Tagarchief: mahayana

Intro: Vijf werkelijkheden: een dag zonder gisteren – een dag zonder morgen?


Uw verteller heeft in het vorige bericht gezegd dat volgens het Boeddhisme de vijf skandha’s alles geven wat wij nodig hebben voor onze geestelijke ontwikkeling [1]. In de Hart Sutra [2] – een van de latere sutra’s in het Mahâyâna Boeddhisme wordt gezegd dat de skandha’s leeg zijn. Zijn deze beweringen correct?

Waarom onderzoeken de twee hoofdpersonen deze beweringen niet meteen? De verklaring hiervoor is heel eenvoudig. De beschrijving van de eerste skandha “vorm of materie” ruim 2000 jaar geleden  – door de vier elementen aarde, water, lucht en vuur – sluit niet meer aan bij de hedendaagse beleving van wetenschap. De weerlegging van de bewering dat de vijf skandha’s alles geven wat nodig is voor onze geestelijke ontwikkeling, is eenvoudig mogelijk op basis van de hedendaagse beleving van wetenschap, omdat de beschrijving van de eerste skandha door de vier elementen aarde, water, lucht en vuur volkomen achterhaald is. Als wij uitgaan van een universele beschrijving van de skandha’s  – waarbij verschijningsvormen zich aanpassen aan de omstandigheden – , dan is de weerlegging minder eenvoudig, want de eerste skandha in dat geval een groot deel van de natuurwetenschappen omvat. In onze hedendaagse samenleving zijn de spirituele en (natuur-)wetenschappelijke werkelijkheid gescheiden. Is deze scheiding van religie en wetenschap terecht?

De Belgische priester, astronoom en natuurkundige Georges Lemaître [3] is de grondlegger van de theorie van de oerknal en het uitdijende heelal. Daarnaast heeft hij een bijdrage geleverd aan de algemene relativiteitstheorie. De theorie van het uitdijende heelal heeft hij ontwikkeld op basis van de vooronderstelling dat de waarnemingen van roodverschuivingen van licht van de hemellichamen het gevolg zijn van het Doppler effect [4] door het uitdijen van deze hemellichamen. In 1927 zei Einstein tegen Lemaître: “Your calculations are correct, but your grasp of physics is abominable”. Einstein heeft in 1933 zijn ongelijk over deze opmerking ruiterlijk toegegeven [5].

 [6]

Georges Lemaître heeft tijdens zijn leven – ook als lid en later voorzitter van de Pauselijke Academie voor Wetenschappen – gepleit voor een scheiding tussen religie en wetenschap. Heeft hij vastgehouden aan dit onderscheid om vermenging te voorkomen tussen niet gelijkwaardige leerstellingen voortgekomen uit de (natuur-)wetenschap enerzijds en de Katholieke Kerk met haar geschiedenis van onder meer de scholastiek en het Romeinse rijk anderzijds? Of wenst hij vast te houden aan dit onderscheid om het  “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [7] onderdeel van zijn priesterschap – niet te kort te doen? Uw verteller weet het antwoord niet.  

Mogelijk wilde George Lemaître de basis leerstelling van het Katholieke geloof niet overstijgen. Deze basis leerstelling stelt dat er eerst een schepping is, dan volgt een leven op aarde. Na het leven op aarde is er een hiernamaals: voor de uitverkorenen bestaat een gelukkig hiernamaals en voor de verdoemden volgt verstoting [8]. De theorie van de oerknal sluit aan bij deze basis leerstelling. Voor de oerknal bestaat er niets: er is geen dag voor de oerknal of er is “geen dag voor gisteren”. Is deze veronderstelling correct? Uw verteller weet het antwoord niet, maar hij is zich bewust van discussie over dit onderwerp.

 [9]

Heeft Indra’s net de andere metafoor die beide hoofdpersonen op hun Odyssee voor “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” zijn tegenkomen moeite met “de dag voor gisteren” of het moment voor de oerknal. Uw verteller denkt dat Indra’s net in het Swahili zal antwoorden met: “Hakuna matata [10]”. Uw verteller verwacht dat Indra’s net deze “dag voor gisteren” perfect zal manifesteren als de omstandigheden aanwezig zijn. Uw verteller verwacht ook dat Indra’s net het onderscheid tussen de spirituele en (natuur-)wetenschappelijke werkelijkheid weerspiegelt wanneer de omstandigheden hiervoor aanwezig zijn. Indra’s net laat dit onderscheid even makkelijk weer verdampen of overstijgt het wanneer de omstandigheden daar rijp voor zijn.

Het volgende bericht gaat verder in op de vraag of de vijf skandha’s alles geven wat wij nodig hebben voor onze geestelijke ontwikkeling.


[1] Bron: Red Pine (Bill Porter), The Heart Sutra. Washington D.C.: Shoemaker & Hoard, 2004 p. 56

[2] Zie verschillende vertalingen van de Hart Sutra, bijvoorbeeld door Red Pine (Bill Porter), Edward Conze, Donald S. Lopez Jr.

[4] Het Doppler-effect is meteen te horen als een auto voorbij rijdt: de toonhoogte van het geluid is hoger wanneer de auto nadert en lager wanneer de auto van ons vandaan rijdt. De roodverschuiving in het licht van de hemellichamen duidt erop dat hemellichamen zich van ons verwijderen.

[5] Bron: Midbon, Mark, A Day Without Yesterday: Georges Lemaitre & the Big Bang. Zie: http://www.catholiceducation.org/articles/science/sc0022.html

[7] Uit de Encycliek van Paus Johannes Paulus II over de Eucharistie (Rome, 2003); zie ook het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Het Woord” van 11 juni 2011.

[8] Bron: Geloofsbelijdenis. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel

[9] Bron afbeelding: http://liaturches.blogspot.com/

[10] Betekent letterlijk in het Swahili: “Geen probleem”.

Advertenties

Inleiding: Intermezzo – Vijf skandha’s


De twee hoofdpersonen zijn bezig met hun verslag over de eerste drie aanlegplaatsen op hun Odyssee. Het verslag in het Nederlands is bijna klaar; met het verslag in het Engels is een begin gemaakt.

De hoofdpersonen zijn op zoek naar een uitgever om het eerste deel van het verslag te publiceren.

In de tussentijd gaat uw Verteller verder met de inleiding op de vijf skandha’s in het Mahâyâna [1] Boeddhisme.

Volgens het Boeddhisme geven de vijf skandha’s alles wat wij nodig hebben voor onze spirituele ontwikkeling [2]. De vijf skandha’s zijn verschillende manieren van zelfreflectie of ervaringen van ons zelf; zij hebben betrekking op jou, mij en alles om ons heen.

De vijf skandha’s zijn onder te verdelen in drie hoofdgroepen:

  • een fysieke manier van zelfreflectie door vorm of materie (rūpa in het Sanskriet);
  • drie gevoelsmatige manieren van zelfreflectie en
  • (zelf)bewustzijn.

Nu zal ik een korte beschrijving van deze vijf skandha’s geven [3]:

  1. Vorm of materie (Sanskriet – rūpa):
    externe en interne materie. Extern, rūpa is de physieke wereld. Intern, rūpa omvat ons fysieke en fysiologisch  lichaam en zintuigen.
  2. Gevoelens of sensatie (Sanskriet – vedanā) :
    ervaren van een object als – bijvoorbeeld – aangenaam, onaangenaam of neutraal
  3. Perceptie, herkenning of onderscheid (Sanskriet – samjñā):
    waarneming of herkenning van een object (bijvoorbeeld, het geluid van een klok of de vorm van een boom).
  4. Mentale indrukken, impulsen, inprentingen (Sanskiet – samskāra):
    alle vormen van mentale gebruiken, gedachten, inprentingen, ideeën, opinies, vooroordelen en besluiten die worden geactiveerd door een object.
  5. Bewustzijn (Sanskriet – vijñāna): in het Mahâyâna Boeddhisme is de skandha “bewustzijn” de basis die alle bewuste ervaringen bewerkstelligt.

De skandha’s bestaan niet afzonderlijk. De Skandha’s ontstaan, worden gevormd en verdwijnen in onderlinge samenhang en onderlinge afhankelijkheid [4].

[5]

Na deze inleiding op de vijf skandha’s ontstaat de vraag waarom onze hoofdpersonen deze skandha’s niet als vijf aanlegplaatsen tijdens hun Odyssee aandoen.

Het volgende bericht geeft een eerste antwoord op deze vraag.


[1] Mahâyâna betekent vrij vertaald “groot vaartuig”. Alles en iedereen is aanwezig in het grote vaartuig, geen stofje is buitengesloten.

[2] Bron: Red Pine (Bill Porter), The Heart Sutra. Washington D.C.: Shoemaker & Hoard, 2004 p. 56

[4] Bron: Dasgupta, Surendranath, A History of Indian Philosophy, Vol. I. London: Cambridge University Press, 1957, p. 94

Inleiding: Drie – Object in het midden – Offer


In het vorige bericht hebben wij twee bezinningsruimten bezocht. De eerste ruimte is de Mark Rothko kapel in Houston. De andere ruimte voor bezinning is overal en altijd aanwezig.

Nu gaan jij en ik het offer bezien als “object in het midden”. Hiervoor kijken wij naar het laatste deel van de film “Offret”  – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986.

[1]

Voordat wij naar dit deel van de film gaan kijken, lezen wij eerst enkele inleidingen en beschouwingen over deze film. Wij beginnen met “De verzegelde tijd[2]: de beschouwingen over de filmkunst van Andrei Tarkovsky.

““De verzegelde tijd” is ook een goede benaming voor de binnenruimte van de Mark Rothko kapel”, zeg jij.

In deze beschouwingen schrijft Andrei Tarkovsky: “De hoofdpersoon van de film “Offret” is bedoeld als een zwakke persoonlijkheid. Geen held, maar een denker en een eerlijk mens die in staat is een offer te brengen voor een hoger ideaal. Als de situatie dat vraagt, deinst hij hier niet voor terug en probeert hij niet deze offerdaad aan iemand anders over te laten. Hij riskeert het om niet begrepen te worden en door anderen als wanhopig en destructief te worden gezien. Hij overschrijdt de grens van het toelaatbare en normale gedrag waardoor hij als krankzinnig wordt gezien, omdat hij zich gebonden voelt met het lot van de gehele mensheid. Hij geeft alleen gehoor aan de roeping van zijn hart. Hij is het lot niet meester, maar is alleen dienaar. Zijn inspanningen blijven ongezien en onbegrepen, maar dragen wel bij aan de harmonie van de wereld.[3]

“Herken jij jezelf in deze beschrijving?”, vraag ik.

“Met schaamte. Ik ben te vaak mijn eigen weg gegaan en ik heb andere mensen onnodig in de kou laten staan”, zeg jij.

“Wie niet?”, zeg ik.

“Heiligen?”, zeg jij.

“Dat zijn wij allebei niet”, zeg ik.

In het nawoord bij deze beschouwingen schrijft Andrei Tarkovsky: “Door de geschiedenis heen hebben ideologen en politici aan mensen “de enige juiste weg” voorgespiegeld die de wereld kan redden. Om deze redding deelachtig te worden moet – volgens ideologen, politici en/of de samenleving – de enkeling wijken en moet ieder zijn gedachtengoed opgeven om alle energie aan te wenden voor de beoogde redding. Voor deze vooruitgang, die de toekomst van de mensheid veilig moet stellen, offert het individu zijn innerlijkheid op en gaat zijn persoonlijkheid verloren in het volgen van het ideaal. Doordat de mens denkt aan het belang van allen, vergeet hij zijn persoonlijke belang in de zin zoals Christus preekt: “Gij zult uw naasten liefhebben als uzelf”. Dit wil zeggen: “Heb uzelf lief zozeer dat u het goddelijke beginsel in u zelf, het bovenpersoonlijke respecteert dat egoïsme verbiedt en u verplicht uzelf onvoorwaardelijk aan anderen te geven, trouw aan uzelf vanuit het ik als persoonlijk centrum van leven.”” [4] [5]

“Dit vraagt een grote balanceerkunst tussen eigen belang – waar de hele wereld in weerspiegeld wordt – en offergaven voor anderen – waarbij ieder offer voor een ander ook een offergave aan jezelf is”, zeg jij.

“Ergens heb ik gelezen dat door een offergave een bedelaar en een weldoener elkaar compassie tonen. De bedelaar geeft de weldoener de mogelijkheid om compassie te tonen en de weldoener toont compassie met een andere uitingsvorm van zijn eigen leven”, zeg ik.

“Om op deze manier belangeloos offergaven te brengen, hebben wij nog een lange weg te gaan. Andrei Tarkovsky beschrijft hier een eerste aanzet voor een boeddhistische bodhisattva[6]. Het ideaal van de redding en het voorwaardelijk geven aan de anderen is aanwezig. Alleen de inspanningen en de weg om de eigen perfectie te bereiken voordat de bodhisattva anderen aanzet tot de voorbereiding op de verlichting, ontbreken”, zeg jij.

“Binnen het mahâyâna [7] boeddhisme is alleen verlichting voor iedereen tegelijkertijd mogelijk. De metafoor van Indra’s net maakt dat duidelijk. Eerst moet de eigen glasparel voor de verlichting worden voorbereid. Daarna zullen alle andere glasparels ook tot verlichting in staat moeten worden gebracht. Als een glasparel verlicht wordt, dan worden alle andere parels ook verlicht: geen enkele parel mag achterblijven, want anders wordt geen enkele parel verlicht”, zeg ik.

“Klopt. Omdat de hoofdpersoon niet met zichzelf in het reine is, kan hij onmogelijk de hele wereld redden. Als hij dat zou doen, dan blijft hij achter met zijn gebreken en is in ieder geval een klein deel van de wereld niet gered. Hierdoor is de hoofdpersoon geen bodhisattva, maar een tragische hoofdpersoon”, zeg jij.

“Een klassieke tragische held kan hij niet zijn, want hij gelooft in een God die hem redding kan gunnen”, zeg ik.

“Later tijdens onze Odyssee komen wij de verlichting nog tegen. Jij en ik hebben dezelfde tekortkomingen als hoofdpersoon in de film. Ik hoop dat wij in staat zijn om een glimp van de verlichten te zien. Odysseus heeft zich in de nabijheid van de Sirenen aan de mast van zijn schip laten vast binden. De oren van zijn bemanning zijn met was dichtgestopt om de verleidelijke klanken niet te horen. Deze redenatie klopt niet helemaal, maar toch”, zeg jij.

“Laten wij naar de film gaan kijken”, zeg ik.

De laatste film van Andrei Tarkovsky kort voor zijn dood, begint met de monoloog van de vader tegen zijn zoon, die door een keelziekte de hele film niet spreekt: “Lang geleden is er een oude monnik in een orthodox klooster geweest met de naam Pamve. Hij heeft een dode boom geplant. Zijn leerling – met de naam Ivan Kolvo – heeft de boom iedere dag water mogen geven. Elke morgen klimt hij met een volle emmer water de berg op en geeft de dode stam water. Op een dag na drie jaar staat de boom vol bloesem[8]. Iedere handeling heeft zijn gevolg. Als je onverstoorbaar iedere dag op precies dezelfde tijd hetzelfde ritueel verricht, dan verandert de wereld onherroepelijk.” [9]

“Mijn moeder heeft eens een dode stok buiten op de grond tegen de muur gezet. Na enkele maanden heeft deze stok wortel geschoten”, zeg jij.

[10]

Tijdens de film ontstaat een dreiging van een oorlog die alles en iedereen zal vernietigen. Onder deze druk gaat de hoofdpersoon – Aleksander – naar zijn studeerkamer. Hij knielt neer op de grond en doet iets wat hij nooit eerder gedaan heeft. Hij bidt: ”Heer, verlos ons in dit bange uur. Laat mijn kinderen en vrienden niet sterven, mijn vrouw, ieder die U liefheeft en in U gelooft. En zij die niet in U geloven omdat ze blind zijn en geen gedachten aan U hebben gewijd omdat ze nog niet echt ongelukkig zijn geweest. Iedereen die nu zijn hoop verliest, zijn toekomst zijn leven en de kans om zich te richten naar Uw woord. Zij die vervuld zijn van vrees en het einde voelen naderen. Die niet voor zichzelf vrezen maar voor hun naaste. Voor hen die niemand anders kan behoeden dan U. Want deze oorlog is de laatste, een gruwelijke oorlog. Hierna zullen er geen overwinnaars en overwonnenen meer zijn. Geen steden en dorpen, bomen en gras. Geen water in de bronnen of vogels in de lucht. Ik schenk U alles wat ik bezit. Ik verlaat mijn gezin waarvan ik hou. Ik vernietig mijn huis en doe afstand van mijn zoon. Ik zwijg en zal met niemand meer spreken. Ik doe afstand van alles wat me aan dit leven bindt. Als u maar zorgt dat alles weer wordt zoals het was. En dat ik bevrijd word van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Heer, help me. Ik zal alles doen wat ik beloofd heb.”

De volgende ochtend is de dreiging verdwenen. De hoofdpersoon houdt zich aan zijn woord en lokt alle bewoners naar buiten en steekt het huis en al zijn bezitting in brand. Ook zijn geest offert hij op voor zijn naasten en voor de wereld; hij wordt met een ziekenauto opgehaald om naar een krankzinnigengesticht te worden gebracht.

[11]

“Deze offergave is niet alleen een offer van de hoofdpersoon. Het is net zo goed een offer dat door zijn familie en naasten wordt gebracht. Zonder directe inspraak verliezen zij Alexander, zijn huis en bezittingen. Kan een offer ook een echt offer inhouden als hierbij onschuldige mensen betrokken zijn?” [12], vraag jij.

Terwijl de ziekenauto voorbij rijdt staat de zoon met volle emmers klaar om de dode boom water te geven. De Aria “Erbarme dich” uit de Matthäuspassion begint.

“Erbarme dich,
Mein Gott,
Um meiner Zähren willen
Schaue hier,
Herz und Auge weint vor dir
Bitterlich“.[13]

De Jongen kijkt naar de kruin van de boom en zegt nu pas zijn eerste woorden tijdens de film: “In het begin is het woord[14]. Waarom Vader?”.

Bij het verschijnen van de tekst dat de film is opgedragen aan de zoon van Andrei Tarkovsky – met hoop en vertroosting, lijkt de kruin van de boom tot bloei te komen.

“De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij brengt een tweede offer doordat hij voortdurend water geeft aan de boom en hierdoor de boom weer tot leven brengt. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden”, zeg jij.

“Voor mij is dit een film van hoop doordat de laatste film van Andrei Tarkovsky is opgedragen aan zijn zoon met hoop en vertroosting.  In deze film geeft het licht aan het einde van de film weer bloei aan de levensboom. Het leven van vader – nu een droge boom, omdat hij met acteren is gestopt – wordt door middel van water weer een levensboom voor de zoon. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf”, zeg ik.

“Een mooie verrijking van mijn indrukken. Met dit einde van zijn laatste film overstijgt Tarkovsky “De verzegelde tijd””, zeg jij.

  [15]

Het volgende bericht gaat over het Lam Gods als offer.


[1] Bron afbeelding: voorkant van DVD-hoes bij de Zweedse versie van de film Offret.

[2] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Groningen: Historische Uitgeverij, 1986

[3] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Pagina 203.

[4] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Pagina 207 – 208.

[5] Ter overweging: Indra’s Net als metafoor; zie ook: “Indra’s net” het bericht “Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net” van 8 april 2011

[6] Het woord bodhisattva bestaat uit de twee woorden “bodhi” en “sattva” die in het Sanskriet “perfecte kennis, wijsheid” en “zijn, bewustzijn, levend wezen” betekenen. De school van het mahâyâna boeddhisme kent het bodhisattva ideaal. Volgens dit ideaal zal een mens die op het punt van verlichting staat – bodhisattva genoemd, hiervan afzien tot het moment dat het gehele universum en ieder stofje ook in staat is de verlichting te betreden. In de tussentijd doet de bodhisattva er alles aan om alles en iedereen klaar te maken voor de verlichting.

[7] Mahâyâna betekent vrij vertaald “groot vaartuig”. Alles en iedereen is aanwezig in het grote vaartuig, geen stofje is buitengesloten.

[8] Zie ook het bericht van 2 april 2011 “Inleiding Een – Bloesem.”

[9] Zie ook de berichten van 24 en 27 maart 2011 over rituelen.

[12] Bron: Fanu, Mark Le, The Cinema of Andrei Tarkovsky. London: BFI Publishing, 1987, pagina 125

[13] Aria uit de Matthäuspassion van de Duitse componist Johann Sebastian Bach. Vertaling: “Heb medelijden, mijn God, omwille van mijn tranen, zie toch, hart en ogen wenen bitter om jou.”

[14] Zie ook: Openingszin van het Johannes Evangelie uit het Nieuwe Testament.