Tagarchief: Michelangelo

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 16


Carla en Man wachten op Narrator om door de overdekte Vasari Corridor langs de rivier de Arno via de Pont Vecchio naar Palazzo Pitti te lopen.

Feiten en logica 16a[1]

“Nadat wij gisteren kort de rol van een Bodhisattva in het denkraam van de strijder hebben benoemd, moest ik gisteravond denken aan welke actieve rol een Bodhisattva als strijder in een conflict of oorlog kan vervullen. Heb jij hierover een idee?”, zegt Carla.

“Ik denk dat een Bodhisattva binnen de mogelijkheden probeert zorg te dragen; “taking care” in het Engels geeft het misschien beter weer. In de Tweede Wereld Oorlog waren Japanse Zen leraren als jonge mannen vaak verplicht om hun dienstplicht in het Japanse leger te vervullen. In hun beknopte levensbeschrijvingen maken zij melding van onder meer wachtlopen en tegelijkertijd mediteren [2] tijdens hun dienstplicht. Ik hoop dat zij als Zen leerling in gevechten en schermutselingen hun rol met mededogen hebben vervuld; de beknopte levensbeschrijvingen laten dit – misschien wijselijk – onvermeld. De metafoor van Indra’s Net kent binnen de schittering van glasparels ook een diepe donkerte; soms valt de donkerte volkomen samen met de schittering.

In de schittering

Van parels in Indra’s net

Gloort de donkerte

Daar komt Narrator”, zegt Man.

“Deze overdekte looproute van het Palazzo degli Uffizi via de Vasari Corridor [3] en de Pont Vecchio naar het Palazzo Pitti toont het streven van de familie de Medici in de eerste helft van de 16e eeuw aan de buitenwereld.

Feiten en logica 16b[4]

Door hun rijkdom en het verkregen bezit kon de familie – beschut tegen weersinvloeden – van hun nieuwe woonpaleis buiten de stad naar hun Palazzo degli Uffizi (of hun werkpaleis) in de stad lopen. Aan het begin van de 16e eeuw was de familie de Medici rond 1512 na Chr. in Florence weer aan de macht gekomen en in 1513 na Chr. werd Giovanni de Medici tot paus gekozen. Hierna heeft Giovanni – als Paus Leo X – aan zijn broer geschreven: “God heeft ons het pausschap gegeven, laten wij er nu van gaan genieten[5]. Als paus was Leo X een ramp, als renaissance prins een succes; hij stelde Michelangelo – afkomstig uit Florence – aan om de St. Pieterbasiliek in Rome vorm te geven en verder te voltooien en hij gaf opdracht voor een extreem dure tapijtenreeks voor de Sixtijnse kapel [6]. Om deze weelderige levensstijl te bekostigen voerde hij binnen de Katholieke kerk aflaten in: door verrichten van schenkingen aan de kerk kon de gever de tijd in het vagevuur voor de begunstiger – bijvoorbeeld overleden familieleden – verkorten. Als reactie hierop verspreidde Maarten Luther op 31 oktober 1517 na Chr. in Wittemberg zijn academische stellingen tegen de handel in aflaten [7] die het begin van de Reformatie inluidde. Na zijn overlijden werd Paus Leo X in 1521 opgevolgd door Paus Adrianus VI – afkomstig uit Utrecht – die een lege pauselijke schatkist aantrof en bovendien niet welkom was in Rome: hij overleed in 1523 [8]. In dat jaar werd Giulio de Medici gekozen tot Paus Clemens VII; hij zorgde door zijn onhandig optreden voor de verspreiding van de Reformatie in Noord Europa en voor de excommunicatie van Koning Hendrik VIII in Engeland. Zijn aandacht ging uit naar kunst en cultuur; hij gaf opdracht aan Michelangelo om in Florence de Medici-kapel van de San Lorenzo Basiliek – die wij enkele dagen geleden hebben bezichtigd – te bouwen.

Ik vertel deze feiten uit de geschiedenis tijdens de bouw van de Vasari Corridor en de Pont Vecchio, omdat de bouwstijl de hoop op een voortdurende brug naar de rijkdommen van de wereld weerspiegelt. Wij weten dat hiermee door de familie de Medici ook de leegte – in de vorm van ijdeltuiterij – en het verval van het pauselijke pontificaat werd ingezet [9]; zelfs de Katholieke Kerk werd hierdoor in een diepe crisis gestort”, zegt Narrator terwijl zij naar het midden van de brug lopen.

“Het woord bankroet [10] is rond die tijd op deze brug ontstaan. Wanneer een handelaar niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen, dan werd de bank waarop hij handel dreef, gebroken”,  zegt Carla.

Door de Via de Guicciardini lopen zij naar het Palazzo Pitte.

Feiten en logica 16c[11]

“Dit paleis is in de 15e eeuw gebouwd als residentie van de koopman Luca Pitti. In 1549 is het paleis in bezit van familie de Medici gekomen waarna leden van de familie hier hebben gewoond tot het uitsterven van het geslacht in 1737. Het groeide uit als schathuis waarin de verschillende generaties van de familie een deel van hun schilderijen, juwelen en luxe bezittingen verzamelden [12]. Daarnaast wilde de familie hiermee de grandeur van een vorstenhuis aan de buitenwereld tonen. Tijdens ons bezichtiging zullen wij zien dat de inrichting en het interieur er vooral op gericht is om indruk op de bezoeker te maken. Hier toont de strijder zijn veroveringen aan – een select deel van – de buitenwereld. Laten wij naar binnen gaan”, zegt Narrator.

Feiten en logica 16d[13]

Na het bezoek aan het Paleis zitten Carla, Man en Narrator op een terrasje aan de Via della Sprone.

“Het Paleis Pitti vormt in mijn ogen een overgang van de Renaissance naar een andere tijd, en voor ons een verbinding tussen “Feiten en Logica” binnen de opkomende rede in de Renaissance met “Intensiteiten en Associaties” in de persoonlijke ontwikkeling door religie, kunst en wetenschap die wij als volgende aanlegplaats op onze Odyssee naar “Wie ben jij” in Amsterdam gaan aandoen”, zegt Man.

“Tijdens het bezoek aan het Paleis moest ik denken aan een passage uit de IJslandse Egils saga rond het leven van de 10e-eeuwse boer, Viking, krijger en dichter Egill Skallagrímsson [14].

‘Thus counselled my mother,
For me should they purchase
A galley and good oars
To go forth a-roving.
So may I high-standing,
A noble barque steering,
Hold course for the haven,
Hew down many foemen.’
[15]

Of aangepast aan Palazzo Pitti:

“Aangemoedigd door mijn ouders,

Die voor mij verwierven

Kapitaal en macht

Om uit te gaan roven.

Zo mag ik hoog staan,

Boven het aardse gewoel

Naar eeuwige haven,

En neerslaan alle tegenstand”.

Bij de inwoners van Palazzo Pitti is het gereedschap in de vorm van “wapens en mensen” als verlengstuk van de Viking strijder – die nog zelf voorin de slagorde stond – vervangen door het gereedschap “kapitaal en macht” van de moderne afstandelijke strijder. De moderne strijder heeft zichzelf uit het strijdgewoel teruggetrokken; hij staat als een eenzame heerser hoog boven het leven van alledag. Deze eenzame strijder verslaat de tegenstanders op afstand met een “clean kill” [16]; in werkelijkheid van alledag is deze doodslag altijd uiterst groezelig met de stank van verderf. In Amsterdam hoop ik daar meer over te kunnen tonen. Het Palazzo Pitti is voor mij doods en verstild in de hang naar – de klassieke valkuil van de strijder – blijvende uitzonderlijke glorie”, zegt Carla.

“Zo waar. Bij jouw weergave van de eenzame heerser moet ik denken aan de almachtige God in de hemel. Kent de Christelijke Goddelijk drie-eenheid ook deze klassiek valkuil van de eenzame strijder? Ik heb ergens gelezen dat zelfs Goden zijn verwikkeld in overlevingsdrang. In Amsterdam gaan wij binnen “Intensiteiten en Associaties” onder meer op zoek naar de persoonlijke relatie met God – en de gevolgen daarvan – binnen het Christendom na de Reformatie. Hoe omzeilt een Bodhisattva deze klassieke valkuil? Door nederigheid? Ik weet het niet. Zullen wij vanavond tijdens het laatste avondmaal op dit deel van de zoektocht terugkijken op ons kort bezoek aan Florence? Dan kunnen wij ook enkele plannen maken voor het vervolg van onze Odyssee”, zegt Narrator.

“Dat is goed. Ik stel voor dat wij vanmiddag ieder onze eigen weg gaan”, zegt Man.

“Dat is goed”, zegt Carla.


[2] Zie bijvoorbeeld: Wetering, Janwillem van de, De Lege Spiegel. Amsterdam: De Driehoek, p. 40

[5] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011, p. 279.

[9] Zie ook: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011, p. 279 – 298.

[10] Bankroet is in het Italiaans Bancarotta – afkomstig “banca” dat toonbank betekent, en via het latijn “rupta” dat een vervoeging is van het werkwoord “rumpere” dat “breken of schenden” betekent.

[15] Uit hoofdstuk 40 van de Egils Saga. Bron: http://sagadb.org/egils_saga.en. Zie ook:  Marlantes, Karl, What it is like to go to war. London: Corvus, 2012 p. 69 – 70

[16] In het denkraam van een strijder is een “clean kill” door een moeiteloze klap van twee vuistknokkels esthetisch te verkiezen boven neerknuppelen met een steen. Nog esthetischer is het op afstand neerschieten met een mooi vuurwapen in een duel, of in onze tijd met een laserwapen. In onze eeuw is dit uitgemond in een president die door middel van drones persoonlijk tegenstanders in andere landen laat uitschakelen. Zie ook:  Marlantes, Karl, What it is like to go to war. London: Corvus, 2012 p. 71 – 72

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 7


Carla, Man en Narrator hebben het Baptisterium San Giovanni van binnen bekeken en staan nu buiten voor de gesloten oostelijk deur van het Baptisterium.

“Dit is volgens Michelangelo de “Porta del Paradiso” of de poort tot het paradijs. Op het bovenste paneel in de linker deur zijn “Adam en Eva in het paradijs”, “de zondeval” en “de verdrijving uit het paradijs” afgebeeld. Het paradijs en de zondeval zijn een mooie metafoor voor de menselijke illusie van de paradijselijke mogelijkheid tot een alomvattende kennis van de georganiseerde chaos. Nadat Gödel met twee onvolledigheidsstellingen van de appel der wijsheid had gegeten – waarna de illusie van alwetendheid van “feiten en logica” fundamenteel voor altijd onbereikbaar werd – wist de natuurwetenschappelijke wereld dat de mensheid voorgoed geen toegang had tot het paradijs van alwetendheid.

feiten en logica 71[1]

Het is volkomen terecht dat de “Porta del Paradiso” gesloten is en er een hek voorstaat”, zegt Carla.

feiten en logica 72[2]

“Ik heb in mijn stadsgids gelezen dat beide deuren een kopie zijn van de originele deuren die door de tand des tijds en door de overstroming van de rivier Arno [3] op 6 november 1966 ernstig beschadigd waren. Door deze overstroming werden enkele panelen uit de Porta del Paradiso gerukt [4]. Volgens mij is de overstroming van de rivier Arno ook een manifestatie van de georganiseerde chaos”, zeg Man.

feiten en logica 73[5]

“Zeker. De rivier is in 1333 en in 1557 n. Chr. tot een bijna gelijke hoogte buiten de oevers getreden. Misschien is dit de reden dat de woonverblijven in de Florentijnse paleizen zich op de eerste verdieping bevinden.

[6]

OLYMPUS DIGITAL CAMERA[7]

Deze overstroming is een uitgesproken voorbeeld van de georganiseerde chaos. Met redelijke zekerheid kan worden gesteld dat eens in de paar honderd jaar zich een soortgelijke overstroming in Florence kan voordoen, net zoals binnen zekere grenzen alle andere waterstanden in de rivier zich op een bepaald moment met een bepaalde kans kunnen manifesteren – dit is het geordende karakter van de georganiseerde chaos. Maar niemand kan met zekerheid voorspellen op welke dag zich in de toekomst een soortgelijke overstroming als in 1333, 1557 en 1966 n. Chr. zal gaan voordoen – dit is het chaotische karakter van de georganiseerde chaos”, zegt Carla.

“Mooi voorbeeld. Gisteren zocht ik meer informatie over Gödel. Ik las Gödels ontologisch bewijs van God. Ik heb een afdruk van dit bewijs voor jullie meegenomen”, zegt Narrator. feiten en logica 76[8]

“Ik heb zelden een eerste definitie zonder vraagtekens kunnen accepteren. Tijdens mijn studietijd vroeg ik altijd aan docenten waar de eerste definitie op gebaseerd was. Steeds konden docenten in eerste instantie een beperkt antwoord op mijn vraag geven, maar bij doorvragen kwam het antwoord altijd neer op de platitude: “Wij moeten toch ergens vanuit gaan”. Dit antwoord bleef voor mij onbevredigend, eigenlijk vroeg ik steeds naar het “Waarom” terwijl docenten op zijn best een antwoord konden geven op de vraag “Hoe – binnen een bepaalde context”. Terugkijkend is mijn wisseling van studie van Technische Natuurkunde naar het onderwerp Menswetenschappen te herleiden op het feit dat Technische Natuurkunde geen antwoorden beschikbaar had op de vraag waarom feiten en logica zich op een bepaalde wijze aan ons manifesteren. Terugkomend op de eerste definitie binnen Gödels ontologisch bewijs: waarom heeft een Goddelijke verschijning alleen positieve eigenschappen en geen negatieve eigenschappen of imaginaire eigenschappen – zoals imaginaire getallen in de elektrotechniek [9]? Op basis van het ontbreken van een antwoord op mijn laatste vraag èn op basis van Gödels eerste onvolkomenheidsstelling, kan Gödels ontologisch bewijs geen volledig systeem – of volledige beschrijving van een Goddelijke gedaante bevatten. In het geval Gödels ontologisch bewijs wel een volledige systeem zou bevatten – en dat is naar mijn mening niet het geval – dan kan de consistentie van de axioma’s niet vanuit het eigen systeem bewezen worden volgens Gödels tweede onvolkomenheidsstelling. Voor de volledigheid zeg ik dat mijn beweringen zijn gebaseerd op natuurwetenschappelijk logica – en niet op religieuze beginselen [10]. Volgens mij is Gödels ontologische bewijs een eerste logische vingeroefening van Gödel op het terrein van de religie en niet meer dan dat”, zegt Carla.

“Volgens mij heb jij gelijk”, zegt Narrator.

“Klinkt overtuigend. Ik zou tijdens de lunch graag jullie mening willen horen over de feiten en logica van de kijk op God zoals beschreven door Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens[11] en van de twee aspecten van “Een” bewustzijn in het “Commentary on the Awakening of Faith” door Fa-Tsang [12]”, zegt Man.

“Dit sluit mooi aan bij Gödels ontologisch bewijs. Mijn inleiding op het denkraam van de strijder kan nog wel even wachten. Zullen wij een plaats zoeken voor onze lunch?”, zegt Carla.

“Ik weet een leuke plaats aan de Piazza di Santa Croche”, zegt Narrator.


[9] Berekeningen van elektronische schakelingen worden aanmerkelijk vereenvoudigd door gebruik van hulpgetallen of  imaginaire getallen met een reële waarde die gelijk is aan nul. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Imaginary_number

[10] Zie ook de kanttekening van Prof. Dr. W. Luijpen over de reikwijdte van Natuurwetenschap in relatie tot religie in het bericht “Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 6”

[11] Zie ook: Heschel, Abraham Joshua, God zoekt de mens – Een filosofie van het jodendom. Amsterdam: Uitgeverij Abraxas Amsterdam, 2011 (4e geheel herziene druk).

[12] Zie ook: Vorenkamp, Dirck, An English Translation of Fa-Tsang’s Commentary on the Awakening of Faith. New York: The Edwin Mellen Press. 2004

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 2


“Op mijn voettocht van Rome naar Amsterdam heb ik enkele weken bij vrienden in Florence gelogeerd. Een van mijn vrienden nam mij mee naar het Piazza del Carmine om de Santa Maria del Carmine kerk te tonen met daarin de Cappella Brancacci”, zegt Narrator.

“Aan de buitenkant lijkt het een verweerd pakhuis, hoewel de hoofdingang anders doet vermoeden”, zegt Carla.

“Veel kerken in Italië zien er aan de buitenkant gesloten uit; de schoonheid wordt van binnen getoond”, zegt Man.

“De toegang tot de kapel is voor toeristen door de deur aan de rechterkant in het wit gestucte klooster, maar eerst bekijken wij de kerk”, zegt Narrator.

Santa Maria del Carmine[1]

“Het klopt wat jij zegt, de rijkdom wordt binnen in de kerk getoond. Deze overdaad is voor mij teveel van het goede”, zegt Carla.

Feiten en Logica 2[2]

“Ik heb jullie hier naartoe meegenomen voor het plafond in combinatie met de muren. Door de beschildering van het plafond lijkt het alsof de kerk direct in de hemel overgaat. De hemel en aarde zijn in dit deel van de kerk met elkaar verbonden, met de overgang van de muren naar het plafond als scheiding”, zeg Narrator.

“Het plafond is een halve cilinder, maar door de zeer knappe “trompe d’oeil” [3] in de plafondschildering lijkt de toeschouwer in de hemel opgenomen te worden. De Middeleeuwse scholastiek wordt in al haar pracht op dit plafond getoond”, zegt Man.

“Gekunsteld, maar knap gemaakt”, zegt Carla. Feiten en Logica 2a

[4]

“Aan de rechterkant van het altaar is de Cappella Brancacci  [5]; voor de bezichtiging van de fresco’s  moeten wij buitenom via de kloosteringang aan de rechterkant van de kerk de kapel binnengaan”, zegt Narrator.

“Dat is gedaan om het bezoek aan deze kapel te beperken en met de inkomsten van de entree het onderhoud te bekostigen”, zegt Man.

“Ik laat jullie deze fresco’s in de kapel zien omdat de twee belangrijkste schilders van deze kapel de overgang naar de Renaissance verpersoonlijken. Masolino da Panicale schildert de mensen naar ideaalbeelden volgens de scholastiek in een Middeleeuwse stijl, terwijl Masaccio de personen als menselijke individuen in al hun luister en rijkdom afbeeldt.  Op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel zijn beide stijlen in één fresco te zien”, zegt Narrator. Feiten en Logica 2b[6]

“De ideaalbeelden van de personen door Masolino spreken mij meer aan, de individuen van Masaccio zijn in mijn ogen ook ideaalbeelden die hun profane weelde en aardse welzijn overduidelijk wensen te tonen”, zegt Carla.

“Ik ben stil van deze overgang van stijl, wereldbeeld en weergave binnen een fresco”, zegt Man.

Feiten en Logica 2c[7]

“Ik neem jullie nu mee naar het Uffizi Kunstmuseum op een kwartier lopen van deze kapel. Daar wil ik jullie een zelfportret van Albrecht Dürer laten zien. Ik heb al kaartjes, dus wij hoeven niet lang in de rij te staan”, zegt Narrator.

“Zullen wij onderweg de Basilica Santa Maria del Santo Spirito [8] ontworpen door Brunelleschi bezoeken? Deze basiliek uit de vroege Renaissance heeft een prachtige maatvoering”, zegt Man.

Feiten en Logica 2d[9]

“Is daar de Crucifix van Michelangelo?”, vraagt Carla.

Feiten en Logica 2e [10]

“Klopt, laten wij eerst wat drinken op het plein voor de Basiliek”, zegt Narrator.

Na het bezichtigen van de Basiliek gaan Carla, Man, en Narrator gaan naar het Uffizi Museum [11]. Zij bekijken de eerst de Renaissance schilderijen waaronder “De Geboorte van Venus” van Botticelli.

feiten en logica 2f[12]

Daarna komen zij bij het zelfportret van Albrecht Dürer.

feiten en logica 2g[13]

“Dit zelfportret van Albrecht Dürer wil ik jullie tonen, omdat Dürer met dit schilderij voorbijgaat aan het scholastisch ideaalbeeld van de mens aan het einde van de Middeleeuwen; hij overstijgt in deze afbeelding van hemzelf ook het individuele vertoon van aardse rijkdom en profane pracht en praal uit de Renaissance. Hier wordt een mens getoond die wij vandaag in Duitsland op straat kunnen ontmoeten. Dit zelfportret heeft de kenmerken van een hedendaagse foto; het lijkt een snapshot”, zeg Narrator.

“Prachtig, behalve zijn kleren, zie ik hem zo vandaag op straat in Duitsland lopen. Na vele eeuwen met afbeeldingen van mensen zoals de schilder en de toeschouwers dachten dat zij eruit zagen of dachten dat zij eruit zouden moeten zien, gingen Dürer en zijn tijdgenoten kijken hoe zij er in werkelijkheid uitzagen èn zij hadden de vaardigheden om dit op een schilderij weer te geven. Nu ik dit schilderij zie dat eigenlijk een foto of snapshot is, moet ik denken aan de essay “On Photography” van Susan Sontag [14]. Zij stelt in deze essay dat de mensen de werkelijkheid zo overweldigend vinden, dat zij de inkadering van een foto nodig hebben om een beeld van de werkelijkheid te kunnen waarnemen en verwerken. Nu ik dit zelfportret zie, is het heel vertrouwd, maar tegelijkertijd mis ik oneindig veel. Ik zou deze man zoveel vragen willen stellen, ik zou hem in het echt binnen zijn leefwereld willen ontmoeten en enkele dagen met hem optrekken. Dit zelfportret geeft een glimp van de mens Albrecht Dürer en tegelijkertijd ontneemt het portret mijn beeld van hem. Susan Sontag gaat in haar essay een stap verder: zij zegt dat de werkelijkheid voor mensen zo onbevattelijk en overweldigend is, dat mensen zich met behulp van een camera beschermen tegen de omgeving; pas door een afbeelding of foto kunnen mensen de inkadering en verstilling van de werkelijk tot zich nemen en beleven; de vakantie wordt pas thuis beleefd bij het bekijken van de foto’s van de vakantie”, zegt Man.

“Ik heb dezelfde gemengde gevoelens: prachtig om Albrecht Dürer te zien en tegelijkertijd onwerkelijk. Bij het noemen van de essay van Susan Sontag moet ik aan de “theorie van de blik van Sartre” [15] denken: door mijn blik op het zelfportret maak ik een ding van Albrecht Dürer en daarmee ontneem ik zijn persoon en nagedachtenis een groot deel van zijn vrijheid. Dit portret is voor mij een “pars pro toto” waarbij het deel – het zelfportret of de afbeelding van Albrecht Dürer – de plaats van het geheel inneemt.  Mijn vraag bij het zien van het zelfportret blijft: “Wie ben jij?” ”, zegt Carla.

“Mijn Amerikaanse geliefde heeft in Zweden en later in een klooster in Amerika lang gestudeerd op de vraag “Wie zijn wij?”. Misschien heeft hij een antwoord gevonden op deze vraag met het oplossen van Boeddhistische vraagstukken [16] en misschien past deze “pars pro toto” die mensen bij hun waarnemingen nodig hebben, heel goed binnen de metafoor van “Indra’s Net” [17]”, zegt Narrator.

“Misschien heb jij gelijk met deze metafoor; mensen kijken naar een parel binnen Indra’s Net en beleven op deze – indirecte – manier het gehele samengestelde Net van in elkaar weerkaatsende glasparels. Vanavond bij het avondeten zou ik graag mijn kijk op “feiten en logica” van “Wie ben jij?” met jullie willen delen. Vandaag hebben wij een prachtige begin gemaakt met dit deel van de zoektocht naar “Wie ben jij?” vinden jullie niet?”, zegt Man Leben.

“Later zou ik jullie graag de wereld van de geordende chaos willen tonen, maar nu ben ik moe. Narrator, bedankt voor de rondleiding en jullie beiden bedankt voor jullie gezelschap. Ik ga nu siësta houden. Vanavond zie ik jullie weer bij het avondeten”, zegt Carla.

“Ik ben blij dat jullie mijn voorbereiding waarderen. Ik ga vanmiddag een goede vriend bezoeken”, zegt Narrator.

“Dan ga ik vanmiddag naar twee boekwinkels in Florence”, zegt Man.


[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Brancacci_Chapel; de fresco’s in de kapel zijn op deze webpagina te zien.

[6] Fresco op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel. Bron afbeelding: http://pl.wikipedia.org/wiki/Kaplica_Brancaccich

[7] Detail van de Fresco op het hogere deel aan de rechterwand van de kapel. Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Cappella_Brancacci

[9] Grondplan van de Basiliek. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Santo_Spirito_(Florenz)

[10] Michelangelo’s Crucifix. Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Basilica_di_Santo_Spirito

[13] Zelfportret van Albrecht Dürer. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Albrecht_D%C3%BCrer

[14] Zie ook: Sontag, Susan, On Photography. New York: Dell Publishing Co. Inc., 1978

[15] Zie ook: Nārāyana, Narrator, “Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie”. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34

[16] Zie ook: Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 99 – 136

[17] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68