Tagarchief: koan

Narrator – Een nieuw jaar


Rond Pasen was de winter van dat jaar voorbij. De voorjaarszon kwam tevoorschijn en de natuur bloeide op. Ik kocht naast mijn stadsfiets nog een toerfiets waarmee ik eerst enkele fietstochten maakte op de beide eilanden Sjælland en Amager waarop de stad Kopenhagen ligt. In een paar maanden leerde ik niet alleen goed fietsen, maar ik kreeg plezier in deze vorm van zweven in weer en wind over de wegen.

Reiserad-beladen[1]

Aan het einde van het voorjaar ontving ik opnieuw verontrustende brieven van vroegere minnaars in Amsterdam; ook zij waren ernstig ziek door AIDS. Ik besloot met mijn toerfiets in ruim een week naar Amsterdam te reizen. Na een kleine week voorbereiding vertrok ik met een volgepakte fiets voor enkele maanden naar Amsterdam. Mijn zolderkamer had ik tijdelijk onderverhuurd aan een vriend.

Uiteindelijk deed ik twee weken over de reis, want ik had bijna altijd tegenwind. Op de lange rechte stukken ging in mijn beleving het malen van de pedalen over in het ronddraaien van de gebedsmolens, soms moeizaam, soms als vanzelf.

Gebedsmolens[2]

Onderweg naar Amsterdam speelde het Boeddhistisch vraagstuk van de “ijzeren Os” [3] door mijn hoofd. Vroeger zullen enkele van mijn voorouders te paard gereisd hebben. In Afrika had ik wel mensen op een os zien reizen. Nu was ik in plaats van ruiter te paard een berijder van een ijzeren ros.

Man op os[4]

Ik miste mijn geliefde die toen al in Amerika woonde, voor aanspraak bij dit vraagstuk. Mijn aanwijzing tijdens het fietsen was het vers bij het vraagstuk:

“Het werk van een ijzeren os –

Wanneer de zegel (van verlichting [5] en van idool) aanwezig blijft, dan is de impressie geruïneerd”. [6]

Fietsend door Noord Duitsland en Nederland kreeg mijn fiets steeds meer de vorm van de “ijzeren os” in het boeddhistisch vraagstuk. Soms lekker glijdend bij windstilte, soms zwoegend bij tegenwind deed mijn ijzeren ros zijn werk; gestaag gleden wij samen met de weg en de omgeving door het heelal.

Onderweg kon ik meestal bij mensen overnachten in ruil voor enkele verhalen of voor enige hulp op een boerderij. Overdag probeerde ik bij rustplaatsen wat geld te verdienen met goochelen, want tijdens mijn fietsreis had ik geen inkomsten uit percussiespel met jazz ensembles. Na enige oefening kon ik met twee goochelvoorstellen met touw – die ik had geleerd van een vriend in Kopenhagen – bij iedere stopplaats een nationale munt verdienen; in Duitsland een D-mark en in Nederland een gulden. Bij een voorstelling liet ik een touw door mijn hals gaan. Een demonstratie van deze voorstelling is te zien op de volgende video:

http://www.youtube.com/watch?NR=1&feature=endscreen&v=aSMZJ0w3DyM

Tijdens een andere presentatie ging het touw onverwachts door een ring. Een voorbeeld van deze voorstelling wordt getoond op de volgende video:

http://www.youtube.com/watch?v=2xx7UjeZYn4

Wanneer ik beide voorstellingen iedere dag op vijf verschillende rustplaatsen opvoerde, dan verdiende ik genoeg geld voor goede dagelijkse maaltijden voor mij en voor een andere reiziger met wie ik de maaltijd deelde.

Die zomer en herfst in Amsterdam leefde ik met en zorgde ik voor oude bekenden en vroegere minnaars met AIDS. Daarnaast genoot ik van de Hollandse stranden en van de mooie wolken in Nederland.

Aan het einde van de herfst reed ik met een storm in de rug naar Kopenhagen. De winter bracht ik door in mijn zolderkamer met de lange nachten waarin de maan, de sterrenhemel en de geesten mij gezelschap hielden. Dit ritme van zomers naar het zuiden en de winters in Kopenhagen heb ik enkele jaren gevolgd; op latere leeftijd ben ik in het zuiden gaan overwinteren om de zomer in het noorden door te brengen.

Waren deze overwinteringen op mijn zolderkamer een boetedoening voor de misdrijven als kind soldaat bij een militie? Misschien, een jaar later ontmoette ik een man die voortdurend moest boeten voor zijn daden.


[1] Bron afbeelding: http://da.wikipedia.org/wiki/Cykeltyper . De foto is gemaakt in 2005 en toont een fietstype van een latere datum.

[3] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 125 – 130.

[4] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Os_(rund). De ossen in Afrika waren niet zo weldoorvoed.

[5] Volgens het Mahāyāna Boeddhisme verspreid menselijke verlichting een geur van ijdelheid. Er is pas sprake van verlichting wanneer alles en iedereen verlicht is.

[6] Eerste twee versregels bij de koan Fengxue’s “Iron Ox”. Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 125 – 130.

Advertenties

Narrator – Kopenhagen en Amsterdam – een weerzien


Met al mijn bezittingen in de kofferruimte van de Citroën DS, ben ik op een vroege lente ochtend uit Stockholm weggegaan. Gedurende de Noordelijke cyclus van ruim een jaar vervloog mijn reïncarnatie waarin ik eerder in Amsterdam de verschijningsvorm van een idool had aangenomen. In de nabijheid van mijn geliefde was ik weer in de wereld van de gewone stervelingen teruggekeerd.

Net voor het vertrek naar zijn nieuwe woonplaats in een klooster in Amerika was mijn geliefde bezig met het Boeddhistisch vraagstuk: “Een winst, een verlies” [1]. Nu hij ruim twee maanden geleden was vertrokken, voelde mijn leven als een winst en een verlies – een leegte en een nieuwe bestemming. In de toelichting bij dit Boeddhistisch vraagstuk stond: “Als u ellende wilt voorkomen, vertrouw op uw eigen lot” en “Verlies en winst, goed en kwaad, laat ze allemaal tegelijk los” [2]. Beide zinnen waren van toepassing op mijn nieuwe reïncarnatie als gewone sterveling. Pas veel later tijdens de zoektocht naar “Wie ben jij” zou ik meer inzicht krijgen in de eerste zin. De vrede van de tweede zin hoopte ik te vinden bij mijn uiteindelijke thuiskeer.

Via een weg langs het vele water van enkele binnenmeren – waaraan in ik Holland gewend was geraakt – reed ik in mijn witte Citroën DS van Stockholm naar Malmö. Daar nam ik de veerboot naar Kopenhagen. Eerst bezocht ik mijn vrienden waar ik enkele nachten kon logeren. Met hun hulp kon ik snel aan een kamer komen op de zolderverdieping van een karakteristiek huis in de Klosterstræde in het centrum van Kopenhagen vlak bij de universiteit en verschillende bibliotheken. Eerst zag ik deze kamer als een tijdelijk verblijf voor enkele maanden; uiteindelijk heb ik er enkele jaren gewoond. Ik voelde mij hier meteen op mijn gemak. Vanuit mijn raam had ik ’s nachts zicht op de maan en de sterrenhemel. Overdag herinnerde de naam van de straat mij aan mijn geliefde die nu in een echt klooster woonde. Zijn boek met Boeddhistische vraagstukken [3] had ik als afscheidsgeschenk gekregen. Geregeld las ik een passage uit het boek waarna het vraagstuk – voor zover ik het kon thuisbrengen – een plaats in mijn leven vond. Zo bleven mijn geliefde en ik met elkaar in verbinding staan.

KLOSTE~1[4]

Mijn jaren in Kopenhagen leefde ik van het legaat dat mijn geliefde voor mij had achtergelaten aangevuld met inkomsten uit optredens in Jazz ensembles. Ik bezocht bijna dagelijks de fleurig geschilderde huizen langs de Nyhavn, die mij herinnerde aan de bollenvelden en de grachten in Holland.

Nyhavn_copenhagen[5]

Het eerste najaar in Kopenhagen ontving ik een droef bericht uit Amsterdam; een van mijn dierbare minnaars was overleden aan de mysterieuze ziekte die in die tijd rond 1983 de naam HIV en AIDS [6] had gekregen. Na het lezen van de rouwkaart ben ik in een dag naar Amsterdam gereden. Bij aankomst hoorde ik dat veel meer van mijn vroegere minnaars deze ziekte hadden, die wordt veroorzaakt door overdacht van een virus – dat het menselijk immuun stelsel aantast – tijdens het liefdesspel [7].

Human_Immunodeficency_Virus_-_stylized_rendering[8]

In deze droeve omgeving werd ik door mijn vroegere vrienden en kennissenkring begroet als een oude bekende en zij zagen mij als een hervonden idool. Ik had mijn masker van idool tijdens mijn verblijf in Zweden afgelegd en het vroegere zorgeloos feest van eeuwigdurende liefde die toen in mijn omgeving exotisch door Amsterdam geurde, was voorgoed voorbij.

De begrafenis van mijn overleden minnaar was indrukwekkend. Een van onze dierbaren was te ziek om aanwezig te zijn. Met enkele vroegere vrienden hebben wij hem tot het laatst verzorgd; ook zijn begrafenis was aangrijpend. Beide keren waren alle naasten, vrienden en kennissen aanwezig. Voor een aantal minnaars was het een sombere voorbode voor hun toekomst.

Na deze tweede uitvaart ben ik naar Kopenhagen gevlucht. Het was opnieuw een ontsnapping uit mijn vroegere verblijf in Amsterdam waar ik niet meer thuishoorde en het was tegelijkertijd een vlucht voor deze ziekte die mij door een wonderlijke lot [9] bespaard is gebleven. Later is tijdens medisch onderzoek gebleken dat ik tot een kleine groep behoor, die resistent is tegen de infectie van HIV.

Terug in Kopenhagen werd ik weer een gewone sterveling, die alleen opviel door een zwarte/blauwe huidskleur en ritmische spel op percussie tijdens Jazz muziek.


[1] De Zen Koan: “Fayan points to the blinds”

[2] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 118

[3] Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998

[8] Dwarsdoorsnede van het Humaan Immunodeficientie Virus (hiv). Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Aids

Narrator – poort in het noorden 2


Het leven met mijn geliefde – die zijn dienstplicht in het Amerikaanse leger tijdens de oorlog in Vietnam had ontdoken en nog steeds in Europa verbleef hoewel hij na het generaal pardon van president Carter in 1977 weer terug kon keren naar de Verenigde Staten [1] – was in Stockholm even vertrouwd als in Amsterdam en het was tegelijkertijd in alle opzichten anders.

Naast het gouden huis in de oude binnenstad van Stockholm had hij ook de beschikking over een prachtig buitenhuis in de scheren archipel aan de kust. In de weekenden en tijdens vrije dagen gingen wij met een bootje naar dit houten huis op een klein eiland. Wij genoten van de prachtige luchten en ’s-nachts sliepen wij buiten als het weer het toeliet. Ik verbaasde mij over de dagen die steeds langer werden.

[2]

Verschillende vrienden van mijn minnaar speelden in jazz-ensembles. Via hen leerde ik de muziek van de groten in de jazz muziek waarderen; mijn favorieten waren het Miles Davis Quintet [3] en John Coltrane [4] met zijn quartet; zijn LP’s met “Joy“, and “A Love Surpreme” – geschreven tijdens de strijd voor gelijke rechten in Amerika waarbij John Coltrane met deze muziek een spirituele eenheid wilde creëren om daarmee een maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen [5] – draaide ik grijs.

[6]

Tijdens enkele oefensessies speelde ik op percussie met een jazz-ensemble; de leden waren zo onder de indruk van mijn spel dat ik die zomer mee mocht spelen tijdens het Stockholm Jazz Festival [7]. Daarna trad ik regelmatig op met wisselende muzikanten in Stockholm en later in Kopenhagen.

Mijn geliefde had zich in Stockholm verdiept in Boeddhisme en meditatie om zo meer inhoud aan zijn leven te geven. Onder zijn invloed ben ik mij langzaamaan gaan verdiepen in de Boeddhistische en Taoïstische kant van de Oosterse wijsheid.  Hij kon mijn hulp bij het leren doorgronden van bronteksten geschreven in het Sanskriet goed gebruiken. Samen bewandelden wij in Stockholm deze weg: hij volgde de inhoud en ik ondersteunde bij de vorm.

Vrijdag en zaterdag voor de laatste week in Juni maakte ik voor het eerst Midzomerfeest in Scandinavië mee. De nacht duurde in Stockholm maar enkele uren en die zaterdag en zondag lag het hele openbare leven stil. Wij waren bij vrienden uitgenodigd en namen deel aan dit traditionele feest.

Enkele dagen na midzomer zijn mijn minnaar en ik in de Godin op vakantie naar de Noordkaap gegaan. Door het bijna verlaten landschap van Noord Zweden – waar je buurman je beste vriend is, omdat er niemand anders in de omgeving woont – reden wij bij het eeuwige licht.

[8]

Net voor de grens met Noorwegen zagen wij de Lapporten. Mijn geliefde noemde het de Lege Poort [9]. Hij vroeg aan mij wat “leeg” in het Sanskriet was. Hierop antwoordde ik “śūnya” [10] dat verwant is aan het Engelse woord “shunt” [11] waarbij een lage parallelweerstand een kortsluiting van een elektrische stroom veroorzaakt. Daarop begon hij een deel van de Hart Sutra te zingen:

De Hart Sutra is te luisteren op: http://www.youtube.com/watch?v=z0jcx9fnoWc

Of beknopt en vrij weergegeven in het Nederlands:

Vorm is gelijk aan leegte zoals leegte gelijk is aan vorm;

Vorm zelf is leegte en leegte zelf is vorm;

Zo ook gevoel, kennis, dingen en bewustzijn.

Aldus Shariputra, alle Dharmas zijn leeg van kenmerken.

Zij worden niet gemaakt, niet vernietigd, niet bezoedeld en zij zijn niet puur;

en zij worden niet groter noch kleiner.

Daarom in leegte is geen vorm, gevoel, kennis, dingen en geen bewustzijn;

geen ogen, oren, neus, tong, lichaam en geest;

geen gezichtsvermogen, geluid, geur, smaak, tastzin en Dharmas;

Ik zei dat de Lege Poort de toegang tot het Nirvana[12] leek. Hij antwoordde dat de Lege Poort ook leeg was van Nirvana en hij straalde [13] als een god. Mijn geliefde is volmaakt gelukkig blijven stralen tot voorbij de Noordkaap.

[14]


[9] De Mumonkan – in Engels meestal vertaald met Gateless Gate – is een verzameling van 48 Zen Koans door de monnik Mumon samengesteld in de 13e eeuw na Christus.

The character 無 () has a fairly straightforward meaning: no, not, or without. However, within Chinese Mahayana Buddhism, the term 無 () is often a synonym for 空 (sunyata). This implies that the 無 () rather than negating the gate (as in “gateless”) is specifying it, and hence refers to the “Gate of Emptiness”. This is consistent with the Chinese Buddhist notion that the “Gate of Emptiness” 空門 is basically a synonym for Buddhism, or Buddhist practice. 門 (mén) is a very common character meaning door or gate. However, in the Buddhist sense, the term is often used to refer to a particular “aspect” or “method” of the Dharma teachings. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Gateless_Gate

Er zijn vier goed verkrijgbare uitgaven in het Engels:

Aitken, Robert, The Gateless Barrier, The Wu-men Kuan (Mumonkan). New York: North Point Press, 2000

Sekida, Katsuki, Two Zen Classics – Mumonkan & Hekiganroku. New York:Weatherhill, 1977

Shibayama, Zenkei, The Gateless Barrier, Zen Comments on the Mumonkan. Boston: Shambhala, 1974

Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan). Tucson: The University of Arizona Press, 1990

[10] “Empty, void” volgens: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[11] Volgens Shorter Oxford English Dictionary een natuurlijk of kunstmatig bloedvat om de bloedstroom om te leiden.

[12] “Land zonder bos” volgens: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[13] Het woord Deva waaruit Deus in het Latijn, Zeus in het Grieks en Dieu in het Frans is ontstaan, is in het Sanskriet verbonden met de werkwoordstam “Div”, dat onder meer “stralen, spelen, vermeerderen” betekent.

Narrator – Weg uit Rome


In Rome had ik de hemel op aarde uit mijn jeugd hervonden. Die herfst en winter was ik volkomen opgenomen in deze stad. Toch verliet ik het volgende voorjaar deze hemel op aarde. Als ik terugkijk op mijn leven, dan zou het beter zijn geweest wanneer ik in Rome was gebleven.

Veel later heb ik in boeken een verklaring voor de reden van mijn vertrek gelezen: “Wanneer het levenslicht niet volledig doordringt, dan zijn er twee vormen van ziekte. Een vorm van ziekte is wanneer niet alles helder is en er nog iets in beeld blijft om te bereiken. De tweede vorm van ziekte is wanneer volkomen opgenomen in de hemel er nog een hang naar de hemel blijft bestaan. Zelfs volkomen opgenomen in de hemel, blijft de vraag “Wie ademt?” – dit is ook een ziekte [1].    

Hoewel ik volkomen gelukkig was in Rome, leed ik nog aan beide vormen van ziekte. Ik waande mij in de hemel, maar nog steeds was in mijn bestaan niet alles helder en in mijn hart leefde de opdracht van mijn moeder om naar de stad Amsterdam te gaan. Ook mijn hang naar geluk bleef in Rome bestaan. Aan de genezing van de ziekte door de vraag “Wie ademt?” zijn Carla Drift, Man Leben en ik veel later begonnen tijdens onze Odyssee naar “Wie ben jij”.

[2]

In het vroege voorjaar gaf ik invulling aan de opdracht van mijn moeder om naar de stad Amsterdam te gaan waar mannen van mannen mogen houden. Ik verliet mijn hemel op aarde.

Mijn voetreis van Rome naar Amsterdam begon ik met een kleine rugzak en een beetje geld voor eten onderweg. In Italië bezocht ik de steden Siena [3] en Florence [4] waar ik genoot van de musea en de mooie gebouwen. In beide steden woonde ik een korte tijd bij minnaars; mijn exotische verschijning waaierde door deze steden. Na ruim twee maanden lopen, bereikte ik Noord Italië. Hier liet ik de gouden gloed van mijn half jaar Italië achter mij.

Bij mijn aankomst in Aosta was het weer was guur en de bergen lagen dreigend in de verte. Ik kon geen slaapplaats vinden. De hele nacht waakte ik onder een bewolkte hemel met veel regen.

[5]

De volgende dag klaarde het weer op en ik droogde mij in de zon. Ik liep verder door het Aosta dal via Courmayeur [6] naar de ingang van de Mont Blanc tunnel. Ik zag voor het eerst witte besneeuwde berghellingen. Zo’n prachtig heldere wereld had ik nog nooit gezien. Deze betoverende wereld was het tegenbeeld van mijn oorsprong en van mijn bestaan tot nu toe.

[7]

Ik ben met een vrachtwagen door de Mont Blanc tunnel naar Frankrijk gesmokkeld; dit ging zonder problemen. Ik durfde de grens niet met mijn reispapieren te passeren, want mijn visum was alleen voor Nederland geldig.

In Chamonix net over de Franse grens leken de toppen van de bergen op tanden van een monster. Dit was niet mijn wereld. Met de trein verliet ik het dal van Chamonix.

[8]

In Frankrijk heb ik de GR 5 wandelweg naar het Noorden gevolgd.


[1] Dit is een verkorte en zeer vrije weergave van de koan “Yunmen’s twee ziekten”. Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 46 – 50. Zie ook: Maezumi, Hakuyu Taizan, The hazy moon of enlightenment. Somersville: Wisdom Publications, 2007 p. 21 – 27

[5] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Aosta

[7] Bron afbeelding: foto door Matthieu Riegler via http://en.wikipedia.org/wiki/File:Mont_Blanc_depuis_Valmorel.jpg