Tagarchief: Krishna

Narrator – terug op aarde


Het vuur in het bos [1] heeft de hele nacht gebrand. De volgende ochtend smeulde het nog steeds; pas in de middag doofde het vuur. De nachtelijke moordpartij aan de rand van het bos leverde niets op. De geur van het verbrandde bos mengde zich met de geur van dode lichamen en de aasvliegen waren overal.

Aan het begin van de volgende maanloze nacht verliet ik de militie. Ik liep de hele nacht; ik volgde de bestemming [2] van mijn roepnaam Kṛṣṇa [3] – in deze maanloze nacht ontsnapte ik levend uit de hel en ik ontliep de dood van Engaï [4]. Later hoorde ik dat enkele maanden later de militie was uitgemoord door het leger van het land. Net voor het eerste zonlicht heb ik mijn uniform en wapen weggedaan.

[5]

De volgende dag ruilde ik enkele bezittingen uit de militie tegen kleren. In ruim een week trok ik naar mijn moeders weidegrond [6]. Via informatie van bekenden vond ik haar tijdelijke verblijfplaats.

[7]

Zij zag mij al van afstand en mijn jongere broers en zussen kwamen op mij afgerend. Mijn moeder keek zielsgelukkig totdat zij mijn ogen zag – donker en koud als de nacht. Zij zag in mijn gezicht het vuur in het bos, mijn bewegingen weerspiegelden de hongerige geesten en aan mijn lichaam rook zij de hel. Ik kreeg te eten en ik kon blijven slapen, maar de volgende morgen stuurde zij mij weg met de woorden: “Van de wereld heb jij genomen, aan de wereld moet jij teruggeven. Daarna ben jij welkom als gast.”

Te voet ben ik naar de hoofdstad gegaan. Aan de rand van de stad kon ik tegen kost en inwoning hulpdocent zijn op een school. Tijdens de lesuren hielp ik de leerlingen bij de opdrachten en buiten schooltijd ging ik naar de bibliotheek om te studeren. Mijn Engels en Sanskriet verbeterden enorm en ik leerde en oefende de belangrijke epische verhalen zodat ik – net als mijn vader – verhalenverteller kon zijn.

[8]

In de stad ontmoette ik de mooiste mannen op wie ik heimelijk verliefd werd. Na een jaar leerde ik mijn eerste liefde kennen – zo gewoon, zo vanzelf, zo geborgen. Zijn naam was Arjen; ik noemde hem Arjuna [9]. Zijn ouders waren voor hun werk uit Nederland naar Nairobi verhuisd . Naar buiten waren wij vrienden, heimelijk waren wij geliefden. Zijn huid was veel lichter; hij studeerde aan de universiteit. Ik hielp hem met Sanskriet; hij hielp mij met Engels, Frans en Duits.

Twee jaren laten zijn wij naar mijn moeder gegaan. Zij begroette mij als haar verloren zoon. Al mijn broers en zussen waren blij om ons te zien. Enkele dagen later kwam mijn vader langs en wij waren gelukkig.

Mijn moeder zag meteen dat Arjen en ik meer dan alleen vriendschap hadden. Om mij te beschermen tegen de overweldigende krachten die een liefde tussen jongemannen in haar land opriepen, stuurde zijn mij weg naar een stad in een ver land waar mannen van mannen mogen houden. Zo overbrugde [10] zij het dilemma tussen haar wereldorde en plicht en het menselijk handelen [11]. Zij noemde de naam van de stad: Amsterdam. Enkele dagen later ben ik vertrokken. Ik heb mijn ouders nooit meer bezocht, maar zij vergezellen mij overal waar ik ga.


[1] Zie voor het vuur in het Khandava bos: http://www.sacred-texts.com/hin/maha/index.htm boek 1 Section CCXXVII en verder; Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: Where Krishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990,  p. 71 – 84

[2] In het Sanskriet betekent nāmadheya naast “naam” of “titel” ook “bestemming”. Bron: Maurer, Walter Harding, The Sanskrit Language, An Introductory Grammar and Reader. London: Routledge Curson, 2004 Deel II p. 771

[3] Kṛṣṇa betekent in het Sanskriet onder meer “zwart”, “blauw zwart”, “de donkere periode van de maancyclus” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[4] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen sterven en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

[5] Bron afbeelding: http://ki.wikipedia.org/wiki/File:Sunrise_over_Mount_Kenya.jpg

[6] In het Sanskriet betekent “nama” “weidegrond” (voor een nomadenvolk is dit een vorm van bestemming). Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Kenya

[9] Arjuna is een van de hoofdpersonen in de Mahābhārata. Hij is een van de vijf broers die allen met een vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatig deel van het koninkrijk, voor het herstel van de eer van Draupadi en voor behoud van de wereldorde. De naam Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent.

[10] In het Sanskriet is een woord voor overbruggen: “yuj” dat ook “verbinden, voorbereiden, bevelen” betekent.

[11] Krishna [4] – de wagenmenner – zet in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – Arjuna aan tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht (Dharmakshetra) en anderzijds het menselijk handelen (Kurukshetra). Dharmakshetra is samengesteld uit Dharma “plaatsen van voortdurende zelf/Zelf”, en “kshetra” – letterlijk: veld. Kurukshetra is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat “maken, doen of handelen” betekent en “kshetra” – letterlijk: veld.

Advertenties

Narrator – mijn ontstaan


Onvoorstelbaar lang geleden ben ik ontstaan uit het geluid van vallende regendruppels bij het blazen van de wind en het klateren van vallende stenen. Met de regen is het ritme ontstaan, door de wind mijn stem en met de vallende stenen het applaus. Uit het ritme en de wind zijn de verhalen voortgekomen. Uit het applaus ontstaat de waardering met de aandrang om opnieuw de aandacht op te zoeken.

Mijn hele leven vertel ik verhalen over het leven en de dood, over oorlogen, hebzucht, moed en trouw, over liefde, wraak, eer, roem en toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen bracht.

Sinds ik door Carla Drift uit een droom ben gered waarin ik bijna weggleed naar een andere wereld, vertel ik verhalen voor het verbeteren van discussies en inzichten op de raakvlakken tussen levensbeschouwing, literatuur en religie. Daarmee hoop ik bij te dragen aan vrede, een betere wereld en geluk voor alles en iedereen.  Dit is de samenvatting van de biografie van mijn leven.

In de samenvatting ontbreekt mijn eerste herinnering waarin ik mijn vader hoorde zingen in een taal uit het land waarvandaan hij naar Afrika was vertrokken. Dit gezang klinkt zo vertrouwd alsof ik het al ken vanaf het begin der tijden. Mijn vader heeft mij verteld dat dit gezang in zijn land de īśāvāsya [1] upaniṣad of Isha Upanishad [2] wordt genoemd. Toen ik vier jaar oud was, leerde mijn vader mij de tekst terwijl ik naast hem zat [3].

ॐ पूर्णमदः पूर्णमिदं पूर्णात् पूर्णमुदच्यते।
पूर्णस्य पूर्णमादाय पूर्णमेवावशिष्यते॥
ॐ शांतिः शांतिः शांतिः॥

Ôm, Purnamadah Purnamidam Purnat Purnamudachyate;
Purnasya Purnamadaya Purnameva Vashishyate.
Ôm shanti, shanti, shanti

Ôm, Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel.

Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel.

Ôm vrede, vrede, vrede.

Het gezang van de īśāvāsya upaniṣad kan beluisterd worden via een bijlage bij dit bericht op de website van de uitgeverij www.omnia-amsterdam.nl [4].

Mijn vader is donker als de nacht. Hij is geboren en opgegroeid in een arm Zuidelijk deel van India. Op school heeft hij Sanskriet leren spreken, lezen en schrijven: de taal van de goden in de wereld van de mensen. Al mijn grootvaders en overgrootvaders hebben deze taal gesproken. Als jongvolwassen man is mijn vader naar Kenia in Afrika gereisd om rond te trekken als verhalenverteller en om een beter bestaan te leiden. In dit land heeft hij mijn moeder ontmoet.

Mijn moeder is een trotse vrouw uit de Masaï nomadenstam. Zij kent geen landsgrenzen; al het land is voor iedereen en het vee heeft voedsel en zorg nodig. Als jonge vrouw heeft zij mijn vader ontmoet. Hij was uitgehongerd en zij heeft zich over hem ontfermd. Tussen hen is een liefde ontstaan die ons bestaan overstijgt. Zij zijn samen verder door het leven gegaan; mijn vader is blijven rondtrekken als verteller en mijn moeder geeft verzorging en onderdak wanneer hij langskomt. Hieruit ben ik op aarde gekomen.

Mijn voornaam is Kṛṣṇa [5] omdat ik net als mijn vader donker ben als de nacht met mijn zwarte blauwe huidskleur en omdat ik tijdens de nieuwe maan ben geboren. Mijn ouders hebben hiermee de hoop uitgesproken dat ik net als de maan elke nacht weer levend wordt en niet dood zal gaan als alle mensen [6]. Later in mijn leven heb ik mijn voornaam verandert in Narrator – verteller, want ik wens bij de stervelingen te horen. Mijn familienaam van mijn vaderskant is Nārāyana. Dit betekent in de taal van mijn voorvaderen:  “zoon van de oorspronkelijke man” [7],

[8]

Rond mijn zesde jaar heeft mijn vader mij voor het eerst naar school gebracht. Daar heb ik leren lezen en schrijven. Met lezen ben ik nooit meer opgehouden. Gilgamesh, Ilias, Odyssee, Mahābhārata, Shakespeare, heb ik in de laatste klassen van de school gelezen terwijl de andere jongens buiten krijgertje speelden. Veel van mijn verhalen komen voort uit deze tijd.

[9]

Tot mijn 16de jaar ben ik op school gebleven. Daarna zijn pik donkere bladzijden in mijn leven gekomen.


[1] Īśa betekent in het Sanskriet onder meer “God in de goddelijke hemel”, “iemand met almacht”. “Avāsya” betekent in het Sanskriet “neerzetten”. Hierdoor kan īśāvāsya worden opgevat als beschrijving van God in de goddelijke hemel. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[2] Een woordelijke vertaling van de Isha Upanishad is verkrijgbaar via de volgende hyperlink: http://www.arsfloreat.nl/documents/Isa.pdf

[3] Upanishad betekent letterlijk: “Neerzitten bij”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Upanishad

[4] De oorsprong van deze mp3 file kan de auteur niet meer achterhalen. Wanneer de eigenaar zich meldt, dan zal de auteur het bericht op dit punt aanpassen aan de wensen van de rechthebbenden.

[5] Kṛṣṇa betekent in het Sanskriet onder meer “zwart”, “blauw zwart”, “de donkere periode van de maancyclus” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[6] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen dood en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

[7] Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[8] Een Masaï vrouw. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Maasai_people

Een oorlog als geen ander – de hoofdrolspelers


In het vorige bericht heeft uw verteller een kort intermezzo geschreven over het zelfbeeld van strijders in oorlog en geweld. Hierbij heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de deelname van de filosoof Socrates aan de Peloponnesische oorlog in Griekenland.

Nu zal uw verteller een inkijkje geven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog.

Een boek over deze oorlog begint met het gedicht:

Toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen aan de Achaeans bracht,

en dappere zielen van veel helden naar Hades zond

en hun lichamen veranderde in prooi voor een hond

en voor zwermen vogels, en de wil van jou – Deus/God – werd volbracht [1].

Wie ben jij die deze verschrikkingen bracht? Wie ben jij die deze oorlog als geen ander wilde? Wie ben jij die de verschrikkingen van broedermoorden, roof, eerroof en slavernij aan jouw buren toebracht en die de lichamen van jouw naasten als prooi voor honden en zwermen vogels achterliet. Wie ben jij die deze moorden wilde? Wie ben jij die de voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [2] wil laten bestaan? Volbrengen de hond en de vogels ook jouw wil; hebben zij een goddelijke natuur [3]?

Waarin verschil jij van Krishna [4] – de wagenmenner – die Arjuna [5] in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – aanzet tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht [6] en anderzijds het menselijk handelen [7] [8].

Uw verteller weet de antwoorden niet, maar stelt wel de vragen. Wie de wereld kent, spreek!

De belangrijkste spelers in de Peloponnesische oorlog zijn Sparta en Athene met hun respectievelijke bondgenoten. Maar de invloed van Perzië was nog steeds groot. Wie zijn zij?

Tussen 490 v. Chr. tot 479 v. Chr. heeft Perzië – een dictatuur met “volgzame” lokale satrapen – geprobeerd Griekenland bij het Perzische rijk in te lijven. In 449 v Chr. heeft Perzië de Griekse stadstaten in Klein Azië erkend. Perzië heeft Griekenland niet rechtstreeks meer aangevallen, maar zij heeft als eerste hoofdrolspeler de Griekse stadstaten met veel succes tegen elkaar uitgespeeld. Daarnaast heeft de herinnering aan de oorlogshandelingen tijdens de Perzische oorlogen nog veel invloed gehad op de gebeurtenissen tijdens de Peloponnesische oorlog .

De tweede hoofdrolspeler is de militaristische en oligarchische stadstaat Sparta gelegen in het midden van de Peloponnesos in Griekenland. In deze stadstaat was strijdvaardigheid van de vrije mannen van imminent belang. Al voor de geboorte van een kind werden er voorbereidingen getroffen om de beste genen te laten samenkomen voor uitmuntend nakomelingschap. Een gehuwde vrouw had een zekere mate van vrijheid om de beste man uit te kiezen voor het verwekken van haar kinderen: oudere echtgenoten stonden hun vrouw toe kinderen te verwekken met jongere fitte mannen [9]. Bij de geboorte was de gezondheid bepalend voor het levenslot van de baby. Vanaf 6 jarige leeftijd werden jongens en meisjes rigoureus getraind: de jongens als strijders en de meisje voor gezondheid. Mannen en vrouwen leefden grotendeels gescheiden van elkaar. Spartanen stamden af van de originele inwoners van de stad. Naast Spartanen woonden rondom Sparta de vrije Perioikoi die soms als hopliten met de Spartanen meevochten in de strijd. In en rondom Sparta waren veruit de meeste bewoners Heloten die als dienaren/slaven voor alle arbeid buiten oorlogsvoering moesten zorgen. De Heloten waren de oorspronkelijke bewoners van de streek die door de Spartanen waren verslagen in de strijd en dus de Spartanen als slaven hadden te dienen. Maar altijd voelden de Spartanen de dreiging van een opstand van de Heloten; zij deden er alles aan om deze opstand te voorkomen. De Spartanen werden zeer gevreesd in de strijd: zij hadden de naam om nooit op te geven. Misschien werd deze standvastigheid nog verstrekt door de constante dreiging van een opstand van de Heloten na een eventuele vlucht van Spartanen. De Spartanen waren zeer (bij)gelovig; zij gingen pas ten strijde als alle religieuze verplichtingen waren voldaan en de voortekenen gunstig waren. Hierdoor moesten bondgenoten geregeld lang wachten op de steun van de Spartanen. Tijdens de Slag bij Sphacteria – in het zuid-westen van de Peloponnesos gaven een groep van 292 strijders waaronder 120 jonge Spartanen zich over aan de Atheners. Deze overgave schokte de Griekse wereld [10], want Spartanen gaven zich nooit over. De schok voor Sparta was nog groter, want naast een enorm gezichtsverlies omvatten deze jonge Spartanen een groot deel van de  toekomstige generatie. Athene heeft deze gevangenen als gijzelaars in Athene vastgehouden waarna Sparta gedurende de gijzeling is gestopt met het platbranden van het koren op de akkers in de buurt van Athene. Na hun vrijlating zijn deze gevangenen in Sparta nooit meer echt voor vol aangezien.

[11]

De derde hoofdrolspeler is het – in extreme vorm – democratische Athene gelegen aan de Egeïsche zee in Griekenland. Athene was aan het begin van de Peloponnesische oorlog puissant rijk geworden met het exploiteren van zilvermijnen en met handel. Deze rijkdom veroorzaakte enerzijds bij de stadstaat Sparta een onbehagen over de hegemonie en anderzijds bij Athene de wens om als gelijke erkend te worden. Deze spanning is een van de aanleidingen voor de oorlog.

Ongeveer 50 jaar eerder werd Athene geleid door koningen en tirannen. Tijdens de Peloponnesische oorlog was Athene een democratie van haar vrije inwoners. Maar het merendeel van de bevolking was niet vrij en nam dus niet actief deel aan de democratie. Deze democratie betekende in praktijk vaak imperialisme voor de bondgenoten van Athene. De belangrijke beslissingen werden in Athene genomen tijdens bijeenkomsten van de vrij mensen. Zij namen het besluit en zij wezen een uitvoerder aan. Deze uitvoerder moest verslag uitbrengen aan de vrije mensen. Bij mislukkingen konden de eigendommen van de uitvoerder worden geconfisqueerd en hij en zijn familie droegen de gevolgen waaronder verbanning en/of de doodstraf voor de uitvoerder. Tijdens de oorlog namen de vrije mensen besluiten over het lot van gevangenen en van ingenomen steden. Geregeld werden zeer wrede beslissingen genomen: aan het einde van de oorlog werden enkele veroverde steden van voormalige bondgenoten volledig vernietigd en de inwoners gedeporteerd of gedood nadat deze steden hadden gekozen voor neutraliteit – de oorlogsinspanningen vergden een te grote bijdrage of Athene legde te hoge heffingen op – of waren overlopen naar het ander kamp. Deze besluiten gingen volledig in tegen de wensen van de generaals die de steden hadden veroverd. Wandaden van de democratie verwijderde Athene van andere bondgenoten: vandaag jij – morgen ik.

Athene bezat een oorlogsvloot die oppermachtig was. Athene en haar havenplaats Piraeus waren omgeven met voor de tijd onneembare muren. Hierdoor konden de havenplaats en Athene ongehinderd met elkaar in verbinding staan.

[12]

De rijkdom van Athene werd getoond in de bouwwerken op de Acropolis. Aan het begin van de oorlog bezat Athene een zilver voorraad die voldoende was voor minstens tien jaar oorlogsvoering inclusief voeding voor haar inwoners. Op basis van de rijkdom heeft de oude staatsman Pericles de tactiek voor de eerste periode van deze oorlog uitgewerkt. Met instemming van de vrije mannen in de stad besloot hij dat Athene op het land de strijd zou vermijden: Athene trok zich terug achter haar muren en zij vertrouwde op haar vloot voor oorlogsvoering en voor de veilige toelevering van alle noodzakelijke middelen. Graan werd uit Egypte en het Zwarte Zee gebied aangeleverd. De Spartanen met bondgenoten mochten tijdens de oogsttijd rustig de velden rondom Athene plunderen; dit zou Athene niet schaden. Maar de boeren uit de omgeving die zich tijdens de plunderingen binnen de muren van Athene hadden terug getrokken, moesten handenwringend toekijken hoe hun oogst werd geplunderd of vernietigd. Later volgde een verdere vernedering: olijfbomen – waarmee zij nauw waren verbonden en die ook hun voorouders van oogst hadden voorzien – werden gerooid.

Deze stelselmatige vernederingen zorgden ervoor dat de stadstaat Athene binnen de muren overbevolkt was. Een plaag – die kwam uit Egypte? en leek op mazelen of tyfus? – vaagde een derde van de inwoners van Athene weg. Dit is verhoudingsgewijze een groter aantal doden dan de Spaanse griep die aan het einde van de eerste wereldoorlog meer slachtoffers maakte dan alle slachtvelden samen.

[13]

Er is nog een bijzondere speler: Alcibiades. Hij vervulde achtereenvolgens een leidende rol bij alle drie de hoofdrolspelers. Socrates zou Alcibiades het leven hebben gered tijdens de slag bij Potidaea. Alcibiades was onder meer promotor en een van de drie aanvoerders van Athene bij het avontuur op Sicilië. Toen dat avontuur op een catastrofe uitliep, vluchtte hij naar Sparta waar hij na verloop van tijd een belangrijke adviseur werd en Athene veel schade berokkende. Na onder meer een relatie met de vrouw van een Spartaanse koning moest hij daar vluchten. Hij ging naar Perzië waar hij een adviseur van een satraap werd. Vandaar moest hij weer vluchten en hij ging terug naar Athene voor hulp tijdens zeeslagen. Na een fout van een van zijn medewerkers moest hij Athene weer verlaten. Tussendoor werd hij nog Olympisch kampioen wagenrennen. Na zijn tweede vlucht uit Athene werd hij in Klein Azië in opdracht van een Perzisch satraap en op voorspraak van enkele Atheners vermoord [14].

  [15]

Alle vormen van openbaar bestuur liggen besloten in deze oorlog. Alle verschrikkingen komen hierin voor. Alle motieven voor oorlog zijn aan de orde. Het is een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen.

Het volgende bericht gaat over de roeiregatta bij Athene op weg naar Sicilië, het noodlot aldaar en de gevolgen hiervan.


[1] Vrije vertaling van: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. V

[2] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[3] Volgens het Boeddhisme bezit alles de Boeddha natuur. Een leerling vraagt de Zen meester Chao-Chou of een hond – in China een laag wezen – de Boeddha natuur bezit. Chao-chou antwoordt: “Mu”. Dit betekent “nee, leeg, niets”. Chao-Chou heeft ook “ja” gezegd tegen andere leerlingen. Deze koan vraagt een direct en volledig inzicht in deze vraag. Zie ondermeer  Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan) casus 1 en Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 57 voor een nadere toelichting op deze koan.

[4] In het Sanskriet betekent Krishna “zwart” of “donker”. Deze naam is samengesteld uit “kr” dat maken, doen of handelen betekent en “ish” dat “heersen, God” betekent waarbij de klank overeenkomt met het Duitse woord “Ich”. Krishna betekent ook “Handelen Gods”.

[5] Arjuna is een van de vijf broers die allen met één vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatige deel van het koninkrijk en voor het herstel van de eer van Draupadi en van de wereldorde. De naam Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent.

[6] Vrije vertaling van Dharmakshetra dat is samengesteld uit Dharma – letterlijk: plaatsen van voortdurende zelf/Zelf, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[7] Vrije vertaling van Kurukshetra dat is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat maken, doen of handelen betekent, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[8] Uit de openingsverzen van de Bhagavad Gita. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bhagavad_Gita

[9] Bronnen: http://en.wikipedia.org/wiki/Women_in_Ancient_Sparta onder “marriage” en Hughes, Bettany, Helen of Troy – Goddess, Princess, Whore. New York: Alfred A. Knopf, 2005

[10] Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 152

[11] Waarschijnlijk een afbeelding van Leonidas, een koning van Sparta in de tijd van de Perzische oorlog. Bron afbeelding: http://uk.ask.com/wiki/Spartan_Army