Tagarchief: Katholiek

Man Leben – interview 2


In het vorige bericht is het eerste deel van het interview over de beschrijving van jouw leven weergegeven. Nu ga ik verder met enkele vragen over de verhuizing van Zuid Limburg naar Rotterdam.

“Jij bent met jouw tante op 12 jarige leeftijd in de buurt van Rotterdam gaan wonen en daar ben jij naar het Gymnasium gegaan. Hoe was deze verandering?”, vraag ik.

“In Zuid Limburg heb ik waarschijnlijk de mooiste jaren in mijn leven gehad. Ik heb mij daar volkomen thuis gevoeld, hoewel ik eerst een buitenbeentje ben geweest. Eerst heb ik de plaatselijke taal en de gebruiken niet begrepen, maar na een jaar was alles duidelijk en kon ik het dialect vloeiend spreken. Bij Rotterdam is alles weer volkomen vreemd geweest. Ik ben in een Hollandse en Christelijke omgeving gaan wonen met een Limburgse tongval, Katholieke gewoonten en een Joodse achtergrond: allen uitzonderlijk. Het scheldwoord voor katholiek is “paap”; “dit woord betekent in het Sanskriet “verkeerd, slecht, schuldig” [1]. De eerste jaren heb ik het moeilijk gehad om mij aan te passen. Gelukkig werd ik op school in de klas geaccepteerd. Mijn tante heeft het ook lastig gehad: zij moest in een moeilijke omgeving het vorige bestaan afronden: de bezittingen, de belasting en de financiën verdienden aandacht. En een nieuw bestaan moest worden opgebouwd. Zij had het geluk dat zij via verre familie een goede betrekking kon krijgen bij een handelsfirma. Ik heb wel eens gedacht dat zij zonder mij naar Amerika zou zijn geëmigreerd; zij heeft dat zelf nooit verteld”, zeg jij.

 [2]

“Jij hebt gezegd dat het kleine kapitaal dat jouw grootvader rond 1924 in Zwitserland had ondergebracht, erg behulpzaam was”, zeg ik.

“Dat heb ik later begrepen toen ik 21 jaar oud was. Voordat mijn tante naar Zuid Limburg is gekomen, heeft ze in Zwitserland een bezoek gebracht aan de bank waar mijn opa de rekening in 1924 heeft geopend. Deze rekening is buiten het zicht van de anderen – dus ook van de overheden in Duitsland en Nederland gebleven. Dit is een klein deel van mijn hoogmoed geweest: in die tijd voor mij heel begrijpelijk. Met dit kleine kapitaal is mijn studie en een deel van de aanschaf van de woningen voor ons gezin betaald. Later, toen ons gezin uiteen was gevallen, heb ik van de verkoop van onze woning een soortgelijke rekening voor mijn kinderen geopend voor moeilijke tijden”, zeg jij.

[3]

“In die tijd was het voor de overheden geld buiten de boeken”, zeg ik.

“Klopt. Het was een andere tijd: de overheden werden door onze familie niet als erg betrouwbaar ervaren. Het was verstandig om wat achter de hand te hebben. Later, nadat ik tijdens mijn trektocht naar Dachau op de wind en de maan ben gaan vertrouwen, ben ik de ijdelheid van kapitaal gaan zien. Ik zag toen de volledige betekenis van het tweede gebod: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”. Ik ben gaan inzien dat geld een metafoor is voor vertrouwen. Op het Al en Een – vluchtig als de wind en veranderlijk als water – ben ik gaan vertrouwen; mijn weg wordt daarna beschenen door de Maan. Geld is soms een handig ruilmiddel op aarde, maar een ballast op de eeuwige weg”, zeg jij.

In het volgende bericht volgen enkele vragen over liefde.


[1] Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Man Leben – Zuid Limburg


Die Zeit die man leben nennt [1]

Tot het einde van 1941 heb jij als een Amsterdamse jongen de vroege jeugd in Amsterdam doorgebracht.

[2]

Geen bestaand mens en plaats heeft model gestaan voor een van de hoofdpersonen en plaatsen. Hun namen zouden ook Alleman, Iederman en Overal kunnen zijn. Net voor jouw achtste verjaardag heb jij afscheid moeten nemen van jouw ouders. Na een nacht logeren bij jouw tante, ben jij via enkele tussenstations met de nieuwe naam Hermanus Maria Jacobus Leben – roepnaam Man – als katholieke jongen op een boerderij in Zuid – Limburg aangeland.

Jij bent op jouw achtste verjaardag in een land terecht gekomen waar een taal zover reikt als tot waar je kunt kijken [3]. Door dit land zijn zoveel vreemde legers getrokken dat het nieuwe bewind uit Duitsland geen schokkende verandering bracht. Maar met de wijze waarop men er leeft en wie er mag leven, daar heeft de Pruusj – of Duitser –  en de Hollander niets mee te maken. In 1942 is het leven verder gegaan zoals het al vele duizenden jaren verder gaat.

Jij gaat verder met jouw lagere schooljaren:

“Een lange reis te voet, achter op de fiets, per trein en met paard en wagen is gevolgd toen ik bij mijn tante vertrok. Een aantal nachten heb ik bij verschillende mensen gelogeerd. Tussendoor ben ik Katholiek gedoopt en ik heb een nieuwe naam gekregen. Deze naam gebruik ik nog steeds. Aan het einde van de reis ben ik net voor het vallen van de avond in een andere wereld terecht gekomen; een boerderij in de omgeving van Valkenburg aan de Geul [4]. Ik kon niemand verstaan. De boerderij leek op een kasteel omringd met muren en de gebouwen roken anders dan alles wat ik gewend was. De boer en boerin – die mij (tijdelijk) als peetoom en peettante hadden geadopteerd – en de knechten waren gastvrij. Eerst kreeg ik avondeten, brood, veel lekker beleg. Ik was moe en ben snel in slaap gevallen in een vreemde slaapkamer. De volgende morgen begon het ritme van de boerderij, kerk en school: eerst helpen met het melken van de koeien, mee naar de kerk – een vreemde wereld – ontbijten en dan naar school. De pastoor heeft mij in de klas voorgesteld. Vreemde blikken; ik kon niemand verstaan. Na school helpen op de boerderij. Later ook spelen met klasgenoten. Op school bleef ik een buitenbeentje: ik kon veel te goed leren.

[5]

Na de periode van gewenning is dit de mooiste tijd uit mijn leven geweest. Alles was stabiel tussen mijn achtste en twaalfde jaar. In die tijd ben ik gaan wennen aan de seizoenen, de verandering van het licht en de ritmiek van de natuur. Ik draag nog altijd de veldbloemen met mij mee, de kerk met de processies door de velden, en het goud gele licht uit die tijd.

[6]

Al snel mocht ik net als alle kinderen van school, gaan biechten. Ik probeerde als een van de laatsten aan de beurt te zijn. Nadat enkele klasgenoten aan de beurt waren geweest, ging het deurtje van de pastoor open, hij deed kwaad het deurtje van een brutale jongen open, en na enkele kletsende draaien om de oren – in een boeren omgeving deed dat geen pijn – mocht hij zijn boetedoening verrichten. Ik had eigenlijk geen zonden, maar ik besloot een paar kleine zonden te verzinnen; mijn eerste afwijking van het rechte pad – later volgenden er meer.

Op 10 jarige leeftijd ben ik onverwachts verliefd geworden op een meisje in het dorp. Het leek of de bliksem insloeg, zo heftig en onverwachts; ik zag alleen een witte gloed. Daarna was het leven anders met extra gevoelens en zorgen erbij. Niemand heeft hier ooit van geweten.

Nooit meer heb ik later zo onbevangen meegeholpen op de akkers bij het ploegen, eggen en zaaien. De geur van vers omgeploegde aarde rook nog alleen naar groei en bloei. Nadat ik uit Zuid Limburg ben vertrokken is hierbij ook nog een droeve geur bij gekomen [7].

Tussendoor is in september 1944 het andere bewind afkomstig uit Duitsland verdreven uit Zuid Limburg zonder enige schermutselingen in ons buurtschap. In de buurt van Aken, in de Ardennen en in Noord Limburg is wel hevig gevochten. Er arriveerde een nieuw bewind uit het Westen met eerst de spanning van de verandering en later de gewenning; het leven hernam zijn ritme.

In de zomer van 1946 is mijn tante gekomen. Met haar ben ik verhuisd naar een dorp in de buurt van Rotterdam. Ik ging van een omgeving die volkomen Katholiek is naar een plaats die doordrenkt was van een innerlijk geloof en schuldgevoel met een harde “G” en scherpe “S”. Als ik terugkijk is deze verhuizing naast het krijgen van kinderen de grootste verandering in mijn leven”, zeg jij.

“De veranderingen zullen  grote schokken zijn geweest”, zeg ik.

“In Limburg kwam het zoals het kwam, het was zoals het was en het ging zoals het ging; niet anders. De verliefdheid, dat was wel een verandering. Daarna was het leven niet meer hetzelfde, niet meer zorgeloos zoals daarvoor. Ik heb er een heel goede tijd gehad. Rond 1975 heb ik nog een kleine twee jaar op dezelfde boerderij gewoond: weer een goede tijd. De schokkende zaken kwamen pas toen ik weer in Holland ging wonen”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw middelbare school jaren in de buurt van Rotterdam.

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[3] In Frankrijk reikte de grens van een taal tot de tijd van Napoleon niet verder dan tot waar men kon kijken. Zie:  Robb, Graham, The discovery of France. London: Picador, 2007

[4] Geen bestaande boerderij of plaats in de buurt van Valkenburg heeft model gestaan voor dit bericht.

[5] Voorbeelden van boerderijen in Zuid Limburg. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Houtemstgerlach.jpg

[7] Denk aan de titel van Pavese, Cesar, La terra e la morte.