Tagarchief: levensbeschouwing

Inleiding tot het tweede deel van onze zoektocht.


– “Wie ben jij – Deel 1” is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”

Wij staan nu aan het begin van het tweede deel van onze Odyssee naar “Wie ben jij”. Tijdens het eerste deel hebben jij en ik op onze eerste aanlegplaats de volkomen eenheid beleefd.  Daarna hebben wij eerst de scheiding van lucht en aarde [1] en daarna alle volgende delingen doorstaan: wij zijn volkomen uit elkaar gevallen. Na een onvoorstelbare lange tijd zijn wij weer in een menselijke vorm terug gekeerd. Wij hebben vervolgens de aanlegplaats drie bezocht. Hier hebben wij ervaring hoe mensen de twijfel en scheiding proberen te overwinnen door het plaatsen van “mensen, objecten, offergaven en het woord in het midden” tussen henzelf en de onzekerheid. Als voorbereiding voor het vervolg van onze Odyssee is er een intermezzo gevolgd.

 [2]

Op dit tweede deel van onze Odyssee  zullen wij als vijf aanlegplaatsen de volgende gangbare werkelijkheden [3] aandoen:

o   Feiten en logica

o   Intensiteiten en associaties

o   Leegte

o   Verandering

o   Onderlinge verbondenheid

Wij gaan nu de wereld van alle dag betreden. Geen bestaand mens heeft model gestaan voor een van de hoofdpersonen. Hun namen kunnen Alleman en Iederman zijn. Nu is het tijd om jou en mij een – fictieve – naam en een – fictieve – plaats in onze samenleving te geven.

Jouw naam is Man Leben, mijn naam is Carla Drift en de naam van uw verteller is Narrator. In de volgende berichten stellen wij ons voor en geven een korte beschrijving van ons leven tot nu toe.


[1] See also: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005, p. 54: “Als er ook maar een haarbreedte van verschil is, dan zijn hemel en aarde duidelijk gescheiden”.

[3] Zie ook het berichten “Intermezzo – Vijf skandha’s” en “Intermezzo – Vijf werkelijkheden en vijf skandha’s” van 26 juni 2011 en 6 juli 2011.

“Wie ben jij – Deel 1” klaar voor download


Het eindconcept voor “Wie ben jij – Deel 1” is gereed voor downloaden.

Hieronder vindt U een bundeling van alle berichten van februari – september 2011 over de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de zoektocht naar “Wie ben jij” .

De komende twee delen van “Wie ben jij” zullen de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht gaan omvatten.

De volgende verbeteringen moeten nog in dit laatste concept voor Deel 1 worden aangebracht:

  • Lay-out van het voor-, zij-  en achterblad
  • Index aanbrengen
  • Tekst voor de tweede keer redigeren
  • Alle afbeeldingen nogmaals op evt. auteursrecht nalopen
  • Uitgeverij vermelden
  • ISBN nummer aanbrengen

Het eerste bestand “Small” bevat de afbeeldingen in lage resolutie en omvat 7 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 -Small

Het tweede bestand “Big” bevat de afbeeldingen in hoge resolutie en omvat 47 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 – Big

De bestanden kunnen worden gedownload en opgeslagen opgeslagen op de eigen computer door met de rechtermuisknop op het bestand te klikken en dan het bestand op te slaan onder documenten of downloads.

Het bestand bevat 247 pagina’s: printen voor eigen gebruik en voor educatieve doeleinden is toegestaan.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie – zie pagina 245 van het document.

Photos, images, renderings and quotations in the text may be copyrighted by third parties.

Intermezzo: Waarom Sanskriet?


Uw verteller heeft aan de tweede hoofdpersoon gevraagd waarom hij Sanskriet studeert. Zijn antwoord is dat dit vanzelf is gekomen. Bij het bestuderen van de Boeddhistische teksten is het opgevallen dat een aantal begrippen in het Sanskriet eenvoudig zijn te volgen, bijvoorbeeld de klanken van “âtman” lijken veel op ons woord “adem”. Ook blijkt dat enkele schrijvers over Boeddhisme [1], levensbeschouwing [2] en de oorsprong van woorden [3] zich hebben verdiept in Sanskriet.

De tweede hoofdpersoon is geïnteresseerd in de oorsprong van onze taal als een vorm van archeologie naar het ontstaat van ons bewustzijn of “man[4]-kind” in het Engels. Bij de aanvang van deze studie blijkt dat de oorsprong van het Indo-Europees voor leken beperkt toegankelijk is: er zijn slechts enkele studiewerken makkelijk beschikbaar [5]. Daarentegen is Sanskriet – een van onze oudere zustertalen – al in een heel vroeg stadium uitgebreid vastgelegd. Deze verstilling heeft er voor gezorgd dat Sanskriet eerst een kunstmatige taal en vervolgens een dode taal is geworden. Aan de andere kant heeft Sanskriet door de kunstmatigheid en de verstilling een hoge status verworden. De uitgebreide, logische  en verfijnde grammatica is door Pāṇini [6] en zijn tijdgenoten al in de vierde eeuw voor Christus vastgelegd. Ons alfabet is een onsamenhangend geheel; het alfabet in het Sanskriet is volledig logisch opgebouwd volgens de manier waarop mensen klinkers en medeklinkers van binnen naar buiten vormen. Er zijn ook zeer uitgebreide woordenboeken Sanskriet – Engels beschikbaar. Een inleiding tot het Sanskriet [7] is met wat doorzettingsvermogen goed te volgen. Sanskriet heeft voor de tweede hoofdpersoon een goede mogelijkheid geboden om de oorsprong van taal en daarmee de duiding van ons bewustzijn te bestuderen.

[8]

Met het bestuderen van Sanskriet is het de tweede hoofdpersoon opgevallen dat vele namen en plaatsen in Indische en Boeddhistische teksten een betekenis hebben. Bijvoorbeeld Boeddha [9] betekent “plaatsen van een knop of kiem” en Ānanda betekent “gelukzaligheid” en vreugde. De Boeddhistische woorden en begrippen krijgen met kennis van het Sanskriet een grotere diepgang.

Tijdens zijn herstelperiode heeft de tweede hoofdpersoon het boek “Empires of the Word – A Language History of the World [10]” gelezen.

  [11]

In hoofdstuk 5 van dit boek komt Sanskriet aan bod onder “Charming like a Creeper – the cultured Career of Sanskrit”. Met verbazing en herkenning heeft de tweede hoofdpersoon gelezen hoe Sanskriet zich heeft gevestigd in India en vervolgens via het Boeddhisme met handelskaravanen en vrachtboten is verspreid over Indonesië, Zuidoost Azië, Tibet, China en Japan. Naast de Chinese schrifttekens kent Japan ook nog een alfabet dat gemodelleerd is naar het alfabet in het Sanskriet.  Een hoogleraar heeft tegen de tweede hoofdpersoon gezegd dat taal het spraakgebrek is van de overheerser. Sanskriet heeft zich verhoudingsgewijze geweldloos over dit grote gebied verspreid. Door de religies die aan het Sanskriet verbonden zijn – Hindoeïsme en Boeddhisme – heeft deze taal veel invloed gehad. Nicholas Ostler [12] heeft zich verbaasd over het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee het Sanskriet zich heeft verspreid: hij heeft dit besproken met een aantal vrienden uit India. Deze vrienden hebben Nicholas Ostler erop gewezen hoe weinig gelovigen moeten opgeven voor het Boeddhisme en Hindoeïsme: de oude religies hoeven niet afgewezen te worden. Andere geloven vragen op dit punt veel meer. De tweede hoofdpersoon is het niet eens met deze vrienden. Door hun aard vragen Hindoeïsme en het Mahāyāna [13] Boeddhisme alles van haar gelovigen inclusief hun oorspronkelijke religie.

Na verloop van tijd is Sanskriet eerst door de Islam verdreven uit delen van India en Indonesië en vervolgens is Boeddhisme ook verbannen uit China en deels uit Japan. Maar, de overblijfselen van Sanskriet zijn – net als Hebreeuws – voor een kenner overal te zien.

Ook een aantal woorden in het Duits, Engels en Nederlands krijgen met kennis van het Sanskriet een rijkere betekenis. Tijdens zijn herstelperiode heeft de tweede hoofdpersoon een rondje gewandeld. Hij hoorde enkele vrouwen als een groepje kwetterende vogels met elkaar praten. Toen hij langsliep zei een van de vrouwen: “Wat dat aangaat, ik zeg maar zo, ik zeg maar niks”. Daarna vervolgden de vrouwen kwetterend hun gesprek. De tweede hoofdpersoon dacht: “Wat tathāgata [14], evam [15], śūnya [16]” of “Wat de wereld van de verschijningsvormen betreft, aldus, leegte”. Deze drie woorden vatten de volgende aanlegplaats tijdens onze Odyssee in één zin samen met de verduidelijking: “Wat uit de macht van de wind voortkomt, zal uiteindelijk afgebroken worden en verpulveren [17]” .

Deze verduidelijking doet denken aan een vrije weergave van een pop-song van Neil Young [18] :

“Leven is als een bloem

Die alleen groeit aan de stengel.

Handvol met doorns en jij hebt haar gemist,

En jij verliest haar wanneer jij haar noemt Mijn, Mijn, Mijn, Mijn.”

.


[1] Bijvoorbeeld: Sheng Yen, Footprints in the Snow – the Autobiography of a Chinese Buddhist Monk. New York: Doubleday, 2008

[2] Bijvoorbeeld: Pirsig, Robert M., Lila, an Inquiry in Morals. London: Bantam Press, 1991

[3] Bijvoorbeeld: Ayto, John, Word Origins – The hidden Histories of English Words from A to Z. London: A & C Black Publishers, 2008

[4] “man” betekent in het Sanskriet “denken/beschouwen/waarnemen”.

[5] Bijvoorbeeld: Fortson, Benjamin W., Indo-European Language and Culture – an Introduction. Oxford: Blackwell Publishing, 2004; Mallory, J.P. & Adams, D.Q., The Oxford Introduction to Proto-Indo-European and the Proto-Indo-European World. Oxford: Oxford University Press, 2007; Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans. New York: Thames & Hudson, 2005

[6] Zie als eerste inleiding: http://en.wikipedia.org/ onder de zoekterm “Pāṇini”

[7] Bijvoorbeeld; Egenes, Thomas, Introduction to Sanskrit part 1 & 2. Delhi: Motilal Banarsidass, 2003 – 2005

[8] Bron afbeelding: http://www.amazon.com

[9] De naam Buddha is in het Sanskriet samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “bud” dat “knop, begin” betekent – vergelijkbaar met het engelse woord “bud” in rosebud in de film “Citizen Kane” van Orson Wells – en de werkwoord-kern “dha” dat “plaatsen, verlenen, schenken” als betekenis heeft. Bron voor woorden in het Sanskriet: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[10] Zie: Ostler, Nicholas, Empires of the Word – A Language History of the World. New York: Harper Collins, 2005

[11] Bron afbeeldingen: http://www.amazon.co.uk

[12] Zie Ostler, Nicholas, Empires of the Word – A Language History of the World. New York: Harper Collins, 2005 p. 217

[13] Mahāyāna betekent vrij vertaald “groot vaartuig”. Alles en iedereen is aanwezig in het grote vaartuig, geen stofje is buitengesloten.

[14] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Tath%C4%81gata. Het woord “tathāgata” is samengesteld uit “tathā” dat “alzo” betekent en “gata” of “āgata” dat respectievelijk gaan of komen betekent. In het Mahāyāna Boeddhisme heeft het woord “tathāgata” twee betekenissen: enerzijds “het volkomen voorbij komende en gaande Zelf” of “Boeddha of het Zelf” en anderzijds “de verschijningsvormen zoals ze uiteraard zijn”.

[15] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[16] In het Sanskriet betekent “śūnya” niets of nul. Het woord “śūnya” is samengesteld uit “śūna” dat “opgezwollen staat of leegte” betekent en “ya” dat onder meer “beweger, reiziger of wind” betekent.

[17] Bron: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 51 casus 16.

[18] Zie: http://www.azlyrics.com/lyrics/neilyoung/loveisarose.html

Intermezzo: Bijbel in Sanskriet


Vandaag heeft uw verteller de tweede hoofdpersoon ontmoet. Hij was volkomen uitgeput na het bezoek aan de eerste drie aanlegplaatsen tijdens onze Odyssee naar “Wie ben jij”. Het herstel van deze inspanningen heeft een hele tijd geduurd, omdat de tweede hoofdpersoon al ruim bejaard is. Nu is hij aardig hersteld: de volgende week kunnen wij onze Odyssee hervatten.

Eind juni – aan het begin van zijn rustperiode – heeft hij de diploma-uitreiking van een van zijn kleindochters bijgewoond. Zij en haar familie straalden. Hij heeft zich op de achtergrond gehouden: hij is niet uitgenodigd, want hij en zijn familie zijn van elkaar vervreemd. Op de volgende aanlegplaats komen wij meer te weten over het leven van de tweede hoofdpersoon. Hier volgt zijn verslag.

Tijdens de diploma-uitreiking hebben alle geslaagden een bijbel naar hun wens ontvangen. Het is een Christelijke school en hoewel ik van Joodse afkomst ben, zijn mijn kinderen en kleinkinderen Christelijk opgevoed. De meeste leerlingen hebben een bijbel in de gebruikelijke vertalingen gekozen. Enkelen hebben een bijbel in het Engels ontvangen en een meisje afkomstig uit Japan, heeft de bijbel in het Japans gekregen. Twee dwarsliggers hebben een bijbel in het Swahili – “Hakuna matata” [1] – en een Koran ontvangen. De bijbel in het Sanskriet – De taal van de goden in de wereld van de mensen [2] – is niet gevraagd.

  [3]

Enkele maanden geleden heb ik twee vertalingen van het Nieuwe Testament in het Sanskriet ingezien [4]. Ik ben deze taal pas enkele jaren geleden gaan studeren, dus mijn kennis is nog beperkt. Bij het inzien van Johannes Evangelie valt mij op dat de openingszin in het Sanskriet een extra duiding heeft.

[5]

[6]

De weergave in ons alfabet is: “Âdau vâda âsît, sa ca vâda îshvarâbhisukha âsît”

Op het eerste gezicht is de vertaling [7] van deze zin in het Sanskriet gelijk aan de tekst in onze taal:

In het begin was het woord,

en dit woord was bij God”.

Maar als wij de woorden in de zin verder gaan bezien, dan ontstaat een dieper inzicht.

Het eerste woord “âdau” is een vervoeging – locativus enkelvoud – van het woord “âdi” dat “begin” betekent.

Het tweede woord lijkt veel op het woord “vada” dat in het Sanskriet “goed/zinvol woord” betekent. Maar de vertaler heeft volgens mij terecht voor het woord “vâda” gekozen dat “woord van/over” betekent. “Vâda” is samengesteld uit “vâ” dat “blazen als de wind” en “da” dat “geven” betekent. “Vâda” kan dus ook “gift van de wind” of “geluid van de wind” betekenen. Als het woord “vâda” op deze manier nader wordt bezien, dan verwijst  “geluid/gift van de wind” naar een overblijfsel van en herinnering aan de eerste scheiding van lucht en aarde [8].

Het derde woord –”âsît” – is een vervoeging van de werkwoord wortel “as” die “zijn” betekent. Deze werkwoordsvorm staat – conform deze werkwoord wortel – in de bedrijvende vorm of de “parasmaipada”: dit houdt in dat de vrucht van de actie op de ander overgaat. Mijn voorkeur gaat hier uit naar de middenvorm of de “âtmanepada” [9]: hierbij gaat de vrucht van de actie naar de uitvoerder of hier “het Zelf”. In dit geval kies ik voor “âs” dat “zitten, blijven, bestaan, bewonen, loven” betekent; er komt dan “âsta” te staan.

Het vijfde woord is “ca” dat “en” betekent.

Het vierde woord is “sa” dat hier “dit of zijn” betekent.

Het zesde woord is îshvarâbhisukha dat een samenstel is van “îshvara” en “abhisukha”. Het woord “îshvara” is samengesteld uit het zelfstandig naamwoord “îsh” dat “god, heerser” betekent – en waarin het Duitse woord “ich” nog herkend kan worden –; “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent en “ra” dat “geven, beinvloeden” betekent.  “Abhisukha” betekent “naderen, het gezicht richten op, in de nabijheid van” en bestaat uit “abhi” dat betekent “naar” en “sukha” dat betekent “gelukkig, gerust”.

Het zevende woord is weer âsît. Ook hier kies ik weer voor “âsta” dat “hij zat/bleef/bestond/bewoonde/loofde” betekent.

Met deze achtergrondkennis krijgt de openingszin van het Johannes Evangelie in het Sanskriet de volgende extra duiding:

In het begin bestond de gift van de wind,

en het geluid van de wind was geborgen in het Al – Zelf”.

Met deze extra duiding zijn in de openingszin in het Sanskriet de lucht en de aarde nog niet gescheiden. Ik hou van het geluid van de wind. Hierin hoor ik nog steeds de verbondenheid van lucht, aarde en water binnen één “Al/Zelf”.

Een zucht van de wind

In het ruisen van de bomen

Jouw stem licht weer op[10]

 In volgende bericht legt de tweede hoofdpersoon uit waarom hij Sanskriet studeert.


[1] Betekent letterlijk in het Swahili: “Geen probleem”.

[2] Vrij naar de titel van: Pollock, Sheldon, The Language of the Gods in the World of Men – Sanskrit, Culture, and Power in the premodern India. Berkeley: University of California Press, 2006

[7] Bij de analyse van de tekst is gebruik gemaakt van de electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta, de inleiding in Sanskriet van Egenes, Thomas, en de Sanskriet grammatica van Mulder, Maaike en Whitney, William Dwight.

[8] Zie hiervoor het eerdere bericht “Twee” van 11 april 2011.

[9] Het woord “âtman” betekent in het Sanskriet “Adem, Zelf/zelf”; bovendien betekent “ât” in het Sanskriet “alzo/dan” en “man” betekent “denken/beschouwen/waarnemen”.

[10] Mozes zag en hoorde – de stem van – god in de brandende braamstruik. Zie Oude Testament, Exodus 3:2

Een oorlog als geen ander – een fatale regatta


In het vorige bericht heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog. Door een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak brengen Athene, Sparta en hun bondgenoten elkaar ontelbare verschrikkingen toe. Sparta en haar bondgenoten bezaten de militaristische hegemonie op het land en zij verwoestte op gezette tijd de omgeving van Athene. Op hun beurt hadden Athene en haar bondgenoten de maritieme hegemonie over het oostelijke deel van de Middellandse zee. Zij plunderden met hun vloot de kusten van de Peloponnesos. Een vreselijke plaag was uitgebroken binnen de muren van Athene. Deze plaag veroorzaakte meer doden dan alle oorlogshandelingen. Na 10 jaar wederzijdse vernederingen werd in 421 v. Chr. een tijdelijke wapenstilstand van 7 jaar gesloten. Lokale gevechten en wreedheden bleven tijdens deze vrede voortduren.

In 415 v. Chr. begint  Athene aan haar avontuur in Sicilië. Athene heeft enkele bevriende steden op dat eiland. Zij vragen de hulp van Athene bij een conflict met de heersende stad Syracuse op Sicilië. Syracuse is ook een democratie die veel overeenkomsten heeft met de democratie van Athene. Dit zullen wij later nog zien.

Op voorspraak van onder meer Alcibiades besluiten de vrije mannen van Athene een vloot naar Sicilië te zenden met drie uitvoerders waaronder Alcibiades. Athene hoopt zo een grote invloed te krijgen in het Westelijke deel van de Middellandse Zee. Misschien is het mogelijk de stadstaat Athene in zijn geheel te verplaatsen uit het wespennest van Klein Azië naar Sicilië.

De twee roeiboten van de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford bemand door de laatste amateurs [1], zijn voor ongeveer 17 minuten – of een dag, of een jaar – heer en meester op de Theems in Londen [2]. De 300 trireme van Athene – deels particuliere [3] oorlogsboten van Athene; per boot aangedreven door 170 roeiers – zijn zo’n 150 jaar heer en meester geweest op de Egeïsche Zee [4]. Het leven van een roeier was zwaar en zeer onzeker: velen konden niet eens zwemmen. Goed roeien was de enige mogelijkheid om de overlevingskansen te vergroten. De hopliten op het land namen achter hun muur van bronzen schilden direct deel aan de gevechten: zij verdreven de tegenstander in een soort rugby scrum en zij gebruikten hun lansen om de tegenstander letsel toe te brengen. De roeiers achter hun dunne muur van hout en leer dreven op zee alleen de snelle lichte roeiboot met stormram aan: de stormram verwoestte de boot van de tegenstander. Roeiers namen alleen indirect deel aan de zeeslag. Zijn het ritme van de boot en de roei haal – met het machtige geluid van “Twwhhsh” – voor de roeiers de echte heer en meester waarvoor zij alle inspanningen verrichten?

  [5]

De roeiers waren vrije mannen uit de lagere klassen. Een keer had Athene een groot gebrek aan roeiers in haar stad: een groot deel van de vloot was weg. Slaven bemanden de boten. De zeeslag werd gewonnen. Athene had als dank deze roeiers erkend als vrije inwoners van haar stad. Oefening in vredestijd was van groot belang om de boot langdurig op een snelheid van 10 knopen te kunnen houden èn om de manoeuvres voor het rammen van boten van de tegenstanders snel en correct uit te voeren.

Uw verteller heeft in een boek [6] gelezen dat de religie van onze voorvaderen is gebaseerd op ervaring, oefening en geloof. Is de religie van de Atheense roeiers en de hedendaagse roeiers ook nog gegrondvest op deze drie uitgangspunten?

In de tweede helft van juni 415 v. Chr. voer de vloot uit. De gehele bevolking van Athene met haar buitenlandse bondgenoten was naar Piraeus gekomen om het schouwspel te zien. Het leek meer op een vertoon van macht en rijkdom voor de Griekse wereld dan op het vertrek van een expeditie leger. Een trompet klonk en de vloot ging van start. De boten waren verwikkeld in een wedstrijd om zo snel mogelijk weg te varen: zij raceten tot aan Aegina. Het leek meer een regatta dan een begin van een ver en hachelijk avontuur [7].

Op Sicilië sloeg onvermogen, pech en het noodlot toe. De belegering van Syracuse mislukte omdat de stad op het land niet afgegrendeld kon worden. Groepen ervaren ruiters van de tegenstanders maakten steeds opnieuw doorgangen. Op het water werd een gevecht aangegaan met te weinig manoeuvreerruimte voor de Atheense boten. Alcibiades ging naar Athene met het verzoek om versterkingen. Toen dit verzoek werd afgewezen, vluchtte hij naar Sparta.

Na gevechten en vernietiging van boten bij het Atheense kamp, stelden de Atheners hun vlucht te lang uit. Toen zij eindelijk over land vertrokken, ontstond er snel een gebrek aan water en voedsel en overal waren er hinderlagen van de vijand. In een vallei werd een beetje troebel water gevonden. Snel kleurde het water rood onder de aanval van de Syracusiërs. Met zeer veel verliezen gaven duizenden Atheners – waaronder veel roeiers zonder wapens – zich over. De gevangenen werden naar Syracuse geleid. De democratie van Syracuse besloot tegen de wil van haar leiders de twee Atheense aanvoerders te doden en de gevangenen op te sluiten in een steengroeve bij het theater dat door Aeschylus zelf was geopend met een opvoering van de “Perzen”.

[8]

Bijna allen werden hier acht maanden gevangen gehouden op een zeer laag rantsoen. Velen stierven in de steengroeve en de overlevenden werden gebrandmerkt als slaven verkocht. Niemand keerde terug naar Athene. Athene verloor door deze expeditie ongeveer 7000 mannen. Dit getal komt redelijk overeen met het aantal gevallen Amerikaanse soldaten dat begraven ligt bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer. Dit was de prijs voor de dwaasheid en de hoogmoed van Athene. Dit was de prijs voor de volkswil van Syracuse.

[9]

In 413 v. Chr. laaide de oorlog weer op. Athene had een groot gebrek aan goede roeiers. Vele vrije mannen besloten zich aan te melden voor roeier met alle risico’s en ontberingen van dien. Sparta bouwde een vloot op met hulp van Perzië. Nadat de democratie van Athene enkele steden van zich had vervreemd door het begaan van wreedheden, werd zij op haar eigen specialiteit in enkele zeeslagen verslagen. Hiermee eindigde de Peloponnesisch oorlog.

Deze regatta past in “Een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen”. Zoals elke strijd, kent deze strijd alleen verliezers. Athene verloor een deel van haar bevolking en Syracuse verloor haar goede naam. Syracuse heeft doodzonden begaan tegen de kern van het boeddhistische leven volgens een hedendaagse vrouwelijke Boeddhistische kluizenaar in China [10]. Athene en Syracuse hebben voor de ogen van de wereld gezondigd tegen “welwillendheid, mededogen, vreugde en onthechting”.

Ligt deze regatta ook besloten in Indra’s net [11]? Uw verteller denkt van wel. Hij heeft eens gelezen dat het getal van Avogadro zo groot is, dat wij bij iedere adem teug wel een molecuul inademen van Julius Caesar’s uitademing met de laatste woorden: “Et tu, Brute” [12]. Zijn wij op deze manier met iedere adem teug ook verbonden met deze oorlog en met deze regatta? Is hier ook van toepassing: “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [13], dat betekent: “Het mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt.”? Uw verteller kent het antwoord niet.

Hiermee eindigt het verslag van het intermezzo dat de eerste hoofdpersoon heeft doorlopen als voorbereiding op het binnengaan van de vijf dagelijkse werkelijkheden. Het volgende bericht geeft een verslag van de voorbereidingen van de tweede hoofdpersoon. Hij heeft een diploma uitreiking van een kleindochter bijgewoond en naar aanleiding naar aanleiding van de ceremonie heeft hij de openingszin van het Johannes Evangelie in het Sanskriet gelezen.


[1] Zie: Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008

[2] Zie eerder bericht met de titel “Amateurs”

[3] Zie: Hanson, Victor Davis, A War like no other – How the Athenians an Spartans fought the Peloponnesian War. London: Methuen, 2005 p. 251. Veelal werden de boot, bemanningen en uitrusting betaald door de stadstaat, maar proviand etc. werd betaald door de trierarch – de commandant van de boot. Er waren ook particuliere boten van rijke Grieken: deze boten beschikten over het beste materiaal en de beste roeiers.

[4] Zie: Introduction in Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009

[6] Zie: Lewis-Williams, David & Pearce, David, Inside the neolitic Mind. London: Thames & Hudson, 2009 p.25

[7] Bron: Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 264 en Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009 p. 189

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Theatre_at_Syracuse,_Sicily.jpg

[9] Bron afbeelding: http://www.abmc.gov/cemeteries/cemeteries/no.php

[10] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993. pagina 109

[11] Zie eerder bericht: Indra’s net.

[12] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Et_tu,_Brute%3F

[13] Zie de berichten “Drie – Object in het midden – Het Woord” en “Een dag zonder gisteren – een dag zonder morgen? “

Een oorlog als geen ander – de hoofdrolspelers


In het vorige bericht heeft uw verteller een kort intermezzo geschreven over het zelfbeeld van strijders in oorlog en geweld. Hierbij heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de deelname van de filosoof Socrates aan de Peloponnesische oorlog in Griekenland.

Nu zal uw verteller een inkijkje geven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog.

Een boek over deze oorlog begint met het gedicht:

Toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen aan de Achaeans bracht,

en dappere zielen van veel helden naar Hades zond

en hun lichamen veranderde in prooi voor een hond

en voor zwermen vogels, en de wil van jou – Deus/God – werd volbracht [1].

Wie ben jij die deze verschrikkingen bracht? Wie ben jij die deze oorlog als geen ander wilde? Wie ben jij die de verschrikkingen van broedermoorden, roof, eerroof en slavernij aan jouw buren toebracht en die de lichamen van jouw naasten als prooi voor honden en zwermen vogels achterliet. Wie ben jij die deze moorden wilde? Wie ben jij die de voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [2] wil laten bestaan? Volbrengen de hond en de vogels ook jouw wil; hebben zij een goddelijke natuur [3]?

Waarin verschil jij van Krishna [4] – de wagenmenner – die Arjuna [5] in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – aanzet tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht [6] en anderzijds het menselijk handelen [7] [8].

Uw verteller weet de antwoorden niet, maar stelt wel de vragen. Wie de wereld kent, spreek!

De belangrijkste spelers in de Peloponnesische oorlog zijn Sparta en Athene met hun respectievelijke bondgenoten. Maar de invloed van Perzië was nog steeds groot. Wie zijn zij?

Tussen 490 v. Chr. tot 479 v. Chr. heeft Perzië – een dictatuur met “volgzame” lokale satrapen – geprobeerd Griekenland bij het Perzische rijk in te lijven. In 449 v Chr. heeft Perzië de Griekse stadstaten in Klein Azië erkend. Perzië heeft Griekenland niet rechtstreeks meer aangevallen, maar zij heeft als eerste hoofdrolspeler de Griekse stadstaten met veel succes tegen elkaar uitgespeeld. Daarnaast heeft de herinnering aan de oorlogshandelingen tijdens de Perzische oorlogen nog veel invloed gehad op de gebeurtenissen tijdens de Peloponnesische oorlog .

De tweede hoofdrolspeler is de militaristische en oligarchische stadstaat Sparta gelegen in het midden van de Peloponnesos in Griekenland. In deze stadstaat was strijdvaardigheid van de vrije mannen van imminent belang. Al voor de geboorte van een kind werden er voorbereidingen getroffen om de beste genen te laten samenkomen voor uitmuntend nakomelingschap. Een gehuwde vrouw had een zekere mate van vrijheid om de beste man uit te kiezen voor het verwekken van haar kinderen: oudere echtgenoten stonden hun vrouw toe kinderen te verwekken met jongere fitte mannen [9]. Bij de geboorte was de gezondheid bepalend voor het levenslot van de baby. Vanaf 6 jarige leeftijd werden jongens en meisjes rigoureus getraind: de jongens als strijders en de meisje voor gezondheid. Mannen en vrouwen leefden grotendeels gescheiden van elkaar. Spartanen stamden af van de originele inwoners van de stad. Naast Spartanen woonden rondom Sparta de vrije Perioikoi die soms als hopliten met de Spartanen meevochten in de strijd. In en rondom Sparta waren veruit de meeste bewoners Heloten die als dienaren/slaven voor alle arbeid buiten oorlogsvoering moesten zorgen. De Heloten waren de oorspronkelijke bewoners van de streek die door de Spartanen waren verslagen in de strijd en dus de Spartanen als slaven hadden te dienen. Maar altijd voelden de Spartanen de dreiging van een opstand van de Heloten; zij deden er alles aan om deze opstand te voorkomen. De Spartanen werden zeer gevreesd in de strijd: zij hadden de naam om nooit op te geven. Misschien werd deze standvastigheid nog verstrekt door de constante dreiging van een opstand van de Heloten na een eventuele vlucht van Spartanen. De Spartanen waren zeer (bij)gelovig; zij gingen pas ten strijde als alle religieuze verplichtingen waren voldaan en de voortekenen gunstig waren. Hierdoor moesten bondgenoten geregeld lang wachten op de steun van de Spartanen. Tijdens de Slag bij Sphacteria – in het zuid-westen van de Peloponnesos gaven een groep van 292 strijders waaronder 120 jonge Spartanen zich over aan de Atheners. Deze overgave schokte de Griekse wereld [10], want Spartanen gaven zich nooit over. De schok voor Sparta was nog groter, want naast een enorm gezichtsverlies omvatten deze jonge Spartanen een groot deel van de  toekomstige generatie. Athene heeft deze gevangenen als gijzelaars in Athene vastgehouden waarna Sparta gedurende de gijzeling is gestopt met het platbranden van het koren op de akkers in de buurt van Athene. Na hun vrijlating zijn deze gevangenen in Sparta nooit meer echt voor vol aangezien.

[11]

De derde hoofdrolspeler is het – in extreme vorm – democratische Athene gelegen aan de Egeïsche zee in Griekenland. Athene was aan het begin van de Peloponnesische oorlog puissant rijk geworden met het exploiteren van zilvermijnen en met handel. Deze rijkdom veroorzaakte enerzijds bij de stadstaat Sparta een onbehagen over de hegemonie en anderzijds bij Athene de wens om als gelijke erkend te worden. Deze spanning is een van de aanleidingen voor de oorlog.

Ongeveer 50 jaar eerder werd Athene geleid door koningen en tirannen. Tijdens de Peloponnesische oorlog was Athene een democratie van haar vrije inwoners. Maar het merendeel van de bevolking was niet vrij en nam dus niet actief deel aan de democratie. Deze democratie betekende in praktijk vaak imperialisme voor de bondgenoten van Athene. De belangrijke beslissingen werden in Athene genomen tijdens bijeenkomsten van de vrij mensen. Zij namen het besluit en zij wezen een uitvoerder aan. Deze uitvoerder moest verslag uitbrengen aan de vrije mensen. Bij mislukkingen konden de eigendommen van de uitvoerder worden geconfisqueerd en hij en zijn familie droegen de gevolgen waaronder verbanning en/of de doodstraf voor de uitvoerder. Tijdens de oorlog namen de vrije mensen besluiten over het lot van gevangenen en van ingenomen steden. Geregeld werden zeer wrede beslissingen genomen: aan het einde van de oorlog werden enkele veroverde steden van voormalige bondgenoten volledig vernietigd en de inwoners gedeporteerd of gedood nadat deze steden hadden gekozen voor neutraliteit – de oorlogsinspanningen vergden een te grote bijdrage of Athene legde te hoge heffingen op – of waren overlopen naar het ander kamp. Deze besluiten gingen volledig in tegen de wensen van de generaals die de steden hadden veroverd. Wandaden van de democratie verwijderde Athene van andere bondgenoten: vandaag jij – morgen ik.

Athene bezat een oorlogsvloot die oppermachtig was. Athene en haar havenplaats Piraeus waren omgeven met voor de tijd onneembare muren. Hierdoor konden de havenplaats en Athene ongehinderd met elkaar in verbinding staan.

[12]

De rijkdom van Athene werd getoond in de bouwwerken op de Acropolis. Aan het begin van de oorlog bezat Athene een zilver voorraad die voldoende was voor minstens tien jaar oorlogsvoering inclusief voeding voor haar inwoners. Op basis van de rijkdom heeft de oude staatsman Pericles de tactiek voor de eerste periode van deze oorlog uitgewerkt. Met instemming van de vrije mannen in de stad besloot hij dat Athene op het land de strijd zou vermijden: Athene trok zich terug achter haar muren en zij vertrouwde op haar vloot voor oorlogsvoering en voor de veilige toelevering van alle noodzakelijke middelen. Graan werd uit Egypte en het Zwarte Zee gebied aangeleverd. De Spartanen met bondgenoten mochten tijdens de oogsttijd rustig de velden rondom Athene plunderen; dit zou Athene niet schaden. Maar de boeren uit de omgeving die zich tijdens de plunderingen binnen de muren van Athene hadden terug getrokken, moesten handenwringend toekijken hoe hun oogst werd geplunderd of vernietigd. Later volgde een verdere vernedering: olijfbomen – waarmee zij nauw waren verbonden en die ook hun voorouders van oogst hadden voorzien – werden gerooid.

Deze stelselmatige vernederingen zorgden ervoor dat de stadstaat Athene binnen de muren overbevolkt was. Een plaag – die kwam uit Egypte? en leek op mazelen of tyfus? – vaagde een derde van de inwoners van Athene weg. Dit is verhoudingsgewijze een groter aantal doden dan de Spaanse griep die aan het einde van de eerste wereldoorlog meer slachtoffers maakte dan alle slachtvelden samen.

[13]

Er is nog een bijzondere speler: Alcibiades. Hij vervulde achtereenvolgens een leidende rol bij alle drie de hoofdrolspelers. Socrates zou Alcibiades het leven hebben gered tijdens de slag bij Potidaea. Alcibiades was onder meer promotor en een van de drie aanvoerders van Athene bij het avontuur op Sicilië. Toen dat avontuur op een catastrofe uitliep, vluchtte hij naar Sparta waar hij na verloop van tijd een belangrijke adviseur werd en Athene veel schade berokkende. Na onder meer een relatie met de vrouw van een Spartaanse koning moest hij daar vluchten. Hij ging naar Perzië waar hij een adviseur van een satraap werd. Vandaar moest hij weer vluchten en hij ging terug naar Athene voor hulp tijdens zeeslagen. Na een fout van een van zijn medewerkers moest hij Athene weer verlaten. Tussendoor werd hij nog Olympisch kampioen wagenrennen. Na zijn tweede vlucht uit Athene werd hij in Klein Azië in opdracht van een Perzisch satraap en op voorspraak van enkele Atheners vermoord [14].

  [15]

Alle vormen van openbaar bestuur liggen besloten in deze oorlog. Alle verschrikkingen komen hierin voor. Alle motieven voor oorlog zijn aan de orde. Het is een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen.

Het volgende bericht gaat over de roeiregatta bij Athene op weg naar Sicilië, het noodlot aldaar en de gevolgen hiervan.


[1] Vrije vertaling van: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. V

[2] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[3] Volgens het Boeddhisme bezit alles de Boeddha natuur. Een leerling vraagt de Zen meester Chao-Chou of een hond – in China een laag wezen – de Boeddha natuur bezit. Chao-chou antwoordt: “Mu”. Dit betekent “nee, leeg, niets”. Chao-Chou heeft ook “ja” gezegd tegen andere leerlingen. Deze koan vraagt een direct en volledig inzicht in deze vraag. Zie ondermeer  Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan) casus 1 en Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 57 voor een nadere toelichting op deze koan.

[4] In het Sanskriet betekent Krishna “zwart” of “donker”. Deze naam is samengesteld uit “kr” dat maken, doen of handelen betekent en “ish” dat “heersen, God” betekent waarbij de klank overeenkomt met het Duitse woord “Ich”. Krishna betekent ook “Handelen Gods”.

[5] Arjuna is een van de vijf broers die allen met één vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatige deel van het koninkrijk en voor het herstel van de eer van Draupadi en van de wereldorde. De naam Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent.

[6] Vrije vertaling van Dharmakshetra dat is samengesteld uit Dharma – letterlijk: plaatsen van voortdurende zelf/Zelf, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[7] Vrije vertaling van Kurukshetra dat is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat maken, doen of handelen betekent, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[8] Uit de openingsverzen van de Bhagavad Gita. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bhagavad_Gita

[9] Bronnen: http://en.wikipedia.org/wiki/Women_in_Ancient_Sparta onder “marriage” en Hughes, Bettany, Helen of Troy – Goddess, Princess, Whore. New York: Alfred A. Knopf, 2005

[10] Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 152

[11] Waarschijnlijk een afbeelding van Leonidas, een koning van Sparta in de tijd van de Perzische oorlog. Bron afbeelding: http://uk.ask.com/wiki/Spartan_Army

Inleiding: Vijf werkelijkheden en vijf skandha’s


In het vorige bericht heeft uw Verteller een inleiding gegeven over de samenhang tussen religie en wetenschap. In dit bericht gaat uw Verteller verder in op de vraag of de vijf skandha’s alles geven wat wij nodig hebben voor onze geestelijke ontwikkeling.

Tijdens de volgende aanlegplaatsen op hun Odyssee gaan de twee hoofdpersonen verder met hun zoektocht naar wie zij zijn, waar zij vandaan komen en waar zij naar toe gaan. Eerst bezoeken zij de vijf gangbare werkelijkheden:

o   Feiten en logica – wetenschappelijke reflectie en bewustzijn

o   Intensiteiten en associaties – gevoelsmatige reflectie en bewustzijn

o   Leegte – wijze van bewustzijn

o   Verandering – wijze van bewustzijn

o   Onderlinge verbondenheid – wijze van bewustzijn

Welk verband hebben deze vijf werkelijkheden met de vijf skandha’s uit het Mahâyâna Boeddhisme en met de leegte van deze skandha’s volgens de Hart Sutra [1]?

Het antwoord op de tweede vraag is op dit moment eenvoudig: de twee hoofdpersonen zoeken het antwoord bij de aanleg bij de derde werkelijkheid – Leegte.

Het antwoord op de eerste vraag is ook vrij eenvoudig. De vijf werkelijkheden omvatten de vijf skandha’s waarbij de vijf werkelijkheden beter aansluiten bij het hedendaagse bewustzijn.

De vijfde en laatste skandha – bewustzijn – vormt de vier andere skandha’s en komt tegelijkertijd voort uit deze vier skandha’s [2]. Bewustzijn ligt ten grondslag aan de vijf werkelijkheden en bewustzijn wordt gevormd door de vijf werkelijkheden. Hierbij is er geen verschil tussen de vijf skandha’s – inclusief leegte – en de vijf werkelijkheden.

De eerste skandha – vorm – in hedendaagse vorm, valt samen met de vijf werkelijkheden, omdat vorm gestalte krijgt door feiten en logica (of het ontbreken hieraan), door intensiteiten en associaties voor het beleven van vorm, door verandering omdat alles verandert en door onderlinge verbondenheid doordat een vorm altijd in verhouding staat tot andere vormen.

De tweede skandha – gevoelens en sensatie – valt samen met de tweede werkelijkheid voor de beleving, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van gevoelens en met de vijfde werkelijkheid voor de beleving van gevoelens binnen en door een samenleving.

De derde skandha – perceptie, herkenning of onderscheid – valt samen met de eerste werkelijkheid voor zover het feiten en dingen betreft, met de tweede werkelijkheid voor zover het onderscheid van intensiteiten en associaties betreft, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van onderscheid en herkenning en met de vijfde werkelijkheid voor het onderscheid en herkenning ten opzichte van andere dingen, feiten, entiteiten, levende wezens en gebeurtenissen.

De vierde skandha – mentale indrukken, impulsen, inprentingen – komt op soortgelijke wijze terug als de derde skandha in de eerste, tweede, vierde en vijfde werkelijkheid.

Voor zover uw Verteller kan overzien, vallen de vijf skandha’s inclusief de leegte binnen de vijf werkelijkheden die de hoofdpersonen gaan bezoeken.

Aan het einde van de Odyssee kunnen de twee hoofdpersonen in een terugblik misschien oordelen of de vijf skandha’s alles geven wat nodig is voor onze geestelijke ontwikkeling.

Het volgende bericht komt over enkele weken. Een van de hoofdpersonen is nog steeds aan het herstellen van de inspanningen en de andere hoofdpersoon heeft het eerste deel van het verslag over “Een”, “Twee” en “Drie” bijna klaar voor de drukker. De versie in de Engelse taal is nog niet zover.

Over ongeveer vier weken zullen de hoofdpersonen hun Odyssee hervatten.

   [3]


[1] Zie verschillende vertalingen van de Hart Sutra, bijvoorbeeld door Red Pine (Bill Porter), Edward Conze, Donald S. Lopez Jr.

Inleiding: Drie – Heilige Geest in het midden – De Duif


In het vorige bericht hebben wij het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent bezien. Dit schilderij toont het Lam Gods als offergave om de zondelast van de wereld weg te nemen. Jezus Christus, de enige zoon van God de Vader, wordt als Lam Gods weergegeven[1]. Boven het Lam Gods is een duif geschilderd als een stalende zon die de wereld verlicht. Deze duif symboliseert de heilige geest.

Het koor zingt tijdens de mis in B – mineur van Johann Sebastian Bach hoe Jezus Christus door de heilige geest uit Maria is voort gekomen:

”Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria virgine et homo factus est”

Later tijdens onze Odyssee zullen jij en ik nog uitgebreid stil staan bij “et incarnatus est”. Tijdens dit bericht gaan wij de duif – de heilige geest – bezien door wie Jezus als zoon van de Vader God uit Maria is ontstaan. Wij bezien hiervoor nog een keer het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent.

[2]

Volgens de Christelijke theologie zijn God de vader, de zoon en de heilige geest een drie-eenheid [3]. In het schilderij wordt deze drie-eenheid afgebeeld als vader – boven in het midden zittend op een troon als koning-God – met daaronder in een afzonderlijk schilderij de heilige geest als een stralende zon die het licht laat schijnen op de wereld. Uit de heilige geest is voortgekomen het Lam Gods als enige Zoon van de Vader. De heilige geest wordt in dit schilderij afgebeeld als een duif.

[4]

Hoe verhoudt deze goddelijke drie-eenheid zich tot de Joodse God die onzichtbaar aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?[5] Zien wij hier verschillende uiterlijke verschijningen van één en dezelfde God – die niet te bevatten is -, maar die verschillende vormen voor de gelovigen aanneemt?

De onzichtbare God die aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de duif zoals de Joodse God aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?

De zoon van God die als offergave in de vorm van het Lam Gods de zonde van de wereld wegneemt. Is dit een continuering van de offers die lang geleden zijn gebracht als herstelling en bestendiging van vertrouwen binnen de vee-cyclus?[6]

Het Christelijk geloof is via het Romeinse rijk verspreid. Binnen de leefwereld van de Romeinen heeft de vader binnen het gezin een absolute macht over zijn kinderen.[7] De geboorte van een Romein komt pas tot stand doordat de vader na de geboorte van een pasgeborenen een beslissing neemt of en hoe het kind in de samenleving wordt opgenomen. Totdat een kind zelfstandig gaat wonen, heeft de vader een absolute macht over zijn kinderen[8]. In West Europa is de Katholieke kerk de voortzetting van het Romeinse rijk tot op heden. Voor 300 n. Chr. is Jupiter [9] de belangrijke vader God. De kerkgewaden tonen nog altijd enige gelijkenis met de mode van het Laat Westelijk Romeinse rijk [8] en de kerkprovincies volgen in het voormalige rijk nog redelijk de oude Romeinse provincies. Vertoont de vader God gelijkenissen met de machtige positie van de vader over zijn kinderen binnen het Romeinse rijk?

“Het lijkt of binnen de Christelijke theologie het mysterie van de Goddelijk drie-eenheid nodig is om verschillende verschijningsvormen van mysteries uit het verleden te herenigen. Door deze hereniging van de drie-eenheid en het door rituelen (met gebruikelijke offers) onderhouden van deze hereniging wordt het vertrouwen in de wereld binnen het Christelijk geloof in stand gehouden. Door dit vertrouwen en geloof ontstaat voor de gelovigen een uitzicht op een wederopstanding”, zeg jij.

“Jouw uitleg klinkt goed; ik laat het onderzoek naar de juistheid over aan kerk historici [11]. De goddelijke drie-eenheid, de wereld en het gehele universum passen ook volkomen binnen een andere metafoor voor het mysterie van het leven. Binnen Indra’s net passen de drie verschijningsvormen van God uitstekend inclusief de wereld en het gehele universum. Allen zijn binnen deze metafoor glasparels die meer of minder stralen en reflecteren. Door hun onderlinge straling en reflectie vormen zij elkaar en maken het onderlinge net. Binnen deze metafoor is een kerk een gemeenschap die – al dan niet met een gebouw – elkaar door wederzijdse reflectie vanuit een geloof vormen opdat het levenspad wordt doorlopen”, zeg ik.

“Als wij in deze richting verder gaan, dan is de heilige geest de levensweg, het licht, de wind, het water, de lucht en alle stofdeeltjes waar wij uit zijn voortgekomen en waar wij weer naar terugkeren. Het doet mij ook denken aan de opening van de Ishvara upanishad die ongeveer als volgt gaat: “Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel. Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel. Vrede, vrede, vrede.” [10]”, zeg jij.

“Er blijven twee vragen over. Volgens de metafoor van Indra’s net zou geen deeltje verloren mogen gaan. En de tweede vraag komt op omdat ik ergens gelezen heb dat ook de goden zijn gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg. Misschien hierover later meer tijdens onze Odyssee”, zeg ik.

Het volgende bericht is een overgang naar de volgende rust plaats “Vijf” en gaat over het “Woord”.


[1] Zie voetnoot 6 bij het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Lamb_of_God

[3] De eerste aanzet tot de Christelijke leerstelling van de drie-eenheid is gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders van de grote christelijke centra in  Rome, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem. Dit Concilie wijst het arianisme – waarin de werkwoord-kern “arh” te herkennen is die in het Sanskriet “waardig zijn” of “in staat zijn” betekent – af en verklaart deze zienswijze tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, heeft verkondigd dat Christus geen goddelijke natuur heeft maar een door God geschapen – weliswaar superieur – mens is en daarom als “Zoon van God” ondergeschikt is aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalt het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God is en in essentie één met de God de Vader. In Nicea wordt de triniteitsleer nog niet volledig uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, wordt nog niet gesproken. Dit gebeurt pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381 waar de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk wordt vast gesteld met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God. De Heilige Geest, zo zegt de tekst, “voortkomt uit de Vader”. In het Latijn luidend: “qui ex patre procedit”. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel

[5] Zie bericht: Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1 van 5 mei 2011.

[6] Zie bericht: Inleiding: Drie – Dubio trancendit van 28 april 2011.

[7] Bron: Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil.  Red. Ariès, Philippe & Duby, George.

[8] Bron: hoofdstuk 1 van Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil. 

[9] Het woord Jupiter is samengesteld uit de woorden Deus (of Dieu in het Frans) dat via de werkwoordkern “div” in het Sanskrit “stralen, schijnen vermeerderen” betekent en “ptr” dat vader betekent.

[10] Zie ook: Major B.D. Basu ed., The Upanishads, Volume 1 and 23. New Delhi: Cosmo Publications, 2007

[11] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel. De Triniteitsleer – met de Heilige Geest als derde Goddelijke persoon – wordt nog niet uitgewerkt in de geloofsbelijdenis zoals vastgesteld tijdens het Concilie van Nicea in 325 n. Chr. Tijdens het concilie van Constantinopel in 381 wordt een aangepaste geloofsbelijdenis vastgesteld, waarin de Heilige Geest als derde goddelijke persoon naast de Vader en de Zoon wordt erkend waarbij de Heilige Geest voortkomt uit de Vader of  “qui ex patre procedit”. De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt door alle Christenen aanvaard. In 589 n. Chr. wordt tijdens het Derde Concilie van Toledo in de latijnse tekst “filioque” of “en de zoon” toegevoegd: de Heilige Geest komt volgens de latijnse tekst voort uit de Vader èn de Zoon. Karel de Grote heeft bewerkstelligd dat deze toevoeging door de Duitse kerken in 794 n. Chr.  als enig juiste tekst is aanvaard. Paus Leo III heeft Karel de Grote in 808 n. Chr.  laten weten dat het niet gepast is om aan de geloofsbelijdenis “filioque” toe te voegen. Karel de Grote heeft aan zijn stellingname vastgehouden; hij heeft Paus Leo III niet gevraagd om zijn zoon tot keizer te kronen. Nog steeds wordt in de Rooms-Katholieke geloofsbelijdenis  “filioque” vermeld. De Griekse en Oosters-Orthodoxe Kerken hebben deze toevoeging gezien als een ketterse aantasting van de Triniteitsleer, omdat met de toevoeging wordt gezegd dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader èn de Zoon en dus geen gelijkwaardige God is. In 1054 n. Chr.  Heeft deze toevoeging tot een schisma tussen de Kerk van Rome en de Oosters-Orthodoxe Kerken geleid. Zie ook:  Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 2. Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 213 – 216.

Bij het bestuderen van deze ontwikkeling ontstaan de volgende vragen. Waarom hebben Christenen niet  aanvaard dat de Drie-eenheid drie verschijningsvormen zijn van één en hetzelfde waarbij zij elkaar vormen? Waarom zijn de Vader en de Zoon niet voortgekomen uit de Heilige Geest als er behoefte is aan één oorsprong?

Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods


In het vorige bericht hebben wij het offer als “object in het midden” bezien. Hiervoor hebben jij en ik gekeken naar de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986. Aan het einde van de film hebben wij gezien hoe de vader alles wat hij bezit en alles wat hem aan dit leven bindt, heeft geofferd aan God. Hij heeft dit offer gebracht om de wereld te redden, opdat alles weer wordt zoals het was voor de oorlogsdreiging en om bevrijd te worden van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Dit offer van de vader is tegelijkertijd ook een ongewild offer geworden van zijn familie en naasten.

De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij geeft voortdurend water aan de dode boom en hierdoor brengt hij de boom – de levensboom – weer tot leven. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf.

Volkomen terecht vraagt de zoon aan het einde van de film: “In het begin is het woord. Waarom Vader?”

Met deze vraag zijn wij bij de eerste zin uit het Johannes evangelie in het Nieuwe Testament gekomen[1]. Later op onze Odyssee zullen wij proberen antwoorden te krijgen op deze onvermijdbare vraag van de zoon.

In dit bericht gaan wij het offer als “object in het midden” verder bezien. Wij kijken hiervoor naar het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent. Dit schilderij verbeeldt Jezus in de vorm van het Lam Gods. Het Lam Gods staat beschreven in het eerste hoofdstuk van het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament: “Op de volgende dag ziet Johannes Jezus naar zich toe komen. Johannes zei: “Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt!”” [2]

 [3]

In mij hoor ik het Agnus Dei uit de mis in B – mineur van Johan Sebastian Bach.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis pacem”.[4]

“Het lijkt of wij de laatste weken van onze Odyssee delen van de liturgie van een heilige mis uit de Katholieke kerk volgen. Enkele weken geleden zijn wij begonnen met het Kyrie waar waarschijnlijk het woord “kerk” uit is ontstaan[5]. Binnen de kerken zijn wij verder gegaan met het Credo in de vorm van het licht als hoop. De bezinning en de preek zijn gevolgd binnen de twee bezinningsruimte. En nu zijn wij bij de offergave aangekomen bij het kijken naar de film “Offret” en het Agnus Dei[6] als Lam Gods”, zeg ik.

[7]

“Het Credo – of ik geloof – heb ik nooit met overtuiging kunnen zeggen. Het is voor mij niet mogelijk om te geloven in de Christelijke theologie”, zeg jij.

“Jij bent niet alleen en ik voel deze twijfel met jou. Ook Thomas een van de leerlingen van Jezus, kan niet geloven in het offer van het Lam Gods en in de opstanding van Jezus als redding en wederopstanding van alle mensen of gelovigen. Het schilderij van Caravaggio laat dat zien. Deze twijfel van Thomas wordt ook door het voelen van de wond niet helemaal weggenomen. Waarschijnlijk gaan geloof en twijfel bij veel Christenen hand in hand”, zeg ik.

 [8]

“Ik geloof wel dat iedere dag de zon opgaat als wederopstanding en ik geloof in mijn volgende adem teug. Maar in het offer van het Lam Gods als redding van het heelal kan ik niet geloven”, zeg jij.

“Mensen hebben ook getwijfeld aan de opkomst van de zon en aan de volgende adem teug. Hierover zijn veel rituelen bekend voor het vestigen en het bestendigen van dit vertrouwen.  Mensen kennen veel onzekerheden over het verleden, over het heden en over de toekomst. De Christelijke theologie probeert deze onzekerheden (“in dubio” of “in twijfel” in het latijn) door geloof, rituelen – waaronder offergaven – en vertrouwen te overstijgen. Een zeer gelovige Christen zei eens: “Het laatste dat ik wil verliezen, is mijn geloof”. Uit deze zin spreekt volgens mij ook een spoor van twijfel. Een rotsvast geloof gaat niet verloren. Door rituelen proberen mensen vertrouwen en hoop te krijgen en te bestendigen. Het Christelijk geloof zegt: “En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen”.[9] Het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck laat dat mooi zien: de Vader, de Zoon als Lam Gods en de Heilige Geest als drie eenheid.”

“De bijbel kent het boek Job dat over een rotsvast geloof gaat [10]. Ik moet ook aan de Japanse dichter Rӯokan denken nadat ’s-nachts alles uit zijn eenvoudige hut is gestolen:

“De dief laat achter,

de veranderende maan

aan het firmament.” [11]

De maan [12] staat voor het rotsvaste geloof van Rӯokan”, zeg jij.

“Het geloof van mensen in het verleden lijkt vaak zekerder, omdat wij een deel van hun verleden als vaststaand beschouwen. Maar misschien heeft het rotsvaste geloof in hun tijd ook onzekerheden gekend. Als wij met hun ogen kijken, zien wij dan een andere wereld, andere onzekerheden, andere verwachtingen, een ander geloof? Ik weet dat niet”, zeg ik.

“Ik ook niet. Zullen wij in het volgende bericht de duif in de vorm van de Heilige Geest verder bekijken?”, zeg jij.


[1] Johannes 1:1 uit het Nieuwe Testament: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

[2] Johannes 1:29 en 1:36 uit het Nieuwe Testament.

[4] Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de Vrede.

[5] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Het woord “Kūrios” komen wij in het Kyrie Eleison nog tegen in de liturgie. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[6] “Het Agnus Dei maakt deel uit van de mis in de Katholieke kerk en schijnt voor het eerst geïntroduceerd te zijn tijdens een mis door Paus Sergius I (687-701 n. Chr.). Agnus Dei betekent letterlijk Lam Gods en verwijst naar Christus in zijn rol van de perfecte opoffering die de zonden van de mens verzoent in de christelijke theologie. Het gebed stamt uit de oud joodse tijd van de sacramentele opofferingen. Het Agnus Dei wordt tijdens de mis gezongen terwijl de priester het heilig Brood breekt en de vermenging plaats vindt: de priester laat een deeltje van de hostie in de kelk – gevuld met wijn en water als bloed van Christus – vallen.

Het offer van een lam en het Bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden-Oosten een vaker gebruikt beeld. Het verwijst naar de oude Joodse gewoonte om door een zoenoffer het volk te bevrijden van zijn zonden. In de protestantse kerken wordt de aan Openbaring van Johannes ontleende uitdrukking “gewassen in het bloed van het lam” wel gebruikt als aanduiding van de verlossing van de door kerken veronderstelde erfzonde. Op onze Odyssee zijn wij het vee-offer tegengekomen in de Trito mythe en de vee-cyclus.

In de kunst is het Agnus Dei de figuur van een lam dat een kruis draagt, symbool voor Jezus als Lam Gods. Deze voorstelling wordt vaak gebruikt in christelijke kunstwerken, waarvan het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent het beroemdste is.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Agnus_Dei

[8] http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:The_Incredulity_of_Saint_Thomas_by_Caravaggio.jpg

[9] Bron: Psalm 9:10 “God, de beschermer der vromen”.

[10] Ook Job wanhoopt wanneer zijn vrouw en hij de grote tegenslagen direct aan hun lichamen ondervinden. Job roept God ter verantwoording en vraagt aan God waaraan hij deze tegenslagen verdiend heeft, zijn geloof is toch onvoorwaardelijk. In een storm antwoordt God: “Waar was jij toen ik de lucht en de aarde scheidde en het universum schiep!”. Job erkent hierna zijn onkunde, vraagt om onderricht en bekent dat hij nu God in zijn almacht direct heeft gezien. Job doet boete in stof en as. Na een vee-offer verdwijnt de toorn van God en de voorspoed keert voor Job terug.

Wanneer Job alle tegenslagen als onderdeel van zichzelf zou hebben herkent, zou Job dan aan God hebben kunnen antwoorden dat hij bij de scheiding van lucht en aarde aanwezig is geweest? Zou hij hebben durven zeggen dat zijn verschijningsvorm zich bij de scheiding van lucht en aarde heeft aangepast aan de omstandigheden? Dat hij altijd één is gebleven tijdens en na de scheiding van lucht en aarde en tijdens en na de craquelé die gevolgd is?

[11] Bron: Stevens, John, Three Zen Masters, Ikkyū, Hakuin, Rӯokan. Tokyo: Kodansha International, 1993. Pagina 131.

[12] Rӯokan is een Japanse Zen Boeddhist. Zen Boeddhisme is in China ontstaan uit een samengaan van het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Taoïsme kent Tao als kernbegrip dat letterlijk “weg of levensloop” betekent, maar het woord komt waarschijnlijk voort uit het woord “Maan”. Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993 Pagina: 35.

Inleiding: Drie – Object in het midden – Bezinningsruimten


In de vorige berichten hebben jij en ik verschillende huizen van God bezocht. De gelovigen proberen met de kerken als “object in het midden” uitdrukking te geven aan een wederzijds vertrouwen, dat tussen mensen en God is gevestigd. Dit vertrouwen wordt voortdurend en periodiek door rituelen bestendigd. Daarnaast scheppen de kerken een band tussen mensen onderling waarbij vaak een binding ontstaat en soms een afwijzing de overhand krijgt. Kerken proberen een tijdloos ijkpunt te zijn, van waaruit de leefwereld – lucht/hemel en aarde afzonderlijk en in onderlinge samenhang – wordt ervaren. Ook geven de kerken hoop op een overstijging van het mensenleven door een herrijzenis in een hiernamaals. Wij bezoeken alle kerken die wij op onze Odyssee tegenkomen.

Wij komen ook “objecten in het midden” tegen die ruimte bieden voor bezinning. Door deze bijzondere ruimten wordt de mogelijkheid geschapen voor het overstijgen van de menselijke maat en/of voor het – opnieuw? – ervaren van een volkomen eenheid. Bepaalde plaatsen in het natuurlijke landschap zijn voor dit doel al eeuwen lang gebruikt. Tijdens onze Odyssee hebben wij eerder markeringen van steencirkels, stenen in het landschap en grotten gezien.

Waarschijnlijk zijn de mensen met het betrekken van woonsteden ook bezinningsruimten gaan inrichten die lijken op woonsteden. In het begin zijn de bezinningsruimten meestal in of nabij de woonsteden gevestigd. In de loop der tijd zijn deze eerste bezinningsruimten uitgegroeid tot omvangrijke sacrale gebedsruimten en/of huizen van God. Een aantal van deze plaatsen zijn over gegaan in wereldse bezinningsruimte die wij onder meer in de vorm van musea en kunstwerken tegen komen. Tijdens onze Odyssee bezoeken wij ook bijna alle musea, maar hiervan kunnen wij geen verslag van geven.

Twee bijzondere bezinningsruimten laten wij wel zien. Deze eerste ruimte – de Mark Rothko[1] kapel in Houston uit 1967 – is een raakvlak tussen een gebouw voor religie en een ruimte voor kunst. De buitenkant is een monolithische achthoek voorzien van een kleine ingang. Op het eerste gezicht lijkt het een mausoleum.

 [2]

Wij gaan de kapel binnen. De ruimte straalt een verstilling uit – even monolithisch als de buitenkant. Het licht komt van boven. Inwendig zing ik het eerste Chorus van Cantate 131 van Johann Sebastian Bach:

Aus der Tiefe rufe ich, Herr[3], zu dir.
Herr, höre meine Stimme, lass deine Ohren merken auf die Stimme meines Flehens!“[4]

De vensters naar buiten bestaan uit schilderingen van Mark Rothko uit 1964 – 1967, kort voor zijn dood.

[5]

“De schilderijen geven alle indrukken van de wereld weer. Het lijkt wel of hij – in doorzichtige blauw/zwarte inkt – ieder ooit geschreven en gesproken woord op de panelen heeft willen drukken.”: zeg jij.

“Klopt. Alle glasparels van “Indra’s net” [6] zitten tegelijkertijd in de verf van de schilderijen; zo dicht zijn de kleuren.”: zeg ik.

De breekt de zon door. Op het drieluik licht het bloed van de aarde op in een rode purperen gloed.

[7]

Wij gaan naast een mediterende – Zen? – boeddhist zitten. Als de Boeddhist opstaat, gaan wij naar buiten.

Buiten gekomen zeg jij: “Ik heb eens gelezen: “Een man vraagt aan een hedendaagse vrouwelijke Boeddhistische kluizenaar in China om de kern van het boeddhistische leven op papier te kalligraferen. Zij legt het papier aan de kant. Enkele maanden later ontvangt hij vier woorden per post: welwillendheid, mededogen, vreugde en onthechting. Haar kalligrafie is krachtig en helder als haar geest.”[8] Zijn deze vier woorden ook van toepassing op deze kapel?”

“Ja.”: zeg ik.

“Ik heb eerst getwijfeld over vreugde, totdat de zon doorbrak.”: zeg jij.

In het volgende bericht gaan wij kijken naar het laatste deel van de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986.


[1] Zie voor nadere informatie over Mark Rothko: Hughes, Robert, De Schok van het Nieuwe – Kunst in het Tijdperk van Verandering. Utrecht: Veen, 1991, pagina 318 – 320; en Arnason, H.H., A History of Modern Art. London: Thames and Hudson, 1979, pagina 533 – 534

[3] Mogelijk is het Duitse woord “Herr” verwant met de werkwoord kern “hṛ” die in het Sanskrit “offeren, aanbieden” en “nemen, wegnemen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Deze beide betekenissen van de werkwoord kern “hr” geven tezamen uitdrukking aan de beide rollen van de krijgers-kaste in de vee-cyclus: zij roven vee en geven een deel van het vee aan de priesters voor offergave aan de goden. Daarnaast heeft een heer ook de twee rollen van het bieden van bescherming enerzijds en het nemen van een deel van de oogst. Waarschijnlijk zijn hier de rol van landheer gaan samenvallen met God. In de belevingswereld van onderdanen zijn koning en God nauw met elkaar verbonden.

[4] Vertaling: “Uit de diepten roep ik, Heer [3], tot jou. Heer, hoor mijn stem, laat jouw oren de stem van mijn twijfel horen!” In het Duits betekent het woord “Flehens” smeekbeden”, maar hier is het woord vertaald met twijfel, omdat bijna iedere smeekbede aan God haar oorsprong in twijfel heeft. Zie hiervoor het boek Job uit het Oude Testament.

[5] http://online.wsj.com/article/SB10001424052748703445904576118063020357484.html

[6] Zie voor “Indra’s net” het bericht “Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net” van 8 april 2011.

[8] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993. pagina 109