Tagarchief: kreeftdicht

Inleiding: Een – Bloesem


 

Bloesem

[1]

Stof[2] steeg omhoog in de stam[3]

Naar het begin van een knop

Ontluikend in het lentelicht

De knop[4] toont een bloesemwaaier[5]

Haar pracht in volle glorie

In een zucht verstreken

Vol vertrouwen valt het bloesemblad

Van de knop naar beneden

Dwarrelend in een wolk op de wind[6]

Een dek van vingerafdrukken op de grond

Betreden door de wereld

Vergaan tot stof[7]

[8]

Dit gedicht kan ook als kreeftdicht of retrograde worden gelezen. In de paragraaf “Geen tijd, geen verandering” van hoofdstuk 7 ontmoeten jij en ik bij de mystici onder meer de rol van een bloem [5].


[1] Bron afbeelding: JvL

[2] Zie ook: Genesis 3:19: “Gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren”. Voordat de scheiding van lucht en aarde heeft plaats gevonden (zie aanlegplaats twee tijdens onze Odyssee), is nog altijd de overgang van leegte tot stof – en van stof tot stof – een weerspiegeling van de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid. Bij onze thuiskeer (zie de laatste aanlegplaats “nul”) hopen jij en ik weer in de volkomen eenheid terug te keren. Zijn wij ooit weg geweest?

[3] “Wordt stof geheven, dan bloeit het land. Wordt stof genomen, dan is de leegte/ruimte”. Dit is een erg vrije weergave  van koan 61 uit de Hekiganroku. Zie:Yamada Kôun Roshi, Hekiganroku, Die Niederschrift vom blauen Fels. München: Kösel-Verlag, 2002.

[4] De naam Buddha is in het Sanskriet samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “bud” dat “knop, begin” betekent – vergelijkbaar met het engelse woord “bud” in rosebud in de film “Citizen Kane” van Orson Wells – en de werkwoord-kern “dha” dat “plaatsen, verlenen, schenken” als betekenis heeft. Bron voor woorden in het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[5] Volgens de overleveringen is de tweede zen meester door Boeddha gezien toen hij als enige aanwezige de opgeheven bloem in de handen van Boeddha met een glimlach herkent. Is dit de herkenning van de volkomen eenheid? Wij weten het niet. De volgende Zen meesters zijn volgens de Denkōroku direct verbonden met elkaar. Zijn zij ooit weg geweest van het ontluiken van de bloem? Wij weten het niet.

[6] Hier zien jij en ik een manifestatie van het woord “aldus” of “evam”, dat in het Sanskriet onder meer “gaan op de wind” betekent. Zie ook de één na laatste alinea van het bericht van 1 april 2011.

[7] Zie ook: Het Oude Testament, boek prediker 12:7: “Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, wordt het weer zoals het is”. Is dit de volkomen eenheid of een manifestatie hiervan? Wij weten het niet.

[8] Bron afbeelding: JvL

Inleiding: Een


Inleiding bij het eerste hoofdstuk

Jij en ik beginnen onze zoektocht naar “Wie ben jij” bij het begin van alles. In het begin is er geen onderscheid – en dus geen scheiding – aanwezig tussen jou, mij en alles om ons heen. Alles is volkomen verbonden. Is er dan al verandering? Wij weten het niet. Misschien vervloeit alles voortdurend. Of alles verandert steeds van grootte door periodieke uitzetting en inkrimping.

[1]

Bij een beschrijving van de volledige eenheid hebben woorden en concepten aanmerkelijke beperkingen, omdat zij bedoeld zijn om onderscheid te maken tussen dingen of gebeurtenissen. Woorden en concepten worden ook gebruikt voor het duiden van afzonderlijke dingen. Eén gaat vooraf aan afzonderlijke dingen, dus woorden en concepten zullen een gebrekkige weerspiegeling geven.

Bij de beschrijving van de volkomen eenheid is geprobeerd om een samenhang tussen inhoud en vorm te verkrijgen. Er is gekozen voor een dichtvorm waarbij de toestand van de volledige eenheid wordt weergegeven zonder wezenlijke ontwikkeling. Hierdoor zijn enkele gedichten overgegaan in een “retrograde of “kreeftdicht”, waarbij het gedicht ook van achter naar voren kan worden gelezen zonder wezenlijk aan betekenis in te boeten. Hieronder staat een couplet; twee gedichten zijn te lezen op de pagina “Een” in het menu.

Neemt de wind jou mee                                            Met de lucht over de zee

Vluchtig en vertrouwd                                               Vluchtig en vertrouwd

Met de lucht over de zee                                          Neemt de wind jou mee

De volkomen eenheid is beschreven volgens een menselijke maat, die herkenbaar is voor mensen in een westerse beschaving in een gematigd zeeklimaat. Een Bedoeïen in de Sahara zal een andere afspiegeling geven.

[2]

Een Eskimo zal weer een andere beschrijving maken. Dit verschil van weergave wordt veroorzaakt door de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid aan de afzonderlijke levensvormen. In latere hoofdstukken komen wij hier op terug.

Uiteraard is een volledige weergave op zijn plaats, maar dit is voor mensen niet te bevatten en het ontbreekt ons aan mogelijkheden hiertoe. Terecht merk jij op dat in hoofdstuk Eén met het woord “Aldus” – of “Evaṃ”[3] in het Sanskriet” – een juiste afspiegeling van de volkomen eenheid is gegeven; maar een afspiegeling blijft een reflectie.

In het volgende berichten gaan wij verder met het ontstaan van het gedicht “Bloesem”. Daarna bekijken wij de klassieken solipsisme, “het universum is een droombeeld” en pantheïsmen.


[2] Bron van afbeelding: http://www.ondernemen.in/INFO_Woestijn

[3] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta