Tagarchief: Karel de Grote

Emo van Bloemhof – globetrotter uit de 13e eeuw


Carla, Man en Narrator zitten voor hun avondmaaltijd in een eetcafé in Amsterdam.

“Het was goed om vanmiddag onze zoektocht voort te zetten in Amsterdam met twee preken in steen. Jij wilde ons vanavond een korte beschrijving geven van Emo”, zegt Man.

“Jouw opmaat tot intensiteiten en associaties was indrukwekkend in bondigheid en veelzijdigheid”, zegt Carla.

“Ik dank jullie voor dit compliment. Het levensverhaal van Emo van Bloemhof – priester, theoloog, geleerde en abt in de 13e eeuw – laat een mooi contrast èn een overeenkomst zien met de veranderingen tijdens de Reformatie in Holland in de 16e eeuw. Zijn levensloop vertoont tegelijkertijd een grote gelijkenis èn een onoverbrugbare breuk met de predikanten, geleerden en protestanten na de Reformatie.

Emo van Bloemhof – in Duitsland bekend als Emo van Wittewierum en in Engeland als Emo van Friesland – is rond 1175 n. Chr. in de buurt van Groningen geboren als zoon binnen een familie die behoorde tot de bovenlaag van de Ommelanden rond Groningen. Deze Ommelanden waren indertijd onderdeel van Friesland, maar de stad Groningen en de gebieden ten westen van de stad hoorden bij het Bisdom van Utrecht; alles ten noorden en oosten van de stad Groningen hoorden bij het Bisdom van Münster [1]. Deze scheiding is ontstaan doordat de gebieden gekerstend door Bonifatius [2] – in de achtste eeuw na Chr. werkend vanuit het Bisdom Utrecht – tot het Bisdom van Utrecht zijn gaan behoren. Bonifatius bekeerde deze gebieden door in het Oudfries in plaats van in het Latijn tot de bewoners te preken. De gebieden die door Liudger [3] – de opvolger van Bonifatius en later eerste bisschop van het Bisdom van Münster – in opdracht van Karel de Grote werden bekeerd, zijn tot het Bisdom van Münster gaan behoren. De scheiding tussen de kerkelijke macht en de wereldse macht waren in die tijd meestal virtueel.

Emo bezocht de school van een Benedictijner klooster in de Ommelanden waarna hij kerkrecht aan de Universiteiten van Parijs studeerde. In 1190 was hij de eerste buitenlandse student aan de Universiteit van Oxford. Vervolgens bezocht hij ook de Universiteit van Orléans in Frankrijk [4]. Wij kunnen alleen vermoeden op welke manier hij de studiereizen heeft gemaakt; waarschijnlijk heeft hij over land te voet gereisd – waarbij hij meestal bij geestelijken of in kloosters heeft overnacht – en een deel van de reis naar Engeland is per boot gemaakt. Tijdens zijn studie heeft hij vooral gebruik gemaakt van het Middeleeuws Kerklatijn, aangevuld met Middeleeuws Engels – het Oudfries was verwant aan het Oudengels – en gebrekkig Frans voor dagelijks contact met de lokale bevolking in Frankrijk.

Na zijn studie werd hij rond 1200 leraar schoolmeester in Noord Groningen en vervolgens pastoor in Huizinge.

Kerk in Huizinge[5]

In 1208 trad Emo toe tot het klooster van zijn neef Emo van Romerswerf. Dit klooster sloot zich in 1209 aan bij de – een kleine honderd jaar eerder gestichte – orde van Premonstratenzer of Norbertijnen [6]. Door een schenking van de kerk van Wierum (Wittewierum) stichtte Emo daar het mannenklooster Bloemhof. De schenking van de kerk – gelegen in de Noordoostelijke Ommelanden – werd teruggedraaid door de Bisschop van Münster, omdat de Bisschop bezorgd was over de sterke opkomst van de verschillende kloosterorden (Norbertijnen, Cisterciënzers) in Friesland en Groningen met een zelfstandig gezag van de kloosterorde buiten de wereldse geestelijke macht. Emo – met zijn kennis van kerkrecht – trotseerde het besluit van de bisschop en reisde in 1211-1212 naar Rome om de beslissing van de bisschop bij Paus Innocentius III ter discussie te stellen.

In 1213 kon het klooster onder de naam Hortus Floridus officieel gesticht worden; hieruit mag worden opgemaakt dat Paus Innocentius III heeft ingestemd met de schenking van de wereldse kerk van Wierum aan het klooster. Abdijkerk Hortus Floridus Wttewierum[7]

In 1219 was Emo getuige van de Marcellusvloed die 36.000 slachtoffers maakte en een hongersnood tot gevolg had [8]. Het klooster is geplaatst op een terp, waarschijnlijk is hierdoor de schade aan het klooster beperkt gebleven; ook in die tijd wisten de rijke boeren en de geestelijken in Noord Groningen waar zij hun boerderijen en kloosters moesten vestigen.

Wij kennen de levensloop van Emo – en daarmee een deel van het leven van de Ommelanden in relatie tot de wereld van de dertiende eeuw na Chr. – zo gedetailleerd, omdat Emo is begonnen met de bewaard gebleven “Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum [9].

Het grote verval van de invloed van de kloosterorden in Friesland en Groningen – en ook in Engeland – begon met de opkomst van de Reformatie in 1521 na Chr. Met deze Reformatie werd het gezag, de kennis en de invloed van de kloosters en de kerk met haar eeuwen oude gebruiken en gewoonten getrotseerd, net zoals Emo – met zijn kennis van kerkrecht als geletterd man – drie eeuwen eerder het gezag van de bisschop van Münster had getrotseerd om zijn leven en werk gestalte te kunnen geven in het Klooster Bloemhof.

De onoverbrugbare kloof tussen het denkraam van Emo in de dertiende eeuw en de denkkaders tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw blijkt uit de wijze waarop het gelijk aan hun kant wordt gezocht bij verschil van inzicht. Emo heeft in zijn eigengereidheid het gelijk aan zijn zijde gezocht – en waarschijnlijk gekregen – door zijn dispuut met de bisschop van Münster voor te leggen aan Paus Innocentius III.  Om een indruk te geven van de reikwijdte van de wereldse macht van paus Innocentius III: hij heeft de Katharen bestreden; hij excommuniceerde de Engelse koning Jan zonder Land; hij dwong de Franse koning Filips II Augustus zijn vrouw Ingeborg – van wie hij gescheiden was – weer terug te nemen; hij slaagde er in de Duitse keizer Otto IV te laten afzetten [10].

Paus Innocent III[11]

De Protestanten hebben in hun eigengereidheid tijdens de Reformatie vele afwijkende leerstelling verkondigd die ook door vele Katholieken zijn nagezegd. De Protestanten werden niet door hun afwijkende leerstellingen een schisma ingetrokken of geduwd, maar door hun koppig vasthouden aan de afwijkende leerstellingen. De oorzaak van hun scheiding was de weigering van Protestanten om hun woorden terug te nemen “tenzij door de Schrift – die Protestanten zelfstandig binnen de eigen geloofsgemeenschap bestudeerden – en door zuivere rede overtuigd” [12]. Waar Emo en de Bisschop van Münster het oordeel van de Paus en de Katholieke kerk volgden, vertrouwden de Protestanten alleen het oordeel van de Schrift en de eigen zuivere rede.

In de Nederlanden werden de Protestanten door hun koppig vasthouden aan afwijkende kerkelijke leerstellingen in een opstand getrokken of geduwd met Koning Philips II die in koppigheid en vroomheid niet onderdeed voor de Protestanten [13], die zeker zoveel geschilpunten had met de Katholieke kerk, die streed met en tegen de Paus van Rome [14] zoals een goed werelds vorst in die tijd betaamde, maar die zich uiteindelijk plooide binnen de Katholieke leerstellingen en gebruiken.

Mede door de onderling verschillende standpunten in geloofszaken, besloten de Protestanten in Holland onder invloed van de “zuivere rede” – waarbij in Holland de handelsgeest niet uit het oog werd verloren – tot een verstandshuwelijk tussen Kerk en Staat [15]. Uit dit verstandshuwelijk van Kerk en Staat ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden [16] als eerste Republiek in de wereldgeschiedenis. Morgen bij ons bezoek aan de Oude Kerk meer over de aanzet tot de Reformatie”, zegt Narrator.

“Tijdens jouw beschrijving van het leven van Emo en jouw uitleg van de kloof tussen het referentiekader van Emo voor het effenen van Geloofskwesties met het referentiekader van de Protestanten ruim drie eeuwen later, moest ik denken aan een passage die ik vanmiddag in de boekhandel “Au Bout du Monde” aan de Singel heb gelezen. Vrij weergegeven:

Yunmen [17] – een Chinese zenmeester uit de tiende eeuw na Chr. vraagt aan zijn leerlingen: “Elk en ieder mens belichaamt het stralende licht. Als jij het probeert te zien, dan is het volkomen onzichtbaar. Wat is ieders stralend licht?”

Geen van de aanwezigen antwoordt.

Yunmen antwoordt voor hen: “De hal van de monniken, de kerkruimte, de keuken, en de kloosterpoort”

Yunmen klooster in China[18]

Als toelichting stond bij dit Boeddhistisch vraagstuk: “Het is niet het antwoord van Yunmen persoonlijk, maar elk en ieders licht vormt dit antwoord” en “De gehele mensheid belichaamt het stralende licht” en “Weet dat het stralende licht dat elk en ieder mens belichaamt, elk en ieder mens is dat bestaat” en “Zelf als de kerkruimte, de keuken en de kloosterpoort de voorouders van Buddha zijn, dan kunnen deze niet voorkomen ieder en elk mens te zijn[19]. Vanuit de optiek van Indra’s Net is dit een eenvoudig vraagstuk, maar in het leven van alledag is het lastig om het licht in de ogen van de ander te aanvaarden”, zegt Man.

“In tijden van opstand tegen (vermeend?) onrecht – in de samenleving of bij geloofskwesties – wordt een situatie die eerder als volkomen normaal werd ervaren, nu als een groot onrecht gezien. In de Herfsttij van de Middeleeuwen leefde Holland volgens het ritme van de Katholieke kerk, maar met de opkomst van de boekdrukkunst waardoor geletterde mensen zelfstandig kennis en andere gebruiken gingen bestuderen, paste het gedachteloos volgen van de oude gebruiken en het geloof volgens het beeldverhaal van de toenmalige Katholieke kerk niet meer. Het stralende licht was veranderd tijdens de Reformatie. Is het stralende licht verandert omdat de mensheid is veranderd tijdens de Reformatie? Of is het stralende licht zo veelomvattend dat het ook elk onrecht kan bevatten? Ik denk het laatste, maar het is voor mij moeilijk te aanvaarden”, zegt Carla.

“Is het stralende licht net als de goden gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg, of kan het stralende licht zich deels of geheel onttrekken aan deze wet? Misschien wel allebei. Zullen wij nog een biertje drinken voordat wij de rekening vragen?”, zegt Narrator.

“Ik graag een Belgisch Tripel Trappistenbier omdat dit bier het licht zo mooi filtert”, zeg Man.

“Voor mij graag een Gulpener pils als herinnering aan het licht van mijn onbevangen jeugd”, zegt Carla.

“Ik trakteer van de opbrengst van het optreden bij Centraal Station vanmiddag”, zegt Narrator.


[1] Bron: Boer, Dick E.H. de, Emo’s reis – Een historisch culturele ontdekkingsreis door Europa in 1212, Leeuwarden: Uitgeverij Noordboek, 2011, p. 11

[5] Afbeelding van de huidige St. Janskerk uit de dertiende eeuw op de plaats waar de eerdere kerk heeft gestaan waar Emo van Bloemhof in de twaalfde eeuw pastoor was. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Huizinge

[7] Afbeelding van de voormalige abdijkerk van het klooster Hortus Floridus in Wittewierum rond 1600. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Emo_von_Wittewierum

[9] Deze kroniek is te lezen via de volgende hyperlink: http://www.dmgh.de/de/fs1/object/display/bsb00000886_00464.html

[12] Bron: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 108.

[13] Zie ook: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 98 en Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 18 – 19

[15] Zie ook: en Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 414

[18] Huidige Yunmenklooster in China. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Yunmen_Wenyan

[19] Bron: Tanahashi, Kazuaki ed., Treasury of the true dharma eye – Zen Master Dogen’s Shobo Genzo. Boston: Shambhala, 2012, p. 419 – 420

Advertenties

Inleiding: Drie – Object in het midden – Kerk 2


Bij onze zoektocht naar de kerk [1] als “object in het midden” maken wij een uitstap van een kleine 10 kilometer. Jij en ik beginnen in de – meer dan duizend jaar oude – Dom van Aken en gaan in de tijd vooruit via de dorpskerk in Wahlwiller naar de recent gebouwde kerk in de abdij Benedictusberg te Mamelis bij Lemiers. Tegelijkertijd is deze uitstap een weg terug in de tijd van de hedendaagse stad Aken, via de dorpsgemeenschap van 50 jaar geleden naar het kloosterleven van vele eeuwen geleden.

“Op dit uitstapje reizen wij door de tijd als de hoofdpersonen in het boek “Arthur, Koning voor eens en altijd” van Terence White. Kay en De Wart gaan vooruit en Merlijn gaat terug in de tijd.”: zeg jij.

“Als Merlijn onze Odyssee in de tijd terug volgt, dan staat hem een onmogelijke opgave te wachten bij de overgang van Twee naar Een. Hij mag dan een oneindig aantal fragmenten bij elkaar voegen om weer tot een geheel te komen. Misschien heeft Merlijn een kans.”: zeg ik.

“Dat is onmogelijk. Een versplinterde schaal is niet meer te herstellen. Ik weet niet wat wij nog kunnen verwachten op onze Odyssee. De overgang naar Nul is ook een onmogelijke verandering. Laten wij eerst de Dom bekijken.”: zeg jij.

Wij kijken naar het licht in de koepel. Terwijl ik naar de bogen kijk, bedenk ik dat Karel de Grote hevig heeft gevochten met de Moren. Maar in dit huis van God dat is voortgekomen uit de hofkerk van Karel de Grote, komen de vorm en de kleurstelling van de bogen erg overeen met de bogen in de moskee in Cordoba.

Wij kijken naar het altaar. Een groep Duitsers komt achter ons staan en begint te zingen:

“Plorate, Filii Israel. Plorate, omnes Virgines, et Filiam Jephte unigenitiam in Carmine doloris lamentamini. ”[2][3][4]  

“Een vreselijk offer brengt Jephte voor zijn overwinning. Zijn dochter houdt hem aan zijn belofte aan God waarmee zij haar eigen noodlot volkomen aanvaardt.”: zeg jij.

“In die tijd hielden vrouwen hun mannen aan hun beloften[5]. Zullen Jephte en zijn dochter herrijzen door het volgen van deze belofte aan God waarmee zij hun noodlot aanvaarden? ”: vraag ik.

“Weet ik niet. Laten wij het hopen. Ik hoop dat alle mensen die hun lot ondergaan herrijzen. Het licht in de kerk geeft hoop.”: zeg jij.

De zon breekt door. In de koepel schijnt het licht en rond het altaar ontstaat een gouden gloed. De Dom toont zich in haar glorie. “Het licht geeft hoop”,: zeg ik.

[6]

Wij gaan naar Wahwiller via de weg langs het Academisch ziekenhuis, de Technische Hochschule en de grenspost bij Vaals. Na enkele kilometers zien wij rechts de abdij Benedictusberg bij Lemiers, onze derde bestemming vandaag. Even later verlaten wij de grote weg en rijden het dorp Wahlwiller binnen. Wij komen om het werk van Aad de Haas [7] in de Sint Cunibertuskerk te bewonderen. De  kleurstelling en de kruiswegstaties in deze kerk zijn uitzonderlijk. De schilderingen zijn in 1947 veel te gewaagd voor de Katholieke kerk. Na ruim dertig jaar mogen de schilderingen van de kruiswegstaties weer in de kerk terug keren.

[8]

Wij gaan de kerk binnen en ook hier weer een gouden gloed. “Mensen tonen het licht van hun omgeving. Het hoofdaltaar in de Storkyrkan op Gamla Stan in Stockholm bestaat uit zilver op donker ebbenhout. Dit geeft het felle voorjaarslicht in de noordelijke landen weer.”, zeg jij.

[9]

“Het licht in Zuid Limburg is veel zachter, vandaar deze gouden gloed. De vijftiende statie met de herrijzenis – aanvullend op de klassieke 14 staties – is prachtig. Dit schilderij zou eigenlijk gericht naar het Oosten achter het altaar moeten hangen.”: zeg ik.

[10][11]

“Deze afbeelding van de herrijzenis past bij de paastekst: “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf, maar als zij sterft brengt zij rijke vruchten voort.”[12]. Bij de herrijzenis denk ik ook aan een opstanding uit een tabernakel. Een tabernakel is vooral leeg om ruimte te bieden aan de herrijzenis. Boven de ark is de ruimte bestemd voor Jahweh ook leeg.”: zeg jij.

“Hemel en aarde overstijgen; alleen in de leegte kunnen de zonnestralen zo mooi in deze kerk schijnen.”: zeg ik.

Wij nemen de weg terug richting Lemiers. Aan het begin van de oprit naar de abdij Benedictusberg lees jij dat wij ons kunnen aansluiten bij een van de gebedsdiensten. Wij bekijken eerst de foto’s van de kerk[13].

“Het lijkt de binnenkant van een heiligdom. Bij deze absolute schoonheid van maatvoering en indeling van de ruimte zijn geen afbeeldingen meer nodig.”: zeg jij.

“Aan de ene kant heel eigentijds en tegelijkertijd tijdloos. Modern en ook de allereerste kerk. Het lijkt of de tijd geen invloed heeft op deze ruimte. Wat een mooi licht van boven.”: zeg ik.

[14]

“Laten wij de Vespers [15] bijwonen”, zeg jij.

“Goed”, zeg ik.

Het volgende bericht gaat verder over bezinningsruimten als “object in het midden”.


[1] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[2] Bron: Oratorio van Carissimi, Giacomo (1605-1674), Jephte

[3] “Huilt, kinderen van Israel. Huilt, alle jonge vrouwen, voor de enige dochter van Jephte huilt met treurgezangen.”

[4] Zie ook: Oude Testament, Richteren hoofdstuk 11.

[5] Zie ook: McGrath, Kevin, STRῙ women in Epic Mahâbhârata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009

[9] Bron afbeelding: http://www.tripadvisor.com

[11] Volledig overzicht van kruiswegstaties kerk Wahlwiller: http://home.kpn.nl/dreumpie/w/index_copy(1).htm

[12] Zie ook: Nieuwe Testament, Johannes 12: 24

[13] Ontwerp door de Benedictijner monnik Dom van der Laan. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hans_van_der_Laan_(architect)

[15] Avondgebed aan het einde van de middag.

Inleiding: Drie – Persoon in het midden


Tijdens onze derde rustplaats op onze Odyssee hebben jij en ik eerst de Trito mythe en de vee-cyclus ontmoet. Deze mythen – voorzien van rituelen – zijn een eerste vorm van herstel van vertrouwen tussen de goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling. Vee is hier een metafoor voor onderling vertrouwen; een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

Na de eerste allesomvattende scheiding tussen aarde en lucht is alles in ontelbaar veel delen uiteengevallen. Hierna is een eerste ordening ontstaan, waarna er een begin is gemaakt met een creatief proces door een eerste duiding geven en een eerste zin te ontlenen aan de eerste ordening.

Jij en ik blijven gescheiden van het volkomen al en een, dat waarschijnlijk verdwenen is bij de scheiding van aarde en lucht. Of is het volkomen al en een op de achtergrond nog steeds aanwezig? Wij weten het niet, maar wij gaan dit op onze Odyssee onderzoeken.

Bij de Trito mythe over het ontstaan van de wereld hebben jij en ik al kennis gemaakt met de goden: Manu schept met hulp van de goden uit de delen van Twin de wereld. In deze mythe zijn de Goden voor Manu noodzakelijk om de wereld te scheppen. Wie zijn deze goden? Jij en ik weten het niet. Zijn er meer goden of is er slechts een god? Wij weten het niet; elke samenleving heeft hier verschillende antwoorden op gegeven. Is er een wereld mogelijk zonder goden? Wij weten het niet. Zijn de goden onderdeel van het volkomen al en een? Wij weten het niet. Maar jij en ik gaan het later op onze Odyssee onderzoeken. Laten wij voorlopig aanvaarden dat de goden aanwezig zijn. Voorlopig zijn zij noodzakelijk om de wereld te scheppen en te onderhouden.

Na het ontstaan van de wereld geven de luchtgoden vee aan Trito. Na hulp van de stormgoden bij zijn avonturen met de driekoppige slang, offert hij vee aan de luchtgoden om het wederzijdse vertrouwen te herstellen en te bestendigen.

[1]

Tijdens de vee-cyclus offeren priesters vee aan de goden om het vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling te herstellen en te bestendigen.

Volgens deze eerste mythen zien jij en ik dat in de Proto-Indo-Europese wereld de goden noodzakelijk zijn om de wereld te laten ontstaan en te onderhouden. Het vertrouwen en de hulp van de goden is voor deze mensen van levensbelang. Hoe de mensen in deze de Proto-Indo-Europese wereld in het dagelijks leven tegen de goden aankijken, weten wij niet. Wel zijn er in deze samenleving al spoedig mensen opgestaan die de verbindingen tussen de leefwereld van de mensen en de goden tot stand brengen en in stand houden.

De voorlopers van de mensen die niet meer in staat zijn te leven zonder een verbinding tussen mensen en goden, zijn wij in de beide mythen al tegen gekomen.

De priesters [6] krijgen een rol om door rituelen en rookoffers de verbinding tussen de luchtgoden, de wereld en de mensen te vestigen en te onderhouden. Deze verbinding is van het allergrootste belang om het ritme van het leven en de voortgang van het leven in stand te houden. Ook geeft deze verbinding die in stand wordt gehouden door de priesters, in de voor-wetenschappelijke tijd een eerste antwoord op de vragen waar de mensheid vandaan komt, waartoe zij op de aarde zijn en welke toekomst hen wacht. In de katholieke kerk verwerft de paus een rol van pontifex maximus – of de grote bruggenbouwer – tussen hemel en aarde. In deze kerk is de paus – als eerste onder zijn gelijken – de “persoon in het midden” die de verbinding tussen hemel en aarde en/of tussen God en de mensheid te onderhoudt.

[2]

De krijgers – en na verloop van tijd hun voormannen in de vorm van keizer, koning of generaal – verkrijgen de rol om door veroveringen en krijgshandelingen (met bijbehorende rituelen en gebruiken) de ordening in de samenleving te vestigen en te bestendigen. Later als vertegenwoordiger van de goden reguleren zij de gang van zaken in de samenleving op aarde. Voor de aardse zaken gaan zij steeds nadrukkelijker als vertegenwoordiger van de goden optreden. In deze vorm zijn zij een “persoon in het midden” geworden tussen het volkomen al en een aan de ene kant en de samenleving en de mens aan de andere kant. Zonder deze persoon in het midden houdt volgens deze denkwijze de samenleving op te bestaan: Romeinse legioensoldaten vervallen in wanhoop – hun volledige bestaan op aarde valt weg – als een generaal van een legioen dreigt het legioen aan zijn lot over te laten [3].

[4]

De ordening tussen priesters en krijgers – of tussen kerk en staat – is meestal aan spanningen onderhevig. De hiërarchie tussen beide rollen heeft geregeld gewisseld. Soms is er een balans opgetreden doordat de paus de keizer kroont opdat de profane rol van de keizer door een ritueel van de pontifex maximus een sacrale erkenning verwerft, waarbij tegelijkertijd de rol van de paus – als bruggenbouwer tussen hemel en aarde – wordt bestendigd.

[5]

Het volgende bericht gaat over “het object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Clouds JvL

[2] Paus Gregorius I

[3] Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome (2003)

[4] Karel de Grote

[5] Kroning tot keizer van Karel de Grote door paus Leo III

[6] In het Sanskriet betekent √pṛ: “in staat zijn, te voorschijn brengen”; Ish: “heersen, god”; en √tṛ: “oversteken”