Tagarchief: leiders

Carla Drift – Gedrag 2


Mensen accepteren tot een zekere hoogte verschillen in gedrag en in omgang met elkaar. Deze acceptatie wordt bepaald door onderlinge verhoudingen binnen een wereldbeeld dat een duiding geeft aan de gelijkenis en aan de verschillen tussen mensen. Dit wereldbeeld geeft ook duiding aan de overeenkomsten en verschillen tussen groepen mensen. Priesters en leiders hebben een andere plaats en andere gewoonten in de samenleving dan handarbeiders. Binnen een stabiele samenleving met een eensluidend wereldbeeld ervaart ieder individu en iedere groep mensen zijn plaats als noodzakelijk en passend binnen een hogere orde. De onderlinge verschillen hebben vaak een duiding en een hoger doel in een voorbestemde wereldorde. In een stabiele samenleving ervaart ieder mens haar/zijn plaats en haar/zijn levensloop met alle veranderingen als volkomen normaal – hoe buitenissig en absurd de situatie in de ogen van buitenstaanders ook mag lijken.

In Afrika zitten mannen gerust de hele dag in de schaduw – in de westerse wereld werken de mensen bijna de hele dag om een half uur in de zon te zitten. In Europa duurt een wandeling naar een volgend dorp een klein uur – in Afrika duurt een wandeling met dezelfde afstand ruim een halve dag omdat onderweg ook alle sociale contacten worden onderhouden.

[1]

In de westerse – moderne geïndustrialiseerde – wereld leven veel paren samen in een klein gezin dat bestaat uit twee partners en enkele kinderen. De kinderen blijven in huis wonen totdat zij oud genoeg zijn om zelfstandig in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

Volgens het Westerse ideaal komt het huwelijk voort uit een romantische liefdesrelatie die na enkele jaren overgaat in een huwelijk waarin na een jaar achtereenvolgens twee tot vier kinderen worden geboren. Nadat de kinderen zelf via een romantische liefdesrelatie in een goed huwelijk zijn beland, leven de twee partners tot hoge ouderdom gelukkig en tevreden samen. Dit klein gezin is redelijk mobiel om mee te verhuizen met de mogelijkheden die de arbeidsmarkt kan bieden.

[2]

De werkelijkheid is vaak anders dan het ideaal. Eerst verkennen jonge mensen de wereld van het aangaan van liefdesrelaties; zij hebben een aantal los/vaste relaties. Na deze oriëntatie volgt veelal een keuze van een partner voor een langdurige liefdesrelatie. Deze romantische zoektocht kost naast geluk, hoop en verwachtingen ook teleurstellingen, verdriet en hoofdbrekens; veel literatuur en films op dit gebied geven een samenvatting van deze strubbelingen. De ontluikende liefde krijgt – met wat geluk en doorzettingsvermogen – vorm in de belofte op een  langdurige samenlevingsvorm. Na verloop van een aantal seizoenen besluiten de partners de langdurige relatie te bestendigen in een huwelijk of samenlevingsovereenkomst. In praktijk lopen ongeveer 36 % van de huwelijken uit op een scheiding [3]. Het leven van alledag is niet maakbaar volgens het gangbare ideaal. Binnen het klein gezin is de verplaatsing van arbeid naar een ander deel van het land een spanningsvolle gebeurtenis: wie van beide partners moet haar/zijn ambitie op de arbeidsmarkt herzien. Een huwelijks– of samenlevingsovereenkomst heeft naast elementen van een liefdesrelatie ook de kenmerken van een zakelijke overeenkomst.

Ruim een halve eeuw geleden leefden in de Westerse – agrarische – wereld veel mensen samen in een grootfamilie [4] waarbij kinderen, ouders met vaak broers en zussen en grootouders langdurig onder een dak leefden. Een aantal mensen stierven in hetzelfde bed waarin zij geboren werden.

[5]

In deze grootfamilie was de eer, het aanzien van de familie en het voortbestaan van de boerderij van groot belang voor het aangaan van goede langdurige levensrelaties. Wanneer dit aanzien was beschadigd, dan werd het voor potentiële huwelijkskandidaten uit de grootfamilie onmogelijk om juiste levenspartners te vinden. Een huwelijksovereenkomst was naast een samenlevingsovereenkomst vooral een zakelijke overeenkomst voor de grootfamilie. Nieuwe leden traden toe tot de grootfamilie met een voorschot op hun erfenis en andere leden verlieten het huis van de grootfamilie met huwelijksgeschenken om het leven in een andere familie vorm te kunnen geven. Huwelijken werden in deze samenlevingsvorm vaak gearrangeerd – kinderen werden uitgehuwelijkt.

In sommige agrarische gebieden kregen huwbare dochters in een bijgebouw van de boerderij de mogelijkheid om in verwachting te raken. Na de zichtbare zwangerschap volgde meteen het huwelijk. Deze boerengemeenschap wilde het voortbestaan van de boerderij niet op het spel zetten door  huwelijken zonder nakomelingen. Het Christelijk geloof heeft deze oeroude manier van huwelijksovereenkomsten met een vergrote zekerheid op nakomelingschap niet kunnen uitbannen.

De lokale samenleving hield dit aanzien van de grootfamilie nauwlettend in de gaten: er werd alles aan gedaan om de “biologie tussen mensen” in bedwang te houden. Jonge huwbare vrouwen werden voortdurend gechaperonneerd door naaste familie. Rond 1950 werden in het Katholieke Zuid Limburg pension- en hotelkamers aan het begin van de nacht nog door de lokale politie gecontroleerd op ongewenste buitenhuwelijkse activiteiten. In november 1961 werd in het Protestantse Staphorst nog een volksgericht gehouden waarbij een man en vrouw op de mestwagen door het dorp zijn gereden om hun te schande te zetten voor een buitenechtelijke relatie [6] .

Aan het einde van de jaren 60 kreeg een sluimerend gevoel van onbehagen in de samenleving – mede door een toegenomen welvaart en door de beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen – vorm in vrijere omgangsvormen tussen mannen en vrouwen. Jonge mensen voelden zich jong, alternatief en zij wilden het leven en hun seksualiteit openlijker verkennen. Daarnaast zorgde de tweede feministische golf ervoor dat de verhoudingen tussen mannen en vrouwen ter discussie werd gesteld. Jonge mensen kregen een grote mate van vrijheid om seksuele en levensrelaties aan te gaan. De nieuwe mogelijkheden zorgden ook voor grotere onzekerheden – de samenleving raakte op drift [7].

In onze samenleving blijven de meeste getrouwde paren tijdens het huwelijk monogaam. Veel andere samenlevingsvormen kennen een grote mate van monogamie. Wel neemt het aantal buitenechtelijke kinderen in Nederland snel toe: tussen 1985 en 1995 is het percentage buitenechtelijk geboren kinderen gestegen van ruim 8 % naar 16 %. Daarna is het percentage gestegen van 25 % in het jaar 2000, 35% in 2005 tot 45 % in 2009. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk de afnemende Christelijke moraal en de toegenomen welvaart met een grotere zelfstandigheid van vrouwen [8]. Het lijkt erop dat de sequentiële monogamie – partners zijn monogaam binnen een relatie, maar de relaties wijzigen in de loop der tijd – in onze samenleving toeneemt.

Andere samenlevingen kennen naast monogamie ook polygamie [9] – meer vrouwen met één man – en polyandrie [10] – meer mannen met één vrouw – of mengelingen van beide vormen. In dunbevolkte gebieden of in samenlevingsvormen waar een tekort is ontstaan aan een sekse, kunnen deze andere samenlevingsvormen noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van de mensheid. In de Arabische wereld werd veel oorlog gevoerd met een hoge sterfte van de mannelijke populatie; om de bevolkingsaantallen op peil te houden, huwden meer vrouwen met een man – als de man deze vrouwen kon onderhouden. In de Caraïben en rond Miami zitten mannen van een bepaalde klasse zeer langdurig in de gevangenis; vrouwen gaan over tot passanten huwelijken met beschikbare mannen – de vrouw heeft een relatie met een man zolang deze zorgzaam kan zijn voor de vrouw. In dun bevolkte gebieden hebben ook meer mannen een blijvende relatie met één vrouw opdat nakomelingschap en ondersteuning van de vrouw bij het opvoeden van haar kinderen gewaarborgd is.

In gebieden in Afrika en in sommige streken van de Himalaya komt polyandrie voor. Een voorbeeld hiervan is te lezen in de Mahābhārata waar een vrouwelijke hoofdpersoon – Draupadi – is getrouwd met vijf broers – vijf andere hoofdpersonen – nadat de moeder van de vijf broers heeft gezegd dat haar zonen moeten delen wat een van de broers heeft verkregen. De broers leven achtereenvolgens een jaar met hun vrouw waaruit vijf zonen voortkomen [11].

[12]

Een ander voorbeeld van polygamie en polyandrie is te vinden bij de Masaï in Kenia. Vrouwen en mannen leven in een mengvorm van polygamie en polyandrie. Een vrouw trouwt soms met een leeftijdsgroep van mannen. Een man wordt geacht zijn huwelijksbed af te staan aan een gast/ leeftijdsgenoot – alleen de vrouw beslist of zij het bed wil delen met de gast. Alle kinderen van de vrouw zijn ook de kinderen van de echtgenoot [13] .

Bigamie, Polygamie, Polyandrie en huwelijken tussen gelijke seksen zijn in vele landen wettelijk verboden. Vaak heerst er een traditioneel taboe op andere samenlevingsvormen. Veel samenlevingen hebben er alles voor over – inclusief verbanning, hel en verdoemenis – om deze samenlevingsvormen uit te bannen. Worden andere samenlevingsvormen als minderwaardig en onethisch beschouwd om de eigen onzekerheid en om de heimelijke wensen voor verandering te onderdrukken? Of is het makkelijk om andere samenlevingsvormen als een gebrekkige samenleving te beschouwen en hierdoor als minderwaardig te zien [14]? Bij spanning en conflicten is er de wens om dit gebrek en deze minderwaardigheid van de ander aan te tonen. Of zoals Prof. Dr. W. Luijpen in zijn colleges aan de Technische Universiteit in Delft zei: ”Bewijzen is dwingend doen kennen dat een ander door de knieën gaat”. Dit dwingend doen kennen kan overgaan in stigmatisering , het zoeken van zondebokken in onze naasten. Bij verder oplopende spanning ontstaat een gewapend conflict met bijbehorende moordpartijen. Is het accepteren van andere manieren van samenleven – en acceptatie van de onzekerheid en spanningen over onze eigen samenlevingsvorm – geen betere oplossing?

 

[1] Bron afbeelding: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Mt_Uluguru_and_Sisal_plantations.jpg

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Old_marriage_at_Plac_Kaszubski.jpg

[3]  De Katholieke kerk kent drie gronden voor echtscheiding: overlijden van een van de partners, “niet voltrokken zijn van het huwelijk” en langdurige afwezigheid van één partner zonder zicht op terugkomst. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Divorce

[4] Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Extended_family

[5]  Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:FamiliaOjeda.JPG

[6] Bron: Nieuwblad van het Noorden, 13 november 1961 – pagina 1.

[7] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een Leven, Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 44 – 47.

[8] Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Buitenechtelijk_kind

[9] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Polygamie

[10] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Polyandry

[11] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Mahabharata

[12] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:2716_PandavaDraupadifk.jpg.jpg

[13] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Maasai_people

[14] Zie ook: Agar, Michael, Language Shock – Understanding the Culture of Conversation. New York: Perennial, 1994, 2002, p. 23, 37

Advertenties

Carla Drift – Gedrag 1


Het herstel van mijn tropische ziekte duurde lang. Ik merkte aan mijn lichaam dat een Europeaan niet voor de tropen was geschapen. Gelukkig kreeg ik goede medische zorg en de restverschijnselen waren na vele, vele maanden herstel ook verdwenen.

Deze maanden gebruikte ik om mijn verslag van mijn eerste studiereis te schrijven. In het tweede deel van dit verslag beschreef ik mijn bevindingen over de invloed van individuele gedrag van daders, leiders en opinievormers op volkerenmoord [1].

Drillen, schreeuwende sergeant [2]
Volkerenmoord werd tot op heden nooit door een individu begaan. Een eenling had hiervoor nu eenmaal niet de mogelijkheden. Dit zal dit in de toekomst kunnen veranderen, want de massavernietigingswapens [3] hebben een apocalyptische werking gekregen en de bediening van deze wapens kan door een individu of een kleine groep samenwerkende mensen geschieden. Een aantal speelfilms geven al een voorbode van deze mogelijkheid [4].

Hiroshima Nakajima gebied voor atoombom[5]

Hiroshima Nakajima omgeving in puin na atoombom[6]

In Midden Afrika zijn weinig zware wapens aanwezig. Een goed inzetbare luchtmacht ontbreekt. De enkele tanks en kanonnen zijn matig onderhouden en er is weinig personeel voorhanden om dit wapentuig te bedienen. Meestal hebben deze wapens alleen een symbolische waarde om de status van de bezitter/machthebber te vergroten.

Wel zijn er in dit gebied veel lichte en middelzware automatische geweren en mitrailleurs aanwezig. Deze wapens kunnen grote slachtingen aanrichten onder de lokale bevolking bij gebruik door een beperkte groep militairen van de machthebbers, door opstandelingen, door gewapende bendes en door raiders. Een grotere groep kan ook met handwapens zoals machetes slachtingen aanrichten.

Op basis van mijn bevindingen heb ik in mijn verslag geconcludeerd dat in Midden Afrika ruim voldoende middelen – handwapens, lichte en middelzware automatische geweren en mitrailleurs – aanwezig waren voor een volkerenmoord. Deze wapens waren door verschillende rijke naties geleverd om hun positie te bestendigen of te versterken door het steunen van lokale groepen. Deze wapens verhogen – net als het bezit van speren in het verleden – het aanzien van een krijger of van een soldaat. In werkelijkheid worden deze wapens meestal gebruikt voor afschrikking of als dreiging tegen tegenstanders.

De eerste verschaffers van de lichte en middelzware automatische geweren en mitrailleurs zijn vaak landen buiten Afrika die hiermee invloed in de politiek willen krijgen of bestendigen. De eerste ontvangers zijn vaak lokale leiders of groepen die de wapens verspreiden om invloed te vestigen of te verdedigen. De individuele ontvangers zijn vaak jonge mannen die als krijger hun positie binnen de groep willen vestigen: de behoefte tot het verkrijgen van aanzien in de piramide van Maslow [7]. Dit aanzien geeft naast een positie in de groep ook mogelijkheden voor partnerkeuze bij vrouwen en uiteindelijk eigenwaarde. Soms zijn het ook oudere mannen die hun belangen willen verdedigen: de behoefte tot veiligheid in de Maslow piramide.

Individuele mensen zijn of worden onderdeel van groep. Door middel van initiatieriten [8] zijn of worden zij in een groep geaccepteerd. Krijgers mogen vaak na hun initiatie riten een wapen dragen – zij zijn dan onderdeel van hun krijgersgroep of leger. De groep geeft de eenling een identiteit en de eenlingen met hun onderlinge verhoudingen geven een groep/leger een identiteit en een cultuur. Groepen krijgers moeten ook in vredestijd bezig worden gehouden. Traditionele bezigheden voor groepen krijgers in vredestijd zijn het onderhoud van uitrusting en vaardigheden, de jacht en veroveringen ver van huis.

Congolese soldaten [9]

De mensen in Midden Afrika leven bijna altijd als goede buren naast elkaar. Zij kennen een uitgebreide vorm van gastvrijheid die verder gaat dan de manieren in Nederland. Ook nemen de mensen uitgebreid de tijd voor onderling contact. De materiële welvaart is bij de meeste mensen redelijk laag. Aan kleding, uiterlijk en eten wordt veel aandacht gegeven, maar andere vormen van welvaart zijn schaars. Net zoals in veel samenlevingen en grote bedrijven, eigent een beperkte bovenlaag zich veruit de meeste materiële welvaart toe. Deze bovenlaag heeft zeggenschap over de distributie van voedsel en welvaart over de gehele groep. Als de groepen intern en onderling in evenwicht zijn, dan is er weliswaar een grote ongelijkheid binnen en tussen de groepen, maar evt. spanningen worden op vele manieren gedempt. Kortom, alles en iedereen leeft op een min of meer prettige met elkaar samen.

Ashanti Yam Ceremonie uit 1817 [10]

Uit de literatuur en uit de bevindingen tijdens mijn onderzoek blijkt dat bij interne stammenstrijd en bij onderlinge stammentwisten, buren elkaar op een radicaal andere manier gaan bekijken. Mensen blijken in een fractie van een seconde een eigen groepslid te kunnen herkennen. Bij spanningen worden de eigen goede eigenschappen opgehemeld en de slechte eigenschappen verdoezeld. Van vreemden worden de slechte eigenschappen als kenmerkend gezien terwijl de goede eigenschappen worden verdonkeremaand. De groepsdwang is vaak zo groot dat de opinies dwingend aan de groepsleden worden opgelegd – anders volgen vormen van uitsluiting [11].

Jean Paul Sartre heeft in een van zijn werken [12] beschreven hoe een individu door twee mechanismen wordt beroofd van zijn onbevangenheid en zijn vrijheid van handelen. Groepsleden gaan door het mechanisme van de “kwader trouw” vreemdelingen van een vrij mens reduceren tot een ding met een zeer beperkt aantal eigenschappen – van alle andere kenmerken wordt de vreemdeling beroofd. In het verlengde van de “kwader trouw” beschrijft Jean Paul Sartre de theorie van de “blik” – Prof. Dr. W. Luijpen noemde dit de “blik van de haat” [13]. De handelingen van een vreemdeling worden bij waarneming stigmatiserend in een blik vastgelegd. Hierdoor wordt de vreemdeling van zijn vermogen tot verandering en zijn menselijkheid beroofd; hij wordt gereduceerd tot een ding.

Lees verder

Carla Drift – Cultuur


Midden Afrika verliet ik via een vertrouwde luchthaven – waar ik een ticket kocht op mijn tijdelijke paspoort. Ik nam een lijnvlucht naar Noord Afrika. In Noord Afrika reisde ik over land naar Alexandrië. Hier haalde ik mijn andere paspoort op bij vrienden. Bij hen bleef ik een week; wij praten bij over de ontwikkelingen in ons leven.

Alexandrië buitenwijk[1]

In de Alexandrijnse bibliotheek verrichte ik een klein deel van mijn bronnenonderzoek voor de rapportage van deze studiereis naar de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord  in Midden Afrika. Het was voor mij een eer om in de Alexandrijnse bibliotheek onderzoek te verrichten. De voorganger van deze moderne bibliotheek is in de klassieke oudheid door enkele branden verwoest. Hierbij zijn heel veel klassieke werken uit de Griekse en Romeinse oudheid voor altijd verloren gegaan. Mijn bronnenonderzoek had onder meer als doel om de verloren levens door genocide in Midden Afrika een plaats in de geschiedenis te kunnen geven.

Alexandrijnse bibliotheek[2]

Met een veerboot voer ik naar Zuid Europa. Een treinreis van meer dan een dag bracht mij weer in Nederland. Hier kon ik rustig mijn verslag schrijven tijdens het mijn herstel van een tropische ziekte.

Door mijn verstoppertje spelen tijdens mijn verblijf in Midden Afrika en door mijn omzichtige terugreis naar Europa, kon mijn onderzoek niet eenvoudig naar mij te herleid worden. Ik ben nog steeds blij dat ik deze voorzorgsmaatregelen heb genomen, want met handlangers van dictators, met wapenhandelaren en geheime diensten van allerlei landen kan men niet voorzichtig genoeg zijn.

Tijdens deze lange terugreis heb ik de vele indrukken die ik in Midden Afrika heb opgedaan, op hoofdlijnen geordend. Uiteraard heb ik al eerder mijn onderzoeksgegevens gesorteerd en doorgenomen, maar in het vliegtuig, op de boot en in de trein hebben de hoofdlijnen  voor de verslaglegging van de studiereis vaste vormen aangenomen.

Ik besloot de verslaglegging van de gebeurtenissen te splitsen in vier onderdelen. Het eerste deel richtte zich op cultuur of de gedragingen van groepen die direct – als daders of slachtoffers – betrokken waren bij de volkerenmoord. Het tweede deel had betrekking op de invloed van individuele gedrag van daders, leiders en opinievormers op volkerenmoord. Het derde deel beschreef de invloeden op de excessen van organisaties, instanties en landen buiten Midden Afrika. Dit derde deel is vertrouwelijk: hierin staan mijn bevindingen over de invloed van wapenleveranties door handelaren en landen met hun politieke belangen in Midden Afrika, over geheime diensten met hun soms duistere aangelegenheden en het onvermogen/nalatigheid van internationale instanties. Het laatste deel bevatte mijn verslag over de eventuele juridische aansprakelijkheid van de afzonderlijke partijen voor hun aandeel in de volkerenmoord. Bij strafrechtelijk onderzoek naar de volkerenmoord zijn op basis van mijn verslag opgravingen verricht en er heeft nader onderzoek plaats gevonden.

Vredespaleis in Den Haag[3]

Voorafgaand aan deze studiereis in Midden Afrika had ik culturen beschouwd als manieren waarop groepen mensen – en waarbinnen individuen – met elkaar samenleven en met elkaar omgingen. Een cultuur was een “Modus Vivendi” van een samenhangende groep mensen. Uiteraard veranderde een cultuur in de loop van de tijd, bijvoorbeeld door gewijzigde omstandigheden of door migratie van buitenstaanders. Maar ik had cultuur niet in verband bracht met een levende organisatie die net als ieder levend wezen was verwikkeld in een “Survival of the Fittest”, zoals door Darwin beschreven in “The Origin of Species”.

Darwin Origin of Species[4]

In de onbekende omgeving van Midden Afrika en op basis van de gesprekken met inwoners, ben ik steeds duidelijker gaan zien dat een cultuur ook vergeleken kan worden met een wezen dat bezig is met overleven. Bij het uit rijpen van dit denkbeeld, zag ik de parallellen in de geschiedenis van de Westerse wereld.

In het eerste deel van mijn verslag beschreef ik dat cultuur endemisch aanwezig is in een individu, binnen een familie, een dorpsgemeenschap, een stam/groep/volk wonend in een samenhangend gebied. De naties als rechtspersonen stonden in Midden-Afrika nog in de kinderschoenen: hierdoor was de nationale cultuur zwak ontwikkeld. Culturen zijn enerzijds een wijze van samenleven – een “Modus Vivendi” –, die voor stabiliteit en vertrouwen zorgt. Aan de andere kant zijn culturen bezig met overleven en met het dwingend tot een bepaald gedrag aan te zetten van binnenstaanders;  buitenstaanders worden overtuigd van het gelijk van de levenswijze en – tijdelijk of permanent – opgenomen in de cultuur òf zij worden buitengesloten.

Culturen zijn niet statisch, zij veranderen in de loop der tijd zoals ook een taal wijzigt met de verandering van haar sprekers. Een bekende en vertrouwde moedertaal van ongeveer honderd jaar geleden klinkt ons vertrouwd/vreemd in de oren net zoals de levenswijzen van mensen van honderd jaar geleden ons vertrouwd/vreemd overkomen. Veel van deze veranderingen gaan geleidelijk door assimilatie of door organische groei.

Een cultuur is niet homogeen en uniform. Binnen een enigszins omvangrijke cultuur is bijna altijd een gelaagdheid of stratificatie aanwezig. Een cultuur kent ook interne spanningen tussen onderlinge subculturen.

Soms, door grote veranderingen – bijvoorbeeld door een bevolkingsexplosie of door een ontwikkelingssprong – of door zeer kleine toevalligheden bij potentiële omslagpunten –  bifurcatiepunten binnen de chaostheorie – kunnen omslagen binnen een cultuur ook onverwachts snel plaats vinden [5]. Deze snelle groeistuipen kunnen in bijzondere gevallen resulteren in stigmatisering, uitsluiting of vernietiging van andersdenkenden binnen de eigen cultuur.

De ontlading van de spanningen kan geschieden door excessen tegen andere (sub-)culturen. Culturen leven onderling meestal als goede buren redelijk vreedzaam naast elkaar. Af en toe zijn er verschillen van inzicht die leefbaar/draaglijk worden gemaakt door diplomatie, feesten, woorden, rechtspraak en verdragen. Soms komen de spanningen tussen culturen tot uitbarsting. De oorzaak kan zijn: een sterke verandering in onderlinge verhoudingen, een sluimerend onrecht uit het verleden dat manifest wordt of een plotseling incident dat uitgroeit tot een conflict. Deze uitbarstingen kunnen gewelddadig verlopen. Een voorbeeld uit de geschiedenis met verkeerde afloop is de Pax Romana rond 400 n. Chr. in het gebied van de Donau. De Romeinen voerden een verdeel en heers politiek waarbij de gunsten tussen de vreemde grensculturen ongelijk was verdeeld opdat de onderlinge afgunst groter was dan de spanning met de Romeinse imperator. Eens per generatie werd een cultuur door de Romeinen samen met enkele bondgenoten gewelddadig van haar rijkdommen ontdaan opdat het weer een periode van een generatie kostte voordat de cultuur deze slag te boven was gekomen.

Rond 400 n. Chr. zochten de Visigoten bij de Donau aan de grens van het Romeinse rijk bescherming tegen de oprukkende Hunnen. De Visigoten mochten van de Romeinen de Donau niet oversteken terwijl een andere stam deze extra bescherming wel werd gegund. De Visigoten grepen dit onrecht aan om de verzwakte Romeinse Imperator direct aan te vallen [6]. Door de verzwakte positie – door onder meer interne verdeeldheid – van de Romeinen waren de Visigoten in staat om vele jaren door Italië te zwerven en zelfs naar de poorten van Rome op te rukken. Paus Innocent I wist door onderhandelen en overdracht van een groot losgeld in 408 n. Chr. een inval in Rome te voorkomen [7] . Rond 416 n. Chr. vestigden de Visigoten zich in het toenmalige Gallië.

Visigoten kerk in Gaul[8]

In Midden Afrika waren de onderlinge spanningen binnen en tussen culturen opgelopen door interne spanningen, wijzigingen in de verhoudingen tussen culturen, wegvallen van de invloed van  kolonisatoren, kunstmatige grenzen, bevolkingsgroei en afname en regelmatige terugkerende droogte. De nieuwe internationale orde bezat niet de macht om doeltreffend in te grijpen.

Dit mengsel van spanningen was op zich genoeg voor het ontstaan van excessen. Een verkeerd gelopen voetbalwedstrijd of een ongelukkige verkiezingsuitslag waren voldoende voor een geweldsuitbarsting. Maar externe invloeden versterkte de spanningen en zorgden voor een katalysator voor excessen.

[1] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Alexandria
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bibliotheek_van_Alexandri%C3%AB
[3] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vredespaleis
[4] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Darwin
[5] Zie ook: Ginneken, Jaap van, Brein-bevingen – Snelle omslagen in opinie en communicatie.
[6] Bron: Zie ook: Heather, Peter, Empires and Barbarians – Migration ,Development and the Birth of Europe. London: Panbooks, 2010, p. 197
[7] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011 p. 19
[8] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Visigoten