Tagarchief: hoop

Man Leben – jouw eerste jaren


Wie kann man leben, wenn man nicht sterben will [1]

In het vorige bericht heb jij de geschiedenis van jouw voorouders en ouders – tot het moment dat jij in hun leven kwam – in een vogelvlucht verteld. Geen bestaand mens heeft model gestaan voor een van de hoofdpersonen. Hun namen zouden ook Alleman en Iederman kunnen zijn. Jij gaat nu verder met jouw eerste levensjaren:

“Op de avond waarop ik eind maart 1933 in het leven van mijn ouders kwam, hadden zij besloten om Frankfurt am Main te verlaten. Zij zijn naar Amsterdam verhuisd met achterlating van veel van hun bezittingen. Nooit hebben zij mij dat verteld, maar ik denk dat ik in deze nacht ben ontstaan binnen een cocon van liefde, hoop en vertroosting.

Eerst een schets van de tijd waarin ik ben ontstaan. Duitsland was na de nederlaag in “Een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen” vervallen in een diepe economische crisis met grote werkloosheid. In 1923 was door de herstelbetalingen de hyperinflatie van geld – als vertrouwenwekkend object in het midden – zo groot dat het verdiende salaris aan het einde van de ochtend in een heel brood moest worden omgezet, omdat in de loop van de middag dat geld nog maar enkele boterhammen waard was. Mijn grootouders hebben in die tijd een klein basiskapitaal in harde munt in Nederland en Zwitserland ondergebracht.

[2]

Mijn voorouders en ouders zijn altijd buitenbeentjes geweest in iedere samenleving – ook in Duitsland – met alle gevolgen van dien. In de tweede helft van de jaren 1920 en het begin van de jaren 1930 ontstond in Duitsland een overweldigende dadendrang, hoop en toorn – ijselijke toorn [3].  Autowegen werden aangelegd, industrie leefde op, een enorme drang tot leven ontstond en de soldatenlaarzen werden opnieuw in het vet gezet voor de mars vooruit. “Alles op de pof; wie gaat dat betalen”, zei de oma van Hermann Simon in Heimat – Eine deutsche Chronik [4] na een bezoek aan familie in het Ruhrgebied. De prijs in de toekomst was toen nog onvoorstelbaar [5].

[6]

Om dit onderling vertrouwen in de Duitse samenleving te bestendigen waren een “persoon in het midden”, “objecten in het midden”, “mythes” en “rituelen” [7] nodig. De zondebok in de samenleving was snel gevonden; mijn grootouders en ouders met andere afstammelingen van mijn voorouders werden aangemerkt als collectieve dragers van het kwade. Door het offeren en verwijderen van de zondebok uit de samenleving dacht het Duitse volk van al het kwade verlost te zijn. Het begon met kleine vernielingen en pesterijen, en het ging verder met rookoffers waarin onder andere Synagogen en boeken in brand werden gezet.

 [8]

Toen in maart 1933 het andere bewind in Duitsland alle volmachten had verkregen, besloten mijn ouders te vertrekken: zij wilde niet opgeofferd worden. Mijn grootouders zijn gebleven.

In Amsterdam ben ik begin januari 1934 geboren. Ook in Amsterdam was het crisis. Met het klein basiskapitaal van mijn grootouders uit de jaren 1920, konden mijn ouders een bestaan opbouwen in een wijk die leek op de Rivierenbuurt [9]. Mijn vader ging in de handel. Ik groeide op als een Amsterdamse jongen.

In mei 1940 overspoelde het andere bewind uit Duitsland ook Nederland. Enkele kennissen van mijn ouders pleegden zelfmoord, omdat zij in wanhoop geen andere uitweg meer wisten. Mijn ouders vervolgenden hun leven. In september 1940 ging ik gewoon naar de lagere school. Behalve de “J met gele ster” op mijn kleren, ging het leven gewoon verder tot het einde van 1941. Op een avond voordat ik bij mijn tante ging logeren, hebben mijn ouders mij gezegd dat ik lang weg zou blijven, maar uiteindelijk zou alles goed zou komen.

Bij mijn tante ben ik een nacht gebleven. Via enkele tussenstations ben ik met een nieuwe voor- en achternaam op een boerderij in Zuid – Limburg beland. Mijn officiële naam was van dat moment Hermanus [10] Maria Jacobus [11] Leben; ik was Katholiek gedoopt. Men noemde mij Man – een naam die ook met tegenwind over de velden ver draagt”, zeg jij

“Ik kom ook Zuid Limburg. Ik herkende jouw voornaam “Man” meteen. Er zijn daar zoveel voornamen die ver over de velden dragen. Math van Mattheüs, Wiel van Wilhelmus, Sjeng of Sjang van Johannes, Sjraar van Gerard, Joep van Josef, Pie van Peter, Nant van Ferdinand, Sjoef, Sjier. Bij al deze namen heb ik gezichten”, zeg ik.

“Al deze namen en gezichten draag ik ook met mij mee”, zeg jij.

“En jouw ouders?”, vraag ik.

“Ik draag hen ook altijd met mij mee. Een klein jaar nadat ik mijn ouders voor het laatst heb gezien, is in 1942 mijn zusje geboren met de naam Carla [12]. Dat is het enige dat ik van haar weet. Nog steeds als ik vrouwen zie van haar leeftijd met mijn familietrekken, kijk ik of zij het is. Ik heb eens gelezen: ”Als er ook maar een haarbreedte verschil is, dan zijn hemel en aarde duidelijk gescheiden [13]. Er stond ook bij: “De weg van het hemelrijk is niet moeilijk, deze weg houdt niet van keuzes maken”. Later meer”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw schooltijd in Zuid Limburg.

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[1] Vertaling: Hoe kan men leven, als men niet wenst te sterven.

[3] Zie ook: “Toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen bracht” in het bericht van 31 augustus 2001: Een oorlog als geen ander – de hoofdrolspelers

[4] Bron: Reitz, Edgar, Heimat – Eine deutsche Chronik. 1984 Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heimat_(Edgar_Reitz)

[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_wars_and_anthropogenic_disasters_by_death_toll en voor de prijs van de Spaanse griep aan het einde van de Eerste Wereld Oorlog: http://en.wikipedia.org/wiki/1918_flu_pandemic

[7] Zie eerdere berichten met gelijknamige titels.

[8] Foto van brand in de Synagoge in de Börnestraße in Frankfurt am Main tijdens de Kristallnacht op 9 November 1938. Bron afbeelding: http://www.frankfurt.frblog.de/ostend-industrieviertel-mit-juedischen-wurzeln

[9] Voorbeeld van geschiedenis van vluchtelingen uit Duitsland: http://www.zuidelijkewandelweg.nl/tijdtijn/razzia%27s.htm

[10] De naam Hermanus is samengesteld uit “Herr” en “Man”. Mogelijk is het Duitse woord “Herr” verwant met de werkwoord kern “√hṛ” die in het Sanskrit “offeren, aanbieden” en “nemen, wegnemen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Zie ook de eerste Chorus uit de Cantate 131 van van Johann Sebastian Bach: ”Aus der Tiefe rufe ich, Herr, zu dir. Herr, höre meine Stimme, lass deine Ohren merken auf die Stimme meines Flehens!“. “Man” betekent in het Sanskriet “denken/beschouwen/waarnemen”.

[11] Waarschijnlijk is deze naam nauw verbonden met de werkwoord kern “√śak” dat in het Sanskriet “vaardig, capabel zijn en in staat zijn tot” betekent.

[12] De naam Carla is samengesteld uit ”car” dat in het Sanskriet “bewegen, zwerven” betekent en “la” dat “ondernemen of geven” betekent.

[13] Bron: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 – casus 17, p. 54.

Advertenties

Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods


In het vorige bericht hebben wij het offer als “object in het midden” bezien. Hiervoor hebben jij en ik gekeken naar de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986. Aan het einde van de film hebben wij gezien hoe de vader alles wat hij bezit en alles wat hem aan dit leven bindt, heeft geofferd aan God. Hij heeft dit offer gebracht om de wereld te redden, opdat alles weer wordt zoals het was voor de oorlogsdreiging en om bevrijd te worden van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Dit offer van de vader is tegelijkertijd ook een ongewild offer geworden van zijn familie en naasten.

De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij geeft voortdurend water aan de dode boom en hierdoor brengt hij de boom – de levensboom – weer tot leven. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf.

Volkomen terecht vraagt de zoon aan het einde van de film: “In het begin is het woord. Waarom Vader?”

Met deze vraag zijn wij bij de eerste zin uit het Johannes evangelie in het Nieuwe Testament gekomen[1]. Later op onze Odyssee zullen wij proberen antwoorden te krijgen op deze onvermijdbare vraag van de zoon.

In dit bericht gaan wij het offer als “object in het midden” verder bezien. Wij kijken hiervoor naar het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent. Dit schilderij verbeeldt Jezus in de vorm van het Lam Gods. Het Lam Gods staat beschreven in het eerste hoofdstuk van het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament: “Op de volgende dag ziet Johannes Jezus naar zich toe komen. Johannes zei: “Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt!”” [2]

 [3]

In mij hoor ik het Agnus Dei uit de mis in B – mineur van Johan Sebastian Bach.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis pacem”.[4]

“Het lijkt of wij de laatste weken van onze Odyssee delen van de liturgie van een heilige mis uit de Katholieke kerk volgen. Enkele weken geleden zijn wij begonnen met het Kyrie waar waarschijnlijk het woord “kerk” uit is ontstaan[5]. Binnen de kerken zijn wij verder gegaan met het Credo in de vorm van het licht als hoop. De bezinning en de preek zijn gevolgd binnen de twee bezinningsruimte. En nu zijn wij bij de offergave aangekomen bij het kijken naar de film “Offret” en het Agnus Dei[6] als Lam Gods”, zeg ik.

[7]

“Het Credo – of ik geloof – heb ik nooit met overtuiging kunnen zeggen. Het is voor mij niet mogelijk om te geloven in de Christelijke theologie”, zeg jij.

“Jij bent niet alleen en ik voel deze twijfel met jou. Ook Thomas een van de leerlingen van Jezus, kan niet geloven in het offer van het Lam Gods en in de opstanding van Jezus als redding en wederopstanding van alle mensen of gelovigen. Het schilderij van Caravaggio laat dat zien. Deze twijfel van Thomas wordt ook door het voelen van de wond niet helemaal weggenomen. Waarschijnlijk gaan geloof en twijfel bij veel Christenen hand in hand”, zeg ik.

 [8]

“Ik geloof wel dat iedere dag de zon opgaat als wederopstanding en ik geloof in mijn volgende adem teug. Maar in het offer van het Lam Gods als redding van het heelal kan ik niet geloven”, zeg jij.

“Mensen hebben ook getwijfeld aan de opkomst van de zon en aan de volgende adem teug. Hierover zijn veel rituelen bekend voor het vestigen en het bestendigen van dit vertrouwen.  Mensen kennen veel onzekerheden over het verleden, over het heden en over de toekomst. De Christelijke theologie probeert deze onzekerheden (“in dubio” of “in twijfel” in het latijn) door geloof, rituelen – waaronder offergaven – en vertrouwen te overstijgen. Een zeer gelovige Christen zei eens: “Het laatste dat ik wil verliezen, is mijn geloof”. Uit deze zin spreekt volgens mij ook een spoor van twijfel. Een rotsvast geloof gaat niet verloren. Door rituelen proberen mensen vertrouwen en hoop te krijgen en te bestendigen. Het Christelijk geloof zegt: “En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen”.[9] Het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck laat dat mooi zien: de Vader, de Zoon als Lam Gods en de Heilige Geest als drie eenheid.”

“De bijbel kent het boek Job dat over een rotsvast geloof gaat [10]. Ik moet ook aan de Japanse dichter Rӯokan denken nadat ’s-nachts alles uit zijn eenvoudige hut is gestolen:

“De dief laat achter,

de veranderende maan

aan het firmament.” [11]

De maan [12] staat voor het rotsvaste geloof van Rӯokan”, zeg jij.

“Het geloof van mensen in het verleden lijkt vaak zekerder, omdat wij een deel van hun verleden als vaststaand beschouwen. Maar misschien heeft het rotsvaste geloof in hun tijd ook onzekerheden gekend. Als wij met hun ogen kijken, zien wij dan een andere wereld, andere onzekerheden, andere verwachtingen, een ander geloof? Ik weet dat niet”, zeg ik.

“Ik ook niet. Zullen wij in het volgende bericht de duif in de vorm van de Heilige Geest verder bekijken?”, zeg jij.


[1] Johannes 1:1 uit het Nieuwe Testament: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

[2] Johannes 1:29 en 1:36 uit het Nieuwe Testament.

[4] Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de Vrede.

[5] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Het woord “Kūrios” komen wij in het Kyrie Eleison nog tegen in de liturgie. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[6] “Het Agnus Dei maakt deel uit van de mis in de Katholieke kerk en schijnt voor het eerst geïntroduceerd te zijn tijdens een mis door Paus Sergius I (687-701 n. Chr.). Agnus Dei betekent letterlijk Lam Gods en verwijst naar Christus in zijn rol van de perfecte opoffering die de zonden van de mens verzoent in de christelijke theologie. Het gebed stamt uit de oud joodse tijd van de sacramentele opofferingen. Het Agnus Dei wordt tijdens de mis gezongen terwijl de priester het heilig Brood breekt en de vermenging plaats vindt: de priester laat een deeltje van de hostie in de kelk – gevuld met wijn en water als bloed van Christus – vallen.

Het offer van een lam en het Bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden-Oosten een vaker gebruikt beeld. Het verwijst naar de oude Joodse gewoonte om door een zoenoffer het volk te bevrijden van zijn zonden. In de protestantse kerken wordt de aan Openbaring van Johannes ontleende uitdrukking “gewassen in het bloed van het lam” wel gebruikt als aanduiding van de verlossing van de door kerken veronderstelde erfzonde. Op onze Odyssee zijn wij het vee-offer tegengekomen in de Trito mythe en de vee-cyclus.

In de kunst is het Agnus Dei de figuur van een lam dat een kruis draagt, symbool voor Jezus als Lam Gods. Deze voorstelling wordt vaak gebruikt in christelijke kunstwerken, waarvan het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent het beroemdste is.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Agnus_Dei

[8] http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:The_Incredulity_of_Saint_Thomas_by_Caravaggio.jpg

[9] Bron: Psalm 9:10 “God, de beschermer der vromen”.

[10] Ook Job wanhoopt wanneer zijn vrouw en hij de grote tegenslagen direct aan hun lichamen ondervinden. Job roept God ter verantwoording en vraagt aan God waaraan hij deze tegenslagen verdiend heeft, zijn geloof is toch onvoorwaardelijk. In een storm antwoordt God: “Waar was jij toen ik de lucht en de aarde scheidde en het universum schiep!”. Job erkent hierna zijn onkunde, vraagt om onderricht en bekent dat hij nu God in zijn almacht direct heeft gezien. Job doet boete in stof en as. Na een vee-offer verdwijnt de toorn van God en de voorspoed keert voor Job terug.

Wanneer Job alle tegenslagen als onderdeel van zichzelf zou hebben herkent, zou Job dan aan God hebben kunnen antwoorden dat hij bij de scheiding van lucht en aarde aanwezig is geweest? Zou hij hebben durven zeggen dat zijn verschijningsvorm zich bij de scheiding van lucht en aarde heeft aangepast aan de omstandigheden? Dat hij altijd één is gebleven tijdens en na de scheiding van lucht en aarde en tijdens en na de craquelé die gevolgd is?

[11] Bron: Stevens, John, Three Zen Masters, Ikkyū, Hakuin, Rӯokan. Tokyo: Kodansha International, 1993. Pagina 131.

[12] Rӯokan is een Japanse Zen Boeddhist. Zen Boeddhisme is in China ontstaan uit een samengaan van het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Taoïsme kent Tao als kernbegrip dat letterlijk “weg of levensloop” betekent, maar het woord komt waarschijnlijk voort uit het woord “Maan”. Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993 Pagina: 35.

Inleiding: Drie – Object in het midden – Offer


In het vorige bericht hebben wij twee bezinningsruimten bezocht. De eerste ruimte is de Mark Rothko kapel in Houston. De andere ruimte voor bezinning is overal en altijd aanwezig.

Nu gaan jij en ik het offer bezien als “object in het midden”. Hiervoor kijken wij naar het laatste deel van de film “Offret”  – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986.

[1]

Voordat wij naar dit deel van de film gaan kijken, lezen wij eerst enkele inleidingen en beschouwingen over deze film. Wij beginnen met “De verzegelde tijd[2]: de beschouwingen over de filmkunst van Andrei Tarkovsky.

““De verzegelde tijd” is ook een goede benaming voor de binnenruimte van de Mark Rothko kapel”, zeg jij.

In deze beschouwingen schrijft Andrei Tarkovsky: “De hoofdpersoon van de film “Offret” is bedoeld als een zwakke persoonlijkheid. Geen held, maar een denker en een eerlijk mens die in staat is een offer te brengen voor een hoger ideaal. Als de situatie dat vraagt, deinst hij hier niet voor terug en probeert hij niet deze offerdaad aan iemand anders over te laten. Hij riskeert het om niet begrepen te worden en door anderen als wanhopig en destructief te worden gezien. Hij overschrijdt de grens van het toelaatbare en normale gedrag waardoor hij als krankzinnig wordt gezien, omdat hij zich gebonden voelt met het lot van de gehele mensheid. Hij geeft alleen gehoor aan de roeping van zijn hart. Hij is het lot niet meester, maar is alleen dienaar. Zijn inspanningen blijven ongezien en onbegrepen, maar dragen wel bij aan de harmonie van de wereld.[3]

“Herken jij jezelf in deze beschrijving?”, vraag ik.

“Met schaamte. Ik ben te vaak mijn eigen weg gegaan en ik heb andere mensen onnodig in de kou laten staan”, zeg jij.

“Wie niet?”, zeg ik.

“Heiligen?”, zeg jij.

“Dat zijn wij allebei niet”, zeg ik.

In het nawoord bij deze beschouwingen schrijft Andrei Tarkovsky: “Door de geschiedenis heen hebben ideologen en politici aan mensen “de enige juiste weg” voorgespiegeld die de wereld kan redden. Om deze redding deelachtig te worden moet – volgens ideologen, politici en/of de samenleving – de enkeling wijken en moet ieder zijn gedachtengoed opgeven om alle energie aan te wenden voor de beoogde redding. Voor deze vooruitgang, die de toekomst van de mensheid veilig moet stellen, offert het individu zijn innerlijkheid op en gaat zijn persoonlijkheid verloren in het volgen van het ideaal. Doordat de mens denkt aan het belang van allen, vergeet hij zijn persoonlijke belang in de zin zoals Christus preekt: “Gij zult uw naasten liefhebben als uzelf”. Dit wil zeggen: “Heb uzelf lief zozeer dat u het goddelijke beginsel in u zelf, het bovenpersoonlijke respecteert dat egoïsme verbiedt en u verplicht uzelf onvoorwaardelijk aan anderen te geven, trouw aan uzelf vanuit het ik als persoonlijk centrum van leven.”” [4] [5]

“Dit vraagt een grote balanceerkunst tussen eigen belang – waar de hele wereld in weerspiegeld wordt – en offergaven voor anderen – waarbij ieder offer voor een ander ook een offergave aan jezelf is”, zeg jij.

“Ergens heb ik gelezen dat door een offergave een bedelaar en een weldoener elkaar compassie tonen. De bedelaar geeft de weldoener de mogelijkheid om compassie te tonen en de weldoener toont compassie met een andere uitingsvorm van zijn eigen leven”, zeg ik.

“Om op deze manier belangeloos offergaven te brengen, hebben wij nog een lange weg te gaan. Andrei Tarkovsky beschrijft hier een eerste aanzet voor een boeddhistische bodhisattva[6]. Het ideaal van de redding en het voorwaardelijk geven aan de anderen is aanwezig. Alleen de inspanningen en de weg om de eigen perfectie te bereiken voordat de bodhisattva anderen aanzet tot de voorbereiding op de verlichting, ontbreken”, zeg jij.

“Binnen het mahâyâna [7] boeddhisme is alleen verlichting voor iedereen tegelijkertijd mogelijk. De metafoor van Indra’s net maakt dat duidelijk. Eerst moet de eigen glasparel voor de verlichting worden voorbereid. Daarna zullen alle andere glasparels ook tot verlichting in staat moeten worden gebracht. Als een glasparel verlicht wordt, dan worden alle andere parels ook verlicht: geen enkele parel mag achterblijven, want anders wordt geen enkele parel verlicht”, zeg ik.

“Klopt. Omdat de hoofdpersoon niet met zichzelf in het reine is, kan hij onmogelijk de hele wereld redden. Als hij dat zou doen, dan blijft hij achter met zijn gebreken en is in ieder geval een klein deel van de wereld niet gered. Hierdoor is de hoofdpersoon geen bodhisattva, maar een tragische hoofdpersoon”, zeg jij.

“Een klassieke tragische held kan hij niet zijn, want hij gelooft in een God die hem redding kan gunnen”, zeg ik.

“Later tijdens onze Odyssee komen wij de verlichting nog tegen. Jij en ik hebben dezelfde tekortkomingen als hoofdpersoon in de film. Ik hoop dat wij in staat zijn om een glimp van de verlichten te zien. Odysseus heeft zich in de nabijheid van de Sirenen aan de mast van zijn schip laten vast binden. De oren van zijn bemanning zijn met was dichtgestopt om de verleidelijke klanken niet te horen. Deze redenatie klopt niet helemaal, maar toch”, zeg jij.

“Laten wij naar de film gaan kijken”, zeg ik.

De laatste film van Andrei Tarkovsky kort voor zijn dood, begint met de monoloog van de vader tegen zijn zoon, die door een keelziekte de hele film niet spreekt: “Lang geleden is er een oude monnik in een orthodox klooster geweest met de naam Pamve. Hij heeft een dode boom geplant. Zijn leerling – met de naam Ivan Kolvo – heeft de boom iedere dag water mogen geven. Elke morgen klimt hij met een volle emmer water de berg op en geeft de dode stam water. Op een dag na drie jaar staat de boom vol bloesem[8]. Iedere handeling heeft zijn gevolg. Als je onverstoorbaar iedere dag op precies dezelfde tijd hetzelfde ritueel verricht, dan verandert de wereld onherroepelijk.” [9]

“Mijn moeder heeft eens een dode stok buiten op de grond tegen de muur gezet. Na enkele maanden heeft deze stok wortel geschoten”, zeg jij.

[10]

Tijdens de film ontstaat een dreiging van een oorlog die alles en iedereen zal vernietigen. Onder deze druk gaat de hoofdpersoon – Aleksander – naar zijn studeerkamer. Hij knielt neer op de grond en doet iets wat hij nooit eerder gedaan heeft. Hij bidt: ”Heer, verlos ons in dit bange uur. Laat mijn kinderen en vrienden niet sterven, mijn vrouw, ieder die U liefheeft en in U gelooft. En zij die niet in U geloven omdat ze blind zijn en geen gedachten aan U hebben gewijd omdat ze nog niet echt ongelukkig zijn geweest. Iedereen die nu zijn hoop verliest, zijn toekomst zijn leven en de kans om zich te richten naar Uw woord. Zij die vervuld zijn van vrees en het einde voelen naderen. Die niet voor zichzelf vrezen maar voor hun naaste. Voor hen die niemand anders kan behoeden dan U. Want deze oorlog is de laatste, een gruwelijke oorlog. Hierna zullen er geen overwinnaars en overwonnenen meer zijn. Geen steden en dorpen, bomen en gras. Geen water in de bronnen of vogels in de lucht. Ik schenk U alles wat ik bezit. Ik verlaat mijn gezin waarvan ik hou. Ik vernietig mijn huis en doe afstand van mijn zoon. Ik zwijg en zal met niemand meer spreken. Ik doe afstand van alles wat me aan dit leven bindt. Als u maar zorgt dat alles weer wordt zoals het was. En dat ik bevrijd word van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Heer, help me. Ik zal alles doen wat ik beloofd heb.”

De volgende ochtend is de dreiging verdwenen. De hoofdpersoon houdt zich aan zijn woord en lokt alle bewoners naar buiten en steekt het huis en al zijn bezitting in brand. Ook zijn geest offert hij op voor zijn naasten en voor de wereld; hij wordt met een ziekenauto opgehaald om naar een krankzinnigengesticht te worden gebracht.

[11]

“Deze offergave is niet alleen een offer van de hoofdpersoon. Het is net zo goed een offer dat door zijn familie en naasten wordt gebracht. Zonder directe inspraak verliezen zij Alexander, zijn huis en bezittingen. Kan een offer ook een echt offer inhouden als hierbij onschuldige mensen betrokken zijn?” [12], vraag jij.

Terwijl de ziekenauto voorbij rijdt staat de zoon met volle emmers klaar om de dode boom water te geven. De Aria “Erbarme dich” uit de Matthäuspassion begint.

“Erbarme dich,
Mein Gott,
Um meiner Zähren willen
Schaue hier,
Herz und Auge weint vor dir
Bitterlich“.[13]

De Jongen kijkt naar de kruin van de boom en zegt nu pas zijn eerste woorden tijdens de film: “In het begin is het woord[14]. Waarom Vader?”.

Bij het verschijnen van de tekst dat de film is opgedragen aan de zoon van Andrei Tarkovsky – met hoop en vertroosting, lijkt de kruin van de boom tot bloei te komen.

“De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij brengt een tweede offer doordat hij voortdurend water geeft aan de boom en hierdoor de boom weer tot leven brengt. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden”, zeg jij.

“Voor mij is dit een film van hoop doordat de laatste film van Andrei Tarkovsky is opgedragen aan zijn zoon met hoop en vertroosting.  In deze film geeft het licht aan het einde van de film weer bloei aan de levensboom. Het leven van vader – nu een droge boom, omdat hij met acteren is gestopt – wordt door middel van water weer een levensboom voor de zoon. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf”, zeg ik.

“Een mooie verrijking van mijn indrukken. Met dit einde van zijn laatste film overstijgt Tarkovsky “De verzegelde tijd””, zeg jij.

  [15]

Het volgende bericht gaat over het Lam Gods als offer.


[1] Bron afbeelding: voorkant van DVD-hoes bij de Zweedse versie van de film Offret.

[2] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Groningen: Historische Uitgeverij, 1986

[3] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Pagina 203.

[4] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Pagina 207 – 208.

[5] Ter overweging: Indra’s Net als metafoor; zie ook: “Indra’s net” het bericht “Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net” van 8 april 2011

[6] Het woord bodhisattva bestaat uit de twee woorden “bodhi” en “sattva” die in het Sanskriet “perfecte kennis, wijsheid” en “zijn, bewustzijn, levend wezen” betekenen. De school van het mahâyâna boeddhisme kent het bodhisattva ideaal. Volgens dit ideaal zal een mens die op het punt van verlichting staat – bodhisattva genoemd, hiervan afzien tot het moment dat het gehele universum en ieder stofje ook in staat is de verlichting te betreden. In de tussentijd doet de bodhisattva er alles aan om alles en iedereen klaar te maken voor de verlichting.

[7] Mahâyâna betekent vrij vertaald “groot vaartuig”. Alles en iedereen is aanwezig in het grote vaartuig, geen stofje is buitengesloten.

[8] Zie ook het bericht van 2 april 2011 “Inleiding Een – Bloesem.”

[9] Zie ook de berichten van 24 en 27 maart 2011 over rituelen.

[12] Bron: Fanu, Mark Le, The Cinema of Andrei Tarkovsky. London: BFI Publishing, 1987, pagina 125

[13] Aria uit de Matthäuspassion van de Duitse componist Johann Sebastian Bach. Vertaling: “Heb medelijden, mijn God, omwille van mijn tranen, zie toch, hart en ogen wenen bitter om jou.”

[14] Zie ook: Openingszin van het Johannes Evangelie uit het Nieuwe Testament.