Tagarchief: logica

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 15


“Ik denk dat wij ons gesprek over de paradox binnen het denkraam van de strijder in onszelf te abrupt hebben beëindigd. Hoewel op een eerdere leeftijd en op een ander manier, heb ik al heel jong kennisgemaakt met de euforie van de veroveraar. Als kleuter had ik een sprinkhaan in een luciferdoosje gevangen. Ik voelde een ongekende vreugde; nooit zou ik meer alleen zijn, want altijd zou ik een metgezel in mijn leven hebben. Als ik met het doosje rammelde, dan hoorde ik mijn sprinkhaan. De volgende ochtend was de sprinkhaan dood. Dit was mijn eerste echte verlies; hiermee verloor ik mijn onschuld: hiermee zette mijn verval in. Als ik kijk naar het paleis van de Medici, dan moet ik weer denken aan het luciferdoosje”, zegt Carla.

Feiten en logica 15a.jpg[1]

“Ik heb ergens gelezen dat de familie de Medici – na een korte verbanning uit Florence – in de 15e eeuw de macht achter de schermen wilde uitoefenen en er bewust een bescheiden beeld naar buiten op na wenste te houden. De buitenkant van dit paleis – gebouwd in opdracht van Cosimo de Medice – geeft dit streven weer [2]”, zegt Man

Carla, Man en Narrator betreden het paleis.

“De welgestelden in Florence waren in de 15e eeuw op de hoogte van de periodieke overstromingen van de rivier de Arno, daarom hadden zij hun woonvertrekken op de eerste verdieping. Dit paleis lijkt op de Ark van Noah [3] uit het boek Genesis in het Oude Testament. Van alle rijkdom en van alles van waarde binnen de familie de Medici werd in dit paleis een imago meegenomen. Alles in dit paleis is een miniatuur afspiegeling van en een herinnering aan de veroveringen van de familie in de buitenwereld. Wanneer het tij meezit, dan kan de afspiegeling en de herinnering weer in realiteit worden omgezet. Dit paleis toont de innerlijke wereld van de familie in al haar wensen en met al haar verwachtingen”, zegt Narrator.

feiten en logica 15b.[4]

“In deze zaal Luca Giordano [5] neemt de – binnen het paleis getoonde – aspiratie van de familie goddelijke trekken aan. De schilderingen op het plafond van de zaal komen overeen met de plafondschilderingen in de kerken van deze stad.

feiten en logica 15c.[6]

Door de schilder Luca Giordano wordt de tweede dynastie van de familie de Medici afgebeeld als een spiegelbeeld van de hemel waarin Cosimo de Medici – als de centrale Vader-god – troont boven zijn twee zonen en zijn broer. Hier toont het innerlijk van de heersende “strijder” de ambitie om op zijn minst de Christelijke Goddelijk drie-eenheid te evenaren, zo niet de plaats van God in te nemen”, zegt Man.

feiten en logica 15d.[7]

“Dat is herkenbaar; op het toppunt van zijn kunnen voelt een strijder zich onoverwinnelijk en oppermachtig. De strijder onttrekt zich aan de wereld van de stervelingen; de strijder kan de hele wereld aan. Tegelijkertijd wordt de leefwereld van de strijder ontmenselijkt; de zorg voor de omgeving en de empathie voor levende wezens en mensen verdwijnt. Een staat van euforie – een beleving van uniciteit en almacht, egocentrische gericht op de strijder, zijn makkers en de wereld waarvoor zij staan – ontstaat. Deze staat van euforie is te herkennen bij Arjuna en Kṛṣṇa toen zij met vreugde pijlen schoten op alles dat probeerde te ontsnappen uit het vuur in het Khandava bos, bij jou Narrator toen jij als jonge strijder met een militie in Midden Afrika schoot op alles en iedereen die uit een brandend dorp kwam, en bij Karl Marlantes [8] toen hij tijdens de Vietnamoorlog als luitenant bij de Amerikaanse mariniers door de luchtmacht napalm liet vallen op de jungle met daarin Vietcong-strijders [9]. ” zegt Carla.

feiten en logica 15e.[10]

“”De hel dat zijn de anderen” [11], schrijft Jean-Paul Sartre in een van zijn toneelstukken, misschien ook  omdat de anderen de almacht van de strijder – en daardoor zijn vrijheid – beperken”, zegt Man.

“Jullie geven mijn gevoelens van vreugde en uitgelatenheid tijdens het schieten op alles en iedereen die uit een brandend dorp probeerde te ontsnappen, goed weer. Maar na deze euforie voelde ik een schaamte en een peilloze leegte. In het eerste deel van onze Odyssee naar “Wie ben Jij” [12] – bij de beschrijving van de Peloponnesische oorlog – zagen wij bij de strijdende partijen een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [13]. In mijn beleving moeten wij aan deze cyclus na de wraak nog “schaamte en leegte” toevoegen die gelijktijdig tegenpolen vormen met eer en macht. In de tijd van mijn voorvaderen namen de strijders in het oude India de buit van de verovering – meestal gestolen vee binnen de vee-cyclus [14] – mee naar hun thuisdorp. Daar werd de buit tijdens een groot feest met iedereen gedeeld. Het tonen van de verovering aan de wereld was voor de krijgers belangrijker dan de overwinning zelf [15]. Na het feest begon een leegte te ontstaan met een opkomende schaamte over doelloosheid. Met eer/macht als tegenpool voor deze leegte/schaamte ontstond een drang naar nieuwe veroveringen om het innerlijk en uiterlijk ego van de strijders weer te bevestigen en bestendigen. De verovering – of rijkdom in onze tijd – creëert tegelijkertijd een leegte en een gemis aan iets. Rijkdom creëert een gebrek aan rijkdom dat nog niet veroverd is. Deze zaal herinnert de levende strijders binnen de familie de Medici aan de wereldse rijkdom die zij moeten verdedigen en uitbreiden, en aan de rijkdom van het Goddelijke hemelrijk dat zij nog niet bezitten”, zegt Narrator.

“In deze redenering schuilt een waarheid. Na een verovering begint het verval, want er valt iets te verdedigen; de imperator moet altijd meer veroveren om hetgeen hij bezit, veilig te stellen. Daarbij ontstaat uit het bezit van rijkdom de behoefte aan meer en blijvende rijkdom; ook de imperator is onderhevig aan de natuurwet van “rupsje nooit genoeg”. Is er op dit punt een verschil tussen mannen en vrouwen?”, zegt Man.

“Er is een studie naar de rol van vrouwen in Mahābhārata. In de Mahābhārata verwerft een strijder pas onsterfelijke roem op het moment dat vrouwen hem als gevallenen op het slagveld in schrille jammerkreten bewenen en daarbij met rouw zijn leven en mooie verschijningsvorm roemen [16]. De vrouwen van de strijderskaste zetten hun mannen aan tot actie; de strijders zijn geregeld monomane uitvoerders van de wensen van hun vrouwen. Wanneer binnen de Kshatriya kaste alle krijgers zijn overleden, dan gaan de vrouwen naar de Brahmanen om nieuwe krijgers voort te brengen. Vrouwen hebben een eigen rol in het denkraam van de strijder”, zegt Narrator.

“Hebben wij niet allen een rol in het denkraam van de strijder? Wat denken jullie van de Goden en de Bodhisattva?”, vraagt Carla.

“Ook zij, ook wij”, zegt Man.

“Dat is waar. Zullen wij morgen op onze laatste dag in Florence een bezoek brengen aan Palazzo Pitti waarin de familie de Medici haar pracht en praal aan de buitenwereld toont”, zegt Narrator.


[7] The Apotheosis of the Medici: Cosimo III sat central between his two sons and his brother below him, Palazzo Medici-Riccardi Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Galleria_di_Luca_Giordano

[8] Bron: Marlantes, Karl, What it is like to go to war. London: Corvus, 2012 p. 40 – 41

[11] In het toneelstuk “Huis clos”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre

[12] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 200 – 209

[13] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[14] Zie vee-cyclus in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012

[15] Zie ook een hedendaagse observatie van Hannah Ahrendt in: Keen, David, Useful Enemies – When waging wars is more important than winning them. New Haven and London: Yale University Press, p. 9

[16] Bron: McGrath, Kevin, STR Women in Epic Mahābhārata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009, p 25

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 2


“Op mijn voettocht van Rome naar Amsterdam heb ik enkele weken bij vrienden in Florence gelogeerd. Een van mijn vrienden nam mij mee naar het Piazza del Carmine om de Santa Maria del Carmine kerk te tonen met daarin de Cappella Brancacci”, zegt Narrator.

“Aan de buitenkant lijkt het een verweerd pakhuis, hoewel de hoofdingang anders doet vermoeden”, zegt Carla.

“Veel kerken in Italië zien er aan de buitenkant gesloten uit; de schoonheid wordt van binnen getoond”, zegt Man.

“De toegang tot de kapel is voor toeristen door de deur aan de rechterkant in het wit gestucte klooster, maar eerst bekijken wij de kerk”, zegt Narrator.

Santa Maria del Carmine[1]

“Het klopt wat jij zegt, de rijkdom wordt binnen in de kerk getoond. Deze overdaad is voor mij teveel van het goede”, zegt Carla.

Feiten en Logica 2[2]

“Ik heb jullie hier naartoe meegenomen voor het plafond in combinatie met de muren. Door de beschildering van het plafond lijkt het alsof de kerk direct in de hemel overgaat. De hemel en aarde zijn in dit deel van de kerk met elkaar verbonden, met de overgang van de muren naar het plafond als scheiding”, zeg Narrator.

“Het plafond is een halve cilinder, maar door de zeer knappe “trompe d’oeil” [3] in de plafondschildering lijkt de toeschouwer in de hemel opgenomen te worden. De Middeleeuwse scholastiek wordt in al haar pracht op dit plafond getoond”, zegt Man.

“Gekunsteld, maar knap gemaakt”, zegt Carla. Feiten en Logica 2a

[4]

“Aan de rechterkant van het altaar is de Cappella Brancacci  [5]; voor de bezichtiging van de fresco’s  moeten wij buitenom via de kloosteringang aan de rechterkant van de kerk de kapel binnengaan”, zegt Narrator.

“Dat is gedaan om het bezoek aan deze kapel te beperken en met de inkomsten van de entree het onderhoud te bekostigen”, zegt Man.

“Ik laat jullie deze fresco’s in de kapel zien omdat de twee belangrijkste schilders van deze kapel de overgang naar de Renaissance verpersoonlijken. Masolino da Panicale schildert de mensen naar ideaalbeelden volgens de scholastiek in een Middeleeuwse stijl, terwijl Masaccio de personen als menselijke individuen in al hun luister en rijkdom afbeeldt.  Op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel zijn beide stijlen in één fresco te zien”, zegt Narrator. Feiten en Logica 2b[6]

“De ideaalbeelden van de personen door Masolino spreken mij meer aan, de individuen van Masaccio zijn in mijn ogen ook ideaalbeelden die hun profane weelde en aardse welzijn overduidelijk wensen te tonen”, zegt Carla.

“Ik ben stil van deze overgang van stijl, wereldbeeld en weergave binnen een fresco”, zegt Man.

Feiten en Logica 2c[7]

“Ik neem jullie nu mee naar het Uffizi Kunstmuseum op een kwartier lopen van deze kapel. Daar wil ik jullie een zelfportret van Albrecht Dürer laten zien. Ik heb al kaartjes, dus wij hoeven niet lang in de rij te staan”, zegt Narrator.

“Zullen wij onderweg de Basilica Santa Maria del Santo Spirito [8] ontworpen door Brunelleschi bezoeken? Deze basiliek uit de vroege Renaissance heeft een prachtige maatvoering”, zegt Man.

Feiten en Logica 2d[9]

“Is daar de Crucifix van Michelangelo?”, vraagt Carla.

Feiten en Logica 2e [10]

“Klopt, laten wij eerst wat drinken op het plein voor de Basiliek”, zegt Narrator.

Na het bezichtigen van de Basiliek gaan Carla, Man, en Narrator gaan naar het Uffizi Museum [11]. Zij bekijken de eerst de Renaissance schilderijen waaronder “De Geboorte van Venus” van Botticelli.

feiten en logica 2f[12]

Daarna komen zij bij het zelfportret van Albrecht Dürer.

feiten en logica 2g[13]

“Dit zelfportret van Albrecht Dürer wil ik jullie tonen, omdat Dürer met dit schilderij voorbijgaat aan het scholastisch ideaalbeeld van de mens aan het einde van de Middeleeuwen; hij overstijgt in deze afbeelding van hemzelf ook het individuele vertoon van aardse rijkdom en profane pracht en praal uit de Renaissance. Hier wordt een mens getoond die wij vandaag in Duitsland op straat kunnen ontmoeten. Dit zelfportret heeft de kenmerken van een hedendaagse foto; het lijkt een snapshot”, zeg Narrator.

“Prachtig, behalve zijn kleren, zie ik hem zo vandaag op straat in Duitsland lopen. Na vele eeuwen met afbeeldingen van mensen zoals de schilder en de toeschouwers dachten dat zij eruit zagen of dachten dat zij eruit zouden moeten zien, gingen Dürer en zijn tijdgenoten kijken hoe zij er in werkelijkheid uitzagen èn zij hadden de vaardigheden om dit op een schilderij weer te geven. Nu ik dit schilderij zie dat eigenlijk een foto of snapshot is, moet ik denken aan de essay “On Photography” van Susan Sontag [14]. Zij stelt in deze essay dat de mensen de werkelijkheid zo overweldigend vinden, dat zij de inkadering van een foto nodig hebben om een beeld van de werkelijkheid te kunnen waarnemen en verwerken. Nu ik dit zelfportret zie, is het heel vertrouwd, maar tegelijkertijd mis ik oneindig veel. Ik zou deze man zoveel vragen willen stellen, ik zou hem in het echt binnen zijn leefwereld willen ontmoeten en enkele dagen met hem optrekken. Dit zelfportret geeft een glimp van de mens Albrecht Dürer en tegelijkertijd ontneemt het portret mijn beeld van hem. Susan Sontag gaat in haar essay een stap verder: zij zegt dat de werkelijkheid voor mensen zo onbevattelijk en overweldigend is, dat mensen zich met behulp van een camera beschermen tegen de omgeving; pas door een afbeelding of foto kunnen mensen de inkadering en verstilling van de werkelijk tot zich nemen en beleven; de vakantie wordt pas thuis beleefd bij het bekijken van de foto’s van de vakantie”, zegt Man.

“Ik heb dezelfde gemengde gevoelens: prachtig om Albrecht Dürer te zien en tegelijkertijd onwerkelijk. Bij het noemen van de essay van Susan Sontag moet ik aan de “theorie van de blik van Sartre” [15] denken: door mijn blik op het zelfportret maak ik een ding van Albrecht Dürer en daarmee ontneem ik zijn persoon en nagedachtenis een groot deel van zijn vrijheid. Dit portret is voor mij een “pars pro toto” waarbij het deel – het zelfportret of de afbeelding van Albrecht Dürer – de plaats van het geheel inneemt.  Mijn vraag bij het zien van het zelfportret blijft: “Wie ben jij?” ”, zegt Carla.

“Mijn Amerikaanse geliefde heeft in Zweden en later in een klooster in Amerika lang gestudeerd op de vraag “Wie zijn wij?”. Misschien heeft hij een antwoord gevonden op deze vraag met het oplossen van Boeddhistische vraagstukken [16] en misschien past deze “pars pro toto” die mensen bij hun waarnemingen nodig hebben, heel goed binnen de metafoor van “Indra’s Net” [17]”, zegt Narrator.

“Misschien heb jij gelijk met deze metafoor; mensen kijken naar een parel binnen Indra’s Net en beleven op deze – indirecte – manier het gehele samengestelde Net van in elkaar weerkaatsende glasparels. Vanavond bij het avondeten zou ik graag mijn kijk op “feiten en logica” van “Wie ben jij?” met jullie willen delen. Vandaag hebben wij een prachtige begin gemaakt met dit deel van de zoektocht naar “Wie ben jij?” vinden jullie niet?”, zegt Man Leben.

“Later zou ik jullie graag de wereld van de geordende chaos willen tonen, maar nu ben ik moe. Narrator, bedankt voor de rondleiding en jullie beiden bedankt voor jullie gezelschap. Ik ga nu siësta houden. Vanavond zie ik jullie weer bij het avondeten”, zegt Carla.

“Ik ben blij dat jullie mijn voorbereiding waarderen. Ik ga vanmiddag een goede vriend bezoeken”, zegt Narrator.

“Dan ga ik vanmiddag naar twee boekwinkels in Florence”, zegt Man.


[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Brancacci_Chapel; de fresco’s in de kapel zijn op deze webpagina te zien.

[6] Fresco op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel. Bron afbeelding: http://pl.wikipedia.org/wiki/Kaplica_Brancaccich

[7] Detail van de Fresco op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel. Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Cappella_Brancacci

[9] Grondplan van de Basiliek. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Santo_Spirito_(Florenz)

[10] Michelangelo’s Crucifix. Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Basilica_di_Santo_Spirito

[13] Zelfportret van Albrecht Dürer. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Albrecht_D%C3%BCrer

[14] Zie ook: Sontag, Susan, On Photography. New York: Dell Publishing Co. Inc., 1978

[15] Zie ook: Nārāyana, Narrator, “Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie”. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34

[16] Zie ook: Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 99 – 136

[17] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica


Op onze hedendaagse Odyssee naar “Wie ben jij” zijn wij voor onze vierde aanlegplaats “feiten en logica” aangekomen in Florence.

Waarom beginnen wij bij de aanlegplaats “feiten en logica” in Florence?

Het ontstaan van de eerste feiten en logica bij mensen is in nevelen gehuld [1]. Hoe heeft een mens voor het eerst bewust een feit waargenomen? Bij het gebruik van een steen als slagwapen of bij liefdegevoelens voor nakomelingen? Hoe heeft een mens voor het eerst bewust een logische verband gezien? Bij het bewust eten van planten met bepaalde eigenschappen of bij het voorzien van zwangerschap na geslachtsgemeenschap? Wij weten het niet.

200px-Venus_von_Willendorf_01[2]

Bij deze vierde aanlegplaats willen wij de wereld van religie [3] – of hetgeen waarop mensen terugvallen wanneer duiding gegeven moet worden aan het onbekende – vermijden, want op andere aanlegplaatsen tijdens onze zoektocht komt religie voldoende aan bod.

IMG_1408 (1)[4]

Ook gaan wij door tijdgebrek voorbij aan het ontstaan en de verdere ontwikkeling van de filosofie in de Oudheid [5].

Onze vierde aanlegplaats “feiten en logica” vangt aan bij de overgang van de middeleeuwse scholastiek [6] naar de Renaissance. Beide levensbeschouwingen hebben gepoogd de wereld als deterministisch te beschouwen, dat wil zeggen: wanneer de uitgangspunten en de interne regels bekend zijn, dan is het verleden, het heden en de toekomst bepaald. Beide filosofische stromingen hebben er alles aan gedaan om de ordening en de interne regels vast te leggen om zo grip en zicht te krijgen op de leefwereld gecentreerd rondom God [7] binnen de scholastiek, of rondom de mens en de menselijke rede binnen de heersende elite in de Renaissance [8].

Vanaf het begin is binnen het Christendom gedebatteerd over de relatie tussen waarheid geopenbaard door God in de heilige geschriften en de ononderbroken ontdekking van de feitelijke werkelijkheid door de menselijke rede – welke binnen het Christelijke geloof ook als een gave God’s wordt gezien [9]; deze debatten bereikten in uitgestrektheid hun hoogtepunt tijdens de hoogtijdagen van de Scholastiek.

Met de aanvang van de Renaissance in en rond Florence verschoof de bron voor de ontdekking van de feitelijke werkelijkheid voorgoed van de openbaringen door God in de heilige schriften naar de menselijke rede met de mens als middelpunt. Volgens het Oude Testament is de aarde door God gegrondvest en zal nimmer bewegen [10], maar rond 1600 na Chr. hadden Copernicus [11] en Kepler onomstotelijk aangetoond dat de aarde rond de zon draaide. Galileo Galileï heeft deze feitelijke ontdekking in 1632 na Chr. door middel van zijn geschrift Dialogo di Galileo Galilei sopra i due Massimi Sistemi del Mondo Tolemaico e Copernicano (Tweegesprek van Galileo Galilei over de twee belangrijkste wereldsystemen, het ptolemeïsche en copernicaanse) verdedigd tegenover de kerkelijk inquisitie. De Christelijk kerk heeft hem in 1633 na Chr. veroordeeld tot permanent huisarrest en de Dialogo zijn in de ban gedaan. Ruim 100 jaar later – in 1737 – werd Galileï vanuit een bescheiden grafplaats herbegraven in een eregraf in de Basilica di Santa Croce in Florence. Pas in oktober 1992 werd door de Katholieke kerk de naam van Galileï door paus Johannes Paulus II gezuiverd [12].

graftombe galilei[13]

Het continuüm in de overgang van de Scholastiek naar de Renaissance zien wij terug bij het bezoek aan de Santa Maria del Carmine [14] en daarin de Cappella Brancacci gelegen aan het Piazza del Carmine [15] in Florence.

Santa Maria del Carmine[16]

In het volgende bericht volgt het verslag van dit bezoek.


[1] Voor geïnteresseerde lezers: een klein tipje van de sluier over het vroege ontstaan van feiten en logica wordt opgelicht in: Arsuaga, Juan Luis, Het halssieraad van de Neanderthaler – Op zoek naar de eerste denkers. Amsterdam: Wereldbibiotheek: 1999 in: Lewis-Williams, David & Pearce, David, Inside the neolitic Mind. London: Thames & Hudson, 2009 en in: Beyens, Louis, De Graangodin – Het ontstaan van de landbouwcultuur. Amsterdam: Atlas, 2004

[2] Afbeelding van de Venus van Willendorf volgens schatting meer dan 20.000 jaar voor Christus vervaardigd. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Venus_of_Willendorf

[3] Voor het ontstaan en de ontwikkeling van religieuze ideeën verwijzen wij naar de studies: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 1. Chicago: The University of Chicago Press, 1982; Johnston, Sarah Iles (ed.), Religions of the Ancient World – a Guide. Cambridge: Harvard University Press, 2004;  Mallory, J.P. & Adams, D.Q., The Oxford Introduction to Proto-Indo-European and the Proto-Indo-European World. Oxford: Oxford University Press, 2007

[4] Steencirkel in Midden Engeland. Bron foto: Marieke Grijpink

[5] Er zijn verschillende standaardwerken over de geschiedenis van de filosofie.

[7] Bijvoorbeeld: De vijf Godsbewijzen in de Summa Theologica van Thomas van Aquino. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_van_Aquino

[9] Zie ook: MacCulloch, Diarmond, Christianity – The first three thousand Years. New York: Viking, 2010 p. 141

[10] Zie onder meer: de Psalmen 93:1, 96:10, 105:5 en 1 Kronieken 16:30

[13] Graftombe van Galileï in de Basilica di Santa Croce in Florence. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Galileo_Galilei

Inleiding: Vijf werkelijkheden en vijf skandha’s


In het vorige bericht heeft uw Verteller een inleiding gegeven over de samenhang tussen religie en wetenschap. In dit bericht gaat uw Verteller verder in op de vraag of de vijf skandha’s alles geven wat wij nodig hebben voor onze geestelijke ontwikkeling.

Tijdens de volgende aanlegplaatsen op hun Odyssee gaan de twee hoofdpersonen verder met hun zoektocht naar wie zij zijn, waar zij vandaan komen en waar zij naar toe gaan. Eerst bezoeken zij de vijf gangbare werkelijkheden:

o   Feiten en logica – wetenschappelijke reflectie en bewustzijn

o   Intensiteiten en associaties – gevoelsmatige reflectie en bewustzijn

o   Leegte – wijze van bewustzijn

o   Verandering – wijze van bewustzijn

o   Onderlinge verbondenheid – wijze van bewustzijn

Welk verband hebben deze vijf werkelijkheden met de vijf skandha’s uit het Mahâyâna Boeddhisme en met de leegte van deze skandha’s volgens de Hart Sutra [1]?

Het antwoord op de tweede vraag is op dit moment eenvoudig: de twee hoofdpersonen zoeken het antwoord bij de aanleg bij de derde werkelijkheid – Leegte.

Het antwoord op de eerste vraag is ook vrij eenvoudig. De vijf werkelijkheden omvatten de vijf skandha’s waarbij de vijf werkelijkheden beter aansluiten bij het hedendaagse bewustzijn.

De vijfde en laatste skandha – bewustzijn – vormt de vier andere skandha’s en komt tegelijkertijd voort uit deze vier skandha’s [2]. Bewustzijn ligt ten grondslag aan de vijf werkelijkheden en bewustzijn wordt gevormd door de vijf werkelijkheden. Hierbij is er geen verschil tussen de vijf skandha’s – inclusief leegte – en de vijf werkelijkheden.

De eerste skandha – vorm – in hedendaagse vorm, valt samen met de vijf werkelijkheden, omdat vorm gestalte krijgt door feiten en logica (of het ontbreken hieraan), door intensiteiten en associaties voor het beleven van vorm, door verandering omdat alles verandert en door onderlinge verbondenheid doordat een vorm altijd in verhouding staat tot andere vormen.

De tweede skandha – gevoelens en sensatie – valt samen met de tweede werkelijkheid voor de beleving, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van gevoelens en met de vijfde werkelijkheid voor de beleving van gevoelens binnen en door een samenleving.

De derde skandha – perceptie, herkenning of onderscheid – valt samen met de eerste werkelijkheid voor zover het feiten en dingen betreft, met de tweede werkelijkheid voor zover het onderscheid van intensiteiten en associaties betreft, met de vierde werkelijkheid voor de verandering van onderscheid en herkenning en met de vijfde werkelijkheid voor het onderscheid en herkenning ten opzichte van andere dingen, feiten, entiteiten, levende wezens en gebeurtenissen.

De vierde skandha – mentale indrukken, impulsen, inprentingen – komt op soortgelijke wijze terug als de derde skandha in de eerste, tweede, vierde en vijfde werkelijkheid.

Voor zover uw Verteller kan overzien, vallen de vijf skandha’s inclusief de leegte binnen de vijf werkelijkheden die de hoofdpersonen gaan bezoeken.

Aan het einde van de Odyssee kunnen de twee hoofdpersonen in een terugblik misschien oordelen of de vijf skandha’s alles geven wat nodig is voor onze geestelijke ontwikkeling.

Het volgende bericht komt over enkele weken. Een van de hoofdpersonen is nog steeds aan het herstellen van de inspanningen en de andere hoofdpersoon heeft het eerste deel van het verslag over “Een”, “Twee” en “Drie” bijna klaar voor de drukker. De versie in de Engelse taal is nog niet zover.

Over ongeveer vier weken zullen de hoofdpersonen hun Odyssee hervatten.

   [3]


[1] Zie verschillende vertalingen van de Hart Sutra, bijvoorbeeld door Red Pine (Bill Porter), Edward Conze, Donald S. Lopez Jr.