Tagarchief: Kaddish

Man Leben – Oosterse wijsheid 2


Alles gelebt was man leben kann?

Jij gaat verder met het verhaal van jouw leven:

“In het vorige bericht heb ik verteld hoe ik mij rond 1990 heb verdiept in de Oosterse wijsheid. Mijn voorliefde voor buitenbeentjes heb ik genoemd. De betekenis van de buitenbeentjes “ya, ra, la, va en ha” in Devanāgarī geven mijn belevingen in die tijd goed weer. Bij nakijken van de betekenis van “la” – dat in het Sanskriet “van Indra” betekent – en het raadplegen van bronnen, ben ik de betekenissen van Indra tegen gekomen. Indra betekent onder meer “God van de hemel” of “Svargaloka” [1]. Indra wordt vaak gezeten op een (meerhoofdige) olifant afgebeeld.

[2]

Nu vertel ik de onderliggende betekenissen van svargaloka, omdat dit licht geeft op de ontwikkelingen in mijn leven rond het overlijden van mijn tante en mijn peettante.

Svargaloka is in het Sanskriet samengesteld uit de woorden “svarga” dat onder meer betekent: hemel, verblijfplaats van licht en van de goden, hemelse gelukzaligheid, Indra’s hemel (waar de zielen van deugdzame stervelingen verblijven voordat zij weer terugkeren in aardse lichamen) en “loka” dat onder meer betekent: vrije of open ruimte, het universum, van nummer 7 – deze 7 komen wij later op onze Odyssee tegen. De wereld heeft drie loka’s: de hemel, de aarde en de onderwereld.

Svarga is samengesteld uit de delen:

  • Sva dat betekent: eigen, van ons Zelf, Uw/jouw eigen, de menselijke ziel;
  • Ra dat betekent: geven, liefde, wens, bewegen, schitterende pracht;
  • Ga dat betekent: verblijven, zijn. [16]

Op basis van deze delen is “svarga” de verblijfplaats van ons/uw eigen wezen in al haar pracht. De svargaloka is de hemel, aarde en onderwereld – alles, overal en één – in al haar verschijningsvormen. Hier en nu toont zij haar pracht.

Rond 1993 bestudeerde ik Jalâl al-Din die beter bekend is als Rumi. De naam Rumi heeft Jalâl al-Din in de Arabische wereld gekregen omdat hij tijdens het schrijven van zijn grote werken in Konia ten zuiden van Ankara in het huidige Turkije woonde. Dit deel van de Arabisch wereld werd daar vereenzelvigd met Rome uit het Romeinse rijk. Vandaar dat Jalâl al-Din is vernoemd naar de naam waaronder zijn verblijfplaats in de Arabische/Perzische wereld bekend was [3]. In hoofdstuk 7 ontmoeten wij Rumi op onze Odyssee.

 [4]

In een boek over het leven van Rumi las ik: “Liefde voor de doden is niet blijvend. Richt de liefde op de Levende Ene waarin het spirituele leven verblijft [5]”. Deze manier van kijken vormde in die tijd voor mij de ene helft van de spiegel. In die tijd leefde ik in de verblijfplaats van ons/Uw eigen wezen in al haar pracht. Ik was in de svarga één met de wind, het licht, mijn ouders en voorouders; het hele universum was alom aanwezig.

De andere helft van de spiegel werd gevormd door een passage uit de Diamant Sutra die stelt: “Het verleden is ongrijpbaar, het heden is ongrijpbaar en de toekomst is ongrijpbaar [6]”. Het verleden is vastgelegd als in gestold glas; uiteraard verandert onze kijk op het verleden in de loop van de tijd, maar zorgeloos leven met mijn vader en moeder in Amsterdam als vijf jarige jongen is niet meer mogelijk. Af en toe in dromen of bij een bepaalde smaak – denk aan de Madeleine koekjes in À la recherche du temps perdu van Marcel Proust – of bij een bepaalde geur, komt als een wonder de beelden en belevingen van die wereld weer in mij boven. “Alleen in het heden kan ik leven, nergens anders vond ik onderdak” [7]; zeilend op de wind over de golven ervaren wij het heden: probeer het “nu” te grijpen en het is vervlogen. De toekomst is ongrijpbaar als de bloem in de knop: de bloem manifesteert zich eens en voor altijd in al haar glorie wanneer de omstandigheden dat toelaten – niet eerder en niet later. De bloem ontstaat uit het niets, bloeit in het niets en vergaat in het niets. Bij deze ongrijpbaarheid moet ik denken aan de tekst die wij eerder op onze Odyssee zijn tegengekomen [8]: “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [9]  of in het Nederlands: “Het mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt.”

Het leven ervoer ik in die tijd volledig, overweldigend en doorschijnend . Of door een metafoor weergegeven: de reflecties in beide spiegels – die onder een hoek van 90 graden stonden – waren een afspiegeling van mijn belevingen. De spiegels waren leeg [10].

In het verleden dacht ik dat als mensen of dingen een naam hadden, zij daarmee ook een plaats kregen of een bestemming hadden. Op onze Odyssee komen wij deze manier van kijken nog een aantal keren tegen.

In die tijd verdiepte ik mij ook in de Hua-yan school van het Boeddhisme [11] en las teksten over Indra’s net [12] dat een metafoor is voor de leegte van alle dingen en levende wezens. Deze leegte heeft twee zijden: het is “leegte van” en “leegte tot” [13]. Deze beide zijden zijn vergelijkbaar met “vrijheid van” en “vrijheid tot” in “De angst voor vrijheid [14]” van Erich Fromm.

 [15]

Door deze inzichten en ervaringen werd ik bevrijd van de sluimerende schuldgevoelens over mijn bestaan, vooral omdat mijn naaste familie – met uitzondering van mijn tante – , het andere bewind uit Duitsland niet had overleefd. Tot dan toe was altijd de vraag aanwezig: “Waaraan heb ik het verdiend om nog in leven te zijn”. Tegelijkertijd ontliep ik de vraag naar de zin en de rede van deze duistere geschiedenis. Het geloof van mijn voorouders bood mij geen duiding: ik kon niet met volle overtuiging de strofen van Kaddish zeggen met de strekking “U zij de Glorie” en “De wereld die Hij heeft geschapen naar zijn wil”. Voor het uitspreken van deze teksten moest ik de “U/Zijn” vereenzelvigen met “de wind” en “het water”.

Dit inzicht heeft mij geholpen bij het organiseren van de begrafenis van mijn tante. Op haar begrafenis kwamen veel oude bekenden – voor zover nog in leven. Ook enkele verre familieleden waren gekomen. Van de naaste familie was alleen ik nog over. Voor haar heb ik met overtuiging een heel jaar lang dagelijks de gebeden volgens de Joodse dodenherdenking gezegd. Haar gedachtenis zij een zegen – voor hier en voor daar.

De begrafenis van en de rouwdiensten voor mijn peettante heb ik ook bijgewoond. Haar gedachtenis zij een zegen – voor hier en voor daar. Het was een mooie Katholieke begrafenis in de traditie van Zuid Limburg.

Na deze begrafenissen ben ik op weg gegaan naar Auschwitz”, zeg jij.

“Ik kan jouw weergave van Oosterse wijsheid volgen, maar ik laat voorlopig in het midden of ik er mee kan instemmen”, zeg ik.

“Het Boeddhisme is de weg van het midden; instemmen met mijn weergave van Oosterse wijsheid wordt niet gevraagd. Ik kijk uit naar wat het vervolg van onze Odyssee brengt. Het is een thuiskomst”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over jouw bezoek aan Auschwitz.


[3] Bron: Lewis, Franklin D., Rumi, Past and Present, East and West. Oxford: Oneworld, 2003 p. 9

[5] Vrije weergave uit: Iqbal, Afzal, The Life and Works of Jalaluddin – Rumi. London: The Octagon Press, 1983 p. 239.

[6] Vrije weergave uit: Red Pine (Bill Porter), The Diamond Sutra. New York: Counterpoint, 2001 pag.308

[7] Vrije weergave van de eerste twee regels uit het gedicht “Woninglooze” uit 1941 van Jan Jacob Slauerhoff. Zie voor de tekst van dit gedicht: http://4umi.com/slauerhoff/woninglooze

[8] Zie de berichten: “Drie – Object in het midden – Het Woord” van 11 juni 2011; en “Een dag zonder gisteren – een dag zonder morgen?” van 3 juli 2011.

[9] Bron: http://www.vatican.va/holy_father/special_features/ encyclicals/documents/hf_jp-ii_enc_20030417_ecclesia_ eucharistia_lt .html:  Ionnis Pauli PP. II Summi Pontificis, Litterae Encyclicae Ecclesia de  Eucharistia, Rome, 2003

[10] Wetering, Janwillem van de, De Lege Spiegel. Amsterdam: De Driehoek p. 118 – 120

[11] Bronnen: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993; Cleary, Thomas, Entry Into the Inconceivable: An Introduction to Hua-yen Buddhism. Boston:  Shambhala, 2002 en : Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra. University Park: The Pennsylvania State University Press, 1977

[12] Zie ook de berichten “Een – Pantheïsme – Indra’s net” van 8 april 2011 en “Een – “Powers of Ten”” van 10 april 2011

[13] Zie voor leegte tot: Thich Nhat Hahn, The Heart of Understanding. Berkeley: Parallax Press, 1988 p. 8, 9

[14] Zie pag. 91 in de vertaling van “Fromm, Erich, Escape from Freedom. New York: Rinehart & Co, 1941” uitgegeven dooe Bijleveld te Utrecht, 1973.

[15] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Indra’s_net

[16] Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Like this on Facebook

Advertenties

Man Leben – op weg 3


Geschichte, mit denen man leben muβ

Jij vervolgt het korte verslag van jouw leven met de aankomst in Dachau na een pelgrimstocht van twee maanden:

“Begin september 1983 ben ik vertrokken van de boerderij van mijn peettante in Zuid Limburg. Zij had mij deze pelgrimstocht aangeraden om invulling te geven aan de wens van mijn tante die mij na mijn 21st verjaardag had gevraagd om de traditionele Joodse dodenherdenking voor mijn ouders te verrichten, wanneer ik daartoe in staat zou zijn. Mijn moeder was in 1944 in Dachau overleden en begraven. Tijdens Allerzielen op 2 november hoopte ik het graf van mijn moeder te bezoeken zoals gebruikelijk is volgens de Katholiek gewoonte in Zuid Limburg.

Op mijn tocht had ik de wind [1] en de maan [2] leren kennen en ik was hen gaan vereenzelvigen met de “Hij” en “zijn” in het Joodse gebed Kaddish [3]. Hierdoor had ik pas vanaf eind september 1983 iedere dag een jaar lang dit gebed gezegd voor mijn vader, moeder, tante en peetoom.

Als landloper, maar als luxe landloper kwam ik eind oktober 1983 in Dachau aan; mijn gezondheid was nog steeds uitstekend en mijn uitrusting comfortabel. Ook met het snelle invallen van de duisternis aan het einde van de middag leerde ik leven door een klein vuurtje te maken in een oud conservenblik.

Een dag later – op een wat stormachtige dag – heb ik het kamp bezocht. De beelden van de kampen zijn bekend. Bronnen melden dat in de kampen bij Dachau volgens de administratie ruim 206.000 gevangenen hebben gezeten waarvan 31,951 gevangen zijn overleden aan ondervoeding, uitputting en ziekte [4]. Ter vergelijking: op de oorlogsbegraafplaatsen bij Omaha Beach in Normandië en bij Henri Chapelle aan de Noordrand van de Ardennen liggen 7000 en 8000 gesneuvelde soldaten begraven: peilloos leed.

Tijdens mijn bezoek zag ik waarover mijn tante hier tegen mij nooit over heeft kunnen en willen praten. Ik begreep ook waarom ze aan haar wens zo uitdrukkelijk toevoegde: “Wanneer jij daar toe in staat bent”. Later, veel later, heb ik mijn gevoel tijdens het bezoek onder woorden kunnen brengen.

Versteend en verstild

Van binnen en van buiten

De Wind speelt Haar zang.

Bij het invallen van de schemering verliet ik het kamp. Buiten zong ik neuriënd de aria uit Cantate 82 “Ich habe genug” van Johann Sebastian Bach:

Schlummert ein, ihr matten Augen,
Fallet sanft und selig zu!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
Hab ich doch kein Teil an dir,
Das der Seele könnte taugen.
Hier muss ich das Elend bauen,
Aber dort, dort werd ich schauen
Süßen Friede, stille Ruh.

Deze Cantate had Johann Sebastian Bach geschreven voor 2 februari, Maria Lichtmis of “Purificatio Mariae” [5] – de reiniging van Maria – 40 dagen na Kerstmis. Toepasselijk: ik zong de reiniging van en voor mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen voor hier – in onze wereld – en voor daar – in het hiernamaals [6]. Voor mij zijn deze twee werelden van Haar altijd een en dezelfde geweest.

De volgende dag kwam ik terug om te kijken of het graf van mijn moeder er goed verzorgd bij lag. Ik had een plat rond steentje meegenomen: dit steentje heb ik op haar graf gelegd.

[7]

Daarna ben ik langs de Katholieke kapel, de Christelijke verzoeningskerk en de Joodse gedenkruimte gelopen. Geen van de ruimten was voor mij uitnodigend om te betreden.

[7]

[9]

[10]

[11]

In Ulm had ik het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvat in al Haar eenvoud en beperking. Binnenkant en buitenkant wisselen continu. Deze verzoeningsruimte geeft beschutting en neemt tegelijkertijd alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid. Mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen – voor hier en voor daar.

[12]

Op 2 November – de dag van Allerzielen – ben ik in de loop van de middag naar het graf van mijn moeder gegaan. Het steentje was verdwenen. Dat kon ik begrijpen, anders zou er een berg van steentjes ontstaan. Bij haar graf heb ik het gebed van Kaddish gezegd.

Tegen het vallen van de duisternis ben ik verder gegaan. De gevoelens bij mijn vertrek heb ik later gelezen in de Zen koan: “Ieder van U heeft Uw eigen licht. Als jij het wil zien, dan is het niet mogelijk. De duisternis is donker, donker. Nu, wat is Uw/Jouw licht? …… Het antwoord is: De ruimte van het Universum, de weg.” [13]

Landlopers zijn niet welkom in Dachau. Ik ben weer verder getrokken. De winter viel in. Het graf van mijn vader heb ik 10 jaar later in 1993 bezocht: toen was ik daar toe in staat. Eerst heb ik een aantal jaren in kloosters gewoond”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw kloosterjaren.


[1] Zie bericht “Man Leben – op weg” van 14 oktober 2011.

[2] Zie bericht “Man Leben – op weg 2” van 17 oktober 2011.

[4] De bronnen melden variërende aantallen. De aantallen in dit bericht komen uit: http://www.dachau.nl/het_kamp/historisch/index.html en http://en.wikipedia.org/wiki/Dachau_concentration_camp

[6] Zie ook: Wieseltier, Leon, Kaddisj. Amsterdam: De Bezige Bij, 1999, p. 11

[12] Model for the continuous study of the workshop of Tomas Maldonado. Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Ulm_School_of_Design

[13] Vrije weergave van Yunmen’s light – casus 86 uit de Hekiganroku. Zie ook: Aitken, Robert, The Mind of Clover – Essays in Zen Buddhist Ethics. New York: North Point Press, 2000⁸. pag. 62. Opmerking: Volgens de bronnen is het antwoord in deze koan: “De opslagruimte, de poort/weg”. De Engelse versie voor “opslagruimte” is “storeroom” of “kitchen storage”; hier is dit begrip weergegeven als “de ruimte van het Universum” met verwijzing naar “Deine Seele ist die ganze Welt” – zie ook: Hesse Herman, Siddhartha. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag: 1989 p. 10. De Engelse versie voor “poort/weg” is “gate en gateway”; in het Sankriet betekent “gate” onder andere “gaande, en de locativus voor gaan”.

Man Leben – op weg 2


Wie kan man leben?

Jij vervolgt de korte samenvatting van jouw leven met de tocht van de kapel “Notre Dame du Haut” bij Ronchamp naar Dachau:

“Eind september 1983 heb ik de kapel “Notre Dame du Haut” bezocht. Daarna zou de weg naar Dachau gaan waar mijn moeder in 1944 is overleden en waar zij ook begraven is. Mijn peettante heeft mij deze wandeltocht of pelgrimstocht aangeraden om de dood van mijn naaste familie en de anderen in mijn leven in te bedden. Ik ben deze tocht begonnen om invulling te kunnen gaan geven aan de wens van mijn tante; zij had mij net na mijn 21st verjaardag gevraagd de traditionele Joodse dodenherdenking voor mijn ouders te verrichten wanneer ik daartoe in staat zou zijn. In 1983 was ik 49 jaar oud; mijn leven was aan verandering toe. In de loop van het eerste deel van de tocht ben ik de wind [1] en de maan met de “Hij” en “zijn” in het gebed Kaddish [2] gaan vereenzelvigen. Ik heb een jaar lang iedere dag dit gebed gezegd voor mijn vader, moeder, tante en peetoom. Met het tweede deel van de tocht heb ik daarbij ook invulling wensen te geven aan de Katholieke grafverering zoals gebruikelijk is in Zuid Limburg. Tijdens Allerzielen op 2 november hoopte ik in Dachau het graf van mijn moeder te eren.

Mijn gevoel van luxe nam steeds meer toe. Hoe slecht het weer ook was en hoe moe ik ook was, ik had nog steeds veel meer dan de bedevaarders in het verleden. In mijn rugzak zat steeds een set schone en droge kleren, mijn bivak zak was van waterdicht en ademend materiaal en de slaapzak was warm. Mijn gezondheid was uitstekend. Kortom, mijn bestaan was luxer dan in mijn “Jaguar-jaren”.

Via Belfort liep ik naar Mulhouse in Frankrijk. Mijn vader hield in zijn jonge jaren erg veel van autoraces. Tegen de zin van mijn grootouders volgde hij de verslagen in de krant en las hij er boeken over. In zijn jongensjaren wilde hij graag autocoureur worden. In Mulhouse heb ik als ode aan de jongensjaren van mijn vader het automuseum [3] bezocht. Het museum is voortgekomen uit de verzamelwoede van de gebroeders Schlumpf, die hun kapitaal uit de wolfabriek grotendeels hebben omgezet in een uitzonderlijke verzameling klassieke auto’s. De Franse staat heeft de collectie voor 1 Franse frank – als “object in het midden” – overgenomen. De verzameling Bugatti’s maakte een diepe indruk. IJdelheid der ijdelheden [4], maar een ijdelheid van grote schoonheid.

[5]

Nabij Freiburg stak ik de Rijn en de grens met Duitsland over. Niet veel verder liet ik ook het gebied achter waar zoveel oorlogen om zijn gevochten. De oorlogen in dit gebied zijn in ieder geval al in de Romeinse tijd begonnen. Hoe hadden deze opeenstapelingen van hebzucht, eer, toorn, verschrikkingen en peilloos verdriet voorkomen kunnen worden? Later heb ik  in een boek [6] van Robert Aitken – in het hoofdstuk “Niet Stelen” – een goed voorstel gelezen.

Eerste haalt hij Unto Tähtinen aan met:

“Er zijn twee manieren om oorlog te voorkomen: de eerste manier is het bevredigen van ieders behoeften en de andere manier is om onszelf tevreden te stellen met het goede. De eerste manier is niet mogelijk door de beperkingen van de wereld. Daardoor blijft alleen de tweede manier van het goede en tevredenheid over.” [7]

Daarna haalt hij Mahatma Gandhi aan met:

“In India zijn er vele miljoenen mensen die slechts één maaltijd per dag hebben. Deze maaltijd bestaat uit een chapati zonder vet en met een vleugje zout. Jij en ik hebben geen recht op ook maar iets totdat deze miljoenen beter gevoed en gekleed zijn. Jij en ik zouden beter moeten weten en onze behoeften bijstellen, zelfs vrijwillig hongerlijden, opdat zij beter verzorgd, gevoed en gekleed kunnen worden.” [8]

De Duitse taal heeft hier een mooie uitdrukking voor: “In der Beschränkung zeigt sich der Meister.”

Via het Schwarzwald vervolgde ik mijn tocht. Ik bezocht Ulm omdat daar van 1953 tot 1968 de Hochschule für Gestaltung [9] gevestigd was.

[10]

Deze hogeschool heeft een aantal ontwerpen en ontwerpers voorgebracht die streven naar eenvoud en beperkingen. Bijvoorbeeld het TC 100 servies ontworpen door Nick Roericht.

[11]

Het studie model voor het continuüm uit de workshop van Tomas Maldonado omvat het universum in eenvoud en beperking. Binnenkant en buitenkant wisselen continu. De vorm geeft beschutting en neemt tegelijkertijd het universum ademend in zich op. Geborgenheid en ontvankelijkheid ineen: een weerspiegeling van mijn beleving van de tocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[12]

Op deze tocht waren ook de wind en de maan mijn voortdurende metgezellen. Mijn kennismaking met de wind heb ik in het vorige bericht gegeven. Nu zoals beloofd, geef ik weer hoe ik de maan heb leren kennen.

Op de boerderij zijn de maanden van het jaar belangrijk. De twaalf maanden van een jaar zijn met de duim eenvoudig op een hand te tellen door met de duim langs de 12 kootjes van de vier vingers te gaan. In de buitenlucht, ’s nachts, in een spaarzaam verlichte omgeving leerde ik vanzelf de nieuwe maan, de wassende maan, de volle maan en de afnemende maan kennen. Op een heldere nacht met volle maan kon ik buiten bijna alles doen, behalve lezen: daarvoor was er net te weinig licht. Ook gaf de maan overdag een mooi beeld aan de hemel.

Door de “maan illusie kan de volle maan nabij de horizon ontzagwekkend zijn. Deze maan illusie heb ik op mijn tocht ook gezien.

[13]

Bij een heldere nacht met nieuwe maan liggend in mijn slaapzak leek ik het universum ingezogen te worden. De afstand tussen het universum en mij vervaagde: ik werd er in opgezogen.

De loop van de maan moet – naast het ritme van de zon – voor mensen levend in de buitenlucht alles bepalend en ongrijpbaar zijn geweest. Waarschijnlijk komt het woord Tao – dat letterlijk “weg of levensloop” betekent – voort uit het woord maan [14]. In het Sanskriet is een van de woorden voor maan “candra”, waarbij de “c” wordt uitgesproken als het Engelse woord “chair” en de “a” de Engelse uitspraak voor “America”. “Candra” betekent in het Sanskriet “maan, schijnend als goud, het nummer een/geheel, aangenaam of lieflijk fenomeen” [15].  Het woord in samengesteld uit “can” dat  “verheugen, tevreden met” betekent en “drâ” dat “rennen, wentelen” betekent. Het samenstel van “dra” en “va – voor wind” of “drava” betekent “rennen, vloeien, stromen, essentie”. Het samenstel van “Candra” kan worden opgevat als “de loop der dingen, de loop van de maan, de essentie van het geheel”.

In de Zen literatuur komt de maan vaak voor. Het woord Zen komt volgens de bronnen voort het woord “dhyâna” [16] dat in het Sanskriet “meditatie, gedachte, vergaande en abstracte meditatie”  betekent, Dit woord is samengesteld uit “dhî” dat onder meer “wijsheid, intelligentie, meditatie, kennis, intentie, gebed” betekent en “yâna” [17] dat “gaan, weg, koers, pad, lopen en vaartuig” betekent. Zen boeddhisme is in China ontstaan door een samensmelting van het Mahâyâna Boeddhisme en het Taoïsme.

Door mijn nadere kennismaking met de maan op mijn bedevaart tocht, is het mij opgevallen hoeveel het Chinese woord “Chan” – of in het Japans Zen – in betekenis en klank lijkt op het “can” van “candra”. Als deze overeenkomst niet toevallig is, dan kan Zen naast alle andere betekenissen ook worden gezien als “voort wentelende maan”. Deze gedachte gaf mij troost en vertrouwen op weg naar Dachau”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw bezoek aan Dachau.


[1] Zie bericht “Man Leben – op weg” van 14 oktober 2011.

[4] Zie: boek prediker

[6] Bron: Aitken, Robert, The Mind of Clover – Essays in Zen Buddhist Ethics. New York: North Point Press, 2000⁸. Pag. 31

[7] Bron: Tähtinen, Unto, Non-Violence as an Ethical Principle. Turku, Turun Yliopisto, 1964. pag. 136.

[8] Geciteerd in: Tähtinen, Unto, Non-Violence as an Ethical Principle. Turku, Turun Yliopisto, 1964. pag. 128.

[11] Uit het servies TC 100 ontworpen door Nick Roericht. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Hochschule_f%C3%BCr_Gestaltung_Ulm

[12] Model for the continuous study of the workshop of Tomas Maldonado. Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Ulm_School_of_Design

[13] Maanillusie bij volle maan boven het Parthenon in Athene. Bron afbeelding: http://apod.nasa.gov/apod/ap110320.html

[14] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993, p. 35.

[15] Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[17] Opmerking: dit woord is ook een onderdeel van het samenstel “Mahâyâna”.

Man Leben – op weg


Mit dem Tod der andern muss man leben [1]

Jij vervolgt met jouw trektocht van twee maanden:

“Aan het einde van de zomer heb ik mijn bestaan als boer opgegeven. Mijn peettante woonde nu in een appartement en de boerderij was voor verbouwing tot vakantieboerderij overgedragen aan de nieuw eigenaar. De trektocht zou gaan via Ronchamp – met de kapel Notre Dame du Haut – naar Dachau. Daar was mijn moeder in 1944 overleden waarschijnlijk aan een ziekte en uitputting tijdens het andere bewind in Duitsland.

Met een rugzak gevuld met een extra stel kleren, slaapzak, bivak zak een klein kooktoestel vertrok ik voor deze luxe tocht. Ik had ook de nodige girobetaalkaarten en mijn gezondheid was uitstekend. Bij De Plank ging ik België binnen. Na enkele kilometers passeerde ik de oorlogsbegraafplaats bij Henri Chapelle waar ongeveer 8000 soldaten [2] begraven liggen [3] die gesneuveld zijn tijdens onder meer het Ardennenoffensief.

[4]

Mijn tocht zou ik nog langs veel oorlogsbegraafplaatsen gaan, want ik liep naar Ronchamp over de Frans – Duitse taalgrens. Ik bleef op dit eerste deel van mijn tocht meestal aan de Franstalige kant, want in Zuid Limburg had ik ook net aan de Franstalige kant gewoond. Op veel stukken heb ik de GR 5 gevolgd behalve als de omweg volgens mij niet op mijn route lag.

Ik was voor twee maanden landloper, maar een luxe landloper. Tot voor kort werd mijn ritme bepaald door het werk in Amsterdam en door mijn bestaan op de boerderij. Nu zorgde het weer, de weg en de omgeving voor het ritme. Enkele honderden jaren geleden was het landschap op deze manier erg dicht bevolkt met reizigers [5].

Als wandelaar was ik nooit alleen. Bijna altijd was de wind mijn compagnon en ’s nachts bij een open hemel zorgden de maan en de sterren voor gezelschap. Aanspraak met anderen was eenvoudig. Bijna iedereen is geïnteresseerd in de tocht. De basisvragen: “Wie ben jij? Waar kom jij vandaan? Waar ga jij naar toe?”, zijn eenvoudig gesteld en op een basisniveau snel beantwoord. Maar de het antwoord op vraag “Wie ben jij?” in de volle breedte, zoeken jij en ik op onze Odyssee. Na deze voorstelronde gaan wij weer van start.

Vooral de wind en de maan heb ik op deze trektocht leren kennen. In het volgende bericht volgt mijn kennismaking met de maan. Het viel mij op dat de wind altijd aanwezig was; hij was mijn vaste medereiziger. Net zoals water het laatste is dat een vis ontdekt, heb ik de wind op deze trektocht ontdekt met de altijd bewegende lucht die voortdurend meegaat.

Later tijdens mijn studie Sanskriet leerde ik twee woorden voor wind die mijn ervaringen weergeven.

Het eerste woord voor wind in het Sanskriet is “marut” [6] dat “wind, lucht, adem, kinderen van de lucht of oceaan, wonend in het Noorden, en gouden wind” betekent. Dit woord is samengesteld uit “ma” [7] dat “van mij” betekent en “ruta” dat “geluid, luid, schreeuw, brul, hum van bijen, fluiten van vogels” betekent. Dit woord is voor mij heel bijzonder, omdat Ruth de voornaam van mijn moeder is. Zij is vernoemd naar het boek Ruth uit het Oude Testament. De naam Ruth betekent in het Sanskriet “van een man” en de uitspraak van Ruth in het boek Ruth “Waar jij ook gaat, daar zal ik gaan” wordt gebruikt in de Joodse, Katholieke en Christelijke huwelijks dienst [8]. Zoals heel mijn leven, ging op deze weg mijn moeder met mij mee.

Het tweede woord voor wind in het Sanskriet is “va” dat “wind, oceaan, water, stroom” betekent, en de werkwoord wortel “vâ” die “waaien, blazen, geven door te blazen” betekent. Afgeleiden van deze woorden zijn “vada” dat “spreken, geven wind/lucht” betekent en “vâta “ dat “wind god” betekent. De woorden “vada” en “vâta” klinken als vader of “Vater” [9] in het Duits. Met de alomtegenwoordige wind ging op deze weg – zoals mijn hele leven – mijn vader met mij mee.

De alomtegenwoordige wind – in Sanskriet “marut” en “vâta” genaamd, maar in werkelijkheid naamloos èn naam van allen en alles – maakte het voor mij mogelijk de tekst van Kaddish te zeggen. In de loop van de trektocht nam de wind de plaats in van de Bijbelse vaderfiguur die ik tot dan in de tekst van Kaddish met “Hij” en “zijn” had vereenzelvigd. Met de Bijbels vaderfiguur uit de pastorale wereld – naar wiens evenbeeld de mens geschapen zou zijn – heb ik altijd moeite gehad, maar de wind was altijd onvermijdelijk en vluchtig aanwezig. De wind werd de “Hij” en “zijn” in de tekst van de Joodse dodenherdenking. Op weg naar Ronchamp ben ik begonnen met het dagelijks noemen van deze tekst voor mijn ouders, mijn tante en peetoom.

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden
in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil.
Moge zijn koninkrijk erkend worden in uw leven en in uw dagen
en in het leven van het gehele huis van Israël,
weldra en spoedig.
Zegt nu: Amen

Moge zijn grote naam gezegend zijn nu en voor altijd.
Gezegend, geprezen, gevierd, en hoog en hoger steeds verheven
Verheerlijkt, gehuldigd en bejubeld worde de naam van de Heilige,
gezegend zij hij
hoog boven iedere zegening, elk lied,
lof en troost die op de wereld gezegd wordt.
Zegt nu: Amen

Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen

Hij die vrede maakt in zijn hoge sferen,
zal ook vrede maken voor ons en voor geheel Israël
Zegt nu: Amen [10]

Via de Ardennen, Luxemburg, Noord Frankrijk, de Vogezen met Route de Crête kwam ik in Ronchamp aan. Daar bezocht ik Notre Dame du Haute dat is ontworpen door de architect Le Corbusier. In mijn “Jaguar jaren” hadden wij in ons huis een stoel die door hem in 1928 was ontworpen.

[11]

Nu in andere omstandigheden klom ik de heuvel op naar de kapel.

[12]

[13]

In de kapel was er prachtig kleurrijk licht. In een van de torens keek ik omhoog. Zoals in zoveel kerken, wat een mooi licht van boven.

[14]

In Ronchamp schreef ik het gedicht:

De wind neemt jou mee

Vluchtig en onafwendbaar

Uit het dodenrijk

 

Hemel noch aarde

Zouden zonder jou bestaan

Opgegaan in niets.

Het volgende bericht gaat over de tocht van Ronchamp naar Dachau”, zeg jij.


[2] Zie ook het berichten “Herdenking van gevallenen” van 16 augustus 2011 en de berichten met als onderwerp “Een oorlog als geen ander” van augustus en september 2011.

[5] Zie ook: Robb, Graham, The discovery of France. London: Picador, 2007

[6] Zie: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[7] “Mama, Mâ en ma” is van mij genitivus voor “aham” dat “ik” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[9] In het Duitse woord Vater zijn de Indo-Germaanse woorden “va” en “tr” te herkennen die in het Sanskriet “wind, oceaan, water, stroom” en “tr” dat “oversteken of passeren” betekent.

[11] Bron afbeelding: http://uk.wikipedia.org/wiki/%D0%A4%D0%B0%D0%B9%D0%BB: Ngv_design,_le_corbusier_%26_charlotte_perriand,_LC-4_chaise_longue,_1928.JPG

[12] Bron afbeelding: http://fr.wikipedia.org/wiki/Fichier: Ronchamp_Notre_Dame_du_Haut_ext%C3%A9rieur_1.jpg

Man Leben – jouw studietijd


Traume soll man leben

Jij vervolgt met jouw studiejaren in Delft:

“Na het behalen van mijn middelbare school diploma ben ik met twee vrienden vier weken in Nederland, België en Frankrijk gaan kamperen. Mijn tante moedigde mij aan om te gaan studeren en op kamers te gaan; zij wilde dat ik op deze manier in de voetsporen van mijn vader kon treden. Door de wederopbouw was ik geïnteresseerd geraakt in architectuur. Ik ging in Delft bouwkunde studeren en ik vond een kleine kamer in een huis aan de Oude Delft. Ik genoot van het studenten leven, studentenvereniging, twee jaar roeien, jazz, uitstapjes naar Amsterdam, Parijs, en natuurlijk was er de architectuur. De huivering van het nieuwe: Amsterdamse school, Frank Lloyd Wright, De Nieuwe Zakelijkheid, Glasshouse.

[1]

[2]

[3]

[4]

Net na mijn 21ste verjaardag volgde een ontnuchtering. Mijn tante legde verantwoording af over haar tijd als voogd en zij droeg het nalatenschap van mijn vader en moeder aan mij over. Zij had het goed gedaan, maar het tijdsgewricht was haar niet goedgezind geweest.

Zij toonde hoe het klein basiskapitaal – dat mijn grootouders rond 1923 in Amsterdam hadden belegd – door mijn ouders in 1933 was gebruikt om een nieuwe start in Nederland te maken. Met een deel van dit geld was in Amsterdam een huis gekocht; de rest was als reserve kapitaal aangewend voor de handel. De handel was redelijk voorspoedig verlopen totdat het andere bewind uit Duitsland belemmeringen ging opwerpen. Bij de deportatie van mijn ouders naar Duitsland zijn de roerende goederen in beslag genomen of verdwenen. Hun huis is in de oorlog geconfisqueerd voor huisvesting.

De eerste post die mijn tante in 1945 kreeg bij haar terugkeer in Nederland, waren aanslagen van de Nederlandse overheid voor de belasting die tijdens de oorlog door mijn familie nog niet was betaald. Zij begreep dat de Nederlandse overheid na de oorlog alles van de grond moest opbouwen net als alles en iedereen. Mijn tante moest als erfgenaam en voogd de verplichtingen voor de overledenen en voor mij nakomen. Alle bezittingen waren vervlogen of niet toegankelijk. Het huis van mijn ouders was bewoond door andere mensen. Vele rekeningen voor onderhoud van deze voormalige woning stonden open of waren door anderen voorgeschoten. Ook het eigendomsrecht over het huis werd betwist. Door het eigendom van het huis officieel over te dragen aan nieuwe eigenaren, konden alle schulden en belastingaanslagen net worden voldaan.

Gelukkig kreeg mijn tante een betrekking bij een handelskantoor waardoor zij een nieuw bestaan kon opbouwen. Vanuit deze basis had zij toegang kunnen krijgen tot het andere klein basiskapitaal dat mijn grootouders in Zwitserland hadden ondergebracht. Met dit basiskapitaal kon zij mijn onderhoud en studie bekostigen. Zij wenste dat ik een goede tijd studietijd zou hebben en ik genoot van de zorgeloze eerste twee jaren van mijn studie.

Een wens van mijn tante heb ik pas veel later – nadat ik 50 jaar was geworden – kunnen invullen. Zij vroeg mij om mijn vader en moeder te eren niet alleen met mijn leven zoals ik voor mijn volwassenheid had gedaan, maar ook te eren met een dodenherdenking. Ik dacht eerst aan “Dies Irae” [5] – of de “Dag van Toorn” – als herdenking van het noodlot en verschrikkingen die mijn vader en moeder in de oorlog hadden getroffen. Het verzoek van mijn tante ging verder: zij vroeg mij – wanneer ik daar rijp voor was – om mijn ouders te eren volgens de Joodse dodenherdenking Kaddish [6] met de openingstekst: “U zij geprezen en heilig is uw naam in de wereld gemaakt naar uw wil”. Deze tekst lijkt sterk op het Christelijk equivalent “U zij de glorie” [7]. Veel later was ik eindelijk rijp en nederig om deze teksten een heel jaar lang te zeggen en daarmee de wens van mijn tante te vervullen. Ik kon daar pas mee beginnen nadat een monnik in een klooster zag dat ik veel moeite had met buigen. “Weet jij voor wie jij buigt?”, vroeg hij. Ik antwoordde dat ik moeite had om op deze manier God te eren. Daarop zei de monnik: “De buigingen zijn buigingen voor jezelf”. Dit antwoord drong jaren later pas tot mij door.

Na deze ontnuchtering volgend op de vrolijke eerste twee jaar studie, heb ik vier jaren later mijn ingenieursdiploma behaald. Mijn afstudeerwerk had betrekking op utiliteitsbouw: redelijk tot goed werk, maar het niveau van de beste architecten was mij niet gegeven,” zei jij.

[8]

“De rijpheid en nederigheid heb ik nog niet. Ik zit nog vol opstand”, zeg ik.

“Het heeft mij veel moeite gekost om dit te bereiken”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw vruchtbare jaren in de samenleving.

 

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[8] Ketelhuis bij de Rotterdamseweg in Delft. Dit ketelhuis is een voorbeeld van de nieuwe zakelijkheid. Het ontwerp is van het architectenbureau van den Broek en Bakema – zie ook: http://www.broekbakema.nl/ Bron afbeelding: Screenprint uit Google maps.