Tagarchief: kerk

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 2


“Op mijn voettocht van Rome naar Amsterdam heb ik enkele weken bij vrienden in Florence gelogeerd. Een van mijn vrienden nam mij mee naar het Piazza del Carmine om de Santa Maria del Carmine kerk te tonen met daarin de Cappella Brancacci”, zegt Narrator.

“Aan de buitenkant lijkt het een verweerd pakhuis, hoewel de hoofdingang anders doet vermoeden”, zegt Carla.

“Veel kerken in Italië zien er aan de buitenkant gesloten uit; de schoonheid wordt van binnen getoond”, zegt Man.

“De toegang tot de kapel is voor toeristen door de deur aan de rechterkant in het wit gestucte klooster, maar eerst bekijken wij de kerk”, zegt Narrator.

Santa Maria del Carmine[1]

“Het klopt wat jij zegt, de rijkdom wordt binnen in de kerk getoond. Deze overdaad is voor mij teveel van het goede”, zegt Carla.

Feiten en Logica 2[2]

“Ik heb jullie hier naartoe meegenomen voor het plafond in combinatie met de muren. Door de beschildering van het plafond lijkt het alsof de kerk direct in de hemel overgaat. De hemel en aarde zijn in dit deel van de kerk met elkaar verbonden, met de overgang van de muren naar het plafond als scheiding”, zeg Narrator.

“Het plafond is een halve cilinder, maar door de zeer knappe “trompe d’oeil” [3] in de plafondschildering lijkt de toeschouwer in de hemel opgenomen te worden. De Middeleeuwse scholastiek wordt in al haar pracht op dit plafond getoond”, zegt Man.

“Gekunsteld, maar knap gemaakt”, zegt Carla. Feiten en Logica 2a

[4]

“Aan de rechterkant van het altaar is de Cappella Brancacci  [5]; voor de bezichtiging van de fresco’s  moeten wij buitenom via de kloosteringang aan de rechterkant van de kerk de kapel binnengaan”, zegt Narrator.

“Dat is gedaan om het bezoek aan deze kapel te beperken en met de inkomsten van de entree het onderhoud te bekostigen”, zegt Man.

“Ik laat jullie deze fresco’s in de kapel zien omdat de twee belangrijkste schilders van deze kapel de overgang naar de Renaissance verpersoonlijken. Masolino da Panicale schildert de mensen naar ideaalbeelden volgens de scholastiek in een Middeleeuwse stijl, terwijl Masaccio de personen als menselijke individuen in al hun luister en rijkdom afbeeldt.  Op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel zijn beide stijlen in één fresco te zien”, zegt Narrator. Feiten en Logica 2b[6]

“De ideaalbeelden van de personen door Masolino spreken mij meer aan, de individuen van Masaccio zijn in mijn ogen ook ideaalbeelden die hun profane weelde en aardse welzijn overduidelijk wensen te tonen”, zegt Carla.

“Ik ben stil van deze overgang van stijl, wereldbeeld en weergave binnen een fresco”, zegt Man.

Feiten en Logica 2c[7]

“Ik neem jullie nu mee naar het Uffizi Kunstmuseum op een kwartier lopen van deze kapel. Daar wil ik jullie een zelfportret van Albrecht Dürer laten zien. Ik heb al kaartjes, dus wij hoeven niet lang in de rij te staan”, zegt Narrator.

“Zullen wij onderweg de Basilica Santa Maria del Santo Spirito [8] ontworpen door Brunelleschi bezoeken? Deze basiliek uit de vroege Renaissance heeft een prachtige maatvoering”, zegt Man.

Feiten en Logica 2d[9]

“Is daar de Crucifix van Michelangelo?”, vraagt Carla.

Feiten en Logica 2e [10]

“Klopt, laten wij eerst wat drinken op het plein voor de Basiliek”, zegt Narrator.

Na het bezichtigen van de Basiliek gaan Carla, Man, en Narrator gaan naar het Uffizi Museum [11]. Zij bekijken de eerst de Renaissance schilderijen waaronder “De Geboorte van Venus” van Botticelli.

feiten en logica 2f[12]

Daarna komen zij bij het zelfportret van Albrecht Dürer.

feiten en logica 2g[13]

“Dit zelfportret van Albrecht Dürer wil ik jullie tonen, omdat Dürer met dit schilderij voorbijgaat aan het scholastisch ideaalbeeld van de mens aan het einde van de Middeleeuwen; hij overstijgt in deze afbeelding van hemzelf ook het individuele vertoon van aardse rijkdom en profane pracht en praal uit de Renaissance. Hier wordt een mens getoond die wij vandaag in Duitsland op straat kunnen ontmoeten. Dit zelfportret heeft de kenmerken van een hedendaagse foto; het lijkt een snapshot”, zeg Narrator.

“Prachtig, behalve zijn kleren, zie ik hem zo vandaag op straat in Duitsland lopen. Na vele eeuwen met afbeeldingen van mensen zoals de schilder en de toeschouwers dachten dat zij eruit zagen of dachten dat zij eruit zouden moeten zien, gingen Dürer en zijn tijdgenoten kijken hoe zij er in werkelijkheid uitzagen èn zij hadden de vaardigheden om dit op een schilderij weer te geven. Nu ik dit schilderij zie dat eigenlijk een foto of snapshot is, moet ik denken aan de essay “On Photography” van Susan Sontag [14]. Zij stelt in deze essay dat de mensen de werkelijkheid zo overweldigend vinden, dat zij de inkadering van een foto nodig hebben om een beeld van de werkelijkheid te kunnen waarnemen en verwerken. Nu ik dit zelfportret zie, is het heel vertrouwd, maar tegelijkertijd mis ik oneindig veel. Ik zou deze man zoveel vragen willen stellen, ik zou hem in het echt binnen zijn leefwereld willen ontmoeten en enkele dagen met hem optrekken. Dit zelfportret geeft een glimp van de mens Albrecht Dürer en tegelijkertijd ontneemt het portret mijn beeld van hem. Susan Sontag gaat in haar essay een stap verder: zij zegt dat de werkelijkheid voor mensen zo onbevattelijk en overweldigend is, dat mensen zich met behulp van een camera beschermen tegen de omgeving; pas door een afbeelding of foto kunnen mensen de inkadering en verstilling van de werkelijk tot zich nemen en beleven; de vakantie wordt pas thuis beleefd bij het bekijken van de foto’s van de vakantie”, zegt Man.

“Ik heb dezelfde gemengde gevoelens: prachtig om Albrecht Dürer te zien en tegelijkertijd onwerkelijk. Bij het noemen van de essay van Susan Sontag moet ik aan de “theorie van de blik van Sartre” [15] denken: door mijn blik op het zelfportret maak ik een ding van Albrecht Dürer en daarmee ontneem ik zijn persoon en nagedachtenis een groot deel van zijn vrijheid. Dit portret is voor mij een “pars pro toto” waarbij het deel – het zelfportret of de afbeelding van Albrecht Dürer – de plaats van het geheel inneemt.  Mijn vraag bij het zien van het zelfportret blijft: “Wie ben jij?” ”, zegt Carla.

“Mijn Amerikaanse geliefde heeft in Zweden en later in een klooster in Amerika lang gestudeerd op de vraag “Wie zijn wij?”. Misschien heeft hij een antwoord gevonden op deze vraag met het oplossen van Boeddhistische vraagstukken [16] en misschien past deze “pars pro toto” die mensen bij hun waarnemingen nodig hebben, heel goed binnen de metafoor van “Indra’s Net” [17]”, zegt Narrator.

“Misschien heb jij gelijk met deze metafoor; mensen kijken naar een parel binnen Indra’s Net en beleven op deze – indirecte – manier het gehele samengestelde Net van in elkaar weerkaatsende glasparels. Vanavond bij het avondeten zou ik graag mijn kijk op “feiten en logica” van “Wie ben jij?” met jullie willen delen. Vandaag hebben wij een prachtige begin gemaakt met dit deel van de zoektocht naar “Wie ben jij?” vinden jullie niet?”, zegt Man Leben.

“Later zou ik jullie graag de wereld van de geordende chaos willen tonen, maar nu ben ik moe. Narrator, bedankt voor de rondleiding en jullie beiden bedankt voor jullie gezelschap. Ik ga nu siësta houden. Vanavond zie ik jullie weer bij het avondeten”, zegt Carla.

“Ik ben blij dat jullie mijn voorbereiding waarderen. Ik ga vanmiddag een goede vriend bezoeken”, zegt Narrator.

“Dan ga ik vanmiddag naar twee boekwinkels in Florence”, zegt Man.


[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Brancacci_Chapel; de fresco’s in de kapel zijn op deze webpagina te zien.

[6] Fresco op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel. Bron afbeelding: http://pl.wikipedia.org/wiki/Kaplica_Brancaccich

[7] Detail van de Fresco op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel. Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Cappella_Brancacci

[9] Grondplan van de Basiliek. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Santo_Spirito_(Florenz)

[10] Michelangelo’s Crucifix. Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Basilica_di_Santo_Spirito

[13] Zelfportret van Albrecht Dürer. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Albrecht_D%C3%BCrer

[14] Zie ook: Sontag, Susan, On Photography. New York: Dell Publishing Co. Inc., 1978

[15] Zie ook: Nārāyana, Narrator, “Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie”. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34

[16] Zie ook: Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 99 – 136

[17] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68

Advertenties

Narrator – εἰς τὴν Πόλιν op weg naar “dit”


In Istanbul eindigde mijn derde incarnatie als Bhikṣu of – in de woorden van alledag – als zwerver die de jaarlijkse trek van de vogels volgde. In deze vroegere hoofdstad van het Oost Romeinse rijk [1] werd ik opgenomen in de “polis” [2] – niet alleen in de stadstaat met een openbare wereldse politiek, maar thuis in de universele gemeenschap van omgeving en mensen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA[3]

Mijn burcht was geen tempel waar de Grieken in het verleden hun Goden een huis gaven [4] met alle pracht en uitzonderlijke schoonheid. Hoewel ik overal thuis was, vond ik geen blijvend huis in een kerk, moskee of tempel.

Akropolis[5]

Tussen de vele kerken en moskeeën van Istanbul ervoer ik mijn lichaam en “polis” – in de vorm van de universele leefomgeving – als een tempel Gods [6].

Blauwe moskee[7]

In het gedicht “Dit hebben wij nu” van Rumi las ik een weerspiegeling van mijn leefwereld in Istanbul:

Dit

Dat wij nu zijn

Maakt het lichaam, cel voor cel,

Zoals bijen een honingraat bouwen.

Het menselijk lichaam en het universum

Groeit van Dit [8]

Gedurende mijn eerste drie incarnaties – eerst als Kṛṣṇa in Kenia, daarna als idool in Amsterdam en enkele Noordelijk steden, en vervolgens als Bhikṣu die de jaarlijkse trek van de vogels tussen Zuid en Noord Europa volgde – had ik alleen weerspiegelingen van “Dit” binnen mijn eigen leefwereld gezien.

In mijn vierde incarnatie wilde ik de bescherming van de grot [9] verlaten waarin ik tot nu beschut had geleefd met alleen afspiegelingen van het alomvattende “Dit” zoals Plato beschreef in zijn Politeia [10].

Grot[11]

Langzaamaan werd ik aan het begin van mijn nieuwe incarnatie volkomen opgenomen in het heelal. In de bibliotheken van Istanbul las ik vertalingen van de werken van Rumi. Samen met zijn gedichten begon ik wervelend een nieuw bestaan.

Met de nieuwe lente kwam Man Leben – op uitnodiging van Carla Drift – in Istanbul aan. Carla, Man en ik besloten te beginnen met “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan”. Voordat wij op deze zoektocht het leven van alledag betraden, schreven wij elkaars biografieën.


[6] Zie ook: De eerste brief aan de Korintiërs vers 12 – 20

[8] Eigen vertaling van strofe uit de Engelse versie het gedicht “This we have now” van Rumi. Zie ook: Barks, Coleman, The Essential Rumi. New York: Castle Books, 1997, p. 262

[10] In het Nederlands wordt Politeia meestal vertaald met “Staat” of “Republiek”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Staat_(Plato)

Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods


In het vorige bericht hebben wij het offer als “object in het midden” bezien. Hiervoor hebben jij en ik gekeken naar de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986. Aan het einde van de film hebben wij gezien hoe de vader alles wat hij bezit en alles wat hem aan dit leven bindt, heeft geofferd aan God. Hij heeft dit offer gebracht om de wereld te redden, opdat alles weer wordt zoals het was voor de oorlogsdreiging en om bevrijd te worden van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Dit offer van de vader is tegelijkertijd ook een ongewild offer geworden van zijn familie en naasten.

De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij geeft voortdurend water aan de dode boom en hierdoor brengt hij de boom – de levensboom – weer tot leven. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf.

Volkomen terecht vraagt de zoon aan het einde van de film: “In het begin is het woord. Waarom Vader?”

Met deze vraag zijn wij bij de eerste zin uit het Johannes evangelie in het Nieuwe Testament gekomen[1]. Later op onze Odyssee zullen wij proberen antwoorden te krijgen op deze onvermijdbare vraag van de zoon.

In dit bericht gaan wij het offer als “object in het midden” verder bezien. Wij kijken hiervoor naar het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent. Dit schilderij verbeeldt Jezus in de vorm van het Lam Gods. Het Lam Gods staat beschreven in het eerste hoofdstuk van het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament: “Op de volgende dag ziet Johannes Jezus naar zich toe komen. Johannes zei: “Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt!”” [2]

 [3]

In mij hoor ik het Agnus Dei uit de mis in B – mineur van Johan Sebastian Bach.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis pacem”.[4]

“Het lijkt of wij de laatste weken van onze Odyssee delen van de liturgie van een heilige mis uit de Katholieke kerk volgen. Enkele weken geleden zijn wij begonnen met het Kyrie waar waarschijnlijk het woord “kerk” uit is ontstaan[5]. Binnen de kerken zijn wij verder gegaan met het Credo in de vorm van het licht als hoop. De bezinning en de preek zijn gevolgd binnen de twee bezinningsruimte. En nu zijn wij bij de offergave aangekomen bij het kijken naar de film “Offret” en het Agnus Dei[6] als Lam Gods”, zeg ik.

[7]

“Het Credo – of ik geloof – heb ik nooit met overtuiging kunnen zeggen. Het is voor mij niet mogelijk om te geloven in de Christelijke theologie”, zeg jij.

“Jij bent niet alleen en ik voel deze twijfel met jou. Ook Thomas een van de leerlingen van Jezus, kan niet geloven in het offer van het Lam Gods en in de opstanding van Jezus als redding en wederopstanding van alle mensen of gelovigen. Het schilderij van Caravaggio laat dat zien. Deze twijfel van Thomas wordt ook door het voelen van de wond niet helemaal weggenomen. Waarschijnlijk gaan geloof en twijfel bij veel Christenen hand in hand”, zeg ik.

 [8]

“Ik geloof wel dat iedere dag de zon opgaat als wederopstanding en ik geloof in mijn volgende adem teug. Maar in het offer van het Lam Gods als redding van het heelal kan ik niet geloven”, zeg jij.

“Mensen hebben ook getwijfeld aan de opkomst van de zon en aan de volgende adem teug. Hierover zijn veel rituelen bekend voor het vestigen en het bestendigen van dit vertrouwen.  Mensen kennen veel onzekerheden over het verleden, over het heden en over de toekomst. De Christelijke theologie probeert deze onzekerheden (“in dubio” of “in twijfel” in het latijn) door geloof, rituelen – waaronder offergaven – en vertrouwen te overstijgen. Een zeer gelovige Christen zei eens: “Het laatste dat ik wil verliezen, is mijn geloof”. Uit deze zin spreekt volgens mij ook een spoor van twijfel. Een rotsvast geloof gaat niet verloren. Door rituelen proberen mensen vertrouwen en hoop te krijgen en te bestendigen. Het Christelijk geloof zegt: “En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen”.[9] Het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck laat dat mooi zien: de Vader, de Zoon als Lam Gods en de Heilige Geest als drie eenheid.”

“De bijbel kent het boek Job dat over een rotsvast geloof gaat [10]. Ik moet ook aan de Japanse dichter Rӯokan denken nadat ’s-nachts alles uit zijn eenvoudige hut is gestolen:

“De dief laat achter,

de veranderende maan

aan het firmament.” [11]

De maan [12] staat voor het rotsvaste geloof van Rӯokan”, zeg jij.

“Het geloof van mensen in het verleden lijkt vaak zekerder, omdat wij een deel van hun verleden als vaststaand beschouwen. Maar misschien heeft het rotsvaste geloof in hun tijd ook onzekerheden gekend. Als wij met hun ogen kijken, zien wij dan een andere wereld, andere onzekerheden, andere verwachtingen, een ander geloof? Ik weet dat niet”, zeg ik.

“Ik ook niet. Zullen wij in het volgende bericht de duif in de vorm van de Heilige Geest verder bekijken?”, zeg jij.


[1] Johannes 1:1 uit het Nieuwe Testament: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

[2] Johannes 1:29 en 1:36 uit het Nieuwe Testament.

[4] Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de Vrede.

[5] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Het woord “Kūrios” komen wij in het Kyrie Eleison nog tegen in de liturgie. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[6] “Het Agnus Dei maakt deel uit van de mis in de Katholieke kerk en schijnt voor het eerst geïntroduceerd te zijn tijdens een mis door Paus Sergius I (687-701 n. Chr.). Agnus Dei betekent letterlijk Lam Gods en verwijst naar Christus in zijn rol van de perfecte opoffering die de zonden van de mens verzoent in de christelijke theologie. Het gebed stamt uit de oud joodse tijd van de sacramentele opofferingen. Het Agnus Dei wordt tijdens de mis gezongen terwijl de priester het heilig Brood breekt en de vermenging plaats vindt: de priester laat een deeltje van de hostie in de kelk – gevuld met wijn en water als bloed van Christus – vallen.

Het offer van een lam en het Bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden-Oosten een vaker gebruikt beeld. Het verwijst naar de oude Joodse gewoonte om door een zoenoffer het volk te bevrijden van zijn zonden. In de protestantse kerken wordt de aan Openbaring van Johannes ontleende uitdrukking “gewassen in het bloed van het lam” wel gebruikt als aanduiding van de verlossing van de door kerken veronderstelde erfzonde. Op onze Odyssee zijn wij het vee-offer tegengekomen in de Trito mythe en de vee-cyclus.

In de kunst is het Agnus Dei de figuur van een lam dat een kruis draagt, symbool voor Jezus als Lam Gods. Deze voorstelling wordt vaak gebruikt in christelijke kunstwerken, waarvan het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent het beroemdste is.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Agnus_Dei

[8] http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:The_Incredulity_of_Saint_Thomas_by_Caravaggio.jpg

[9] Bron: Psalm 9:10 “God, de beschermer der vromen”.

[10] Ook Job wanhoopt wanneer zijn vrouw en hij de grote tegenslagen direct aan hun lichamen ondervinden. Job roept God ter verantwoording en vraagt aan God waaraan hij deze tegenslagen verdiend heeft, zijn geloof is toch onvoorwaardelijk. In een storm antwoordt God: “Waar was jij toen ik de lucht en de aarde scheidde en het universum schiep!”. Job erkent hierna zijn onkunde, vraagt om onderricht en bekent dat hij nu God in zijn almacht direct heeft gezien. Job doet boete in stof en as. Na een vee-offer verdwijnt de toorn van God en de voorspoed keert voor Job terug.

Wanneer Job alle tegenslagen als onderdeel van zichzelf zou hebben herkent, zou Job dan aan God hebben kunnen antwoorden dat hij bij de scheiding van lucht en aarde aanwezig is geweest? Zou hij hebben durven zeggen dat zijn verschijningsvorm zich bij de scheiding van lucht en aarde heeft aangepast aan de omstandigheden? Dat hij altijd één is gebleven tijdens en na de scheiding van lucht en aarde en tijdens en na de craquelé die gevolgd is?

[11] Bron: Stevens, John, Three Zen Masters, Ikkyū, Hakuin, Rӯokan. Tokyo: Kodansha International, 1993. Pagina 131.

[12] Rӯokan is een Japanse Zen Boeddhist. Zen Boeddhisme is in China ontstaan uit een samengaan van het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Taoïsme kent Tao als kernbegrip dat letterlijk “weg of levensloop” betekent, maar het woord komt waarschijnlijk voort uit het woord “Maan”. Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993 Pagina: 35.

Inleiding: Drie – Object in het midden – Kerk


In het vorige bericht zijn jij en ik de rol van het huis als “object in het midden” tegen gekomen. De rol van huis is in de loop der tijd gewijzigd van levensomgeving naar woonstede. Deze woonstede in de vorm van een huis wordt door onze voorouders gezien als een veilige thuishaven en als ijkpunt van waaruit de wereld wordt ervaren. Recent zijn mensen zich gaan vereenzelvigen met hun huis: zij geven het huis gestalte en het huis geeft uitdrukking aan wie zij zijn. Onze huidige samenleving verlangt van ons steeds meer dat wij een nationaliteit en een vaste woon- en verblijfplaats hebben. Zonder deze bezittingen worden mensen niet als volwaardige ingezetenen beschouwd.

Nu gaan jij en ik op zoek naar de rol van het huis van God als “object in het midden”. De eerste heilige plaatsen hebben wij al eerder gezien. Heilige stenen zijn wij al tegen gekomen op onze Odyssee. Wij herinneren ons de steencirkels als ontmoetingsplaatsen voor plechtigheden die wij niet meer kennen.

 [1]

Het gouden kalf als afbeelding van een (af-)god kennen wij ook [2]. Over Jahweh die aanwezig is tussen toppen van de engelenvleugels boven de verloren ark van het verbond, hebben wij in het Oude testament gelezen.

Waarschijnlijk hebben de jager-verzamelaars al onderdak gegeven aan Goden. Wij hebben gelezen over rituelen waarin de jagers zich verenigen met hun prooi als boete doening voor het doden van de prooi èn om de unieke bond voor overleven tussen prooi en jager in stand te houden. De rituelen zijn mogelijk op bijzondere plaatsen en tijden verricht. Deze plaatsen kunnen als een voorloper van het huis van God worden gezien. Een volgende stap op weg naar een huis van God zijn grotten waarin vooral veel schilderingen van jacht-taferelen gevonden. Waarschijnlijk hebben deze schilderingen ook een religieuze achtergrond gehad.

De herdersvolkeren zijn voor een deel met hun kudden rondgetrokken. Zij hebben mogelijk ook vaste heilige plaatsen gekend. En zij zullen heilige plaatsen van gevestigde bewoners hebben ontmoet. Hebben zij zich met de goden van de gevestigde bewoners en de jager-verzamelaars vereenzelvigd? Waarschijnlijk niet, maar misschien hebben zij onderdelen van hun geloof toch overgenomen. Als nomaden zullen zij hun heilige voorwerpen hebben meegenomen op de trektochten met kudden. Binnen hun tenten zijn speciale plaatsen ingeruimd voor heiligdommen. Een voorbeeld is de ark van het verbond die de Joden op de trektochten met zich mee dragen en op rustplaatsen in een tent is gezet. Zelfs in de tempel in Jeruzalem blijft de ark voorzien van draagstokken als herinnering aan- en voorbereiding op trektochten.

Bij jou en mij roept de vorm van Islamitische moskeeën beelden op van tijdelijke verblijven – grote tenten met voorposten om de ingang te wijzen – in een woestijn. Deze moskeeën zijn uiteindelijk overgegaan in imposante Godshuizen met voorhoven en bijgebouwen rondom. Een voorbeeld hiervan is de Suleyman moskee in Istanboel.

[3]

Akkerbouwers met vaste velden zijn een vaste woonstede gaan betrekken. Ook de goden hebben een eigen woonstede gekregen. Het erkennen van Godshuis is niet vanzelf gegaan. Bij het bezoek aan de oudste staafkerk in Urnes in Noorwegen, vertelt de gids dat het houtwerk aan de buitenkant van de kerk is bewerkt met veel draak-motieven om de boze geesten buiten te houden. Dat is ook nodig in de lange donkere winters. De Vikingen moeten hun zwaarden buiten bij de deur laten staan. Binnen in de kerk komt er alleen wat licht van boven. In dat licht is boven in de kerk een houten kruisbeeld te zien waar vandaan de verlossing en de toegang tot het hiernamaals moet komen. De priesters in die tijd proberen zo het beeld van het Walhalla – de hal waar de eervol gevallenen in de strijd tot in lengte van dagen eten, drinken en vechten – te veranderen in een verlangen naar verlossing van de zonden en een uitzicht op een Christelijk kijk op het hiernamaals. De blauwe verfkleur lapis lazuli op het houten kruisbeeld uit ongeveer de 12e eeuw na Christus komt volgens de gids uit Afghanistan.

Bij de uitleg van de gids denk ik aan Jalāl al-Dīn – ook bekend als Rumi, die rond dezelfde tijd is geboren in Vaksh in de provincie Balkh in Afghanistan. Waarschijnlijk overstijgt Rumi  het “object in het midden” in zijn contact met Allah: “Mijn ervaring is in het hart van Allah; ziek zal het hart van Allah zijn zonder de ervaring van mij [4]”. Later op onze Odyssee hierover meer.

Nu wij deze staafkerk verlaten zeg jij: “Die lichtopeningen onder het dak doen mij denken aan een uitspraak van Oscar Wild: “We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars”.

[5]

“Herinner jij je de eerste stralen van de ochtendzon om 6 uur ’s-morgens op de eerste lentedag? [6]”, vraag ik.

“Altijd als ik een kerk bezoek”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over kerken als “object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: Marieke Grijpink

[2] Zie het vorige bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1” op 5 mei 2011

[3] http://www.islamleer.nl/islaam/biografie/geleerdenoverigen/758-kanuni-sultan-suleyman-i

[4] Nicholson, Reynold A., The Mathnawi of Jalálu’ddin Rúmí, Book II. Cambridge: Biddles Ltd, 2001 p. 281

[5] Bron afbeelding: http://www.sacred-destinations.com/norway/urnes-stave-church

[6] Zie het laatste bericht over “Twee” op 25 april 2011