Tagarchief: Kenia

Narrator – masker van een idool


In de omgekeerde wereld van Amsterdam had ik de verschijningsvorm van een idool aangenomen. Ineens was ik overal meer dan welkom; ik werd gevraagd bij voorstellingen en voor feesten. Iedereen wilde met mij gezien worden of in mijn omgeving zijn. Voor anderen mensen leek ik een goddelijk aureool met mij mee te dragen. In mijn nabijheid ervoeren vreemden zich opgenomen in een hemelse gloed. Zij allen droomden dat ik de toegangspoort tot de hemel bezat [1].

[2]

Nieuwe minnaars waanden zich bij mij in een buitenaardse ruimtereis, verbonden met het universum of opgenomen in droomwereld mooier dan het leven. Ik was voor hen de verbinding tot een altijddurend paradijs.

[3]

In mijn weelde verscheen opnieuw een Godin – weer een witte [4] Citroën DS – waarmee ik zoevend over de wegen – net als de leidsman Kṛṣṇa [5] in de Bhagavad Gita [6] – de glorie verwezenlijkte [7]. Als idool en middelpunt moedigde ik aan, ik stuurde en ik gaf vorm aan de wereld om mij heen; ik vormde het oog van een cycloon – even leeg, tijdelijk en verstild van binnen.

Idolatrie

Vergankelijk in een zucht

Gezien in de zon

“Schoonheid is een verschrikkelijk en beangstigend ding. Verschrikkelijk omdat de schoonheid onbepaalbaar is, omdat God ons alleen raadselen heeft opgegeven. Hier komen  de oevers bij elkaar, hier wonen de tegenspraken samen​​.” [8]  Deze aanhaling uit De Gebroeders Karamazow van Dostojewski gaf mijn vluchtige positie als idool in de omgekeerde wereld in Amsterdam weer. Dit citaat vormde ook het motto van Confessions of a Mask van Yukio Mishima waaruit ik een zekere duiding van mijn rol als icoon in de wereld waar mannen van mannen houden ontleende; voor mijn minnaars was ik niet alleen hun geliefde, maar tegelijkertijd ook hun concurrent bij hun liefde voor andere mannen in de polygame homoseksuele omgeving van Amsterdam in die tijd.

[9]

Naast duiding van mijn ijdele positie in de omgekeerde wereld in Holland zocht ik ook naar inzicht over de ontwikkeling van mijn leven. Na het lezen van de tetralogie Sea of Fertility [10] van Yukio Mishima bood de viervoudige reïncarnatie van de tweede hoofdpersoon houvast.

[11]

In lijn met deze zienswijze besloeg de eerste reïncarnatie in mijn leven – onder de roepnaam Kṛṣṇa – de periode van mijn vroege jeugd tot aan mijn vertrek uit Kenia. Nu was ik als tijdelijk idool op het hoogtepunt van mijn tweede incarnatie in mijn levensloop aanbeland. Ik voorzag dat mijn leven als icoon op imploderen stond; ik besloot de omgekeerde wereld van Holland voor een ruime tijd te verlaten. Na mijn aandeel in een ernstige oorlogsmisdrijf tijdens mijn eerste reïncarnatie in Kenia, wilde ik de loop van het vervolg van mijn leven in goede banen blijven leiden. Het werd ook tijd voor boetedoening voor dit misdrijf.


[1] Zie het boek Genesis 28:10-19 in het Oude Testament voor de droom van Jacob waarin Jacob een ladder van afdalende en opstijgende engelen aanziet voor de toegangspoort tot de Hemel. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Jacob’s_Ladder

[2] Schilderij: Jacob’s dream of a ladder of angels, c. 1690, by Michael Willmann. Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Dream

[3] De Droom van Henri Rousseau, 1910. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Droom

[4] Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent. Arjuna is een van de hoofdpersonen in de Mahābhārata. Hij is een van de vijf broers die allen met een vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatig deel van het koninkrijk, voor het herstel van de eer van Draupadi en voor behoud van de wereldorde.

[5] Kṛṣṇa betekent in het Sanskriet onder meer “zwart”, “blauw zwart”, “de donkere periode van de maancyclus” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[7] Zie ook: Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: Where Krishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990

[8] Bron: Dostojewski, F.M. Verzamelde Werken 9 – De Gebroeders Karamazow. Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1958, p. 136

[9] Bron afbeelding: Voorzijde van boekband Mishima, Yukio. Confessions of a Mask. New York: A New Directions Book, 1958 (Eleventh printing)

[11] Bron afbeelding: Hatsuhana doing penance under the Tonosawa waterfall van Utagawa Kuniyoshi (1797–1861). Deze afbeelding is gebruikt als voorzijde van de Franse uitgave van de Sea of Fertility van Yukio Mishima.

Advertenties

Narrator – te voet onder het oog van de cycloop


Luxemburg toonde zich de eerste twee dagen van haar liefelijk zijde. Ik wandelde door een sprookjesachtig dal waar ik elfjes en feeën had kunnen ontmoeten. De mensen waren aardige en ik waande mij in een paradijs.

Na deze lieflijke ontmoeting, maakte ik kennis met Luxemburg als trollenland waar hongerige geesten woonden. De derde nacht in Luxemburg onweerde het verschrikkelijk. In het donker leken de flitsen uit het oog van de cycloop [1] te komen. De bliksem verlichtte mijn pad; de donderslagen rolden door de dalen. Ik moest vluchten, maar er was geen uitweg. Ik kon alleen doodsbang verder lopen. Na enkele uren hield het onweer gelukkig op en in een schuilplaats vond ik eindelijk rust. De rest van de nacht hoorde ik het tikken van de regen. Tegen de ochtendschemering hield de regen op.

[2]

De hele omgeving was in een dikke mist gehuld en het was erg koud in het vroege najaar. Deze wereld was nieuw voor mij; ik voelde mij opgesloten in een grijze donkere wereld. Ik zocht een uitweg. Ik zag niemand; ik hoorde niemand. Ik was helemaal alleen in een stille koude wereld. Op mijn baard, mijn wenkbrauwen en oogwimpers kwamen kleine druppels. Mijn kleding was klam van de koude nevel. Deze nacht had de Masaï God Engaï [3] mij niet opnieuw tot leven gebracht. Was dit de straf voor het nachtelijk vuur in het bos [4] dat was aangestoken door onze militie in Kenia waarbij wij vreugde hadden beleefd aan het doden van de dorpelingen die aan het vuur wilden ontsnappen?

[5]

Na een half uur lopen werd het iets lichter; de zon kwam op: eerst heel vaag in de verte, later als een oog door de nevel. Deze wereld was mij vreemd. Ik had het nog steeds erg koud. Later in de omgeving van Amsterdam zou ik zo aan dit weertype gewend raken, dat ik er blindelings mijn weg in kon vinden.

[6]

Aan de linkerkant ging een weg omhoog. Ik moest weg uit deze onderaardse wereld. Zoals Odysseus vastgeklemd onder een ram uit de grot van de cycloop was ontkomen, zo liep ik ingeklemd in de wattendeken de weg omhoog. Langzaam werd het lichter en de grijsheid werd minder. Boven aan de heuvel leken de wolken in de dalen op de vacht van een kudde schapen.

[7]

Over de weg omhoog ontsnapte ik uit die lugubere onderwereld. De zon scheen eindelijk; na een uur lopen was ik weer droog en warm. Luxemburg liet zich weer van haar feeërieke kant zien. Via de hoogvlakte bereikte ik België.


[1] Volgens de Griekse mythologie heeft Zeus zijn bliksem, en Poseidon zijn drietand aan de Cyclopen te danken. Zie voor een korte omschrijving van de avonturen van Odysseus met de cycloop: http://nl.wikipedia.org/wiki/Cycloop

[3] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen dood gaan en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

[4] Zie het laatste deel van boek 1 van de Mahābhārata waarin Arjuna en Kṛṣṇa bij het vuur in het Khandava bos met vreugde pijlen schieten op alles dat het bos verlaat. Bronnen:  http://www.sacred-texts.com/hin/maha/index.htm boek 1 Section CCXXVII en verder; Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: Where Krishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990,  p. 71 – 84

[5] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Fog

[6] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Nebel

[7] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Nebel

Narrator – Alle wegen leiden naar Rome


Van Alexandrië verliet ik Afrika om er nooit meer terug te keren. Ik reisde met een boot naar Valletta in Malta en daarna met een andere boot naar Rome. Voor het eerst was ik alleen door water omringd; voortdurend was er het wiegen van de boot en het klotsen van de golven. In de boot voelde ik mij opnieuw in de baarmoeder opgenomen; ik groeide naar een nieuw leven in een andere wereld. Overdag doezelde ik in de schaduw en ’s-nachts keek ik naar de sterrennacht en de maan. In stilte bereidde ik mij voor.

Rome ontving mij alomvattend met open armen. Ontvangen in de Katholieke gebruiken lag het hiernamaals in het verschiet. Veel gewoonten waren anders dan in Kenia, maar voor mij was het een voortzetting van mijn hemelse schooljaren bij de zusters.

[1]

In die herfst en winter ontdekte ik de wereld van Rome niet, maar Rome vertrouwde zich aan mij toe. Later op onze zoektocht naar “Wie ben jij” las ik in een boek een korte passage die mijn leven in Rome weergeeft: “Is het een uitgemaakte zaak dat de ontdekking van de wereld alleen van onze kant komt? Waarom zou het niet de wereld zijn die zich aan ons toevertrouwt om door ons ontdekt te worden?” [2]. Bij Jalāl al-Dīn– in de Westerse en Moslim wereld beter bekend als Rumi [3] – heb ik later gelezen: “Altijd is Rome voor Jou aan het vergaan en aan het groeien, en hoe kan een mens met Jou pleiten voor de ziel van één enkel mens?” [4]

[5]

In Rome grensde de aardsheid van het bestaan aan de ijdelheid en de grandeur. Ik werkte overdag en ’s-avonds in de keuken van een restaurant.

[6]

In vroege ochtend liep ik over straat en bekeek de gebouwen uit de verschillende tijden. ’s-Nachts sliep ik in de buitenlucht in parken en geregeld was er een minnaar waar ik kon verblijven.

[7]

Die winter in Rome was er veel regen en ik zag de eerste sneeuw in mijn leven. Ik verbaasde mij over de overvloed aan water.

[8]

Het volgende voorjaar was het mogelijk om mijn reis naar Amsterdam te vervolgen. De wegen naar het noorden waren weer begaanbaar. Ik begon aan mijn voetreis van Rome naar Amsterdam.


[2] Bron: Safranski Rüdiger, Heidegger en zijn Tijd. Amsterdam: Olympus, 2012, vijfde druk p. 34

[3] De naam Rumi heeft Jalal al-Din in de Arabische wereld gekregen, omdat hij tijdens het schrijven van zijn grote werken in Konia ten zuiden van Ankara in het huidige Turkije woonde. Dit deel van de Arabisch wereld werd vereenzelvigd met Rome uit het Romeinse rijk. Vandaar dat Jalal al-Din is vernoemd naar de naam waaronder zijn verblijfplaats in de Arabische/Perzische wereld was bekend. Bron: Lewis, Franklin D., Rumi, Past and Present, East and West.Oxford: Oneworld, 2003 p. 9

[4] Vrije weergave van Poem 78 uit: Arberry, A,J, Mystical Poems of  Rūmī, Volume 1. Chicago: The University of Chicago Press, 1991 p. 69

[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rome

[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rome

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rome

Narrator – weg van huis


Net als mijn vader vertrok ik uit mijn geboorteland naar een ander continent om een beter bestaan te gaan leiden. Ik wilde niet rond te trekken in Europa maar ik had besloten om in Amsterdam – een stad waar mannen van mannen mogen houden – te gaan wonen. Dit voornemen is uiteindelijk precies omgekeerd uitgekomen.

Via de ouders van Arjen – door mij Arjuna genaamd – heb ik reispapieren en een visum voor Nederland gekregen. Mijn roepnaam Kṛṣṇa heb ik in Kenia achtergelaten. Hiermee hoopte ik afstand te nemen van zwarte bladzijden in mijn leven waarin ik in de hel bij de hongerige geesten had geleefd. Dit is niet gelukt: in mijn dromen en in mijn verhalen zijn deze bladzijden nog lang teruggekeerd.

[1]

Voor mijn paspoort heb ik als voornaam Narrator [2] vermeld; ik wilde net als mijn vader voor het publiek de rol van verhalenverteller in het levensverhaal vertolken. Als eerbetoon aan mijn vader heb ik de achternaam Nārāyana [3] opgegeven.

Aan het einde van het schooljaar nam ik afscheid van de school. Ik zei vaarwel tegen Arjen en zijn ouders en ik heb hen bedankt voor alle hulp. Een van de docenten op school kende een chauffeur die regelmatig via Nakuru en Lodwar naar Jūbā in Zuid Soedan reed. Daar heeft de chauffeur mij in contact gebracht met een collega die naar Khartoum – de hoofdstad van Soedan [4] – reed. In Khartoum kon ik verder mee naar Wadi Halfa, net voor de grens met Egypte.

Mijn ervaring en instinct als soldaat waren nog bruikbaar bij een wegversperring. Met nog een bocht te gaan zag de chauffeur in de verte een controle op de weg net voor een stadje. Mijn aanwezigheid kon de chauffeur niet verantwoorden. In de bocht kon ik uit de vrachtwagen glippen. Via een omweg door het struikgewas kwam ik in het stadje aan. Daar het ik de chauffeur weer ontmoet om verder te reizen.

Bij Wadi Halfa kon ik voor kost en inwoning helpen op een toeristenboot die over het Victoriameer naar het noorden voer. Bij Abu Simbil bezocht ik de tempel van Ramses II. Hier zag ik afbeeldingen van heersers uit verloren tijden die zich in hun overmoed als afgoden lieten vereren. Op mijn reis langs de Nijl ben ik nog meer vormen van hoogmoed – als stofrestjes in het universum – tegengekomen. Op school had ik van de zuster het eerste gebod volgens de Katholieke indeling geleerd: “Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen”. Deze “Mij” is voor mij altijd de sterrennacht en de maan gebleven. Deze beeltenissen van afgoden konden niet tippen aan de aanblik van de nachtelijke hemel bij nieuwe maan.

[5]

In Egypte reisde ik met verschillende boten de Nijl af. Onderweg zag ik op afstand verschillende piramides – voor mij wijzers naar de sterrennacht en de maan.

[6]

Bij de Nijldelta kon ik meevaren met een boot naar Alexandrië. In de bibliotheek van Alexandrië las ik alle verhalen van Scheherazade – de vertelster van de verhalen uit “Duizend en één nacht”. Zij werd iedere nacht – zoals de maan door de God Engaï [7] in de Masaï mythe – weer tot leven gewekt.

Vanuit Alexandrië heb ik Afrika verlaten. Zoals mijn vader nooit meer is teruggekeerd naar India, zo ben ik nooit meer in Afrika terug geweest. Mijn moeder was niet in staat om naar Amsterdam te komen, want zij kon haar kudde niet achterlaten. Mijn vader durfde ik niet te vragen, want ik was bang dat hij nooit meer naar mijn moeder zou teruggaan: dat kon ik haar niet aandoen.


[3] Nārāyana betekent in het Sanskriet: “zoon van de oorspronkelijke man” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[4] In het Sanskriet betekent “Su” onder meer “suprematie, goed, excellent, mooi, makkelijk” en “Dān” betekent “zijn, recht maken”.

[7] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen dood gaan en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

Carla Drift – Gedrag 2


Mensen accepteren tot een zekere hoogte verschillen in gedrag en in omgang met elkaar. Deze acceptatie wordt bepaald door onderlinge verhoudingen binnen een wereldbeeld dat een duiding geeft aan de gelijkenis en aan de verschillen tussen mensen. Dit wereldbeeld geeft ook duiding aan de overeenkomsten en verschillen tussen groepen mensen. Priesters en leiders hebben een andere plaats en andere gewoonten in de samenleving dan handarbeiders. Binnen een stabiele samenleving met een eensluidend wereldbeeld ervaart ieder individu en iedere groep mensen zijn plaats als noodzakelijk en passend binnen een hogere orde. De onderlinge verschillen hebben vaak een duiding en een hoger doel in een voorbestemde wereldorde. In een stabiele samenleving ervaart ieder mens haar/zijn plaats en haar/zijn levensloop met alle veranderingen als volkomen normaal – hoe buitenissig en absurd de situatie in de ogen van buitenstaanders ook mag lijken.

In Afrika zitten mannen gerust de hele dag in de schaduw – in de westerse wereld werken de mensen bijna de hele dag om een half uur in de zon te zitten. In Europa duurt een wandeling naar een volgend dorp een klein uur – in Afrika duurt een wandeling met dezelfde afstand ruim een halve dag omdat onderweg ook alle sociale contacten worden onderhouden.

[1]

In de westerse – moderne geïndustrialiseerde – wereld leven veel paren samen in een klein gezin dat bestaat uit twee partners en enkele kinderen. De kinderen blijven in huis wonen totdat zij oud genoeg zijn om zelfstandig in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

Volgens het Westerse ideaal komt het huwelijk voort uit een romantische liefdesrelatie die na enkele jaren overgaat in een huwelijk waarin na een jaar achtereenvolgens twee tot vier kinderen worden geboren. Nadat de kinderen zelf via een romantische liefdesrelatie in een goed huwelijk zijn beland, leven de twee partners tot hoge ouderdom gelukkig en tevreden samen. Dit klein gezin is redelijk mobiel om mee te verhuizen met de mogelijkheden die de arbeidsmarkt kan bieden.

[2]

De werkelijkheid is vaak anders dan het ideaal. Eerst verkennen jonge mensen de wereld van het aangaan van liefdesrelaties; zij hebben een aantal los/vaste relaties. Na deze oriëntatie volgt veelal een keuze van een partner voor een langdurige liefdesrelatie. Deze romantische zoektocht kost naast geluk, hoop en verwachtingen ook teleurstellingen, verdriet en hoofdbrekens; veel literatuur en films op dit gebied geven een samenvatting van deze strubbelingen. De ontluikende liefde krijgt – met wat geluk en doorzettingsvermogen – vorm in de belofte op een  langdurige samenlevingsvorm. Na verloop van een aantal seizoenen besluiten de partners de langdurige relatie te bestendigen in een huwelijk of samenlevingsovereenkomst. In praktijk lopen ongeveer 36 % van de huwelijken uit op een scheiding [3]. Het leven van alledag is niet maakbaar volgens het gangbare ideaal. Binnen het klein gezin is de verplaatsing van arbeid naar een ander deel van het land een spanningsvolle gebeurtenis: wie van beide partners moet haar/zijn ambitie op de arbeidsmarkt herzien. Een huwelijks– of samenlevingsovereenkomst heeft naast elementen van een liefdesrelatie ook de kenmerken van een zakelijke overeenkomst.

Ruim een halve eeuw geleden leefden in de Westerse – agrarische – wereld veel mensen samen in een grootfamilie [4] waarbij kinderen, ouders met vaak broers en zussen en grootouders langdurig onder een dak leefden. Een aantal mensen stierven in hetzelfde bed waarin zij geboren werden.

[5]

In deze grootfamilie was de eer, het aanzien van de familie en het voortbestaan van de boerderij van groot belang voor het aangaan van goede langdurige levensrelaties. Wanneer dit aanzien was beschadigd, dan werd het voor potentiële huwelijkskandidaten uit de grootfamilie onmogelijk om juiste levenspartners te vinden. Een huwelijksovereenkomst was naast een samenlevingsovereenkomst vooral een zakelijke overeenkomst voor de grootfamilie. Nieuwe leden traden toe tot de grootfamilie met een voorschot op hun erfenis en andere leden verlieten het huis van de grootfamilie met huwelijksgeschenken om het leven in een andere familie vorm te kunnen geven. Huwelijken werden in deze samenlevingsvorm vaak gearrangeerd – kinderen werden uitgehuwelijkt.

In sommige agrarische gebieden kregen huwbare dochters in een bijgebouw van de boerderij de mogelijkheid om in verwachting te raken. Na de zichtbare zwangerschap volgde meteen het huwelijk. Deze boerengemeenschap wilde het voortbestaan van de boerderij niet op het spel zetten door  huwelijken zonder nakomelingen. Het Christelijk geloof heeft deze oeroude manier van huwelijksovereenkomsten met een vergrote zekerheid op nakomelingschap niet kunnen uitbannen.

De lokale samenleving hield dit aanzien van de grootfamilie nauwlettend in de gaten: er werd alles aan gedaan om de “biologie tussen mensen” in bedwang te houden. Jonge huwbare vrouwen werden voortdurend gechaperonneerd door naaste familie. Rond 1950 werden in het Katholieke Zuid Limburg pension- en hotelkamers aan het begin van de nacht nog door de lokale politie gecontroleerd op ongewenste buitenhuwelijkse activiteiten. In november 1961 werd in het Protestantse Staphorst nog een volksgericht gehouden waarbij een man en vrouw op de mestwagen door het dorp zijn gereden om hun te schande te zetten voor een buitenechtelijke relatie [6] .

Aan het einde van de jaren 60 kreeg een sluimerend gevoel van onbehagen in de samenleving – mede door een toegenomen welvaart en door de beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen – vorm in vrijere omgangsvormen tussen mannen en vrouwen. Jonge mensen voelden zich jong, alternatief en zij wilden het leven en hun seksualiteit openlijker verkennen. Daarnaast zorgde de tweede feministische golf ervoor dat de verhoudingen tussen mannen en vrouwen ter discussie werd gesteld. Jonge mensen kregen een grote mate van vrijheid om seksuele en levensrelaties aan te gaan. De nieuwe mogelijkheden zorgden ook voor grotere onzekerheden – de samenleving raakte op drift [7].

In onze samenleving blijven de meeste getrouwde paren tijdens het huwelijk monogaam. Veel andere samenlevingsvormen kennen een grote mate van monogamie. Wel neemt het aantal buitenechtelijke kinderen in Nederland snel toe: tussen 1985 en 1995 is het percentage buitenechtelijk geboren kinderen gestegen van ruim 8 % naar 16 %. Daarna is het percentage gestegen van 25 % in het jaar 2000, 35% in 2005 tot 45 % in 2009. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk de afnemende Christelijke moraal en de toegenomen welvaart met een grotere zelfstandigheid van vrouwen [8]. Het lijkt erop dat de sequentiële monogamie – partners zijn monogaam binnen een relatie, maar de relaties wijzigen in de loop der tijd – in onze samenleving toeneemt.

Andere samenlevingen kennen naast monogamie ook polygamie [9] – meer vrouwen met één man – en polyandrie [10] – meer mannen met één vrouw – of mengelingen van beide vormen. In dunbevolkte gebieden of in samenlevingsvormen waar een tekort is ontstaan aan een sekse, kunnen deze andere samenlevingsvormen noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van de mensheid. In de Arabische wereld werd veel oorlog gevoerd met een hoge sterfte van de mannelijke populatie; om de bevolkingsaantallen op peil te houden, huwden meer vrouwen met een man – als de man deze vrouwen kon onderhouden. In de Caraïben en rond Miami zitten mannen van een bepaalde klasse zeer langdurig in de gevangenis; vrouwen gaan over tot passanten huwelijken met beschikbare mannen – de vrouw heeft een relatie met een man zolang deze zorgzaam kan zijn voor de vrouw. In dun bevolkte gebieden hebben ook meer mannen een blijvende relatie met één vrouw opdat nakomelingschap en ondersteuning van de vrouw bij het opvoeden van haar kinderen gewaarborgd is.

In gebieden in Afrika en in sommige streken van de Himalaya komt polyandrie voor. Een voorbeeld hiervan is te lezen in de Mahābhārata waar een vrouwelijke hoofdpersoon – Draupadi – is getrouwd met vijf broers – vijf andere hoofdpersonen – nadat de moeder van de vijf broers heeft gezegd dat haar zonen moeten delen wat een van de broers heeft verkregen. De broers leven achtereenvolgens een jaar met hun vrouw waaruit vijf zonen voortkomen [11].

[12]

Een ander voorbeeld van polygamie en polyandrie is te vinden bij de Masaï in Kenia. Vrouwen en mannen leven in een mengvorm van polygamie en polyandrie. Een vrouw trouwt soms met een leeftijdsgroep van mannen. Een man wordt geacht zijn huwelijksbed af te staan aan een gast/ leeftijdsgenoot – alleen de vrouw beslist of zij het bed wil delen met de gast. Alle kinderen van de vrouw zijn ook de kinderen van de echtgenoot [13] .

Bigamie, Polygamie, Polyandrie en huwelijken tussen gelijke seksen zijn in vele landen wettelijk verboden. Vaak heerst er een traditioneel taboe op andere samenlevingsvormen. Veel samenlevingen hebben er alles voor over – inclusief verbanning, hel en verdoemenis – om deze samenlevingsvormen uit te bannen. Worden andere samenlevingsvormen als minderwaardig en onethisch beschouwd om de eigen onzekerheid en om de heimelijke wensen voor verandering te onderdrukken? Of is het makkelijk om andere samenlevingsvormen als een gebrekkige samenleving te beschouwen en hierdoor als minderwaardig te zien [14]? Bij spanning en conflicten is er de wens om dit gebrek en deze minderwaardigheid van de ander aan te tonen. Of zoals Prof. Dr. W. Luijpen in zijn colleges aan de Technische Universiteit in Delft zei: ”Bewijzen is dwingend doen kennen dat een ander door de knieën gaat”. Dit dwingend doen kennen kan overgaan in stigmatisering , het zoeken van zondebokken in onze naasten. Bij verder oplopende spanning ontstaat een gewapend conflict met bijbehorende moordpartijen. Is het accepteren van andere manieren van samenleven – en acceptatie van de onzekerheid en spanningen over onze eigen samenlevingsvorm – geen betere oplossing?

 

[1] Bron afbeelding: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Mt_Uluguru_and_Sisal_plantations.jpg

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Old_marriage_at_Plac_Kaszubski.jpg

[3]  De Katholieke kerk kent drie gronden voor echtscheiding: overlijden van een van de partners, “niet voltrokken zijn van het huwelijk” en langdurige afwezigheid van één partner zonder zicht op terugkomst. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Divorce

[4] Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Extended_family

[5]  Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:FamiliaOjeda.JPG

[6] Bron: Nieuwblad van het Noorden, 13 november 1961 – pagina 1.

[7] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een Leven, Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 44 – 47.

[8] Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Buitenechtelijk_kind

[9] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Polygamie

[10] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Polyandry

[11] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Mahabharata

[12] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:2716_PandavaDraupadifk.jpg.jpg

[13] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Maasai_people

[14] Zie ook: Agar, Michael, Language Shock – Understanding the Culture of Conversation. New York: Perennial, 1994, 2002, p. 23, 37