Tagarchief: Jan van Origo

Verschenen: Wie ben jij – deel 2.3: Leegte / E-boek


De laatste berichten van deze blog zijn – gebundeld als E-boek – verschenen onder de titel “Wie ben jij – deel 2.2: Leegte” bij Omnia – Amsterdam Uitgeverij.

Dit E-boek is vrij te downloaden via:

http://www.omnia-amsterdam.nl/document/wie-ben-jij-deel-23-e-boek

Wie ben jij 23 voorkant

Dit deel 2.3 is een verkenning van “leegte” tijdens een vierdaagse zeiltocht met de getijdenstroming op de Waddenzee, waar Carla Drift, Man Leben en Narrator de “leegte” eerst onderzoeken in de vormen van “leeg van” en “leeg tot”, vervolgens “leegte” bezien als “heel-zijn” (of “ursprünglichen Ganzheit” in “Sein und Zeit” van Martin Heidegger) en daarna “leegte” waarnemen als uniciteit – in eenheid en uniekheid – van het dagelijkse leven gesuperponeerd binnen “heel-zijn” als antwoord op de vraag “Eén, wat is dat”. Deze verkenning van “leegte” biedt een inleiding en commentaar op de Boeddhistische Hart Sūtra.

Advertenties

Wie ben jij – Deel 2.1 / E-boek en paperback


Wie ben jij 21

Dan regent neder
in de hoge fantasie
van opstandigen

De Odyssee naar “Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan” is een queeste met vele aanlegplaatsen. De zoektocht naar “Wie ben jij” is over jou en mij en alles dat met ons verbonden is. Niets is op voorhand uitgesloten. Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden? Wat maakt jou tot de persoon die jij bent? Wie ben jij voor jouw geboorte en wie zal jij zijn na jouw dood? De antwoorden op deze vragen zijn voorlopig onbekend, maar toch stellen wij deze vragen. 

Verbeeldingskracht, jij die ons vele malen
Belette op de wereld acht te slaan
Al schalde er een duizendtal cimbalen.

Wat drijft jou, buiten onze zinnen, aan?
Een lichtflits, in de hemel vormgegeven,
Vanzelf of door de wil van God ontstaan.

Het eerste deel van deze hedendaagse Odyssee omvat onze eenheid en verscheidenheid en ook onze verbondenheid in onderling vertrouwen.

He Het tweede deel van deze zoektocht gaat over vijf gangbare werkelijkheden; deel 2.1 is een verkenning van “Feiten en logica” tijdens een vakantie week in Florence, waar de drie hoofdpersonen de overgang van de Middeleeuwse Scholastic naar de Renaissance in ogenschouw nemen. Tegelijkertijd onderzoeken zij binnen de grenzen van “Feiten en logica” de grenzen van de wetenschap, leven en dood, het hiernamaals, God en de mogelijkheid van God in de gedaante van een mens, het denkkader van de strijder en de voorboden van de Reformatie.

Afdrukken voor eigen gebruik of voor educatieve doelen is toegestaan.  Lezers en gebruikers van uitgaven door Omnia – Amsterdam Uitgeverij kunnen hun erkentelijkheid tonen door donaties aan goede doelen naar eigen keuze.

Auteur Jan van Origo
Titel
Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan / Deel 2.1
Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica
ISBN nummer 9789491633102 en 9789491633119
 
Druk 1.0
Uitgave E-boek in Pdf-format – 14 MB
Formaat A5 – formaat
Pagina’s 194
Uitgeverij Omnia Amsterdam Uitgeverij
Publicatie status Verschenen in 2013
Verkrijgbaar
onder: boeken / verschenen
Prijs Suggestie: een donatie van € 15,00 aan een goed doel naar eigen keuze 

  

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 15


“Ik denk dat wij ons gesprek over de paradox binnen het denkraam van de strijder in onszelf te abrupt hebben beëindigd. Hoewel op een eerdere leeftijd en op een ander manier, heb ik al heel jong kennisgemaakt met de euforie van de veroveraar. Als kleuter had ik een sprinkhaan in een luciferdoosje gevangen. Ik voelde een ongekende vreugde; nooit zou ik meer alleen zijn, want altijd zou ik een metgezel in mijn leven hebben. Als ik met het doosje rammelde, dan hoorde ik mijn sprinkhaan. De volgende ochtend was de sprinkhaan dood. Dit was mijn eerste echte verlies; hiermee verloor ik mijn onschuld: hiermee zette mijn verval in. Als ik kijk naar het paleis van de Medici, dan moet ik weer denken aan het luciferdoosje”, zegt Carla.

Feiten en logica 15a.jpg[1]

“Ik heb ergens gelezen dat de familie de Medici – na een korte verbanning uit Florence – in de 15e eeuw de macht achter de schermen wilde uitoefenen en er bewust een bescheiden beeld naar buiten op na wenste te houden. De buitenkant van dit paleis – gebouwd in opdracht van Cosimo de Medice – geeft dit streven weer [2]”, zegt Man

Carla, Man en Narrator betreden het paleis.

“De welgestelden in Florence waren in de 15e eeuw op de hoogte van de periodieke overstromingen van de rivier de Arno, daarom hadden zij hun woonvertrekken op de eerste verdieping. Dit paleis lijkt op de Ark van Noah [3] uit het boek Genesis in het Oude Testament. Van alle rijkdom en van alles van waarde binnen de familie de Medici werd in dit paleis een imago meegenomen. Alles in dit paleis is een miniatuur afspiegeling van en een herinnering aan de veroveringen van de familie in de buitenwereld. Wanneer het tij meezit, dan kan de afspiegeling en de herinnering weer in realiteit worden omgezet. Dit paleis toont de innerlijke wereld van de familie in al haar wensen en met al haar verwachtingen”, zegt Narrator.

feiten en logica 15b.[4]

“In deze zaal Luca Giordano [5] neemt de – binnen het paleis getoonde – aspiratie van de familie goddelijke trekken aan. De schilderingen op het plafond van de zaal komen overeen met de plafondschilderingen in de kerken van deze stad.

feiten en logica 15c.[6]

Door de schilder Luca Giordano wordt de tweede dynastie van de familie de Medici afgebeeld als een spiegelbeeld van de hemel waarin Cosimo de Medici – als de centrale Vader-god – troont boven zijn twee zonen en zijn broer. Hier toont het innerlijk van de heersende “strijder” de ambitie om op zijn minst de Christelijke Goddelijk drie-eenheid te evenaren, zo niet de plaats van God in te nemen”, zegt Man.

feiten en logica 15d.[7]

“Dat is herkenbaar; op het toppunt van zijn kunnen voelt een strijder zich onoverwinnelijk en oppermachtig. De strijder onttrekt zich aan de wereld van de stervelingen; de strijder kan de hele wereld aan. Tegelijkertijd wordt de leefwereld van de strijder ontmenselijkt; de zorg voor de omgeving en de empathie voor levende wezens en mensen verdwijnt. Een staat van euforie – een beleving van uniciteit en almacht, egocentrische gericht op de strijder, zijn makkers en de wereld waarvoor zij staan – ontstaat. Deze staat van euforie is te herkennen bij Arjuna en Kṛṣṇa toen zij met vreugde pijlen schoten op alles dat probeerde te ontsnappen uit het vuur in het Khandava bos, bij jou Narrator toen jij als jonge strijder met een militie in Midden Afrika schoot op alles en iedereen die uit een brandend dorp kwam, en bij Karl Marlantes [8] toen hij tijdens de Vietnamoorlog als luitenant bij de Amerikaanse mariniers door de luchtmacht napalm liet vallen op de jungle met daarin Vietcong-strijders [9]. ” zegt Carla.

feiten en logica 15e.[10]

“”De hel dat zijn de anderen” [11], schrijft Jean-Paul Sartre in een van zijn toneelstukken, misschien ook  omdat de anderen de almacht van de strijder – en daardoor zijn vrijheid – beperken”, zegt Man.

“Jullie geven mijn gevoelens van vreugde en uitgelatenheid tijdens het schieten op alles en iedereen die uit een brandend dorp probeerde te ontsnappen, goed weer. Maar na deze euforie voelde ik een schaamte en een peilloze leegte. In het eerste deel van onze Odyssee naar “Wie ben Jij” [12] – bij de beschrijving van de Peloponnesische oorlog – zagen wij bij de strijdende partijen een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [13]. In mijn beleving moeten wij aan deze cyclus na de wraak nog “schaamte en leegte” toevoegen die gelijktijdig tegenpolen vormen met eer en macht. In de tijd van mijn voorvaderen namen de strijders in het oude India de buit van de verovering – meestal gestolen vee binnen de vee-cyclus [14] – mee naar hun thuisdorp. Daar werd de buit tijdens een groot feest met iedereen gedeeld. Het tonen van de verovering aan de wereld was voor de krijgers belangrijker dan de overwinning zelf [15]. Na het feest begon een leegte te ontstaan met een opkomende schaamte over doelloosheid. Met eer/macht als tegenpool voor deze leegte/schaamte ontstond een drang naar nieuwe veroveringen om het innerlijk en uiterlijk ego van de strijders weer te bevestigen en bestendigen. De verovering – of rijkdom in onze tijd – creëert tegelijkertijd een leegte en een gemis aan iets. Rijkdom creëert een gebrek aan rijkdom dat nog niet veroverd is. Deze zaal herinnert de levende strijders binnen de familie de Medici aan de wereldse rijkdom die zij moeten verdedigen en uitbreiden, en aan de rijkdom van het Goddelijke hemelrijk dat zij nog niet bezitten”, zegt Narrator.

“In deze redenering schuilt een waarheid. Na een verovering begint het verval, want er valt iets te verdedigen; de imperator moet altijd meer veroveren om hetgeen hij bezit, veilig te stellen. Daarbij ontstaat uit het bezit van rijkdom de behoefte aan meer en blijvende rijkdom; ook de imperator is onderhevig aan de natuurwet van “rupsje nooit genoeg”. Is er op dit punt een verschil tussen mannen en vrouwen?”, zegt Man.

“Er is een studie naar de rol van vrouwen in Mahābhārata. In de Mahābhārata verwerft een strijder pas onsterfelijke roem op het moment dat vrouwen hem als gevallenen op het slagveld in schrille jammerkreten bewenen en daarbij met rouw zijn leven en mooie verschijningsvorm roemen [16]. De vrouwen van de strijderskaste zetten hun mannen aan tot actie; de strijders zijn geregeld monomane uitvoerders van de wensen van hun vrouwen. Wanneer binnen de Kshatriya kaste alle krijgers zijn overleden, dan gaan de vrouwen naar de Brahmanen om nieuwe krijgers voort te brengen. Vrouwen hebben een eigen rol in het denkraam van de strijder”, zegt Narrator.

“Hebben wij niet allen een rol in het denkraam van de strijder? Wat denken jullie van de Goden en de Bodhisattva?”, vraagt Carla.

“Ook zij, ook wij”, zegt Man.

“Dat is waar. Zullen wij morgen op onze laatste dag in Florence een bezoek brengen aan Palazzo Pitti waarin de familie de Medici haar pracht en praal aan de buitenwereld toont”, zegt Narrator.


[7] The Apotheosis of the Medici: Cosimo III sat central between his two sons and his brother below him, Palazzo Medici-Riccardi Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Galleria_di_Luca_Giordano

[8] Bron: Marlantes, Karl, What it is like to go to war. London: Corvus, 2012 p. 40 – 41

[11] In het toneelstuk “Huis clos”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre

[12] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 200 – 209

[13] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[14] Zie vee-cyclus in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012

[15] Zie ook een hedendaagse observatie van Hannah Ahrendt in: Keen, David, Useful Enemies – When waging wars is more important than winning them. New Haven and London: Yale University Press, p. 9

[16] Bron: McGrath, Kevin, STR Women in Epic Mahābhārata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009, p 25

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 14


Carla, Man en Narrator zitten op het pleintje bij de ingang van de Basiliek van San Lorenzo voordat zij het paleis van de Medici gaan bezichtigen.

“Het denkraam van de strijder laat een aantal tegenstrijdigheden zien. De parabel van Mŗtyu – dood  in de vorm van een vrouw – geeft een inkijkje in de tegenstrijdigheden wanneer de oudste broer van Arjuna – als troonpretendent van de vijf Pāṇḍavaḥ broers – ontroostbaar is over het verlies van de vele gesneuvelden op het slagveld waaronder vele familieleden, leraren en leerlingen, geliefden en naasten. Als gevolg van de strijd – tussen enerzijds de wereldorde en plicht en anderzijds het menselijk handelen – om een rechtmatig koninkrijk voor de familieleden, leraren en leerlingen, geliefden en naasten, wordt er tegelijkertijd op een uitgebreide schaal dood en verderf gezaaid ook onder de dierbaren. Een ander voorbeeld is “vechten voor vrede”. Het denkraam van de strijder – voorzien van deze tegenstrijdigheden – vinden wij niet alleen terug op het slagveld, maar ook binnen de wetenschap, de godsdienst, de levensbeschouwing, de overheid en uiteraard binnen onszelf”, zegt Carla.

Feiten en logica 14a[1]

“De parabel over Śīla [2] – vrij vertaald met “Alomvattende eenheid” – uit de Mahābhārata toont het denkkader van de strijder binnen onszelf. Door een samenhangend gebruik van alle (menselijk) eigenschappen – of Śīla – had een wijze koning in het oude India uiteindelijk vrede en coherentie binnen zijn koninkrijk en zichzelf weten te bewerkstelligen. Hierdoor kreeg hij ook de beschikking over het immense vermogen van goedheid. Met goedheid verkreeg hij het rijkdom van de drie werelden waaronder de wereld van de Goden. Op een goede dag verscheen Indra – in een manifestatie als geneesmiddel – voor de koning en hij vroeg aan de koning om te leren wat goedheid werkelijk is. De koning zei dat het besturen van de drie werelden al zijn aandacht vergde: hij had geen tijd om dit aan Indra te tonen. Indra in de vorm van geneesmiddel bleef aan het hof en diende de koning zo voortreffelijk dat de koning zei: “Vraag wat jij wenst en ik zal het geven”. Als antwoord zei Indra: “U heeft mij al zoveel gegeven, maar u zou mij zielsgelukkig maken met uw Śīla”. De koning gaf Śīla aan Indra waarna het “geneesmiddel” meteen vertrok. Na de overhandiging van Śīla voelde de koning een innerlijke onrust zonder te weten waarom. Een kolom van licht in menselijk vorm kwam uit zijn lichaam tevoorschijn. De koning vroeg: “Wie ben jij?”. De kolom van licht antwoordde: “Ik ben Śīla en tot nu toe waren wij onafscheidelijk. Maar omdat jij mij hebt weggegeven, vertrek ik,”. Hierna kwam een tweede kolom licht uit zijn lichaam en weer vroeg de koning: “Wie ben jij?”. De tweede kolom licht zei: “Ik ben Dharma – de wereldorde – en ik verlaat jou, want ik leef waar Śīla leeft”. Meteen verschenen weer drie kolommen licht uit zijn lichaam, en achter elkaar vertrokken Waarheid, Goedheid en Soliditeit, omdat zij leven waar Śīla leeft. Als laatste verscheen er een kolom licht in de vorm van een vrouw en de vrouw zei op de vraag “Wie ben jij?”: “Ik ben Śri – voor de mensen ben ik onderlinge verbondenheid –, ik ben alles dat wenselijk is in een mensenleven; ik leef waar Śīla leeft”. Verlamd van schrik vroeg de koning aan Brahman wie dat geneesmiddel was en wat er was voorgevallen. Brahman vertelde: “Het geneesmiddel is Indra’s Net. Door Śīla ben jij geworden wie jij bent, en met Śīla heb jij jezelf weggegeven aan Indra[3], zei Narrator.

“Deze parabel geeft een aantal van de tegenstrijdigheden binnen het denkkader van de strijder prachtig weer. De imperator verkrijgt door zijn acties een koninkrijk en vervolgens kan de imperator het rijk niet bestendigen: verschillende natuurwetten voorkomen dit. Daarnaast zijn er tegenstrijdigheid binnen het denkkader van de strijder te herkennen tijdens een succesvolle verovering of verdediging van een gewenst object: de strijder voelt op het moment van succes de vluchtige euforie van een “Alomvattende eenheid”. Deze euforie bepaalt zijn tijdelijk zelfbeeld dat vervolgens met het vervliegen van Śīla meteen begint te eroderen. Wij hebben deze vluchtige euforie na een overwinning gezien bij het zelfbeeld van roeiers in de twee studenten roeiploegen uit Oxford en Cambridge die strijden om de overwinning van een jaarlijkse roeiwedstrijd op de Thames [4]”, zegt Carla.

Feiten en logica 14b[5]

“Dezelfde euforie van tijdelijke uniciteit toonden Arjuna en Kṛṣṇa toen zij met vreugde pijlen schoten op alles dat probeerde te ontsnappen uit het vuur in het Khandava bos [6]. Met schaamte moet ik nu bekennen dat ik deze vorm van euforie heb gekend toen ik als jonge strijder met een militie in Midden Afrika schoot op alles en iedereen die uit een brandend dorp kwam [7]. Śīla had mij al verlaten bij mijn wens om zelf de avonturen van mijn voorvaderen te beleven onder mijn drang naar comfort, geld, roem en macht. In die nacht – tijdens het schieten op dorpsbewoners die het brandend dorp wilden ontsnappen – verloor ik de laatste resten van mijn onschuld. Ik draag deze tegenstrijdigheid tussen euforie van een tijdelijke uniciteit tijdens gewelddadige verovering, en direct intredend verval nog steeds met mij mee in de vorm van de adem van de dorpsbewoners. Hoewel de dorpsbewoners in de mensenwereld de identiteit “dood” hebben, houd ik hen levend met mijn adem”, zegt Narrator.

feiten en logica 14c. [8]

“Zullen wij de innerlijke onrust in het paleis van de Medici gaan bekijken?”, zegt Man.


[1] Afbeelding van Pallas Athene – de godin van wijsheid, moed, rechtvaardigheid en correcte oorlogsvoering. Daarnaast is zij een listige compagnon van heldhaftige strijders. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Warrior

[2] Śīla betekent in het Sanskriet onder meer “natuurlijk manier van leven of van gedrag”. In het Boeddhisme betekent Śīla onder meer “moreel gedrag of voorschrift”. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/%C5%9A%C4%ABla

[3] De parabel over Śīla is een zeer vrije weergave van de parabel van Prahlāda uit: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 101 – 102

[4] Zie het bericht “Amateurs” in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 190 – 194

[6] Zie ook: http://www.sacred-texts.com/hin/maha/index.htm boek 1 Section CCXXVII en verder; Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: WhereKrishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990, p. 71 – 84

[7] Zie:  Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 22

[8] Afbeelding van Arjuna en Kṛṣṇa die met vreugde pijlen schieten op alles dat uit het vuur in het Khandava bos probeerde te ontsnappen. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Khandava_Forest

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 8


Carla, Man en Narrator zitten aan de Piazza di Santa Croche voor hun lunch.

“Hebben wij met onze inleiding de bestaande wetenschap tekort gedaan?”, vraagt Man.

“Zeker, want de bestaande wetenschap is evenals de klassieke logica “het sterkst samenhangend intellectuele stelsel” dat goed gedocumenteerd en vatbaar voor kritiek is. De pretentie dat de bestaande wetenschap alles van waarde zou kunnen voorspellen en bewijzen, is te hoog gegrepen. Jij wilde onze mening horen over feiten en logica van de kijk op God”, antwoord Carla aan Man.

“Laat ik met het Alomvattende – en de twee aspecten van “Een” bewustzijn – beginnen en daarna verdergaan met monotheïsme. Vandaar zou ik willen besluiten met de monotheïstische God in de gedaante van een mens. Om de vaart in onze zoektocht te houden lijkt het mij verstandig om het polytheïsme over te slaan”, zegt Man. feiten en logica 81[1]

“Ik denk dat jij gelijk hebt; er zijn verschillende goede inleidingen in de Godsgeschiedenis en in Wereldgodsdiensten waarin de verschillende vormen van polytheïsme worden behandeld”, zegt Narrator.

“Wanneer het nodig is om ons verder te verdiepen in polytheïsme dan kunnen wij dat altijd nog doen. Ik ben benieuwd naar jouw uitleg over de twee aspecten van “Een”- bewustzijn; ik kan mij er verschillende voorstellingen bij maken, maar ik weet niet of mijn gedachten stroken met wat jij gelezen hebt”, zegt Carla.

“In het “Commentary on the Awakening of Faith” door Fa-Tsang [2] heb ik een beschouwing gelezen over de Cosmologie [3] van “Een” binnen de Hua-Yen [4] tak – gebaseerd op de Avatamsaka Sutra [5] – van Zen Boeddhisme [6]. In zijn commentaar op de “Ontwaking van Geloof” beschrijft Fa-Tsang dat “Een”-bewustzijn bestaat uit:

  • “Thusness/Zodanigheid” – “Aldus” of “Evaṃ” [7] in het Sankriet. Het “Aldus”-aspect wordt beschreven als de essentie die zonder kenmerken de bron van leegte of śūnyata [8] vormt waarin alles in onderlinge afhankelijkheid ontstaat. Het “Aldus”-aspect is alles voordat het een naam kreeg en het is ook de leegte binnen Indra’s Net [9];

en

  • “Saṃsāra” [10] – of de “Samenloop der dingen”. Het “Samenloop der dingen”-aspect vormt de kenmerken en functies waarin alles in onderlinge afhankelijkheid ontstaat. Het “Samenloop der dingen”-aspect vormt de waargenomen eigenschappen van Indra’s Net; het is de “Gestalt” [11] of samenloop van dharmas [12] die in onderlinge afhankelijkheid en wederkerigheid in de leegte ontstaat.

feiten en logica 82 [13]

Deze beschrijving vormt meteen een probleem doordat de leegte of śūnyata door het ontbreken van kenmerken onuitspreekbaar is en doordat de mogelijkheden van kenmerken en functies die in onderlinge afhankelijkheid en wederkerigheid ontstaan, oneindig zijn. Wij kunnen dit niet onder woorden brengen en misschien moeten ik op dit punt met Wittgenstein concluderen: “Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen [14]“, zegt Man.

“Dat is een vraag; ik weet niet zeker of de mogelijkheden van kenmerken en functies die in onderlinge verbanden ontstaan, oneindig zijn [15]. Wanneer deze kernmerken en functies eindig zijn, dan zijn de afhankelijke combinaties ook eindig. Ga door met jouw inleiding”, zegt Carla.

“Ik herinner mij de “Terugblik op mijn onschuld” in jouw levensbeschrijving waarin jij – als jong meisje – aan de hand van luciferdoosjes had aangetoond dat jij in dezelfde vorm nog een aantal keren in het oneindige Universum kan bestaan.  De “Ontwaking van Geloof” lost het probleem van eindigheid en oneindigheid voorlopig op door te wijzen naar de leegheid en vluchtigheid van alle woorden en dharmas die slechts namen – zonder werkelijkheid – zijn voor illusionaire beeldvormingen”, zegt Narrator.

“Ik moet ineens aan hologrammen denken die tegelijkertijd illusionair en levensecht zijn. Hoe ouder ik wordt hoe meer mijn verleden op hologrammen lijkt: volkomen echt en werkelijk en op hetzelfde moment onecht en vluchtig”, zegt Man.

feiten en logica 83[16]

“Misschien moeten wij de vraag over de eindigheid of oneindigheid van śūnyata (of leegte) voorlopig laten rusten. Wij kunnen dit probleem verder onderzoeken wanneer wij tijdens onze Odyssee “leegte” als derde gangbare werkelijkheid aandoen”, zegt Carla.

“Dat is goed”, zegt Man.

“Bij het horen van het “Aldus”-aspect en het “Samenloop der dingen”-aspect van “Een”-bewustzijn kreeg ik de gedachte dat hiermee een synthese begon te ontstaan tussen de wereld van de Upanishads (met de nadruk op Ātman) en de Mahābhārata (met daarin het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht  (Dharmakshetra) en anderzijds het menselijk handelen (Kurukshetra)). Ik laat deze gedachte rusten totdat jij de inleiding hebt beëindigd”, zegt Narrator.

“De inleiding bij het Commentaar op het “Ontwaken van Geloof” gaat vervolgens verder met de structuur van bewustzijn. Ik zal deze in een vogelvlucht vertellen. “Een”-bewustzijn heeft aspecten van “Aldus”-bewustzijn en “Samenloop der dingen”-bewustzijn. Denken komt via een tussenstap voort uit het “Samenloop der dingen”- bewustzijn (of “Gestalt”- bewustzijn) [17].

feiten en logica 84[18]

Er zijn vijf vormen van denken:

  1. Bewustzijn van oorzaak en gevolg
  2. Bewustzijn van ontplooiing en evolutie
  3. Bewustzijn van manifestaties
  4. Bewustzijn van verschillen en illusies
  5. Bewustzijn van voortdurende effecten van oorzaak en gevolg [19]

Wanneer de eerste drie vormen van denken tevens gegrondvest zijn in de leegte van “Aldus”-bewustzijn, dan kunnen deze vormen een basis zijn voor Boeddhistische verlichting. De laatste twee vormen zijn de aanzet voor het vermogen tot onderscheid der dingen.

Het vermogen tot onderscheid leidt weer tot bewustzijn van afzonderlijke fenomenen:

  • Bewustzijn van lijden en vreugde
  • Op basis van verlangens die voortkomen uit lijden en vreugde, krijgen objecten vorm
  • Wanneer objecten zijn gevormd, dan ontstaan namen en symbolen – waaronder letters – voor objecten
  • Op basis van namen en symbolen ontstaan handelingen met “oorzaak en gevolg”
  • Verbonden met handelingen ontstaat lijden (en vreugde).

Daarna gaat de inleiding verder met een toelichting op ontaarde vormen van bewustzijn die hun oorsprong vinden in een combinatie van een hang naar illusies, symbolen, handelen enz. Misschien kunnen wij daar op ingaan bij de volgende gangbare werkelijkheid “Intensiteiten en associaties”.

Ik wil deze inleiding aan jullie voorleggen omdat het in vogelvlucht een integrale, gedifferentieerde en logische beschrijving geeft van het ontstaan van dingen en van de ontaarding van dingen. Daarnaast vind ik deze inleiding goed omdat hier een sacraal en profaan bewustzijn uit één oorsprong ontspruit en omdat tegelijkertijd verlichting/hemel, profaan/aards en ontaard/hel onderling in een alomvattend eenheid zijn verweven. In principe is – volgens deze inleiding – de verlichte/hemelse wereld gelijk aan ons aards bestaan [20]. Op basis van deze gedachtegang is de “Porta del Paradiso” altijd open; met onze gedachten en illusie sluiten wij de deur en plaatsen er een hek voor. Wat is jullie mening over deze inleiding”, zegt Man.

“In jouw reisbagage zag ik een boek over Hua-Yen Boeddhisme met de titel “Entry into the inconceivable [21]” (Ingang tot het onwaarneembare). Deze titel is ook goed van toepassing op jouw inleiding. Ik heb natuurlijk mijn gebruikelijke vraag bij de definitie van de eerste grondbeginselen van “Een”-bewustzijn. Maar mijn vragen en aarzelingen bij het uitgangspunt in jouw inleiding liggen op een veel abstracter en fundamenteler niveau dan bij alle andere parabels, verhalen en inleidingen over het ontwaken van bewustzijn. Ik ben benieuwd naar de derde gangbare werkelijkheid “Leegte” die wij zullen gaan onderzoeken op onze Odyssee. Bij het “Samenloop der dingen”-aspect en het vervolg heb ik aanvullingen, kanttekeningen en ook wel kritiek uit de fenomenologie, maar die kennen jullie al [22]”, zegt Carla.

“Ik kom terug op een mogelijk synthese tussen de wereld van de Upanishads en de Mahābhārata; jouw uitleg bij de inleiding op het Commentaar op het “Ontwaken van Geloof” laat inderdaad een mogelijkheid tot synthese zien op een hoog abstracte synthese met andere accenten. Omdat wij “licht” en “snel” reizen denk ik dat wij beter verder kunnen gaan. Ik ben benieuwd hoe jij “God zoekt de mens” met deze inleiding verbind. Maar laten wij eerst een rondje om het plein lopen”, zegt Narrator.


[1] “Schepping van de zon en maan”- detail van de fresco’s in de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad door Michelangelo. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/God

[2] Zie ook: Vorenkamp, Dirck, An English Translation of Fa-Tsang’s Commentary on the Awakening of Faith. New York: The Edwin Mellen Press. 2004 p. 10 – 14

[7] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[8] Zie ook: Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 110 – 112

[9] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68

[10] Saṃsāra is samengesteld uit “sam” dat “samen, met, samen met” en “sāra” dat “loop, koers, uitbreiding, kracht, kern, waarde” in het Sanskriet betekent, waardoor Saṃsāra kan worden opgevat als “de samenloop der dingen”.

[12] Zie ook: Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 3

[13] Leegte (of śūnyata) en Gestalt (of Saṃsāra) kunnen worden vergeleken met leegte en zeepbellen; beiden vormen elkaar. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/%C5%9A%C5%ABnyat%C4%81

[14] Zie ook: Wittgenstein, Ludwig, Tractatus Logico-Philosophicus. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennip, 1976 p. 152

[15] Zie ook: Nārāyana, Narrator, “Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie”. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 156

[16] Voorbeeld van een hologram. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Holography

[17] Zie ook: Vorenkamp, Dirck, An English Translation of Fa-Tsang’s Commentary on the Awakening of Faith. New York: The Edwin Mellen Press. 2004 p. 14 – 15

[18] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Gestalttherapie

[19] Ergens stond geschreven dat zelfs de Goden zijn gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg.

[20] Zie ook de parabel over hemel en hel verteld door een pastoor in Valkenburg in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 82 – 83

[21] Cleary, Thomas, Entry into the inconceivable – An introduction to Hua-Yen Buddhism. Honolulu: University of Hawaii Press, 1983

[22] Zie ook: Nārāyana, Narrator, “Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie”. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34 en 114

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 3


“Na mijn middagrust heb ik weer genoeg energie voor de avond. De vele tropische ziekten hebben hun sporen in mijn lichaam achtergelaten; een hele dag actief blijven is soms teveel van het goede. Welke boeken heb jij gekocht?”, zegt Carla.

“Een Italiaans cursusboek voor Sanskriet om mijn studie nieuw leven in te blazen en “Six memos for  the next Millennium” van Italo Calvino. De titels van deze memos zijn intrigerend:

  • 1 – Lightness,
  • 2 – Quickness,
  • 3 – Exactitude,
  • 4 – Visibility,
  • 5 – Multiplicity

en het nooit op papier gezette memo “6 – Consistency”. De titels voor deze memo’s zouden ook de richtsnoeren voor onze Odyssee moeten zijn, waarbij wij – net als Italo Calvino – het zesde memo nooit op papier kunnen zetten omdat wij dan het volledige universum in zijn volkomen oneindigheid moeten beschrijven”, zegt Man.

feiten en logica 31[1]

“Daar zie ik Narrator aankomen. Mooi om hier in de avondzon te zitten met uitzicht op de “Basilica di Santa Maria Novella”. Voldoet de façade van de Basilica ook aan de titels van de memo’s?”, zegt Carla.

feiten en logica 32[2]

“Goede vraag met vele antwoorden. Goede ontmoeting gehad met jouw vriend?”, zegt Man.

“Mooi om elkaar na zoveel jaren weer te zien. Wij zijn veel veranderd en ook hetzelfde gebleven; vertrouwd en anders. Met de jaren is de lichamelijke aantrekkingskracht verdwenen, maar de genoeglijkheid van het samenzijn is gelukkig gebleven. Zullen wij eerst wat drinken en de menukaart vragen?”, zegt Narrator.

“Dat is goed. Dan zal ik na onze keuze uit het menu – zoals vanmiddag beloofd – mijn kijk op “feiten en logica” van “Wie ben jij?” met jullie willen delen”, zegt Man.

Carla, Man en Narrator bestellen hun drankjes, maken hun keuze uit het menu en bestellen hun avondmaal.

“Gisteren ben ik begonnen in “De mens is niet alleen – De ervaring van Gods aanwezigheid”, de Nederlandse heruitgave van “Man is not alone – A Philosophy of Religion”, van Abraham Heschel [3] uit 1951. De titel van het boek spreekt mij aan, omdat mijn voornaam erin wordt genoemd en omdat ik meer wil weten over het geloof in God dat mij in mijn volwassen leven vreemd is gebleven. Ik heb lang in kloosters gewoond en ik heb groepen begeleid bij Oosterse wijsheid, maar een ervaring van Gods aanwezigheid heb ik nooit gehad. De eerste acht hoofdstukken van het boek over “het onuitsprekelijke”, “de opperste verbazing”, “de ultieme vraag die woorden te boven gaat” komen rechtstreeks uit mijn binnenste en gaan daaraan voorbij zoals bloesem aan een boom – opgenomen in het heelal – uit de aarde voorkomt, erdoor wordt gevoed en er weer in onder zal gaan [4]. In hoofdstuk 9 van het boek staat een passage – ik lees voor – “Wij loven tezamen met de kiezels op het wegdek, die als versteende verbazing gelden, tezamen met alle bloemen en bomen die eruit zien alsof zij in stilte gehypnotiseerd zijn. Wanneer geest en ziel met elkaar in overeenstemming zijn, wordt geloof geboren” [5]. Tot hier is het boek voor mij volkomen logisch en herkenbaar, zoals ook het feit dat het “Ene” – dat alom aanwezige is – bestaat, waarin wij volkomen zijn opgenomen en waarvan wij, ieder en alles om ons heen tijdelijke manifestaties zijn. Maar God – als de andere – blijft een vreemde voor mij. Wie is hij? Waardoor staat God los van “het onuitsprekelijke”, “de opperste verbazing”, “de ultieme vraag die woorden te boven gaat”. Deze scheiding is voor mij onwerkelijk; ik kan dit niet bevatten: het in niet logisch”, zegt Man.

feiten en logica 33[6]

“In het land van mijn voorouders wordt het “Individuele Ene” of Ātman [7] – dat qua klank gelijkenis vertoont met ons woord adem – en het “Ene Alomvattende” of Brahman [8] verwoord en onderwezen door de Upanishads [9]. Via een volledig bewustzijn dat Ātman en Brahman twee manifestaties van het “Ene” zijn en daardoor in elkaar samenvallen zoals en druppel in de zee, overstijgen wij ons mens-zijn op aarde.

feiten en logica 34[10]

Of wij – al dan niet – geloven in een “Een alomvattend Zelf” als eeuwigdurende entiteit, is van weinig belang voor ons menselijk leven met alledaagse vreugde, lijden en waanzin. Het Boeddhisme bewandelt een strikte middenweg tussen het “Een alomvattend Zelf” en het “menselijk dagelijks leven” om zo een bodemloze put van metafysische vraagstukken te vermijden [11]. Een tak van deze middenweg is de metafoor van Indra’s Net [12] dat een beperkte weergave biedt voor een onderling verband tussen al de afzonderlijke manifestaties en het “Een alomvattend Zelf”. De Mahābhārata brengt in dit denken een radicale verandering aan door de aandacht in het alledaagse leven te verleggen van Ātman naar “Dharma” – of wereldorde en plicht[13]; Dharma betekent letterlijk “het plaatsen van het voortdurende zelf/Zelf”. In de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – cumuleert de “aandacht voor het alledaagse leven” wanneer Arjuna het strijdperk betreedt waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht  (Dharmakshetra [14]) en anderzijds het menselijk handelen (Kurukshetra [15]). Wanneer Arjuna zijn familie, leraren en dierbaren tegenover zich ziet staan, weigert hij het startsein te geven in de strijd tussen de twee partijen. Kṛṣṇa – zijn leidsman en wagenmenner tijdens dit gevecht – zet Arjuna aan om zijn plicht binnen de wereldorde te vervullen en Kṛṣṇa slaagt hier pas in nadat hij tijdens de dialoog zijn Goddelijke gedaante heeft aangenomen; daarna geeft Arjuna het startsein voor de strijd met desastreuze gevolgen voor alle hoofdrolspelers, maar waarin zij hun plicht en taak vervullen binnen de ontstane wereldorde. Binnen en samenvallend met het “Een alomvattend Zelf” is de Goddelijke gedaante van Kṛṣṇa in dit deel van de Mahābhārata een hoeder en leidsman van de wereldorde”, zegt Narrator.

“Binnen het denkkader van jouw voorouders met hun kijk op “feiten en logica” vervullen mensen en Goden hun rol in de wereldorde. Binnen mijn denkkader past geen Goddelijke rol die losstaat van “het Ene onuitsprekelijke”: ik voel mij thuis binnen het denkraam van de Upanishads en binnen de middenweg van het Boeddhisme, maar ik bestudeer graag zienswijzen waar ik het niet mee eens ben, om hetgeen te achterhalen wat anderen zien en ik niet zie”, zegt Man.

“In de laatste zin hoor ik een uitspraak van Professor Dr. W. Luijpen tijdens zijn colleges filosofie aan de TU Delft. Ook ik heb in mijn leven veel gestudeerd waar ik het niet mee eens ben. In mijn studies naar misdaden tegen de mensheid ben ik veel sluitende, onjuiste en leugenachtige denkkaders tegengekomen waar ik het volstrekt mee oneens was. Na studie van het Oude Testament en de Mahābhārata – met de nadruk op ahiṃsā of geweldloosheid als fundament van leven [16] – ben ik tot de conclusie gekomen dat het boeken zijn die vrede tot doel hebben, hoewel beide boeken vol staan van bedrog, geweld en gruweldaden. Ik zie dat onze maaltijd eraan komt. Later hoop ik wat meer over het denkraam van de strijder te kunnen vertellen”, zegt Carla. feiten en logica 35[17]

“Smakelijk eten; later gaan wij verder met onze zoektocht”, zegt Man.

“Voldeed onze discussie aan de titels van de zes memo’s van Italo Calvino?”, vraagt Narrator.

“Volgens mij wel”, zegt Carla.

“Volkomen”, zegt Man.


[1] Zie ook: Calvino, Italo, Six Memos for the next Millennium. New York: Vintage Books, 1993

[3] Zie: Heschel, Abraham Joshua, De mens is niet alleen – De ervaring van Gods aanwezigheid. Utrecht: Kok, 2011. De oorspronkelijke uitgave is: Heschel, Abraham Joshua, Man is not alone – A Philosophy of Religion. New York: Farrar, Straus and Giroux, 1951. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Joshua_Heschel

[4] Zie ook: Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 50 – 51

[5] Zie: Heschel, Abraham Joshua, De mens is niet alleen – De ervaring van Gods aanwezigheid. Utrecht: Kok, 2011, p. 85.

[6] Bron afbeelding: Voorkant van Heschel, Abraham Joshua, De mens is niet alleen – De ervaring van Gods aanwezigheid. Utrecht: Kok, 2011

[8] Het woord Brahman is waarschijnlijk verwant met de werkwoordswortel √bhṝ dat “vermeerderen of vergroten” betekent. Zie voor een verdere inleiding: http://en.wikipedia.org/wiki/Brahman

[9] Upanishad betekent letterlijk in het Sanskriet: “neerzitten gericht naar”. Dit neerzitten vindt plaats bij een leermeester voor onderricht in het eeuwigdurende alomvattende mysterie dat ons leven vormt. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.  Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Upanishads

[11] Zie ook: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 67 – 68

[12] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68;  Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra. University Park and London: The Pennsylvania State University Press, 1977; Cleary, Thomas, Entry Into the Inconceivable: An Introduction to Hua-yen Buddhism. Boston:  Shambhala, 2002; en Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993

[13] Bron: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 68. Zie ook hoofdstuk 4 voor een inleiding in Dharma.

[14] Dharmakshetra is samengesteld uit Dharma “plaatsen van de voortdurende zelf/Zelf”, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[15] Kurukshetra is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat “maken, doen of handelen” betekent en “kshetra” – letterlijk: veld.

[16] Zie ook: hoofdstuk 5 van Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006