Tagarchief: Mark Rothko

Inleiding: Drie – Object in het midden – Offer


In het vorige bericht hebben wij twee bezinningsruimten bezocht. De eerste ruimte is de Mark Rothko kapel in Houston. De andere ruimte voor bezinning is overal en altijd aanwezig.

Nu gaan jij en ik het offer bezien als “object in het midden”. Hiervoor kijken wij naar het laatste deel van de film “Offret”  – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986.

[1]

Voordat wij naar dit deel van de film gaan kijken, lezen wij eerst enkele inleidingen en beschouwingen over deze film. Wij beginnen met “De verzegelde tijd[2]: de beschouwingen over de filmkunst van Andrei Tarkovsky.

““De verzegelde tijd” is ook een goede benaming voor de binnenruimte van de Mark Rothko kapel”, zeg jij.

In deze beschouwingen schrijft Andrei Tarkovsky: “De hoofdpersoon van de film “Offret” is bedoeld als een zwakke persoonlijkheid. Geen held, maar een denker en een eerlijk mens die in staat is een offer te brengen voor een hoger ideaal. Als de situatie dat vraagt, deinst hij hier niet voor terug en probeert hij niet deze offerdaad aan iemand anders over te laten. Hij riskeert het om niet begrepen te worden en door anderen als wanhopig en destructief te worden gezien. Hij overschrijdt de grens van het toelaatbare en normale gedrag waardoor hij als krankzinnig wordt gezien, omdat hij zich gebonden voelt met het lot van de gehele mensheid. Hij geeft alleen gehoor aan de roeping van zijn hart. Hij is het lot niet meester, maar is alleen dienaar. Zijn inspanningen blijven ongezien en onbegrepen, maar dragen wel bij aan de harmonie van de wereld.[3]

“Herken jij jezelf in deze beschrijving?”, vraag ik.

“Met schaamte. Ik ben te vaak mijn eigen weg gegaan en ik heb andere mensen onnodig in de kou laten staan”, zeg jij.

“Wie niet?”, zeg ik.

“Heiligen?”, zeg jij.

“Dat zijn wij allebei niet”, zeg ik.

In het nawoord bij deze beschouwingen schrijft Andrei Tarkovsky: “Door de geschiedenis heen hebben ideologen en politici aan mensen “de enige juiste weg” voorgespiegeld die de wereld kan redden. Om deze redding deelachtig te worden moet – volgens ideologen, politici en/of de samenleving – de enkeling wijken en moet ieder zijn gedachtengoed opgeven om alle energie aan te wenden voor de beoogde redding. Voor deze vooruitgang, die de toekomst van de mensheid veilig moet stellen, offert het individu zijn innerlijkheid op en gaat zijn persoonlijkheid verloren in het volgen van het ideaal. Doordat de mens denkt aan het belang van allen, vergeet hij zijn persoonlijke belang in de zin zoals Christus preekt: “Gij zult uw naasten liefhebben als uzelf”. Dit wil zeggen: “Heb uzelf lief zozeer dat u het goddelijke beginsel in u zelf, het bovenpersoonlijke respecteert dat egoïsme verbiedt en u verplicht uzelf onvoorwaardelijk aan anderen te geven, trouw aan uzelf vanuit het ik als persoonlijk centrum van leven.”” [4] [5]

“Dit vraagt een grote balanceerkunst tussen eigen belang – waar de hele wereld in weerspiegeld wordt – en offergaven voor anderen – waarbij ieder offer voor een ander ook een offergave aan jezelf is”, zeg jij.

“Ergens heb ik gelezen dat door een offergave een bedelaar en een weldoener elkaar compassie tonen. De bedelaar geeft de weldoener de mogelijkheid om compassie te tonen en de weldoener toont compassie met een andere uitingsvorm van zijn eigen leven”, zeg ik.

“Om op deze manier belangeloos offergaven te brengen, hebben wij nog een lange weg te gaan. Andrei Tarkovsky beschrijft hier een eerste aanzet voor een boeddhistische bodhisattva[6]. Het ideaal van de redding en het voorwaardelijk geven aan de anderen is aanwezig. Alleen de inspanningen en de weg om de eigen perfectie te bereiken voordat de bodhisattva anderen aanzet tot de voorbereiding op de verlichting, ontbreken”, zeg jij.

“Binnen het mahâyâna [7] boeddhisme is alleen verlichting voor iedereen tegelijkertijd mogelijk. De metafoor van Indra’s net maakt dat duidelijk. Eerst moet de eigen glasparel voor de verlichting worden voorbereid. Daarna zullen alle andere glasparels ook tot verlichting in staat moeten worden gebracht. Als een glasparel verlicht wordt, dan worden alle andere parels ook verlicht: geen enkele parel mag achterblijven, want anders wordt geen enkele parel verlicht”, zeg ik.

“Klopt. Omdat de hoofdpersoon niet met zichzelf in het reine is, kan hij onmogelijk de hele wereld redden. Als hij dat zou doen, dan blijft hij achter met zijn gebreken en is in ieder geval een klein deel van de wereld niet gered. Hierdoor is de hoofdpersoon geen bodhisattva, maar een tragische hoofdpersoon”, zeg jij.

“Een klassieke tragische held kan hij niet zijn, want hij gelooft in een God die hem redding kan gunnen”, zeg ik.

“Later tijdens onze Odyssee komen wij de verlichting nog tegen. Jij en ik hebben dezelfde tekortkomingen als hoofdpersoon in de film. Ik hoop dat wij in staat zijn om een glimp van de verlichten te zien. Odysseus heeft zich in de nabijheid van de Sirenen aan de mast van zijn schip laten vast binden. De oren van zijn bemanning zijn met was dichtgestopt om de verleidelijke klanken niet te horen. Deze redenatie klopt niet helemaal, maar toch”, zeg jij.

“Laten wij naar de film gaan kijken”, zeg ik.

De laatste film van Andrei Tarkovsky kort voor zijn dood, begint met de monoloog van de vader tegen zijn zoon, die door een keelziekte de hele film niet spreekt: “Lang geleden is er een oude monnik in een orthodox klooster geweest met de naam Pamve. Hij heeft een dode boom geplant. Zijn leerling – met de naam Ivan Kolvo – heeft de boom iedere dag water mogen geven. Elke morgen klimt hij met een volle emmer water de berg op en geeft de dode stam water. Op een dag na drie jaar staat de boom vol bloesem[8]. Iedere handeling heeft zijn gevolg. Als je onverstoorbaar iedere dag op precies dezelfde tijd hetzelfde ritueel verricht, dan verandert de wereld onherroepelijk.” [9]

“Mijn moeder heeft eens een dode stok buiten op de grond tegen de muur gezet. Na enkele maanden heeft deze stok wortel geschoten”, zeg jij.

[10]

Tijdens de film ontstaat een dreiging van een oorlog die alles en iedereen zal vernietigen. Onder deze druk gaat de hoofdpersoon – Aleksander – naar zijn studeerkamer. Hij knielt neer op de grond en doet iets wat hij nooit eerder gedaan heeft. Hij bidt: ”Heer, verlos ons in dit bange uur. Laat mijn kinderen en vrienden niet sterven, mijn vrouw, ieder die U liefheeft en in U gelooft. En zij die niet in U geloven omdat ze blind zijn en geen gedachten aan U hebben gewijd omdat ze nog niet echt ongelukkig zijn geweest. Iedereen die nu zijn hoop verliest, zijn toekomst zijn leven en de kans om zich te richten naar Uw woord. Zij die vervuld zijn van vrees en het einde voelen naderen. Die niet voor zichzelf vrezen maar voor hun naaste. Voor hen die niemand anders kan behoeden dan U. Want deze oorlog is de laatste, een gruwelijke oorlog. Hierna zullen er geen overwinnaars en overwonnenen meer zijn. Geen steden en dorpen, bomen en gras. Geen water in de bronnen of vogels in de lucht. Ik schenk U alles wat ik bezit. Ik verlaat mijn gezin waarvan ik hou. Ik vernietig mijn huis en doe afstand van mijn zoon. Ik zwijg en zal met niemand meer spreken. Ik doe afstand van alles wat me aan dit leven bindt. Als u maar zorgt dat alles weer wordt zoals het was. En dat ik bevrijd word van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Heer, help me. Ik zal alles doen wat ik beloofd heb.”

De volgende ochtend is de dreiging verdwenen. De hoofdpersoon houdt zich aan zijn woord en lokt alle bewoners naar buiten en steekt het huis en al zijn bezitting in brand. Ook zijn geest offert hij op voor zijn naasten en voor de wereld; hij wordt met een ziekenauto opgehaald om naar een krankzinnigengesticht te worden gebracht.

[11]

“Deze offergave is niet alleen een offer van de hoofdpersoon. Het is net zo goed een offer dat door zijn familie en naasten wordt gebracht. Zonder directe inspraak verliezen zij Alexander, zijn huis en bezittingen. Kan een offer ook een echt offer inhouden als hierbij onschuldige mensen betrokken zijn?” [12], vraag jij.

Terwijl de ziekenauto voorbij rijdt staat de zoon met volle emmers klaar om de dode boom water te geven. De Aria “Erbarme dich” uit de Matthäuspassion begint.

“Erbarme dich,
Mein Gott,
Um meiner Zähren willen
Schaue hier,
Herz und Auge weint vor dir
Bitterlich“.[13]

De Jongen kijkt naar de kruin van de boom en zegt nu pas zijn eerste woorden tijdens de film: “In het begin is het woord[14]. Waarom Vader?”.

Bij het verschijnen van de tekst dat de film is opgedragen aan de zoon van Andrei Tarkovsky – met hoop en vertroosting, lijkt de kruin van de boom tot bloei te komen.

“De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij brengt een tweede offer doordat hij voortdurend water geeft aan de boom en hierdoor de boom weer tot leven brengt. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden”, zeg jij.

“Voor mij is dit een film van hoop doordat de laatste film van Andrei Tarkovsky is opgedragen aan zijn zoon met hoop en vertroosting.  In deze film geeft het licht aan het einde van de film weer bloei aan de levensboom. Het leven van vader – nu een droge boom, omdat hij met acteren is gestopt – wordt door middel van water weer een levensboom voor de zoon. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf”, zeg ik.

“Een mooie verrijking van mijn indrukken. Met dit einde van zijn laatste film overstijgt Tarkovsky “De verzegelde tijd””, zeg jij.

  [15]

Het volgende bericht gaat over het Lam Gods als offer.


[1] Bron afbeelding: voorkant van DVD-hoes bij de Zweedse versie van de film Offret.

[2] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Groningen: Historische Uitgeverij, 1986

[3] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Pagina 203.

[4] Tarkovski, Andrei, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Pagina 207 – 208.

[5] Ter overweging: Indra’s Net als metafoor; zie ook: “Indra’s net” het bericht “Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net” van 8 april 2011

[6] Het woord bodhisattva bestaat uit de twee woorden “bodhi” en “sattva” die in het Sanskriet “perfecte kennis, wijsheid” en “zijn, bewustzijn, levend wezen” betekenen. De school van het mahâyâna boeddhisme kent het bodhisattva ideaal. Volgens dit ideaal zal een mens die op het punt van verlichting staat – bodhisattva genoemd, hiervan afzien tot het moment dat het gehele universum en ieder stofje ook in staat is de verlichting te betreden. In de tussentijd doet de bodhisattva er alles aan om alles en iedereen klaar te maken voor de verlichting.

[7] Mahâyâna betekent vrij vertaald “groot vaartuig”. Alles en iedereen is aanwezig in het grote vaartuig, geen stofje is buitengesloten.

[8] Zie ook het bericht van 2 april 2011 “Inleiding Een – Bloesem.”

[9] Zie ook de berichten van 24 en 27 maart 2011 over rituelen.

[12] Bron: Fanu, Mark Le, The Cinema of Andrei Tarkovsky. London: BFI Publishing, 1987, pagina 125

[13] Aria uit de Matthäuspassion van de Duitse componist Johann Sebastian Bach. Vertaling: “Heb medelijden, mijn God, omwille van mijn tranen, zie toch, hart en ogen wenen bitter om jou.”

[14] Zie ook: Openingszin van het Johannes Evangelie uit het Nieuwe Testament.

Advertenties