Tagarchief: Messias

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 13


Na hun bezoek aan de Basilica di Santa Maria Novella zitten Carla, Man en Narrator op het Piazza di Santa Maria Novella voor hun eenvoudige lunch.

“Tijdens jouw toelichting op Kṛṣṇa – als God in de gedaante van een mens – viel het mij op hoeveel klankovereenkomst de naam Kṛṣṇa heeft met Christus, de zoon van God binnen de Katholieke Drie-eenheid. Daarbij zijn beide verschijningen van God in de gedaante van een mens door hun moeders onbevlekt ontvangen. Zijn er nog meer overeenkomsten?”, vraagt Carla.

Feiten en logica 13a[1]

“De bron van een mogelijke onbevlekte ontvangenis van de moeder van Kṛṣṇa is in nevelen gehuld. Deze informatie kan heel goed later zijn bijgevoegd, nadat deze stroming van het Hindoeïsme in aanraking is gekomen met het Christendom. De bron voor mijn inleiding over Kṛṣṇa als God in de gedaante van een mens is de Bhagavad Gītā, die ruim voor onze jaartelling is samengesteld. In namen Christus en Kṛṣṇa is de werkwoord kern “kr” te herkennen die “maken, doen, handelen” betekent, en “Īś” of “Ish” dat “God of Hoogste Geest” betekent. De combinatie van beide kernen geven de positie van de incarnatie van Kṛṣṇa als God in de gedaante van een mens en Christus als Messias goed weer”, zegt Narrator.

“Ik sluit niet uit dat er tussen India en Klein Azië rond en na de tijd van Alexander de Grote een uitwisseling van religieuze ideeën heeft plaatsgevonden. Het Nieuwe Testament is zo’n honderd jaar na de geboorte van Christus geschreven en de vier Evangeliën vertonen onderling aanmerkelijke verschillen. Misschien hebben de Evangelisten in Klein Azië kennis genomen van religieuze elementen uit de Bhagavad Gītā met Kṛṣṇa als God in de gedaante van een mens. Ik heb hierover geen informatie; dit vergt een afzonderlijke zoektocht”, zegt Man.

“Christus en Kṛṣṇa zijn beiden overleden en tegelijkertijd worden zij door gelovigen gezien als “de ongeboren en onveranderlijke bron”. Blijkbaar is God – in de gedaante van een mens – enerzijds gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg, en anderzijds onsterfelijk. Ik denk dat beide feiten op alle manifestaties binnen Indra’s Net van toepassing zijn. Laat ik het uitleggen aan de hand van een parabel [2] uit de Mahābhārata met de titel “Wat is dood?”.

Feiten en logica 13b.jpg[3]

Het strijdveld – beschreven in de Bhagavad Gītā – tussen de wereldorde en plicht  (Dharmakshetra [4]) en het menselijk handelen (Kurukshetra) toont vele verschrikkingen. Een van deze verschrikkingen is de dood op het slagveld van de prachtige zoon van Arjuna. De oudste broer van Arjuna – en troonpretendent van de vijf Pāṇḍavaḥ broers – is ontroostbaar. Na dit verlies overziet hij het slagveld met de vele gesneuvelden en hij zegt: ”Dit is geen overwinning in de oorlog, geen koninkrijk, geen hemel en geen onsterfelijkheid waard”. Hij vraagt aan Vyāsa – de verteller van de Mahābhārata – : “Waarom liggen de gesneuvelden op de aarde met dood als hun identiteit? Waarom worden zij nu gekend als “dood”? Wie sterft er? Wat veroorzaakt de dood? En waarom eist dood de levenden op?

Hierna vertelt Vyāsa het verhaal over het ontstaan van Dood – Mŗtyu [5] in de vorm van een vrouw – door Brahman. Mŗtyu vraagt hem: “Waarom ben ik geschapen?”. Brahman vertelt haar dat zij geschapen is om de aarde te verlichten van de ondraagbare last veroorzaakt door de steeds maar groeiende populatie van levende wezens. Hierna begint Mŗtyu onbedaarlijk te huilen. Brahman vangt haar tranen in zijn handen op, maar sommigen vallen op de aarde. Uit deze tranen zijn de ziekten ontstaan waardoor de lichamen van de levende wezens zullen sterven. Mŗtyu verlangt een uitleg van Brahman: “Waarom heb jij mij geschapen in deze vorm van een vrouw? Waarom wordt ik welbewust betrokken bij de ellende en de wreedheid van het verteren en wegnemen van levende wezens. Door het wegnemen van het leven van kinderen, ouders, geliefden en vrienden zullen de nabestaanden rouwen om het verlies en ik zal het mikpunt van hun haat en angst worden. Maar het meest vrees ik de tranen van zorg. Nee, ik ben hier niet toe in staat; bespaar mij dit noodlottig bestaan”. Brahman legt haar uit: “Er is dood en er is tegelijkertijd geen dood. Alle levende wezens veroorzaken hun eigen dood door vast te houden aan hun eigen waanbeelden in zonden [6] en in geluk. In Waarachtigheid bestaat geen dood. De tranen van Dood zijn de tranen van onze zorgen die rondom ons overal dood en verderf zaaien. Net zo makkelijk kunnen wij voor onszelf en voor anderen een Waarachtig leven scheppen, verrijken en behouden.” Na deze uitleg vraagt Mŗtyu – de dood – verbijsterd:

Waarom leer jij niet te leven?” [7]

Waarom houden wij zo angstvallig vast aan onze manifestaties binnen Indra’s Net? Deze levende manifestaties – in zonden en in geluk – vervliegen vroeg of laat;  Mŗtyu zal hen wegvoeren zoals zij ook alle hoofdpersonen uit de Mahābhārata in al hun verschillende manifestaties heeft meegevoerd.

Waarom leren wij niet om te leven als een “Waarachtig Man zonder status altijd in en uit gaande door de openingen van Jouw aangezicht”; ik denk dat Mŗtyu dit in haar verbijstering aan Brahman vraagt”, zegt Narrator.

Feiten en logica 13c.jpg[8]

“Tijdens de vraag van Mŗtyu “Waarom leer jij niet te leven” bedacht is de volgende haiku:

Eén levend wezen,

Niets wordt geboren en sterft,

Golf in oceaan

Feiten en logica 13d[9]

Deze haiku toont op een indirect manier waarom de manifestatie van God in de gedaante van de mens gebonden is aan de wet van oorzaak en gevolg. In de gedaante van een mens is God – net als ieder levend wezen – uit stof geboren en zal tot stof wederkeren, zoals ook een golf uit de oceaan ontstaat en weer in de oceaan opgaat. Welke gedaante neemt God aan binnen Indra’s Net?”, zegt Man.

“Ik zal de vraag scherper stellen: Is een levend wezen – bijvoorbeeld een mensenleven of God in de gedaante van een mens – een manifestatie van de Waarlijke Man of is het de Waarlijke Man zelf?”, vraagt Narrator.

“Tijdens de voorbereiding van de Heilige Communie heb ik geleerd dat een mens bestaat uit een stoffelijk lichaam en een immateriële ziel. Het lichaam is sterfelijk en gaat na de dood terug naar de aarde; de ziel leeft na de dood verder in het vage vuur of gaat meteen naar de hemel. Ik heb indertijd nooit begrepen waar mijn ziel – en waar het leven – vandaan komt en ik begrijp het nog steeds niet. De metaforen “Indra’s Net” en “golf in de oceaan” geven mij een opaak beeld hoe mensen als manifestaties van het Alomvattende Een uit stof worden geboren en tot stof wederkeren. Ik kan dit opaak beeld intellectueel bevatten en ik begrijp het concept van incarnatie, maar het beeld wordt niet transparant”, zegt Carla.

“Misschien komen wij hierbij aan de grenzen van ons menselijk bevattingsvermogen en moeten wij constateren dat het “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [10] of “Het Mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt”, net zoals het mysterie van de golf zonder twijfel uit de oceaan voortkomt en zonder twijfel weer in de oceaan opgaat”, zegt Man.

“Ik zie een ontwikkeling in jouw denken. Tijdens “Het Woord als object in het midden[11] in het eerste deel van onze zoektocht, ervoer jij het levensmysterie als zo groot, dat het ons volkomen overstijgt: dit mysterie overstijgt onze twijfel, met en zonder geloof, en met en zonder offer. Nu ervaar jij het mysterie van het mensenleven dat zonder twijfel ontstaat en opgaat in het Alomvattende Een. Zie ik deze ontwikkeling goed?”, zegt Carla.

“Het is niet zozeer een ontwikkeling of een verandering in denken; het is een “mysterium continuum” of een “voortdurend mysterie” in mijn denken”, zegt Man.

“Zullen wij onze lunch opruimen? Later tijdens onze Odyssee bij “En Dood heeft hier geen verblijf” kunnen wij verder ingaan op de vraag “Wat is dood?”. Zullen wij vanmiddag na het rustuur van Carla – als overgang naar het denkraam van de strijder – het paleis van de Medici bezoeken?”, zegt Narrator.

Feiten en logica 13e[12]


[1]De levensloop van Jezus in een notendop” door Matthias Grünewald bij het Isenheimer altaar. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jezus_(traditioneel-christelijk)

[2] Vrij en verkort overgenomen uit: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 170 – 173

[4] Zie voetnoten 15 en 16 bij het vorige bericht voor een toelichting op beide woorden.

[5] De naam Mŗtyu betekent “dood, stervende” in het Sanskriet. De naam is samengesteld uit Mŗt – waarin qua klank het Nederlandse woord “moord” en het Franse woord “mort” te herkennen zijn – en “yu” dat in het Sanskriet “verbinden, samenvoegen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[6] Zie ook de Zeven Hoofdzonden in de Katholieke kerk in: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdzonde Zie ook de Zeven hoofdzonden in de Divina Commedia van Dante Alighieri.

[7] Vrije en verkorte weergave van: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 170 – 173

[8] Een van de oneindig vele manifestaties van de “Waarachtige Man”. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Mann

[9] Schilderij “De Golfslag” van Gustave Courbet. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Ozean

[10] Uit encycliek de Ecclesia de Eucharista van paus Johannes Paulus II. In het woord “Eucharista” zijn te herkennen “Eu” dat in het Grieks “goed” betekent, “car” uitgesproken als “char” dat in het Sanskriet “bewegen betekent en “Īś” uitgesproken als “ish” dat in het Sanskriet “in staat tot” en “het opperste wezen/ziel” betekent. Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 166

[11] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 166

[12] Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Palazzo_Medici_Riccardi

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 10


Carla, Man en Narrator lopen na hun bezoek aan de Basilica di Santa Croce naar hun pension.

“Ik kom terug op de woorden van Baäl Sjem als leidraad in jouw inleiding tot “God in search of Man”. Ik heb gemengde gedachten bij het kwaad dat wij impliciet in onderlinge verbondenheid met ons meedragen. In mijn professionele leven heb ik onderzoek gedaan naar de oorzaken, feiten en logica van het kwaad in oorlogen. Ook ik draag het kwaad – net als alle mensen – in vele vormen met mij mee; ik kom hier later op terug. Ik vraag mij af of op een soortgelijke wijze alle mensen een Goddelijke gedaante met zich meedragen”, vraagt Carla aan Man.

“Jouw vraag vormt een overgang naar God in de gedaante van een mens. De Joodse en Christelijke monotheïstische God heeft de mens naar zijn beeld geschapen [1]. In het Oude Testament voor de Christenen en de Tenach voor de Joden, wordt God als almachtig, onzichtbaar en in de kern onnoembaar beschreven. Wel heeft God vele menselijke trekken: God hecht aan trouw en aan een verbond [2], God is toornig en bij vlagen jaloers. De Christelijke God zendt volgens het Nieuwe Testament zijn zoon in een menselijk gedaante naar de aarde. Moeten wij bij deze beschrijving terugvallen op religie? Is God in een menselijke gedaante fysiek mogelijk? Of is hier sprake van levenswijsheid in de vorm een samengaan van wetenschap en religie volgens Martin Buber?”, zegt Man.

Feiten en logica 10a[3]

“Interessante vraag. In de natuur kunnen lagere organismen voor korte of lange duur het gedrag en het bewustzijn van hogere organismen sturen of zelfs overnemen. Een bekend voorbeeld is hoesten tijdens verkoudheid; dit hoesten is hoofdzakelijk gericht op het verspreiden van het virus. Minder bekende voorbeelden zijn: bepaalde schimmels nemen het gedrag van insecten volledig over om zo hun eigen kansen op voortplanting te optimaliseren. Mieren – besmet met een sporen uit de Cordyceps-stam – gaan naar een gunstig hoog gelegen blad of tak waar zij zich vastbijten en sterven; uit de dode mieren groeit de schimmel die vanaf deze ideale plaatsen haar sporen verspreid [4].

Feiten en logica 10b[5]

Een ander voorbeeld is de infectieziekte hondsdolheid dat in de furieuze variant het gedrag van honden en mensen op een optimale wijze overneemt en stuurt voor haar eigen verspreiding [6]. Omgekeerd kunnen ook complexere organismen het gedrag van eenvoudige organismen aanpassen, zoals de mensen door gewasveredeling in de landbouw zorgen voor een betere oogstopbrengst en door rasveredeling in de veeteelt groter en sterker vee bewerkstelligen. Laten wij aannemen dat God een hoger en complexer wezen is dan de mens; zou God zich kunnen manifesteren in een menselijke gedaante? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?”, zegt Carla.

“Tijdens het ontstaan van het Christendom is er een stevige richtingenstrijd [7] geweest over de positie van Christus. Uiteindelijk is deze richtingenstrijd binnen de Katholieke kerk uitgemond in de leer van de drie-eenheid met een Vader God die zijn zoon voor de verlossing van de mensheid als Messias naar de aarde heeft gestuurd en daarnaast de Heilige Geest. Van deze drie-eenheid is de zoon van God op de aarde net als ieder mens overleden; ook de Messias in de vorm van zoon van God was op dit punt gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg. Volgens de Christelijk leer is hij uit de dood opgestaan en na 40 dagen op aarde in de hemel opgenomen [8].

Feiten en logica 10c[9]

Een andere benaderingswijze die ik zonet heb genoemd, is dat de mensheid naar het evenbeeld van God is geschapen. Erich Fromm [10] stelt op basis van analyse van de Tenach [11] en de Talmoed dat:

“De mens kan als God worden, maar de mens kan niet God worden” [12].

Hij vermeldt erbij dat sommige Rabbijnse uitspraken impliceren dat het verschil tussen God en mens opgeheven kan worden met als voorbeeld:

Raba zei: Als de rechtvaardigen wilden zouden zij scheppers kunnen zijn, want er staat geschreven: ’maar uw ongerechtigheden maken een scheiding – of vormen het verschil – tussen U en Uw God’ (Jes. 59:2). Zonder ongerechtigheden zou de menselijke macht die van God evenaren en zou de mens in staat zijn een wereld te scheppen” [13] .

Volgens Erich Fromm is de essentie dat de mens uitstijgt boven zijn aardse bindingen van bloed en bodem en tot onafhankelijkheid en vrijheid komt [14]. Ik denk dat Erich Fromm naast “vrijheid van” vooral doelt op “vrijheid tot”. Het verrassende aan deze analyse van Erich Fromm vind ik dat binnen de metafoor van Indra’s Net de mens ook binnen de aardse bindingen van bloed en bodem de onafhankelijkheid en vrijheid heeft tot het scheppen van een wereld. Binnen Indra’s Net schept iedere glasparel het net, en in iedere glasparel wordt zonder ongerechtigheden het gehele net weerspiegelt”, zegt Man.

“Omdat ik niet vrij was van ongerechtigheden, heb ik ervoor gekozen om de roepnaam Kṛṣṇa die ik van mijn ouders had gekregen, in Kenia achter te laten; bij mijn vertrek uit Amsterdam heb ik om de ongerechtigheid van schoonheid mijn masker van een idool afgelegd; en door ontelbare ongerechtigheden lag mijn bestaan in het spiegelpaleis bewoond door geheime diensten aan gruzelementen [15]. De kiemen van ongerechtigheden hadden mijn vroegere incarnaties tot op het merg aangetast: mijn leven was toe aan een andere verschijningsvorm”, zegt Narrator.

Feiten en logica 10d[16]

“Incarnaties en verschijningsvormen zijn volgens mij geen God in een menselijke gedaante. Zij zijn misschien volgens Erich Fromm wel een mens als God”, zegt Carla.

“In het geval van Kṛṣṇa zou dat wel een anders kunnen zijn. Laten wij daar vanavond verder over discussiëren”, zegt Man.

Carla, Man en Narrator zijn bij hun pension aangekomen. Carla houdt haar middagrust en Man en Narrator lezen wat en maken een middagwandeling.


[1] Zie boek Genesis 1:27 uit het Oude Testament.

[2] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ark_van_het_Verbond en Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 104 – 106

[3] Moses met de Tien Geboden door Rembrandt (1659). Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Covenant_theology

[5] Bron afbeelding en zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Cordyceps

[6] Zie ook: Quammen, David, Spillover – Animal infections and the next human pandemic. New York: W.W. Norton & Company, 2012, p. 296 – 297. Zie ook: http://www.ccohs.ca/oshanswers/diseases/rabies.html

[7] Zie ook: MacCulloch, Diarmond, Christianity – The first three thousand Years. New York: Viking, 2010, Part II “One Church, One Faith, One Lord?”

[8] Zie ook: Marcus 16:19, Lucas 24:51 en Handelingen van de Apostelen 1:1-12 van het Nieuwe Testament.

[9] Hemelvaart van Christus door Garofalo, 1520 Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Feast_of_the_Ascension

[12] Bron: Fromm, Erich, Gij zult zijn als Goden. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 2010 p. 62

[13] Bron: Fromm, Erich, Gij zult zijn als Goden. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 2010 p. 62

[14] Bron: Fromm, Erich, Gij zult zijn als Goden. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 2010 p. 64

[15] Zie ook: Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013

[16] Krishna Mediating between the Pandavas and Kauravas. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Krishna