Tagarchief: Malaga

Narrator – op weg


Tijdens mijn eerste overwintering in Zuid Spanje had ik niet veel nodig. Mijn kampeeruitrusting was voldoende om de winter kamperend in Malaga bij de Middellandse Zee door te komen. In het voorjaar ontwaakte ik uit mijn winterverblijf. Eerst liftte ik naar Granada en vervolgens naar Cordoba.

In de Moorse tijd was Cordoba rond 1000 n. Chr. een van de grootste steden ter wereld met tenminste een half miljoen inwoners. Cordoba beschikte in die tijd over de grootste bibliotheek ter wereld met meer dan 400.000 boeken en daarnaast werd de Mezquita (moskee) met meer dan 1000 marmeren zuilen gebouwd. In de Katholieke tijd is een middendeel van de moskee met bijbehorende zuilen verwijderd om plaats te maken voor een kathedraal [1].

Mezquita[2]

In de Mezquita met de Kathedraal dacht ik aan een boeddhistisch vraagstuk uit de bundel van mijn overleden Amerikaanse geliefde:

“De oude Boeddha’s zijn samengegaan met de open pilaren – welk niveau van activiteit is dit?” Toen iedereen sprakeloos bleef, antwoordde de leraar: “Op de Zuidelijke berg verrijzen wolken, op de noordelijke berg valt regen”. [3]

De bundel liet ik bij mijn vertrek uit Kopenhagen achter in de universiteitsbibliotheek, want het boek paste niet meer in mijn rugzak. Voordat ik het boek aan de bibliothecaris overhandigde, las ik het boeddhistisch vraagstuk:

“Wanneer aan het einde der tijden een vuur woedt waarin alles wordt vernietigd, wordt dit dan ook vernietigd?”  Een leraar antwoordde: “Vernietigd, want dit gaat met alles ten onder”. Een andere leraar antwoordde: “Niet vernietigd, want dit is identiek aan alles”. [4]

Apocalypse[5]

Met mijn eerste overwintering in Zuid Spanje was ik met pensioen gegaan. Na mijn leven als idool in Amsterdam en mijn jaar met mijn geliefde in Zweden en Noorwegen had ik mijn inkomen gekregen uit het spelen in jazz ensembles en door mijn beperkte aandeel in het werk van Raaf. In Cordoba raakte mijn spaargeld op. De wereld van geheime diensten was ik ontvlucht nadat mijn veiligheidsnet was verdwenen met de dood van Raaf, en in Zuid Spanje waren geen jazz ensembles die zaten te wachten op een percussionist zonder conga’s.

Een deel van mijn inkomen kreeg ik door goochelen en met het vertellen van verhalen. Het andere deel van mijn inkomsten kwam uit aalmoezen. Al vrij jong was ik aangewezen op een eenvoudige vorm van pensioen via een omslagstelsel dat al vele eeuwen in sommige delen van Azië werd toegepast. Wanneer de rol van mannen of vrouwen in een huishouding was uitgespeeld, dan vertrokken zij naar een andere omgeving waar de lokale bevolking hen van voedsel voorzag tijdens hun dagelijkse aalmoesronde. De rest van de dag besteedden zij aan het geestelijk leven van hunzelf of van het hele universum. De mannen werden Bhikṣu en de vrouwen Bhikṣuṇī genoemd; het vulgaire Nederlandse woord “bikkesement” voor “voedsel” is waarschijnlijk aan deze manier van bedelen verwant [6].

Bhikshu[7]

Naast mijn nachtwaken voor de geesten van de overleden dorpelingen begon ik na mijn eerste overwintering in Zuid Spanje ook dagwaken te houden voor het hele universum. Ik was in de voetsporen getreden van mijn overleden Amerikaanse geliefde. In de bibliotheken van de grote steden in Europa bestudeerde ik de heilige geschriften. Voor inzage in enkele boeken over Zuid Azië bezocht ik de Universiteitsbibliotheek in Heidelberg.

Heidelberg[8]

In Heidelberg had Raaf voor de Tweede Wereldoorlog filosofie en taalkunde gestudeerd. In deze stad voelde ik de nabijheid van deze geliefde die voortdurend moest boeten voor zijn daden en die altijd op zijn hoede was voor de onthulling van zijn trouw en verraad.

Raaf[9]

Na het bezoek aan Heidelberg ben ik mijn nachtelijke en dagelijkse waken ook voor hem gaan houden.


[3] Zie de koan “Yunmen’s Pillars” in: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 137 – 139

[4] Vrije weergave van de koan Dasui’s “Aeonic Fire” in: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 131 – 136

Advertenties

Narrator – Een man zonder leven


Twee weken later ontving ik via post restante een brief waarin de opvolger en neef van Raaf schreef dat hij mij dringend wilde spreken. Ik stond net op het punt om weer naar Kopenhagen te vertrekken om daar te overwinteren. Een dag later ontmoette ik de neef van Raaf rond 11 uur ‘s-morgens bij Café Central [1] in de Herrengasse [2] in Wenen.

Cafe central[3]

Hij zag er moe en bezorgd uit. Na de beleefde begroetingen en het bestellen van een Weense koffiespecialiteit met gebak vertelde hij zijn zorgen. Een week geleden was Raaf op een onnatuurlijke manier overleden. Dit bericht schokte mij: ik condoleerde hem met het verlies van zijn verre oom. Daarna vervolgde hij dat zo snel mogelijk de doodsoorzaak uitgezocht moest worden: moord of zelfmoord; de autopsie kon geen uitsluitsel geven. Van de uitkomst van dit onderzoek kon ons leven afhangen; bij moord zouden wij met direct gevaar rekening moeten houden, omdat het onderzoek naar het verleden van Raaf duistere zaken aan het licht hadden kunnen brengen die volgens sommigen het daglicht niet konden verdragen. De opvolger van Raaf had hierover alleen vermoedens.

De neef van Raaf vroeg of ik hem weer in contact met Vos kon brengen voor nadere informatie over het verleden. Helaas had ik Vos voor het laatst bij de Stephansdom gezien. Wij speculeerden voor een kort moment of Vos betrokken kon zijn bij de dood van Raaf. Ik gaf twee redenen waarom dit onwaarschijnlijk was: Raaf was de vader van de dochter van Vos, en Raaf en Vos hadden hun verleden in orde gebracht door een uitgebreide inventarisatie van de archieven binnen de Oost Duitse geheime dienst. Na de uitleg over de wijze van deze inventarisatie was de neef van Raaf redelijk overtuigd dat Vos geen aandeel had in de dood van Raaf.

Verder pratend suggereerde ik dat Raaf met zijn vele duistere bladzijden al heel lang op krediet had geleefd. De neef vertelde dat Raaf door zijn voortdurend succes een generatie te lang de dienst had geleid; mogelijk kon hij niet aftreden wegens de noodzaak om onverkwikkelijke activiteiten te blijven verhullen door voortdurend succes. Hiermee moest ik instemmen: Raaf deed voortdurend boete voor zijn daden en hij was altijd op zijn hoede voor de onthulling van zijn trouw en verraad; misschien was zijn onnatuurlijke dood wel een moord en zelfmoord tegelijkertijd.

De opvolger van Raaf knikte bedenkelijk na mijn bespiegeling. In de gewone wereld zou deze uitleg voldoen, maar in het spiegelpaleis bewoond door de geheime diensten van vele landen was het blikveld met iedere beweging weer anders. Zijn leven was in gevaar en mijn leven liep waarschijnlijk ook gevaar. De neef van Raaf heeft nog een aantal zaken over Raaf en mij doorgenomen.

speigelhal[4]

Aan het begin van de avond ben ik onopvallend met de internationale trein uit Wenen naar München vertrokken. Vandaaruit ben ik doorgereisd naar Hamburg, waar ik bij een ander station de reis naar Kopenhagen heb vervolgd.

In Kopenhagen vernietigde ik mijn Britse paspoorten die ik via Raaf had ontvangen om onopvallend door Europa te reizen. Met pijn in mijn hart heb ik de huur van mijn zolderkamer in de Klosterstræde in het centrum van Kopenhagen opgezegd; hiermee nam ik symbolisch afscheid van twee geliefden die in korte tijd waren overleden. Mijn fietsen verkocht ik en een kleine week later liftte ik naar Malaga in Zuid Spanje om in een warmere omgeving te overwinteren. Mijn uiterlijk en kleding paste ik aan zodat ik met mijn donkere huid in Malaga en omgeving minder opviel.

Een kleine vijf jaar geleden had ik gepoogd om door mijn vertrek uit Amsterdam naar Stockholm en mijn vlucht naar Kopenhagen mijn leven als idool te beëindigen. Met mijn vertrek uit Kopenhagen kwam mijn tweede incarnatie – als magneet en idool voor mijn omgeving – definitief ten einde.

In het begin van de volgende lente liftte ik naar Granada. Daar bewonderde ik het Alhambra met tuinen die verhalen van duizend en een nacht weerspiegelden.

alhambra[5]

Het leven in mijn eerste incarnatie als Kṛṣṇa in Kenia en mijn tweede incarnatie als idool in Noord Europa had voren in mijn huid achtergelaten. Wanneer ik sprak, lachte of bezorgd keek, dan bleven er plooien in mijn huid achter. Vluchten voor mijn leven dat zich had gevormd in mijn lichaam, wat niet meer mogelijk. Het plafond in de hal van het Abencerrajes toonde mijn voorland.

Plafond alhambra[6]

Na het bezoek aan het Alhambra liet ik mijn baard staan.


[2] Gasse komt van het Oud Hoog Duitse “Gazza” dat “(rij)laan”, “steeg” of “doorgang” betekent. Zie ook: http://en.wiktionary.org/wiki/Gasse

Waarschijnlijk is “Gasse” verwant aan de vele namen van straten in landen rond de Oostzee die eindigen op “Gatan”, “Gade” of “Gate”. In het Sanskriet is het woord “gate” niet alleen een vervoeging van het werkwoord met de betekenis “gaande”, maar het is ook de “locativus of plaats-vervoeging” van een zelfstandig naamwoord afgeleid van het werkwoord “gaan”.