld van alles wat ik eerder in mijn leven had ontmoet.

[6]

In de haven van Amsterdam nam ik afscheid van de schipper. In het centrum van de stad zag ik vreemde, markante mensen. Sommigen leken op kabouters en zo noemden zij zich ook. Alles was anders; de jongeren speelden de baas over de ouderen. De muziek was anders en de mensen wilden swingen, maar deze stijve mensen konden dat niet. Met geestverruimende middelen maakten jonge mensen de wereld kleurrijker dan de grijze omgeving er uitzag. Soms ging het mis met de geestverruiming. Enkele inwoners in deze omgekeerde wereld dachten te kunnen vliegen – hoogmoed kwam voor de val. De eerste dagen ontmoette ik enkele minnaars in deze stad waar mannen van mannen mogen houden – het tijdelijke feest dat ruim 10 jaar van mijn leven besloeg, begon ….

Man Leben – interview 2


In het vorige bericht is het eerste deel van het interview over de beschrijving van jouw leven weergegeven. Nu ga ik verder met enkele vragen over de verhuizing van Zuid Limburg naar Rotterdam.

“Jij bent met jouw tante op 12 jarige leeftijd in de buurt van Rotterdam gaan wonen en daar ben jij naar het Gymnasium gegaan. Hoe was deze verandering?”, vraag ik.

“In Zuid Limburg heb ik waarschijnlijk de mooiste jaren in mijn leven gehad. Ik heb mij daar volkomen thuis gevoeld, hoewel ik eerst een buitenbeentje ben geweest. Eerst heb ik de plaatselijke taal en de gebruiken niet begrepen, maar na een jaar was alles duidelijk en kon ik het dialect vloeiend spreken. Bij Rotterdam is alles weer volkomen vreemd geweest. Ik ben in een Hollandse en Christelijke omgeving gaan wonen met een Limburgse tongval, Katholieke gewoonten en een Joodse achtergrond: allen uitzonderlijk. Het scheldwoord voor katholiek is “paap”; “dit woord betekent in het Sanskriet “verkeerd, slecht, schuldig” [1]. De eerste jaren heb ik het moeilijk gehad om mij aan te passen. Gelukkig werd ik op school in de klas geaccepteerd. Mijn tante heeft het ook lastig gehad: zij moest in een moeilijke omgeving het vorige bestaan afronden: de bezittingen, de belasting en de financiën verdienden aandacht. En een nieuw bestaan moest worden opgebouwd. Zij had het geluk dat zij via verre familie een goede betrekking kon krijgen bij een handelsfirma. Ik heb wel eens gedacht dat zij zonder mij naar Amerika zou zijn geëmigreerd; zij heeft dat zelf nooit verteld”, zeg jij.

 [2]

“Jij hebt gezegd dat het kleine kapitaal dat jouw grootvader rond 1924 in Zwitserland had ondergebracht, erg behulpzaam was”, zeg ik.

“Dat heb ik later begrepen toen ik 21 jaar oud was. Voordat mijn tante naar Zuid Limburg is gekomen, heeft ze in Zwitserland een bezoek gebracht aan de bank waar mijn opa de rekening in 1924 heeft geopend. Deze rekening is buiten het zicht van de anderen – dus ook van de overheden in Duitsland en Nederland gebleven. Dit is een klein deel van mijn hoogmoed geweest: in die tijd voor mij heel begrijpelijk. Met dit kleine kapitaal is mijn studie en een deel van de aanschaf van de woningen voor ons gezin betaald. Later, toen ons gezin uiteen was gevallen, heb ik van de verkoop van onze woning een soortgelijke rekening voor mijn kinderen geopend voor moeilijke tijden”, zeg jij.

[3]

“In die tijd was het voor de overheden geld buiten de boeken”, zeg ik.

“Klopt. Het was een andere tijd: de overheden werden door onze familie niet als erg betrouwbaar ervaren. Het was verstandig om wat achter de hand te hebben. Later, nadat ik tijdens mijn trektocht naar Dachau op de wind en de maan ben gaan vertrouwen, ben ik de ijdelheid van kapitaal gaan zien. Ik zag toen de volledige betekenis van het tweede gebod: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”. Ik ben gaan inzien dat geld een metafoor is voor vertrouwen. Op het Al en Een – vluchtig als de wind en veranderlijk als water – ben ik gaan vertrouwen; mijn weg wordt daarna beschenen door de Maan. Geld is soms een handig ruilmiddel op aarde, maar een ballast op de eeuwige weg”, zeg jij.

In het volgende bericht volgen enkele vragen over liefde.


[1] Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Man Leben – interview


In de vorige berichten hebt jij een korte beschrijving van zijn leven gegeven. Ik mag enkele vragen stellen bij de beschrijving voordat ik mij ga voorstellen.

“Jouw leven heeft een grotere diepgang dan ik ooit heb kunnen denken. In jouw beleving begint jouw leven al meer dan 4000 jaren geleden. In 1933 zijn jouw ouders vanuit Frankfurt am Main naar Amsterdam verhuisd om een nieuw bestaan op te bouwen in een vreemd land waar zij de taal en de cultuur niet kennen. Ik neem aan dat jullie in Amsterdam Duits zijn blijven spreken”, zeg ik.

“Dat is voor een deel juist. Mijn ouders zijn onderling Duits blijven spreken, maar ik ben tweetalig opgevoed. Dit is bijzonder geweest, want het Nederlands van mijn ouders heeft een erg Duits accent gehad. In die tijd heb ik mij daarvoor geschaamd, en nu schaam ik mij voor de schaamte”, zeg jij.

“In jouw beschrijving is het afscheid van jouw ouders rond 1942 verhoudingsgewijze makkelijk verlopen”, zeg ik.

“In die tijd heb ik de woorden en de kennis niet om mijn gevoelens te verwoorden. Ik heb dit afscheid als een avontuur of een soort natuurlijke en spannende verandering ervaren. Nu zie ik duidelijk dat mijn ouders en mijn tante dit afscheid aan mij als een overgangsrite hebben gepresenteerd. Mijn moeder heeft gezegd dat ik lang weg zou blijven. Zij zei: “Vanaf nu ben jij geen jongen meer maar een echte Man, jij bent nu een echte Herr Mann”. Zij heeft voorspeld dat het een heel donkere tijd wordt, maar dat ik er op moet vertrouwen dat uiteindelijk alles goed zal komen. Ik heb een nacht bij mijn tante gelogeerd. Daarna is een reis van een aantal weken begonnen, totdat ik in Zuid Limburg ben komen te wonen”, zeg jij.

“Jouw naamsverandering, hoe is dat gegaan?”, vraag ik.

“Ik weet niet alle details en ik kan geen details vertellen, want er zijn mensen bij betrokken die misschien nog in leven zijn. Mijn naamsverandering is vrij eenvoudig verlopen. Een jongen verhuisd voor het bevolkingsregister – onder zijn naam met een persoonsbewijs voorzien van een oude foto – naar een anderen plaats. Enkele weken later verhuisd dezelfde jongen voor het bevolkingsregister met een nieuwe naam – en een nieuw persoonsbewijs voorzien van een recente foto – naar een derde plaats. De oude naam blijft achter in de tweede plaats. Een tijd later is de oude naam waarschijnlijk met “verblijfplaats onbekend” ingeschreven. Ik ben zo binnen enkele weken verschillende keren verhuisd om het spoor te verdoezelen”, zeg jij.

“Wat hebben jouw ouders bedacht om jou later weer te vinden. Hoe hebben zij gedacht aan te tonen dat zij jouw ouders zijn?”, vraag ik.

“Mijn nieuwe naam is nauw verbonden met de namen die ik van mijn ouders en familie heb gekregen. Mijn ouders hebben mij “Levi” genoemd naar de derde zoon van Jacob en Lea in het boek Genesis. Uit de twaalf zonen van Jacob en Lea zijn de 12 stammen van Israël voortgekomen. Levi betekent: “hij zal verbinden of aaneenvoegen” [1]. Ik heb dit mijn hele leven ondernomen. Als ik terugkijk, zie ik met schaamte dat ik vaak hoogmoedig ben geweest”, zeg jij.

“Ik vind jou niet hoogmoedig”, zeg ik.

“Hoogmoed heeft vele gezichten. Ik heb veel later gelezen dat Schriftgeleerden denken dat de naam Levi een leenwoord is dat priester betekent of dat de naam verwijst naar de mensen die verbonden zijn aan de Ark van het verbond [1].  Bij het rondtrekken in de woestijn hebben de afstammelingen van Levi de Ark van het verbond gedragen. De eerste hogepriester is ook een afstammeling van Levi geweest. Enkele geleerden denken dat Levi verwijst naar een stam die van oorsprong niet Joods was, maar bestond uit immigranten die zich bij de Joden hebben gevoegd [1]. De afstammelingen van Levi hebben als enige stam geen grondgebied gehad in Kanaän. Mozes en zijn broer Aaron, Samuel, Ezechiël, Ezra, Johannes de Doper, Mattheus en Marcus zijn afstammelingen van Levi [2]. Volgens hoofdstuk 49 vers 7 van Genesis uit het Oude Testament zullen de kinderen van Levi over de aarde worden verspreid. In het testament van Levi [3] – een apocrief geschrift dat met de bijbel verbonden is – worden de priesters die afstammen van de eerste hogepriester Aaron en dus van Levi, hoogmoed verweten. Door deze hoogmoed ontstaat de Apocalyps of het einde der tijden. Ik heb mijn hele leven mijn best gedaan om hoogmoed te vermijden, maar vele keren is het niet gelukt. Hoogmoed is ook de oorzaak van het uiteenvallen van ons gezin geweest. Hoewel mijn grootvader en ik geen mensen van geweld zijn, is de voorspelling voor het lot van de afstammelingen van Levi ook ons lot geworden. Afgezien van de gewelddadigheid, sluit de naam Levi goed aan bij de weg die ik mijn leven heb bewandeld. Mijn nieuwe achternaam is afgeleid van de voornaam die mijn ouders aan mij hebben gegeven. Mijn nieuwe voornaam is nauw verbonden met mijn familienaam. Vroeger werd Piet Janssen vaak “Janssens Piet  – of zoon van Jan, Piet” genoemd. Ik denk dat mijn ouders hebben gedacht dat deze omdraaiing later kans van slagen zou hebben om mij weer als rechtmatige zoon erkend te krijgen”, zeg jij.

“Een mens in een donkere tijd moet soms kiezen, als hij de keuze niet aan anderen wil overlaten. Ik respecteer jouw terughoudendheid voor de keuze van jouw familie en pleegfamilie in Zuid Limburg. Mag ik vragen waarom jij na jouw gelukkige en zorgeloze tijd met jouw tante naar Holland bent verhuisd?”, zeg ik.

“Dat is heel duidelijk. Mijn tante is de jongere zus van mijn moeder. Zij leken erg op elkaar, ook in manier van doen. Voor mij was zij heel vertrouwd. Wij hebben het leven in Holland weer opgepakt. Dat is niet meegevallen als vreemden in een land in opbouw. Mijn tante had in haar ogen geen keuze; na de oorlog was zij het aan mijn ouders verplicht om voor mij te zorgen. Het leven in Zuid Limburg heb ik erg gemist, maar ik ben elke vakantie bij mijn peetouders gaan logeren”, zeg jij.

“Later verder met de vragen als dat mag”, zeg ik.

“Dat is goed”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder met enkele vragen over de weergave van jouw leven.


[1] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Levi

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Levite

[3] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Testament_of_Levi. Het Testament van Levi is onderdeel van het Testament van de Aartsvader.

Een oorlog als geen ander – een fatale regatta


In het vorige bericht heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog. Door een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak brengen Athene, Sparta en hun bondgenoten elkaar ontelbare verschrikkingen toe. Sparta en haar bondgenoten bezaten de militaristische hegemonie op het land en zij verwoestte op gezette tijd de omgeving van Athene. Op hun beurt hadden Athene en haar bondgenoten de maritieme hegemonie over het oostelijke deel van de Middellandse zee. Zij plunderden met hun vloot de kusten van de Peloponnesos. Een vreselijke plaag was uitgebroken binnen de muren van Athene. Deze plaag veroorzaakte meer doden dan alle oorlogshandelingen. Na 10 jaar wederzijdse vernederingen werd in 421 v. Chr. een tijdelijke wapenstilstand van 7 jaar gesloten. Lokale gevechten en wreedheden bleven tijdens deze vrede voortduren.

In 415 v. Chr. begint  Athene aan haar avontuur in Sicilië. Athene heeft enkele bevriende steden op dat eiland. Zij vragen de hulp van Athene bij een conflict met de heersende stad Syracuse op Sicilië. Syracuse is ook een democratie die veel overeenkomsten heeft met de democratie van Athene. Dit zullen wij later nog zien.

Op voorspraak van onder meer Alcibiades besluiten de vrije mannen van Athene een vloot naar Sicilië te zenden met drie uitvoerders waaronder Alcibiades. Athene hoopt zo een grote invloed te krijgen in het Westelijke deel van de Middellandse Zee. Misschien is het mogelijk de stadstaat Athene in zijn geheel te verplaatsen uit het wespennest van Klein Azië naar Sicilië.

De twee roeiboten van de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford bemand door de laatste amateurs [1], zijn voor ongeveer 17 minuten – of een dag, of een jaar – heer en meester op de Theems in Londen [2]. De 300 trireme van Athene – deels particuliere [3] oorlogsboten van Athene; per boot aangedreven door 170 roeiers – zijn zo’n 150 jaar heer en meester geweest op de Egeïsche Zee [4]. Het leven van een roeier was zwaar en zeer onzeker: velen konden niet eens zwemmen. Goed roeien was de enige mogelijkheid om de overlevingskansen te vergroten. De hopliten op het land namen achter hun muur van bronzen schilden direct deel aan de gevechten: zij verdreven de tegenstander in een soort rugby scrum en zij gebruikten hun lansen om de tegenstander letsel toe te brengen. De roeiers achter hun dunne muur van hout en leer dreven op zee alleen de snelle lichte roeiboot met stormram aan: de stormram verwoestte de boot van de tegenstander. Roeiers namen alleen indirect deel aan de zeeslag. Zijn het ritme van de boot en de roei haal – met het machtige geluid van “Twwhhsh” – voor de roeiers de echte heer en meester waarvoor zij alle inspanningen verrichten?

  [5]

De roeiers waren vrije mannen uit de lagere klassen. Een keer had Athene een groot gebrek aan roeiers in haar stad: een groot deel van de vloot was weg. Slaven bemanden de boten. De zeeslag werd gewonnen. Athene had als dank deze roeiers erkend als vrije inwoners van haar stad. Oefening in vredestijd was van groot belang om de boot langdurig op een snelheid van 10 knopen te kunnen houden èn om de manoeuvres voor het rammen van boten van de tegenstanders snel en correct uit te voeren.

Uw verteller heeft in een boek [6] gelezen dat de religie van onze voorvaderen is gebaseerd op ervaring, oefening en geloof. Is de religie van de Atheense roeiers en de hedendaagse roeiers ook nog gegrondvest op deze drie uitgangspunten?

In de tweede helft van juni 415 v. Chr. voer de vloot uit. De gehele bevolking van Athene met haar buitenlandse bondgenoten was naar Piraeus gekomen om het schouwspel te zien. Het leek meer op een vertoon van macht en rijkdom voor de Griekse wereld dan op het vertrek van een expeditie leger. Een trompet klonk en de vloot ging van start. De boten waren verwikkeld in een wedstrijd om zo snel mogelijk weg te varen: zij raceten tot aan Aegina. Het leek meer een regatta dan een begin van een ver en hachelijk avontuur [7].

Op Sicilië sloeg onvermogen, pech en het noodlot toe. De belegering van Syracuse mislukte omdat de stad op het land niet afgegrendeld kon worden. Groepen ervaren ruiters van de tegenstanders maakten steeds opnieuw doorgangen. Op het water werd een gevecht aangegaan met te weinig manoeuvreerruimte voor de Atheense boten. Alcibiades ging naar Athene met het verzoek om versterkingen. Toen dit verzoek werd afgewezen, vluchtte hij naar Sparta.

Na gevechten en vernietiging van boten bij het Atheense kamp, stelden de Atheners hun vlucht te lang uit. Toen zij eindelijk over land vertrokken, ontstond er snel een gebrek aan water en voedsel en overal waren er hinderlagen van de vijand. In een vallei werd een beetje troebel water gevonden. Snel kleurde het water rood onder de aanval van de Syracusiërs. Met zeer veel verliezen gaven duizenden Atheners – waaronder veel roeiers zonder wapens – zich over. De gevangenen werden naar Syracuse geleid. De democratie van Syracuse besloot tegen de wil van haar leiders de twee Atheense aanvoerders te doden en de gevangenen op te sluiten in een steengroeve bij het theater dat door Aeschylus zelf was geopend met een opvoering van de “Perzen”.

[8]

Bijna allen werden hier acht maanden gevangen gehouden op een zeer laag rantsoen. Velen stierven in de steengroeve en de overlevenden werden gebrandmerkt als slaven verkocht. Niemand keerde terug naar Athene. Athene verloor door deze expeditie ongeveer 7000 mannen. Dit getal komt redelijk overeen met het aantal gevallen Amerikaanse soldaten dat begraven ligt bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer. Dit was de prijs voor de dwaasheid en de hoogmoed van Athene. Dit was de prijs voor de volkswil van Syracuse.

[9]

In 413 v. Chr. laaide de oorlog weer op. Athene had een groot gebrek aan goede roeiers. Vele vrije mannen besloten zich aan te melden voor roeier met alle risico’s en ontberingen van dien. Sparta bouwde een vloot op met hulp van Perzië. Nadat de democratie van Athene enkele steden van zich had vervreemd door het begaan van wreedheden, werd zij op haar eigen specialiteit in enkele zeeslagen verslagen. Hiermee eindigde de Peloponnesisch oorlog.

Deze regatta past in “Een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen”. Zoals elke strijd, kent deze strijd alleen verliezers. Athene verloor een deel van haar bevolking en Syracuse verloor haar goede naam. Syracuse heeft doodzonden begaan tegen de kern van het boeddhistische leven volgens een hedendaagse vrouwelijke Boeddhistische kluizenaar in China [10]. Athene en Syracuse hebben voor de ogen van de wereld gezondigd tegen “welwillendheid, mededogen, vreugde en onthechting”.

Ligt deze regatta ook besloten in Indra’s net [11]? Uw verteller denkt van wel. Hij heeft eens gelezen dat het getal van Avogadro zo groot is, dat wij bij iedere adem teug wel een molecuul inademen van Julius Caesar’s uitademing met de laatste woorden: “Et tu, Brute” [12]. Zijn wij op deze manier met iedere adem teug ook verbonden met deze oorlog en met deze regatta? Is hier ook van toepassing: “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [13], dat betekent: “Het mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt.”? Uw verteller kent het antwoord niet.

Hiermee eindigt het verslag van het intermezzo dat de eerste hoofdpersoon heeft doorlopen als voorbereiding op het binnengaan van de vijf dagelijkse werkelijkheden. Het volgende bericht geeft een verslag van de voorbereidingen van de tweede hoofdpersoon. Hij heeft een diploma uitreiking van een kleindochter bijgewoond en naar aanleiding naar aanleiding van de ceremonie heeft hij de openingszin van het Johannes Evangelie in het Sanskriet gelezen.


[1] Zie: Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008

[2] Zie eerder bericht met de titel “Amateurs”

[3] Zie: Hanson, Victor Davis, A War like no other – How the Athenians an Spartans fought the Peloponnesian War. London: Methuen, 2005 p. 251. Veelal werden de boot, bemanningen en uitrusting betaald door de stadstaat, maar proviand etc. werd betaald door de trierarch – de commandant van de boot. Er waren ook particuliere boten van rijke Grieken: deze boten beschikten over het beste materiaal en de beste roeiers.

[4] Zie: Introduction in Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009

[6] Zie: Lewis-Williams, David & Pearce, David, Inside the neolitic Mind. London: Thames & Hudson, 2009 p.25

[7] Bron: Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 264 en Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009 p. 189

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Theatre_at_Syracuse,_Sicily.jpg

[9] Bron afbeelding: http://www.abmc.gov/cemeteries/cemeteries/no.php

[10] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993. pagina 109

[11] Zie eerder bericht: Indra’s net.

[12] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Et_tu,_Brute%3F

[13] Zie de berichten “Drie – Object in het midden – Het Woord” en “Een dag zonder gisteren – een dag zonder morgen? “